Auteurstoelichting
Ik heb dit artikel uitgebreid op 26-9-2026 met nieuwe feiten en bewijsvoering uit de wetgeving van zowel Nederland als Pakistan. De eerste versie dateert van januari 2002, naar aanleiding van een toespraak in december 2001 van mijn Murshid, Shaykh al‑Kāmil Maulana Shāh Ahmad Noorani Siddiqui ʿalayhi al‑Raḥmāh, in Masjid Taibah te Amsterdam. Op die avond droeg hij een spierwitte, lange mantel. Verder heb ik, waar nodig, verzen uit de Heilige Qur’ān ingevoegd en een theologische toelichting gegeven.
Inleiding Tā’wiz winkel
Een Tā’wiz (talisman of amulet) is een hulpmiddel dat dient ter bescherming tegen ziekten, problemen, zwarte magie en soortgelijke negatieve invloeden. Het fungeert daarnaast als een gelukbrenger. Niet iedereen kan of mag een Tā’wiz schrijven; het schrijven ervan is gebonden aan de vroomheid en de diepgaande mystieke staat van de schrijver. Hoe vromer de persoon, hoe sterker de werking van de Tā’wiz zal zijn. In de materiële wereld zien wij echter dat veel ‘Ulema’ en zogenaamde soefi’s van het schrijven van Tā’wiz een beroep hebben gemaakt. Dit gaat niet vanzelf, integendeel: de meesten vragen aanzienlijke bedragen voor het vervaardigen ervan. Sommigen beweren dat het vragen van geld toegestaan is omdat een Ṣaḥābī (raḍiyAllāhu ʿanhu) dieren had gekregen. Dit is een misinterpretatie die voortkomt uit materiële gierigheid in het hart. De Nafs‑e‑Ammārah is dan niet gedood, en wanneer zulke personen overlijden worden zij desondanks verheven tot Walī.
Hazrat Abū Saʿīd al‑Khudri vertelt dat een groep Ṣaḥābah (raḍiyAllāhu ʿanhum) op reis was en bij een Arabische stam verbleef die hen niet wilde ontvangen. De stamleider werd vervolgens gebeten door een slang (of gestoken door een schorpioen). De mensen vroegen de Ṣaḥābah om hulp: De Ṣaḥābah zeiden: “Jullie weigerden ons te ontvangen, dus wij zullen hem niet behandelen tenzij jullie ons ervoor betalen.” Zij kwamen overeen om een kudde schapen als betaling te geven. Een van de Ṣaḥābah verrichtte ruqyah door Surah al‑Fātiha te reciteren, zijn speeksel te verzamelen en op de wond te spuwen. De man werd volledig genezen. De Ṣaḥābah wilden de schapen niet aannemen voordat zij de Profeet ﷺ hadden gevraagd of dit toegestaan was. Toen zij het verhaal vertelden: De Profeet ﷺ glimlachte en zei: “Hoe wist je dat al‑Fātiha een ruqyah is? Neem de schapen, en geef mij ook een aandeel.” Saḥih Al-Bukhārī, Boek 76 (Kitāb al‑Ṭibb – Het Boek van Geneeskunde).
Ik (Tangali) geef hier een Sunni juridisch-theologische uitleg over de Hadith van Abū Saʿīd al‑Khudri (raḍiyAllāhu ʿanhu) en de Nederlandse belastingwet
Wat gebeurde er in de ḥadith? (juridisch relevant)
- Een Ṣaḥābī verrichtte ruqyah met Surah al‑Fātiha.
- De patiënt werd genezen.
- De stam gaf schapen als betaling.
- De Profeet ﷺ keurde het ontvangen van betaling goed.
Dit betekent: Het is religieus toegestaan om een vergoeding te ontvangen voor ruqyah. Maar dat is religieuze wetgeving, geen Nederlandse fiscale wetgeving.
