Inleiding
Liegen is met opzet onwaarheid spreken en opschrijven. Zo zie je op social media mensen die zich met valse namen bekendmaken, valse e-mailadressen hebben (vooral crackers en hackers), maar ook liegen over hun achtergrond, liegen bij verkoop van producten en diensten, en ga zo maar door. Dus, wanneer de waarheid komt, loopt de leugen weg. Valsheid gaat altijd. “O onze Allāh Ta’ālā; houd ons op de weg van die geweldige mensen! Āmīn.” (Qur’ān 17:81)
Waarheid (goed) verdwijnt, en onwaarheid (fout) nestelt zich overal. Voor moslims, en zelfs voor de hele mensheid, kan geen enkele andere ramp erger of schadelijker zijn dan leugens. Dus de waarheid van de islam zal aan het licht worden gebracht. Bovendien zullen de lelijkheid en slechtheid van ketterij, leugen, atheïsme en ongeloof worden gerealiseerd. Het is natuurlijk duidelijk dat ongeloof nietig is. Een man met verstand zal het nooit leuk vinden om te liegen. Zonder aarzeling moet kenbaar worden gemaakt dat ongeloof ongeldig is. Hun valse goden die zij aanbidden moeten intolerant worden geweigerd en verbannen. Zonder twijfel, en zonder aarzeling, is de echte Allāh Ta’ālā alleen de Schepper van de hemelen. “Hebben zij dan deelgenoten genomen die iets hebben geschapen zoals Hij? Zodat de schepping hun gelijk zou lijken? Zeg: Allāh is de Schepper van alles, en Hij is de Ene, de Overweldiger.” (Qur’ān 13:16)
“Wanneer de waarheid komt, verdwijnt de valsheid. Voorzeker, valsheid is vergankelijk.” (Qur’ān 17:81)
De Profeet ﷺ zei: “Waarlijk, waarheid leidt tot vroomheid, en vroomheid leidt tot het Paradijs. Een man blijft de waarheid spreken totdat hij bij Allāh als een waarheidsgetrouwe wordt geschreven. En leugen leidt tot verdorvenheid, en verdorvenheid leidt tot het Vuur. Een man blijft liegen totdat hij bij Allāh als een leugenaar wordt geschreven.” (Ṣaḥīḥ al-Bukhārī, 6094; Ṣaḥīḥ Muslim, 2607)
Is frauderen ook liegen?
Frauderen en liegen zijn nauw verwant, maar niet helemaal hetzelfde. De definities zijn:
- Liegen = bewust een onwaarheid vertellen of opschrijven. Het gaat om het verdraaien van feiten of het verbergen van de waarheid.
- Frauderen = opzettelijk misleiden met als doel voordeel te behalen of anderen te benadelen, vaak in een juridische of financiële context. Fraude omvat meestal liegen, maar gaat verder: het kan ook bestaan uit vervalsen van documenten, manipuleren van cijfers, of misbruik maken van vertrouwen.
Dus: elke fraude bevat een vorm van liegen, maar niet elk liegen is fraude.
Subsidies, sociale voorzieningen, verzekeringen en belastingen
Volgens de Sharīʿah is fraude en liegen bij subsidies, sociale voorzieningen, verzekeringen en belastingen haram (verboden). Het wordt gezien als diefstal en bedrog, omdat men zich geld of voordelen toe-eigent die niet rechtmatig toekomen. Zulke inkomsten gelden als onrechtmatig bezit en moeten worden teruggegeven of, indien dat niet kan, in liefdadigheid worden weggegeven zonder verwachting van beloning.
Allāh Ta’ālā openbaart en veroordeeld expliciet
وَقُلْجَآءَٱلْحَقُّوَزَهَقَٱلْبَاطِلُإِنَّٱلْبَاطِلَكَانَزَهُوقاً
“En zeg: “Waarheid is gekomen en leugen is verdwenen. En de leugen is inderdaad onderhevig om te verdwijnen.” (Qur’ān 17:81)
Bedrog/fraude valt onder dezelfde categorie van valsheid en misleiding:
وَيْلٌلِّلْمُطَفِّفِينَ
ٱلَّذِينَإِذَاٱكْتَالُواْعَلَىٱلنَّاسِيَسْتَوْفُونَ
وَإِذَاكَالُوهُمْأَوْوَّزَنُوهُمْيُخْسِرُونَ
Wee hen die anderen tekortdoen. Wanneer zij voor zichzelf wegen, nemen zij volle maat; Indien zij voor anderen uitmeten of afwegen, geven zij minder (dan behoort). (Qur’ān 83:1–3)
Juridisch-theologische toelichting
Dit vers gaat direct over fraude in handel en laat zien dat frauderen een vorm van liegen is, maar met een extra dimensie van onrechtvaardigheid.
