Al-Masīh ad-Dajjāl

Vlak voor het Laatste Uur zullen er vele leugenaars verschijnen, waaronder dertig Dajjāl-figuren die beweren profeten te zijn. Uiteindelijk zal de ware Dajjāl verschijnen: een jonge man met krullend haar en één blind oog, waarop het woord “Kāfir” staat geschreven. Hij zal verschijnen tussen Syrië en Irak en zich snel over de aarde verplaatsen, als wolken in de wind. Hij zal mensen oproepen tot een valse religie, beweren god te zijn, en hen misleiden met wonderen zoals het laten regenen, het doen groeien van gewassen, en het ogenschijnlijk tot leven brengen van een gedode man.

De Dajjāl zal beschikken over twee rivieren: één die lijkt op paradijs en één op hel, maar hun realiteit zal omgekeerd zijn. Hij zal duivels sturen in de gedaante van overleden ouders om mensen te overtuigen hem te volgen. Zijn fitnah zal zo groot zijn dat zelfs de vrome zullen beproefd worden. Hij zal niet kunnen binnentreden in Mekka en Medina, die beschermd worden door engelen.

Wanneer de beproeving haar hoogtepunt bereikt, zal ʿĪsā ibn Maryam (ʿalayhis as-salām) neerdalen bij de witte minaret in Damascus, gekleed in saffraan gekleurde gewaden, begeleid door engelen. Zijn adem zal ongelovigen doden tot waar zijn blik reikt. Hij zal de Dajjāl vinden bij de poort van Ludd en hem doden. Daarna zal hij de gelovigen troosten en hun status in het Paradijs bevestigen. Kort daarop zullen Yajuj en Majuj verschijnen en de aarde overspoelen. Zij zullen het meer van Tiberias droogleggen en de mensheid in grote ontbering brengen. ʿĪsā en zijn metgezellen zullen vluchten naar Ṭūr Sīnāʾ. Allāh Ta’ālā zal hen redden door insecten te sturen die Yajuj en Majuj in de nek treffen, waarna zij sterven. Vogels zullen hun lichamen verwijderen en regen zal de aarde reinigen.

Na deze beproevingen zal de aarde gezegend worden: vruchten zullen enorm zijn, melk overvloedig, en vrede zal heersen. Uiteindelijk zal een zachte wind de zielen van de gelovigen nemen, en alleen de slechtsten zullen achterblijven. Dan zal het Laatste Uur plotseling aanbreken.

Alles wat de Mukhbir-e-Ṣādiq (degene die altijd de waarheid spreekt) heeft gemeld over de tekenen van de Dag des Oordeels is waar. Er kunnen geen fouten zijn. Op die dag zal de zon, in tegenstelling tot haar gebruikelijke loop, in het westen opkomen. Ḥazrat Imām Mahdi (raḍiyAllāhu ʿanhu) zal verschijnen, en Profeet ʿĪsā (Jezus, ʿalayhis-salām) zal uit de hemel neerdalen. De Dajjāl zal verschijnen, en de volkeren Yajuj en Majuj (Gogh en Magog) zullen zich over de aarde verspreiden.

Een overlevering (ḥadīth) vermeldt dat de Profeet ﷺ zei: “Vóór de Dag des Oordeels zal Allāh Ta’ālā een van mijn nakomelingen zenden, wiens naam, vadersnaam en moedersnaam gelijk zullen zijn aan de mijne. Hij zal de wereld vullen met gerechtigheid, zoals zij voordien gevuld was met onderdrukking.” (Sunan Abū Dāwūd, deel 4, p. 210)

Een andere ḥadīth verklaart: “De Aṣḥāb-e-Kahf zullen Imām Mahdi (raḍiyAllāhu ʿanhu) bijstaan, en Profeet ʿĪsā (ʿalayhis-salām) zal in die tijd uit de hemel neerdalen. Hij zal de Dajjāl bestrijden, en Imām Mahdi zal hem vergezellen. Tijdens zijn regering zal er, ongebruikelijk en in tegenstelling tot astronomische berekeningen, een zonsverduistering plaatsvinden op de veertiende dag van de gezegende maand Ramaḍān al-Mubārak, en een maansverduistering op de eerste nacht.” (Sunan al-Kubrā, deel 2, p. 134)

De Profeet ﷺ verklaarde: “De Banī Isrāʾīl (zonen van Israël) zullen zich splitsen in 71 groepen. Zeventig daarvan zullen naar de hel gaan, en slechts één zal gered worden. De nasārā zullen zich splitsen in 72 groepen, waarvan 71 naar de hel gaan en één gered wordt. Mijn Ummah zal zich splitsen in 73 groepen, waarvan 72 naar de hel gaan en slechts één gered zal worden.” (Sunan at-Tirmidhī, deel 5, p. 25; zie ook: al-Shahrastānī, al-Milal wa al-Nihal, deel 1, p. 22)

Op vraag van de Ṣaḥābah wie deze geredde groep was, antwoordde de Profeet ﷺ: “Zij die mijn Ṣaḥābah volgen.” (Sunan Ibn Mājah, deel 1, p. 145). Deze groep staat bekend als de Ahl al-Sunnah wa al-Jamāʿah, die vasthield aan de weg van de beste der mensheid. Moge Allāh ons standvastig houden in het geloof (Īmān) dat door de heiligen van de Ahl al-Sunnah is overgeleverd. Moge Hij ons uit deze wereld nemen terwijl wij met hen zijn, en ons op de Dag der Opstanding met hen verenigen. Laat ons hart niet afdwalen van de rechte weg nadat het geleid is tot het ware geloof, en schenk ons Raḥmah (Genade) uit Uw Verheven Koninkrijk. U bent de Meest Genadige.

