(Allāhs Naam is het Begin, de Meest Barmhartige, de Meest Genadevolle).
Alle lof behoort toe aan Allāh Ta’ālā, Heer der werelden, Die Zijn Genade en leiding heeft geschonken door de zending van de Geliefde Profeet, Sayyidul ‘ʿĀlamīn Muhammadur Rasūlullāh ﷺ. Zegeningen en vrede zij met hem, zijn familie en zijn metgezellen.

Dit werk heb ik transcript aan de hand van de video ter gelegenheid van de herdenking van Milād‑un‑Nabī ﷺ, het geboortefeest van de Heilige Profeet ﷺ. Het doel van deze bundel is niet slechts het vieren van een historische gebeurtenis, maar het verdiepen van ons inzicht in de blijvende boodschap van de Profeet ﷺ: liefde, gehoorzaamheid, bescherming van de islam en het besef dat onze ware identiteit ligt in de moslim‑zijn. Ik heb ook de bronnen vermeld ter onderbouwing van wat mijn murshid vertelde. Ook heb ik de toesprak in hoofdstukken ingedeeld.

In een tijd waarin verdeeldheid en nationalistische begrenzingen de Ummah verzwakken, herinnert dit voorwoord ons eraan dat de ware kracht van de moslimgemeenschap ligt in haar eenheid onder de vlag van islam. De Qur’ān en de Aḥādīth tonen ons dat de Profeet ﷺ dichter bij de gelovigen is dan zijzelf, en dat zijn deur altijd openstaat voor wie vergiffenis zoekt.

Het voorwoord wil de lezer voorbereiden op de inhoud die volgt: een oproep tot bescherming van de islam, tot liefde voor de Profeet ﷺ, en tot het leven en sterven met de identiteit van een moslim. Het is een uitnodiging om de boodschap van Milād‑un‑Nabī ﷺ niet slechts te horen, maar te beleven en door te geven aan komende generaties.

Moge Allāh Ta’ālā dit werk zegenen, het nuttig maken voor de Ummah, en ons allen leiden tot het pad van gehoorzaamheid en liefde voor Zijn Geliefde Profeet ﷺ. Wa ākhiru da‘wānā an al‑ḥamdu lillāhi Rabbīl ‘ʿĀlamīn.

Khubah

‘Auzubillaahi minash shaytaan-ir-rajeem, Bismillaah-ir-Raḥmān-ir-Raḥīm.

Alhamdulillāh, nahmaduhu wa nasta’eenuhu wa nastaghfiruhu wa nu’minubihi wanatawakkalu ʿalayh, wa na’oodhubillaahi min shuroori anfusinaa wa min sayyiaati a’maalina man-yahdihillaahu falaa mud-hillalah, wa man yudhlilhu falaa haadiyalah, wa nash hadu an laa ilāha-illAllāhu wahdahu laa shareekalah, wa nash hadu anna Sayyidena wa Nabiyyinna wa Habībina wa Maulana Muhammad, Sallallāhu Ta’ālā ʿAlayhi wa sallama ‘abdahu wa Rasooluh.  Alladhee ursila ilal khaliqi kāffatan basheerawn wa nazeera, wa daa’iyan illallaahi bi idhnihi wa siraajan muneerah.

Wa bash-shiril mumineena bi-anna lahum minallaahi fadlan kabeera. Fahuwal habeebulladhi turjaa shafāʿah ‘atuhu likulli hawlim minal aḥwāli muqtahimi.  Yā ‘adli da’wati ashjaaru saajidatan tamshee ilāhī ‘alaa saaquim bilaa quadamee.  Yā Rab! Yā rabbi saalli wa sallīm daamiman sarmada ‘alaa Habeebika Khayril Khalqui kullihimi. Allāhumma salli ‘alaa Habeebika Sayyidena wa Maulana Muhammad Saahibil wajhil Anwar wal Jabeenil Azhar, Ṣalātan wa salaaman ‘alayka yā sayyidee yaa RasoolAllāh.

Qalallaahu ‘Azzawajalla feeshaani Habeebihi Mukhbiranw Wa aami-rah. Innallaaha wa Malaa ikatahu yusalloona ‘alan-Nabī. Yā ayyuhal ladheena ‘āmanū sallu ‘alahyi wa sallimu taslīma.  Allāhumma saalli ‘alaa Sayyidena wa Maulana Muhammad wa ‘alaa Aalihi wa Sahbihi wa sallam. Ṣalātan wa Salāman ‘alayka Yā Sayyidī Yā RasoolAllāh.