Aḥadīth over liegen en bedrog
- De Profeet ﷺ zei: “Wie ons bedriegt, behoort niet tot ons.” (Ṣaḥīḥ Muslim, 102)
- Ook zei hij ﷺ: “Waarlijk, waarheid leidt tot vroomheid, en vroomheid leidt tot het Paradijs… En leugen leidt tot verdorvenheid, en verdorvenheid leidt tot het Vuur.” (Ṣaḥīḥ al-Bukhārī, 6094; Ṣaḥīḥ Muslim, 2607)
Fraude en liegen bij subsidies en sociale voorzieningen
Fraude bij uitkeringen of subsidies (bijvoorbeeld liegen op formulieren of het verzwijgen van inkomsten) wordt beschouwd als ghish (bedrog). De Profeet ﷺ zei: “Wie ons bedriegt, behoort niet tot ons.” (Ṣaḥīḥ Muslim, 102). Hier wordt fraude (bedrog) expliciet verboden en gelijkgesteld aan een ernstige zonde.
Juridisch-theologische toelichting
Islamitische juristen stellen dat geld verkregen door fraude niet halal is. Het moet worden teruggegeven aan de instantie die het heeft uitgekeerd. Als dat niet mogelijk is, moet het worden besteed aan armen of publieke belangen, zonder intentie van beloning. Het wordt ook gezien als een schuld tegenover de gemeenschap. Als iemand overlijdt met zulke schulden, zal hij daar in het Hiernamaals voor verantwoordelijk worden gehouden.
Verzekeringen in de Sharīʿah
Conventionele verzekeringen (zoals levens-, zorg- of schadeverzekeringen) worden door veel geleerden afgewezen omdat ze elementen bevatten van: Ribā (rente), Gharār (overmatige onzekerheid), Maysir (gok-elementen). Daarom worden traditionele verzekeringen vaak als haram beschouwd.
Coöperatieve verzekeringen (takāful) zijn wél toegestaan: hierbij dragen deelnemers vrijwillig bij aan een gezamenlijke pot die wordt gebruikt om elkaar te helpen bij schade of nood.
Deelconclusie
- Frauderen is altijd liegen, maar met een praktisch doel: voordeel behalen of anderen benadelen.
- In de islamitische bronnen wordt fraude gezien als een zwaardere vorm van liegen, omdat het niet alleen de waarheid verdraait, maar ook direct schade toebrengt aan anderen.
Hoe herken je dat iemand liegt?
Die persoon zal een verhaal altijd inkleden met valsheid, en telkens als die persoon dat verhaal vertelt, zullen er andere onderwerpen en uitdrukkingen in voorkomen. Zijn ademhaling verandert en gaat zwaarder ademhalen, en als je ze confronteert met diepgaander interviewtechnieken, worden ze onrustig. Zo zijn er nog meer symptomen waarmee leugenaars zichzelf blootleggen. De profeet Mohammed ﷺ: “Waarlijk, waarheid leidt tot vroomheid, en vroomheid leidt tot het Paradijs… En leugen leidt tot verdorvenheid, en verdorvenheid leidt tot het Vuur. Een man blijft liegen totdat hij bij Allāh als een leugenaar wordt geschreven.” (Ṣaḥīḥ al-Bukhārī, 6094; Ṣaḥīḥ Muslim, 2607)
Daarnaast zegt Allāh Ta’ālā: “En bedek de waarheid niet met valsheid, en verberg de waarheid niet terwijl jullie het weten.” (Qur’ān 2:42)
En over hypocrisie en liegen: “En onder de mensen zijn er die zeggen: ‘Wij geloven in Allāh en de Laatste Dag,’ terwijl zij geen gelovigen zijn. Zij proberen Allāh en degenen die geloven te misleiden, maar zij misleiden niemand behalve zichzelf, en zij beseffen het niet. In hun harten is een ziekte, en Allāh heeft hun ziekte verergerd. Voor hen is er een pijnlijke bestraffing omdat zij plachten te liegen.” (Qur’ān 2:8–10)
De Profeet ﷺ zei ook: “De tekenen van een hypocriet zijn drie: wanneer hij spreekt, liegt hij; wanneer hij belooft, verbreekt hij zijn belofte; en wanneer hem iets wordt toevertrouwd, verraadt hij het.” (Ṣaḥīḥ al-Bukhārī, 33; Ṣaḥīḥ Muslim, 59)
Kenmerken van leugenaars
Geen enkel signaal is op zichzelf bewijs van liegen. Stress, angst of ongemak kan dezelfde symptomen veroorzaken. Daarom wordt in professionele context (bijvoorbeeld politie-interviews) altijd gewerkt met patroonherkenning: meerdere signalen samen, herhaaldelijk en in samenhang met de inhoud van het verhaal.
