Inleiding Djamia Suriname

In 2011 was Stichting Djamia Aleemiyya Fariediyya in Suriname nog een parel, met als kantooradres Dordtselaan 149-C in Rotterdam. Maar wat zien wij anno 2025? Het is verworden tot een bouwval.

Een korte terugblik

Datzelfde jaar mailde ik, na een grondige analyse van het onderwijs in het Caricom-gebied en de Surinaamse onderwijswetgeving, rechtstreeks de minister van Onderwijs met het verzoek om erkenning van de Djamia. Deze instelling zou niet alleen islamitisch onderwijs bieden, maar ook seculiere opleidingen verzorgen, om zo de Surinaamse en Caribische samenleving te versterken.

De minister reageerde enthousiast op mijn analyse en bezorgdheid, en bracht mij in contact met het Nationaal Orgaan voor Accreditatie i.o. (NOVA). De interim-manager mailde mij vervolgens de benodigde formulieren om een accreditatieaanvraag in te dienen.

Wat ging aan vooraf?

Dars-e-Nizami is een klassiek islamitisch curriculum dat zijn oorsprong vindt in het 18e-eeuwse India. Het werd ontwikkeld door Maulana Nizamuddin Sihalivi rond het jaar 1748 CE (1161 AH). Hij was verbonden aan de beroemde Firangi Mahal Ulama-groep, een centrum van islamitische geleerden in Lucknow, India.
Dit curriculum wordt voornamelijk gebruikt in India en Pakistan, en is ook dominant binnen Surinaamse moslimgemeenschappen die hun religieuze scholing daar baseren. Dit betekent echter niet dat islamitische curricula uit Arabische, Turkse of Afrikaanse landen geen opleiding tot Alim (schriftgeleerde) bieden. Die veronderstelling leeft bij veel Surinaamse ulema die onvoldoende vertrouwd zijn met de bredere onderwijswereld en internationale varianten van islamitisch hoger onderwijs.

Maulana AbdurRashied Badullah vertelde mij in 2011 dat hij een groep afgestudeerde Surinaamse ulema had meegenomen naar wijlen prof. dr. Sjoerd van Koningsveld van de Universiteit Leiden — mijn professor voor Advanced History of Islam aan de IUE — met het doel hen te laten instromen in een masteropleiding. Sjoerd gaf aan dat de Surinaamse ulema-opleiding tot Alim overeenkomt met een tweejarige hbo-opleiding.
Maulana AbdurRashied Badullah vroeg mij vervolgens om Djamia Suriname te helpen bloeien, omdat de opleidingen destijds nog niet toonaangevend waren. Ik heb daarop meer dan 400 uur vrijwillig geïnvesteerd en de wekelijkse reiskosten van Amsterdam naar Rotterdam volledig uit eigen zak betaald.

Wat had ik ontwikkeld op universitair niveau voor Djamia Suriname? Meer dan drie dikke ordners, gevuld met:

  • Studiegids
  • Beleidsdocumenten
  • Functietyperingen
  • Docenten kwalificatie-eisen
  • Privacy en informatiebeveiliging
  • Curriculum basiskennis islam (mbo-niveau), Moulvi en Alīm (hbo-niveau), en master Islamic Studies
  • Curriculum master bedrijfs- en bestuurskunde
  • Praktijkgericht onderzoek voor Alīm
  • Wetenschappelijk onderzoek voor masters in Islamic Studies
  • Inrichting interne organisatie
  • Exameneisen en toetsen
  • Enzovoorts
Resultaat van mijn inspanningen

Het bestuur van Djamia heeft mijn voorstellen helaas niet kunnen implementeren. Dit is dan ook de reden waarom ik geen bijdrage meer lever aan Surinaamse en Nederlandse moslimorganisaties. Hoewel zij de ambitie hebben om te groeien, ontbreekt het hen aan fundamentele kennis van organisatiekunde en onderwijskunde.