Overgang van kleine naar grote tekenen

Nadat de kleine waarschuwingstekens van het Laatste Uur zijn verschenen en toegenomen, zal de mensheid een fase van grote ondergang bereiken. Dan zal de langverwachte Imām Mahdī (raḍiyAllāhu ʿanhu) verschijnen. Hij geldt als het eerste van de grote waarschuwingstekens en als een transparant teken van het naderende Uur. Zijn aanwezigheid zal onmiskenbaar zijn, maar slechts herkenbaar voor de geleerden. “Imām Mahdī zal regeren tot de verschijning van de valse Messias (al-Masīh ad-Dajjāl), die neerslachtigheid en corruptie zal verspreiden. Degenen die hem herkennen en zijn kwaad vermijden, zijn de mensen met kennis en Īmān (geloof, overtuiging).” (Sunan Abū Dāwūd, n.d.; al-Bukhārī, n.d.)

De Dajjāl zal slechts korte tijd op aarde zijn, maar zal ongekende vernietiging veroorzaken. De aarde zal getuige zijn van de grootste Fitnah (chaos, burgeroorlog) in haar geschiedenis. Op een bepaald moment zal Profeet ʿĪsā (ʿalayhis as-salām) neerdalen met gerechtigheid uit de hemel. Hij zal de Dajjāl doden, waarna een periode van vrede en stabiliteit zal aanbreken.

“Profeet ʿĪsā zal samen met zijn metgezellen de Dajjāl verslaan en gerechtigheid vestigen.” (Ṣaḥīḥ Muslim, n.d.; al-Tirmidhī, n.d.)

Volgens Hujjatullāh ʿalā al-ʿĀlamīn zijn Yajuj en Majuj afstammelingen van Yāfas (Japheth), zoon van Nūḥ (Noah, ʿalayhis-salām). Ze worden beschreven als kort van gestalte, met brede gezichten, kleine ogen en grote oren. Hun aantal is enorm, en ze veroorzaken verwoesting wanneer ze door de muur breken die hen eeuwenlang heeft tegengehouden. “Elke dag maken zij een gat in de muur, maar ’s nachts herstelt deze zich. Wanneer zij uiteindelijk doorbreken, zullen zij rivieren leegdrinken, dieren verslinden en mensen verdrijven.” (Shah Walī Allāh, n.d., Hujjatullāh ʿalā al-ʿĀlamīn)

De Qurʾān bevestigt hun rol als kwaadaardige volkeren die zich op de Dag des Oordeels over de aarde zullen verspreiden: “Totdat [Gog en Magog] worden losgelaten en zich snel over elke hoogte verspreiden.” (Al-Qurʾān, Surah al-Anbiyāʾ 21:96, in Abdel Ḥalīm, n.d.)

Laatste fase van vrede en de dood van Profeet ʿĪsā

Na de vernietiging van Yajuj en Majuj zal Profeet ʿĪsā (ʿalayhis as-salām) tot Allāh Ta’ālā bidden, waarna zij zullen sterven. De aarde zal opnieuw rust en gerechtigheid kennen, totdat ʿĪsā zijn laatste adem uitblaast. De ʿUlamāʾ verschillen van mening over de volgorde van de resterende tekenen.

Imām Mahdī (raḍiyAllāhu ʿanhu) zal tegen het einde der tijden verschijnen als één van de rechtgeleide kaliefen en imāms. Hij is niet de Mahdī zoals verwacht door de Shīʿah, die stellen dat hij uit een tunnel in Samara zal komen. Deze claim, gebaseerd op de figuur Muḥammad ibn al-Ḥasan al-ʿAskarī, die volgens hen op vijfjarige leeftijd verdween, is niet onderbouwd door betrouwbare bronnen. “Het is bewezen uit authentieke aḥādīth dat de Mahdī zal verschijnen vóór de neerdaling van Profeet ʿĪsā (ʿalayhis as-salām).” (Abū Dāwūd, n.d.; Ibn Mājah, n.d.)

Kenmerken en afkomst

Afkomstig uit de Ahl al-Bayt, via Ḥazrat Fāṭimah (raḍiyAllāhu ʿanhā), dochter van de Profeet ﷺ, via Hasan (niet Ḥusayn). Zal een hoog voorhoofd en haakvormige neus hebben. Zal zeven jaar regeren met gerechtigheid. “De Mahdī is één van ons, uit mijn huishouding. In één nacht zal Allāh hem voorbereiden.” (Aḥmad ibn Ḥanbal, n.d.; Ibn Mājah, n.d.). “Hij zal de wereld vullen met gerechtigheid zoals zij voordien gevuld was met onderdrukking.” (Abū Dāwūd, n.d.; at-Tirmidhī, n.d.)

Politieke context en strijd

  • Zal verschijnen na conflicten en verdeeldheid na de dood van een khalīfa.
  • Zal vluchten van Medina naar Mekka.
  • Getrouwheid zal aan hem worden gezworen tussen al-Rukn en al-Maqām.
  • Een Syrisch leger zal door de woestijn worden vernietigd.
  • De Oorlog van Kalb zal plaatsvinden.
  • Hij zal de oorlogsbuit verdelen volgens de Sunnah.
  • “Degene die de buit niet zien, zullen veel missen.” (Abū Dāwūd, n.d.)

Zwarte banners en Oosterse opmars

Een man uit het Oosten zal de weg voor de Mahdī plaveien. Mensen met zwarte vlaggen zullen opstaan en de mensen oproepen tot goede daden. Uiteindelijk zullen zij hun macht overdragen aan de Mahdī. “Zelfs als je over ijs moet kruipen, ga naar hem toe.” (Ibn Mājah, n.d.; al-Ḥākim, n.d.)