Zijne Excellentie, gerespecteerde ‘ulamā (islamitische Schriftgeleerden), mijn waarde broeders en zusters in islam,

Assalāmu ‘alaikum wa Ramatullāhi wa Barakātuhu.
Allereerst wil ik World Islamic Mission Canada feliciteren met het organiseren van de Derde Internationale Milād‑Un‑Nabī Conferentie, [Milād‑e‑Mustafa Conferentie]. Mijn felicitaties aan de organisatoren van World Islamic Mission en andere organisaties die geparticipeerd hebben met hand‑ en spandiensten van de World Islamic Mission. Ik feliciteer alle organisaties van Canada voor hun deelname in de Milād‑un‑Nabī Conferentie en het organiseren van andere evenementen in Canada.

Tegelijkertijd dienen wij te denken over de plicht van moslims in Canada jegens islam en de plicht van islam op u. Ik zou een paar woorden aan u willen richten met betrekking tot dit punt. Als een moslim, volgeling van de Geliefde Profeet Sayyidul ‘Aalamīn Muhammadur Rasūlullāh (Sallallāhu alayhi wa Sallam) nemen wij deel in deze veelbelovende gelegenheid van de Eid‑e‑Milād‑Un‑Nabī Conferentie (Qur’ān 33:21, Ṣaḥīḥ al‑Bukhārī, Kitāb al‑Adāb, ḥadīth nr. 6130). Doch, tegelijkertijd is het onze plicht om hem lief te hebben, hem te respecteren en onze kinderen te leren hoe zij de Geliefde Profeet ﷺ kunnen liefhebben (Ṣaḥīḥ Muslim, Kitāb al‑Īmān, ḥadīth nr. 70). Dat is hoe islam in praktijk te brengen in dit deel van de wereld.

Mijn beste broeders en zusters in islam, uw plicht jegens de islam is om te participeren in dit evenement. Tegelijkertijd wil ik u herinneren dat islam een godsdienst is, niet slechts uw godsdienst. Als gelovigen (soennieten) moeten wij herinneren dat deze godsdienst meer dan 1.400 jaar geleden in deze wereld is geïntroduceerd en dat wij onze Geliefde Profeet ﷺ moeten gedenken. Hij is de enige Profeet die Medina al‑Munawwarah stichtte en de gehele moslimgemeenschap wereldwijd leidt. Dit betekent dat hij hier is, maar hoe is hij dan hier?

Allāh Ta’ālā openbaart:

“En Allāh zal hen niet straffen zolang gij onder hen zijt, noch zal Allāh hen straffen indien zij om vergiffenis vragen.” (Qur’ān, Surah al‑Anfāl, 8:33).

Deze woorden van de Heilige Qur’ān werden geopenbaard in de tijd van de Geliefde Profeet Sayyidul ‘Aalamīn Muhammadur Rasūlullāh ﷺ. Er was geen straf, omdat hij daar aanwezig was. Daarna kwam er wel straf, maar die werd gegeven aan de Ummah van Banī Isrāʾīl, de kinderen van Israël. Allāh Ta’ālā veranderde hun gezichten en zij werden gestraft door Allāh. De kinderen van Israël, zij die Jezus volgden en zij die Mozes volgden. Maar Allāh heeft in de Heilige Qur’ān beloofd: “Wij gaan geen straf geven aan u,” zelfs niet aan de heidenen van Makkah vanwege uw aanwezigheid daar, Yā RasūlAllāh ﷺ. De Geliefde Profeet ﷺ is in de stad van Madīnah; meer dan 1.400 jaar zijn voorbijgegaan en nog steeds is hij daar.

Broeders en zusters, kunt u een stichter van een godsdienst vinden die nog steeds met zijn Ummah (volgelingen) is?

Ik heb getracht de (zogenaamde) heilige tombe van meneer Boeddha te lokaliseren. Deze kan in de hele wereld nergens worden gevonden. Geen twijfel: ‘Gautham Budh’, zijn overlijdensplaats en zijn graf kan niemand aanwijzen. Hetzelfde geldt voor Jezus of Ḥazrat ‘Īsā ‘alā Nabiyyinna wa ‘Alayhis‑ṣalātu wa‑Salām. Jezus, de stichter van het christendom, is niet hier; hij is niet met zijn volgelingen. Lichamelijk en geestelijk is Jezus niet hier. Meneer Boeddha is niet hier.

