Voorwoord
In dit werk van Ālāḥazrat heb ik (Tangali) Heilige Qur’ān‑verzen, Aḥadīth en andere werken geraadpleegd en ingevoegd, met waar nodig een toelichting uit mijn genoten academische opleidingen met wetenschappelijke visie voor een didactisch begrip voor studenten van de Raza Sharīʿah & Sufi School. Ook heb ik de lange tekst ingedeeld in hoofdstukken en van een titel voorzien. Tot slot heb ik de bronnenlijst conform APA‑7 ingevoegd.
Wat de moderne theorie over de rotatie van de aarde om zijn denkbeeldige as zegt, werd op de prof. dr. Anṣārī‑basisschool in Paramaribo ook tijdens aardrijkskunde verteld. Op dat moment was ik 9 jaar oud en dacht, terwijl ik naar huis liep: als ik spring en de aarde draait, dan kom ik zelf wel thuis aan zonder te hebben gelopen, maar helaas, ik viel op dezelfde plaats. Toen ging ik op een verhoging staan en sprong, maar zonder resultaat. Een andere keer vertelde de leraar dat de aarde rond is, dus ging ik graven om te zien wat aan de andere kant van de aardbol is, maar ik stopte met graven, want het duurde te lang.
Inleiding
De aarde beweegt voortdurend om zijn eigen as en ook rond de zon, die stilstaat (Copernicus, 1543; Kepler, 1609; Galileo, 1632). Deze theorie, aangehangen door Copernicus, Kepler en Galileo, heeft in de hele wereld aan populariteit gewonnen (Kuhn, 1957). De theorie zegt dat de snelheid van de rotatie van de aarde 1.036 mijl per uur is, dus 17,26 mijl per minuut, dat wil zeggen 30.389 meter per minuut of 506,4 meter per seconde (NASA, 2024). Tegen deze theorie zou niemand spreken (Kuhn, 1957).
Wetenschappelijke toelichting
- De rotatiesnelheid van de aarde (± 1.036 mph aan de evenaar) is afkomstig uit NASA‑gegevens, die internationaal als primaire bron gelden. Echter, Ālāḥazrat beweert op basis van de Sharīʿah dat de aarde stil staat en niet draait om zijn as zoals ik die bij het vak aardrijkskunde heb geleerd. Hierover heeft Ālāḥazrat een meesterwerk geschreven die ik nog ga vertalen: Nuzūl-e-Āyat-e-Furqān Besukoon-e-Zameen-o-Asman” van Ālāḥazrat geschreven in 1339 AH en gepubliceerd door Raza Academy, Bombay.
De drie klassieke werken van Copernicus, Kepler en Galileo zijn de authentieke primaire bronnen van de heliocentrische theorie. - Kuhn (1957) is een standaardwerk dat de wereldwijde acceptatie van het heliocentrische historisch documenteert.
