Ruim 1443 Hijri-jaren geleden verscheen de godsdienst islam op het Arabisch schiereiland, in het huidige Saoedi-Arabië. De verkondiger van deze godsdienst was niemand minder dan de laatste der profeten: de Heilige Profeet Mohammed ﷺ. De islam begon in zijn zuiverste vorm met de Heilige Profeet Mohammed ﷺ en werd na zijn aardse leven voortgezet door zijn metgezellen (Ṣaḥābah, raḍiyAllāhu ʿanhum). De Heilige Profeet Mohammed ﷺ noemde zijn volgelingen “Soennieten”, hetgeen in het Arabisch wordt aangeduid als Ahl al-Sunnah wa-l-Jamāʿah (Al-Ṭaḥāwī, n.d.; Al-Barbahārī, 1996). Na de Ṣaḥābah hebben de Awliyāʾ Allāh (vrome ‘Vrienden van Allāh’) tot op de dag van vandaag de zuivere islam verdedigd tegen aanvallen en deze in stand gehouden.

Reeds tijdens het aardse leven van de Heilige Profeet Mohammed ﷺ deden zich situaties voor waartegen hij zijn volgelingen waarschuwde. Deze waarschuwingen betroffen niet alleen actuele gebeurtenissen, maar ook toekomstige voorvallen tot aan de Dag des Oordeels. In zijn tijd waren er reeds mensen die zichzelf boven de Boodschapper ﷺ plaatsten. Zo was er de dwaas Musailma, die zich reeds tijdens het leven van de Laatste Profeet Mohammed ﷺ als nieuwe profeet presenteerde (Ibn Kathīr, 2003).

Qurʾānische bevestiging van zijn status

Allāh Ta’ālā openbaart in de Heilige Qurʾān met betrekking tot het respect voor de Heilige Profeet Mohammed ﷺ:

وَرَفَعْنَا لَكَ ذِكْرَكَ

“Wij hebben uw status verhoogd tot (de hoogste) respectabele positie.” (Surah al-Sharḥ, 94:4)

Op basis van dit vers kunnen wij afleiden dat niemand in aanzien hoger is dan de Heilige Profeet Mohammed ﷺ. Het spreekt voor zich dat, indien er na hem nog een profeet met een eigen godsdienst zou komen, dit vers zijn geldigheid zou verliezen. Integendeel, dit vers getuigt ervan dat Mohammed ﷺ de Laatste Profeet is, en dat het profeetschap het hoogste ambt vertegenwoordigt. Kortom, eenieder die zich na de Laatste Profeet als profeet presenteert—zoals Mirza Ghulām Aḥmad Qādiyāniyyah—is volgens de consensus van Ahl al-Sunnah wa-l-Jamāʿah een kadhhāb (leugenaar) en kāfir (ongelovige) (Al-Nawawī, 1991; Al-Shahrastānī, 1984)).

