Inleiding

Een vooraanstaande ‘Aliem vroeg mij (Tangali) op 15 december 2012 om een iets over Dirār masjid te schrijven. Dit leek mij een mooi onderwerp waarop ik met deze paper het licht van de Shari’ah probeer te laten schijnen. Alvorens iets over een Dirār masjid te schrijven wijd ik een aantal vragen aan de moskee zelf, die voor de onwetende een kennisverrijking mogen zijn. Om de topics te kunnen beantwoorden en onderbouwen is gebruik gemaakt van authentieke bronnen.

Dirar Masjid door Taajush Shari’ah (Urdu)
Dirar Masjid door Taajush Shari’ah (Engels)

Wat en waarvoor is een moskee?

Een masjid ook wel moskee genoemd is een plaats van aanbidding voor de aanhangers van het islamitische geloof (moslims). Het is een plek waar alle moslims bij elkaar komen voor het gebed, namelijk namāz (aanbidding). In de moskee verrichten sommige moslims de 5 dagelijkse gebeden. Op Jumu’ah (vrijdag) gaan moslimmannen naar de moskee voor het Jumu’ah gebed. In Ramadān gaan sommige moslims naar de moskee om hun vasten te verbreken en het tarawīh gebed gezamenlijk te verrichten.

Ied-ul-Adha en Ied-ul-Fitr gebed wordt ook gehouden in een moskee, maar als er een groot plein (Ied Ghaa) beschikbaar is, dan gaan de mannen op dat plein de Ied namāz verrichten. Reden is dat voor de Ied namāz veel meer mannen komen dan voor het reguliere gebed en de Jumu’ah.

Allāh Ta’ālā openbaart: “En wie is onrechtvaardiger dan hij, die verbiedt, dat de naam van Allāh wordt verheerlijkt in Allāh’s bedehuizen en deze tracht te vernietigen? Zij behoorden (de bedehuizen) slechts in vrees binnen te gaan. Er is schande over hen in deze wereld en er zal een grote straf voor hen zijn in het Hiernamaals.” Surah Al-Baqarāh (de koe), H2, vers 114

Hazrat Usman (radi Allāhu anhu) rapporteerde, dat de Heilige Profeet Mohammed ﷺ zei: “Degene die voor (Allāh’s Behagen) een moskee gaat bouwen, voor die persoon gaat Allāh in het Paradijs een huis scheppen.” Al-Bukhārī en Muslim hadīth aangehaald in Anwār-ul-hadīth, blz. 169

Hazrat Abu Huraira (radi Allāhu anhu) rapporteerde, dat de Heilige Profeet Mohammed ﷺ zei: “Van alle woonplaatsen is de moskee (van die plaats) de perfectste plek en de markt de minst waardige.” Muslim hadīth aangehaald in Anwār-ul-hadīth, blz. 169

Verder wordt zikr mehfil (bijeenkomst) in de moskee op vooral donderdagavond gehouden. De moslimmannen, jong en oud, concentreren zich dan op de Verheven Attributen van Allāh Ta’ālā om Hem te aanbidden. Deze vorm van aanbidding gebeurt in tegenstelling tot de namāz met stemgeluid van eenieder.

Sheikh Abdul Haqq Muhaddith Dehlvi (radi Allāhu anhu) zei: “Ongetwijfeld, zikr met een luide stem is toegestaan ​​Een van de bewijzen is de openbaring van Allāh Ta’ālā, ‘Gedenk Allāh als u gebruikt om uw voorouders niet vergeten’.” Ash’atul Lamā’at, deel 2, pag. 278

Allāh Ta’ālā openbaart: “Wanneer gij het gebed hebt beëindigd, gedenkt (zikr) dan Allāh, staande, zittende en op uw zijde liggende. En, wanneer gij veilig zijt, houdt het gebed, voorwaar, het gebed is de gelovigen op vastgestelde uren opgelegd.” Surah an-Nisā (de vrouwen), H4, vers 103

Hazrat Abdullah ibn Abbās (radi Allāhu anhu) zegt in het commentaar van deze Ayāh: “Men moet Allāh’s zikr doen tijdens de dag en ‘s nachts, op het water en op de droge, zowel op reis als thuis, in armoede en in welvaart, in ziekte en in gezondheid, met zachtheid en met luidheid.” Tafsirāt-e-Ahmadiya door Mullah Jeewan, blz. 207; Durre Mansoor door Imam Suyuti Ash Shafi’ī, deel 2, blz. 214 en Ihya ul Uloom door Imam Ghazālī, deel 1, pag. 301

