<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Oorlog &#8211; Stichting NIRI</title>
	<atom:link href="https://tangali.net/category/kennis-en-wetenschap/oorlog/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>https://tangali.net</link>
	<description></description>
	<lastBuildDate>Wed, 17 Jun 2026 10:49:05 +0000</lastBuildDate>
	<language>nl-NL</language>
	<sy:updatePeriod>
	hourly	</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>
	1	</sy:updateFrequency>
	<generator>https://wordpress.org/?v=7.0.1</generator>

<image>
	<url>https://tangali.net/wp-content/uploads/2024/05/cropped-Niri-5-32x32.jpg</url>
	<title>Oorlog &#8211; Stichting NIRI</title>
	<link>https://tangali.net</link>
	<width>32</width>
	<height>32</height>
</image> 
	<item>
		<title>De Kruistochten en Sultan Saladijn: Vroeger en Nu</title>
		<link>https://tangali.net/de-kruistochten-en-sultan-saladijn-vroeger-en-nu/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[© Shaykh Dr Mohamed Juzoef Tangali Qādri Noorani]]></dc:creator>
		<pubDate>Wed, 17 Jun 2026 10:38:47 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Geschiedenis]]></category>
		<category><![CDATA[Oorlog]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://tangali.net/?p=6887</guid>

					<description><![CDATA[Inleiding: Het moderne gebruik van het woord “kruisvaarders” In hedendaags islamistisch taalgebruik verwijst de term kruisvaarders naar Westerse grootmachten, vooral de Verenigde Staten, die worden gezien als moderne equivalenten van de middeleeuwse kruisvaarders. Zij zouden de islamitische wereld militair, economisch en cultureel willen onderwerpen. Vaak worden zij gekoppeld aan “zionisten”, die als bondgenoten worden beschouwd [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<ul class="wp-block-list">
<li><strong><em>Les 3 De Kruistochten en Sultan Saladijn: Vroeger en Nu</em></strong><strong></strong></li>



<li><em>Dictaat les 3: Juzoef Tangali, bachelor student januari – april 2011</em></li>



<li><em>Docent: Prof. dr. P.S. van Koningsveld</em></li>



<li><em>Islamitische Universiteit van Europa</em></li>
</ul>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-1776439f3a46a083ea88539e5ff43207">Inleiding: Het moderne gebruik van het woord “kruisvaarders”</h5>



<p class="wp-block-paragraph">In hedendaags islamistisch taalgebruik verwijst de term <em>kruisvaarders</em> naar Westerse grootmachten, vooral de Verenigde Staten, die worden gezien als moderne equivalenten van de middeleeuwse kruisvaarders. Zij zouden de islamitische wereld militair, economisch en cultureel willen onderwerpen. Vaak worden zij gekoppeld aan “zionisten”, die als bondgenoten worden beschouwd in een wereldwijde anti‑islamitische onderneming.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Binnen dit islamistische perspectief is het conflict niet primair een strijd tussen islam en christendom, maar tussen islam en het <strong>secularistische, goddeloze Westen</strong>, dat volgens hen de ware leer van Jezus heeft verlaten. De middeleeuwse kruisvaarders worden in deze optiek niet gezien als echte christenen, omdat Jezus volgens de islam niet aan het kruis stierf en de kruisdood geen religieuze betekenis heeft.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Van islamitische zijde wordt het Westen dus niet religieus maar <strong>etnisch</strong> gezien: de vijand zijn de Europese volkeren die van de ware leer zijn afgedwaald. Daarom wordt ook Saladijn niet gezien als iemand die tegen het christendom vocht, maar tegen de <em>Franken</em> — de Europese indringers. Ook moderne leiders zoals Saddam Hoessein gebruikten dit frame: niet het christendom is de vijand, maar het “imperialistisch‑zionistische Westen”.</p>



<p class="wp-block-paragraph">In middeleeuwse Arabische bronnen worden kruisvaarders dan ook etnisch aangeduid als <strong>Ifranj</strong> (Franken) of <strong>Rūm</strong> (Byzantijnen en andere volkeren uit het noorden).</p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-8d44dd5582edec4e899718432392c189">Ontstaan van de kruistochtideologie</h5>



<h6 class="wp-block-heading">De opkomst van een christelijke ridderideologie</h6>



<p class="wp-block-paragraph">In de 11e eeuw ontstond binnen het Westerse christendom een ideologie waarin leken — ridders — werden gezien als strijders van Christus (<em>milites Christi</em>). Zij moesten oorlog voeren voor rechtvaardige doelen. Paus Gregorius VII riep al op tot hulp aan oosterse christenen na de Turkse opmars in 1071.</p>



<h6 class="wp-block-heading">De oproep van Urbanus II (1095)</h6>



<p class="wp-block-paragraph">Paus Urbanus II riep in 1095 in Clermont op tot een kruistocht om:</p>



<ul class="wp-block-list">
<li>oosterse christenen te bevrijden,</li>



<li>Jeruzalem te heroveren,</li>



<li>de moslims te verdrijven,</li>



<li>en het pauselijk gezag te versterken.</li>
</ul>



<p class="wp-block-paragraph">De kruistocht werd gepresenteerd als <strong>pelgrimstocht</strong> én <strong>krijgstocht</strong>. Deelnemers kregen kerkelijke bescherming, vergeving van zonden en moesten een gelofte afleggen.</p>



<h6 class="wp-block-heading">Religieuze motieven en geweld tegen joden</h6>



<p class="wp-block-paragraph">Hoewel materiële motieven meespeelden, waren religieuze motieven sterk aanwezig. Tijdens de tocht naar het oosten pleegden kruisvaarders massale pogroms tegen joden — door sommige historici “de eerste holocaust” genoemd. Joden werden gezien als vijanden van Christus, net als moslims.</p>



<h6 class="wp-block-heading">De verovering van Jeruzalem (1099)</h6>



<p class="wp-block-paragraph">De kruisvaarders namen Jeruzalem in, hielden processies met relieken en richtten een massale slachting aan onder de islamitische bevolking. De Rotskoepel werd tot kerk gewijd.</p>



<h6 class="wp-block-heading">Praktische omgang met moslims</h6>



<p class="wp-block-paragraph">Hoewel gedwongen bekering aanvankelijk voorkwam, werd dit later onhaalbaar. Moslims werden: (1) gedood, (2) verkocht als slaven, (3) of kregen vrijgeleide.</p>



<p class="wp-block-paragraph">In Spanje en Sicilië werden moslims onder christelijk bestuur getolereerd, ondanks kerkelijke bezwaren. Pas in de 14e eeuw werd officieel uitgesproken dat islam geen godsdienstvrijheid mocht krijgen in christelijke gebieden.</p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-8d0380db8dc8fc57627c0633505c2127">Reacties van islamitische zijde</h5>



