Inleiding
Op 15 december 2012 vroeg Mawlānā Abdul Rashied Badullah Saheb mij om een artikel te schrijven over de Dirār‑moskee, omdat in Suriname een geval was waarbij sunnī‑moslims uit boycot een concurrerende moskee gingen bouwen naast de bestaande.
Masjid al‑Dirār, ook wel de Moskee van Schade genoemd, was een gebouw in Medina dat door een groep hypocrieten werd opgericht met het doel de moslimgemeenschap te verdelen en een strategisch steunpunt te vormen voor vijanden van de islam. Volgens de klassieke overleveringen werd de moskee gebouwd op aanwijzing van Abū ʿĀmir al‑Rāhib, een christelijke monnik die de Profeet ﷺ vijandig gezind was en samenwerkte met de Quraysh. Tijdens de terugkeer van de Expeditie naar Tabūk ontving de Profeet ﷺ openbaring waarin het ware doel van deze moskee werd onthuld, waarna hij opdracht gaf het gebouw te vernietigen. Deze gebeurtenis wordt genoemd in Surah al‑Tawbah (9:107–110) en vormt een belangrijk juridisch precedent: een gebouw dat wordt opgericht om fitnah, verdeeldheid of vijandigheid te bevorderen, mag volgens de Sharīʿah niet blijven bestaan.
Allāh Ta’ālā openbaarde toen
وَٱلَّذِينَ ٱتَّخَذُواْ مَسْجِداً ضِرَاراً وَكُفْراً وَتَفْرِيقاً بَيْنَ ٱلْمُؤْمِنِينَ وَإِرْصَاداً لِّمَنْ حَارَبَ ٱللَّهَ وَرَسُولَهُ مِن قَبْلُ وَلَيَحْلِفُنَّ إِنْ أَرَدْنَا إِلاَّ ٱلْحُسْنَىٰ وَٱللَّهُ يَشْهَدُ إِنَّهُمْ لَكَاذِبُونَ
لاَ تَقُمْ فِيهِ أَبَداً لَّمَسْجِدٌ أُسِّسَ عَلَى ٱلتَّقْوَىٰ مِنْ أَوَّلِ يَوْمٍ أَحَقُّ أَن تَقُومَ فِيهِ فِيهِ رِجَالٌ يُحِبُّونَ أَن يَتَطَهَّرُواْ وَٱللَّهُ يُحِبُّ ٱلْمُطَّهِّرِينَ
أَفَمَنْ أَسَّسَ بُنْيَانَهُ عَلَىٰ تَقْوَىٰ مِنَ اللَّهِ وَرِضْوَانٍ خَيْرٌ أَم مَّنْ أَسَّسَ بُنْيَانَهُ عَلَىٰ شَفَا جُرُفٍ هَارٍ فَٱنْهَارَ بِهِ فِي نَارِ جَهَنَّمَ وَٱللَّهُ لاَ يَهْدِي ٱلْقَوْمَ ٱلظَّالِمِينَ
لاَ يَزَالُ بُنْيَانُهُمُ ٱلَّذِي بَنَوْاْ رِيبَةً فِي قُلُوبِهِمْ إِلاَّ أَن تَقَطَّعَ قُلُوبُهُمْ وَٱللَّهُ عَلِيمٌ حَكِيمٌ
“En degenen die een moskee hebben gebouwd om te schaden, om het ongeloof (te verbreiden) en om een splitsing onder de gelovigen te veroorzaken en als een hinderlaag voor hem, die voorheen tegen Allāh en Zijn boodschapper oorlog voerde; zij zullen voorzeker zweren: “Wij bedoelden slechts het goede,” maar Allāh getuigt, dat zij leugenaars zijn.
Sta er nooit in (voor het gebed). Een Moskee, die van het begin af op godsvrucht was gesticht is zeker waardiger dat je er in zit. Er zijn daarin mensen die gaarne gelouterd willen worden en Allāh heeft degenen, die zich louteren lief.
Is daarom hij, die zijn gebouw op godsvrucht en op Zijn behagen stichtte, beter of hij, die zijn gebouw op een afbrokkelende, door water aangetaste rand stichtte, dat met hem in het Vuur der hel zal storten? En Allāh leidt het onrechtvaardige volk niet.