Allāh Ta’ālā openbaart ook: “Gedenkt (zikr) Mij daarom en Ik zal jou gedenken en wees Mij dankbaar en wees Mij niet ondankbaar.”Surah al-Baqarāh (de koe), H2, vers 152

In deze Ayāh heeft Allāh Ta’ālā bevolen de prestaties van zikr. Allāh Ta’ālā noemde geen voorwaarden voor de luidheid of zachtheid in de recitatie van zikr. Volgens de principes van de Fiqh-e-Hanafi moet onvoorwaardelijk uitspraken worden overgelaten als algemene uitspraken en dient niet te worden gesteld. Daarom hebben Schriftgeleerden zoals Imam Jalāluddin Suyuti, Suleyman Jamal, Khazin en Hāfiz Ibn Kathīr (radi Allāhu anhum)de volgende Hadith-e-Qudsī in het commentaar van deze Ayāh geciteerd: “Wanneer hij (Mijn dienaar) mij in zijn hart herinnert, herinner Ik hem persoonlijk, en als hij mij gedenkt in een bijeenkomst, herinner Ik hem in een bijeenkomst beter dan de zijne.”

Wat zijn de kenmerken van de moskee?

Sommige masājid houden islamitische studies of hebben een Jamia (islamitische universiteit) of een madrassa (zoals een Qur’ān school). Een moskee moet gebouwd worden met op halāl wijze verkregen of verdiende geld. De hadīth: “Acties zijn goed of slecht, afhankelijk van de intentie”, verklaart dat aan de mubāh* acties beloningen zullen worden gegeven in overeenstemming om. Als een persoon, om iemand te behagen, een andere persoon beledigt of als hij aalmoezen geeft met iemand anders eigendom, of indien hij moskeeën of scholen bouwt met harām geld, zal hij niet worden beloond. Radd al-Muhtar

*Mubāh is een van de classificaties van een actie op basis van islamitische jurisprudentie (fiqh). Het betekent ‘toegestaan ​​op basis van individuele willekeur’. Deze categorie is nog onbeslist en zonder een uitspraak van Schriftgeleerde, dus het is aan de persoon om zelf te beslissen of ze dingen doen, zoals het eten van appels of sinaasappels. Doen of niet doen van de mubāh telt niet als een goede of slechte daad.

De moskee heeft:

  • Minaretten: dit zijn lange slanke torens aan de zijkant van sommige masājid. Dit is de plaats waar de Muazzin (oproeper tot het gebed) noemt de Azān (de oproep tot het gebed).
  • Musalla: gebedskleed waarop moslims de salāt verrichten.
  • Qiblah: de muur die de richting van de Ka’aba in Mekka aangeeft. Dit is de richting waarnaar alle moslims zich richten tijdens de salāt.
  • Mihrāb: is een nis in de muur van de Qiblah.
  • Mimbar: de preekstoel waar de imam zijn preek/ khutbah geeft.

Welke is de eerste moskee?

Masjid al-Qubā is de eerste moskee en de oudste moskee. Het ligt buiten Medina, Saoedi-Arabië. De eerste stenen werden geplaatst door de Profeet Mohammed ﷺ op zijn emigratie uit de stad Mekka naar Medina en de moskee werd voltooid door zijn metgezellen (radi Allāhu anhum). De Profeet Mohammed ﷺ heeft meer dan 20 nachten doorgebracht in deze moskee (na de migratie) bidden qasr (een kort gebed) tijdens het wachten op Hazrat Ali (radi Allāhu anhu) wiens huis achter deze moskee was. De Heilige Profeet Mohammed ﷺ ging elke zaterdag naar Masjid-e-Qubā, soms te paard en soms lopend. Hij verrichte twee rak’āt Nafl Salāh. Sahīh Bukhārī; Sahīh Muslim

Welke zijn de belangrijkste moskeeën, en waarom?