- Inconsistent verhaal: Details veranderen telkens wanneer iemand hetzelfde verhaal vertelt. Er worden nieuwe elementen toegevoegd of eerdere weggelaten.
- Verbale signalen: Overmatig gebruik van vage woorden (“misschien”, “ongeveer”). Vermijden van directe antwoorden of omwegen maken. Te veel details geven om geloofwaardigheid te versterken.
- Non-verbale signalen: Ademhaling versnelt of wordt zwaarder. Onrustige bewegingen: friemelen, tikken, wegkijken. Veranderingen in stemhoogte of tempo. Lichaamshouding die plotseling verandert bij confrontatie.
- Emotionele reacties: Zichtbare nervositeit bij diepgaande vragen. Overdreven defensief of juist overdreven vriendelijk doen. Micro-expressies (heel korte gezichtsuitdrukkingen) die niet overeenkomen met de woorden.
Wat zegt de Sharīʿah nog meer over liegen?
Ik heb deze zaak bovenaan in detail uitgelegd, zodat het duidelijk zal worden begrepen waarover het gaat. Het kan net zo goed vanzelfsprekend zijn dat goed anders is dan fout, en dat licht anders is dan donker. In feite verklaart Allāh Ta’ālā in de Heilige Qur’ān:
قُل لَّئِنِ ٱجْتَمَعَتِ ٱلإِنْسُ وَٱلْجِنُّ عَلَىٰ أَن يَأْتُواْ بِمِثْلِ هَـٰذَا ٱلْقُرْآنِ لاَ يَأْتُونَ بِمِثْلِهِ وَلَوْ كَانَ بَعْضُهُمْ لِبَعْضٍ ظَهِيراً
“Zeg: ‘Indien de mens en de djinn samenspannen, teneinde het gelijke van deze Qur’ān voort te brengen, zullen zij het gelijke daarvan niet kunnen voortbrengen, ook al zouden zij elkanders helpers zijn.’” (Qur’ān 17:88)
وَإِذَا فَعَلُواْ فَاحِشَةً قَالُواْ وَجَدْنَا عَلَيْهَآ آبَاءَنَا وَٱللَّهُ أَمَرَنَا بِهَا قُلْ إِنَّ ٱللَّهَ لاَ يَأْمُرُ بِٱلْفَحْشَآءِ أَتَقُولُونَ عَلَى ٱللَّهِ مَا لاَ تَعْلَمُونَ
“En wanneer zij een slechte daad begaan, zeggen zij: ‘Wij zagen dit onze vaderen doen en Allāh heeft het ons bevolen.’ Zeg: ‘Allāh legt nooit slechte daden op. Zeg je van Allāh hetgeen gij niet weet?’” (Qur’ān 7:28)
قَالَ سَنَنظُرُ أَصَدَقْتَ أَمْ كُنتَ مِنَ ٱلْكَاذِبِينَ
“Salomo zeide: ‘Wij zullen zien of je de waarheid hebt gesproken of dat je tot de leugenaars behoort.’” (Qur’ān 27:27)
De Profeet ﷺ zei: “Waarlijk, waarheid leidt tot vroomheid, en vroomheid leidt tot het Paradijs. Een man blijft de waarheid spreken totdat hij bij Allāh als een waarheidsgetrouwe wordt geschreven. En leugen leidt tot verdorvenheid, en verdorvenheid leidt tot het Vuur. Een man blijft liegen totdat hij bij Allāh als een leugenaar wordt geschreven.” (Ṣaḥīḥ al-Bukhārī, 6094; Ṣaḥīḥ Muslim, 2607)
Theologische toelichting
Hij Salomo (ʿalayhis salām) zei tegen de hop: “We zullen zien of u de waarheid hebt gesproken in wat u ons hebt verteld, of dat u van de leugenaars bent, dat is van hun soort, want om dat te zeggen is het retorisch krachtiger dan simpelweg te zeggen ‘of dat u hebt gelogen’.” (Qur’ān 27:27)
Hij gaf hun de plaats van het water aan en het werd gewonnen. Ze dronken dus, voerden hun wassingen uit en baden.