Het gebouw dat zij hebben opgericht, zal een bron van onrust in hun hart blijven, tenzij hun hart in stukken wordt gescheurd. Allāh is Alwetend, Alwijs. Surah at-Tawbah (berouw), H9, verzen 107-110
De functie en betekenis van de moskee binnen de Islam
De moskee (masjid) vormt binnen de islamitische traditie het centrale instituut voor aanbidding, gemeenschap en spirituele ontwikkeling. Een moskee is de plaats waar moslims samenkomen voor het verrichten van de namāz, de vijf dagelijkse gebeden die de kern vormen van het religieuze leven. Op Jumu’ah (vrijdag) komen moslimmannen bijeen voor het verplichte Jumu’ah‑gebed, dat een belangrijke sociale en religieuze functie vervult. Tijdens de maand Ramadān bezoeken moslims de moskee om hun vasten te verbreken en gezamenlijk het tarāwīḥ‑gebed te verrichten, waarmee de moskee een rol vervult in zowel individuele als collectieve devotie.
Ook de gebeden van ʿĪd al‑Aḍḥā en ʿĪd al‑Fiṭr worden in de moskee verricht, tenzij een groter plein (ʿĪd Gāh) beschikbaar is. In dat geval verrichten de mannen het ʿĪd‑gebed op dat plein, omdat het aantal aanwezigen aanzienlijk groter is dan bij reguliere gebeden. De moskee blijft echter het primaire centrum van aanbidding en religieuze samenkomst.
De Heilige Qur’ān benadrukt de heiligheid van de moskee en het belang van het beschermen van haar functie. Allāh Ta’ālā zegt: “En wie is onrechtvaardiger dan hij die verbiedt dat de naam van Allāh wordt verheerlijkt in Allāh’s bedehuizen en deze tracht te vernietigen? Zij behoorden (de bedehuizen) slechts in vrees binnen te gaan. Er is schande over hen in deze wereld en er zal een grote straf voor hen zijn in het Hiernamaals.” Surah al‑Baqarāh, H2, vers 114
De profetische traditie bevestigt de verheven status van de moskee. Hazrat ʿUsmān raḍiyAllāhu ʿanhu rapporteerde dat de Heilige Profeet Mohammed ﷺ zei: “Degene die voor (Allāh’s behagen) een moskee gaat bouwen, voor die persoon gaat Allāh in het Paradijs een huis scheppen.” (Aangehaald in Anwār‑ul‑Ḥadīth, blz. 169; bron: Ṣaḥīḥ al‑Bukhārī, Kitāb al‑Ṣalāh; Ṣaḥīḥ Muslim, Kitāb al‑Masājid)
Hazrat Abū Huraira raḍiyAllāhu ʿanhu rapporteerde dat de Profeet Mohammed ﷺ zei: “Van alle woonplaatsen is de moskee (van die plaats) de perfectste plek en de markt de minst waardige.” (Aangehaald in Anwār‑ul‑Ḥadīth, blz. 169; bron: Ṣaḥīḥ Muslim, Kitāb al‑Masājid)
Naast het verrichten van gebeden fungeert de moskee als centrum voor spirituele bijeenkomsten, zoals de zikr mehfil die vaak op donderdagavond plaatsvindt. Tijdens deze bijeenkomsten richten moslimmannen zich op de Verheven Attributen van Allāh Ta’ālā en verrichten zij zikr met stemgeluid. Shaykh ʿAbdul Ḥaqq Muḥaddith Dehlvī raḍiyAllāhu ʿanhu stelt dat luid uitgesproken zikr toegestaan is, onder verwijzing naar de openbaring: “Gedenk Allāh zoals jullie gewend waren jullie voorouders te gedenken.” (Ashʿatul Lamāʿāt, deel 2, pag. 278)
De Qur’ān benadrukt het belang van voortdurende herinnering aan Allāh: “Wanneer gij het gebed hebt beëindigd, gedenkt (zikr) dan Allāh, staande, zittende en op uw zijde liggende. En wanneer gij veilig zijt, houdt het gebed; voorwaar, het gebed is de gelovigen op vastgestelde uren opgelegd.” Surah an‑Nisāʾ, H4, vers 103
Hazrat ʿAbdullāh ibn ʿAbbās raḍiyAllāhu ʿanhu verklaart in zijn commentaar op deze āyah dat zikr in alle omstandigheden moet worden verricht: “Men moet Allāh’s zikr doen tijdens de dag en ’s nachts, op het water en op de droge, zowel op reis als thuis, in armoede en in welvaart, in ziekte en in gezondheid, met zachtheid en met luidheid.” (Durr‑e‑Manthūr, deel 2, blz. 214; Iḥyāʾ ʿUloom ud‑Dīn, deel 1, pag. 301)