  1. Grootste groep moslims wereldwijd: Ahl al-Sunnah wa-l-Jamāʿah is de grootste groep moslims ter wereld. Het is de enige groep die zich expliciet identificeert als volgeling van de Heilige Profeet Mohammed ﷺ en die volledig leeft conform de Heilige Qurʾān en de authentieke Sunnah (overleveringen en handelingen) van Rasūl Allāh ﷺ (Al-Ṭaḥāwī, n.d.; Al-Barbahārī, 1996).
  2. Geloof conform Sahāba en Salaf-e-āliīn: Het geloof van deze groep is identiek aan dat van de Sahāba (raḍiyAllāhu ʿanhum) en de Salaf-e-Ṣāliḥīn (de vrome voorgangers). Deze laatste term dient niet verward te worden met de hedendaagse Salafistische stroming, die volgens de consensus van Ahl al-Sunnah geen respect toont voor de Heilige Profeet Mohammed ﷺ (Al-Shahrastānī, 1984).
  3. Aanbeveling tot navolging van Sunnah en voorgangers: In talrijke ḥadīth heeft de Heilige Profeet Mohammed ﷺ zijn Ummah sterk geadviseerd om de Sunnah te volgen en standvastig te blijven op het pad van zijn metgezellen en de Salaf-e-Ṣāliḥīn (Al-Nawawī, 1991).
  4. Overlevering uit Muwattaʾ Mālik, de Heilige Profeet Mohammed ﷺ zei: “Ik heb twee dingen voor mijn Ummah achtergelaten. U zult nooit afdwalen zolang u deze twee dingen volgt. Een van deze twee is de Heilige Qurʾān van Allāh en de andere is de Sunnah van Zijn Heilige Profeet Mohammed ﷺ.” (Muwattaʾ Mālik, ḥadīth nr. 1628)
  5. Waarschuwing tegen bidʿah en oproep tot navolging van de Khulafāʾ al-Rāshidīn, de Heilige Profeet Mohammed ﷺ zei: “Nadat ik deze (fysieke) wereld heb verlaten, dient mijn Ummah standvastig te blijven op mijn Sunnah en op het pad van de vier Khulafāʾ al-Rāshidīn. Volg uitsluitend dit pad en wees alert op bidʿah (vernieuwingen), welke tegenstrijdig zijn aan de Heilige Qurʾān en mijn Sunnah.” (Sunan Abū Dāwūd, ḥadīth nr. 4607; Jāmiʿ al-Tirmidhī, ḥadīth nr. 2676)
  6. Oproep tot aansluiting bij de meerderheid, de Heilige Profeet Mohammed ﷺ zei: “Volg het pad van de grootste groep moslims! Want degene die zich van deze groep afzondert, zal naar de hel worden gestuurd.” (Sunan Ibn Mājah, ḥadīth nr. 3950)
  1. Leven volgens geloof en praktijk: De Heilige Profeet Mohammed ﷺ adviseerde zijn volgelingen om standvastig te blijven binnen de grootste groep moslims en hun pad te volgen in zowel geloof als praktijk. Dit betekent dat men niet slechts passief luistert, maar het gehoorde en geleerde daadwerkelijk toepast in het dagelijks leven. Het geloof dient beleefd en gepraktiseerd te worden, niet slechts theoretisch begrepen (Al-Ṭaḥāwī, n.d.; Al-Barbahārī, 1996).
  2. Bescherming van de meerderheidsgroep, de Heilige Profeet Mohammed ﷺ zei: “Allāh zal mijn Ummah nooit toestaan zich te verenigen met misleide en incorrecte geloofsbelijdenissen. Allāhs Genade, Zegeningen en Bescherming is met de grootste groep moslims.” Met “de grootste groep moslims” wordt Ahl al-Sunnah wa-l-Jamāʿah bedoeld. “Degene die zich afzondert van deze groep zal in de hel worden geworpen.” (Jāmiʿ al-Tirmidhī, ḥadīth nr. 2167)
  3. Waarschuwing tegen afscheiding van de meerderheid, de Heilige Profeet Mohammed ﷺ zei: “Hij die zich afzondert van de grootste groep moslims, zelfs een handbreedte, heeft zichzelf afgezonderd van de gemeenschap en is buiten de islam getreden.” (Sunan Abū Dāwūd, ḥadīth nr. 4597)

(Betreft het onderhouden van contacten met sektarische stromingen zoals Aḥmadiyyah, Qādiyāniyyah, Wahhābī, enz.)