De allerbelangrijkste moskeeën voor moslims, en voorheen voor de orthodoxe christenen en joden zijn:

  • Masjid al-Haram in Mekka gebouwd door de profeet Ibrahim (alayhis salām). Tawāf (rondgang) om de Ka’aba wordt gedaan, omdat de aartsengel Jibra’il aarde, dat onder de Ka’aba ligt had meegenomen naar Allāh Ta’ālā voor de schepping van de Hazrat Adams’ (alayhis salām) lichaam.
  • Masjid-e-Nabwi in Medina gebouwd door de Sahābiyyin (radi Allāhu anhum) en
  • Masjid al-Aqsa ook wel Bayt al-Muqaddas genoemd ligtin Jerusalem en is oorspronkelijk gebouwd door Hazrat Umar (radi Allāhu anhu). In deze moskee is de Heilige Profeet Mohammed ﷺ de imam geweest van ongeveer 124.000 profeten (in een andere hadīth ongeveer 224.000 profeten, deze hadīth is echter zwakker dan de vorige).

Kort voordat de hel op aarde losbreekt (het Laatste Uur) gaat Allāh naast de Woorden in de Heilige Qur’ān ook deze drie moskeeën naar het Paradijs sturen.

Wat voor soorten moskeeën zijn er?

De moskeeën komen in verschillende vormen en maten. Zo is er Jama masjid (waar 5 keer per dag namāz met imam wordt verricht), dorpsmoskee en reizigersmoskee op de snelweg.

Wat is een Dirār (concurrerende) moskee en wat zeggen de mufassir?

Hazrat Anas ibn Malik (radi Allāhu anhu) rapporteerde, dat de Heilige Profeet Mohammed ﷺ zei: “Het Laatste Uur zal niet komen tot mensen met elkaar wedijveren over moskeeën.” Abu Dawood hadīth, Kitāb al-Salāt

Hazrat Aisha Siddiqāh, Ummul Mu’minin (radi Allāhu anha) rapporteerde, dat de Heilige Profeet Mohammed ﷺ ons gebood om moskeeën te bouwen in verschillende woonplaatsen (dat wil zeggen in de plaats van elke stam, afzonderlijk) en dat zij schoon gehouden worden en geparfumeerd moeten zijn. Abu Dawood hadīth, Kitāb al-Salāt

De sloop of verbranding van masjid al-Dirār ook wel aangeduid als de moskee van de oppositie of de moskee van de tegenstander of de moskee van kwetsen wordt genoemd in de Heilige Qur’ān. Masjid al-Dirār was een Medini moskee die gebouwd werd in de buurt van de moskee al-Qubā.

Allāh Ta’ālā openbaart: “En degenen die een moskee hebben gebouwd om te schaden, om het ongeloof (te verbreiden) en om een splitsing onder de gelovigen te veroorzaken en als een hinderlaag voor hem, die voorheen tegen Allāh en Zijn Boodschapper oorlog voerde; zij zullen voorzeker zweren: “Wij bedoelden slechts het goede,” maar Allāh getuigt, dat zij leugenaars zijn.”

“Sta er nooit in (voor het gebed). Een moskee, die van het begin af op godsvrucht was gesticht is zeker waardiger dat je er in zit. Er zijn daarin mensen die gaarne gelouterd willen worden en Allāh heeft degenen, die zich louteren lief.” Surah Tauba (berouw), H9, verzen 107-108

Tafsir Al-Jalālayn

Vers 107: En, onder hen, degenen die hebben gekozen voor een moskee (dat waren twaalf mannen uit de hypocrieten) bij wijze van kwetsen, leed veroorzaken voor degenen van de moskee al-Qubā en ongeloof, omdat ze het gebouwd op bevel van de monnik Abū ‘Amir, als een heiligdom voor hem, dus degene die afkomstig is van zijn kant kan daar blijven: hij was naar de Byzantijnse keizer (qaysar) gegaan om troepen te bijeen te brengen voor oorlog tegen de Profeet Mohammed ﷺ en om verdeeldheid te veroorzaken onder de gelovigen, die in de moskee al-Qubā bidden, en het houden van een aantal van deze gebeden in hun (de huichelaars) moskee, en als een buitenpost, een uitkijkpost, voor degenen die oorlog tegen Allāh en Zijn Boodschapper dat wil zeggen, voordat het werd gebouwd (wat betekent dat de bovengenoemde Abū ‘Amir) zij zullen zweren: ‘Wij wensten niets, door het bouwen ervan, maar om goed te doen, goed bij wijze van vriendelijkheid jegens de armen in tijden van (zware) regen of (extreme) hitte en om te voorzien in (een plaats van aanbidding) voor de moslims, en Allāh getuigt dat ze werkelijk leugenaars zijn, in deze (bewering van hen). Ze hadden de Profeet Mohammed ﷺ gevraagd om gebeden te verrichten in (hun huichelaars moskee al-Dirār) en zo werd het volgende vers 108 geopenbaard: “Ga nooit, (nimmer) gebed daar verrichten: en dus stuurde hij een groep mannen om het te vernietigen en te verbranden, en in plaats daarvan lieten ze een afvalput achter waarin rottende kadavers zouden worden gestort. Een moskee die werd opgericht, een waarvan de fundamenten zijn gebouwd op vroomheid vanaf de eerste dag, gebouwd op de dag dat je aankwam in Medina (Dar al-Hijrah, dit was de moskee al-Qubā zoals genoemd in Bukhārī) is waardiger, dan dat (al-Dirār), voor u om op te staan, om het gebed uit te voeren, daarin met zijn mannen, te weten, de Ansār, die graag om zich te reinigen, en Allāh houdt van degenen die zich reinigen (muttahhirīn: de oorspronkelijke Ta ‘[van mutatahhirūn] is geassimileerd met de ta ‘), dat is, zal Hij hen belonen.

