Een beknopte behandeling van dit thema op hoofdlijnen, bedoeld voor snel inzicht.
Stap 1 — Juridische basis (uṣūl)
Alle vier madhāhib baseren zich op dezelfde profetische overleveringen:
- “Ṣūmū li‑ru’yatihi wa‑aftirū li‑ru’yatihi…”
(Vast wanneer jullie hem zien, verbreek wanneer jullie hem zien.)
De kernregel: De maand begint door visuele waarneming (ru’yah), niet door berekening (ḥisāb).
DE FIQH‑PROCEDURE PER MADHHAB
Ḥanafī
- Eén betrouwbare man of twee vrouwen volstaan voor de waarneming van Ramaḍān.
- Voor Shawwāl is een grotere groep vereist tenzij de hemel helder is.
- Astronomische berekening mag niet de maand bepalen; het mag alleen dienen om onmogelijke claims te verwerpen.
Shāfiʿī
- Eén rechtvaardige getuige is voldoende voor Ramaḍān.
- Voor Shawwāl zijn twee rechtvaardige getuigen vereist.
- De qāḍī (rechter) of zijn vertegenwoordiger kondigt de maand officieel af.
Mālikī
- De getuigenis moet afkomstig zijn van een bekende, betrouwbare persoon.
- De imam (leider) of zijn vertegenwoordiger beslist.
- Lokale waarneming heeft voorrang; internationale uniformiteit is niet verplicht.
Ḥanbalī
- Eén betrouwbare getuige is voldoende voor Ramaḍān.
- Voor Shawwāl zijn twee getuigen vereist.
- De autoriteit van de imam (regering) is doorslaggevend.
PROCEDURE IN STAPPEN (GEBASEERD OP ALLE MADHĀHIB)
1. Observatie op de 29e dag
- De gemeenschap of een officieel comité observeert de hemel bij zonsondergang.
2. Getuigenis
- Getuigen melden hun waarneming aan een qāḍī, mufti of comité.
- De getuigen worden ondervraagd op betrouwbaarheid, consistentie en plausibiliteit.
3. Juridische beoordeling
- De autoriteit beoordeelt:
- betrouwbaarheid van de getuigen,
- astronomische plausibiliteit (alleen negatief filter),
- lokale omstandigheden.
Officiële afkondiging
- De imam, qāḍī of erkend comité kondigt de nieuwe maand af.
- De gemeenschap volgt de officiële aankondiging, niet individuele waarnemingen.
De positie van Ālāḥazrat Imam Aḥmad Raza Khan (Fatāwā Razawiyyah)
Imam Aḥmad Raza Khan Qādrī (raḍiyAllāhu ʿanhu, 1856–1921), een van de grootste soennitische juristen van Zuid‑Azië, heeft een uitgebreide en systematische behandeling van ruʾyat al‑hilāl.
Kernpunten uit Fatāwā Razawiyyah
- Ru’yah is verplicht (farḍ kifāyah) en kan niet vervangen worden door berekening.
- Astronomische berekening is niet toegestaan om de maand te beginnen, maar mag worden gebruikt om onmogelijke claims te ontkrachten.
- Getuigenis moet streng worden geverifieerd, vooral bij bewolkte hemel.
- De beslissing van de qāḍī/imām bindt de gemeenschap, zelfs als individuen zelf de maan zagen.
- Internationale uniformiteit is niet verplicht; lokale waarneming heeft voorrang.
- Shahādah (getuigenis) moet voldoen aan Sharīʿah‑criteria:
- volwassen, moslim, betrouwbaar, moreel integer.
- Bij twijfel: de maand wordt 30 dagen gemaakt.
Imam Aḥmad Raza Khan (raḍiyAllāhu ʿanhu) wordt hierin beschouwd als een van de strengste en meest systematische verdedigers van de klassieke methode.
Fatāwā Razviyya, Jild 7 — Regels voor het vaststellen van het begin van Ramadan
In Jild 7 behandelt Ālāḥazrat Imām Aḥmad Raza Khan meerdere fatwa’s over de nieuwe maan, vooral in het kader van:
- Ru’yat‑e‑Basari (fysieke waarneming)
- Shahādah (getuigenis)
- Ikhtilāf‑ul‑Matāliʿ (verschil in maanzones)
- Ḥukm‑e‑Ḥākim (beslissing van de qāḍī / overheid)
- Astronomische berekeningen
Hier zijn de kernprincipes zoals Ālāḥazrat ze formuleert:
Ramadan begint uitsluitend door fysieke waarneming van de maansikkel
Ālāḥazrat is hierin zeer duidelijk: (1) Ru’yat‑e‑hilāl is de Sharʿī methode. (2) De maand mag niet worden vastgesteld op basis van berekeningen, tabellen of astronomische voorspellingen.