En wat betreft Mozes, de stichter van het jodendom? Vader van de joden, Mūsā ‘Alayhis‑ṣalātu wa‑Salām, en Dāwūd ‘Alayhis‑ṣalātu wa‑Salām? U zult hun graven nergens in de wereld vinden. Als u iemand vraagt naar de vindplaats van de heilige tombe van Ḥazrat Mūsā ‘Alayhis‑ṣalātu wa‑Salām en Ḥazrat Yaʿqūb ‘Alayhis‑ṣalātu wa‑Salām, zult u geen bevredigend antwoord krijgen. Sommigen zullen zeggen: misschien hier, anderen zullen zeggen: misschien daar. Maar er zal geen enkele begraafplaats of graf van Sayyidena Mūsā of Dāwūd ‘Alayhis‑ṣalātu wa‑Salām gevonden worden.

Geen enkele stichter van een godsdienst is in deze wereld aanwezig, behalve de Geliefde Profeet Sayyidul ‘ʿĀlamīn Muhammadur Rasūlullāh ﷺ. Hij is nog steeds met zijn Ummah. Dat is wat Allāh Ta’ālā openbaart:

“En Allāh zal hen niet straffen zolang gij onder hen zijt, noch zal Allāh hen straffen indien zij om vergiffenis vragen.” (Qur’ān, Surah al‑Anfāl, 8:33).

Allāh Ta’ālā openbaart in de Heilige Qur’ān:

“Wij zenden geen Boodschapper of hij moet worden gehoorzaamd volgens Allāhs Gebod; als zij tot u waren gekomen, toen zij hun ziel onrecht hadden aangedaan en Allāh om vergiffenis hadden gevraagd en de Boodschapper ook om vergiffenis voor hen had gevraagd, zouden zij Allāh voorzeker Berouw aanvaardend, Genadevol hebben bevonden.” (Qur’ān, Surah al‑Nisāʾ’, 4:64).

Dit vers betekent: als een moslim een fout of een zonde begaat, “Walaw annahum izzalamu anfusahum”, dan dient hij aan de deur van de Heilige Profeet ﷺ te komen. Dit betekent dat de deur van de Heilige Profeet ﷺ voor altijd open is. Mijn deur en uw deur kunnen ieder moment gesloten worden naar uw believen. De deur van overheidsgebouwen kan gesloten zijn, maar de deur van Zijn Geliefde Profeet ﷺ is voor zijn Ummah ieder moment open. Een moslim kan op ieder moment via zijn verbeelding, zijn visioen de Heilige Profeet Sayyidul ‘ʿĀlamīn Muhammadur Rasūlullāh ﷺ bereiken.

Allāh Ta’ālā openbaart in de Heilige Qur’ān:

“De Profeet is dichter bij de gelovigen dan zij zelven, en zijn vrouwen zijn hun moeders. En bloedverwanten zijn nader bij elkander volgens het Boek van Allāh, dan de gelovigen en de Muhājirīn tenzij gij uw vrienden een gunst bewijst. Dit is in het Boek neergeschreven.” (Qur’ān, Surah al‑Aḥzāb, 33:6).

De vertaling van “An‑Nabiyyu” (eerste woord van het vers) is: de Profeet Muhammadur Rasūlullāh ﷺ is dichterbij awlā, de Profeet is dichter bij de gelovige. Wat is de afstand tussen de Ummah en de Geliefde Profeet ﷺ? Allāh openbaart: “De Profeet is dichter bij de gelovigen dan zij zelven.” Profeet Sayyidul ‘ʿĀlamīn Muhammadur Rasūlullāh ﷺ is dichter bij alle gelovigen, ongeacht waar zij zijn, in welk werelddeel dan ook, Oost of West, Noord of Zuid. Voor alle moslims, volgelingen van Rasūlullāh ﷺ, de Profeet is dichter bij hen dan hun eigen ik. Dit is de status van de Profeet: hij is erg dichtbij u en daar hij erg dichtbij is, bent u ook dicht bij hem.

Allāh Ta’ālā openbaart in de Heilige Qur’ān:

“Allāh en Zijn engelen zenden zegeningen over de Profeet; O gij die gelooft, zendt zegeningen over hem en wenst hem vrede met die eerbied toe.” (Qur’ān, Surah al‑Aḥzāb, 33:56).