Ibn Khuzaima rapporteert in zijn Sahīh (door een isnād) van [‘Uwaym] bin Sā’idah: “De Profeet Mohammed ﷺ kwam bij hen in de moskee van al-Qubā en zei: “Allāh, verheven zij Hij, fraai is de manier waarop je jezelf zuivert in het verhaal over uw moskee geprezen ja, wat is deze reiniging die u uitvoert?” Zij zeiden: “Bij Allāh, O Boodschapper van Allāh, alles wat we weten is dat we joden hadden in onze omgeving en ze wasten gewoonlijk hun billen na de ontlasting, dus begonnen we net als zij ook te wassen.”

Conform een hadīth die door al-Bazzar [zeiden]: “We maken gebruik van stenen [af te schrapen restanten] en wasten vervolgens deze met water”, waaraan hij [de Profeet Mohammed ﷺ] zei: “Dat is de manier waarop [voor een goede reiniging]. Hanteer dus deze wijze (van reiniging).”

Tafsir Ibn Abbās

107. (En wat betreft degenen die ervoor kozen) gebouwd (een plaats van aanbidding) hier wordt verwezen naar ‘Abdullah Ibn Ubayy, Jadd Ibn Qays, Mu’attib Ibn Qushayriya en hun vrienden, die ongeveer met 17 waren in aantal (van de oppositie) uit waren op schade voor de gelovigen (en ongeloof) in hun hart; standvastigheid in hun ongeloof, dat wil zeggen hypocrisie, (en om afwijkende meningen onder de gelovigen te veroorzaken) zodanig dat een gedeelte van de gelovigen hun gebeden verricht in hun moskee (al-Dirār) en een feestje in de moskee (al-Qubā) van de Boodschapper, (en als een buitenpost) wachten (voor degenen die streed tegen Allāh en Zijn Boodschapper) voor degenen die in Allāh en Zijn Boodschapper (eertijds) ongelovig voor zich, verwijzend hier om Abu ‘Amir, de monnik, wie de Profeet Mohammed ﷺ een zondaar [fāsiq] noemde, (zij zullen zeker zweren: Wij hebben voorgenomen) voor het bouwen van de moskee (al-Dirār) voor de gelovigen, zodat degenen die het gebed missen in moskee al-Qubā hierin (al-Dirār) kunnen bidden. (Allāh getuigt) Allāh weet (dat ze waarlijk leugenaars zijn) in hun eden.

108. (Nooit daar staan ​​(om te bidden)) nooit bidden in de moskee (al-Dirār) van de oppositie. (Een plaats van aanbidding), dat wil zeggen de moskee van al-Qubā (die werd opgericht met Haq (oprecht aan Allāh) die is opgericht door gehoorzaamheid en gedenken van Allāh (vanaf de eerste dag) toen de Profeet Mohammed ﷺ naar Medina ging, het is ook gezegd te betekenen: “De eerste moskee ooit gebouwd in Medina (is meer waard) is meer naar oprecht (dat gij daarin staand zal stand) in de moskee van al-Qubā (waar mannen zijn die zich graag reinigen) mannen die hun billen met water wassen [na de ontlasting]. (Allāh heeft lief de reinigers) degenen die zich van het vuil met water reinigen.