<h6 class="wp-block-heading">Eerste fase: paniek en onbegrip</h6>



<p class="wp-block-paragraph">De eerste islamitische reacties waren gekenmerkt door: (1) paniek, (2) vlucht, (3) en het idee dat de kruisvaarders slechts een tijdelijke ramp waren. Men zag hen als voortzetting van Byzantijnse vijanden, niet als een nieuwe ideologische beweging. Er was geen sprake van een oproep tot jihād.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><em>Samenwerking en pragmatisme</em></p>



<p class="wp-block-paragraph">Er waren zelfs verdragen en samenwerkingen tussen lokale moslimvorsten en kruisvaarders. Handel en dagelijkse contacten gingen door. Interne conflicten binnen de islamitische wereld bleven bestaan.</p>



<h6 class="wp-block-heading">Tweede fase: groeiend religieus bewustzijn</h6>



<p class="wp-block-paragraph">Door voortdurende plunderingen, brandstichtingen van moskeeën, vernietiging van Qur&#8217;ans, en kerstening van moskeeën, ontstond een religieuze tegenbeweging. Schriftgeleerden riepen op tot <strong>defensieve jihād</strong> en tot eenheid onder moslims.</p>



<h6 class="wp-block-heading">Derde fase: institutionalisering van jihād (Nūr al‑Dīn)</h6>



<p class="wp-block-paragraph">Onder Nūr al‑Dīn (1146–1174):</p>



<ul class="wp-block-list">
<li>werd jihād een georganiseerde ideologie,</li>



<li>werd Jeruzalem centraal in propaganda,</li>



<li>ontstond een orthodoxiseringsgolf,</li>



<li>werden filosofie en afwijkende stromingen (zoals sjiisme) afgewezen,</li>



<li>en werden Syrië en Egypte politiek verbonden.</li>
</ul>



<h6 class="wp-block-heading">Vierde fase: de periode van Saladijn</h6>



<p class="wp-block-paragraph">Onder Salah al‑Dīn (Saladijn):</p>



<ol start="1" class="wp-block-list">
<li>werd jihād staatsideologie;</li>



<li>werd orthodox soennisme versterkt;</li>



<li>bloeide antichristelijke polemiek;</li>



<li>werd Jeruzalem in 1187 heroverd;</li>



<li>werd het Fatimidische kalifaat beëindigd.</li>
</ol>



<p class="wp-block-paragraph">De kruistochten verloren daarna geleidelijk terrein tot de laatste bolwerken in de 13e eeuw vielen.</p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-a715d706b06e7c857c86ad60e9009ce2">Conclusies: vroeger en nu</h5>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Lange historische confrontatie</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">De auteur schetst een lange keten van confrontaties:</p>



<ol start="1" class="wp-block-list">
<li>islamitische expansie,</li>



<li>christelijke tegenreactie (kruistochten),</li>



<li>Ottomaanse expansie,</li>



<li>Europees kolonialisme,</li>



<li>mogelijk een neokoloniale fase onder leiding van de VS.</li>
</ol>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Geleidelijkheid van jihād‑vorming</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">Net als in de kruistochten ontstond jihād‑verzet pas laat, na:</p>



<ul class="wp-block-list">
<li>propaganda,</li>



<li>bewustwording,</li>



<li>en politieke unificatie.</li>
</ul>



<p class="wp-block-paragraph">Dit patroon herhaalde zich in het koloniale tijdperk en volgens de auteur ook in de moderne tijd.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Vijandsbeelden</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">De erfenis van de kruistochten bestaat vooral uit <strong>wederzijdse vijandsbeelden</strong>:</p>



<ul class="wp-block-list">
<li>Westerlingen worden gegijzeld of gedood omdat zij “Westerlingen” zijn.</li>



<li>Moslims worden in Europa bespuugd, bedreigd of hun moskeeën worden aangevallen.</li>
</ul>



<p class="wp-block-paragraph">Beide processen zijn geworteld in eeuwenoude beeldvorming die mensen ontmenselijkt en geweld legitimeert.</p>



<p class="wp-block-paragraph"></p>
<p><a class="a2a_button_facebook" href="https://www.addtoany.com/add_to/facebook?linkurl=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Fde-kruistochten-en-sultan-saladijn-vroeger-en-nu%2F&amp;linkname=De%20Kruistochten%20en%20Sultan%20Saladijn%3A%20Vroeger%20en%20Nu" title="Facebook" rel="nofollow noopener" target="_blank"></a><a class="a2a_button_mastodon" href="https://www.addtoany.com/add_to/mastodon?linkurl=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Fde-kruistochten-en-sultan-saladijn-vroeger-en-nu%2F&amp;linkname=De%20Kruistochten%20en%20Sultan%20Saladijn%3A%20Vroeger%20en%20Nu" title="Mastodon" rel="nofollow noopener" target="_blank"></a><a class="a2a_button_email" href="https://www.addtoany.com/add_to/email?linkurl=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Fde-kruistochten-en-sultan-saladijn-vroeger-en-nu%2F&amp;linkname=De%20Kruistochten%20en%20Sultan%20Saladijn%3A%20Vroeger%20en%20Nu" title="Email" rel="nofollow noopener" target="_blank"></a><a class="a2a_dd addtoany_share_save addtoany_share" href="https://www.addtoany.com/share#url=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Fde-kruistochten-en-sultan-saladijn-vroeger-en-nu%2F&#038;title=De%20Kruistochten%20en%20Sultan%20Saladijn%3A%20Vroeger%20en%20Nu" data-a2a-url="https://tangali.net/de-kruistochten-en-sultan-saladijn-vroeger-en-nu/" data-a2a-title="De Kruistochten en Sultan Saladijn: Vroeger en Nu"></a></p>]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Het moslimleger</title>
		<link>https://tangali.net/het-moslimleger/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[© Shaykh Dr Mohamed Juzoef Tangali Qādri Noorani]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 24 Jun 2024 10:21:43 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Oorlog]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://tangali.net/?p=1889</guid>

					<description><![CDATA[Een aanmoediging voor de moslims om militaire training te krijgen door in militaire dienst te treden, een aanleiding van de gebeurtenissen in zionistenland Israël. Inleiding Deze uitgave is de derde in de reeks van oorlog die ik schrijf voor het algemeen Nederlandstalig volk. Deze uitgave is een aanmoediging voor de moslim jongens om militaire training [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p class="wp-block-paragraph"><em>Een aanmoediging voor de moslims om militaire training te krijgen door in militaire dienst te treden, een aanleiding van de gebeurtenissen in zionistenland Israël.</em></p>