Algemene waarschuwingen: Ḥazrat Zainab bint Jahsh (raḍiyAllāhu ʿanhā) verhaalde dat de Profeet ﷺ zei: “Ellende aan de Arabieren, want een groot kwaad nadert. Vandaag is een kloof gemaakt in de muur van Yajuj en Majuj.” (Ṣaḥīḥ al-Bukhārī, Hadith 3346). Ḥazrat Umm Salamah (raḍiyAllāhu ʿanhā) verhaalde dat de Profeet ﷺ zei: “Hoeveel onheil is vannacht op aarde gekomen en hoeveel schatten zijn onthuld!” (Ṣaḥīḥ al-Bukhārī, Hadith 1158)

Verspreiding van onheil: Ḥazrat Usamah ibn Zayd (raḍiyAllāhu ʿanhu) verhaalde: “Ik zie beproevingen neerdalen op jullie huizen zoals regendruppels.” (Ṣaḥīḥ al-Bukhārī, Hadith 7092; Ṣaḥīḥ Muslim, Hadith 2885). Ḥazrat Abu Hurayrah (raḍiyAllāhu ʿanhu) verhaalde: “Tijd zal snel verstrijken, kennis zal afnemen, gierigheid zal toenemen, en Harj (moord) zal toenemen.” (Ṣaḥīḥ al-Bukhārī, Hadith 7068)

Eerlijkheid en moreel verval: Ḥazrat Hudhayfah (raḍiyAllāhu ʿanhu) verhaalde dat de Profeet ﷺ zei: “Eerlijkheid zal uit de harten verdwijnen, slechts een spoor zal overblijven.” (Ṣaḥīḥ al-Bukhārī, Hadith 7086)

Richting van het kwaad: Ḥazrat Ibn ʿUmar (raḍiyAllāhu ʿanhu) verhaalde: “Problemen zullen opduiken vanuit het Oosten, waar de top van Satans hoofd zal verschijnen.” (Ṣaḥīḥ al-Bukhārī, Hadith 7095)

Verlangen naar de dood: Ḥazrat Abu Hurayrah (raḍiyAllāhu ʿanhu) verhaalde: “Het Uur zal niet komen totdat iemand langs een graf loopt en zegt: ‘Ik zou liever in zijn plaats zijn.’” (Ṣaḥīḥ al-Bukhārī, Hadith 7125)

De Eufraat en de gouden berg waarover de profeet Mohammed zei: “De Eufraat zal een gouden schat onthullen. Negenennegentig van de honderd mensen zullen sterven in de strijd erom.” (Ṣaḥīḥ Muslim, Hadith 2894)

(1) Twee grote groepen zullen met elkaar vechten, met veel slachtoffers, terwijl beiden dezelfde godsdienstige leerstelling volgen. (2) Dertig Dajjāl-figuren zullen verschijnen, elk van hen zal valselijk claimen een Boodschapper van Allāh te zijn. (3) Kennis zal verdwijnen. (4) Aardbevingen zullen toenemen. (5) Tijd zal versnellen. (6) Moord (Harj) zal toenemen. (7) Rijkdom zal in overvloed aanwezig zijn, maar zakāt zal worden geweigerd. (8) Mensen zullen elkaar beconcurreren om het hoogste gebouw te bouwen. (9) Wanneer iemand langs een graf loopt, zal hij zeggen: “Ik zou liever in zijn plaats zijn.” (10) De zon zal opkomen vanuit het westen.

Qurʾān over het Laatste Uur: “Wanneer sommige tekenen van jouw Heer verschijnen, zal het geloof geen ziel baten die voordien niet geloofde.” (Al-Qurʾān, Surah al-Anʿām 6:158)

Opeens verschijnen van het Uur, de Profeet ﷺ zei: “Het Uur zal komen terwijl een man zijn kameel heeft gemolken maar het niet kan drinken…”. (Ṣaḥīḥ al-Bukhārī, Hadith 7130)

Mensen van de hel, de Profeet ﷺ zei: “Twee soorten mensen van de hel, (1) Zij die zwepen als ossenstaarten gebruiken en (2) Vrouwen die naakt zijn in plaats van gekleed.” (Ṣaḥīḥ Muslim, Hadith 2128)

Symptomen en voortekens van het Laatste Uur

Zes symptomen volgens Ḥazrat ʿAbdullāh ibn ʿAmr (raḍiyAllāhu ʿanhu) die door de Profeet ﷺ waren gezegd zei tijdens het verrichten van wuūʾ: “Zes gebeurtenissen zullen deze Ummah overkomen: (1) De dood van uw Profeet Mohammed ﷺ, (2) toename van rijkdom, zodanig dat 10.000 niet zal voldoen, (3) narigheden zullen elk huis bereiken, (4) plotselinge dood zal wijdverspreid zijn, (5) vredesakkoord met de Romeinen, dat zij als eersten zullen breken en (6) de verovering van Constantinopel.” (Amad ibn anbal, Musnad, n.d.)

Zes gebeurtenissen vóór het Uur, de Profeet ﷺ zei: “Haast je met goede daden vóór zes gebeurtenissen: (1) Het opkomen van de zon uit het westen, (2) de rook, (3) de Dajjāl, (4) het Beest (Dabbat al-Ar), (5) de dood en (6) algemene beproevingen.” (Amad ibn anbal, n.d.; aī Muslim, n.d.)

Over het Beest en de Rook: Het beest Dabbat al-Ar zal verschijnen. De lucht zal bedekt zijn met rook die mensen zal kwetsen. Mensen zullen smeken: “Yā Rabbi! Verwijder deze kwelling van ons. Wij geloven nu in U!” “Wanneer de rook komt, zullen mensen getroffen worden en tot berouw komen.” (al-Qurʾān, Surah al-Dukhān 44:1011)

Vuur uit Aden: Een brand zal uitbreken in Aden (Jemen). Deze zal mensen drijven naar hun verzamelplaats voor het Laatste Oordeel. “Aan het eind zal vuur oplaaien uit de richting van Aden en mensen drijven naar hun bestemming.” (Amad ibn anbal, n.d.)