Salomo schreef toen een brief in de volgende vorm: “Van de dienaar Allāhs, Salomo, zoon van David, aan Bilqīs, koningin van Sheba. In de Naam van Allāh Ta’ālā, de Barmhartige. Vrede zij met hen die leiding volgen. Kom niet in opstand tegen mij in verzet, maar kom tot mij in onderwerping.” (Qur’ān 27:30–31)
Hij stempelde het vervolgens met muskus en verzegelde het met zijn ring en zei tegen de hop: “Neem deze brief van mij en belever hem aan hen, dat wil zeggen aan Bilqīs en haar volk. Wend je dan van hen af, trek je van hen terug, maar blijf dicht bij hen en zie welk antwoord ze zullen geven.” (Qur’ān 27:32)
Dus nam hij het aan en benaderde haar Bilqīs, maar omdat haar soldaten overal om haar heen waren, wierp hij het in haar privékamer. Toen ze het zag, huiverde ze en werd ze verteerd door angst. Ze las wat er stond.
“En zij holden beiden naar de deur en zij scheurde zijn hemd van achteren en zij ontmoetten haar echtgenoot aan de deur. Zij zeide: ‘Wat zal de straf zijn voor iemand die kwade bedoelingen had met uw vrouw, anders dan gevangenneming of een pijnlijke kastijding?’
Hij [Jozef] zeide: ‘Zij is het die mij tegen mijn wil zocht te verleiden.’ En een familielid van haar getuigde: ‘Als zijn hemd van voren is gescheurd, heeft zij de waarheid gesproken en behoort hij tot de leugenaars, maar als zijn hemd van achteren is gescheurd, heeft zij gelogen en behoort hij tot de waarachtigen.’
Toen hij [haar man] zag dat zijn hemd van achteren was gescheurd, zeide hij: ‘Dit is zeker een list van u, vrouwen. Uw list is inderdaad sterk.’” (Qur’ān 12:25–28)
قَالُواْ فَمَا جَزَآؤُهُ إِن كُنتُمْ كَاذِبِينَ
“Zij [de Egyptenaren] zeiden: ‘Wat zal er dan de straf voor zijn als gij leugenaars zijt?’ Zij antwoordden: ‘De straf ervoor zal zijn: hij, in wiens zadeltas ze wordt gevonden, zal zelf de boete ervoor zijn. Zo straffen wij de boosdoeners.’” (Qur’ān 12:74–75)
Zo zijn er meer verzen in de Heilige Qur’ān die over liegen en leugenaars gaan. Nu een paar ahadīth uit de authentieke bronnen:
إِنَّ الصِّدْقَ يَهْدِي إِلَى الْبِرِّ وَإِنَّ الْبِرَّ يَهْدِي إِلَى الْجَنَّةِ وَإِنَّ الرَّجُلَ لَيَصْدُقُ حَتَّى يُكْتَبَ صِدِّيقًا وَإِنَّ الْكَذِبَ يَهْدِي إِلَى الْفُجُورِ وَإِنَّ الْفُجُورَ يَهْدِي إِلَى النَّارِ وَإِنَّ الرَّجُلَ لَيَكْذِبُ حَتَّى يُكْتَبَ كَذَّابًا