Om die reden heb ik mijn eigen scholen opgericht. Inmiddels ben ik assessor geworden bij de Arabische organisatie AROQA (Arab Organization for Quality Assurance in Education), waar ik verantwoordelijk ben voor de accreditatie van hogescholen, universiteiten, jamia’s en professionals zonder erkend diploma binnen het islamitisch onderwijs.

Eén van de oprichters van CMO appte mij het volgende: “Bij de Vrije Universiteit organiseren wij regelmatig cursussen voor imams (Alim), speciaal gericht op maatschappelijke oriëntatie en debat in een multireligieuze context. Van docenten hoor ik vaak dat het niveau van onze (Surinaamse) imams laag is in vergelijking met Turkse en Marokkaanse imams.”
Als houder van het Certificaat Diplomawaardering & Landenmodule van EP-Nuffic én als Certified Quality Assessor and Expert in Institutional and Educational Development bij AROQA, kan ik dit alleen maar bevestigen. Hoewel zij kennis hebben opgedaan, ontbreekt het hen aan inzicht, vaardigheden en attitude (Adāb) op bachelor-niveau om te kunnen spreken van een volwaardig Alim-diploma.
Vooral de attitude ontbreekt bij veel Surinaamse ulema — zichtbaar in hun gedrag, zowel in het fysieke domein als op sociale media. Dat is inhoudelijk en pedagogisch gezien teleurstellend, zeker in het licht van internationale kwaliteitsstandaarden.

De Arab Organization for Quality Assurance in Education (AROQA) is een internationaal erkende non-profitorganisatie, opgericht in België, die zich richt op het verbeteren van de onderwijskwaliteit in de Arabische wereld door middel van accreditatie, kwaliteitsborging en capaciteitsopbouw.

De organisatie biedt accreditatie, consultancy en training aan onderwijsinstellingen, en werkt samen met regionale en internationale partners.

  • Hoofdkantoor: België
  • Doelgroep: Scholen, universiteiten, jamia’s, en professionals zonder erkend diploma
  • Uitvoerend orgaan: TAG-EDUQA

Wat betekent de AROQA-accreditatie internationaal?

Regionale erkenning: AROQA heeft een sterke focus op de Arabische regio en de landen die zich daarbij aansluiten. Binnen deze regio is een AROQA-accreditatie een serieus keurmerk die aantoont dat de universiteit voldoet aan bepaalde normen op het gebied van onderwijs en kwaliteitszorg.

Particuliere en niet-gouvernementele instellingen: Veel onderwijsinstellingen en bedrijven in het Midden-Oosten, Noord-Afrika en de omliggende regio’s erkennen AROQA als een vertrouwde organisatie voor kwaliteitsborging. Dit kan helpen bij: Samenwerkingen tussen universiteiten, Acceptatie door werkgevers en toelating tot vervolgonderwijs binnen die regio.

Internationale netwerken: Door samenwerkingen met andere kwaliteitsinstanties en organisaties zoals QAHE, FIBAA en anderen, kan een AROQA-accreditatie ook deuren openen binnen bepaalde internationale netwerken, vooral in landen waar AROQA bekend is erkend door de ministeries van onderwijs zoals: Verenigde Arabische Emiraten (VAE), Saoedi-Arabië, Jordanië, Libanon, Egypte, Palestijnse Gebieden, Koeweit, Bahrein, Oman, Marokko. In deze landen wordt AROQA gezien als een gerenommeerde organisatie voor kwaliteitszorg in het hoger onderwijs. Diploma’s van AROQA-geaccrediteerde instellingen worden geaccepteerd door werkgevers, sommige onderwijsinstellingen en zelfs overheidsgroepen.

2. Andere regio’s die geïnteresseerd zijn in AROQA

  1. Noord-Afrika (naast Marokko ook Algerije en Tunesië)
  2. Sub-Sahara Afrika (bepaalde landen zoals Nigeria, Kenia en Ghana tonen interesse in AROQA vanwege de nadruk op kwaliteitsverbetering)
  3. Buitenlandse universiteiten en particuliere instellingen die samenwerken met Arabische universiteiten of studenten uit deze regio aantrekken.