  1. Waarschuwing tegen omgang met misleide sekten: De Heilige Profeet Mohammed ﷺ heeft zijn Ummah nadrukkelijk gewaarschuwd om geen relaties te onderhouden met mensen die behoren tot misleide sekten. Hij adviseerde ook om niet te luisteren naar hun woorden, aangezien zulke personen onder zijn Ummah zullen opduiken. Hij riep op tot waakzaamheid in sociale omgang en religieuze beïnvloeding (Al-Barbahārī, 1996; Al-Shahrastānī, 1984).
  2. Geloofsovertuiging van de meerderheidsgroep: De geloofsovertuiging van de grootste groep moslims—Ahl al-Sunnah wa-l-Jamāʿah—is volledig in overeenstemming met de Sunnah van de Heilige Profeet Mohammed ﷺ, het geloof van de Sahāba (raḍiyAllāhu ʿanhum) en de Salf-e-Ṣāliḥīn. Deze lijn vormt de maatstaf voor orthodoxie en authenticiteit binnen de islamitische traditie (Al-Ṭaḥāwī, n.d.; Al-Nawawī, 1991).
  3. Profetische waarschuwing voor toekomstige sekten, de Heilige Profeet Mohammed ﷺ zei: “In de periode vlak voor de Dag des Oordeels zullen valse en oneerlijke sekten tevoorschijn komen. Zij zullen dingen zeggen die u noch uw voorvaders ooit eerder gehoord hebben. Blijf uit de buurt van deze oneerlijke mensen en laat hen niet toe zich tot u te begeven! Word niet door hen misleid en laat hen onder u geen rumoer veroorzaken.” (aī Muslim, ḥadīth nr. 1847)
  1. Profetische voorspelling van verdeeldheid: Het concept van de moslimgemeenschap die zich zal verdelen in 73 sekten is gebaseerd op authentieke ḥadīth, waaronder die van Abū Hurayrah (raḍiyAllāhu ʿanhu). De Heilige Profeet Mohammed ﷺ zei: “De joden splitsten zich in 71 sekten, de christenen in 72 sekten, en mijn volgelingen zullen zich splitsen in 73 sekten.” (Sunan Abū Dāwūd, ḥadīth nr. 4596; Jāmiʿ al-Tirmidhī, ḥadīth nr. 2640; Sunan Ibn Mājah, ḥadīth nr. 3991)
  2. De redding van één groep, De Heilige Profeet Mohammed ﷺ vervolgde: “Tweeënzeventig van de drieënzeventig sekten zullen in het vuur zijn, en slechts één zal in het Paradijs zijn: de Jamāʿah.” (Sunan Abū Dāwūd, Musnad Amad, Sunan al-Dārimī). Met “Jamāʿah” wordt volgens de consensus van Ahl al-Sunnah wa-l-Jamāʿah verwezen naar de groep die vasthoudt aan de authentieke leer van de Profeet ﷺ en zijn metgezellen.
  3. Criteria voor de juiste groep: In een andere overlevering vroegen de Ṣaḥābah: “Welke sekte zal zegevieren?” De Heilige Profeet Mohammed ﷺ antwoordde: “Degene die zich conformeert aan datgene waarmee ikzelf en mijn metgezellen zijn.” (Sunan al-Tirmidhī, Sunan Abū Dāwūd)
  1. Sayyidunā Ghaus al-Aʿam, Sheikh ʿAbd al-Qādir al-Jīlānī (raiyAllāhu ʿanhu)
    In zijn werk Ghunyat al-ālibīn verklaart hij: “Er zijn 73 groepen (sekten), zoals ons reeds is verteld door Sayyidunā Rasūl Allāh ﷺ. En (houd in gedachte), Ahl al-Sunnah wa-l-Jamāʿah is de oprechte groep.” (Ghunyat al-ālibīn, hoofdstuk over geloofsovertuiging)
  2. Imām al-Ghazālī (raiyAllāhu ʿanhu)
    In Mujarrabāt Imām al-Ghazālī schrijft hij: “Ahl al-Sunnah wa-l-Jamāʿah is de succesvolle firqah (groep). Deze firqah weegt de grondbeginselen af en praktiseert binnen de bandbreedte van de Heilige Qurʾān.”
  3. azrat Shah Walī Allāh al-Dihlawī (raiyAllāhu ʿanhu)
    In ʿAqd al-Jayyād verklaart hij: “Zoals Rasūl Allāh ﷺ heeft verklaard: volg de Sawād al-Aʿam. Wanneer de vier madhāhib (Ḥanafī, Mālikī, Shāfiʿī, Ḥanbali) binnen de kaders van deze Sawād al-Aʿam vallen, dan is het volgen van één van hen toegestaan. Het negeren van één van deze madhāhib is het negeren van de Sawād al-Aʿam.”
  4. Imām Sufyān al-Thawrī (raiyAllāhu ʿanhu)
    In Al-Mīzān al-Kubrā verklaart hij: “Met Sawād al-Aʿam wordt bedoeld: dat wat wij Ahl al-Sunnah wa-l-Jamāʿah noemen.”
  5. Shah ʿAbd al-ʿAzīz al-Dihlawī (raiyAllāhu ʿanhu)
    In Fatāwā ʿAzīz (deel 2, pag. 4) schrijft hij: “De verschillende deelgroepen binnen Ahl al-Sunnah wa-l-Jamāʿah—zoals in ʿAqāʾid: Ashʿariyya en Māturīdiyya; in fiqh: Ḥanafī, Shāfiʿī, Ḥanbali; in tasawwuf: Qādrī, Chishtī, Naqshbandī en Suhrwardī—zijn allen gebaseerd op de waarheid.”
  6. Imām Rabbānī, Mujaddid Alf-i Thānī (raiyAllāhu ʿanhu)
    In Maktūbāt Sharīf (deel 2, pag. 67) schrijft hij: “Het pad van genade is het volgen van Ahl al-Sunnah wa-l-Jamāʿah. Moge Allāh Ta’ālā zegeningen sturen op hun toespraken, handelingen en wetten, want dit is de succesvolle groep. Alle andere groepen (sekten) zijn slachtoffers van teleurstelling. Tegenwoordig beseft niemand hoe zwaar deze misleide sekten gestraft zullen worden. Op de Dag des Oordeels zal dit geheim worden onthuld, maar dan zal deze kennis voor hen geen voordeel meer opleveren.”