<h5 class="wp-block-heading"><strong>Inleiding</strong></h5>



<p class="wp-block-paragraph">Deze uitgave is de derde in de reeks van oorlog die ik schrijf voor het algemeen Nederlandstalig volk. Deze uitgave is een aanmoediging voor de moslim jongens om militaire training te krijgen door in militaire dienst te treden. Zelf wilde ik in 1978 in de Nederlandse militaire dienst treden en meteen de opleiding onderofficier volgen, maar kreeg een brief dat ik niet hoefde te komen omdat het jaar waarin ik geboren was al veel mannen in dienst getreden waren. Dus regelde mijn wijlen vader in 1978 een baan voor mij bij de grootste gemeente van Nederland waar ik 39 jaar had gewerkt. In 2008 werd ik Chief Information Security Officer (CISO) bij de gemeente en werd gevraagd om ook de voorzitter te worden van het Platform van 52 IT-Security en Privacy Officers van de gemeente. Deze rol als voorzitter heb ik negen jaar bekleed. Het belang van security en privacy was het veilig stellen van het ICT-park van de gemeente. Belangrijke objecten waren onder andere waternet, havenbedrijf, infrastructuur en overheidsgebouwen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Na mijn werkperiode bij de gemeente verzorgde ik in opdracht een masterclass IT-security voor de marine van Nederland. De mariniers vertelden aan mij dat bij de marine 3500 ICT-medewerkers werken in de onderzeeërs, fregatten, enzovoorts. Deze informatie moesten zij mij niet vertellen doceerde ik, omdat voor oorlog strategieën deze data interessant is voor het vreemd vermogen. IT-security gaat niet alleen over de beveiliging van de digitale uitrusting, maar ook over fysieke beveiliging en personen beveiliging.</p>



<p class="wp-block-paragraph">In 2003 ging in ik aan de Miami University Business School specialiseren Executive MBA Corporate Governance en Strategic Management. Voor het laatste vakgebied moest ik onderzoek doen naar business controls bij Embraer Air, de op Boeing na, grootste vliegtuigbouwer en vooral oorlogsmateriaal zoals helikopters, tanks, enz. Daar werd duidelijk dat de autoriteiten strategisch 20 jaar verder keken, ik zag vliegtuigen prototypes die nog niet zijn gelanceerd.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De moslim jongens in Nederland zouden in dienst moeten treden van de Nederlandse defensie om trainingen te ondergaan in oorlogvoering. Er is op dit moment (mei 2021) een enorm tekort aan manschappen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Ter aanmoediging schrijf ik dit boek met enkele leiderschapskwaliteiten uit het leven van generaals van de prille tijd van de islam. Het waren onder andere Khālid bin Walid, Abu ‘Ubaidah bin Al-Jarrah, Sa’d bin Waqās, ‘Amr bin Al-‘As, Usāmah bin Zaid, Sultan Salāh-ud-Din Ayubi, Sheer Shā Suri, Mohammed bin Kāsim, Tariq bin Zyād, (radi Allāhu anhum).</p>



<h5 class="wp-block-heading"><strong>Aanmoediging</strong></h5>



<p class="wp-block-paragraph"><em>Wat houdt het in om iemand aan te moedigen?</em></p>



<p class="wp-block-paragraph">Om steun, vertrouwen of hoop te geven. De generaal probeerde de troepen aan te moedigen, maar je moet hem niet aanmoedigen tot buitensporigheid. Allāh Ta’ālā houdt niet van grensoverschrijders.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Allāh Ta’ālā openbaart</strong></p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size wp-block-paragraph">&nbsp;مُّحَمَّدٌ رَّسُولُ ٱللَّهِ وَٱلَّذِينَ مَعَهُ أَشِدَّآءُ عَلَى ٱلْكُفَّارِ رُحَمَآءُ بَيْنَهُمْ تَرَاهُمْ رُكَّعاً سُجَّداً يَبْتَغُونَ فَضْلاً مِّنَ ٱللَّهِ وَرِضْوَاناً سِيمَاهُمْ فِي وُجُوهِهِمْ مِّنْ أَثَرِ ٱلسُّجُودِ ذَلِكَ مَثَلُهُمْ فِي ٱلتَّوْرَاةِ وَمَثَلُهُمْ فِي ٱلإِنجِيلِ كَزَرْعٍ أَخْرَجَ شَطْأَهُ فَآزَرَهُ فَٱسْتَغْلَظَ فَٱسْتَوَىٰ عَلَىٰ سُوقِهِ يُعْجِبُ ٱلزُّرَّاعَ لِيَغِيظَ بِهِمُ ٱلْكُفَّارَ وَعَدَ ٱللَّهُ ٱلَّذِينَ آمَنُواْ وَعَمِلُواْ ٱلصَّالِحَاتِ مِنْهُم مَّغْفِرَةً وَأَجْراً عَظِيماً</p>



<p class="wp-block-paragraph">“Mohamed is de boodschapper van Allāh. En zij, die met hem zijn, zijn hard tegen de ongelovigen en zachtmoedig onder elkander. Gij ziet hen zich buigen en neerwerpen [in gebed], Allāh’s genade en Zijn welbehagen zoekende op hun aangezicht zijn de sporen van het zich ter aarde werpen. Dit is hun beschrijving in de Torah. En hun beschrijving in het Evangelie is als het zaad van koren, dat zijn scheut uitspruit, en dien versterkt, waardoor zij dik wordt en op eigen stengel komt te staan, tot vreugde der zaaiers en woede der ongelovigen. Allāh heeft aan de gelovigen die goede werken doen, vergiffenis en een grote beloning beloofd.”<em>&nbsp; Surah al-Fath (de overwinning), H48, vers 29</em></p>



<p class="wp-block-paragraph">Ibn Kathīr verklaart in zijn tafsir dat Imām Ahmed had opgetekend van Abdullah bin Mughaffal (radi Allāhu anhu) die vertelde dat de Profeet Mohammed ﷺ Surah Al-Fath reciteerde op de (dag) van de verovering van Mekka, rijdend op zijn kameel. Hij reciteerde het in een vibrerende en aangename toon.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Deze eervolle <strong>Surah al-Fath</strong> (de overwinning) werd geopenbaard nadat de Profeet Mohammed ﷺ teruggekeerd was uit het gebied van Al-Hudaybiyyah, in de loop van de maand van Dhū’l-Qa’da, in het zesde jaar van Hijrah. Dit is toen de afgodendienaars hem verhinderden om Masjid Al-Haram te bereiken voor de Umrah. Ze stopten de Profeet Mohammed ﷺ in die tijd om Mekka te bereiken, maar waren toen vatbaar voor vredesonderhandelingen. Een vredesverdrag was uitgevoerd waarin werd bepaald dat de Boodschapper ﷺ dit jaar (6<sup>e</sup> Hijri) zou terugkeren en dan het jaar daarop mocht terugkomen voor Umrah. De Boodschapper ﷺ was het daarmee eens. Sommige metgezellen (radi Allāhu anhum) hadden echter een hekel aan deze termen, inclusief Umar bin Al-Khattāb, zoals we zullen noemen in detail, zo Allāh Ta’ālā het wil, terwijl hij deze Surah uitlegt. Nadat de Boodschapper ﷺ zijn offerdieren in het gebied had geslacht waar hij werd tegengehouden en terugging naar Al-Medina, onthulde Allāh Ta’ālā deze Surah en meest geëerde waarover wat gebeurde tussen hem ﷺ en de afgodendienaars. Allāh Ta’ālā verklaarde het vredesverdrag van Al-Hudaybiyyah als manifest van overwinning, vanwege de voordelen die vrede en het goede zouden brengen als resultaten die er wel uit voortkwamen. Abdullah bin Mas&#8217;ud en andere metgezellen zeiden: “Je beschouwt de verovering van Mekka als <em>Al-Fath</em>, terwijl voor ons Al-Fath het verdrag is dat wordt gevoerd bij Al-Hudaybiyyah. Jābir bin Abdullah zei: ‘Wij beschouwden Al-Fath alleen als de dag van Hudaybiyyah’!”</p>