3. Internationale samenwerkingen en netwerken

AROQA werkt samen met organisaties zoals:

  • QAHE (International Association for Quality Assurance in Pre-Tertiary and Higher Education)
  • FIBAA (European Accreditation Agency)
  • ACQUIN (European Accreditation Agency)

Door deze koppelingen kunnen diploma’s van AROQA-geaccrediteerde instellingen meer acceptatie krijgen binnen internationale samenwerkingsverbanden, bijvoorbeeld: Joint degree-programma’s, internationale uitwisselingen en certificeringsprocessen binnen partnerinstellingen.

Taken van assessoren in kwaliteitsborging

Assessoren zijn essentieel voor het accreditatieproces. Hun taken omvatten:

  • Beoordeling van instellingen op basis van vastgestelde kwaliteitscriteria
  • Observatie en evaluatie van lespraktijken, curricula en leerresultaten
  • Gesprekken met docenten, studenten en management
  • Rapportage met aanbevelingen en accreditatiebesluiten
  • Toepassing van methodieken zoals STARRT of CGI voor objectieve oordelen

Vaardigheden die assessoren nodig hebben

  • Kennis van onderwijswetgeving en accreditatiekaders
  • Interviewtechnieken en beoordelingsmethoden
  • Transparant en onderbouwd rapporteren
  • Samenwerking en reflectie binnen assessorenteams
Beoordelingskaders van AROQA

AROQA hanteert standaarden die zijn afgestemd op internationale benchmarks, zoals die van ENQA, maar aangepast aan de Arabische context:

  • Accreditatie op institutioneel en programmatisch niveau
  • Zelfevaluatie en continue verbeterplannen
  • Kwaliteitsafdelingen binnen instellingen die prestaties monitoren

Recente accreditatie

Een opvallend voorbeeld is de Swiss International University, die onlangs officiële accreditatie ontving van TAG-EDUQA, het uitvoerend orgaan van AROQA.

  • De universiteit voldoet aan de strikte kwaliteitsnormen van AROQA.
  • Hiermee behoort ze tot een selecte groep instellingen die erkend zijn binnen het Arabische kwaliteitsborgingsnetwerk.
  • De accreditatie bevestigt dat hun curricula, leerprocessen en infrastructuur voldoen aan internationale standaarden.
AROQA versus Europese kwaliteitskaders

Een recente analyse laat zien dat AROQA’s standaarden op meerdere punten aansluiten bij Europese frameworks zoals die van ENQA (European Association for Quality Assurance in Higher Education):

AspectAROQAEuropese kaders (ENQA)
ZelfevaluatieVerplicht, met richtlijnenVerplicht, met institutionele vrijheid
Peer reviewInternationaal en regionaalInternationaal, vaak ENQA-lid instellingen
Continue verbeteringCyclisch en indicator gestuurdCyclisch, met nadruk op impact en innovatie
CapaciteitsopbouwTrainingen en workshops via TAG-EDUQAOndersteuning via nationale QA-agentschappen
ContextgevoeligheidSterk afgestemd op Arabische regioGericht op Europese diversiteit

Hoewel AROQA sterk leunt op internationale benchmarks, biedt het meer regionale flexibiliteit en culturele afstemming, wat essentieel is voor instellingen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika.

Een overzichtelijke vergelijking tussen de beoordelingskaders van AROQA en de NVAO

AspectAROQANVAO
Regio & DoelgroepArabische wereld; K-12 en hoger onderwijsNederland en Vlaanderen; hoger onderwijs (hbo en wo)
DoelstellingVerbeteren van onderwijskwaliteit en internationale erkenningWaarborgen van kwaliteit en transparantie in het hoger onderwijs
BeoordelingskaderAROQA Accreditation Standards, afgestemd op internationale benchmarksAccreditatiekader Nederland 2018, gebaseerd op WHW en ESG-richtlijnen
BeoordelingsmethodenZelfevaluatie, externe audits, capaciteitsopbouwVisitatiecommissies, instellingstoets, accreditatie bestaande/nieuwe opleidingen
FocuspuntenCultuur van kwaliteit, capaciteitsopbouw, consultancyLeerresultaten, toetsing, onderwijsleeromgeving, kwaliteitscultuur
SamenwerkingArabische ministeries, universiteiten, internationale partnersEuropese partners, instellingen, panels van deskundigen

Opmerkelijk verschil
AROQA legt sterk de nadruk op het ontwikkelen van een kwaliteitscultuur en het ondersteunen van instellingen bij het opzetten van interne kwaliteitszorg. De NVAO daarentegen werkt binnen een wettelijk kader en richt zich op formele accreditatieprocedures met duidelijke standaarden en beslisregels.