Het Islamitische Principe van de Stationaire Aarde
Het was Ālāḥazrat die heeft uitgedaagd en verklaard: “Het islamitische principe is dat de hemel en de aarde stationair zijn en de planeten draaien. Het is de zon die rond de aarde beweegt, maar niet de aarde die rond de zon beweegt.” (Ālāḥazrat, 1920). Met het oog op het onderbouwen van zijn bewering heeft Ālāḥazrat argumenten op twee niveaus aangedragen. Ten eerste citeerde hij een aantal verzen uit de Heilige Qur’ān en uit de Hadith. De vertaling van een aantal wordt hieronder gegeven: (Ālāḥazrat, 1920)
- De beweging van zon en maan is conform een cyclus. (Qur’ān 55:5)
- De zon en de maan bewegen binnen een cirkel. (Qur’ān 21:33)
- De maan en de zon werden voor u onderworpen, die voortdurend in beweging zijn. (Qur’ān 14:33; Qur’ān 35:13)
ٱلشَّمْسُ وَٱلْقَمَرُ بِحُسْبَانٍ
“De zon en de maan doorlopen hun banen volgens het plan.” (Qur’ān 55:5)
وَهُوَ ٱلَّذِي خَلَقَ ٱلْلَّيْلَ وَٱلنَّهَارَ وَٱلشَّمْسَ وَٱلْقَمَرَ كُلٌّ فِي فَلَكٍ يَسْبَحُونَ
“En Wij hebben de hemel gemaakt tot een welbeschermd dak; niettemin wenden zij zich af van deze tekenen.” (Qur’ān 21:33)
وَسَخَّر لَكُمُ ٱلشَّمْسَ وَٱلْقَمَرَ دَآئِبَينَ وَسَخَّرَ لَكُمُ ٱلَّيلَ وَٱلنَّهَارَ
“En Hij heeft ook de zon en de maan, die beiden hun werk voortdurend verrichten alsmede de nacht en de dag in uw dienst gesteld.” (Qur’ān 14:33)
يُولِجُ ٱلْلَّيْلَ فِي ٱلنَّهَارِ وَيُولِجُ ٱلنَّهَارَ فِي ٱلْلَّيْلِ وَسَخَّرَ ٱلشَّمْسَ وَٱلْقَمَرَ كُلٌّ يَجْرِي لأَجَلٍ مُّسَمًّى ذَلِكُمُ ٱللَّهُ رَبُّكُمْ لَهُ ٱلْمُلْكُ وَٱلَّذِينَ تَدْعُونَ مِن دُونِهِ مَا يَمْلِكُونَ مِن قِطْمِيرٍ
“Hij dompelt de nacht in de dag en de dag in de nacht. En Hij heeft de zon en de maan in dienst gesteld; elk volgt haar baan, voor een vastgestelde termijn. Alzo is Allāh, uw Heer, van Hem is het Koninkrijk en zij, die gij buiten Hem aanroept, bezitten niets.” (Qur’ān 35:13). Het is dus duidelijk dat de zon beweegt, en het is verplicht voor elke moslim om het te geloven, want het is wat Allāh Ta’ālā verordent ons te geloven. (Qur’ān 21:33; Qur’ān 55:5)
In het licht van de Heilige Qur’ān en de Aḥādīth is de theorie van de rotatie van de aarde absoluut incorrect. (Ālāḥazrat, 1920) Dergelijke argumenten waren meer dan genoeg voor de moslims alleen. Voor anderen heeft Ālāḥazrat een aantal argumenten gepresenteerd op basis van wetenschappelijke kennis, technische kennis en anderszins. (Ālāḥazrat, 1920). Ālāḥazrat schreef verschillende boeken over dit onderwerp. In 1920 presenteerde hij zijn boek Fauz-e-Mobīn Dar Radd-i-Harkat-e-Zameen, dat gepubliceerd werd door Idāra Sunny Dunya, Saudagran, Bareilly. Dit boek bevat 105 argumenten, tientallen schema’s en veel berekeningen in het weerleggen van de genoemde theorie van de modernisten. (Ālāḥazrat, 1920). Van de 105 aangevoerde argumenten geef ik hieronder de lijst van slechts vijf logische en axiomatische (vanzelfsprekende, duidelijk zonder bewijs of argumenten) argumenten die vrij eenvoudig zijn te begrijpen en die kunnen worden begrepen door iemand van gemiddelde intelligentie. (Ālāḥazrat, 1920)
Tekstuele argumenten uit Qur’ān en Sunnah
De beweging van zon en maan is volgens de Qur’ān aan berekening en orde onderworpen: “De zon en de maan volgen een nauwkeurige berekening.” (Qur’ān 55:5). “En Hij is Degene Die de nacht en de dag heeft geschapen, en de zon en de maan; allen zweven in een baan.” (Qur’ān 21:33). Ook wordt vermeld dat de zon en de maan aan de mens zijn onderworpen en voortdurend bewegen tot een vastgestelde termijn: “En Hij heeft voor u de zon en de maan onderworpen, beide voortdurend in hun loop.” (Qur’ān 14:33; vgl. 35:13)
Wat de Aḥadīth betreft, wordt overgeleverd dat de Profeet ﷺ zei:
حَدَّثَنَا قُتَيْبَةُ بْنُ سَعِيدٍ، قَالَ حَدَّثَنَا حَمَّادُ بْنُ زَيْدٍ، عَنْ يُونُسَ، عَنِ الْحَسَنِ، عَنْ أَبِي بَكْرَةَ، قَالَ قَالَ رَسُولُ اللَّهِ ﷺ:
“إِنَّ الشَّمْسَ وَالْقَمَرَ آيَتَانِ مِنْ آيَاتِ اللَّهِ، لَا يَنْكَسِفَانِ لِمَوْتِ أَحَدٍ، وَلَكِنَّ اللَّهَ تَعَالَى يُخَوِّفُ بِهِمَا عِبَادَهُ.”