<p class="wp-block-paragraph">Imām Al-Bukhārī schreef dat Al-Bara (bin Azib) zei: “Je beschouwt Al-Fath als de verovering van Mekka, wat inderdaad een overwinning was. We beschouwen Al-Fath echter als de belofte van Ar-Rizwān op de Dag van Al-Hudaybiyyah. Toen waren wij met 1400 bij de Profeet Mohammed ﷺ. Al-Hudaybiyyah had een bron, waarvan wij het water hebben geconsumeerd, zonder er een druppel water in achter te laten. Toen het nieuws van wat er was gebeurd de Boodschapper ﷺ bereikte kwam hij naar ons toe en ging op de rand van de put zitten. Toen vroeg hij om een emmer water te krijgen en te gebruiken het voor <em>woezoe</em> (wassing). Hij spoelde vervolgens zijn mond daarmee en riep Allāh Ta’ālā aan en goot dat water in de put. Kort daarna voorzag die bron ons, evenals onze dieren, van voldoende water in elke hoeveelheid die wij maar wilden.”</p>



<p class="wp-block-paragraph">Imām Ahmed heeft opgetekend dat Umar bin Al-Khattāb (radi Allāhu anhuma) zei: “Wij waren met de Boodschapper ﷺ op reis, en ik vroeg hem drie keer over een kwestie, maar hij antwoordde niet. Dus ik zei tegen mezelf: ‘Moge je moeder jouw verliezen, o zoon van Al-Khattāb! Je was koppig om je vraag drie keer te herhalen aan de Boodschapper ﷺ, elke keer reageerde hij niet op je.’ Dus ik klom op mijn dier, mijn kameel, en ging vooruit uit angst dat een deel van de Heilige Qur&#8217;ān in mijn geval zou kunnen worden onthuld. Plots hoorde ik iemand roepen: ‘O Umar!’ Dus ik ging naar de Boodschapper ﷺ terwijl ik vreesde dat een deel van de Heilige Qur&#8217;ān over mij werd onthuld. De Profeet Mohammed ﷺ zei: “Gisteravond werd mij een Surah geopenbaard dat mij dierbaarder is dan dit leven en alles wat het bevat: ‘Voorwaar, Wij hebben u een duidelijke overwinning geschonken. Dat Allāh u uw zonden uit het verleden moge vergeven en van de toekomst.”</p>



<p class="wp-block-paragraph">Al-Bukhārī, At-Tirmīzī en An-Nasā’ī verzamelden deze Hadith uit verschillende overleveringsketens via Malik (radi Allāhu anhum).</p>



<h5 class="wp-block-heading"><strong>Oorlog in termen van islamitisch internationaal recht</strong></h5>



<p class="wp-block-paragraph">In zijn <em>key note</em> vertelde prof. dr. Maurits S. Berger<a href="#_ftn1" id="_ftnref1">[1]</a>, LLM van Leiden University over zijn inzicht met betrekking tot oorlog en de internationale wetgeving: “Nog niet zo lang geleden werd mij gevraagd om het artikel over islamitisch internationaal recht te schrijven voor de Oxford Encyclopedia of International Law. Fluitje van een cent, dacht ik: categoriseer maar de onderwerpen, en maak een lijst van de belangrijkste auteurs. Maar het bleek een verbijsterende oefening te zijn. Zoveel verschillende benaderingen, zoveel agenda&#8217;s, zowel verborgen als open, zoveel meningen, zoveel allerlei uitkomsten! Ik kreeg de sterke indruk dat geleerden meer praten over islamitisch internationaal recht in termen van wat het zou moeten zijn, of wat ze willen dat het is, dan wat het is. En met die laatste opmerking bedoel ik niet de typische theorie van een rechtssysteem genaamd islamitisch internationaal recht. Nee, ik bedoel internationaal recht zoals weerspiegeld in de praktijk van zijn spelers.</p>



<p class="wp-block-paragraph">In deze lezing zal ik een oproep doen voor de studie van islamitisch internationaal recht, niet als een statisch rechtssysteem, maar als een systeem dat zich in de praktijk ontwikkelt. En door dat te doen, de vraag in hoeverre deze rechtstak op zichzelf als specifiek kan worden beschouwd recht en verdient het bijvoeglijk naamwoord ‘islamitisch’, zal te zijner tijd worden beantwoord.”</p>



<p class="wp-block-paragraph">Oorlog voeren in tijden van <em>harj</em> (verwarring, tumult, opruiing, problemen, verlies, nadeel, schade, letsel, ongemak, overlast, onderbreking, belemmering, obstakel, vertraging, enz.) is wettig voor door de regering aangestelde krijgsdiensten, omdat deze aan wet- en regelgeving zijn gebonden en niet om in de wilde weg te gaan schieten en bombarderen.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Allāh Ta’ālā openbaart</strong></p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size wp-block-paragraph">&nbsp;ٱلَّذِينَ آمَنُواْ يُقَٰتِلُونَ فِي سَبِيلِ ٱللَّهِ وَٱلَّذِينَ كَفَرُواْ يُقَٰتِلُونَ فِي سَبِيلِ ٱلطَّٰغُوتِ فَقَٰتِلُوۤاْ أَوْلِيَاءَ ٱلشَّيْطَٰنِ إِنَّ كَيْدَ ٱلشَّيْطَٰنِ كَانَ ضَعِيفاً</p>



<p class="wp-block-paragraph">“Zij die geloven, strijden voor de zaak van Allāh, maar de ongelovigen strijden voor de zaak van de boze. Strijdt daarom tegen de vrienden van Satan; voorzeker, Satan’s plan is zwak.”<em> Surah an-Nisā (de vrouwen), H4, vers 76</em></p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size wp-block-paragraph">&nbsp;أُذِنَ لِلَّذِينَ يُقَاتَلُونَ بِأَنَّهُمْ ظُلِمُواْ وَإِنَّ ٱللَّهَ عَلَىٰ نَصْرِهِمْ لَقَدِيرٌ</p>



<p class="wp-block-paragraph">“Toestemming om te vechten is gegeven aan degenen tegen wie gevochten wordt, omdat hun onrecht is aangedaan, voorzeker Allāh heeft de Macht hen bij te staan.”<em> Surah Hajj (de pelgrimstocht), H22, vers 39</em></p>