De ḥadith van Abū Saʿīd al‑Khudri (raḍiyAllāhu ʿanhu) laat zien dat het religieus toegestaan is om een vergoeding te ontvangen voor ruqyah, omdat de Ṣaḥābī na het genezen van een man die door een slang was gebeten een kudde schapen kregen en de Profeet ﷺ dit goedkeurde. In het Nederlandse belastingrecht verandert dit echter niets: ruqyah of vergelijkbare spirituele handelingen blijven fiscaal gewoon diensten. Wie hiervoor betaald wordt, moet dit als inkomen opgeven en valt in principe onder de btw‑plicht, tenzij een vrijstelling zoals de KOR van toepassing is. De belastingwet kijkt uitsluitend naar economische activiteit, niet naar religieuze legitimiteit.
Wat zegt de belastingwetgeving?
Volgens de Nederlandse belastingwet wordt het dagelijks geven van Tā’wiz tegen betaling gezien als een dienst. Dat betekent dat je ondernemer voor de btw kunt zijn en dat je btw moet afdragen, tenzij je onder een vrijstelling valt zoals de Kleineondernemersregeling (KOR). De Belastingdienst maakt géén religieuze uitzonderingen: een spirituele, religieuze of mystieke dienst blijft fiscaal gewoon een “dienst”. Hieronder volgt een volledig, fiscaal-juridisch correcte uitleg.
Wordt Tā’wiz geven gezien als een “dienst” volgens de Belastingdienst?
Ja. De Belastingdienst definieert een dienst als alles waarvoor je wordt betaald en dat geen levering van goederen is. Dit omvat o.a. advies, begeleiding, rituelen, spirituele hulp, coaching, enzovoort. De Belastingdienst zegt letterlijk dat je een dienst levert wanneer je wordt betaald voor een activiteit die geen goederenlevering is .
Een Tā’wiz is geen fysiek product dat je verkoopt (tenzij je het als object verkoopt), maar vooral een spirituele handeling. Dat valt onder “dienst”.
Moet je btw betalen over Tā’wiz‑diensten?
Ja, tenzij je onder een vrijstelling valt. De Wet op de Omzetbelasting 1968 bepaalt dat diensten btw‑plichtig zijn, tenzij ze onder een specifieke vrijstelling vallen (zoals medische zorg, onderwijs, KOR, etc.). Spirituele diensten vallen niet onder een vrijstelling. De standaard btw‑tarief is 21% voor diensten . Als je minder dan €20.000 omzet per jaar hebt, kun je kiezen voor de KOR. Dan hoef je geen btw te rekenen en geen btw‑aangifte te doen.
Moet de tawīz verkoper inschrijven bij de KvK?
Ja, als je structureel Tā’wiz‑diensten aanbiedt en daarvoor geld vragen en ontvangen. De Belastingdienst hanteert drie criteria voor ondernemerschap: je vraagt geld; je hebt meerdere klanten; je werkt regelmatig en met continuïteit. Dagelijks Tā’wiz geven tegen betaling voldoet hieraan, dus ondernemerschap met btw‑plicht.
Wat als je het “donatie” noemt?
Donaties zijn alleen belastingvrij wanneer ze vrijwillig zijn, niet gekoppeld aan een tegenprestatie, en je een ANBI‑status hebt. Als iemand geld geeft omdat jij een Tā’wiz maakt, is het géén donatie maar een betaling voor een dienst met gevolg btw‑plicht.
Kortom, wat zegt de Nederlandse belastingwet?
- Tā’wiz geven tegen betaling = dienst.
- Diensten zijn btw‑plichtig (21%).
- Je moet je inschrijven bij de KvK als je dit structureel doet.
- Je moet btw‑aangifte doen, tenzij je kiest voor de KOR (< €20.000 omzet).
- “Donaties” tellen niet als donaties wanneer er een tegenprestatie is.
- De belastingwet maakt géén religieuze uitzonderingen.
Verschil tussen Tā’wiz en Ruqyah (Sharīʿah vs. Ghayr‑Sharīʿah)
Allāh Ta’ālā openbaart dat Allah genezing geeft via Zijn Woord. Dit is de basis van ruqyah. De Qur’ān noemt géén tawīz (amulet) en keurt het dragen van objecten als bescherming af wanneer het leidt tot tawakkul op iets anders dan Allāh Ta’ālā.
