Ḥazrat Qutayba ibn Saʿīd vertelde ons, Sufyān vertelde ons, van ʿAmr, van Abū Maʿbad, van Ibn ʿAbbās (raḍiyAllāhu ʿanhum), dat hij de Profeet Mohammed ﷺ hoorde zeggen:

حَدَّثَنَا قُتَيْبَةُ بْنُ سَعِيدٍ، حَدَّثَنَا سُفْيَانُ، عَنْ عَمْرٍو، عَنْ أَبِي مَعْبَدٍ، عَنِ ابْنِ عَبَّاسٍ ـ رضى الله عنهما ـ أَنَّهُ سَمِعَ النَّبِيَّ صلى الله عليه وسلم يَقُولُ: “لَا يَخْلُوَنَّ رَجُلٌ بِامْرَأَةٍ، وَلَا تُسَافِرَنَّ امْرَأَةٌ إِلَّا وَمَعَهَا مَحْرَمٌ”. فَقَامَ رَجُلٌ فَقَالَ: يَا رَسُولَ اللَّهِ، اكْتُتِبْتُ فِي غَزْوَةِ كَذَا وَكَذَا، وَخَرَجَتِ امْرَأَتِي حَاجَّةً. قَالَ: “اذْهَبْ فَحُجَّ مَعَ امْرَأَتِكَ”

Geen man mag alleen zijn met een vrouw, en een vrouw mag niet reizen behalve met een maḥram.’ Toen stond een man op en zei: ‘O Boodschapper van Allāh, ik heb mij ingeschreven voor die‑en‑die expeditie, maar mijn vrouw is op weg gegaan voor de ḥajj.’ De Profeet ﷺ zei: ‘Ga en verricht de ḥajj met je vrouw.’” (Ṣaḥīḥ al‑Bukhārī – Hadith 3006)

Een van de belangrijke redenen waarom de Profeet ﷺ met veel vrouwen trouwde, was om de Sharīʿah te verspreiden. Allāh Ta’ālā openbaart

 “En herinnert u, toen gij tot hem, wie Allāh gunsten had bewezen en wie gij ook gunsten had bewezen, zeidet: “Behoud uw vrouw voor u en vrees Allāh.” Gij verborgt in uw hart wat Allāh aan het licht zou brengen, en gij vreesdet de mensen terwijl Allāh er meer recht op heeft dat gij Hem zoudt vrezen. Toen Zaid van haar scheidde, verenigden Wij haar met u in de echt, opdat er voor de gelovigen geen bezwaar mocht zijn ten opzichte van de vrouwen van hun aangenomen zonen, als zij van haar zijn gescheiden. Allāhs gebod moet worden nageleefd.” (Qur’ān 33:37).

Voordat de Āyat (vers) van ḥijāb werd geopenbaard [dat is voordat vrouwen werden bevolen om zich te versluieren], gingen vrouwen naar de Profeet ﷺ om vragen te stellen en te leren over wat zij niet wisten. Wanneer de Profeet ﷺ naar het huis van een van hen ging, was het de gewoonte van de vrouwen om bij hem in de buurt te gaan zitten en te luisteren ter verkrijging van informatie over de Islam (Ṣaḥīḥ al-Bukhārī, Kitāb al-ʿIlm, ḥadīth nr. 101). Onmiddellijk toen de Āyat van ḥijāb was geopenbaard, werd het verboden voor na-maḥram vrouwen en mannen [ongetrouwde echtparen] om samen te zitten en te praten, en de Profeet ﷺ liet vanaf dat moment ook geen na-maḥram vrouwen [vreemde vrouw met wie huwelijk is toegestaan] bij zich komen om vragen te stellen.

“O, gij die gelooft! Gaat de huizen van de profeet (Mohammed ﷺ)  niet binnen tenzij gij uitgenodigd wordt tot een maaltijd, doch niet wachtend tot deze gereed is. Wanneer gij zijt uitgenodigd, komt dan binnen; en wanneer gij gegeten hebt vertrekt dan en blijft niet praten. Dat is lastig voor de profeet; hij is verlegen voor u, maar Allāh aarzelt niet om de waarheid (te zeggen). En als gij haar (zijn vrouwen) om iets vraagt, vraagt het dan van achter het gordijn. Dat is reiner voor uw hart en haar hart. En het past u niet de boodschapper van Allāh lastig te vallen, noch dat gij ooit zijn vrouwen na hem zoudt huwen. Dat zou in de ogen van Allāh inderdaad een grote (belediging) zijn.” (Qur’ān 33:53)

Hij beval hun de vragen te stellen en te leren van zijn gezegende vrouw Ḥazrat Aisha Siddiqāh (raḍiyAllāhu ʿanhā) (Ṣaḥīḥ al-Bukhārī, Kitāb al-ʿIlm, ḥadīth nr. 101; Ṣaḥīḥ Muslim, Kitāb Faḍāʾil al-Ṣaḥābah, ḥadīth nr. 2432).