<h5 class="wp-block-heading">Palestina versus Israël</h5>



<p class="wp-block-paragraph">Dit wat afgelopen week gebeurde in Palestina is rechtmatig optreden tegen de Satan Benjamin Netanyahu, die als dictator president werd wat onrechtmatig is en de hele <em>kuffār</em> (ongelovigen) regeringen hem daarin steunden. Toen de <em>kuffār</em> zag dat het nu menens wordt dat moslim regeringsleiders Palestina gaan helpen met macht en vuurwapen klauterde de westerse regeringen als een wezel terug door de hun <em>framasson</em> Netanyahu op het maatje te roepen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">In Carengie Europe<a href="#_ftn2" id="_ftnref2">[2]</a> staat: “Trump keerde het beleid van Obama volledig om, en radicaal. Met zijn schoonzoon, Jared Kushner, die een cruciale rol speelde in de regio, vernietigde Trump decennia van Amerikaans beleid door de Amerikaanse ambassade van Tel Aviv naar Jeruzalem te verplaatsen. Tot grote vreugde van Jeruzalem en Riyad liep Trump in mei 2018 weg van de JCPOA. Hij steunde het besluit van Mohammad bin Salman, de Saoedische kroonprins, om militair in te grijpen in Jemen, waar een oorlog een schokkende humanitaire ramp heeft veroorzaakt. Trump speelde de rol van Bin Salman bij de moord op de Saoedische journalist en criticus Jamal Khashoggi in oktober 2018 af. Al met al heeft het beleid van Trump ten aanzien van Iran de geostrategische invloed van Saoedi-Arabië in de regio nieuw leven ingeblazen en Israël gerustgesteld. Ze hebben ook de Europeanen machteloos achtergelaten. Diplomatieke inspanningen van Europese leiders zijn mislukt, ook al weten die leiders dat het conflict tussen Washington en Teheran kan escaleren tot een militaire confrontatie. De Straat van Hormuz is nu zeer kwetsbaar. Een vijfde van de olievoorraad in de wereld wordt via dit deel van de Golf vervoerd. De aanval van 13 juni 2019 op twee tankers in de zeestraat &#8211; een incident dat Washington de schuld van Iran en Teheran ontkende &#8211; zou een katalysator moeten zijn voor diplomatie. Maar Europese leiders zijn jammerlijk slecht voorbereid om een rol te spelen in het Midden-Oosten. Hun ondubbelzinnige steun aan de Iran-deal is bekritiseerd door Israël. Hun rol bij het bemiddelen bij het beëindigen van het Israëlisch-Palestijnse conflict is somber geweest. Wat betreft de oorlog in Syrië, de Europeanen hebben geen diplomatieke strategie gehad &#8211; niet dat andere landen er op zouden kunnen bogen. En ze zijn niet in staat om de militaire campagne van Saoedi-Arabië in Jemen te beteugelen of een rol te spelen in Libië.”</p>



<p class="wp-block-paragraph">Joden, gesteund en aangemoedigd door de Britten, waren van plan een Joodse Staat te vestigen op Palestijns grondgebied. Abdul Hāmid Khan, die verstandig was met hun zionistische activiteiten en aspiraties, was zich daarom terdege bewust van de joodse dreiging in de regio en adviseerde de Palestijnen om het land Palestina niet aan Joden te verkopen. Theodor Hertzel, leider van de Universele Zionistische Organisatie nam Rabbi Moshe Levi mee, bezocht sultan Abdul Hāmid en verzocht om de verkoop van land aan de Joden. Het antwoord van de sultan was dit: “Ik ga het niet doen, geef je een klein stukje land, zelfs als alle staten van de wereld naar mij toe kwamen en naar voren stroomden met alle wereldse schatten. Dit land, dat onze voorouders het leven heeft gekost en dat heeft bewaard gebleven tot op de dag van vandaag, is niet verkoopbaar.”</p>



<p class="wp-block-paragraph">Hierop werkten de Joden samen met de partij genaamd Union and Progress. Alle kwade krachten op aarde verenigden zich in 1327 H. [1909] tegen de sultan die hem uiteindelijk onttroonden en alle moslims tot wezen maakten. De leiders van de Union and Progress Party vulden de hoogste posities van de Staat met vijanden van de religie en <em>framassons<a href="#_ftn3" id="_ftnref3"><strong>[3]</strong></a></em> (vrijmetselaars). In feite waren Hayrullah en Musa Kazim, die ze respectievelijk als Shaikh-ul-Islam hadden aangesteld, vrijmetselaars. Ze maakten het land overal bloederig. In de Balkan, Canakkale (Dardanellen), Russisch en Palestijnse oorlogen, die feitelijk werden veroorzaakt door Britse handlangers, en de &#8216;s werelds grootste gewapende macht opgericht door Abdul Hāmid Khan werd vernietigd door verraderlijk en laaghartig plannen. Ze vermoordden honderdduizenden onschuldige jongeren en bewezen de hunne verraderlijke karakters door het land te ontvluchten in een tijd dat het land behoefte had aan eenheid en bescherming meer dan op enig ander moment.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De naties die hadden samengewerkt met de Britten en de Ottomanen aanvielen op verraderlijke wijze waren nu in zo&#8217;n ellendige toestand terechtgekomen, dat het leek alsof ze dat nooit zouden doen en weer gaan genieten van de rust. Ze waren zo berouwvol voor hun wandaden dat ze de <em>Khutbah<a href="#_ftn4" id="_ftnref4"><strong>[4]</strong></a></em> weer in de naam van de Ottomaanse Khalifah invoerden. Toen eindelijk een Israëlische Staat werd opgericht in Palestina door de Britten, werd het duidelijk hoe waardevol het Ottomaanse bestaan was geweest. De wreedheden die de Palestijnen hebben geleden onder de Israëlieten wreedheid werden gerapporteerd in kranten en getoond in televisieprogramma&#8217;s over de hele wereld. De Egyptische minister van Buitenlandse Zaken Ahmed Abdul-Majid legde in 1990 de volgende verklaring af: “Egypte beleefde zijn meest comfortabele en vredige dagen in de tijd van de Ottomanen.”</p>



<h5 class="wp-block-heading">Zionist</h5>



<p class="wp-block-paragraph">In de Tweede Wereld oorlog stonden de communisten op het punt volledig om te komen, toen ze een laatste wanhopige Britse hulp ontvingen, die hen hielp hun krachten te herwinnen en zich over de hele wereld te verspreiden. In 1917 richtte de Britse premier (1902-1905) James Balfour de zionistische organisatie op, die werkte voor het herstel van een Joodse staat in Palestina, een heilige plaats voor moslims, en de voortdurende steun die door de Britse regering aan deze organisatie werd gegeven, resulteerde in de oprichting van de staat Israël in 1366 H (1947). Het is de Britse regering die de oprichting van de Wahhābi staat in 1351 H (1932) veroorzaakte door het Arabische schiereiland aan de zonen van Saoed te leveren die ze van de Ottomanen op misdadige wijze hadden toegeëigend. Zo hebben ze de grootste slag toegebracht aan de islam. Behalve die verraderlijke vijanden, communisten en vrijmetselaars, maar ook christelijke missionarissen en joodse zionisten proberen de moslimjongeren te misleiden door middel van verzonnen en bedrieglijke artikelen, films, theater, en radio- of televisie uitzendingen. Hiervoor geven ze miljoenen uit. De Ulema van de islam zoals Maulana Shah Ahmed Noorani Siddiqui (Alayhir Rahmah) heeft aan hen allemaal de nodige reacties gegeven en Allāh Ta’ālā religie en de weg naar geluk en verlossing getoond.</p>