De Profeet ﷺ zei: “Het Uur zal niet komen totdat jullie deze tien tekenen hebben gezien: (1) De rook. (2) De Dajjāl. (3) Het Beest (Dabbat al-Ar). (40 Het opkomen van de zon uit het westen. (5) De neerdaling van Jezus (zoon van Maria). (6) Het verschijnen van Yajuj en Majuj. (7) Een grondsplijting in het oosten. (8) Een grondsplijting in het westen. (9) Een grondsplijting in Arabië en (10) Een vuur uit Aden dat mensen zal verzamelen.” (Amad ibn anbal, n.d.)

Mahdī en wereldheerschappij gebeurtenissen: Een wolk zal boven het hoofd van de Mahdī verschijnen, en een engel zal zeggen: “Dit is Mahdī. Geloof hem.” Vier personen hebben de aarde overheerst: (1) Gelovigen: Zulqarnayn en Sulaymān. (2) Ongelovigen: Namrūd en Buhtunnassar. (3) De vijfde zal zijn: Mahdī, een afstammeling van de Profeet ﷺ. (4) “De aarde zal eigendom zijn van een van mijn afstammelingen, Mahdī.” (al-ākim, al-Mustadrak, n.d.)

Vredesverdrag en verraad: azrat Dhū Mukhammar (raḍiyAllāhu ʿanhu) verhaalde dat de Profeet ﷺ zei: “Jullie zullen een vredesverdrag sluiten met de Romeinen en samen een vijand achter Rome aanvallen. Na overwinning en oorlogsbuit zal een Romein roepen: ‘Overwinning voor het kruis!’ waarna hij door een moslim gedood zal worden. De Romeinen zullen het verdrag verbreken en met 80 colonnes van elk 10.000 soldaten ten strijde trekken.” (Amad ibn anbal, n.d.; Abū Dāwūd, n.d.; Ibn Mājah, n.d.)

Vierdaagse strijd en de komst van de Dajjāl: azrat Yusayr ibn Jābir (raḍiyAllāhu ʿanhu) verhaalde dat ʿAbdullāh ibn Masʿūd zei: “Een hevige strijd zal uitbreken tussen moslims en Romeinen. Op de vierde dag zullen de overlevende moslims terugkeren en Allāh zal de vijand omsingelen. De strijd zal zo intens zijn dat een overvliegende vogel zal sterven. Uit honderd mensen zal slechts één overleven. Dan zal een kreet klinken: ‘De Dajjāl heeft jullie plaats ingenomen.’ Tien ruiters zullen als verkenners worden gestuurd. De Profeet ﷺ zei: ‘Ik ken hun namen, vaders en de kleuren van hun paarden. Zij zijn de beste ruiters in de geschiedenis.’” (Amad ibn anbal, n.d.; aī Muslim, n.d.)

Kamp bij Dabiq en de verovering van Constantinopel: azrat Abū Hurayrah (raḍiyAllāhu ʿanhu) verhaalde dat de Profeet ﷺ zei: “Het Uur zal niet aanbreken totdat de Romeinen kamperen bij al-Aʿmash of Dābiq. Een leger uit Medina zal hen ontmoeten. Een derde zal vluchten (nooit vergeven), een derde zal martelaar worden, en een derde zal overwinnen en Constantinopel veroveren. Terwijl zij de buit verdelen, zal Satan roepen dat de Dajjāl is verschenen. Bij aankomst in Syrië zal de Dajjāl verschijnen. Tijdens het Fajr-gebed zal ʿĪsā ibn Maryam (ʿalayhis as-salām) neerdalen op de witte minaret in Damascus en voorgaan in het gebed. De Dajjāl zal oplossen als zout in water en door Allāh worden gedood.” (aī Muslim, n.d.)

Verovering door de mensen van al-Hijaz: De Profeet ﷺ zei tegen ʿAlī ibn Abī ālib: “Jij zult vechten tegen de Romeinen, en ook degenen na jou. De beste mensen van al-Hijaz zullen Constantinopel veroveren met Tasbī en Takbīr. Zij zullen de buit verdelen met hun schilden. Iemand zal zeggen: ‘De Dajjāl is verschenen’, maar hij zal liegen. Wie hem volgt zal spijt hebben, wie hem negeert zal overwinnen.” (Ibn Mājah, n.d.)

Volgorde van gebeurtenissen: azrat Muʿādh ibn Jabal (raḍiyAllāhu ʿanhu) verhaalde dat de Profeet ﷺ zei: “Na de herbouw van Bayt al-Maqdis zal Yathrib (Medina) vernietigd worden, gevolgd door de verovering van Constantinopel en daarna de verschijning van de Dajjāl.” (Amad ibn anbal, n.d.)

Bescherming van Medina: azrat Abū Hurayrah (raḍiyAllāhu ʿanhu) verhaalde dat de Profeet ﷺ zei: “Noch plaag, noch de Dajjāl zal Medina kunnen binnentreden.” (aī al-Bukhārī, Hadith 1880)

Voorafgaande leugenaars en valse profeten

De Profeet ﷺ waarschuwde dat vóór de Dajjāl meerdere leugenaars zullen verschijnen: azrat Jābir ibn Samurah (raḍiyAllāhu ʿanhu) verhaalde: “Vlak voor het Laatste Uur zullen er veel leugenaars zijn.” (aī Muslim, Hadith 157). azrat Abū Hurayrah (raḍiyAllāhu ʿanhu) verhaalde: “Er zullen bijna 30 Dajjāl-figuren verschijnen, elk bewerend een boodschapper van Allāh te zijn.” (aī al-Bukhārī, Hadith 7121; aī Muslim, Hadith 157). azrat Thawbān (raḍiyAllāhu ʿanhu) verhaalde: “Er zullen 30 leugenaars onder mijn Ummah verschijnen. Elk zal beweren een profeet te zijn, maar ik ben de Laatste Profeet.” (Amad ibn anbal, Musnad, n.d.)