“Ḥazrat Abdullah (raḍiyAllāhu anhu) rapporteerde dat Allāh’s Boodschapper ﷺ zei: Waarheid leidt iemand naar het Paradijs en deugd leidt iemand naar het Paradijs, en de persoon vertelt de waarheid totdat hij als waarheidsgetrouw wordt geregistreerd. En leugen leidt tot smerigheid en smerigheid leidt naar de Hel, en de persoon vertelt een leugen totdat hij als leugenaar wordt geregistreerd.” (Ṣaḥīḥ Muslim, 2607)
Dezelfde strekking heeft de volgende ḥadīth:
إِنَّ الصِّدْقَ يَهْدِي إِلَى الْبِرِّ، وَإِنَّ الْبِرَّ يَهْدِي إِلَى الْجَنَّةِ، وَإِنَّ الرَّجُلَ لَيَصْدُقُ حَتَّى يَكُونَ صِدِّيقًا، وَإِنَّ الْكَذِبَ يَهْدِي إِلَى الْفُجُورِ، وَإِنَّ الْفُجُورَ يَهْدِي إِلَى النَّارِ، وَإِنَّ الرَّجُلَ لَيَكْذِبُ، حَتَّى يُكْتَبَ عِنْدَ اللَّهِ كَذَّابًا
Ḥazrat Usman bin Abi Shaybah (raḍiyAllāhu ʿanhumā) rapporteerde dat de Profeet Mohammed ﷺ zei: “Waarachtigheid leidt tot gerechtigheid, en gerechtigheid leidt tot het Paradijs. En een man blijft de waarheid vertellen totdat hij een waarheidsgetrouw persoon wordt. Valsheid leidt tot goddeloosheid, en goddeloosheid leidt tot het Vuur, en een mens kan leugens blijven vertellen totdat hij voor Allāh is geschreven, een leugenaar.” (Ṣaḥīḥ al-Bukhārī, 6094)
كَبُرَتْ خِيَانَةً أَنْ تُحَدِّثَ أَخَاكَ حَدِيثًا هُوَ لَكَ بِهِ مُصَدِّقٌ وَأَنْتَ لَهُ بِهِ كَاذِبٌ
“Ḥazrat Sufyān ibn Asid al-Hadrami (raḍiyAllāhu ʿanhumā) rapporteerde gehoord te hebben dat de Profeet Mohammed ﷺ zei: Het is groot verraad dat je je broer iets vertelt en hem je laat geloven als je liegt.” (Sunan Abū Dāwūd, 4971)
آيَةُ الْمُنَافِقِ ثَلاَثٌ، إِذَا حَدَّثَ كَذَبَ، وَإِذَا اؤْتُمِنَ خَانَ، وَإِذَا وَعَدَ أَخْلَفَ
Ḥazrat Sulaymān bin Dawood Abu Al-Rabīʿ (raḍiyAllāhu ʿanhum) rapporteerde dat de Profeet Mohammed ﷺ zei: “De tekenen van een huichelaar zijn drie: Wanneer hij spreekt, vertelt hij een leugen; en wanneer hij belooft, breekt hij zijn belofte; en telkens wanneer hem wordt toevertrouwd, verraadt hij.” (Ṣaḥīḥ al-Bukhārī, 33; Ṣaḥīḥ Muslim, 59)
ثَلاَثَةٌ لاَ يُكَلِّمُهُمُ اللَّهُ يَوْمَ الْقِيَامَةِ وَلاَ يُزَكِّيهِمْ … شَيْخٌ زَانٍ وَمَلِكٌ كَذَّابٌ وَعَائِلٌ مُسْتَكْبِرٌ
Ḥazrat Abu Bakr bin Abi Shaybah heeft overgeleverd op gezag van Abu Hurayrah (raḍiyAllāhu ʿanhum) dat de Profeet Mohammed ﷺ zei: “Drie [zijn de personen] met wie Allāh niet zou spreken, noch zou Hij hen vrijspreken op de Dag van de Opstanding. Hij zou niet naar hen kijken en er is een zware kwelling voor hen: de bejaarde overspelige, de leugenaarskoning en de trotse berooide.” (Ṣaḥīḥ Muslim, 107)
Overzichtelijke tabel waarin de Qur’ān-verzen en Aḥadīth over liegen zijn samengebracht, inclusief hun kernboodschap.