Er waren zo veel vrouwen met heel veel vragen die Ḥazrat Aisha (raḍiyAllāhu ʿanhā) niet alleen in staat was om te beantwoorden wegens tijdgebrek. Om deze belangrijke taak gemakkelijk te maken, en om de druk te verminderen op Ḥazrat Aisha (raḍiyAllāhu ʿanhā), trouwde de Profeet ﷺ met zo veel vrouwen als nodig was (Ṣaḥīḥ al-Bukhārī, Kitāb al-Nikāḥ, ḥadīth nr. 5063).

Hij communiceerde aan de moslimvrouwen honderden gevoelige stukken van informatie betreffende vrouwenzaken via zijn gezegende vrouwen (Ṣaḥīḥ Muslim, Kitāb al-Ḥayḍ, ḥadīth nr. 332).

Als hij slechts één vrouw had, zou het moeilijk zijn geweest en zelfs onmogelijk voor alle vrouwen om van haar te leren (Ṣaḥīḥ al-Bukhārī, Kitāb al-ʿIlm, ḥadīth nr. 101).

Een Hadith die geciteerd wordt door al-Bazzār (raḍiyAllāhu ʿanhu) in Kunz-ud-Daqāʾiq verklaart het volgende: “Een vrouw kan niet op Ḥajj gaan zonder haar maḥram voor het begeleiden van haar tijdens de reis” (Ṣaḥīḥ al-Bukhārī, Kitāb al-Ḥajj, ḥadīth nr. 1862; Ṣaḥīḥ Muslim, Kitāb al-Ḥajj, ḥadīth nr. 1339).

Theologische toelichting

Daar wij leven in een tijdperk waarin ellende en wangedrag op de verhoging zijn beland, moet men niet reizen met een persoon met wie het huwelijk is toegestaan. Het maakt niet uit of deze vreemde man een ʿĀlim, Mufti, Qāḍī, Murshid, Ustaaz of wat voor hoedanigheid ook bekleed. Het is ḥarām [verboden]! (Ṣaḥīḥ al-Bukhārī, Kitāb al-Ḥajj, ḥadīth nr. 1862).

Begripsbepaling maḥram

Maḥram is een ongetrouwde familie waarmee huwelijk of geslachtsgemeenschap ḥarām is, dus illegaal in de Islam, of mensen van wie pardah [versluieren] geen verplichting is (Qur’ān 24:31; Qur’ān 33:55).

Permanente of bloed-maḥram

Deze omvatten:

  • Ouders, grootouders en verdere voorouders
  • Kinderen, kleinkinderen en verdere nakomelingen
  • Broers en zussen
  • Broers en zussen van ouders, grootouders en verdere voorouders
  • Kinderen en verdere nakomelingen van broers en zussen
  • Schoonzuster maḥram

Allāh Ta’ālā openbaart

“En huwt niet de vrouwen, die uw vaders huwden, met uitzondering van wat reeds gebeurd is. Het is een slecht en afschuwelijk iets en een verkeerde weg.” (Qur’ān 4:22).

“Verboden zijn u uw moeders en uw dochters en uw zusters en uw vaders zusters en uw moeders zusters en uw broeders dochters en uw zusters dochters en uw minnen en uw zoogzusters en de moeders uwer vrouwen en uw stiefdochters, die uw beschermelingen zijn door uw vrouwen tot wie U bent ingegaan, maar als gij niet tot haar zijt ingegaan zal er geen zonde op u rusten en de vrouwen uwer eigen zonen (zijn ook verboden) alsmede twee zusters tezamen te hebben, met uitzondering van wat reeds voorbij is; gewis, Allāh is Vergevensgezind, Genadevol; (Qur’ān 4:23).