Wie is de monnik Abū ‘Amir?

De reden achter het openbaren van deze eervolle Āyat is, dat voordat de Boodschapper van Allāh verhuisde naar Medina er een man was van al-Khazraj genaamd Abu Amir Ar-Rahib (de monnik). Deze man aanvaardde het christendom vóór de islam en had de Geschriften gelezen. Tijdens de tijd van Jāhiliyyah was Abu `Amir bekend als een aanbidder en werd een opmerkelijke persoon onder al-Khazraj. Toen de Boodschapper van Allāh aankwam in Medina (na de Hijrah) verzamelden de moslims zich rondom hem heen en het woord van de islam was triomfantelijke op de dag van Badr, waardoor Abu `Amir, de vervloekte, in zijn eigen speeksel stikte en zijn vijandschap aankondigde aan de islam. Hij vluchtte uit Medina om de afgodendienaars van de Quraysh in Mekka te ondersteunen in de oorlog tegen de Boodschapper van Allāh. De Quraysh verenigde hun krachten en de bedoeïenen die zich bij hen ook vervoegde voor de slag van Uhud, waarin Allāh de moslims testte, maar het goede einde is altijd voor de vrome en rechtschapen mensen.

De opstandige Abu `Amir had vele gaten in de grond gegraven tussen de twee kampen, in een van die gaten viel de Boodschapper ﷺ, blesseerde zijn gezicht en een van zijn rechts onderste tand brak. Hij had ook een hoofdwond opgelopen.

Voordat de gevechten begonnen liet Abu `Amir zijn volk de Ansār benaderen om te proberen hen te overtuigen en hem te steunen in de oorlog. Toen ze (Ansāri) hem herkenden zeiden ze: “Moge Allāh je nooit een doorn in het oog laten zijn, o fāsiq, o vijand van Allāh!” Ze vervloekten hem en hij ging terug om te verklaren: “Bij Allāh! Kwaad heeft mijn mensen na mijn vertrek aangeraakt.” De Boodschapper van Allāh nodigde Abu` Amir uit aan Allāh en reciteerde de Qur’ān aan hem voor zijn verhuizing naar Mekka, maar hij weigerde om de islam te omarmen en rebelleerde.

De Boodschapper had aangeroepen tot Allāh dat Abu `Amir moge sterven als een paria in een vreemd land, en zijn aanroeping was uitgekomen. Na de slag van Uhud realiseerde Abu` Amir zich dat de Boodschapper ﷺ de oproep nog steeds stijgende was en won aan momentum, dus ging hij (Abu Amir) naar Heraclius, de keizer van Rome, om hulp te vragen tegen de profeet. Heraclius gaf hem belofte en Abu `Amir bleef bij hem. Hij schreef ook een aantal van zijn volksgenoten in Medina, die omarmden hypocrisie, veelbelovende en insinuerende aan hen dat hij een leger zal leiden tegen de Boodschapper van Allāh om hem en zijn oproep te verslaan. Hij beval hun om een ​​bolwerk te maken waar hij zijn afgezanten zou kunnen sturen om te dienen als een buitenpost, later toen hij zich bij hen aansloot. Deze hypocrieten bouwden een moskee (al-Dirār) naast masjid al-Qubā en toen zij klaar waren met het bouwen nodigden zij de Boodschapper uit voordat hij naar Tabuk ging. Ze gingen naar de Boodschapper hem uit te nodigen om te bidden in hun masjid, zodat het zou een bewijs dat de Boodschapper goedgekeurd van hun Masjid zijn. Ze vertelden hem dat zij de moskee voor de zwakken en zieken op regenachtige avonden gebouwd. Echter, Allāh verhinderde Zijn Boodschapper voor het bidden in die moskee. Tafsir Ibn Kathīr

Conclusie

Na analyse van wat een moskee is, kunnen wij op basis van aangehaald bewijsmateriaal uit de authentieke bronnen vaststellen, dat van een Dirār moskee sprake is wanneer de niyyāh (intentie) slecht is. Met andere woorden wanneer schade gebracht wil worden aan een nabij gelegen moskee, de moskeegangers van de nabijgelegen moskee gekwetst gaan worden, fitnah (onenigheid, oproer) veroorzaken de bedoeling is. Dit zijn grote zonden en worden niet beloond door Allāh, maar eerder gestraft.

Translate »
error: Content is protected !!