Yā RasoolAllāh, Yā WaliAllāh en Yā Mushkil Khusha

Vragen gesteld op 3 Rabi-ul-Akhir 1320 Hijri aan Alahazrat of het is toegestaan ​​om “Yā RasoolAllāh, Yā Walī Allāh en Yā Ali Mushkil Khusha” te zeggen in tijden van nood? Is het toegestaan ​​of niet om hulp te zoeken bij de profeten en heiligen?

Beantwoording in Ahkām-e-Shari’ah door Imām-e-Ahle Sunnah Alahazrat Imām Ahmad Raza Khan al-Qādri (radi Allāhu ‘Anhu)

Het is toegestaan ​​zolang je ze accepteert als de dienaren van Allāh Ta’ālā, als wasila (medium) in het Hof van Allāh en volledig accepteert dat ze gezegend zijn met deze uitmuntendheid door de toestemming en de Wil van Allāh. Men moet volledig vertrouwen hebben in het feit, dat zelfs zonder de Wil van Allāh zelfs één atoom niet kan bewegen. En zonder twijfel is dit het geloof van elke moslim. Tegenover dit gedachtengoed, over de moslims, is het om hen valselijk te beschuldigen, wat zelf harām is. Zonder de Wil van Allāh, kan niemand zelfs een korrel geven, kan men geen enkel alfabet horen en kan men niet eens één keer met de ogen knipperen. Nu, ongetwijfeld, om de heiligen oprecht te roepen en dit oprecht te geloven, is volledig toegestaan. Dit is duidelijk gebleken uit de Hadith van Jām-e-Tirmizi, enz. Dat de Heilige Profeet ﷺ heeft zelf de volgende du’ā aan een blinde gedoceerd. Hij zei dat de blinde na namāz moest lezen: “Yā RasoolAllāh ﷺ, ik richt mijn aandacht op mijn Schepper door de wasila van Huzoor ﷺ in het zoeken naar wat ik wens, zodat deze behoefte van mij is voldaan.”

In sommige hadīth is bovenstaande als volgt verteld: “Zodat de Profeet deze behoefte van mij kan vervullen.” De blinde persoon deed deze du’ā en was onmiddellijk in staat om te zien.

Het is in de Hadith van Tabrānī, enz., dat in de tijd van Hazrat Usman-e-Ghani (radi Allāhu ‘Anhu) een metgezel genaamd Hazrat Usman bin Hanif (radi Allāhu ‘Anhu) deze du’ā gaf aan een Sahābi of Tābi’īn om te reciteren. Na namāz deed hij du’ā: “Yā RasoolAllāh ﷺ ik richt mijn aandacht op Allāh, terwijl ik de Profeet ﷺ mijn wasila maakte.” Ook zijn behoefte werd vervuld. Dus, de Ulema-e-Kirām zeiden dat dit effectief was in het hebben van de behoeften van de mens.

Het is ook als volgt in de Hadith: “Wanneer u wilt oproepen en hulp wilt vragen, dan zegt u dit: “Help mij, dienaren van Allāh.”

Het is in Fatāwa Khairiah staat een oproep als volgt: “Yā Sheikh Abdul Qādir Jilāni Shai-an-Lil’lāh.” Welke reden is er om het te verbieden?

Deze nederige dienaar (Alahazrat) heeft een boekje geschreven over dit onderwerp met de naam “Anwār-ul-Intiba Fi Hāli Nida Yā RasoolAllāh ﷺ”. Lees dit boekje door en u zult heel duidelijk merken dat de Ulema en de vromen in elk tijdperk en elke keer altijd hebben gevraagd om hulp van de geliefden van Allāh in tijden van moeilijkheden. Volgens de Wahhābis zouden alle vrome dienaren van Allāh vanaf de tijd van de Sahāba worden gemerkt als mushrik (Allāh Verbiedt). Wa Lā Hawla wa Lā Quwwata il’la bi’llāhi Aliyil Azīm.

Blijf scherp, deel dit.
Translate »
error: Content is protected !!