Fitnah en verwarring: De Profeet ﷺ zei: “De tijd van de Dajjāl zal jaren van verwarring zijn. Leugenaars zullen geloofd worden, waarheidsprekers niet. Verraderlijke mensen zullen worden vertrouwd, en de Ruwaybidah zal zeggenschap hebben.” (Amad ibn anbal, n.d.). “Ruwaybidah zijn mensen die rebelleren tegen Allāh en toch zeggenschap krijgen over publieke zaken.” (Amad ibn anbal, n.d.)

Musaylimah al-Kadhdhāb (de Leugenaar was een beruchte valse profeet die tijdens het leven van de Profeet Muḥammad ﷺ optrad. Hij is een van de bekendste figuren die in de ḥadīth literatuur wordt genoemd als een voorafschaduwing van de Dajjāl) en de vrees voor de Dajjāl: azrat Abū Bakr (raḍiyAllāhu ʿanhu) verhaalde dat de Profeet ﷺ zei: “Musaylimah is één van de 30 leugenaars die vóór de Dajjāl zal verschijnen. Er is geen stad behalve Medina die zal ontkomen aan zijn vrees.” (Amad ibn anbal, n.d.). “Twee engelen zullen bij de poorten van Medina staan en de Dajjāl weren.” (Amad ibn anbal, n.d.)

Al-Harj en moreel verval: De Profeet ﷺ zei: “Het Laatste Uur zal niet aanbreken totdat rijkdom toeneemt, onheil verschijnt, en al-Harj toeneemt.” (Amad ibn anbal, n.d.). “Wat is al-Harj?” “Moord, moord.” (Amad ibn anbal, n.d.)

Valse uitnodigers: azrat Ibn ʿUmar (raḍiyAllāhu ʿanhu) verhaalde: “Onder mijn Ummah zullen meer dan 70 uitnodigers zijn, elk van hen zal de mensen uitnodigen naar het vuur van de hel.” (Amad ibn anbal, n.d.)

Algemene waarschuwing

De Profeet ﷺ zei: “Er is geen profeet geweest die zijn volk niet heeft gewaarschuwd voor de Dajjāl. Zelfs Nūḥ waarschuwde zijn mensen. Maar ik zal jullie iets vertellen wat geen profeet eerder heeft gezegd: de Dajjāl is eenogig, en Allāh is niet eenogig.” (aī Muslim, Hadith 2933; aī al-Bukhārī, Hadith 7131)

Uiterlijke kenmerken van de Dajjāl: (1)Rechteroog blind, als een druipende druif, (2) voorhoofd: “Kāfir” (ك ف ر) – zichtbaar voor elke gelovige, (3) bedekt oog met huid, (4) zal lijken op een mens, maar met misleidende krachten. “Iedere gelovige, geletterd of ongeletterd, zal het woord ‘Kāfir’ kunnen lezen.” (aī Muslim, Hadith 2934)

Illusie van Paradijs en Hel

azrat Abū Hurayrah (raḍiyAllāhu ʿanhu) verhaalde: “De Dajjāl zal iets meenemen dat lijkt op het Paradijs en de Hel. Wat hij Paradijs noemt, is in werkelijkheid de Hel.” (aī al-Bukhārī, Hadith 7130; aī Muslim, Hadith 2936)

Twee rivieren – test van inzicht

azrat Hudhayfah (raḍiyAllāhu ʿanhu) verhaalde: “De Dajjāl zal twee rivieren bezitten: één lijkt op zuiver water, de andere op vuur. Kies het vuur, sluit je ogen, buig je hoofd en drink – het zal koud water zijn.” (aī Muslim, Hadith 2935)

Ibn Sayyād – de kleine Dajjāl?

azrat ʿAbdullāh ibn ʿUmar (raḍiyAllāhu ʿanhu) verhaalde over een ontmoeting tussen de Profeet ﷺ en Ibn Sayyād: “De Profeet ﷺ vroeg hem: ‘Getuig je dat ik de Boodschapper van Allāh ben?’ Ibn Sayyād antwoordde: ‘Ik getuig dat u de Profeet bent van de ongeletterden.’” (aī al-Bukhārī, Hadith 7120). De Profeet ﷺ zei: “Als hij de Dajjāl is, zul je hem niet kunnen overmeesteren. Als hij het niet is, dan is het doden van hem geen goede daad.” (aī Muslim, Hadith 2937)

Discussie onder de Sahāba: azrat Jābir ibn ʿAbdullāh zwoer dat Ibn Sayyād de Dajjāl was. Ibn Sayyād zelf zei: “Ik heb kinderen, ik ben geboren in Medina, ik heb de Islam omarmd.” Hij voegde toe: “Als ik de kans had om de Dajjāl te zijn, zou ik het niet afslaan.” “De Profeet ﷺ keurde de uitspraak van ʿUmar niet af.” (aī al-Bukhārī, Hadith 7122; aī Muslim, Hadith 2938)

Ruwaybidah en verwarring

azrat Anas ibn Mālik (raḍiyAllāhu ʿanhu) verhaalde: “Tijdens de tijd van de Dajjāl zullen mensen een leugenaar geloven en een waarheidspreker wantrouwen. De Ruwaybidah zal zeggenschap hebben.” (Amad ibn anbal, Musnad, n.d.). “Ruwaybidah zijn mensen die rebelleren tegen Allāh en toch publieke macht krijgen.” (Amad ibn anbal, n.d.)

