Satans influisteringen in de ziel

Inleiding

Zoals reeds gezegd, de ziel is een gesloten tent die verschillende deuren heeft gekregen en van elke deur is de toestand doordrenkt. Of, de ziel is net als een gebouw waar pijlen uit elke richting worden geschoten. Of, de ziel is als een bewaarde spiegel waarin verschillende foto’s worden geplaatst en foto’s na foto’s erin vallen. Of, de ziel is als een put die een verbinding heeft met leidingen waardoor water erin valt. De vijf zintuigen zijn de open pijpen, en zijn geheime pijpen zijn het karakter en gedrag van een mens opgebouwd uit hebzucht, woede, enz. Wat door de vijf zintuigen wordt waargenomen valt in de ziel. Wanneer seksuele passie hoog stijgt vanwege overmatig eten en drinken, valt het effect in de ziel. De ziel verandert van de ene voorwaarde naar de andere. Dit effect in de ziel heet khawātir (gedachten) en daaruit groeit de wil en dan de intentie. Gedachten zijn goed of slecht. Goede gedachten worden ilhām genoemd en slechte gedachten worden waswasāh (influisteringen van de duivel) genoemd.

Duivel en engel

De duivel en de engelen hebben generatoren. De oorzaak of drang die naar goed roept, wordt engel genoemd en de oorzaak die naar slecht roept, wordt duivel genoemd. Latifa geeft hulp aan de ziel bij het ontvangen van ilhām (inspiratie) en deze hulp heet taufiq (genade). Het ding dat wordt aanvaard door waswasāh wordt misleiding genoemd. De actie van een engel is om een impuls te geven aan goede daden, om waarheid te onthullen en om orde tegen kwaad en onfatsoenlijkheid. Zo creëerde Allāh Ta’ālā twee tegengestelde scheppingen.

Allāh Ta’ālā openbaart: “En Hij is het, Die de aarde uitspreidde, er bergen op verhief en rivieren op vormde. En Hij maakte er elke vruchtensoort in twee geslachten op. Hij doet de nacht de dag bedekken. Voorwaar, daarin zijn tekenen voor een volk, dat nadenkt.” Surah ar-Ra’d (de donder), H13, vers 3

Behalve Allāh Ta’ālā hebben alle dingen een tegenpool. Allāh Ta’ālā is Eén en uniek die verschillende dingen heeft geschapen. Dus, de ziel leeft in geschil tussen engel en duivel. De Profeet ﷺ zei: “Er zijn twee impulsen in de ziel, één impuls van de engel die naar goed roept en de waarheid bevestigt. Wie deze impuls voelt, moet weten dat het van Allāh Ta’ālā is. De andere impuls komt van de vijand (Satan) die tot twijfel leidt en de waarheid als leugen uitdraagt en goede werken verbiedt. Wie dit voelt, moet zijn toevlucht zoeken tot Allāh Ta’ālā van de vervloekte duivel.”

Toen heeft de Profeet ﷺ het volgende vers gereciteerd: “Satan dreigt je met armoede en gelast je hetgeen slecht is, terwijl Allāh uit Zichzelf je vergiffenis en overvloed belooft; en Allāh is Overvloedig gevend, Alwetend.” Surah al-Baqarāh (de koe), H2, vers 268

Hazrat Hasan Basrī (radi Allāhu anhu) zei: “Twee gedachten zwerven om de ziel, een gedachte van Allāh Ta’ālā en een ander van de duivel. Allāh Ta’ālā toont barmhartigheid op een dienaar die stopt op het moment van de laatste gedachte. Als de ziel lage verlangens en passies volgt, krijgt de duivel de overhand. Als het de gewoonten van engelen volgt, wordt het de rustplaats van engelen.” Om deze reden zei de Profeet ﷺ: “Er is niemand onder u in wie er geen duivel is.” De metgezellen vroegen: “O Boodschapper van Allāh Ta’ālā, verblijft het ook in u?” Hij antwoordde: “Er is ook een duivel in mij, maar Allāh Ta’ālā hielp me om het te overwinnen en het is onderdanig voor mij geworden. Hij vertelt mij alleen maar wat goed is.”