<h5 class="wp-block-heading"><strong>Welke strategie inzetten?</strong></h5>



<p class="wp-block-paragraph">Allereerst is het belangrijk de Imān te verstevigen zodat niet gesproken wordt in woorden, maar voor in rechtmatige daden.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De jongemannen van de islam moeten vooral informatie- en communicatie technologieën leren, omdat de wapens en bommen tegenwoordig zijn gemaakt op basis van chipsturing. Door de ICT goed te bestuderen zoals BIOS<a href="#_ftn5" id="_ftnref5">[5]</a> en programmeren. Door deze kennisdomeinen wordt het mogelijk te hacken. Deze kennis ontbreekt grotendeels in de Arabische landen. Toen ik (Tangali) in de jaren 1990-1993 nog kerndocent Accounting Information Systems was bij Apollo Global USA, een organisatie met half miljoen studenten en een rekencentrum<a href="#_ftn6" id="_ftnref6">[6]</a> van drie voetbalvelden groot, verscheen een onderzoeksrapport om onderwijs uit te breiden naar het Midden Oosten. Uit onderzoek bleek dat 350 miljoen Arabieren een ontwikkelingsniveau hadden van Mbo. Vind je het dan gek, dat anno 2021 de Arabieren de overmacht niet kunnen verwezenlijken? Anderzijds vernietigen de westerse regeringsleiders de sociale infrastructuur in het Midden Oosten met onrechtmatige inval en oorlog waardoor de jongeren de kans niet krijgen goed en hoger onderwijs te genieten. In 1916 heb ik (Tangali) voor Damascus University hun onderwijsprogramma “A contingent approach: <em>Syrian acceptance of E-Learning</em>” getoetst op kwaliteit en haalbaarheid zodat de gevluchte studenten afstandsonderwijs konden volgen in het buitenland om hun studie af te ronden.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Hazrat Asim bin Thābit (radi Allāhu anhu) zei als strategie: “Wanneer de vijand 100 meter verderop is zullen we onze bogen en pijlen gebruiken, wanneer de vijand dichterbij komt zullen we vechten met onze speren, en wanneer de speren breken zullen wij met de [blote] hand vechten zonder onze zwaarden te gebruiken.” Als wij deze vertaalde citaat nader in ogenschouw nemen, dan kunnen wij van de ahadīth afleiden dat Sahāba-e-Kirām (radi Allāhu anhum) arm waren en dus efficiënt en effectief omgingen met hun wapens.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De Profeet Mohammed ﷺ hoorde wat Hazrat Asim opperde en zei: “Zonder enige twijfel, dit is de manier om een strijd te voeren. Wie wenst deel te nemen aan een strijd moet deze strategie van Asim bin Thābit volgen.”</p>



<p class="wp-block-paragraph">Deze grote Marshall Commandanten verbeterden en ontwikkelden de strategieën en principes die voor het eerst door de Profeet Mohammed ﷺ werden geïnitieerd. Zij koesterden de dood meer dan het leven en dat overtuigd van de rijkdom van de ware religie. Soms waren de vijandige strijdkrachten tien keer groter dan het moslimleger met superieure wapens, doch vaak waren het de strijdkrachten van de islam die zegevierden.&nbsp; Daarom gaf de Profeet Mohammed ﷺ sommigen van hen de titel van <em>Saifulla</em> (Zwaard van Allāh Ta’ālā) en de titel van Leeuw van Allāh Ta’ālā. Na de dood van de Profeet Mohammed ﷺ verspreidde het rijk van de islam zich over een gebied van duizend vierkante mijl.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Wanneer men het islamitische gebied bestudeert dat het leven van Profeet Mohammed ﷺ overspant vanuit de invalshoek van verovering en bezetting van land, verbaast het hoe zij organisatie &amp; management en staatsadministratie vorm gaven. elke fase en stap lijkt te zijn gemodelleerd volgens een goed gedefinieerd, uitgebreid en goed doordacht plan wat betekende:</p>



<ul class="wp-block-list">
<li>Stabiliteit van de veroverde landen.</li>



<li>Moreel en godsdienstige onderwijs voor de veroverde mensen.</li>



<li>Opleiding van de managers en medewerkers in moraal intellect opzicht en vaardigheden.</li>



<li>Poging om de grenzen van het islamitische rijk uit te breiden door militaire experts op te leiden.</li>
</ul>



<p class="wp-block-paragraph">De trainingen waren moreel, intellectueel en technisch en werd ook niet verwaarloosd, dus permanente educatie. Onder hun leiding dwong het islamitische leger zich in alle richtingen naar nieuwegebieden; dit waren fundamentele, innovatieve en revolutionaire stappen die resulteerden in verbazingwekkend bestuur. Als resultaat binnen de korte periode van 15 jaar na het overlijden van de Profeet Mohammed ﷺ kwamen de meeste gebieden van de twee grote continenten Azië en Afrika onder de controle van de moslims.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De menselijke natuur en de basisstrategieën van oorlog veranderen normaal gesproken niet, het is om deze reden dat er waardevolle lessen kunnen worden getrokken, zelfs uit de gevechten terug in de oude geschiedenis. Met dit doel voor ogen worden biografische schetsen van deze grote generaals van de beginjaren van de islam gepresenteerd in geschiedenis boeken; hun ongelooflijke en buitengewone militaire prestaties hebben vele glorieuze en gouden hoofdstukken toegevoegd aan de geschiedenis van de mensheid.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Ongetwijfeld, die grote persoonlijkheden werden opgeleid door de grootste commandant van Arabië en het Westen, de Sultan van Medina, de Profeet Mohammed ﷺ die hen transformeerde door zijn persoonlijk contact met zijn stralende persoonlijkheid. Hun ogen zijn getuige van zijn grootheid, die de toegang van hun harten, zielen en hun bestaan was geworden. De enige betekenis en het doel van hun leven was om martelaarschap omwille van de islam te bereiken.</p>



<h5 class="wp-block-heading"><strong>Kwaliteiten van een moslim generaal</strong></h5>



<p class="wp-block-paragraph">De kwaliteiten van uitmuntendheid die essentieel zijn voor een moslim generaal in het bestand van oorlogvoering zijn onder andere:</p>



<ol class="wp-block-list">
<li>Echte vasthoudend en stevige Imān</li>



<li>Waardige persoonlijkheid</li>



<li>Dapper en moedig</li>



<li>Standvastig en vastberaden van doel</li>



<li>Wilskracht en vermogen om uit te voeren</li>



<li>Charismatische en magnetische persoonlijkheid</li>



<li>Welsprekend</li>



<li>Goed uitgerust</li>



<li>Vrijgevigheid en vrijzinnigheid</li>



<li>Een gevoel van rechtvaardigheid en <em>fair play</em></li>
</ol>



<p class="wp-block-paragraph">Laten we iets dieper ingaan op de betekenis en het belang van deze kwaliteiten.</p>