Accrediteert AROQA ook islamitische onderwijsinstellingen?

Ja, AROQA accrediteert ook islamitische onderwijsinstellingen, waaronder zogeheten Jamia-scholen, mits zij voldoen aan de kwaliteitsstandaarden. Een concreet voorbeeld is de samenwerking met Al-Jami’a Secondary Schools in Amman, Jordanië. Hoewel deze instelling niet expliciet als een traditionele Islamic Jamia wordt aangeduid, weerspiegelen de naam en het profiel wel islamitische onderwijstradities.

Wat houdt de accreditatie in?

  • AROQA biedt accreditatie op basis van internationale kwaliteitsstandaarden, aangepast aan de Arabische context.
  • De accreditatie omvat aspecten zoals:
    • Governance en leiderschap
    • Onderwijskwaliteit en lesmethoden
    • Studentenondersteuning en infrastructuur
    • Evaluatie en continue verbetering

Islamitische instellingen en AROQA

  • AROQA richt zich op onderwijsinstellingen in de Arabische wereld, waaronder religieus georiënteerde scholen.
  • Zolang een Jamia voldoet aan de criteria voor academische kwaliteit, transparantie en studentgerichtheid, komt ze in aanmerking voor accreditatie.
  • De organisatie benadrukt culturele sensitiviteit en contextuele afstemming, wat gunstig is voor islamitische instellingen.

Islamitische universiteiten en AROQA-accreditatie

Ja, AROQA accrediteert ook instellingen voor hoger onderwijs, waaronder islamitische universiteiten, mits ze voldoen aan hun kwaliteitsstandaarden. De accreditatie is institutioneel en programmatisch, en richt zich op:

  • Curriculumkwaliteit en relevantie volgens internationale normen
  • Governance en leiderschap
  • Leerresultaten en studentenondersteuning
  • Gemeenschapsbetrokkenheid en onderzoek

Een voorbeeld van een instelling die onder AROQA valt is de Talal Abu-Ghazaleh University College for Innovation (TAGUCI) in Jordanië, die sterk leunt op islamitische waarden en innovatie. Hoewel AROQA geen expliciete lijst publiceert van islamitische universiteiten, is hun accreditatieproces toegankelijk voor religieus georiënteerde instellingen.

Religieuze curricula binnen AROQA-standaarden

AROQA hanteert kwaliteitsstandaarden die cultureel sensitief zijn en afgestemd op de Arabische context. Dit betekent dat religieuze curricula, zoals islamitische theologie of Shari’ah, kunnen worden geaccrediteerd zolang ze:

  • Academisch verantwoord zijn
  • Duidelijke leerdoelen hebben
  • Voldoen aan pedagogische en didactische normen
  • In lijn zijn met internationale benchmarks

De accreditatie beoordeelt niet de inhoud van het geloof, maar de onderwijskundige kwaliteit ervan. AROQA werkt samen met ministeries van onderwijs en religieuze instellingen om deze balans te waarborgen.

Accrediteert AROQA ook islamitische professionals?

Ja, AROQA accrediteert ook islamitische professionals, vooral via programma’s voor capaciteitsopbouw, training en certificering binnen het onderwijsveld. Hoewel hun primaire focus ligt op instellingen, bieden ze ook diensten aan individuele professionals die actief zijn in onderwijs, kwaliteitszorg en academisch leiderschap.

