De titel van dit artikel begint met een bekend Nederlands spreekwoord. Het Arabische woord bughl, dat vertaald wordt als gierigheid of hebzucht, betekent volgens het Van Dale woordenboek: “overdreven begerig naar geld en goed; geldzuchtig, inhalig mens; overdreven zuinigheid.” In de hedendaagse context verwijst het ook naar een intense drang naar materieel bezit of rijkdom.

In dit artikel worden enkele verzen uit de Heilige Qur’ān en authentieke aādīth gepresenteerd, waaruit waardevolle lessen kunnen worden getrokken voor het leiden van een integer en evenwichtig islamitisch leven. Naast deze primaire bronnen van de islamitische levensbeschouwing wordt tevens een nadere uitleg gegeven van het begrip gierigheid in spirituele en morele zin.

 Moge Allāh Ta’ālā ons beschermen tegen de listen van Shayṭān. Āmīn.

Hebzucht is een diepgeworteld verlangen om een innerlijke leegte te vullen met alles wat men kan bemachtigen — ongeacht de aard of wijze van verkrijging. Het is een illusie van vervulling, die in werkelijkheid leidt tot onrust, ontevredenheid en spirituele afbraak.

 Psychologische en spirituele dimensie

  • Hebzucht ontstaat uit een existentiële leegte die men probeert te vullen met bezit, status, voedsel of macht.
  • Zodra men dit mechanisme doorziet, verliest hebzucht haar aantrekkingskracht, en ontstaat ruimte voor eenheid, rust en spirituele groei.
  • Toch blijven velen verzamelen en consumeren, zonder ooit verzadigd te raken — de leegte blijft bestaan.

 Materiële en lichamelijke uitingen

  • Hebzucht beperkt zich niet tot geld of goederen, maar uit zich ook in voedselzucht (gulzigheid).
  • Snel eten, graaien voordat een ander iets neemt, en blijven eten zonder honger zijn tekenen van innerlijke onrust.
  • Deze gedragingen zijn pogingen om een leegte te vullen, maar leiden vaak tot ziekte, schuldgevoel en spijt.

 Sociale en morele gevolgen

  • Hebzucht suggereert samenwerking, maar ondermijnt vriendschap en vertrouwen.
  • Ze veroorzaakt haat, jaloezie en rivaliteit, wanneer men zich wil verheffen boven anderen.
  • Het is geen angst om iets kwijt te raken, maar een verlangen naar meer dan de ander — status, bezit, invloed.

 Hebzucht in handel en economie

  • Niet elke vorm van winstbejag is hebzucht. Als de dienst of product in verhouding staat tot de inspanning, is het legitiem.
  • Hebzucht ontstaat wanneer men alles wil bemachtigen, zelfs ten koste van rechtvaardigheid, menselijkheid of religieuze principes.

 Theologische duiding

Hebzucht (amaʿ) wordt in de islam beschouwd als een ziekte van het hart (mara al-qalb) en een grote zonde. De Profeet ﷺ waarschuwde tegen overmatige begeerte, en de Qur’ān noemt het een eigenschap van de mensen die hun begeerten volgen in plaats van leiding.

 Allah Ta’ālā openbaart

وَإِنِ ٱمْرَأَةٌ خَافَتْ مِن بَعْلِهَا نُشُوزاً أَوْ إِعْرَاضاً فَلاَ جُنَاْحَ عَلَيْهِمَآ أَن يُصْلِحَا بَيْنَهُمَا صُلْحاً وَٱلصُّلْحُ خَيْرٌ وَأُحْضِرَتِ ٱلأنْفُسُ ٱلشُّحَّ وَإِن تُحْسِنُواْ وَتَتَّقُواْ فَإِنَّ ٱللَّهَ كَانَ بِمَا تَعْمَلُونَ خَبِيراً

“Als een vrouw mishandeling of onverschilligheid van haar man vreest, zal het geen blaam voor hen zijn als zij een verzoening met elkander tot stand brengen, verzoening is het beste; de mensen zijn tot gierigheid geneigd; en als gij goed doet en rechtvaardig zijt, waarlijk dan is Allah op de hoogte van wat gij doet.” Surah an-Nisā (de vrouwen) H4, vers 128

Allah Ta’ālā openbaart verder

 ذَرْنِي وَمَنْ خَلَقْتُ وَحِيداً

 وَجَعَلْتُ لَهُ مَالاً مَّمْدُوداً

وَبَنِينَ شُهُوداً

وَمَهَّدتُّ لَهُ تَمْهِيداً

ثُمَّ يَطْمَعُ أَنْ أَزِيدَ

“Niet gemakkelijk voor de ongelovigen. Laat Mij alleen met hem die Ik schiep. Ik heb hem overvloedig bezit gegeven. En zonen die bij hem zijn. En ik verschafte hem elk gemak. Toch verlangt hij dat Ik hem nog meer zal geven.”  Surah al-Muddathir (de gebundelde) H74, verzen 11-15

Andere Heilige Qur’ān verzen zijn:

