Wat zegt Imām al‑Ghazālī (raḍiyAllāhu ʿanhu) over de tasbīḥ in de Iḥyāʾ’?
Inleiding
Tasbīḥ betekent letterlijk: Allāh Ta’ālā verheerlijken en Hem vrij verklaren van elke tekortkoming. Het komt van de Arabische stamwoord die o.a. “verheffen”, “bewegen”, “glijden” en “verheerlijken” betekent.
1. Al‑Ghazālī (raḍiyAllāhu ʿanhu) beschouwt de tasbīḥ als toegestaan en nuttig
In de Iḥyāʾ’ bespreekt al‑Ghazālī de dhikr‑praktijken en noemt hij dat het tellen van dhikr op verschillende manieren kan:
- met de vingers (afḍal), wat hij als afḍal (voorkeur) noemt omdat de vingers op de Dag des Oordeels zullen getuigen;
- met steentjes of pitten;
- met een koord met knopen of kralen (wat overeenkomt met de latere tasbīḥ).
Hij beschouwt het gebruik van hulpmiddelen als toegestaan wanneer het de persoon helpt om meer dhikr te verrichten zonder afgeleid te raken.
2. Zijn belangrijkste argument: hulpmiddelen zijn toegestaan als ze leiden tot meer dhikr
Al‑Ghazālī (raḍiyAllāhu ʿanhu) stelt dat: “Alles wat helpt om het hart aanwezig te houden bij Allah en de tong te beschermen tegen nalatigheid, behoort tot de middelen van het goede.” Daarmee valt de tasbīḥ onder de categorie wasāʾil al‑khayr (middelen tot het goede).
3. Hij verwijst naar de praktijk van de Ṣaḥābah
Al‑Ghazālī citeert in de Iḥyāʾ’ de bekende overleveringen:
- Sayyidah Ṣafiyyah (raḍiyAllāhu ‘ʿanhā) had steentjes waarmee zij tasbīḥ deed.
- Abū Hurayrah (raḍiyAllāhu ‘ʿanhu) had een koord met 1000 knopen voor zijn dagelijkse dhikr.
Deze worden door al‑Ghazālī gebruikt om te tonen dat hulpmiddelen voor dhikr een gevestigde praktijk zijn. Daar bespreekt al‑Ghazālī:
- de vormen van dhikr,
- het tellen van dhikr,
- de hulpmiddelen die de vroege moslims gebruikten.
Al‑Ghazālī (raḍiyAllāhu ʿanhu) staat het gebruik van de tasbīḥ volledig toe, beschouwt het als een hulpmiddel voor meer dhikr, verwijst naar de praktijk van de Ṣaḥābah, en benadrukt dat de intentie belangrijker is dan de vorm.
Al‑Ghazālī (raḍiyAllāhu ʿanhu) bedoelt niet dat de tasbīḥ (de kralenketting) uit drie delen bestaat, maar dat de tasbīḥ‑handeling (het prijzen van Allāh Ta’ālā) zelf uit drie soorten dhikr bestaat. In Iḥyāʾ’ ‘ʿUloom al‑Dīn, in Kitāb al‑Dhikr wa’l‑Du‘ā’, zegt Imām al‑Ghazālī dat de dhikr die men telt (met vingers, steentjes of kralen) drie hoofdvormen heeft:
De vier onderdelen volgens al‑Ghazālī
- Tasbīḥ: SubḥānAllāh. Dit is het heiligen en verheerlijken van Allāh Ta’ālā, vrij van tekortkomingen.
- Tamḥīd: Alhamdulillāh. Dit is het prijzen en danken van Allāh Ta’ālā.
- Takbīr: Allāhu Akbar. Dit is het verklaren dat Allāh Ta’ālā Groot is.
- Tahlīl: Lā ilāha illā Allāh. Dit is het verklaren van de Eenheid van Allāh Ta’ālā.
4. Hij waarschuwt wel tegen ostentatie (riyā’)
Al‑Ghazālī benadrukt dat:
- de tasbīḥ geen pronkstuk mag worden,
- het niet bedoeld is om vroomheid te tonen,
- en dat de intentie belangrijker is dan het hulpmiddel.
5. De spirituele functie volgens al‑Ghazālī
Hij noemt drie voordelen:
- Concentratie: het ritme van de kralen helpt het hart te focussen.
- Continuïteit: het voorkomt dat men de tel kwijtraakt.
- Discipline: het maakt het makkelijker om vaste aantallen dhikr te onderhouden.
Waar in de Iḥyāʾ’ staat dit (bron)?
- Rub‘ al‑‘Ibādāt (Het kwartier van de aanbiddingen)
- Boek 9: Dhikr en Du‘ā’ (Kitāb al‑Dhikr wa’l‑Du‘ā’)