<h6 class="wp-block-heading">Echte vasthoudend en stevige Imān</h6>



<p class="wp-block-paragraph">Het is van essentieel belang dat militairen een echt en vast geloof hebben om leiding te geven aan en politieke missionaire sferen. Sterk stevig en solide geloof laat een blijvende en diepe invloed op de persoonlijkheid achter.&nbsp; Dit is een fundamentele deugd die het hart versterkt met dapperheid, moed en een totaal gebrek aan angst en ambitie zodat het leger kostbare overwinning, glorie van obstakels en het verslaan van intelligentie en wijsheid nooit uit balans worden gebracht.&nbsp; In gevechtsstrijd of geconfronteerd met glorieuze triomf of vernederende nederlaag, neemt alleen dat leger een evenwichtig gezichtspunt en werkwijze aan, heeft het juiste geloof en het juiste perspectief. Het is vaak gezien in de materiële geschiedenis dat het zegevierende leger en het algemene verlies van alle gevoel en totaal verlies van proportie bedwelmd met het succes. Burgers worden gedood, vrouwen worden verkracht en de menselijke waardigheid wordt beledigd en verraden. Het sociale systeem van het veroverde gebied wordt op zijn kop gezet, en de sociale en moraal waarden worden uitgehold en vernietigd. Daarentegen, de moslim generaals beschouwen overwinning met bescheidenheid en nederigheid als een zegen en gave van Allāh Ta’ālā.&nbsp; Deze houding is uitsluitend te wijten aan vertrouwen, geloof en het juiste gevoel van waarden.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Toen de Profeet Mohammed ﷺ Makkah triomfantelijk binnenging, nadat hij het had bezworen, hing zijn hoofd laag op de bult van zijn paard in dank naar Allāh Ta’ālā, zijn Schepper. Hij verklaarde universele amnestie met alle mensen van Mekka.&nbsp; Evenzo probeert een succesvolle generaal die in oorlog met obstakels wordt geconfronteerd, een ongunstige aandoening in plaats van hart te verliezen en dichter bij Allāh Ta’ālā te komen. Hij wordt geconfronteerd met alle situaties met dapperheid en moed.&nbsp; Deze competentie en bekwaamheid wordt gedragen door een zelfverzekerde afhankelijkheid van onvolmaaktheid, een absoluut vertrouwen in Allāh Ta’ālā. Dit is de reden waarom de winst in plaats van het verliezen van hoop en ramp bij de slag van Uhud de gewonde <em>Mujahidīn</em> recht tot aan Hamra Al-Assad in hete achtervolging waren van de Quraysh zonder hen de kans te geven om zich om te draaien en Al-Medina binnen te gaan om hun succes te vieren.</p>



<h6 class="wp-block-heading">Waardige persoonlijkheid</h6>



<p class="wp-block-paragraph">Niemand had de moed om de Profeet Mohammed ﷺ in de ogen aan te kijken. Toen hij sprak, was het effect bijna alsof de geadresseerde geïntrigeerd was en niet kon bewegen.&nbsp; Er is geen parallel in de geschiedenis van een persoon die een dergelijke reactie oproept. Hij werd gerespecteerd vereerd en geïnspireerd door ontzag en liefde.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Amir-ul-Mu’minin Umar Farooq had zo&#8217;n waardig gevoel en was zo ontzagwekkend dat mensen nerveus waren om met hem te praten. Sommige van de metgezellen vertelden Abdur Rahmān bin Auf (radi Allāhu anhum) dat ze bang waren om met de Amir-ul-Mu’minin te praten, en dat hij een zachtere houding moest aannemen. Toen hij hiervan op de hoogte kwam, deed hij smeekbede tot Allāh Ta’ālā: “O Allāh Ta’ālā, verhoog mijn waardigheid van dag tot dag, zodat ik misschien beter in staat kan zijn om Uw boodschap te verspreiden.”</p>



<p class="wp-block-paragraph">Er zijn voorbeelden in de samenleving waar een man erg sterk kan lijken, maar helaas een waardige persoonlijke aanwezigheid mist. Heeft hij absoluut geen waarde of verdienste in de genegenheid van mensen? Het is essentieel voor moslim generaals om een zeer waardige en ontzagwekkende identiteit te hebben; anders kan hij zijn taken en verantwoordelijkheden van leiderschap niet tot in perfectie vervullen, maar zelfs niet in de nabijheid van perfectie komen. De Profeet Mohammed ﷺ zei: “Mij is zo&#8217;n majesteit en waardigheid verleend dat de vijand die van mij verwijderd is [in termen van reisafstand] begint te trillen wanneer hij mijn naam hoort.”</p>



<h6 class="wp-block-heading">Dapper en moedig</h6>



<p class="wp-block-paragraph">Alleen die persoon kan de verantwoordelijkheden van leiderschap in een oorlog vervullen die de personificatie van moed, durf heeft en onbevreesd is. Wanneer de omstandigheden in de oorlog uiterst ongunstig zijn, kan alleen een gedurfde, onverschrokken man ze overwinnen en beheersen. Hazrat Ali (radi Allāhu anhu) zei dat toen een kritische houding in de strijd aangenomen moest worden, ze keken naar de gedurfde en zelfverzekerde houding van de Profeet Mohammed ﷺ om moedig te worden. Wanneer de gevechten zeer intens waren, toonde hij buitengewone moed en lef en bewoog hij zich zo dicht mogelijk naar de vijand, en probeerde hem te overweldigen. Al zijn <em>Mujahidīn</em> kregen dan de moed en streefden zijn voorbeeld te volgen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Toen Khalid bin Wālid (radi Allāhu anhu) naar de strijd ging om de Romeinse generaal onder ogen te zien, besefte hij dat zijn paard zwakker was in vergelijking met die van de vijand. De Romein wilde natuurlijk optimaal gebruik maken van de situatie. Khalid bin Wālid (radi Allāhu anhu) bedacht een oplossing en deed een zeer gedurfde tegenzet. Hij sprong van zijn paard en sloeg krachtig met zijn zwaard op de been van het Romeinenpaard. Het been brak en hij viel op de grond, ook zijn ruiter viel aan de voeten van Khalid bin Wālid die in flits zijn nek afsneed. Nadat hij van zijn vijand af was, ging hij rustig zitten en nuttigde daar zijn maaltijd.</p>



<h6 class="wp-block-heading">Standvastig en vastberaden van doel</h6>



<p class="wp-block-paragraph">In de arena van de oorlog houden de gewone soldaat en het leger hun moraal hoog en zijn moedig zolang hun generaal een standvastige en vastberaden houding aanneemt. Zodra de generaal aarzeling of besluiteloosheid toont, begint ook het leger te wankelen. Wanneer de vijand intense druk uitoefent, dan is het de primaire een belangrijkste plicht van de generaal om niet alleen de formatie op te bouwen, maar om het moreel van zijn mannen in stand te houden. Alleen dan kan de generaal voldoen aan de plicht in de beste mate consequent resoluut, standvastig, onverschrokken en braaf te zijn. Tijdens de slag bij Hunayn, toen het leger uiteenviel door de druk die de vijand uitoefende, zei de Profeet Mohammed ﷺ: “Ik ben de ware Profeet, het is geen leugen, en ik ben de zoon van Abdul Mutalib.”</p>