[Allāhumma ṣalli ‘alā ālihi wa ṣaḥbihi wa Sallīm]

Als u dichterbij, zeer dicht bij hem wilt zijn dan uw eigen ik, hoe kan dat? Alleen door de recitatie van Darood Sharīf. Door Darood te reciteren wanneer u ṣalāt verricht, staat u toe Rasūlullāh ﷺ lief te hebben. Dus onze plicht is hem lief te hebben.

Waarom zouden wij hem liefhebben? Omdat hij onze Meester is. Waarom zouden wij van hem houden? Omdat via hem wij weten over het bestaan van Allāh en dat wij alleen Allāh Ta’ālā dienen te aanbidden. Zonder de Heilige Profeet ﷺ zouden wij van Hem niets kunnen weten.

Toen wij de deur van de Heilige Profeet ﷺ bereikten, wisten wij van het bestaan van Allāh. Wij kwamen te weten dat ṣalāt verplicht is, vijf keer per etmaal. Toen wij de deur bereikten, kwamen wij te weten over de verplichting in de maand Ramaḍān. Toen wij de deur bereikten, kwamen wij te weten dat ḥajj eens in het leven verplicht is, als een moslim het zich kan veroorloven. Toen wij de deur bereikten, kwamen wij te weten over de openbaring van Allāh Ta’ālā in de vorm van de Heilige Qur’ān die aan hem was gegeven. Toen wij de deur bereikten, kwamen wij te weten over de zegeningen van Allāh Ta’ālā in de vorm van de Heilige Qur’ān, Kalāmullāhi ‘Azzawajal. Toen wij de deur bereikten, kwamen wij te weten over de ṣalāt, de verdiensten van ṣalāt, de verdiensten van ḥajj, zakāt, vasten in Ramaḍān. Toen wij de deur bereikten, ontvingen wij zegeningen van Allāh Ta’ālā, omdat Hij de Genade is voor de mensheid. Hij is het centrum van de Genade van Allāh Ta’ālā. De Genade van Allāh Ta’ālā kwam via de persoonlijkheid van de Heilige Profeet Muhammadur Rasūlullāh ﷺ. Door de Genade van Allāh Ta’ālā verkregen wij zegeningen van Allāh Ta’ālā. Dat is toen wij de deur van de Heilige Profeet ﷺ bereikten.

Op dit moment moeten wij de Geliefde Profeet Sayyidul ‘ʿĀlamīn Muhammadur Rasūlullāh ﷺ gedenken. Wij dienen meer van hem te houden dan van onze kinderen, meer dan van onze echtgenoten, meer dan van onze familieleden. Wij moeten hem liefhebben, omdat alles wat wij hebben en in het bijzonder de gunsten en zegeningen van Allāh Ta’ālā komen door de Heilige Profeet ﷺ. Dus dienen wij hem lief te hebben.

Ummul Muʾminīn Sayyidah ‘ʿĀishah Ṣiddīqah (raḍiyAllāhu ʿanhā), de echtgenote van de Geliefde Profeet ﷺ, verhaalde dat toen de Geliefde Profeet ﷺ na middernacht ṣalāt al‑Layl (ṣalāt Tahajjud) verrichtte, Allāh Ta’ālā dit gebed in de Heilige Qur’ān noemde als een bijzonder gebed. Dit gebed was verplicht voor de Heilige Profeet ﷺ. Wij moeten de vijf verplichte ṣalāt per etmaal verrichten, maar de Heilige Profeet ﷺ had zes gebeden te verrichten, waarvan de zesde de Tahajjud ṣalāt was. Daarom stond hij daarvoor op.

Ummul Muʾminīn Sayyidah ‘ʿĀishah Ṣiddīqah (raḍiyAllāhu ‘anhā) verhaalde dat toen de Heilige Profeet ﷺ opstond voor ṣalāt, hij urenlang in sajdah (prosternatie) bleef, zodat zij soms dacht dat hij overleden was. Maar wanneer hij daarna zijn hoofd optilde in de vroege ochtend (nadat hij middernacht in sajdah was gegaan), deed hij du‘ā (smeekbede) voor zijn Ummah:

Gedurende de nachten deed hij geen smeekbede voor zichzelf. Voor zichzelf vragen was geen noodzaak, omdat hij door Allāh Ta’ālā was gekozen: “Ijtabaahu Allāh” – Allāh Ta’ālā heeft hem gekozen als superieur boven alle Profeten. Na hem als superieur gekozen te hebben, heeft Allāh Ta’ālā hem gezegend. Er is geen superieur boven hem onder de scheppingen van Allāh Ta’ālā. Allāh Ta’ālā heeft hem aangewezen voor dit doel.