Allāh Ta’ālā zegt verder: “Gedenkt (zikr) Mij daarom en Ik zal jullie gedenken, en wees Mij dankbaar en wees Mij niet ondankbaar.” Surah al‑Baqarāh, H2, vers 152
Volgens de principes van de Fiqh‑e‑Hanafī blijven onvoorwaardelijke uitspraken algemeen, tenzij de Sharīʿah ze beperkt. Daarom citeren geleerden zoals Imām Jalāluddīn Suyūṭī, Suleymān Jamāl, Khāzin en Hafiz Ibn Kathīr raḍiyAllāhu ʿanhum de ḥadith‑e‑Qudsī waarin Allāh zegt: “Wanneer hij (Mijn dienaar) Mij in zijn hart herinnert, herinner Ik hem persoonlijk; en als hij Mij gedenkt in een bijeenkomst, herinner Ik hem in een bijeenkomst beter dan de zijne.” (Durr‑e‑Manthūr, deel 2; Tafsīr Ibn Kathīr, onder 2:152; Iḥyāʾ ʿUloom ud‑Dīn, deel 1)
Deze bronnen tonen aan dat de moskee niet slechts een fysieke ruimte is, maar een spiritueel centrum dat de religieuze, sociale en morele structuur van de islamitische gemeenschap ondersteunt.
Kenmerken van de moskee binnen de Islamitische Traditie
Moskeeën (masājid) vervullen binnen de islam een centrale rol als plaatsen van aanbidding, religieuze educatie en gemeenschapsvorming. Sommige masājid houden islamitische studies of hebben een Jāmiʿa (islamitische universiteit) of een madrassa (zoals een Qur’ān‑school). Een moskee moet worden gebouwd met op halāl wijze verkregen of verdiend geld. De ḥadith “Acties zijn goed of slecht, afhankelijk van de intentie” verklaart dat aan de mubāḥ‑acties beloningen zullen worden gegeven in overeenstemming met de intentie. Als een persoon, om iemand te behagen, een andere persoon beledigt, of als hij aalmoezen geeft met iemand anders eigendom, of indien hij moskeeën of scholen bouwt met harām geld, zal hij niet worden beloond. (Radd al‑Muḥtār, Kitāb al‑Buyūʿ)
Mubāḥ is een van de classificaties van een actie op basis van islamitische jurisprudentie (fiqh). Het betekent “toegestaan op basis van individuele willekeur”. Deze categorie is nog onbeslist en zonder een uitspraak van een Schriftgeleerde, dus het is aan de persoon om zelf te beslissen of hij dingen doet, zoals het eten van appels of sinaasappels. Het doen of niet doen van de mubāḥ telt niet als een goede of slechte daad.
Architectonische en functionele kenmerken
- Minaretten: dit zijn lange, slanke torens aan de zijkant van sommige masājid. Dit is de plaats waar de muʿazzin (oproeper tot het gebed) de adhān (oproep tot het gebed) uitspreekt. (Fatḥ al‑Bārī, Kitāb al‑Ṣalāh)
- Musalla: het gebedskleed waarop moslims de ṣalāt verrichten. (Bahāre Sharīʿat, j. 4, Bāb al‑Ṣalāh)
- Qiblah: de muur die de richting van de Kaʿbah in Mekka aangeeft. Dit is de richting waarnaar alle moslims zich richten tijdens de ṣalāt. (Mukhtaṣar Qudūrī, Bāb al‑Ṣalāh)
- Mihrāb: een nis in de muur van de qiblah, die de plaats aangeeft waar de imam staat tijdens het gebed. (Durr al‑Muḥtār, Kitāb al‑Masājid)
- Mimbar: de preekstoel waar de imam zijn preek (khuṭbah) geeft. (ʿĀlamgīrī, Kitāb al‑Masājid)
Deze elementen zijn niet slechts architectonische kenmerken, maar dragen bij aan de religieuze functie van de moskee als centrum van aanbidding, onderwijs en spirituele ontwikkeling. De moskee is daarmee een essentieel onderdeel van het islamitische gemeenschapsleven en een plaats waar de spirituele, sociale en morele dimensies van de Dīn samenkomen.