De duivel richt ravage aan door seksuele passie. Wie hem dus volgt zal de duivel als zijn gids vinden. Als hij terugkeert naar zikr stapt de duivel naar achteren en geeft de engel een stimulans aan goede werken. In het strijdveld van de ziel is er een voortdurende botsing tussen de soldaten van de duivel en engelen tot het de overhand krijgt. Na de overwinning blijft de ziel in vrede en wordt de duivel onderdanig.

De wijsgeer Ata bin Ziyad zei: “De duivel betreedt een ziel zoals een dief een huis binnenkomt. Als er iets in het huis is, neemt de dief het mee. Als er niets in het huis is, verlaat de dief het huis.” Met andere woorden, de duivel komt niet in een ziel die vrij is van seksuele passie en kwade verlangens. Allāh Ta’ālā zegt tegen de duivel: “Je hebt geen controle over mijn dienstknechten.” Hij die de dictaten van de passie volgt is een slaaf van passie en niet van Allāh Ta’ālā. Om deze reden gaf Hij de controle aan de duivel over hem. Allāh Ta’ālā zegt: “Heb je iemand gezien die zijn passie als verborgen godheid heeft overgenomen?“

Op een dag zei Hazrat Amr bin Aa’s aan de Profeet ﷺ: “O Boodschapper van Allāh Ta’ālā, de duivel komt in mijn Heilige Qur’ān lezing in gebed.” De Profeet ﷺ zei: “Hij is een duivel genaamd Khanzab. Als je het voelt, zoek dan toevlucht tot Allāh Ta’ālā en spit drie keer aan je linkerhand.” Hij zei dat Allāh Ta’ālā hem had opgelucht nadat hij het deed. Er is in een andere hadīth dat er een duivel in de woezoe komt genaamd Walhan. Hij ﷺ zei: “Zoek toevlucht van hem tot Allāh Ta’ālā.”

Allāh Ta’ālā openbaart: “En wanneer je de Qur’ān voordraagt, zoekt dan uw toevlucht tot Allāh tegen Satan, de verworpene.” Surah an-Nahl (de bij), H16, vers 98

Hazrat Mujāhid (radi Allāhu anhu) zei als uitleg van dit vers, dat het een breed teken in de ziel is. Als men Allāh Ta’ālā herinnert, vlucht de duivel weg. Wanneer hij achteloos is, neemt de duivel plaats in zijn ziel. Allāh Ta’ālā zikr en duivels vernuft zijn als Licht en duisternis die niet samen kunnen zijn. De Profeet ﷺ zei: “De duivel plaatst zijn stam in de ziel van de mens. Als hij Allāh Ta’ālā herinnert gaat hij weg en wanneer hij achteloos is, valt hij zijn ziel aan.”

De Profeet ﷺ zei: “Wanneer een man, nadat hij zijn veertigste jaar bereikt, niet spoort wrijft de duivel met zijn handen zijn gezicht en zegt, ik heb zijn gezicht geveegd die geen heil heeft gekregen.” De Profeet ﷺ zei: “De duivel beweegt in de mens mee met de circulatie van het bloed, maakt zijn circulatie [in het bloed] klein door honger.” De reden is dat honger de seksuele passie geneest die het wapen van de duivel is. Dus, seksuele passie omringt de ziel. Allāh Ta’ālā noemde de zaak van de duivel zeggende dat de duivel zei: “Ik zal blijven zitten op Uw rechte pad voor hen. Dan kom ik naar hen van de voorkant, van achter hun rug, aan hun rechterkant en aan hun linkerkant.” De Profeet ﷺ zei: “De duivel blijft op verschillende wegen voor de mens zitten. Hij [duivel] zit op het pad van de islam en zegt, ‘wil je de islam accepteren na het opgeven van je religie en de religie van jouw (voor)ouders?’ Wanneer hij hem [duivel] negeert en de islam aanvaardt, zit hij [duivel] voor hem op het pad van emigratie en zegt, ‘verlaat je, je land na het verlaten van je geboorteland en je eigendommen?’ Wanneer hij hem [duivel] negeert zit hij [duivel] op het pad van Jihad en zegt, ‘vecht je om jezelf en je eigendommen te vernietigen?’ Hij negeert hem [duivel] en vecht.” De Profeet ﷺ zei: “Als een man sterft na het uitvoeren van de bovenstaande acties, wordt hij door Allāh Ta’ālā beloont met het Paradijs.