Uit deze overleveringen blijkt duidelijk dat de ene groep die genade zal ontvangen, Ahl al-Sunnah wa-l-Jamāʿah is. Deze groep is de enige die zich volledig onderwerpt aan de leer en praktijk van de Heilige Profeet Mohammed ﷺ en zijn metgezellen (raḍiyAllāhu ʿanhum). De nadruk van de Profeet ﷺ op “waartoe ikzelf ook behoor” bevestigt dit exclusieve criterium.

Ḥazrat ʿAbdullāh (raḍiyAllāhu ʿanhu) verhaalde dat de Heilige Profeet Mohammed ﷺ zei: “Eenieder zal zijn met degene van wie hij (zij) houdt.” (Ṣaḥīḥ al-Bukhārī, ḥadīth nr. 6168)

Deze profetische uitspraak benadrukt het belang van innerlijke loyaliteit en affectieve verbondenheid. Indien men liefde koestert voor hen die zich bevinden in sektarische dwaling—zoals de 72 groepen die zich moslim noemen maar volgens Ahl al-Sunnah wa-l-Jamāʿah niet binnen de grenzen van de authentieke islam vallen—dan zal men op de Dag des Oordeels met hen worden verenigd. Dit impliceert dat affectieve nabijheid tot misleide groepen kan leiden tot spirituele ondergang. Tegelijkertijd betekent dit niet dat men zich vijandig of gewelddadig moet opstellen tegenover deze groepen. Fysieke agressie is verboden binnen de islamitische ethiek. De juiste houding is:

  • Uitleg geven over de ware islam, gebaseerd op de Qurʾān, Sunnah en het pad van de Ṣaḥābah.
  • Geduldig negeren indien men na uitleg blijft volharden in dwaling.
  • Waakzaam blijven zonder haat of geweld, maar met standvastige trouw aan de Sawād al-Aʿam.

Deze benadering is in lijn met de ethiek van Ahl al-Sunnah wa-l-Jamāʿah, die oproept tot daʿwah met wijsheid (ikmah), respect en duidelijke grenzen.

Bronnen

  • Abū Dāwūd, S. (n.d.). Sunan Abū Dāwūd. Dār al-Fikr.
  • Aḥmad ibn Ḥanbal. (n.d.). Musnad Amad. Dār al-Fikr.
  • Al-Barbahārī, Ḥ. (1996). Shar al-Sunnah. Dār al-Kutub al-ʿIlmiyya.
  • Al-Bukhārī, M. I. (n.d.). aī al-Bukhārī (ḥadīth nr. 6168). Dār al-Fikr.
  • Al-Dārimī, ʿAbd Allāh. (n.d.). Sunan al-Dārimī. Dār al-Maʿrifah.
  • Al-Dihlawī, Shah ʿAbd al-ʿAzīz. (n.d.). Fatāwā ʿAzīzī (Vol. 2). Dār al-Ishāʿah.
  • Al-Dihlawī, Shah Walī Allāh. (n.d.). ʿAqd al-Jayyād. Dār al-Rashād.
  • Al-Ghazālī, Abū Ḥāmid. (n.d.). Mujarrabāt Imām al-Ghazālī. Diverse edities.
  • Al-Nawawī, Y. (1991). Shar aī Muslim. Dār al-Maʿrifah.
  • Al-Shahrastānī, M. (1984). Al-Milāl wa-l-Niāl. Dār al-Maʿrifah.
  • Al-Sirhindī, Aḥmad (Imām Rabbānī). (n.d.). Maktūbāt Sharīf. Dār al-Kutub al-Islāmiyyah.
  • Al-Ṭaḥāwī, A. J. (n.d.). ʿAqīdah al-aāwiyyah. Diverse edities.
  • Al-Tirmidhī, M. (n.d.). Jāmiʿ al-Tirmidhī. Dār al-Gharb al-Islāmī.
  • Al-Thawrī, Sufyān. (n.d.). Al-Mīzān al-Kubrā. Dār al-Furqān.
  • Ibn Kathīr, I. (2003). Al-Bidāyah wa-l-Nihāyah. Dār Ibn Ḥazm.
  • Ibn Mājah, M. (n.d.). Sunan Ibn Mājah. Dār al-Fikr.
  • Jīlānī, ʿAbd al-Qādir. (n.d.). Ghunyat al-ālibīn. Dār al-Kutub al-ʿIlmiyya.
  • Mālik ibn Anas. (n.d.). Al-Muwattaʾ. Diverse edities.
  • Muslim ibn al-Ḥajjāj. (n.d.). aī Muslim. Dār al-Fikr.

Translate »
error: Content is protected !!