Toen hij vergiffenis vroeg voor zijn Ummah, werd zijn smeekbede zonder enige twijfel geaccepteerd. Overeenkomstig, zoals hij smeekbede deed voor zijn Ummah, zo is het de plicht van de Ummah om hem lief te hebben en tegelijkertijd hun leven toe te wijden aan wat de Heilige Profeet ﷺ heeft gezegd. U dient uw leven aan hem toe te wijden.

Theologische toelichting Tangali

  • Via de deur van de Profeet ﷺ leerden wij over het bestaan van Allāh.
  • Wij leerden dat ṣalāt vijf keer per dag verplicht is.
  • Wij leerden over Ramaḍān, Ḥajj, zakāt en de openbaring van de Qur’ān.
  • Alle zegeningen kwamen via de persoonlijkheid van de Heilige Profeet ﷺ.

Als een moslim is het onze plicht de islam te beschermen en te verdedigen. Dit zijn twee belangrijke woorden. Broeders en zusters in islam, u zult nu het bericht horen van deze conferentie. De Geliefde Profeet ﷺ houdt van u; zie hoe hij in de nacht opstond en smeekbede deed bij Allāh voor uw vergiffenis. En wat is uw plicht?

Uw plicht is om de godsdienst islam te beschermen, welke gegeven is aan de Geliefde Profeet Sayyidul ‘ʿĀlamīn Muhammadur Rasūlullāh ﷺ. En herinner, mijn waarde broeders en zusters: als u islam in dit land beschermt, niet alleen in dit land maar overal ter wereld waar u ook heen gaat om u te vestigen of niet – Allāh weet beter – dan blijft uw plicht om islam te beschermen, om de Dīn (godsdienst) te beschermen, om de Heilige Qur’ān te beschermen, om de wetenschappen van Allāh Ta’ālā te beschermen, en om de leerstellingen van de Geliefde Profeet Sayyidul ‘ʿĀlamīn Muhammadur Rasūlullāh ﷺ te beschermen.

Een waargebeurde gebeurtenis: er was een dame die een maaltijd bereidde met haar baby in haar arm, dicht bij het vuur. Op het moment dat de dame de mu’adhin de adhān hoorde roepen vanuit de masjid (moskee), liet zij onmiddellijk haar baby daar en stond voor ṣalāt (namāz = gebed). Toen zij haar ṣalāt verrichtte, hoorde zij een stem zeggen: “U let niet op uw baby.” Shayṭān (de duivel) probeerde haar te onderbreken. Nadat zij haar ṣalāt had verricht, kon zij haar baby nergens zien en werd zij gechoqueerd. De baby speelde met het vuur. Zij was verbaasd. Een stem kwam van de engelen die zeiden: “U beschermde uw ṣalāt, u beschermde wat verplicht is, u kwam uw plicht jegens Allāh Ta’ālā na, en Allāh Ta’ālā beschermde uw kind.”

Allāh Ta’ālā openbaart in de Heilige Qur’ān:

“Als u verdediger wordt van uw ware godsdienst islam, dan zal Allāh u beschermen.” (Qur’ān, Surah Muḥammad, 47:7).

Wel broeders en zusters, als u frequent de moskee begint te bezoeken, zullen de gewone mensen zeggen: “Daar gaat een fundamentalist.” Als onze zuster in islam haar hoofd bedekt en naar de moskee gaat, wordt zij gezien als een fundamentalist. U ziet, en ik heb gezien, dat joden en christenen naar de kerk gaan met hun hoofd ook bedekt, maar niemand noemt hen fundamentalisten. Wanneer moslimjongens een hoofddeksel opzetten, worden zij meteen gezien als fundamentalisten. Onze zusters zijn fundamentalisten genoemd en nu worden onze broeders ook fundamentalisten genoemd. Wanneer de joodse man, vrouw en kinderen naar de synagoge gaan en kleine hoofddeksels hebben opgezet, noemt niemand hen fundamentalisten. Waarom worden moslims fundamentalisten genoemd?