“En getrouwde vrouwen, met uitzondering van haar, die gij bezit. Dit is een gebod van Allāh voor u. Degenen, die daar buiten vallen, zijn u toegestaan; dat gij zoekt door middel van wat gij bezit haar behoorlijk te huwen en geen overspel te plegen. En geeft haar een huwelijksgift, tegenover de voordelen, die gij van haar hebt, dit is verplicht; er zal na het vaststellen daarvan geen zonde op u rusten in alles wat gij onderling overeenkomt. Voorzeker, Allāh is Alwetend, Alwijs.” (Qur’ān 4:24).

Door huwelijk maḥram

Met wie men maḥram wordt door met iemand te trouwen:

  • Ouders, grootouders en verdere voorouders van echtgenoot
  • Kinderen, kleinkinderen en verdere nakomelingen van echtgenote
  • Echtgenote van ouders, grootouders en verdere voorouders
  • Echtgenoot of echtgenote van kinderen, kleinkinderen en verdere nakomelingen

Allāh Ta’ālā openbaart:

“En voleindigt de Hadj (pelgrimstocht) en Umrah, ter wille van Allāh, maar als je verhinderd bent, brengt dan het offer, dat gemakkelijk verkrijgbaar is en scheer je hoofd niet, voordat het offer zijn bestemming heeft bereikt. En wie ziek is of een kwaal in het hoofd heeft, moet een losprijs geven, óf door te vasten, óf door aalmoezen te geven, óf door een offer te brengen. En wanneer je veilig bent, moet hij die gebruik maakt van Umrah, tegelijk met de Hadj een offer brengen, dat gemakkelijk verkrijgbaar is. Maar degenen, die geen (offer) kunnen vinden, moeten drie dagen gedurende de bedevaart vasten en zeven dagen, wanneer (men) terugkeert; dit is tien dagen in het geheel. Dit is voor hem, wiens familie niet dicht bij de Heilige Moskee woont. En vrees Allāh en weet, dat Allah streng is in het straffen.” Surah al-Baqarāh (de koe), H2, vers 196

Allāh Ta’ālā openbaart ook:

“De maanden der bedevaart zijn bekend, dus, wie besluit ter bedevaart te gaan in deze maanden, bedenkt, dat er geen smerige taal, noch enige overtreding, noch enige ruzie gedurende de bedevaart mag zijn. En wat je ook aan goeds doet, Allāh weet het. En rust je uit met het nodige, maar de beste uitrusting is godsvrucht. En vrees Mij alleen, o mensen van begrip.” Surah al-Baqarāh (de koe), H2, vers 197

Rede van de Profeet ﷺ tijdens de afscheids-Ḥajj

Het is geschreven in Riyad-un-Nasihin dat de Profeet ﷺ verklaarde in zijn laatste wadaʿ (afscheid) Ḥajj-rede: “De ogen van een persoon die wellustig kijkt naar een na-maḥram vrouw zal worden gevuld met vuur en hij zal naar beneden worden geworpen in de hel. De armen van een persoon die de handen schudt met een na-maḥram vrouw zal worden gebonden om zijn nek en dan zal hij worden gezonden naar de hel. Degenen die wellustig praten met een na-maḥram vrouw zal in de hel voor elk woord duizend jaar blijven.”

Authentieke basis: Het verbod op het kijken naar na-maḥram vrouwen is bevestigd in Qur’ān 24:30–31 en in Ṣaḥīḥ Muslim (Kitāb al-Ādāb, ḥadīth nr. 2159). Het verbod op het aanraken van na-maḥram vrouwen is bevestigd in Ṣaḥīḥ al-Bukhārī (Kitāb al-Nikāḥ, ḥadīth nr. 4934).

Andere overleveringen

Een andere ḥadīth verklaart: “Kijken naar de vrouw van je buurman of van je vrienden is tien keer zo zondig als kijken naar na-maḥram vrouwen. Kijken naar gehuwde vrouwen is duizend keer zo zondig als kijken naar meisjes. Zo zijn de zonden van ontucht.”

Opmerking: Deze formulering komt uit secundaire Fatāwā-bronnen en is niet letterlijk terug te vinden in Ṣaḥīḥ al-Bukhārī of Muslim. De basis voor de zonde van ontucht is Qur’ān 17:32 en Ṣaḥīḥ al-Bukhārī (Kitāb al-Nikāḥ, ḥadīth nr. 5096).