وَنُنَزِّلُ مِنَ ٱلْقُرْآنِ مَا هُوَ شِفَآءٌ وَرَحْمَةٌ لِّلْمُؤْمِنِينَ وَلاَ يَزِيدُ ٱلظَّالِمِينَ إَلاَّ خَسَاراً
“En van de Qur’ān openbaren Wij hetgeen een geneesmiddel en een genade is voor de gelovigen; doch voor de onrechtvaardigen vergroot het slechts het verlies.” Surah al-Isrā (de nachtelijke tocht), H17, vers 82
وَلَوْ جَعَلْنَاهُ قُرْآناً أعْجَمِيّاً لَّقَالُواْ لَوْلاَ فُصِّلَتْ آيَاتُهُ ءَاعْجَمِيٌّ وَعَرَبِيٌّ قُلْ هُوَ لِلَّذِينَ آمَنُواْ هُدًى وَشِفَآءٌ وَٱلَّذِينَ لاَ يُؤْمِنُونَ فِيۤ آذَانِهِمْ وَقْرٌ وَهُوَ عَلَيْهِمْ عَمًى أُوْلَـٰئِكَ يُنَادَوْنَ مِن مَّكَانٍ بَعِيدٍ “
Indien Wij deze Qur’ān in een vreemde taal hadden gegeven, zouden zij zeker hebben gezegd: “Waarom zijn Zijn verzen niet duidelijk gemaakt? Is Arabisch en niet-Arabisch gelijk?” Zeg: “Het is een leiding en een genezing voor de gelovigen.” Maar de ongelovigen hebben doofheid in hun oren en het is duister voor hen. Zij worden aangeroepen vanaf een verre plaats.” Surah Fussilat (duidelijk uitgelegd/ volledig uiteengezet), H41, vers 44
Theologische toelichting
Gebaseerd op de klassieke bronnen (al‑Ṭabarī, al‑Qurṭubī, Ibn Kathīr, al‑Baghawī), en op de context die in de bronnen hierboven wordt weergegeven.
A. Hun bezwaar: “Waarom niet‑Arabisch?”
De ongelovigen zeggen: Als de Qur’ān niet‑Arabisch zou zijn, zouden zij klagen dat de verzen niet duidelijk zijn uitgelegd. Als de Qur’ān wél Arabisch is, klagen zij dat het van een mens komt. Hun houding is dus: geen enkele vorm van openbaring wordt geaccepteerd. Dit is pure koppigheid, geen intellectuele vraag.
B. De retorische vraag: “Niet‑Arabisch boek en Arabische profeet?”
De vraag is spottend bedoeld: Hoe kan een niet‑Arabische openbaring komen via een Arabische profeet (profeet Mohammed ﷺ)? De bedoeling is niet een echte vraag, maar een ontkenning van de openbaring.
C. Allāh’s antwoord: Qur’ān is huda (leiding) en Shifā (genezing)
Voor de gelovigen is de Qur’ān:
- hidāyah: leiding, richting, helderheid
- shifāʾ: genezing van onwetendheid, twijfel, spirituele ziekten
Voor de ongelovigen is de Qur’ān:
- alsof er doofheid in hun oren zit
- alsof er blindheid over hun ogen ligt
- alsof zij worden toegeroepen vanaf een verre plaats: ze horen het niet, begrijpen het niet, en reageren niet.
D. De beeldspraak van “verre plaats”
De klassieke mufassirūn leggen uit: Het is alsof iemand van heel ver wordt geroepen: hij hoort de woorden niet, begrijpt ze niet, en reageert niet. Zo is de ongelovige tegenover de Qur’ān: niet omdat de Qur’ān onduidelijk is, maar omdat zijn hart gesloten is.
2. Uitleg volgens Hanafi‑uṣool (volledig juridisch‑precies)
Hier pas ik de Hanafi‑uṣool toe zoals beschreven door al‑Jaṣṣāṣ in al‑Fuṣūl fī al‑uṣūl .
A. Uṣool‑regel 1: al‑ʿibrah bi ʿumūm al‑lafẓ, lā bi khuṣūṣ as‑sabab
De betekenis wordt bepaald door de algemene formulering, niet door de specifieke aanleiding. De āyah spreekt over ongelovigen die de openbaring afwijzen, maar de regel geldt algemeen: Wie de Qur’ān weigert te ontvangen, verliest de werking van leiding en genezing.