Voor islamitische professionals betekent dit:

  • Deelname aan trainingen en workshops over kwaliteitsborging in onderwijs.
  • Certificering in onderwijskundige standaarden, inclusief religieus georiënteerde curricula.
  • Mogelijkheid tot lidmaatschap van AROQA, wat toegang biedt tot netwerken, conferenties en publicaties.
  • Samenwerking met islamitische instellingen voor professionele ontwikkeling.

AROQA werkt samen met organisaties zoals TAG-EDUQA en ECLBS, die ook individuele accreditatie en erkenning bieden aan professionals in het Arabische en islamitische onderwijs. Hier is een overzicht van hoe AROQA islamitische professionals ondersteunt via certificering, training en lidmaatschap.

Certificering voor islamitische docenten, Imams en academici

AROQA biedt via haar platform TAG-EDUQA certificeringsmogelijkheden voor individuele professionals in het onderwijs. Dit omvat:

  • Islamitische docenten: Trainingen in kwaliteitsborging, curriculumontwikkeling en pedagogiek.
  • Imams: Certificering in religieus onderwijs, leiderschap en community engagement (voor zover ze actief zijn in onderwijsinstellingen).
  • Academici: Workshops over accreditatie, onderzoek standaarden en onderwijsinnovatie.

Deze programma’s zijn afgestemd op internationale normen, maar houden rekening met de culturele en religieuze context van islamitisch onderwijs.

Lidmaatschap voor islamitische professionals

Islamitische professionals kunnen zich ook individueel registreren bij AROQA. Lidmaatschap biedt:

  • Toegang tot conferenties, publicaties en netwerken
  • Korting op cursussen en TAG TECH-apparatuur
  • Mogelijkheid om onderzoek te publiceren in het Arab Journal of Quality in Education
  • Deelname aan werkgroepen en besluitvorming binnen AROQA
Islamitische theologie binnen AROQA-certificering

Hoewel AROQA geen aparte certificering aanbiedt specifiek voor islamitische theologie als academische discipline, kunnen instellingen die deze opleidingen aanbieden wél geaccrediteerd worden. Dit gebeurt via hun programma’s voor institutionele en programmatische accreditatie, waarbij religieuze curricula worden beoordeeld op:

  • Academische structuur en leerdoelen
  • Pedagogische kwaliteit
  • Culturele en religieuze sensitiviteit
  • Internationale benchmarks
Imam-certificering via AROQA

AROQA biedt geen directe certificering voor imams als religieuze leiders, maar wél voor imams die actief zijn in het onderwijsveld. Via hun platform TAG-EDUQA kunnen zij:

  • Zich registreren als individuele professional.
  • Deelname aan trainingen over religieus onderwijs, leiderschap en kwaliteitszorg.
  • Certificering ontvangen in onderwijs gerelateerde competenties.

Dit is vooral relevant voor Imams die lesgeven aan islamitische scholen, Jamia-instellingen of religieuze academies.

Bronnen:

  • Arab Organization for Quality Assurance in Education. (z.d.). About us. Geraadpleegd op 29 oktober 2025, van http://aroqa.org/en
  • Caribbean Community (CARICOM). (2010). Human Resource Development Strategy 2011–2020. Georgetown: CARICOM Secretariat.
  • ECLBS. (z.d.). AROQA Partnership. Geraadpleegd op 29 oktober 2025, van https://www.eclbs.eu/de/aroqa
  • Ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur Suriname. (2011). Wet op het voortgezet onderwijs. Paramaribo: Overheid van Suriname.
  • Nationaal Orgaan voor Accreditatie i.o. (2011). Handleiding accreditatieaanvraag. Interne documentatie.
  • Robinson, F. (2001). Islam and Muslim History in South Asia. Oxford University Press.
  • Van Bruinessen, M., & Allievi, S. (2013). Producing Islamic Knowledge: Transmission and Dissemination in Western Europe. Routledge.
  • Tangali, M. J. (2011). Curriculumontwikkeling islamitisch hoger onderwijs: Moulvi en Alīm-niveau. Ongepubliceerd intern document, Djamia Aleemiyya Fariediyya.

Translate »
error: Content is protected !!