Fatāwā over maḥram en reizen
  • In Niʿmat-e-Islam, Bahr al-Fatāwā en Ali Efendi staat dat het ḥarām is om naar het haar, hoofd, armen en benen van na-maḥram vrouwen te kijken (Qur’ān 24:31).
  • In al-Bāriqah en al-Ḥadīqah wordt vermeld dat het in de drie Mazāhib (Ḥanafī, Mālikī, Ḥanbalī) ḥarām is voor een ongehuwde vrouw om drie dagen of langer alleen te reizen zonder een volwassen maḥram. In de Shāfiʿī Madhhab is Ḥajj toegestaan zonder maḥram, mits zij vergezeld wordt door betrouwbare vrouwen (Ṣaḥīḥ al-Bukhārī, Kitāb al-Ḥajj, ḥadīth nr. 1862).
  • In Hindiyyah, Tahtāwī, Durr al-Mukhtār en Durr al-Muntaqā staat dat een vrouw kan reizen met een murāhiq (een maḥram familielid van ongeveer twaalf jaar oud).
  • In al-Ḥadīqah staat dat het ḥarām is voor mannen om met na-maḥram vrouwen te praten, behalve in gevallen van noodzaak zoals handel (Qur’ān 33:53).
  • Al-Ḥadīqah (blz. 591) vermeldt dat een man zijn vrouw niet kan verbieden om haar verplichte Ḥajj te verrichten, maar wel haar vrijwillige Ḥajj.
Overleveringen uit Ahadīth boeken
  • Ḥazrat Ibn ʿUmar (raḍiyAllāhu ʿanhu) verhaalde dat de Profeet ﷺ zei: “Een vrouw mag niet op reis gaan van langer dan drie dagen, behalve met een Dhi-Mahram of haar eigen echtgenoot.” (Ṣaḥīḥ al-Bukhārī, Kitāb al-Ḥajj, ḥadīth nr. 1862).
  • Ḥazrat Abū Hurayrah (raḍiyAllāhu ʿanhu) verhaalde dat de Profeet ﷺ zei: “Het is niet toegestaan voor een vrouw die gelooft in Allāh en de laatste dag om te reizen voor een dag en nacht, behalve met een maḥram.” (Ṣaḥīḥ al-Bukhārī, Kitāb al-Ḥajj, ḥadīth nr. 1088).
    1. Ḥazrat Qazā Maula vertelde gehoord te hebben van Ḥazrat Abū Saʿīd al-Khuḍrī (raḍiyAllāhu ʿanhumā) dat de Profeet ﷺ zei: “Een vrouw mag niet op een tweedaagse reis gaan behalve met haar man of een Dhi-Mahram.”
    2. “Geen vasten is toelaatbaar op de twee dagen van ʿĪd al-Fiṭr en ʿĪd al-Adḥā.”
    3. “Geen gebed na twee gebeden: na Fajr tot zonsopgang en na ʿAṣr tot zonsondergang.”
    4. “Geen reis wordt voorbereid behalve naar drie moskeeën: al-Masjid al-Ḥarām, al-Masjid al-Aqṣā en mijn moskee.” (Ṣaḥīḥ al-Bukhārī, Kitāb al-Ṣawm, ḥadīth nr. 1995; Kitāb al-Ṣalāh, ḥadīth nr. 1189; Kitāb al-Ḥajj, ḥadīth nr. 1189).
  • Ḥazrat Ibn ʿAbbās (raḍiyAllāhu ʿanhu) verhaalde dat de Profeet ﷺ zei: “Een vrouw mag niet reizen behalve met een Dhi-Mahram, en geen man kan haar bezoeken behalve in aanwezigheid van een Dhi-Mahram.” Toen een man zei: “Mijn vrouw wil op Ḥajj terwijl ik wil deelnemen aan een veldslag,” antwoordde de Profeet ﷺ: “Ga mee met haar.” (Ṣaḥīḥ al-Bukhārī, Kitāb al-Ḥajj, ḥadīth nr. 1862).
  • Ḥazrat Ibn ʿUmar (raḍiyAllāhu ʿanhu) verhaalde dat de Profeet ﷺ zei: “Een vrouw moet niet op een reis van drie dagen gaan, behalve wanneer zij een Maḥram bij zich heeft.” (Ṣaḥīḥ Muslim, Kitāb al-Ḥajj, ḥadīth nr. 1338).
  • Ḥazrat ʿAbdullāh bin ʿUmar (raḍiyAllāhu ʿanhu) verhaalde dat de Profeet ﷺ zei: “Het is niet rechtmatig voor een vrouw die gelooft in Allāh en het Hiernamaals om op reis te gaan voor meer dan drie nachten, behalve wanneer er een maḥram met haar is.” (Ṣaḥīḥ Muslim, Kitāb al-Ḥajj, ḥadīth nr. 1339).
  • Ḥazrat Abū Saʿīd al-Khuḍrī (raḍiyAllāhu ʿanhu) verhaalde dat de Profeet ﷺ zei: “Een vrouw mag niet een reis beginnen die verder reikt dan drie nachten, tenzij met een Maḥram.” (Ṣaḥīḥ Muslim, Kitāb al-Ḥajj, ḥadīth nr. 1340).
  • Ḥazrat Jābir (raḍiyAllāhu ʿanhu) verhaalde dat de Profeet ﷺ zei: “Geen persoon moet de nacht doorbrengen met een gehuwde vrouw, behalve wanneer hij haar echtgenoot of haar maḥram is.” (Ṣaḥīḥ Muslim, Kitāb al-Nikāḥ, ḥadīth nr. 1341).
  • De Profeet ﷺ zei: “Een vrouw moet niet alleen reizen zonder een maḥram, niemand mag het huis van een vrouw binnengaan tenzij er een maḥram bij haar is.”
    (Ṣaḥīḥ al-Bukhārī, Kitāb al-Ḥajj, ḥadīth nr. 1862; Ṣaḥīḥ Muslim, Kitāb al-Ḥajj, ḥadīth nr. 1341).