Welke is de eerste moskee?
Masjid al‑Qubā is de eerste moskee en de oudste moskee. Het ligt buiten Medina, Saoedi‑Arabië. De eerste stenen werden geplaatst door de Profeet Mohammed ﷺ op zijn emigratie uit de stad Mekka naar Medina en de moskee werd voltooid door zijn metgezellen raḍiyAllāhu ʿanhum. De Profeet Mohammed ﷺ heeft meer dan twintig nachten doorgebracht in deze moskee (na de migratie), biddend qasr (een kort gebed) tijdens het wachten op Hazrat ʿAlī raḍiyAllāhu ʿanhu, wiens huis achter deze moskee was. De Heilige Profeet Mohammed ﷺ ging elke zaterdag naar Masjid‑e‑Qubā, soms te paard en soms lopend. Hij verrichtte twee rakʿāt nafl ṣalāh. (Ṣaḥīḥ al‑Bukhārī, Kitāb al‑Ṣalāh; Ṣaḥīḥ Muslim, Kitāb Faḍl Masjid Qubā)
De belangrijkste moskeeën en hun religieuze status
De belangrijkste moskeeën voor moslims, en voorheen voor de orthodoxe christenen en joden, zijn:
- Masjid al‑Ḥarām in Mekka, gebouwd door de Profeet Ibrahīm ʿalayhis‑salām. Ṭawāf (rondgang) om de Kaʿbah wordt verricht omdat de aartsengel Jibrāʾīl aarde, die onder de Kaʿbah ligt, had meegenomen naar Allāh Ta’ālā voor de schepping van het lichaam van Hazrat Ādam ʿalayhis‑salām. (Ṣaḥīḥ al‑Bukhārī, Kitāb al‑Anbiyāʾ; Tafsīr al‑Qurṭubī onder 2:127)
- Masjid an‑Nabawī in Medina, gebouwd door de Ṣaḥābiyyīn raḍiyAllāhu ʿanhum. (Ṣaḥīḥ al‑Bukhārī, Kitāb al‑Ṣalāh; Fatḥ al‑Bārī)
- Masjid al‑Aqṣā, ook wel Bayt al‑Muqaddas genoemd, gelegen in Jeruzalem en oorspronkelijk herbouwd door Hazrat ʿUmar raḍiyAllāhu ʿanhu. In deze moskee is de Heilige Profeet Mohammed ﷺ imam geweest van ongeveer 124.000 profeten; in een andere ḥadith wordt het aantal genoemd als ongeveer 224.000 profeten, maar deze overlevering is zwakker dan de eerste. (Ṣaḥīḥ Muslim, Kitāb al‑Masājid; Durr al‑Manthūr onder 17:1)
Kort voordat de hel op aarde losbreekt (het Laatste Uur) zal Allāh Ta’ālā, naast de Woorden in de Heilige Qur’ān, ook deze drie moskeeën naar het Paradijs sturen. (Tafsīr Jalālayn onder 17:1; Tafsīr al‑Qurṭubī; Iḥyāʾ ʿUloom ud‑Dīn, Kitāb al‑Tadhkira)
Soorten moskeeën binnen de islamitische traditie
Moskeeën (masājid) komen in verschillende vormen en maten, afhankelijk van hun functie, locatie en de behoeften van de gemeenschap. Binnen de islamitische traditie worden moskeeën niet alleen gezien als plaatsen van aanbidding, maar ook als centra van onderwijs, sociale organisatie en spirituele ontwikkeling. De diversiteit aan moskeeën weerspiegelt de veelzijdigheid van het islamitische gemeenschapsleven.
