Subsidie- en autoverzekeringszwendelaar

1. AD-artikel (27 januari 2025)

Onderwerp: terugvordering subsidie Medina Festival
Bron: Algemeen Dagblad (AD)

Kernpunten

  • De stichting ontving in 2019 een subsidie van €25.000 voor het Medina Festival.
  • De gemeente Den Haag vorderde de subsidie terug vanwege onduidelijke financiële verantwoording.
  • Voorbeelden van afwijkingen:
    • Zaalhuur: stichting claimde €11.000, factuur toonde €8.500.
    • Geluidsinstallatie: stichting claimde €8.000, factuur toonde €6.000.
  • Rechter stelde kritische vragen over o.a. kwitanties op briefpapier van de stichting zelf.
  • Gemeente stelt dat zij redelijk heeft gehandeld en dat bankafschriften terecht zijn opgevraagd.

2. Rechtbank Den Haag – uitspraak ECLI:NL:RBDHA:2023:9542 (23 juni 2023)

Onderwerp: beroep tegen nihilstelling subsidie “Multicultural Global Village”
Bron: Omgevingsweb

Kernpunten

  • Subsidie van €25.000 toegekend in 2019; voorschot €22.250.
  • Gemeente stelde subsidie op nihil wegens:
    • afwijkingen tussen financiële verantwoording en ingediende stukken;
    • onvoldoende bewijs van rechtmatige besteding.
  • Stichting voerde aan:
    • dat verschillen verklaarbaar waren door sponsoring door bedrijven;
    • dat de gemeente een te strikte uitleg hanteerde van “deugdelijke bewijsstukken”.
  • Gemeente vond dat rechtmatigheid niet kon worden vastgesteld → terugvordering voorschot.
  • De rechtbank behandelde de zaak via beeldverbinding.

Conclusie

De beschikbare stukken laten een consistent beeld zien: De gemeente Den Haag heeft subsidies aan Stichting Besef en Balans op nihil gesteld en teruggevorderd vanwege onvoldoende of onduidelijke financiële verantwoording. De stichting heeft dit juridisch aangevochten, maar de kern van de discussie draait steeds om bewijsstukken, factuurverschillen en rechtmatigheid van uitgaven.

Samenvatting – ECLI:NL:RBGEL:2021:1736 (Rb. Gelderland, 31 maart 2021)

Kern van de zaak

De stichting Stichting Besef en Balans (SBB) vordert dat verzekeraar Achmea aansprakelijkheid erkent voor schade aan een Volkswagen Golf na een aanrijding met een Suzuki Swift. Achmea weigert dit, omdat zij vermoedt dat sprake is van een opzetaanrijding en omdat essentiële informatie ontbreekt.

Feitenoverzicht

  • Datum ongeval: 26 oktober 2017 in Den Haag.
  • Betrokken voertuigen:
    • Volkswagen Golf (eigendom SBB), bestuurd door [naam 1].
    • Suzuki Swift (eigendom Europcar), bestuurd door [naam 2], verzekerd bij Achmea.
  • Schade aan de Golf vastgesteld op € 9.550,89 door CED.
  • Achmea kon haar verzekerde [naam 2] niet bereiken; zij bleef spoorloos.
  • Achmea vermoedt een geënsceneerde aanrijding en erkent geen aansprakelijkheid.

Vorderingen van SBB

  1. Erkenning van aansprakelijkheid door Achmea.
  2. Schadevergoeding.
  3. In een incident: een beroep op artikel 843a Rv (inzage/afschrift van stukken) om onderzoeksinformatie van Achmea te verkrijgen.

Oordeel van de rechtbank

1. Geen erkenning van aansprakelijkheid

De rechtbank oordeelt dat:

  • SBB onvoldoende feiten heeft aangevoerd om aansprakelijkheid van Achmea te onderbouwen.
  • Achmea voldoende reden had om nader onderzoek te doen vanwege het vermoeden van een opzetaanrijding.
  • SBB geen bewijsaanbod heeft gedaan dat de toedracht van het ongeval kan bevestigen.

Gevolg: De vordering tot aansprakelijkheid wordt afgewezen.

2. Incidentele vordering ex art. 843a Rv afgewezen

De rechtbank wijst ook de inzagevordering af omdat:

  • SBB geen rechtmatig belang heeft aangetoond.
  • De gevraagde stukken onvoldoende bepaald zijn.
  • Artikel 843a Rv niet bedoeld is voor een “fishing expedition”.

Uitkomst

  • Alle vorderingen van SBB worden afgewezen.
  • SBB wordt veroordeeld in de proceskosten.

Samenvatting – ECLI:NL:GHARL:2022:7300
Gerechtshof Arnhem‑Leeuwarden, 23 augustus 2022

Kern van de zaak
De stichting Stichting Besef en Balans (SBB) gaat in hoger beroep tegen Achmea. SBB wil dat Achmea aansprakelijkheid erkent voor schade aan haar Volkswagen Golf na een aanrijding op 26 oktober 2017. De kantonrechter wees de vorderingen eerder af. Het hof beoordeelt of SBB alsnog kan slagen.
 
Feitenoverzicht
Ongeval tussen: Volkswagen Golf van SBB, bestuurd door [naam1]
Suzuki Swift, gehuurd bij Europcar, bestuurd door [naam2], verzekerd bij Achmea
Schadeclaim SBB: € 9.550,89
Achmea betwist de toedracht en vermoedt onregelmatigheden.
SBB vordert: Verklaring voor recht dat Achmea aansprakelijk is
Schadevergoeding: (Voorwaardelijk) afgifte van forensische onderzoeksrapportages
 
Oordeel van het hof
1. SBB krijgt een bewijsopdracht
Het hof vindt dat SBB voldoende concreet heeft gesteld hoe het ongeval volgens haar is gebeurd. Daarom krijgt SBB de gelegenheid om bewijs te leveren van de door haar gestelde toedracht. Het hof motiveert dit als volgt: De toedracht is betwist, maar niet op voorhand ongeloofwaardig. Het ingevulde aanrijdingsformulier ondersteunt de lezing van SBB. De kantonrechter had SBB niet zonder meer mogen afwijzen zonder haar tot bewijs toe te laten.
2. Nog geen uitspraak over aansprakelijkheid
Het hof doet geen einduitspraak. Pas na bewijslevering kan worden beoordeeld: of de aanrijding daadwerkelijk zo is verlopen als SBB stelt en of Achmea dus aansprakelijk is.
 
Uitkomst
SBB wordt toegelaten tot bewijslevering van de toedracht van het ongeval.
De zaak wordt aangehouden voor verdere bewijsvoering.
Er is nog geen beslissing over aansprakelijkheid of schadevergoeding.
 

Translate »
error: Content is protected !!