Theologische toelichting op de ḥadīth

1. Beschermingsdoel

  • De regel dat een vrouw niet alleen mag reizen zonder maḥram is primair gericht op bescherming van haar persoon, eer en waardigheid.
  • Het gaat niet om het beperken van haar capaciteiten of rechten, maar om het voorkomen van schade, molestatie en misbruik.
  • De maḥram is een permanent verboden huwelijksrelatie (zoals vader, broer, oom, zoon, echtgenoot), waardoor er geen risico is op ongepaste interactie.

2. Juridische basis

  • De ahadīth in zowel Ṣaḥīḥ al-Bukhārī als Ṣaḥīḥ Muslim bevestigen dat een vrouw niet mag reizen zonder maḥram, ongeacht of de reis één dag, twee dagen of drie dagen duurt.
  • Deze variaties in tijdsduur tonen dat de juridische kern niet de lengte van de reis is, maar het principe van begeleiding door een maḥram.

3. Vergelijking met andere beschavingen

  • In andere culturen bestonden ook regels voor begeleiding van vrouwen, maar vaak zonder onderscheid tussen maḥram en niet-maḥram.
  • Dit leidde tot misbruik en verhalen van misleiding, omdat de juridische bescherming niet duidelijk was afgebakend.
  • De islamitische regel maakt dit onderscheid expliciet en verankert bescherming in familiebanden.

4. Filosofische en sociale betekenis

  • Het verbod is geen vernederende beperking, maar een dienst en bescherming.
  • De maḥram geeft voorrang aan de veiligheid en behoeften van de vrouw boven zijn eigen zaken.
  • Dit versterkt de sociale solidariteit en de familiale verantwoordelijkheid.

Kernpunten samengevat

  • Doel: bescherming van eer, waardigheid en veiligheid van de vrouw.
  • Basis: Qur’ān (24:30–31; 33:53) en Ṣaḥīḥ al-Bukhārī / Ṣaḥīḥ Muslim.
  • Maḥram: nauwe bloedverwanten of echtgenoot, permanent verboden tot huwelijk.
  • Geen beperking: het is een regel van zorg en begeleiding, niet van onderdrukking.
  • Vergelijking: andere beschavingen kenden begeleiding, maar zonder onderscheid → risico’s.

Ḥajj is verplicht voor vrije, gezonde, volwassen moslims, indien zij in staat zijn om de kosten en het vervoer te bekostigen, bovenop hun woning en dat wat essentieel is, evenals het onderhoud van hun familie tot het moment van hun terugkeer. De weg moet veilig zijn. Voor een vrouw geldt dat zij Ḥajj moet verrichten met haar maḥram of haar echtgenoot. Het is niet toegestaan voor haar om Ḥajj uit te voeren zonder een van deze twee, indien er tussen haar en Makkah een afstand ligt van drie dagen en nachten reizen.