Wij hebben in onze godsdienst een fundering en wij geloven in de fundamenten van islam. Wij geloven in de Ash’hadu an lā ilāha illAllāh wa Ash’hadu anna Muḥammadan ‘abduhu wa Rasūluh. Dit is ons fundament. Wij geloven in vijf gebedstijden, wij geloven in vasten gedurende de heilige maand Ramaḍān – dit is onze fundering.

De Geliefde Profeet Sayyidul ‘ʿĀlamīn Muhammadur Rasūlullāh ﷺ heeft gezegd:

“Islam is gebouwd op vijf (zuilen).” (Ṣaḥīḥ al‑Bukhārī, Kitāb al‑Īmān, ḥadīth nr. 8; Ṣaḥīḥ Muslim, Kitāb al‑Īmān, ḥadīth nr. 16).

Het fundament van islam zijn de vijf zuilen: shahādah, ṣalāt, ṣawm, zakāt en ḥajj. Dit zijn de fundamentele beginselen van islam. Dus, als een moslim zegt: “Ik ben geen fundamentalist,” wat bedoelt hij dan eigenlijk? U moet vol trots zeggen: “Ja, sinds mijn geloof een fundering heeft, ben ik een fundamentalist. U (niet‑moslims) hebben geen fundering, dus kunnen jullie niet zeggen fundamentalisten te zijn.” Zij (niet‑moslims) hebben geen fundering.

“Mijn Profeet, de stichter van de godsdienst islam, is daar in Medina al‑Munawwarah. En geen andere Profeet is in deze wereld aanwezig. Dus, Alhamdulillāh, mijn godsdienst, mijn geloof is perfect. Daarom ben ik blij een moslim te zijn.”

Waar komt het door dat u bang bent voor de vijanden van de islam? De belangrijkste reden is dat u, Ummah al‑Islāmiyyah, uzelf hebt gesplitst. Er zijn sommigen onder u die blij zijn Pakistanen te zijn, er zijn enkelen die blij zijn Arabieren te zijn, er zijn sommigen die trots zijn Somaliërs te zijn, er zijn ook enkelen die trots zijn Indiërs te zijn. Maar ik ben trots dat ik een moslim ben. Dit is mijn identiteit.

Als u in dit land woont, dient u te leven met de identiteit van islam. Als u islam beschermt, zal Allāh Ta’ālā u beschermen.

De kleur van onze huid maakt geen verschil. U ziet dat er moslims zijn, sommigen zijn blank en leven in Europese landen. Wat is met hen gebeurd? U weet het heel goed. Onze moslimbroeders in Bosnië, onze moslimbroeders in Albanië – zij zijn blank, maar wat is met hen gebeurd, u weet het bliksems goed. Het is nodig om de massamoorden die plaatsvonden in Bosnië te memoreren. Het is niet nodig te herinneren hoe moslimvrouwen werden verkracht. Het is niet nodig dit allemaal voor de geest te halen, maar het punt is: als u uzelf en uw kinderen beschermt, zal Allāh Ta’ālā u beschermen. Hoe kan dat gedaan worden?

Allāh Ta’ālā openbaart in de Heilige Qur’ān:

“En wie spreekt beter woord dan hij die mensen tot Allāh uitnodigt en goede werken doet en zegt: ‘Waarlijk, ik behoor tot de moslims’.” (Qur’ān, Surah Fuṣṣilat, 41:33).

Dit is mijn identiteit: ik ben een moslim. Ik ben trots dat ik een moslim ben. Uit bovenstaand vers leiden wij af dat u trots moet zijn een moslim te zijn. Uw nationaliteit is op de tweede plaats. U kunt een moslim zijn van Pakistan of een moslim van India. Het is niet nodig de nationaliteit van Pakistan of India groot aanzien te geven. Het is niet nodig de Arabische nationaliteit te verheffen. Deze zijn alleen voor introductiedoeleinden. Uw identiteit is dat u een volgeling bent van Rasūlullāh ﷺ en behoort tot zijn Ummah. Dit is de boodschap van Milād‑un‑Nabī ﷺ.