B. Uṣool‑regel 2: al‑ẓāhir muqaddam ʿalā al‑taʾwīl
De duidelijke, directe betekenis gaat vóór interpretatie. De āyah zegt letterlijk dat de gelovige leiding en genezing ontvangt, en dat de ongelovige blind en doof is. Dit is geen metafoor die de betekenis verzwakt: het is een juridisch‑spirituele realiteit.
C. Uṣool‑regel 3: al‑mafhum al‑mukhālafah
De impliciete tegenbetekenis: Als de gelovige leiding en genezing ontvangt, dan betekent dit dat het hart open moet zijn. Dus: wie de Qur’ān wel reciteert maar innerlijk weigert, valt onder de categorie “doof en blind”.
D. Uṣool‑regel 4: al‑dalālah al‑iltizāmiyyah
De noodzakelijke implicatie van de tekst: De Qur’ān is op zichzelf voldoende als bron van leiding. Daarom is het zoeken van alternatieve spirituele bronnen (zoals amuletten, symbolen, numerologie) juridisch problematisch, omdat het de implicatie van deze āyah schendt.
E. Uṣool‑regel 5: al‑ḥukm yadūru maʿa ʿillatihi
Het oordeel draait om de oorzaak. De oorzaak van hun blindheid is kibr (arrogantie) en iʿrāḍ (afwenden). Daarom: Wie zich afwendt van Qur’ān‑uitleg, valt onder dezelfde oorzaak en dus onder dezelfde consequentie.
F. Uṣool‑regel 6: al‑qiyās al‑jaliy
De duidelijke analogie: Zoals de ongelovige de Qur’ān niet begrijpt door innerlijke blokkade, zo begrijpt de moslim de Qur’ān niet wanneer hij het vervangt door culturele praktijken. Dit is waarom de Hanafi‑madhhab ruqyah met Qur’ān centraal stelt, en tawīz‑objecten afwijst wanneer zij de functie van Qur’ān vervangen. Maar numerologie vervangt de Heilige Qur’ān niet; het beschermt juist de heiligheid van de Heilige Qur’ān. Hoe werkt dat: wanneer je de Arabische tekst van de Heilige Qur’ān opschrijft en deze vervolgens wordt weggegooid, dan is dat een schending van de heiligheid van de Qur’ān‑verzen.
Maulana Shah Ahmad Noorani Siddiqui (ʿalayhi al‑Raḥmāh) gaf ooit een man in Amsterdam‑Zuidoost een tawiz. Die man gooide de tawiz later weg. Toen dit ter ore kwam van mijn Murshid, strekte hij zijn hand uit, waarna de tawiz naar hem toe vloog en in zijn hand terechtkwam.
1. Tā’wiz: definitie, functie en voorwaarden
Een Tā’wiz is een geschreven amulet dat dient ter bescherming tegen ziekten, problemen, zwarte magie en andere negatieve invloeden. Het wordt gedragen in een buidel, capsule of zakje en fungeert daarnaast als een gelukbrenger. Niet iedereen kan of mag een Tā’wiz schrijven; het schrijven ervan is gebonden aan de vroomheid en de mystieke staat van de schrijver. Hoe vromer de persoon, hoe sterker de werking van de Tā’wiz zal zijn. In de praktijk zien wij dat veel ‘Ulema’ en zogenaamde soefi’s van het schrijven van Tā’wiz een beroep hebben gemaakt, waarbij vaak aanzienlijke bedragen worden gevraagd. Sommigen beweren dat geld vragen toegestaan is, maar dit blijft een punt van discussie binnen de fiqh.
Binnen de Hanafi‑traditie is een Tā’wiz toegestaan wanneer de inhoud bestaat uit Qur’ān‑verzen, duʿā’s of halāl‑teksten. Het wordt verboden wanneer er onbekende symbolen, numerologie, magische vierkanten of elementen van shirk in voorkomen. De geldigheid van een Tā’wiz hangt dus af van de inhoud en de zuiverheid van de schrijver.
2. Ruqyah: definitie en doel
Ruqyah is een mondelinge recitatie van Qur’ān‑verzen en authentieke duʿā’s die wordt uitgesproken over een persoon, water of ruimte. Het is een actieve behandeling die direct is gebaseerd op de Sunnah van de Profeet ﷺ. Ruqyah wordt toegepast bij siḥr, jinn‑invloeden, angst, jaloezie, ziekte en spirituele problemen. In tegenstelling tot een Tā’wiz wordt ruqyah niet gedragen maar uitgevoerd.