  • “Maar wat hem betreft die gierig is en meent zelfvoorzienend te zijn, en de goede beloning loochent, voor hem zullen Wij [de weg] gemakkelijk maken naar het slechte…” (Surah al-Layl, H92:8–11)
  • “En wie behoed wordt voor de hebzucht van zijn ziel — zij zijn degenen die zullen slagen.” Surah at-Taghābun (64:16)
  • “En zij geven (anderen) de voorkeur boven zichzelf, ook al verkeren zij zelf in behoeftigheid.” Surah al-Ḥashr (59:9)
  • “En zij geven voedsel, ondanks hun eigen verlangen ernaar, aan een behoeftige, een wees en een gevangene.” Surah al-Insān (76:8)
  • “En wie wordt beschermd tegen de hebzucht van zijn ziel — zij zijn de geslaagden.” (Qur’ān, Surah al-Ḥashr, 59:9). Hebzucht is een spirituele valkuil waarin Shayṭān de mens tot partner maakt in zijn misleiding.
  • Ḥazrat Jābir (raḍiyAllāhu ʿanhu) verhaalde dat de Profeet ﷺ zei: “Weest op uw hoede voor hebzucht, want hebzucht heeft degenen vóór jullie te gronde gericht; het dreef hen ertoe elkaars bloed te vergieten en de verboden zaken van Allāh voor toegestaan te verklaren.” (Ṣaḥīḥ Muslim)
  • De Profeet ﷺ zei: “Als de zoon van Ādam twee valleien vol goud zou bezitten, dan zou hij een derde wensen. Niets zal zijn mond vullen behalve het zand.” (Ṣaḥīḥ al-Bukhārī)
  • Ḥazrat Abū Hurayrah (raḍiyAllāhu ʿanhu) verhaalde dat een man aan de Heilige Profeet ﷺ vroeg: “O Boodschapper van Allāh! Welke vorm van liefdadigheid is het beste?” Hij ﷺ antwoordde: “Het geven in liefdadigheid wanneer je rijk bent en hebberig, hopend op fortuin en bang om arm te worden. Wacht niet tot je op je sterfbed ligt en zegt: ‘Geef zoveel aan die en zoveel aan die’, terwijl je bezit dan niet meer van jou is, maar van je erfgenamen.” (Ṣaḥīḥ al-Bukhārī).

Deze ḥadīth benadrukt dat liefdadigheid pas echt waardevol is wanneer het strijdt tegen hebzucht, en niet wanneer het uit gemak of nalatigheid wordt uitgesteld.

Definitie en spirituele ernst

Hebzucht (amaʿ) is een ziekte van het hart die zich uit in een onverzadigbare drang naar bezit, macht of status — vaak ten koste van anderen. Het is een destructieve kracht die samenwerking ondermijnt, relaties verstoort en morele integriteit aantast.

Behandelt ṭamaʿ als een van de destructieve hartziekten en biedt remedies zoals zuhd (onthouding), tawakkul (vertrouwen op Allāh), en ṣabr (geduld). (Iḥyāʾ ʿUloom al-Dīn van Imām al-Ghazālī)

 Genezing tegen hebzucht

  • Reflectie op schade: Denk aan het onheil die hebzucht heeft veroorzaakt — hoe macht, geld en status goede zaken hebben vernietigd.
  • Zelfonderzoek: Analyseer of je eigen beroeps- of zakelijke bezigheden besmet zijn met hebzucht. “Hoe meer je schraapt, hoe minder je zult behouden.”
  • Grenzen stellen: Als je geconfronteerd wordt met hebzucht van anderen, onderzoek of het tweezijdig is. Probeer de ander tot rede te brengen. Lukt dat niet, verbreek de relatie.
  • Vermijd besmetting: Verbind je niet met hebzuchtige ondernemingen, verenigingen of personen.  Spirituele zuiverheid vereist afstand van moreel verval.

 Islamitische ethiek

“Behandel anderen zoals jij behandeld zou willen worden.” Deze gouden regel is een fundament van islamitische moraal en een krachtig medicijn tegen hebzucht, egoïsme en onrecht.

  • al-Bukhārī, M. I. (n.d.). aī al-Bukhārī (ḥadīth over liefdadigheid en hebzucht).
  • al-Bukhārī, M. I. (n.d.). aī al-Bukhārī (ḥadīth over onverzadigbare begeerte).
  • al-Ghazālī, A. H. (n.d.). Iyāʾ ʿUloom al-Dīn (deel over ziekten van het hart).
  • al-Qur’ān al-Karīm. (n.d.). Surah al-Layl (92:8–11), Surah at-Taghābun (64:16), Surah al-ashr (59:9), Surah al-Insān (76:8).
  • Muslim, H. al-Q. (n.d.). aī Muslim (ḥadīth over begeerte en zelfbeheersing).
  • Muslim, H. al-Q. (n.d.). aī Muslim (ḥadīth over hebzucht en vernietiging van vorige volkeren).

Translate »
error: Content is protected !!