De adīth van Fatima bint Qays (raiyAllāhu ʿanhum)

De adīth van Fāimah bint Qays over al-Jassāsah en de Dajjāl is een authentieke en centrale overlevering in islamitische eschatologie, bevestigd in aī Muslim. Het verhaal van Tamīm al-Dārī vormt een profetische bevestiging van eerdere waarschuwingen van de Profeet over de Dajjāl.

Ḥazrat Amīr ibn Sharahil Sha’bi Sha’b Hamdān (raḍiyAllāhu ʿanhu) verhaalde dat hij aan Ḥazrat Fatima bint Qays, de zuster van Dahhak ibn Qays, vroeg wie de eerste Muhajirat was, ‘vertel mij een ḥadīth die u rechtstreeks (zonder de tussenkomst van een verteller) heeft gehoord van de Heilige Profeet ﷺ’.

De ḥadīth van Al-Nawwās ibn Samʿān al-Kilābī (raḍiyAllāhu ʿanhum)

Ḥazrat Al-Nawwās ibn Samʿān (raḍiyAllāhu ʿanhu) verhaalde dat de Heilige Profeet ﷺ op een ochtend sprak over de Dajjāl. Soms beschreef hij hem als onbetekenend en soms als zo gevaarlijk dat wij dachten dat de Dajjāl zich ergens in de klomp van dadelbomen bevond. Toen wij later naar de Heilige Profeet ﷺ gingen en hij onze angstige gezichten zag, vroeg hij: “Wat is er aan de hand met jullie?”

Wij antwoordden: “O Boodschapper van Allāh Ta’ālā, deze ochtend sprak u over de Dajjāl; soms beschreef u hem als onbetekenend en soms als zo gevaarlijk dat wij dachten dat hij zich in de klomp van dadelbomen bevond.”

De Heilige Profeet ﷺ zei: “Ik vrees voor jullie in andere zaken dan de Dajjāl. Als hij verschijnt terwijl ik onder jullie ben, zal ik hem namens jullie tegenhouden. Maar als hij verschijnt en ik ben niet meer onder jullie, dan zullen jullie hem op eigen houtje moeten tegenhouden, en Allāh Ta’ālā zal namens mij over iedere moslim waken. De Dajjāl zal een jonge man zijn met kort krullend haar en een druipend oog. Ik zou hem kunnen vergelijken met ʿAbd al-ʿUzzā ibn Qaṭan. Degene onder jullie die hem ziet, moet het openingsvers van Surah al-Kahf reciteren. Hij zal verschijnen op de weg tussen Syrië en Irak en zal zowel links als rechts rampen veroorzaken. O dienaren van Allāh Ta’ālā, blijf standvastig op het Pad der Waarheid.”

Wij zeiden: “O Boodschapper van Allāh Ta’ālā, voor de dagen die op een jaar zullen lijken, zal één gebed per dag voldoende zijn?” Hij antwoordde: “Neen, je zult een schatting van de tijd moeten maken en dan de gebeden (namāz) verrichten.”

Wij vroegen: “O Boodschapper van Allāh Ta’ālā, hoe snel zal hij over de aarde reizen?” Hij antwoordde: “Net zo snel als wolken die door de wind drijven. Hij zal naar de mensen toekomen en hen roepen (naar een valse religie), en zij zullen hem geloven en gehoorzamen. Hij zal een bevel aan de hemel geven, waarna regen zal vallen en op aarde gewassen zullen groeien. Nadat de dieren van de oogst hebben gegeten, zullen zij terugkeren naar hun stal met uiers vol melk en gestrekte flanken. Vervolgens zal hij naar andere mensen gaan en ook hen roepen naar zijn valse religie, maar zij zullen hem negeren. Dan zal hij daar vandaan weggaan, en zij zullen hongersnood lijden en niets bezitten in de vorm van rijkdom. Daarna zal hij langs een woestenij komen en zeggen: ‘Breng voort uw schatten’, en de schatten zullen als een zwerm bijen tevoorschijn komen. Vervolgens zal hij een jongeman roepen, hem met een zwaard in tweeën hakken, beide delen op een afstand van elkaar plaatsen, zo ver als een boog en doel. Dan zal hij die jongeman roepen, en hij zal rennend en lachend naar hem toekomen.

Op dat moment zal Allāh Ta’ālā de Messias, zoon van Maria, sturen, die zal verschijnen op de witte minaret in het oosten van Damascus. De Messias zal twee kledingstukken dragen die in saffraan zijn geverfd, en zijn handen zullen rusten op de vleugels van twee engelen. Zodra hij zijn hoofd laat zakken, zullen druppels van transpiratie vallen, en wanneer hij zijn hoofd opheft, zullen druppels als parels van zijn hoofd spatten. Iedere Kāfir die zijn geur ruikt, zal sterven, en zijn adem zal reiken zo ver als hij kan zien. Hij zal op zoek gaan naar de Dajjāl tot hij hem bij de poort van Ludd (nu bekend als Lod, nabij het zionistische staatsvliegveld) vindt, waar hij de Dajjāl zal doden.

Dan zullen mensen die door Allāh Ta’ālā zijn beschermd bij Isa (‘ʿalayhis salām), zoon van Maria, komen, en hij zal hun gezichten afvegen (de sporen van ontbering verwijderen) en hen vertellen over hun status in het Paradijs. Op dat moment zal Allāh aan Isa (ʿalayhis salām) openbaren: “Ik heb enkele van Mijn dienaren naar je gestuurd die niet overmeesterd kunnen worden. Neem Mijn dienaren veilig mee naar al-Ṭūr.”