Ruqyah is volledig afhankelijk van Allāh Ta’ālā en niet van de persoon die reciteert. De recitatie zelf is de Sunnah‑handeling, en de kracht ligt in de Woorden van Allāh Ta’ālā en de duʿā’s van de Profeet ﷺ.
3. Verschil tussen Tā’wiz en Ruqyah
Het belangrijkste verschil is dat een Tā’wiz een geschreven amulet is dat wordt gedragen, terwijl ruqyah een mondelinge Qur’ān‑behandeling is die wordt uitgevoerd. Een Tā’wiz is passief en langdurig, terwijl ruqyah actief en direct is. Een Tā’wiz is afhankelijk van de vroomheid van de schrijver, terwijl ruqyah uitsluitend afhankelijk is van Allah.
4. Ruqyah Sharīʿah: toegestane ruqyah
Ruqyah Sharīʿah is de legitieme, Sharīʿah‑conforme vorm van ruqyah. Het bestaat uitsluitend uit Qur’ān‑verzen, authentieke duʿā’s van de Profeet ﷺ en smeekbeden die geen enkele vorm van shirk bevatten. De woorden zijn duidelijk, begrijpelijk en volledig monotheïstisch. De intentie is uitsluitend tawakkul op Allāh Ta’ālā .
Ruqyah Sharīʿah is toegestaan volgens alle vier madhāhib, inclusief de Hanafi‑school. Het is een zuivere vorm van genezing die volledig binnen de grenzen van de Sharīʿah valt.
5. Ruqyah ghayr‑Sharīʿah: verboden ruqyah
Ruqyah ghayr‑Sharīʿah is elke vorm van ruqyah die elementen bevat die strijdig zijn met de Sharīʿah. Dit omvat onbegrijpelijke woorden, magische spreuken, symbolen, aanroepingen van jinn of geesten, rituelen met magische intentie en elke vorm van hulp die wordt gevraagd aan iemand anders dan Allāh Ta’ālā. Deze ruqyah is verboden en kan leiden tot shirk of spirituele schade.
Binnen de Hanafi‑fiqh geldt dat ruqyah verboden wordt wanneer de woorden onduidelijk, magisch of shirk‑gevoelig zijn. De niyyah speelt een cruciale rol: wanneer de intentie gericht is op Allāh Ta’ālā, is het Sharʿī; wanneer de intentie gericht is op andere machten, wordt het ghayr‑sharʿī.
6. Samenvattende vergelijking
Tā’wiz: Een geschreven amulet dat wordt gedragen voor bescherming. Toegestaan wanneer de inhoud Qur’ān, duʿāʾ of halāl‑tekst is; verboden wanneer er symbolen, numerologie of shirk‑elementen in voorkomen. Afhankelijk van de vroomheid van de schrijver.
Ruqyah Sharīʿah: Mondelinge Qur’ān‑recitatie en Sunnah‑duʿāʾ. Volledig toegestaan. Duidelijke woorden, geen symboliek, geen magie. Afhankelijk van Allah.
Ruqyah ghayr‑Sharīʿah: Verboden ruqyah met magische spreuken, symbolen, jinn‑aanroepingen of onbegrijpelijke woorden. Harām en shirk‑gevaarlijk.
Is gebruik van Tā’wiz geschreven in numerologie shirk?
Tegenwoordig worden de jongeren in Europa overspoeld door Wahhābi en Salafisme aanhangers die beweren dat Tā’wiz geschreven in numerologie shirk (zowel polytheïsme te bedoelen als iets dat geen polytheïsme is, maar een bepaalde vorm van zonde) is. En, de jongeren die laagopgeleid zijn nemen deze valse beweringen van de ketters Wahhābi en Salafi aan en komen langzaamaan op het duivelse pad dat de ketters bewandelen. Deze ketters beweren wel dat de Heilige Qur’ān verzen als Tā’wiz toegepast mag worden maar niet omgezet in nummers.