Sommigen kunnen vragen: “Wat is duivel? Heeft hij lichaam gekregen? Als hij lichaam heeft, hoe kan je dan de ziel van een man binnengaan?” Dit zijn nodeloze gesprekken. Hij die dergelijke argumenten opwerpt is iemand die in plaats van een slang uit zijn kleding te verwijderen argumenteert over de vorm, lengte en breedte van de slang. Dit is pure dwaasheid. Als u weet dat er kwade gedachten ontstaan in uw geest en dat ze u naar de ondergang leiden, is het dan duidelijk dat ze uw vijanden zijn, van wie u moet uitkijken.

Allāh Ta’ālā openbaart: “Voorwaar, Satan is een vijand van u, behandelt hem daarom als vijand. Hij roept zijn volgelingen slechts opdat zij bewoners van het brandende Vuur mogen worden.” Surah Fātir (de Schepper), H35, vers 6

Allāh Ta’ālā waarschuwt verder met een andere openbaring: “Gelastte Ik u niet, o gij kinderen van Adam, dat gij Satan niet zoudt dienen, daar hij een openlijke vijand van u is.” Surah Yasin, H36, vers 60

Dus iedereen moet voor hem zorgen en niet vragen naar zijn geboorte dood en andere gegevens.

Drie soorten gedachte

(1) Slechte gedachten leiden tot kwaad, (2) goede gedachten leiden tot goed en het heet ilhām en (3) gedachten vermengd met goede en slechte leiden tot twijfel en het is niet bekend of ze afkomstig zijn van engelen of duivels. De duivel kan de meerderheid van de vrome mannen niet in de richting van kwade daden roepen. Hij geeft hun twijfel in de vorm van goed en dat is een grote misleiding die veel mensen vernietigt. Zo adviseert hij een Schriftgeleerde om preken te houden door zijn lezingen te versieren met sierwoorden. Zijn objecten zijn om hem te sturen naar een show van daden en om in zijn geest hebzucht en roem te genereren. Hij wordt dan opgenomen onder de mannen over wie de Profeet ﷺ zei: “Allāh Ta’ālā zal deze religie helpen met zulke mannen die geen aandeel in religie zullen hebben.”[1] Er is in een andere hadīth, dat Allāh Ta’ālā de religie zal helpen door een overtreder.

Bedrog van de duivel

Er is verteld, dat de duivel eens bij de Profeet Jezus (alayhis salām) kwam en hem zei: “Zeg, er is geen godheid dan Allāh.” Profeet Jezus zei: “Dit is een waar woord, maar ik zal het niet in gehoorzaamheid aan uw dictaat opvolgen.” Ieder mens moet de bron van gedachte kennen, of die nu afkomstig is van de engel of van de duivel. Hij moet het bestuderen door diep inzicht te verkrijgen en niet door te dictaten van passie en lage verlangens. Het zal niet aan hem worden bekendgemaakt, behalve door het Licht van Allāh Ta’ālā uit angst en diepe kennis. Allāh Ta’ālā zegt: “Wanneer een partij van de duivel de angst voor Allāh aanvalt, herinneren ze Allāh.” Met andere woorden, ze keren terug naar het licht van de kennis. De middelen om zichzelf te redden van de listen van de duivel is het sluiten van de deuren van de gedachten die de vijf zintuigen, geheime seksuele passie en wereldse connecties zijn. De deuren van de vijf zintuigen worden gesloten als hij alleen in een donkere kamer blijft. De geheime deur van de duivel wordt gesloten als hij gescheiden is van zijn familieleden en zijn eigenschappen. Op deze manier blijft de deur van ideeën open in de ziel. Het zal niet gesloten worden als de ziel niet betrokken wordt bij de gedachtenis van Allāh Ta’ālā. Zelfs de duivel probeert hem vergeetachtig te maken. Deze strijd gaat door tot zijn dood. Zolang hij leeft, wordt hij niet vrijgelaten uit de duivel. De deur van passie, haat en hebzucht blijft open in de richting van de ziel.