Vervolgens zal Allāh Ta’ālā Yajuj en Majuj sturen, en zij zullen van iedere helling samendrommen. De eerste zal het meer van Tiberias passeren en het water opdrinken. De tweede zal langskomen en zeggen: “Er hoort water in te zijn.” Ḥazrat Isa, de profeet van Allāh Ta’ālā, en zijn metgezellen zullen belegerd worden, totdat een kop van een stier dierbaarder zal zijn dan honderd dinars vandaag de dag. Vervolgens zullen zij bidden tot Allāh Ta’ālā, en Hij zal insecten sturen die de mensen van Yajuj en Majuj in hun nek steken, waarna ieder van hen in de ochtend zal omkomen.

Ḥazrat Isa en zijn metgezellen zullen dan afdalen en geen enkele hoek of kier op aarde vinden die vrij is van hun verrotte stank. Zij zullen wederom tot Allāh Ta’ālā bidden, en Hij zal vogels sturen die lijken op de nek van kamelen. De vogels zullen de dode lichamen van Yajuj en Majuj oppakken en wegwerpen waar Allāh Ta’ālā het wil.

Daarna zal Allāh Ta’ālā regen laten komen die geen enkel huis of tent zal overslaan, en de aarde zal gereinigd worden totdat zij lijkt op een spiegel. De aarde zal vervolgens bevolen worden om vruchten voort te brengen en haar zegeningen te vernieuwen. Op die dag zal een groep mensen in staat zijn van één granaatappel te eten en beschutting te zoeken onder de schil. Een melk dragende kameel zal meer melk geven dan een hele groep kan opdrinken; een koe zal zoveel melk geven dat een hele volksstam het niet kan opdrinken; een melkgevend schaap zal zoveel melk geven dat een heel gezin het niet kan opdrinken.

Op dat moment zal Allāh Ta’ālā een aangename wind sturen die hen zal kalmeren, zelfs onder hun oksels, en de ziel van iedere moslim meenemen. Alleen de meest goddeloze mensen zullen achterblijven, en zij zullen zich vermengen als ezels. Dan zal het Laatste Uur over hen komen. (aī Muslim)

Ḥazrat Abdullah ibn ‘Umar (raḍiyAllāhu ʿanhu) verhaalde dat de Heilige Profeet ﷺ zei: “Terwijl ik sliep zag ik mijzelf dromen dat ik Tawāf (rondgang)van de Ka’aba deed. Ik zag een rossige man met dun haar en water druppelende van zijn hoofd. Ik vroeg, ‘wie is hij?’ en zij antwoordden, ‘de zoon van Maria’. Toen keerde ik mij om en zag een andere man met een reusachtig lichaam, rood gelaatskleur, krullend haar en één oog. Zijn andere oog leek op een druipende druif. Zij zeiden; dit is de Dajjāl.’ Degene die het meest op hem lijkt is Ibn Qatan, een man van de stam al-Khuza’ah’.” aī al-Bukhārī, aī Muslim

Ḥazrat Jābir ibn ‘Abdullah (raḍiyAllāhu ʿanhu) verhaalde dat de Heilige Profeet ﷺ zei: “De Dajjāl zal tegen het eind van de tijdlijn verschijnen, wanneer godsdienst niet meer zo nauw wordt genomen. Hij zal 40 dagen krijgen om de hele wereld rond te reizen. Een dag zal lijken op een jaar, een andere dag zal lijken op een maand, een derde zal lijken op een week en de rest zal lijken op normale dagen. Hij zal op een ezel rijden; de breedte tussen de oren (van de ezel) zal 40 kubist zijn. Hij zal aan de mensen zeggen, ‘ik ben jullie Heerser (god)’. Hij is eenogig, maar jullie Heerser is niet eenogig. Op zijn voorhoofd zal het woord Kāfir geschreven staan en iedere gelovige, geletterde of ongeletterde zal in staat zijn dat wordt te lezen. Hij zal overal gaan behalve naar Mekka en Medina, omdat die door Allāh Ta’ālā aan hem verboden zijn; engelen staan bij hun poorten. Hij zal een berg brood hebben en de mensen zullen ontberingen meemaken behalve degene die hem (de Dajjāl) zullen volgen. Hij zal beschikken over twee rivieren en ik weet wat zich daar in bevind. Hij zal een rivier het Paradijs noemen en de andere de Hel. Degene die zich zullen begeven naar de rivier die hij het Paradijs noemt gaan de Hel aantreffen en zij die zich zullen begeven naar wat hij de Hel noemt gaan het Paradijs aantreffen. Allāh Ta’ālā zal met hem twee duivels sturen die tegen de mensen gaan praten. Hij gaat een groot onheil teweegbrengen; hij gaat een bevel uitbrengen naar de hemel en de mensen zullen zien alsof het regent. Vervolgens gaat hij verschijnen waar hij iemand zal doden en weer tot leven brengen. Daarna zal hij niet meer beschikken over deze macht. De mensen zullen zeggen, ‘kan iemand anders dit ook doen?’ De moslims zullen vluchten naar Jabal al-Dukhān in Syrië en de Dajjāl zal komen en hen belegeren. De belegering zal toenemen en zij zullen grote ontbering meemaken. Dan gaat Jezus (‘ʿalayhis salām) zoon van Maria (raḍiyAllāhu ʿanhā), verschijnen en de mensen bij dageraad roepen, ‘O mensen, wat houd je tegen om naar buiten te komen en tegen deze kwade leugenaar te vechten?’ Zij zullen antwoorden, ‘hij is een Djinn’. Dan gaan zij naar buiten en zullen Jezus, zoon van Maria, zien. De tijd van het gebed zal aanbreken en de moslims gaan Jezus vragen in het gebed voor te gaan, maar hij zal antwoorden, ‘laat uw Imām het gebed leiden’. Hun Imām zal dan in het Ṣalāt al-Subh (ochtendgebed) voorgaan, waarna zij naar buiten zullen gaan en met de Dajjāl vechten. Zodra de leugenaar Jezus ziet zal hij oplossen als zout in water. Jezus zal naar hem gaan en doden, ook zal hij niemand in leven laten die de Dajjāl heeft gehoorzaamd.” Amad

De adīth van Al-Nawwās ibn Samʿān en Abū Umamah al-Bāhilī behoren tot de meest uitgebreide en gedetailleerde profetische beschrijvingen van de Dajjāl, zijn fitnah, en de uiteindelijke overwinning van ʿĪsā (ʿalayhis as-salām). Ze vormen een kernbron voor islamitische eschatologie en morele waakzaamheid.