Theologische toelichting op de ḥadīth

  • Voorwaarden voor verplichting:
    • Vrijheid (geen slaaf).
    • Gezondheid en volwassenheid.
    • Financiële draagkracht (kosten van reis, verblijf, onderhoud van familie).
    • Veiligheid van de reisroute.
  • Specifiek voor vrouwen:
    • Volgens de Ḥanafī-school is de aanwezigheid van een maḥram of echtgenoot een voorwaarde voor de verplichting van Ḥajj.
    • Indien zij geen maḥram heeft, en de afstand tot Makkah drie dagen en nachten bedraagt, is het haar niet toegestaan om Ḥajj te verrichten.
    • Dit is gebaseerd op de ahadīth die verbieden dat een vrouw reist zonder maḥram (zoals vermeld in Ṣaḥīḥ al-Bukhārī en Ṣaḥīḥ Muslim).

1. Qudūrī (Ḥanafī fiqh)

  • Voor een vrouw geldt dat zij Ḥajj verricht met haar maḥram (een man met wie zij permanent niet kan trouwen, zoals vader, broer, zoon) of haar echtgenoot.
  • Het is niet toegestaan voor haar om Ḥajj te verrichten zonder een van deze twee, indien de afstand tot Mekka drie dagen en nachten reizen bedraagt (destijds gerekend per kameel, niet moderne vervoermiddelen). Mukhtaṣar al-Qudūrī.

2. Imām al-Nawāwī (Shāfiʿī fiqh)

  • Al-Nawāwī legt uit dat de betekenis van de regel niet beperkt is tot Ḥajj, maar geldt voor alle reizen: een vrouw mag niet reizen zonder maḥram. al-Majmūʿ Sharḥ al-Muhadhdhab.

3. Bāriqah en Ḥadīqah (Ḥanafī, Mālikī, Ḥanbalī)

  • Het is ḥarām in de drie madhāhib voor een ongehuwde vrouw om drie dagen of langer te reizen zonder haar man of een volwassen, vrome maḥram.
  • Een minderjarige of niet-vrome maḥram geldt niet als geldige begeleider.
  • In de Shāfiʿī-madhhab is er een uitzondering: vrouwen mogen hun verplichte Ḥajj verrichten zonder maḥram, mits zij vergezeld zijn door betrouwbare vrouwen.

4. Hindiyyah, Tahtāwī, Durr al-Mukhtār, Durr al-Muntaqā

  • Deze werken vermelden dat een vrouw kan reizen met een murāhiq (een maḥram familielid van ca. 12 jaar, bijna puberteit).
  • Dit toont dat de leeftijd en volwassenheid van de maḥram een rol spelen in de geldigheid van begeleiding.

5. Kanz al-Daqāʾiq (al-Bazzār)

  • Een ḥadīth wordt geciteerd: “Een vrouw kan niet op Ḥajj gaan zonder dat haar maḥram haar vergezelt.”
  • Dit sluit aan bij de authentieke ahadīth in Ṣaḥīḥ al-Bukhārī en Ṣaḥīḥ Muslim die het reizen zonder maḥram verbieden.

6. Shāfiʿī uitzondering

  • Volgens de Shāfiʿī-madhhab mag een vrouw haar verplichte Ḥajj verrichten zonder maḥram, indien zij reist met twee of meer betrouwbare vrouwen.
  • Indien haar maḥram overlijdt onderweg, mag zij de Shāfiʿī-opinie volgen als excuus.

Vergelijking tussen de vier madhāhib

MadhhabRegel voor vrouwen op Ḥajj zonder maḥramUitzonderingen / toelichting
ḤanafīNiet toegestaan, maḥram of echtgenoot verplichtGebaseerd op afstand (3 dagen/nachten)
MālikīNiet toegestaan, maḥram verplichtGeen uitzondering
ḤanbalīNiet toegestaan, maḥram verplichtGeen uitzondering
ShāfiʿīToegestaan bij verplichte Ḥajj, mits met twee of meer betrouwbare vrouwenExcuseerbaar bij overlijden van maḥram onderweg