“De zon en de maan zijn twee van de tekenen van Allāh, waarmee Allāh Zijn dienaren doet vrezen. Zij raken niet in eclips door de dood van iemand. Wanneer jullie dus iets daarvan zien, verricht dan gebed en doe smeekbede totdat het ophoudt.” (Ṣaḥīḥ al-Bukhārī, Boek 11, Hadith 1048; Ṣaḥīḥ Muslim, Boek 6, Hadith 901)
Deze teksten worden door Ālāḥazrat gebruikt als ondersteuning voor zijn stelling dat de zon beweegt en dat een moslim gehouden is dat te geloven zoals het in de openbaring is vermeld. (Ālāḥazrat, 1920)
Rationele argumenten tegen de rotatie van de aarde
Eerste argument: De recht omhoog geworpen steen
Als er een zware steen rechtop omhoog wordt gegooid, valt deze op dezelfde plaats waar de steen omhoog werd gegooid, terwijl volgens de moderne theorie van de beweging van de aarde om haar denkbeeldige as dat niet zou moeten gebeuren. (Ālāḥazrat, 1920). Conform de moderne theorie: als de aarde beweegt naar het oosten, dan zou de steen vallen in het westen, omdat gedurende de tijd van het omhooggaan en het neervallen de plaats van de aarde waar de steen werd gegooid, door de beweging van de aarde zou draaien in de richting van het oosten. (Ālāḥazrat, 1920). Voorbeeld: het proces van de steen naar boven gooien en vallen nam een tijd van 5 seconden in beslag, dan is volgens de genoemde snelheid van de beweging van de aarde, dat wil zeggen 506,4 meter per seconde, de aarde in de richting van het oosten gedraaid met 2.532 meter, dus ongeveer anderhalf mijl. (NASA, 2024; Ālāḥazrat, 1920) Dit betekent met andere woorden dat de steen zou moeten vallen in het westen van die plaats (de plaats waar de steen omhoog werd gegooid) op een afstand van ongeveer anderhalf mijl, maar in werkelijkheid valt de steen op dezelfde plaats waar deze was opgeworpen. Dit voorbeeld toont aan dat de genoemde moderne theorie van de beweging van de aarde om haar denkbeeldige as niet correct is. (Ālāḥazrat, 1920)
Tweede argument: Twee stenen naar oost en west
Als twee stenen op hetzelfde moment met dezelfde kracht worden weggegooid, één naar het oosten en de andere naar het westen, dan moeten de weggegooide stenen conform de moderne theorie in de richting van het westen 519 yards (506,4 meter) sneller lijken te gaan en de steen naar het oosten erg langzaam. (Ālāḥazrat, 1920). Stel dat de kracht waarmee de stenen gegooid worden 19 meter is binnen drie seconden, dan moeten de betreffende stenen in het oosten en het westen op een afstand van 19 meter neervallen. (Ālāḥazrat, 1920). Volgens de moderne theorie zou de steen die naar het westen is gegooid de afstand overbruggen in drie seconden en de plaats van waar de steen werd gegooid voorbij glippen naar het oosten met 1.519 meter (506,4 meter). (Ālāḥazrat, 1920). Op deze manier moet de steen neervallen op een afstand van 1.519 + 19 = 1.538 meter, terwijl hij eigenlijk alleen zou neervallen op een afstand van 19 meter. Ook moet de andere steen die gegooid is naar het oosten neervallen in het westen op een afstand van 1.519 − 19 = 1.500 meter, terwijl hij eigenlijk in het oosten zou vallen op een afstand van slechts 19 meter. Dit toont aan dat de genoemde theorie van de beweging van de aarde verkeerd is. (Ālāḥazrat, 1920)