U kent het verhaal van Ḥazrat Bilāl Ḥabashī (raḍiyAllāhu ‘anhu). Ook Abū Jahl was daar. Maar wie was dichter bij de Geliefde Profeet Sayyidul ‘ʿĀlamīn Muhammadur Rasūlullāh ﷺ? Bilāl uit Ḥabash, van de kop van Afrika, was een zwarte persoon maar heel dicht bij de Heilige Profeet ﷺ. En wat was de afstand tussen Abū Jahl en Abū Lahab tot de Heilige Profeet ﷺ? Abū Jahl was Arabier, Abū Lahab was ook een Arabier, beiden spraken de Arabische taal en waren geboren in de stad van de Geliefde Profeet ﷺ. Maar Bilāl Ḥabashī (raḍiyAllāhu ‘anhu) was heel dicht bij de Heilige Profeet ﷺ, en wij weten achteraf ook wat met Abū Jahl is gebeurd.

Dus, het zeggen dat alleen mensen die onze taal spreken onze broeders zijn, is een onjuist concept in islam. Denken dat een bepaalde persoon van het Arabische schiereiland of van Pakistan een vroom persoon is, is onjuist. Een vroom persoon is een moslim die, ongeacht taal of land van afkomst, angst heeft voor Allāh Ta’ālā in zijn hart.

Sayyidena Bilāl (raḍiyAllāhu ‘anhu) – wij noemen hem “Sayyidena” omdat het meester betekent. Sayyidena ‘Umar (raḍiyAllāhu ‘anhu) is van Arabië, hij was een Arabischsprekende persoon. ‘Umar (raḍiyAllāhu ‘anhu) van Makkah al‑Mukarramah was heel dicht bij de Heilige Profeet ﷺ, maar hij zei vol trots toen hem gevraagd werd: “Bilāl huwa Sayyidunā?” (Is Bilāl onze Meester?). ‘Umar (raḍiyAllāhu ‘anhu) antwoordde: “Bilāl is onze Meester.”

De Heilige Profeet ﷺ kwam om al deze begrenzingen en discriminaties te vernietigen. Er is geen nationale discriminatie in islam.

Mijn beste broeders en zusters in islam, als u heeft gekozen om in dit land te wonen en leven, leef dan als een moslim en sterf als een moslim. Uw identiteit is islam, net zoals uw Meester de Geliefde Profeet Sayyidul ‘ʿĀlamīn Muhammadur Rasūlullāh ﷺ.

Allāh Ta’ālā openbaart:

“O gij die gelooft, vreest Allāh zoals het behoort en sterft niet, tenzij gij moslim zijt.” (Qur’ān, Surah Āl‑ʿImrān, 3:102).

Moge Allāh Ta’ālā Zijn gekozen zegeningen sturen op u allen en ons de kracht geven om de islam te beschermen, onze īmān (geloof), onze Dīn (godsdienst), de laatste godsdienst.

Wa ākhiru da‘wānā an al‑amdu lillāhi Rabbīl ʿĀlamīn.

  • Al‑Bukhārī, M. I. (1997). aī al‑Bukhārī (Vol. 1, Kitāb al‑Īmān, ḥadīth nr. 8). Beirut: Dār Ibn Kathīr.
  • Al‑Bukhārī, M. I. (1997). aī al‑Bukhārī (Vol. 2, Kitāb al‑Tahajjud, ḥadīth nr. 1130). Beirut: Dār Ibn Kathīr.
  • Al‑Bukhārī, M. I. (1997). aī al‑Bukhārī (Vol. 6, Kitāb al‑Tafsīr, ḥadīth nr. 4628). Beirut: Dār Ibn Kathīr.
  • Al‑Bukhārī, M. I. (1997). aī al‑Bukhārī (Vol. 8, Kitāb al‑Adāb, ḥadīth nr. 6130). Beirut: Dār Ibn Kathīr.

Al‑Qur’ān al‑Karīm. (n.d.).

  • Surah al‑Nisāʾ’ (4:64)
  • Surah al‑Anfāl (8:33)
  • Surah al‑Aḥzāb (33:6, 33:56)
  • Surah Fuṣṣilat (41:33)
  • Surah Āl‑ʿImrān (3:102)
  • Surah Muḥammad (47:7)
  • Muslim ibn al‑Ḥajjāj. (2000). aī Muslim (Kitāb al‑Īmān, ḥadīth nr. 16).
  • Muslim ibn al‑Ḥajjāj. (2000). aī Muslim (Kitāb al‑Īmān, ḥadīth nr. 70).
  • Muslim ibn al‑Ḥajjāj. (2000). aī Muslim (Kitāb al‑Ṣalāt, ḥadīth nr. 746).

Translate »
error: Content is protected !!