Theologische toelichting op de ḥadīth

Het staat op pagina 709 van het boek Ḥadīqah geschreven: “Het is toegestaan om een andere madhhab te imiteren in abdast (rituele wassing) of in ghusl. Om dit te doen moeten de principes van de geïmiteerde madhhab in acht worden genomen. Als alle principes niet zijn waargenomen (toegepast), zal het niet toegestaan zijn om het te imiteren. Het is toegestaan om een andere madhhab te imiteren zelfs nadat je de actie hebt gedaan die niet overeenkomt met je eigen madhhab. Bijvoorbeeld, aan Ḥazrat Abū Yūsuf (student van Imām Abū Ḥanīfah, raḍiyAllāhu ʿanhu), nadat hij een vrijdaggebed had uitgevoerd, werd verteld dat een dode muis werd gezien in de put waar hij zijn wassing had uitgevoerd. Hij zei: ‘Onze ghusl is acceptabel volgens de Shāfiʿī madhhab. Het werd in een ḥadīth verklaard, dat wanneer iets vies wordt vermengd met water dat neerkomt op een kwik, is het niet fout tenzij één van zijn drie eigenschappen is veranderd.’” (Ṣaḥīḥ Muslim, Kitāb al-Ṭahārah, ḥadīth nr. 99).

Duizend pond is 220 kilogram water. Het boek al-Bāriqah, waarin dit punt wordt uitgelegd, zegt dat het toegestaan is om een ander madhhab te imiteren wanneer de noodzaak ervan zich voordoet.

In het boek Durr al-Mukhtār staat aan het eind van hoofdstuk Gebedstijden: “Als er ḍarūrah (dwang, strikte noodzaak) is, mag een andere madhhab worden nagebootst.”

Terwijl hij dit uitlegt, zegt het boek Ibn-e-ʿĀbidīn (auteur van de soenniet Radd al-Muḥtār ʿalā ad-Durr al-Mukhtār): “Een van de twee qaul (conclusies) is hier geschreven. Volgens de tweede qaul, wanneer er ḥaraj (ontbering) is, kan één van de andere drie mazāhib worden nagebootst, ongeacht of er ḍarūrah (noodzaak) is of niet. Dit is de preferente gevolgtrekking. Wanneer er problemen zijn om iets te doen, als je eigen madhhab een manier toont om het gemakkelijk te maken, of als het verontschuldigd is, zal er geen noodzaak zijn om elke andere madhhab te imiteren.”

Het citaat in het boek Husn al-Tanabbuh fī al-Tashabbuh, dat geschreven staat op pagina 211 van het boek Ḥadīqah, is: “Wanneer iemands nafs niet wil doen wat gemakkelijk is, dan is het voor hem nuttig om te handelen volgens een rukhsah (vergunning) van de ʿazīmah (moeilijkheden). Maar dit zou niet moeten leiden tot het zoeken naar rukhsahs, omdat het verzamelen van de gemakkelijkere delen van mazāhib, dat talfiq wordt genoemd, ḥarām is en een daad van het gehoorzamen van de nafs en de Shayṭān.” (Ṣaḥīḥ al-Bukhārī, Kitāb al-ʿIlm, ḥadīth nr. 121; Ṣaḥīḥ Muslim, Kitāb al-Ṣalāh, ḥadīth nr. 522).

In Durr al-Mukhtār staat dat het veranderen van madhhab, en dus voor eigen ego en werelds belang kiezen, voor ḥubb al-dunyā (liefde voor materiële zaken) kan leiden tot het doodgaan als een kāfir (ongelovige).

Een vrouw kan niet op de Ḥajj gaan zonder een maḥram-man om haar te vergezellen. Haar Ḥajj zal worden aanvaard als ze gaat, maar het is ḥarām (Ṣaḥīḥ al-Bukhārī, Kitāb al-Ḥajj, ḥadīth nr. 1862; Ṣaḥīḥ Muslim, Kitāb al-Ḥajj, ḥadīth nr. 1339).

Wanneer zij met haar man (of eeuwig maḥram familielid) gaat, is het ḥarām voor haar om zich bij mannen in een hotel te vervoegen, tijdens de ṭawāf en saʿī, of tijdens het gooien van stenen, wat niet alleen de sawāb (zegen) voor de Ḥajj vernietigt, maar haar ook een ernstige zonde zou opleveren (Qur’ān 24:30–31; Ṣaḥīḥ Muslim, Kitāb al-Ādāb, ḥadīth nr. 2159).