Psychologische impact van de Dajjāl

De Profeet ﷺ sprak op een ochtend over de Dajjāl, waarbij hij hem afwisselend als onbeduidend en als uiterst gevaarlijk beschreef. De Sahāba raakten zo bezorgd dat zij dachten dat de Dajjāl zich al in de dadelpalmen bevond. De Profeet ﷺ stelde hen gerust, maar benadrukte: “Als hij verschijnt terwijl ik onder jullie ben, zal ik hem namens jullie bestrijden. Maar als ik er niet meer ben, dan moet ieder van jullie hem zelf bestrijden.” (aī Muslim, Hadith 2937)

Kenmerken van de Dajjāl: (1)Jonge man met kort, krullend haar, (2) één oog blind, als een druipende druif, (3) op zijn voorhoofd staat: Kāfir, (4) Lijkt op: ʿAbd al-ʿUzzā ibn Qaṭan, (5) zal beweren eerst profeet, dan god te zijn, (6) zijn valse “paradijs” is in werkelijkheid de hel.

Zijn verschijning en macht: Zal verschijnen tussen Syrië en Irak, beweegt als wolken in de wind, zal regen laten vallen, oogst laten groeien, zal rijkdom en hongersnood manipuleren, zal mensen doden en ogenschijnlijk tot leven brengen, zal een jongeman in tweeën hakken en hem weer tot leven roepen en zal mensen misleiden met duivels in de gedaante van hun ouders.

Bescherming tegen de Dajjāl: (1) Reciteer het begin van Surah al-Kahf (18:1–10), (2) zoek bescherming bij Allāh Ta’ālā, (3) wees standvastig op het Pad der Waarheid en (4) herken zijn tekenen: eenogig, valse goddelijkheid, manipulatie van natuurwetten.

Neerdaling van ʿĪsā ibn Maryam (ʿalayhis as-salām): Zal neerdalen bij de witte minaret in Damascus en de Dajjāl doden bij de poort van Ludd. Zijn adem zal ongelovigen doden tot waar zijn blik reikt en de gelovigen troosten en hun status in het Paradijs bevestigen.

Verspreiding en vernietiging door Yajuj en Majuj: (1) Zijzullen het meer van Tiberias droogleggen, (2) de aarde overspoelen met geweld, (3) Profeet ʿĪsā (‘ʿalayhis salām) en zijn metgezellen gaan vertrekken naar ūr Sīnāʾ, (4) Allāh zal hen vernietigen met insecten die hun nek treffen, (5) vogels gaan hun lijken weghalen en (6) regen gaat de aarde reinigen.

Zegeningen na de fitnah: (1) Vruchten zullen enorm zijn (granaatappel als schuilplaats), (2) melkproductie zal overvloedig zijn, (3) vrede en voorspoed zullen terugkeren, (4) een zachte wind zal de zielen van de gelovigen nemen en (5) alleen de slechtsten blijven over, waarna het Uur aanbreekt.

  • Abū Dāwūd. (n.d.). Sunan Abū Dāwūd (deel 4, p. 210). Dār al-Fikr.
  • Aḥmad ibn Ḥanbal. (n.d.). Musnad Amad. Dār al-Risālah.
  • Al-Bukhārī, M. Ibn Ismāʿīl. (n.d.). aī al-Bukhārī (deel 9, p. 45). Dār Ibn Kathīr.
  • Al-Ḥākim, M. Ibn ʿAbdullāh. (n.d.). Al-Mustadrak ʿala al-aīayn. Dār al-Kutub al-ʿIlmiyya.
  • Al-Muslim, Ḥ. Ibn al-Ḥajjāj. (n.d.). aī Muslim (Kitāb al-Fitan wa Ashrāṭ al-Sāʿah, Hadith 2937–2942). Dār al-Fikr.
  • Al-Nasā’ī, A. Ibn Shuʿayb. (n.d.). Sunan al-Kubrā (deel 2, p. 134). Dār al-Kutub al-ʿIlmiyya.
  • Al-Nawawī, Y. Ibn Sharaf. (n.d.). Shar aī Muslim. Dār al-Maʿrifah.
  • Al-Qurʾān. (n.d.). In M. A. S. Abdel Ḥalīm (Vert.), The Qurʾān (Surah al-Anbiyāʾ 21:1; an-Naḥl 16:1; ash-Shūrā 42:18). Oxford University Press.
  • Al-Shahrastānī, M. ʿA. (n.d.). Al-Milal wa al-Nial (deel 1, p. 22). Dār al-Maʿrifah.
  • Al-Tirmidhī, M. Ibn ʿĪsā. (n.d.). Sunan al-Tirmidhī (deel 5, p. 25). Dār al-Gharb al-Islāmī.
  • Ibn Kathīr, I. (n.d.). Al-Nihāyah fī al-Fitan wa al-Malāim. Dār al-Fikr.
  • Ibn Mājah, M. Ibn Yazīd. (n.d.). Sunan Ibn Mājah (deel 1, p. 145). Dār al-Maʿrifah.
  • Shah Walī Allāh. (n.d.). Hujjatullāh ʿalā al-ʿĀlamīn. Dār al-Rashīd.

Translate »
error: Content is protected !!