Op een dag vroeg een man aan Hazrat Hasan Basrī: “O Abu Sayeed, slaapt de duivel?” Hij glimlachte en antwoordde: “Als hij zou slapen, zouden wij rust hebben gekregen. Geen gelovige is veilig voor hem.” Het klopt dat er middelen zijn om van hem los te komen en zijn macht te beteugelen.

De Profeet ﷺ zei: “Een gelovige drijft zijn duivel uit zoals één van jullie op reis op zijn kameel rijdt.”

Hazrat ibn Mas’ud (radi Allāhu anhu) zei: “De duivel van een gelovige is mager en dun. Het is waar dat er veel deuren open zijn voor de duivel naar de ziel, maar de deur van de engelen is slechts één die met de andere deuren wordt verbonden.”

Om te weten, het pad is zeer moeilijk zonder de stralen van de ziel of diep inzicht die bedekt is met angst voor Allāh Ta’ālā.

Hazrat Abdullah bin Mas’ud (radi Allāhu anhu) vertelde dat de Profeet ﷺ in ons front een lijn heeft opgesteld en gezegd: “Dit is het pad van Allāh.” Hij tekende verschillende lijnen aan de rechter- en linkerzijde van die lijn en zei: “Dit zijn verschillende paden en op elk pad roept de duivel ernaar.” Toen heeft hij gereciteerd: “Dit is mijn rechte weg. Volg het en volg niet verschillende paden.”

De Profeet ﷺ zei: “Er was een kluizenaar onder de kinderen van Israël. Toen de duivel een vrouw verstrikte en genereerde hij in de hoofden van haar familieleden dat haar genezing in de handen van de kluizenaar is. Ze namen de vrouw mee naar de kluizenaar en wilden dat hij haar bij zich zou houden, maar hij weigerde haar te houden. Na grote druk op hem hield hij de vrouw voor behandeling. Toen kwam de duivel naar de kluizenaar en gaf hem kwade adviezen. De kluizenaar woonde samen met de vrouw die als gevolg zwanger werd. Nu kwam de duivel weer naar de kluizenaar en zei tegen hem dat hij haar moest dood maken, anders zouden haar familieleden hem vermoorden. Als ze u naar haar vragen zult u zeggen dat ze is gestorven. Toen doodde de kluizenaar de vrouw en begroef haar. De duivel kwam toen naar de familieleden van de vrouw en vertelde hun dat de kluizenaar haar vermoord had omdat de vrouw zwanger werd van de kluizenaar. Toen de familieleden bij de kluizenaar kwamen en vroegen naar de vrouw, vertelde hij dat zij was gestorven. Nu kwam de duivel naar de kluizenaar en zei tegen hem: “Ik zal u van hen redden als u mijn bevelen gaat gehoorzamen. Doe twee keer sajdah (ter aarde werpen) voor mij. Toen de kluizenaar voor de duivel sajdah deed, zei de duivel: “Ik ben nu vrij van je.”

Duivelse intrede in de ziel

Weet, lieve lezers, de ziel is als een vesting en de duivel wil het betreden en ravage plegen. Om het te redden van de duivel, moet men de deuren van dit fort bewaken. Het is onmogelijk voor de duivel om ze te vinden, tenzij hij de deuren kent die zijn karakter en gedrag betekenen.