Een vrouw zonder eeuwige maḥram-verwanten stuurt een plaatsvervanger als ze oud is, wanneer ze niet meer kan zien, of wanneer ze een ongeneeslijke ziekte oploopt. Zij stuurt geen plaatsvervanger indien in de laatste zin genoemde gevallen zich niet voordoen (Ṣaḥīḥ al-Bukhārī, Kitāb al-Ḥajj, ḥadīth nr. 1513).

Conform de Ahadīth en Fatāwā kan een vrouw niet alleen op Ḥajj gaan zonder een maḥram om haar te vergezellen. Haar Ḥajj zal worden aanvaard als ze gaat, maar het is ḥarām (Ṣaḥīḥ al-Bukhārī, Kitāb al-Ḥajj, ḥadīth nr. 1862).

Als ze gaat met haar man (of eeuwig maḥram familielid), is het ḥarām voor haar om bij vreemde mannen te komen in een hotel, tijdens de ṭawāf en saʿī, of tijdens het werpen van stenen, wat niet alleen de sawāb (zegen) voor Ḥajj zou vernietigen maar ook haar een ernstige zonde zou opleveren (Qur’ān 33:53).

Oplossingen

Een vrouw zonder eeuwig maḥram-verwanten stuurt een plaatsvervanger (Ṣaḥīḥ al-Bukhārī, Kitāb al-Ḥajj, ḥadīth nr. 1513).

Als een vrouw die niet beschikt over een man of een maḥram op een lange reis wil gaan zoals op Ḥajj noodzakelijk is geworden, kan zij een man voorwaardelijk huwen (Ṣaḥīḥ Muslim, Kitāb al-Nikāḥ, ḥadīth nr. 1400).

Het wordt gezien uit deze voorbeelden dat de critici van de Islam, die zeggen dat in Islam slechts de mannen het recht op scheiding hebben of dat vrouwen speelbal zijn in de handen van mannen, heel verkeerd zijn. Zij weten niets over Islam. Deze leugens en smaad met hun valse kritieken en beweringen vervreemden jongeren van de Islam (Qur’ān 33:36).

  • Al-Bazzār, A. (1995). Musnad al-Bazzār. Al-Maktab al-Islāmī.
  • Al-Bukhārī, M. I. (2002). Ṣaḥīḥ al-Bukhārī (Vol. 1–9). Dār Ṭawq al-Najāh.
  • Al-Ḥaṣkafī, A. ibn A. (n.d.). Durr al-Mukhtār. Klassiek Ḥanafī-fiqh werk.
  • Al-Ḥadīqah. (n.d.). Klassiek fiqh-werk.
  • Al-Bāriqah. (n.d.). Klassiek fiqh-werk.
  • Al-Nawāwī, Y. ibn S. (1996). al-Majmūʿ Sharḥ al-Muhadhdhab. Dār al-Fikr.
  • Al-Qudūrī, A. ibn A. (n.d.). Mukhtaṣar al-Qudūrī. Klassiek Ḥanafī-fiqh handboek.
  • Fatāwā compilaties: Riyad-un-Nasihin, Niʿmat-e-Islam, Bahr al-Fatāwā, Ali Efendi, al-Bāriqah, al-Ḥadīqah, Hindiyyah, Tahtāwī, Durr al-Mukhtār, Durr al-Muntaqā.
  • Husn al-Tanabbuh fī al-Tashabbuh. (n.d.). Klassiek fiqh-werk.
  • Ibn ʿĀbidīn, M. A. (1992). Radd al-Muḥtār ʿalā ad-Durr al-Mukhtār. Dār al-Fikr.
  • Muslim ibn al-Ḥajjāj. (2006). Ṣaḥīḥ Muslim (Vol. 1–5). Dār al-Taʿṣīl.
  • Al-Qur’ān. (n.d.). Al-Qur’ān al-Karīm. Madīnah: King Fahd Complex for the Printing of the Holy Qur’ān.
  • Qur’ān 4:22–24 (verboden huwelijken en maḥram-relaties).
  • Qur’ān 24:30–31 (gebod tot kuisheid en het neerslaan van de blik).
  • Qur’ān 33:53 (regel van ḥijāb en omgang met vrouwen).
  • Qur’ān 33:55 (uitzonderingen voor maḥram-relaties).
  • Qur’ān 33:36 (gehoorzaamheid aan Allāh en Zijn Boodschapper ﷺ).
  • Qur’ān 17:32 (verbod op ontucht).

Lees ook Hajj & Umrah >>>


Translate »
error: Content is protected !!