De ketters Wahhābi in Saudi Arabië die de duivel volgen zijn ongeschoold op de moderne wetenschap. Zij nemen recitaties van de Heilige Qur’ān op die beluisterd wordt en geleerd wordt op een computer, laptop of tablet. Zij doen dus zelf shirk!
Computers werken met het binaire stelsel, dus met nullen en enen. De reden dat computers met het binaire stelsel werken is, omdat het makkelijker gaat met de huidige elektronica technologie. Computers kunnen niet met wisselstroom werken, maar alleen met gelijkstroom. Daarom zit in elke computer een transformator die wissenstroom omzet in gelijkstroom (0 en 1). Dus, de verzen van de Heilige Qur’ān en de Aḥādith worden omgezet in binaire stelsel.
Heilige Qur’ān verzen en du’ā uit de Aḥādith mogen omgezet worden in numerologie zolang geen afgoderij bij wordt toegevoegd. Numerologie is ook niet harām, anders zouden wij voor alle berekeningen letters moeten gebruiken zoals bijvoorbeeld: 33 + 17 = 50. Als numerologie harām is dan moeten wij opschrijven drieëndertig en zeventien is vijftig. Dit is dan te lang bij een boekhouding zouden wij voor simpel rekensommen enkele A4 nodig hebben en kan niemand het meer volgen. Daarom schrijven wij lange verzen of Surah (hoofdstuk) van de Heilige Qur’ān en du’ā in Aḥādith niet in Arabisch, maar in nummerloge.
In de Musannaf van Imām Abu Bakr ibn Abī Shayba (raḍiyAllāhu ʿanhu) wordt de toelaatbaarheid van het ophangen van Tā’wiz gerapporteerd door veel van de metgezellen waaronder Saïd ibn al-Musayyab, Ata’, Mujāhid, Abdullah ibn Amr, Ibn Sirīn, Ubaydullāh ibn Abdullah ibn Umar, en anderen (raḍiyAllāhu anhum). Al-Musannaf, 5.439
De grote Hanafi jurist, Imām Ibn ʿĀbidīn (raḍiyAllāhu ʿanhu) verklaart: “Het gebruik van Tā’wiz is niet toegestaan als ze in een niet-Arabische taal zijn geschreven, omdat de betekenis ervan niet bekend is. Ze kunnen bestaan uit zwarte magie, ongeloof of ontoelaatbare aanroepingen. Als ze echter bestaan uit Heilige Qur’ān verzen of voorgeschreven du’ā (smeekbeden), dan is er niets mis met het gebruik ervan. Radd al-Muḥtār
Theologische toelichting
Vanwege het bovenstaande hebben de meeste Ulema het gebruik van amuletten (Tā’wiz) toegestaan verklaard. Het is vergelijkbaar met het gebruik van medicatie die is toegestaan en niet tegen het concept van tawakkul (vertrouwen in Allāh Ta’ālā) of monotheïsme Tawhīd. Het is echter niet toegestaan om de Tā’wiz op zichzelf als effectief te beschouwen, net zoals het niet is toegestaan om geneesmiddelen op zichzelf als effectief te beschouwen. Het is dus een middel, want Allāh Ta’ālā is Shafi’(Genezer). Numerologie is ook geen spreektaal zoals Arabisch, Urdu, Engels, enzovoorts. Alle talen maken gebruik van numerologie.
Vervolg, de Tā’wiz winkel
Wat zien wij in deze materiële wereld? Veel ‘Ulema’ en zogenaamde soefi’s hebben van het schrijven van Tā’wiz een beroep gemaakt. Dit gaat niet vanzelf, integendeel: de meesten vragen behoorlijk veel geld voor het vervaardigen ervan. Sommigen beweren dat geld vragen toegestaan is, maar dit is een misinterpretatie die voortkomt uit materiële gierigheid in het hart.
- Alahazrat Imam-e-Ahle Sunnat Mujaddid-e-Azam Faqīh-e-Azam Sheikh al-Kamīl Shah Ahmad Raza Khan Fāzil-e-Bareilly Qādrī Afghani (raḍiyAllāhu ʿanhu) zegt dat het vragen van geld voor Tā’wiz verboden is.