| Bron | Tekst (samenvatting) | Kernboodschap |
| Qur’ān 17:88 (al-Isrāʾ) | Geen mens of djinn kan iets voortbrengen dat gelijk is aan de Qur’ān. | Waarheid van de Qur’ān is absoluut; leugen en vervalsing zijn onmogelijk. |
| Qur’ān 7:28 (al-A’rāf) | Mensen zeggen dat Allāh slechte daden heeft bevolen, maar Allāh beveelt nooit het kwaad. | Liegen over Allāh of religie is een zware zonde. |
| Qur’ān 27:27 (an-Naml) | Salomo zei: “Wij zullen zien of je de waarheid hebt gesproken of dat je tot de leugenaars behoort.” | Waarheid wordt altijd getoetst; leugen komt aan het licht. |
| Qur’ān 2:188 | Verbod op het onrechtmatig eten van elkaars bezit en liegen voor voordeel. | Fraude en liegen om voordeel te behalen zijn haram. |
| Qur’ān 17:81 | “Wanneer de waarheid komt, verdwijnt de valsheid.” | Liegen is vergankelijk en wordt door waarheid vernietigd. |
| Ṣaḥīḥ al-Bukhārī 6094/ Ṣaḥīḥ Muslim 2607 | Waarheid leidt tot vroomheid en Paradijs; leugen leidt tot verdorvenheid en Vuur. | Liegen is een weg naar verdoemenis. |
| Ṣaḥīḥ al-Bukhārī 33/ Ṣaḥīḥ Muslim 59 | Tekenen van een hypocriet: liegen, belofte breken, vertrouwen verraden. | Liegen is een kenmerk van hypocrisie. |
| Ṣaḥīḥ Muslim 102 | “Wie ons bedriegt, behoort niet tot ons.” | Bedrog en liegen sluiten iemand uit van de gemeenschap van gelovigen. |
Moeten Ulamā en tāwīz verkopers hun ontvangen spreekgeld aan de fiscus opgeven?
Dit is een belangrijke kruising tussen Sharīʿah (islamitische wet) en burgerlijke wetgeving. Ulamā hebben in alle opzichte een rolmodel te vervullen. Als ze zelf onderdeel zijn van list en bedrog dan zijn zij onbetrouwbaar.
Ook Ulamā (en alle andere natuurlijke personen en geestelijken) moeten zich houden aan de burgerlijke wetgeving ten aanzien van hun inkomsten. Dit staat in de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) en de Wet inkomstenbelasting 2001.
Juridische basis in Nederland
- Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR)
- Artikel 1 AWR: deze wet geldt voor de heffing van rijksbelastingen.
- Artikel 2 AWR: definieert wie belastingplichtig is en wat onder belastingwet wordt verstaan.
- Wet inkomstenbelasting 2001
- Artikel 2.1: belastingplichtigen voor de inkomstenbelasting zijn natuurlijke personen die in Nederland wonen of Nederlands inkomen genieten.
- Artikel 2.3: de inkomstenbelasting wordt geheven over belastbaar inkomen uit werk en woning, aanmerkelijk belang en sparen en beleggen.
Dit betekent dat inkomsten uit spreekgeld, lezingen of honoraria gewoon onder “inkomen uit werk en woning” vallen en dus moeten worden opgegeven bij de fiscus.
Sharīʿah-perspectief
- De Qur’ān verbiedt het opeten van bezit op onrechtmatige wijze: “En eet elkaars bezittingen niet op onrechtmatige wijze…” (Qur’ān 2:188).
- Het verbergen van inkomsten om belasting te ontlopen valt onder liegen (kadhīb) en bedrog (ghish).
- De Profeet ﷺ zei: “Wie ons bedriegt, behoort niet tot ons.” (Ṣaḥīḥ Muslim, 102).
Vanuit de Sharīʿah is het dus verplicht om eerlijk te zijn over inkomsten en zich te houden aan de geldende wetten van het land, zolang die niet strijdig zijn met de islamitische wet.
Sharīʿah-kader
- Verantwoordelijkheid tegenover afspraken en wetten
- De Profeet ﷺ zei: “Moslims zijn gebonden aan hun voorwaarden, behalve een voorwaarde die iets verbiedt wat halal is of iets halal maakt wat haram is.” (Sunan Abū Dāwūd, 3594).
- Dit principe wordt door geleerden toegepast op burgerlijke verplichtingen: als men in een land woont, moet men zich houden aan de geldende wetten, zolang die niet strijdig zijn met de Sharīʿah.
- Liegen en verbergen van inkomsten
- Het verbergen van inkomsten om belasting te ontlopen valt onder kadhīb (liegen) en ghish (bedrog).
- De Profeet ﷺ zei: “Wie ons bedriegt, behoort niet tot ons.” (Ṣaḥīḥ Muslim, 102).