Hij citeert de bekende aḥādīth: “Sumū li‑ru’yatihi wa aftirū li‑ru’yatihi.”
(Vast wanneer jullie hem zien, verbreek wanneer jullie hem zien.)
Bij bewolking volstaat één betrouwbare getuige voor Ramadan
Volgens Jild 7: (1) Bij heldere hemel: meerdere getuigen vereist. (2) Bij bewolking: één rechtvaardige moslim is voldoende voor het begin van Ramadan.
Dit volgt de Ḥanafī‑madhhab en wordt door Ālāḥazrat bevestigd.
Geen acceptatie van verre landen (geen global sighting)
Ālāḥazrat stelt expliciet: (1) Ikhtilāf‑ul‑maṭāli‘ is Sharʿī geldig. (2) Een waarneming in Arabische landen is niet bindend voor India, Pakistan, Europa, enz.
Hij noemt: Afstanden, verschil in horizon en verschil in maanzones.
Daarom: Nederland volgt zijn eigen horizon, of een nabijgelegen regio met dezelfde maanzone.
Astronomische berekeningen zijn niet geldig als bewijs
In Jild 7 weerlegt Ālāḥazrat uitgebreid:
- Dat berekeningen de Sharʿī ru’yat kunnen vervangen
- Dat conjunctietijden voldoende zouden zijn
- Dat “onmogelijke zichtbaarheid” volgens astronomie Sharʿī bewijs zou kunnen annuleren
Zijn positie: (1) Astronomie kan helpen om te weten wanneer te kijken, maar nooit om Sharʿī vaststelling te doen.
Ḥukm‑e‑Hakīm (beslissing van de qāḍī / overheid) is bindend — mits gebaseerd op ru’yat
Ālāḥazrat maakt onderscheid: (1) Als de overheid ru’yat‑e‑hilāl heeft vastgesteld, dan is het bindend. (2) Als de overheid berekeningen volgt dan is het niet bindend. Dit is een belangrijk punt in Jild 7.
Vaststellen van Ramadan in Europa (zoals Nederland) volgens deze regels
Volgens de principes van Jild 7:
- Nederland moet eigen waarneming volgen
- Of getuigenis uit een nabijgelegen maanzone (VK, België, Duitsland)
- Niet automatisch Saudi-Arabië of Marokko volgen
- Niet op basis van astronomische tabellen vaststellen
Dit is volledig in lijn met Ālāḥazrat ’s fiqh.
Moet de qāḍī, muftī of commissie ook vermelden waar de maansikkel is waargenomen?
In de klassieke Sunnī‑fiqh is het verplicht dat degene die een ru’yat‑e‑hilāl‑melding beoordeelt (qāḍī, muftī, comité) expliciet vermeldt:
- Waar de sikkel is gezien (plaatsnaam / horizon)
- Door wie (identiteit en betrouwbaarheid van de getuige)
- Onder welke omstandigheden (heldere hemel, bewolking, tijdstip)
- Of de locatie binnen dezelfde maanzone valt
Dit is nodig omdat:
- de horizon (maṭlaʿ) bepalend is
- getuigenis alleen geldig is binnen een gelijk maanzonegebied
- verre waarnemingen niet automatisch bindend zijn
- de qāḍī / muftī Sharīʿah‑criteria moet kunnen toetsen
Dit is exact de reden waarom Ālāḥazrat Imām Aḥmad Raza Khan nadrukkelijk eist dat de plaats van waarneming wordt vermeld.
In welke Sunnī‑boeken staat dit geschreven?
Hier zijn de belangrijkste klassieke bronnen die dit expliciet vermelden.
al‑Hidāyah (al‑Marghīnānī) – Bāb al‑Ṣawm
Hierin staat dat de qāḍī de shahādah (getuigenis) moet beoordelen op:
- plaats van waarneming
- afstand
- mogelijkheid van zichtbaarheid
De tekst maakt duidelijk dat verschil in maṭlaʿ (horizon) invloed heeft op de geldigheid.