Derde argument: Twee vogels met gelijke snelheid
Stel dat twee vogels van een boom wegvliegen met gelijke snelheid en voor gelijke afstand; één van hen vliegt met een snelheid die gelijk is aan de bewegingssnelheid van de aarde (zij vliegen met een snelheid van 1.036 mijl per uur). (Ālāḥazrat, 1920). Volgens het genoemde principe van de moderne theorie moet de vogel die naar het westen vliegt een snelheid hebben van 1.036 + 1.036 = 2.072 mijl per uur (dat is haar eigen snelheid toegevoegd aan de snelheid van de beweging van de aarde), terwijl de vogel die naar het oosten vliegt niet in staat zou zijn om zelfs maar te verroeren, aangezien de snelheid na het aanpassen met de snelheid van de beweging van de aarde (beide zijn gelijk) nul zou worden. (Ālāḥazrat, 1920)
Integendeel, wat eigenlijk gebeurt is dat de vogel die naar het oosten vliegt, in het oosten aankomt op een afstand van 1.036 mijl gedurende een uur, en de vogel die naar het westen vliegt, in het westen aankomt op een afstand van 1.036 mijl. Dit toont aan dat de genoemde theorie van de beweging van de aarde verkeerd is. (Ālāḥazrat, 1920)
Een vogel die de abnormale snelheid van de vlucht van 1.036 mijl per uur heeft, is alleen verondersteld om evenwijdig aan de bewegingssnelheid van de aarde te bewegen en eenvoudig te bewijzen dat volgens deze moderne theorie de vogel die richting oosten vliegt niet in staat zou zijn om op enige willekeurige afstand te komen, zelfs niet als deze de snelheid zou bereiken van een vliegtuig met een snelheid van 1.036 mijl per uur. (Ālāḥazrat, 1920)
Vierde argument: De pijl en de bewegende aarde
Als het de bedoeling is een vogel te doden op een afstand van 10 meter in de lucht op een bepaalde plaats en het duurt twee seconden voor het rijgen van de boog en het schieten van de pijl, dan zal tegen de tijd dat de pijl is geschoten die bepaalde plaats in de lucht zijn weggedraaid binnen deze twee seconden. (Ālāḥazrat, 1920)
Op een afstand van 1.036 meter met een snelheid van 506,4 meter per seconde is de snelheid van de beweging van de aarde hoog, en daardoor kan de pijl het doel nooit bereiken, terwijl kan worden aangenomen dat de pijl het doel zou raken. Dit toont aan dat de theorie van de beweging van de aarde verkeerd is. (NASA, 2024; Ālāḥazrat, 1920)
Vijfde argument: De vogel en het nest
Als een vogel op een pilaar zit op slechts de afstand van een meter van zijn nest, zelfs dan kan de vogel het nest nooit bereiken, want om het nest te bereiken zal de vogel moeten vliegen hetzij voor een seconde of een deel daarvan. (Ālāḥazrat, 1920)
Het feit is dat de vogel nooit de snelheid van 1.036 mijl per uur kan overtreffen, waarvan wordt gezegd dat het de bewegingssnelheid van de aarde is. Dit toont aan dat de theorie van de beweging van de aarde verkeerd is. (Ālāḥazrat, 1920)
