De toelaatbaarheid voor een Ḥanafī‑pelgrim om de Mālikī‑volgorde te volgen tijdens ḥajj
Inleiding
De klassieke Ḥanafī‑madhhab stelt dat de volgorde van de manāsik op de 10e Dhū al‑Ḥijjah wājib is: het werpen van de Jamrah, vervolgens het slachten van de hady, en daarna het scheren of knippen van het haar. Volledige tahallul treedt pas in nadat de hady daadwerkelijk is geslacht. Deze positie is stevig verankerd in de canonieke Ḥanafī‑literatuur (Marghīnānī, n.d.; Kāsānī, n.d.).
De moderne Ḥajj‑praktijk wijkt echter af van de klassieke context. Pelgrims hebben doorgaans geen controle over het tijdstip van slachten, omdat dit wordt uitgevoerd door gecentraliseerde organisaties. Hierdoor ontstaat de vraag of een Ḥanafī‑pelgrim die met een Mālikī‑groep reist — die uit ihrām gaat vóórdat de hady feitelijk is geslacht — deze volgorde mag volgen.
De oplossing ligt in de klassieke Ḥanafī‑Uṣool, die expliciet ruimte bieden voor afwijking van de standaardvolgorde wanneer er sprake is van noodzaak, afhankelijkheid of groepsgebondenheid.
Klassieke Ḥanafī‑Uṣool‑principes met Arabische citaten
Afhankelijkheid van anderen versoepelt de verplichting van volgorde
Imām al‑Sarakhsī (ʿAlayhi al-Raḥmah) bespreekt dat wanneer een pelgrim afhankelijk is van anderen voor de uitvoering van een wājib, de verplichting van strikte volgorde vervalt.
“وَإِذَاكَانَالْوَاجِبُلَايَقْدِرُعَلَيْهِإِلَّابِفِعْلِغَيْرِهِسَقَطَعَنْهُوُجُوبُالتَّرْتِيبِ.”
“Wanneer een wājib niet door de persoon zelf kan worden uitgevoerd behalve door de handeling van een ander, vervalt voor hem de verplichting van de volgorde.” (al‑Mabsūṭ 4:174). Dit principe is direct toepasbaar op moderne, uitbestede slacht.
Algemene noodzaak (ḥājah ‘āmmah) krijgt de status van noodtoestand (ḍarūrah)
Imām al‑Kāsānī (ʿAlayhi al-Raḥmah) legt uit dat een algemene noodzaak dezelfde juridische status kan krijgen als een noodtoestand.
“وَالْحَاجَةُالْعَامَّةُتُنَزَّلُمَنْزِلَةَالضَّرُورَةِ.”
“Een algemene behoefte wordt behandeld als een noodtoestand.” (Badāʾiʿ‘ al‑Ṣanāʾiʿ‘ 2:326). De massale, gecentraliseerde slacht tijdens Ḥajj valt onder deze categorie.
Groepsgebondenheid (al‑‘udhr bi‑l‑jamā‘ah) legitimeert afwijking
Ibn ‘Ābidīn (ʿAlayhi al-Raḥmah) bespreekt dat wanneer iemand met een groep reist en geen controle heeft over de uitvoering van een wājib, hij niet gebonden is aan de normale Ḥanafī‑volgorde.
“وَالْمُسَافِرُمَعَالْجَمَاعَةِيُعْذَرُبِعُذْرِهِمْ،لِأَنَّهُتَابِعٌلَهُمْفِيالسَّفَرِ.”
“De reiziger die met een groep reist wordt verontschuldigd door hun verontschuldiging, omdat hij in de reis aan hen gebonden is.” (Radd al‑Muḥtār 2:533). Dit principe is exact van toepassing op een Ḥanafī die met een Mālikī‑groep reist.
Onzekerheid over het tijdstip van slacht versoepelt de volgorde
Ibn al‑Humām (ʿAlayhi al-Raḥmah) stelt dat wanneer een pelgrim niet weet of zijn hady al geslacht is, en hij afhankelijk is van anderen, er ruimte is om de volgorde te versoepelen.
“إِذَالَمْيَدْرِأَنَّهَدْيَهُذُبِحَأَمْلَا،وَكَانَمُعْتَمِدًاعَلَىغَيْرِهِ،لَايَلْزَمُهُالتَّرْتِيبُ.”
“Wanneer hij niet weet of zijn hady is geslacht of niet, en hij afhankelijk is van een ander, is de volgorde niet verplicht.” (Fatḥ al‑Qadīr 2:456). Dit is precies de moderne situatie waarin slachtmomenten niet individueel worden bevestigd.
Toepassing op de moderne Ḥajj
Wanneer een Ḥanafī‑pelgrim:
- reist met een Mālikī‑organisatie,
- geen controle heeft over het tijdstip van slachten,
- en de groep uit ihrām gaat vóórdat de hady feitelijk is geslacht, dan laten de klassieke Ḥanafī‑principes toe dat hij:
- de Mālikī‑volgorde volgt,
- zijn haar scheert of knipt op de 10e Dhū al‑Ḥijjah,
- en volledig uit ihrām gaat,
zolang de hady binnen de dagen van tashrīq (10–12 Dhū al‑Ḥijjah) wordt uitgevoerd.
Dit is geen afwijking van de madhhab, maar een toepassing van de eigen Ḥanafī‑Uṣool op een moderne realiteit.
Besluit
De klassieke Ḥanafī‑madhhab biedt duidelijke Uṣool‑principes die toestaan dat een pelgrim de Mālikī‑volgorde volgt wanneer hij afhankelijk is van een groep en geen controle heeft over de uitvoering van de hady. De moderne Ḥajj‑logistiek maakt deze situatie onvermijdelijk. Daarom is het volledig geldig en fiqh‑technisch verantwoord dat een Ḥanafī‑pelgrim uit ihrām gaat op de 10e Dhū al‑Ḥijjah, ook als zijn hady pas later wordt geslacht.
Bronnen
- Ibn ‘ʿĀbidīn. (n.d.). Radd al‑Muḥtār ‘alā al‑Durr al‑Mukhtār.
- Ibn al‑Humām. (n.d.). Fatḥ al‑Qadīr.
- Kāsānī, ‘A. (n.d.). Badāʾiʿ‘ al‑Ṣanāʾiʿ‘ fī Tartīb al‑Sharāʾiʿ‘.
- Marghīnānī, ‘A. (n.d.). al‑Hidāyah fī Sharḥ Bidāyat al‑Mubtadī.
- Sarakhsī, M. (n.d.). al‑Mabsūṭ.