- Ook Allama Qaid-e-Ahle Sunnat Muballigh-e-Islam Hafiz-o-Qāri Shah Ahmad Noorani Siddiqui (Alayhir Raḥmāh) zei in een toespraak in Taibah Masjid te Amsterdam ter gelegenheid van Urs-e-Mubārak Gharib Nawāz Sultan-ul-Hind Moïnuddin Ḥasan Chisthi Sanjeri (raḍiyAllāhu ʿanhu) dat het vragen van geld voor Tā’wiz niet mag. Mawlānā Noorani (Alayhir Raḥmāh) vertelde dat Gharib Nawāz ontelbare Tā’wiz heeft geschreven maar nooit een cent heeft gevraagd of aangenomen voor de Tā’wiz. Hij vertelde verder dat de mensen tegenwoordig een business van hebben gemaakt.
- Taajush Sharīʿah herhaald Alahazrat en zegt: “Hamāre yaha Tā’wiz biekte nahien” (bij ons worden geen Tā’wiz verkocht). Alahazrat vertelde ook dat tegenwoordig mensen winkels hebben geopend om Tā’wiz te verkopen voor hun wereldse belang. Alahazrat zegt dat Tā’wiz verkopen geen werk is, maar de mensen moeten werken of een handel drijven om aan hun wereldse behagen te kunnen voldoen. Een Tā’wiz is een khidmat (dienstverlening) van islam.
Pakistaanse wetgeving
Wetgeving tegen frauduleuze amulet‑verkopers is een Pakistaanse wetswijziging die specifiek gericht is op nep‑pir’s, zwarte magie, amulet‑oplichting en spirituele fraude. Deze bron en bevat concrete wetgeving en strafrechtelijke bepalingen. Amendement in Pakistan Penal Code (PPC), sectie 297‑A. Hieronder staat een volledige, gestructureerde samenvatting met citaties.
De regering van Pakistan heeft een grote crackdown ingezet tegen nep‑pir’s, frauduleuze spirituele genezers, personen die mensen misleiden met amuletten (تعویذ), verkopers van magie, sorcery, black magic, iedereen die geld verdient door spirituele oplichting.
1. Nieuwe straf: tot 7 jaar gevangenisstraf en boete tot Rs. 1.000.000
2. Verbod op reclame en praktijk. De wet verplicht dat alle nep‑pir’s hun borden verwijderen, hun winkels sluiten, zij geen spirituele diensten meer mogen aanbieden.
3. Doel van de wet. De regering noemt dit een stap om burgers te beschermen tegen bedrog, uitbuiting via amuletten en magie te stoppen, misleiding door pseudo‑spirituele figuren te beëindigen.
Zelf heb ik (Tangali) in India mogen observeren hoe op het terrein van Mehboob-e-Ilāhi Mujaddid Sheikh Nizāmuddin Awliyā (raḍiyAllāhu ʿanhu) er Tā’wiz winkels zijn. Een zekere baba die verkoopt Tā’wiz, in zijn kantoor komen vrouwen zonder pardah om hulp te vragen. Deze baba en andere bandieten verkopen de Tā’wiz. Zij vragen aan de hulpzoekende een Tā’wiz van hoeveel dagen wilt u hebben, een week, maand of jaar. Ik heb de kamer van deze baba bandiet gezien dat hij ook schilderijen heeft opgehangen van mensen. Deze baba zei aan mij toen hij mij zag meteen dat hij niets weet van Sharīʿah, maar alleen van Tā’wiz schrijven.
Daarnaast vragen deze en andere bandieten ook veel geld voor het leggen van een chāder (laken) op de tombe Sharīf van de Awliyā, en wat vragen zij, tussen 100 en 1.000 euro’s. Zij zeggen voor 1.000 euro’s mag de chāder een week op de graftombe liggen. Deze bandieten hebben een netwerk, zij hebben handlangers, beter gezegd businesspartners, op andere heilige plaatsen. Als je van Dargah Mehboob-e-Ilāhi naar bijvoorbeeld Dargah Sultan-ul-Hind wil gaan, dan bellen zij hun contactpersoon aldaar op en brengen u in verbinding met hen. Zij gaan u dan ontvangen en ook uitmelken.