De deur woede en seksuele passie

Een geweldige deur voor de duivelse intrede is woede en seksuele passie. Wanneer intelligentie zwak is, vallen de krachten van de duivel het aan. Wanneer een mens boos wordt, speelt de duivel met hem. Het is verteld dat toen de duivel bij Mozes (alayhis salām) kwam zei: “O Mozes, Allāh selecteerde u als profeet en sprak veel met u. Ik heb zonde begaan en ik wil spijt betuigen. Spreek tot mijn Heer of hij mijn zonden kan vergeven.” Mozes zei: “Nou, ik doe het.” Hij klom op de heuvel, sprak met Allāh Ta’ālā en wilde van de heuvel weer weggaan. Toen zei hij: “De belofte nakomen.” Mozes zei: “O Heer, uw schepping Iblīs wenst dat zijn berouw wordt aanvaard.” Allāh Ta’ālā openbaarde vervolgens aan Mozes: “O Mozes, uw wens is vervuld. Zeg aan de duivel om voor het graf van Adam te protesteren en berouw te tonen.” Toen vertelde Mozes het aan de duivel. Hij werd boos en zei: “Ik heb niet voor hem sajdah gedaan toen hij in leven was. Zal ik het nu na zijn dood doen? Ik heb een plicht jegens u omdat u bij Allāh Ta’ālā voor mij hebt bemiddeld. Mensen moeten mij in drie dingen indachtig zijn en ik zal hen geen kwaad doen. (1) Als hij boos wordt, moet hij niet vergeten dat mijn leven met zijn ziel is, mijn ogen zijn met zijn ogen en ik beweeg in hem met de circulatie van bloed. (2) Als men zich bij een oorlog aansluit, moet hij bedenken dat ik op dat moment naar beneden kom en ik herinner hem aan zijn echtgenotes, kinderen en eigenschappen, waardoor hij wegvlucht. (3) Men mag niet zitten bij een vrouw die getrouwd is. Ik blijf bij haar als zijn boodschapper. Ik stop niet totdat ik hem in gevaar laat vallen.” Uit dit verhaal blijkt hoe gevaarlijk zijn woede en seksuele passie.

Een bepaalde Walī vroeg aan de duivel: “Vertel mij hoe zoon de controle over een man houdt.” Hij zei: “Ik houd controle over hem ten tijde van zijn woede. Toen de duivel naar een kluizenaar ging die hem vroeg welk gedrag van een man behulpzamer voor hem is. De duivel antwoordde: “Hooghartig humeur, want wanneer een man hooghartig humeur heeft, verander ik hem zoals een jongen zijn speelgoed overdraait.

De deur haat en hebzucht

Een andere grote deur van de duivel om in de ziel te komen is haat en hebzucht. Wanneer een man voor iets hebzucht heeft, maakt het hem doof en blind, zoals de Profeet ﷺ zei: “Je liefde voor alles maakt je doof en blind.” Het is verteld dat op het moment dat de profeet Noah op de boot ging hij een paar van alles met zich meenam op bevel van Allāh. Toen vond hij een oude man (duivel) in de boot en vroeg hem: “Waarom ben je gekomen?” De oude man antwoordde: “Ik ben gekomen om de harten van uw metgezellen angstig te maken, zodat hun hart bij mij en hun lichamen met u kan blijven.” Noah zei: “O vijand van Allāh Ta’ālā, ga weg vervloekte.” Toen zei de oude man tegen hem: “Ik zal mensen met vijf dingen vernietigen en ik zal aan u twee dingen niet bekendmaken.” Allāh Ta’ālā openbaarde toen aan Noah: “U hebt geen noodzaak voor die dingen, vertel hem om aan u de twee dingen te onthullen.” Noah vertelde de duivel dienovereenkomstig. De duivel zei: “De twee dingen zijn hebzucht en haat. Ik ben vervloekt voor haat. Ik heb hebzucht in Adam opgewekt en hem misleidt.

De deur eten met tevredenheid

Een andere deur van de duivel is het eten naar hartenlust hoewel het eten wettig en puur is, omdat het de seksuele passie sterk maakt. Eens kwam de duivel naar de profeet Ihya die zijn lichaam stijf en sterk zag en hem vroeg: “Iblīs wat is de reden dat je een sterk lichaam hebt?” Iblīs antwoordde: “De reden is seksuele passie.” Ihya vroeg: “Heb ik er iets van?” De duivel antwoordde: “Soms eet je met voldoening en als gevolg daarvan voel je, je zwaar om te bidden.” Toen vroeg Ihya: “Heb ik nog iets anders?” De duivel antwoordde: “Je hebt niets anders.” Profeet Ihya zei: “Ik zal nooit meer naar hartenlust eten.” Iblīs zei: “Bij de naam van Allāh, ik zal geen enkele moslim meer advies geven.”


[1] Hiermee wordt bedoeld dat de Aliem niet de islam leert en preekt voor eigen gewin, maar omwille van Allāh Ta’ālā.

Blijf scherp, deel dit.
Translate »
error: Content is protected !!