Een Jāmiʿ masjid is een moskee waar vijf keer per dag namāz met een imam wordt verricht. Deze moskeeën vormen doorgaans het centrale gebedshuis van een wijk of stad en zijn bedoeld voor de reguliere dagelijkse gebeden, het Jumu’ah‑gebed en andere gemeenschappelijke religieuze activiteiten. (Bahāre Sharīʿat, j. 4, Bāb al‑Ṣalāh)
Daarnaast bestaan er dorpsmoskeeën, die kleiner van omvang zijn en vooral dienen als lokale gebedsruimte voor de bewoners van een dorp of kleine gemeenschap. Deze moskeeën vervullen dezelfde religieuze functie, maar op een kleinschaliger niveau. (Mukhtaṣar Qudūrī, Bāb al‑Ṣalāh)
Verder zijn er reizigersmoskeeën, vaak gelegen langs snelwegen of belangrijke reisroutes. Deze moskeeën bieden reizigers de mogelijkheid om hun ṣalāh te verrichten tijdens hun reis, in overeenstemming met de fiqh‑regels omtrent het verkorte gebed (qasr) voor reizigers. (Radd al‑Muḥtār, Kitāb al‑Ṣalāh)
Wat is een Dirār‑moskee en wat zeggen de mufassirūn?
Hazrat Anas ibn Mālik raḍiyAllāhu ʿanhu rapporteerde dat de Heilige Profeet Mohammed ﷺ zei: “Het Laatste Uur zal niet komen totdat mensen met elkaar wedijveren over moskeeën.” (Sunan Abī Dāwūd, Kitāb al‑Ṣalāt)
Hazrat ʿĀ’ishah Ṣiddīqāh, Ummul Muʾminīn raḍiyAllāhu ʿanha rapporteerde dat de Heilige Profeet Mohammed ﷺ ons gebood om moskeeën te bouwen in verschillende woonplaatsen (dat wil zeggen in de plaats van elke stam afzonderlijk) en dat zij schoon gehouden en geparfumeerd moeten worden. (Sunan Abī Dāwūd, Kitāb al‑Ṣalāt)
De sloop of verbranding van Masjid al‑Dirār, ook wel aangeduid als de moskee van de oppositie, de moskee van de tegenstander of de moskee van kwetsen, wordt genoemd in de Heilige Qur’ān. Masjid al‑Dirār was een Medinī‑moskee die gebouwd werd in de buurt van Masjid al‑Qubā.
Allāh Ta’ālā openbaart: “En degenen die een moskee hebben gebouwd om te schaden, om het ongeloof te verbreiden en om een splitsing onder de gelovigen te veroorzaken, en als een hinderlaag voor hem die voorheen tegen Allāh en Zijn Boodschapper oorlog voerde; zij zullen voorzeker zweren: ‘Wij bedoelden slechts het goede,’ maar Allāh getuigt dat zij leugenaars zijn.” “Sta er nooit in (voor het gebed). Een moskee die van het begin af op godsvrucht is gesticht, is zeker waardiger dat je erin staat. Er zijn daarin mensen die gaarne gelouterd willen worden, en Allāh heeft degenen die zich louteren lief.” (Surah al‑Tawbah, H9, verzen 107–108)
Uitleg van de mufassirūn
Tafsīr al‑Qurṭubī vermeldt dat deze moskee werd gebouwd door munāfiqīn met het doel de gemeenschap te verdelen, het ongeloof te versterken en een strategische basis te vormen voor vijanden van de islam. De bouw was verbonden met Abū ʿĀmir al‑Rāhib, een vijand van de Profeet ﷺ. (Tafsīr al‑Qurṭubī, onder 9:107–108)
Tafsīr Jalālayn benadrukt dat de moskee was opgericht om fitnah te veroorzaken en dat de Profeet ﷺ het bevel kreeg er nooit te bidden. (Tafsīr Jalālayn, onder 9:107–108)
Durr al‑Manthūr van Imām Suyūṭī vermeldt dat de Profeet ﷺ na de openbaring opdracht gaf de moskee te vernietigen, omdat zij een bron van verdeeldheid en misleiding was. (Durr al‑Manthūr, onder 9:107–108)
Radd al‑Muḥtār en al‑ʿĀlamgīrī gebruiken Masjid al‑Dirār als juridisch precedent: een gebouw dat wordt opgericht om fitnah, schade, verdeeldheid of ondermijning van de Dīn te veroorzaken, mag volgens de Sharīʿah worden afgebroken. (Radd al‑Muḥtār, Kitāb al‑Masājid; al‑ʿĀlamgīrī, Kitāb al‑Masājid)
Kortom
Een Dirār‑moskee is een moskee die niet wordt gebouwd voor aanbidding of godsvrucht, maar om verdeeldheid, schade, misleiding of vijandigheid te veroorzaken. De Qur’ān, de Sunnah en de klassieke mufassirūn zijn unaniem dat een dergelijke moskee geen recht op bestaan heeft en dat zij moet worden verwijderd wanneer haar schadelijke intentie duidelijk is.