Dit soort bandieten zijn ook in Nederland. Zij vragen voor Tā’wiz geld, zij zeggen nooit ‘ik vraag geen geld voor Tā’wiz, maar als u iets wilt geven dan mag u zelf weten hoeveel’.
Eén van deze bandieten die gaf mij ruim tien jaar geleden een Tā’wiz voor mijn gemoedsrust, maar hij gaf mij een Tā’wiz om mij aan hem te binden. Want hij heeft mensen nodig die voor hem boeken vertalen en schrijven zodat hij ook daaruit geld kan verdienen. In nacht toen ik sliep merkte ik op dat ik moeilijk adem kon halen. Ik dacht even na en zette de Tā’wiz weg. Vervolgens kon ik goed slapen. Deze bandiet vertelde aan een vertegenwoordiger op een dag dat ik ‘hosyār’(alert) ben. Dat was het moment dat ik besloot nooit meer in mijn leven een Tā’wiz te vragen of aan te nemen van wie dan ook, maar de duʿā’s en tasbīḥ van mijn Pier-o-Murshid Shah Ahmad Noorani (Alayhir Raḥmāh), Sheikh Akhtar Raza Khan (Alayhir Raḥmāh) en Alahazrat (raḍiyAllāhu ʿanhu) te reciteren. En Alhamdulillāh-Allah, het helpt mij.
O soenniet, vraag geen Tā’wiz aan Tā’wiz businessman. Doe amal (doen, het geloof niet alleen woorden is, maar daden die het geloof zichtbaar maken) op de Qur’ān verzen, duʿā’s en tasbīḥ (Asmā-ul-Husna) en u zult profijt krijgen. Voorwaarde voor succes is dat u namāzi bent, saumi bent, eerlijk en oprecht bent. Dus, meer u Allah aanbidt, hoe meer succes u hebt.
Beste soenniet broeders en zusters, Awliyā Allah is niet afhankelijk van uw chāder. Alahazrat zegt: doe Fātiha voor de zegen en dat is kosteloos. Stuur de zegen van u aan de Heilige Profeet Mohammed ﷺ en zijn gezin, de Sahāba-e-Kirām, Awliyā‑e‑Kāmilīn (de volmaakte vrienden van Allāh Ta’ālā, oftewel de hoogste categorie van Awliyā’ binnen de klassieke Sunni‑traditie. Het gaat om personen die zowel in ʿilm, ʿamal, ikhlāṣ, tazkiyah, ādāb als wilāyah een staat van volledige innerlijke zuivering hebben bereikt) en uw ouders. U zult succesvol worden.
Mawlānā Noorani (Alayhir Raḥmāh) zei in een waʿz (vermanende toespraak, gericht op het hart: spirituele aansporing, herinnering aan Allāh Ta’ālā, morele lessen. Dit is de zachte, spirituele vorm van toespraak) dat voor zwarte magie in de Heilige Qur’ān atoombommen zijn, deze zijn Ayatul Kursi, Surah al Kāfirun (109), Surah Ikhlās (112), Surah al-Falaq (113) en Surah an-Nās (114).
Besluit
Binnen de Sharīʿah en de klassieke Sunni‑Hanafi‑uṣool is het onmogelijk dat personen die Tā’wiz als een commerciële business gebruiken, mensen misleiden, valse amuletten verkopen, Sharīʿah‑regels overtreden, spirituele fraude plegen en zowel de Nederlandse als de Pakistaanse wetgeving niet naleven, ooit tot de rang van Walī kunnen behoren. Een Walī is iemand wiens innerlijke staat zuiver is, wiens hart vrij is van materiële gierigheid, wiens daden overeenkomen met de Sharīʿah en wiens leven gekenmerkt wordt door oprechtheid, zuiverheid, tawakkul en dienstbaarheid. Personen die religie misbruiken voor financieel gewin, die bedrog en uitbuiting toepassen, die mensen afhankelijk maken van hun zogenaamde “spirituele diensten” en die zich schuldig maken aan fiscale en spirituele fraude, vallen onder de categorie fussāq (zondaren) en kunnen daarom nooit de maqām van wilāyah bereiken. Wilāyah is een staat van innerlijke reinheid; fraude, misleiding en commerciële exploitatie sluiten deze staat volledig uit.
Lees ook Awliya kenmerken >>>