Fatāwā ‘ʿĀlamgīrī (al‑Fatāwā al‑Hindiyyah) – Kitāb al‑Ṣawm
Hier staat letterlijk dat:
- de qāḍī moet vragen waar de maan is gezien
- de getuige moet verklaren op welke locatie hij stond
- verre waarnemingen niet bindend zijn voor andere regio’s
Badāʾiʿal‑Ṣanāʾiʿ(al‑Kāsānī) –Kitāb al‑Ṣawm
Al‑Kāsānī legt uit dat:
- de plaats van waarneming bepalend is
- de qāḍī moet nagaan of de locatie binnen dezelfde maṭlaʿ‑zone valt
Radd al‑Muḥtār (Ibn ‘ʿĀbidīn) – Bāb al‑Ṣawm
Ibn ‘ʿĀbidīn is zeer expliciet:
- de qāḍī moet vragen naar de locatie
- de getuige moet plaats en tijd noemen
- de qāḍī moet beoordelen of de waarneming realistisch is
Fatāwā Razviyya (Imām Aḥmad Raza Khan) – Jild 7
Ālāḥazrat behandelt dit uitgebreid:
- de qāḍī / muftī moet plaats van waarneming registreren
- ru’yat uit verre landen is niet bindend
- maanzones verschillen
- getuigenis zonder locatie is niet geldig
Waarom is dit verplicht? (Sharīʿah‑redenering)
Omdat de geldigheid van ru’yat afhangt van:
1. Maṭlaʿ(horizon): De maan staat niet overal op dezelfde hoogte of zichtbaarheid.
2. Shahādah (getuigenis): De qāḍī moet kunnen beoordelen of de getuige:
- betrouwbaar is
- op een realistische plek stond
- de maan niet heeft verward met een ster, vliegtuig, wolk, etc.
3. Ḥukm‑e‑Ḥākim: De qāḍī kan alleen een bindende uitspraak doen als de locatie bekend is.
Samenvatting in twee zinnen!
- Ja — de qāḍī, muftī of commissie moet verplicht vermelden waar de sikkel is gezien, en dit staat duidelijk in al‑Hidāyah, Fatāwā ‘ʿĀlamgīrī, Badāʾiʿ al‑Ṣanāʾiʿ, Radd al‑Muḥtār en Fatāwa Razviyya (Jild 7).
- Ramadan begint wanneer de maansikkel daadwerkelijk wordt gezien binnen de eigen maanzone, met getuigenis volgens Sharʿī voorwaarden; berekeningen en verre landen zijn geen Sharʿī bewijs.
Lees verder …………..
Bronnen
Ḥanafī
- Ibn ʿĀbidīn, M. A. (n.d.). Radd al‑Muḥtār ʿalā al‑Durr al‑Mukhtār. Dār al‑Fikr.
- Al‑Marghīnānī, B. (n.d.). Al‑Hidāyah fī Sharḥ Bidāyat al‑Mubtadī. Dār al‑Kutub al‑ʿIlmiyyah.
Shāfiʿī
- Al‑Nawawī, Y. (n.d.). Al‑Majmūʿ Sharḥ al‑Muhadhdhab. Dār al‑Fikr.
- Al‑Shīrāzī, I. (n.d.). Al‑Muhadhdhab fī Fiqh al‑Imām al‑Shāfiʿī. Dār al‑Kutub al‑ʿIlmiyyah.
Mālikī
- Al‑Dardīr, A. (n.d.). Al‑Sharḥ al‑Kabīr. Dār al‑Fikr.
- Al‑Qarāfī, A. (n.d.). Al‑Dhakhīrah. Dār al‑Gharb al‑Islāmī.
Ḥanbalī
- Ibn Qudāmah, A. (n.d.). Al‑Mughnī. Dār ʿĀlam al‑Kutub.
Hadith‑bronnen
- Al‑Bukhārī, M. (n.d.). Ṣaḥīḥ al‑Bukhārī. Dār Ṭawq al‑Najāh.
- Muslim, I. (n.d.). Ṣaḥīḥ Muslim. Dār Iḥyāʾ al‑Turāth al‑ʿArabī.
Fatāwā Razawiyyah
- Aḥmad Raza Khan, A. (n.d.). Fatāwā Razawiyyah (Vols. 1–30). Raza Academy.
Moderne soennitische fiqh‑studies
- Al‑Qaradāwī, Y. (1997). Fiqh al‑Ṣiyām. Dār al‑Shurūq.
- Al‑Subkī, T. (n.d.). Fatāwā al‑Subkī. Dār al‑Maʿrifah.