Hebt u nog meer argumenten nodig? Ga dan denken over (de snelheid van) het vliegtuig, geweer, kanon, raketten, enzovoort. (Ālāḥazrat, 1920)
Slotopmerking binnen islamitisch kader
Binnen dit betoog worden rationele redeneringen gekoppeld aan een vooraf aangenomen islamitisch principe over de stationaire aarde en de beweging van de zon, ondersteund door geselecteerde Qur’ān‑verzen en Aḥadīth. (Ālāḥazrat, 1920; Qur’ān 21:33; Qur’ān 55:5; Ṣaḥīḥ al-Bukhārī, Boek 11, Hadith 1048; Ṣaḥīḥ Muslim, Boek 6, Hadith 901)
Besluit
Op basis van de aangehaalde Qur’ān‑verzen, Aḥadīth en de argumenten die Ālāḥazrat heeft uiteengezet, kan worden vastgesteld dat zijn benadering een samenhangend geheel vormt waarin religieuze bronnen en rationele redeneringen elkaar aanvullen. Zijn weerlegging van de moderne theorie over de rotatie van de aarde is opgebouwd vanuit een islamitisch uitgangspunt, waarbij openbaring als primaire bron wordt genomen en vervolgens wordt ondersteund met logische voorbeelden die voor een breed publiek begrijpelijk zijn.
De door hem gebruikte argumenten – zowel tekstueel als rationeel – tonen aan dat hij niet slechts een religieus geleerde was, maar ook iemand die zich intensief bezighield met natuurkundige vraagstukken en deze toegankelijk wist te maken voor de gewone student. Het feit dat hij het aandurfde om gevestigde wetenschappelijke namen zoals Copernicus, Kepler, Galileo en Newton uit te dagen, benadrukt zijn intellectuele zelfvertrouwen en zijn vermogen om complexe onderwerpen te analyseren vanuit een eigen methodologisch kader.
Voor de Ulamā, Aʾimmah en studenten van de Raza Sharīʿah & Sufi School biedt dit werk een waardevolle casus om te zien hoe klassieke islamitische geleerden religieuze teksten, rationele argumentatie en maatschappelijke vraagstukken met elkaar verbonden. Het toont tevens het belang van kritisch denken, brongebruik en methodische opbouw in academisch werk. Daarmee vormt dit document niet alleen een historische analyse, maar ook een didactisch instrument dat uitnodigt tot verdere studie, reflectie en verdieping.
Bronnen
- Ālāḥazrat. (1920). Fauz-e-Mobīn Dar Radd-i-Harkat-e-Zameen. Idāra Sunny Dunya.
- Copernicus, N. (1543). De revolutionibus orbium coelestium [On the revolutions of the heavenly spheres]. Johannes Petreius.
- Galilei, G. (1632). Dialogo sopra i due massimi sistemi del mondo [Dialogue concerning the two chief world systems]. Landini.
- Kepler, J. (1609). Astronomia nova [The new astronomy]. Mohr.
- Kuhn, T. S. (1957). The Copernican revolution: Planetary astronomy in the development of Western thought. Harvard University Press.
- NASA. (2024). Earth fact sheet: Rotation and orbital characteristics. National Aeronautics and Space Administration.
- Qur’ān 14:33, Qur’ān 21:33, Qur’ān 35:13, Qur’ān 55:5.
- Ṣaḥīḥ al‑Bukhārī. (z.j.). Ṣaḥīḥ al‑Bukhārī, Boek 11, Hadith 1048.
- Ṣaḥīḥ Muslim. (z.j.). Ṣaḥīḥ Muslim, Boek 6, Hadith 901.