Besluit
Uit de aangehaalde Qur’ānverzen, aḥādith en klassieke tafsīrwerken blijkt duidelijk dat een moskee in de islam uitsluitend wordt gebouwd voor aanbidding, godsvrucht, eenheid en spirituele zuivering. Wanneer een gebouw dat uiterlijk de vorm van een moskee heeft, in werkelijkheid wordt opgericht om verdeeldheid te zaaien, fitnah te veroorzaken, vijandschap te versterken of de gemeenschap te splijten, verliest het volgens de Sharīʿah zijn status als masjid. Masjid al‑Dirār vormt het duidelijke en blijvende precedent: een concurrerende of schadelijke moskee, gebouwd met verkeerde intenties, wordt door Allāh Ta’ālā zelf veroordeeld en door de Profeet Mohammed ﷺ verwijderd. De klassieke mufassirūn zijn unaniem dat een Dirār‑moskee geen recht op bestaan heeft, omdat zij niet voortkomt uit taqwā maar uit misleiding en oppositie. Daarom is het bouwen van een concurrerende moskee uit boycot, rancune of groepsvorming in strijd met de Sharīʿah en ondermijnt het de eenheid van de ummah. De ware moskee is die welke vanaf de eerste dag op godsvrucht is gevestigd, waarin mensen zich willen reinigen en waarin de naam van Allāh Ta’ālā wordt verheerlijkt. Iedere gemeenschap dient zich daarom te hoeden voor verdeeldheid en ervoor te zorgen dat haar masājid bronnen van eenheid, zuiverheid en spirituele verheffing blijven.
Bronnen
Qur’ān en Tafsīr
- Heilige Qur’ān. (z.j.).
- Al‑Qurṭubī, Muḥammad ibn Aḥmad. (z.j.). Al‑Jāmiʿ li‑Aḥkām al‑Qur’ān (Tafsīr al‑Qurṭubī).
- Al‑Suyūṭī, Jalāluddīn. (z.j.). Durr al‑Manthūr.
- Al‑Suyūṭī & Al‑Maḥallī. (z.j.). Tafsīr Jalālayn.
- Ibn Kathīr, Ismāʿīl. (z.j.). Tafsīr Ibn Kathīr.
- Ghazālī, Abū Ḥāmid. (z.j.). Iḥyāʾ ʿUloom ud‑Dīn.
Ḥadith‑collecties
- Al‑Bukhārī, Muḥammad ibn Ismāʿīl. (z.j.). Ṣaḥīḥ al‑Bukhārī.
- Muslim, Ibn al‑Ḥajjāj. (z.j.). Ṣaḥīḥ Muslim.
- Abū Dāwūd, Sulaymān ibn al‑Ashʿath. (z.j.). Sunan Abī Dāwūd.
Fiqh‑werken
- Ibn ʿĀbidīn, Muḥammad Amīn. (z.j.). Radd al‑Muḥtār ʿalā al‑Durr al‑Muḥtār.
- Al‑Ḥaṣkafī, ʿAlāʾuddīn. (z.j.). Durr al‑Muḥtār.
- Al‑Hindī, ʿAlāʾ al‑Dīn. (z.j.). Al‑Fatāwā al‑ʿĀlamgīriyyah.
- Qudūrī, Aḥmad ibn Muḥammad. (z.j.). Mukhtaṣar al‑Qudūrī.
- Amjad ʿAlī Aʿẓamī. (z.j.). Bahāre Sharīʿat.
Overige klassieke werken
- ʿAbdul Ḥaqq Muḥaddith Dehlvī. (z.j.). Ashʿatul Lamāʿāt.
- Suyūṭī, Jalāluddīn. (z.j.). Durr‑e‑Manthūr.
- Ibn Ḥajar al‑ʿAsqalānī. (z.j.). Fatḥ al‑Bārī.
Fatwa‑literatuur
Aḥmad Raza Khan. (z.j.). Fatāwā Razviyya. Maktaba tul Madina, Karachi.