Deelconclusie
Ulamā moeten hun spreekgeld en andere inkomsten opgeven bij de fiscus. Dit is zowel een juridische verplichting volgens de Nederlandse wet (AWR en Wet IB 2001) als een religieuze verplichting volgens de Sharīʿah, omdat het verbergen van inkomsten neerkomt op liegen en bedrog.
Praktische toepassing
- Spreekgeld (honorarium) dat Ulamā ontvangen voor lezingen, Khuṭbah of conferenties is een vorm van inkomen.
- Volgens de Sharīʿah moet dit inkomen:
- Eerlijk opgegeven worden, omdat het anders onder liegen en bedrog valt.
- Niet verborgen worden, want dat is een vorm van fraude.
- Het niet aangeven van dit geld bij de fiscus is dus zowel tegen de burgerlijke wet als tegen de Sharīʿah.
Eindconclusie
Fraude is in wezen altijd een vorm van liegen, maar met een doel dat verder reikt dan enkel het verdraaien van de waarheid: het behalen van voordeel of het benadelen van anderen. In de islamitische bronnen wordt fraude daarom beschouwd als een zwaardere zonde dan liegen, omdat het niet alleen de waarheid aantast, maar ook direct schade veroorzaakt binnen de samenleving.
Voor Ulamā geldt dat zij hun ontvangen spreekgeld en andere inkomsten eerlijk moeten opgeven bij de fiscus. Dit is niet alleen een juridische verplichting volgens de Nederlandse wetgeving (Algemene wet inzake rijksbelastingen en Wet inkomstenbelasting 2001), maar ook een religieuze verplichting volgens de Sharīʿah. Het verbergen van inkomsten valt immers onder liegen en bedrog, wat zowel in de Qur’ān als in de Aḥadīth nadrukkelijk verboden is.
Besluit
Wij kunnen meer Heilige Qur’ān verzen en ahadīth aanhalen om over de gevolgen van liegen te schrijven, maar bovenstaande zal voldoende zijn voor een verstandig mens om ver weg te blijven van de leugen [spraak van Iblīs].
Het niet opgeven van inkomsten is zowel in de burgerlijke wet als in de Sharīʿah een overtreding. Eerlijkheid en transparantie zijn verplicht, en het verbergen van inkomsten is haram én strafbaar.
Volgens de Shariʿah is liegen een grote zonde, en wanneer een ʿĀlim (geleerde) liegt en fraudeert, verliest hij zijn betrouwbaarheid. Een moslim mag zulke Ulema niet blindelings vertrouwen, maar moet hun woorden toetsen aan de Qurʾān en Sunnah. Liegen is harām (verboden): De Qurʾān veroordeelt leugenachtigheid duidelijk: “Allah leidt niet wie een leugenaar en zondaar is” (Qurʾān 40:28).
Bronnen
- Al-Qur’ān. (n.d.). Soera 2:8–10.
- Al-Qur’ān. (n.d.). Soera 2:42.
- Al-Qur’ān. (n.d.). Soera 2:188.
- Al-Qur’ān. (n.d.). Soera 12:25–28.
- Al-Qur’ān. (n.d.). Soera 12:74–75.
- Al-Qur’ān. (n.d.). Soera 13:16.
- Al-Qur’ān. (n.d.). Soera 17:81.
- Al-Qur’ān. (n.d.). Soera 17:88.
- Al-Qur’ān. (n.d.). Soera 7:28.
- Al-Qur’ān. (n.d.). Soera 27:27.
- Al-Qur’ān. (n.d.). Soera 27:30–31.
- Al-Qur’ān. (n.d.). Soera 27:32.
- Al-Qur’ān. (n.d.). Soera 83:1–3.
- Al-Bukhārī, M. I. (n.d.). Ṣaḥīḥ al-Bukhārī (Hadith nr. 33, 6094).
- Muslim ibn al-Ḥajjāj. (n.d.). Ṣaḥīḥ Muslim (Hadith nr. 59, 102, 107, 2607).
- Abū Dāwūd, S. (n.d.). Sunan Abū Dāwūd (Hadith nr. 3594, 4971).
- Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR). (n.d.). Artikel 1–2.
- Wet inkomstenbelasting 2001. (n.d.). Artikel 2.1–2.3.
- Darul Iftaa Chicago. (n.d.). Islamic ruling on lying to the government for welfare money.
Lees ook over fraude en illegale inkomen >>>