<p class="wp-block-paragraph">De Heilige Qur&#8217;ān geeft een gouden principe over hoe het ontwikkelen van deze onschatbare kwaliteit van standvastigheid en de resoluut.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Allāh Ta’ālā openbaart</strong></p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size wp-block-paragraph">يٰأَيُّهَا ٱلَّذِينَ آمَنُوۤاْ إِن تَنصُرُواْ ٱللَّهَ يَنصُرْكُمْ وَيُثَبِّتْ أَقْدَامَكُمْ</p>



<p class="wp-block-paragraph">“Gij, die gelooft, indien gij de zaak van Allāh steunt zal Hij u helpen en standvastig doen blijven.”<em> Surah Mohammed</em> ﷺ<em>, H47, vers 7</em></p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size wp-block-paragraph">&nbsp;يٰأَيُّهَا ٱلَّذِينَ آمَنُوۤاْ إِذَا لَقِيتُمْ فِئَةً فَٱثْبُتُواْ وَٱذْكُرُواْ ٱللَّهَ كَثِيراً لَّعَلَّكُمْ تُفْلَحُونَ</p>



<p class="wp-block-paragraph">“O, gij die gelooft, blijft standvastig wanneer gij een leger [van ongelovigen] ontmoet en gedenkt Allāh vaak, opdat gij moogt slagen.”<em> Surah al-Anfāl (de oorlogsbuit), H8, vers 45</em></p>



<p class="wp-block-paragraph">In deze ayāh in Surah al-Anfāl zijn de blijde boodschap gegeven dat wanneer je je verzet tegen de vijand stevigheid en vastberadenheid moet worden getoond, en Allāh Ta’ālā allen tijde moet worden herinnerd en aangeroepen. Dit vermenigvuldigt de kans op succes. Stevigheid van doel en herinnering aan Allāh Ta’ālā zijn erg belangrijk voor een moslim generaal.</p>



<h6 class="wp-block-heading">Wilskracht en vermogen om uit te voeren</h6>



<p class="wp-block-paragraph">Elke succesvolle generaal moet een sterke wil hebben en bekwaam zijn om zijn orders uit te laten voeren. Als hij dit vermogen niet heeft, zal hij geen recht kunnen doen aan zijn plan. Een generaal zal resoluut en vrij zijn in het nemen van een besluit en ook in het moedig uitvoeren ervan.&nbsp;&nbsp; Als een generaal onbekwaam is, zal hij niet in staat zijn om de controle over de veranderende omstandigheden op het slagveld aan te kunnen. Er zijn veel van dergelijke voorbeelden in de geschiedenis waarin een persoon onthouding uitoefent, veel vertrouwen heeft in een angst voor Allāh Ta’ālā, maar geen zelfvertrouwen, wilskracht en het element van stevigheid in de actieve uitvoering heeft van een goed doordachte strategie. Dus, theoretische planning op zich heeft geen zin, tenzij er praktische toepassing is.&nbsp; Een generaal moet de mogelijkheid hebben om de wilskracht te plannen om stevig te beslissen, en vervolgens het plan uit te voeren. Een persoon die al deze drie kwaliteiten niet heeft, kan geen succesvolle generaal zijn op welk gebied dan ook sociaal, politiek of militair.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Allāh Ta’ālā openbaart</strong></p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size wp-block-paragraph">فَبِمَا رَحْمَةٍ مِّنَ ٱللَّهِ لِنتَ لَهُمْ وَلَوْ كُنْتَ فَظّاً غَلِيظَ ٱلْقَلْبِ لاَنْفَضُّواْ مِنْ حَوْلِكَ فَٱعْفُ عَنْهُمْ وَٱسْتَغْفِرْ لَهُمْ وَشَاوِرْهُمْ فِي ٱلأَمْرِ فَإِذَا عَزَمْتَ فَتَوَكَّلْ عَلَى ٱللَّهِ إِنَّ ٱللَّهَ يُحِبُّ ٱلْمُتَوَكِّلِينَ</p>



<p class="wp-block-paragraph">“Door de barmhartigheid van Allāh bent gij [de Profeet] zachtmoedig jegens hen [gelovigen]; als u ruw en hardvochtig was geweest zouden zij zich zeker uit uw omgeving hebben verwijderd. Vergeef hen daarom en vraag voor hen vergiffenis en raadpleeg hen in belangrijke zaken en wanneer u vastbesloten bent, leg dan uw vertrouwen in Allāh. Voorzeker, Allāh heeft degenen lief die vertrouwen in Hem hebben.”<em> Surah al-Imrān (het huis van Profeet Imrān), H3, vers 159</em></p>



<h6 class="wp-block-heading">Charismatische en magnetische persoonlijkheid</h6>



<p class="wp-block-paragraph">In sociale interactie spelen slimheid en kleding, goede manieren en een zekere elegantie van stijl een zeer positieve rol bij het winnen van mensen. In deze context, als men de persoonlijke gewoonten van de Profeet Mohammed ﷺ bestudeert, ziet men hoe bijzonder hij was als het ging om persoonlijke hygiëne, netheid en de schoonheid. Realiseer je dat wanneer hij een straat bewandelde hij een aura van parfum achter zich had gelaten. Wanneer hij delegaties ontmoette, maakte hij er een punt van om zich goed te kleden.&nbsp; Dus, naast het feit dat een generaal cultureel en goed gemanierd is, moet hij ook een stevige lichaamsbouw hebben zoals het geval was van de Profeet Mohammed ﷺ.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Allāh Ta’ālā openbaart</strong></p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size wp-block-paragraph">&nbsp;وَقَالَ لَهُمْ نَبِيُّهُمْ إِنَّ ٱللَّهَ قَدْ بَعَثَ لَكُمْ طَالُوتَ مَلِكاً قَالُوۤاْ أَنَّىٰ يَكُونُ لَهُ ٱلْمُلْكُ عَلَيْنَا وَنَحْنُ أَحَقُّ بِٱلْمُلْكِ مِنْهُ وَلَمْ يُؤْتَ سَعَةً مِّنَ ٱلْمَالِ قَالَ إِنَّ ٱللَّهَ ٱصْطَفَاهُ عَلَيْكُمْ وَزَادَهُ بَسْطَةً فِي ٱلْعِلْمِ وَٱلْجِسْمِ وَٱللَّهُ يُؤْتِي مُلْكَهُ مَن يَشَآءُ وَٱللَّهُ وَاسِعٌ عَلِيمٌ</p>



<p class="wp-block-paragraph">“En hun profeet zei tot hen: ‘Waarlijk, Allāh heeft Talud (Saul) als koning over u aangesteld’. Zij zegden: ‘Hoe kan hij over ons regeren, terwijl wij meer recht op heerschappij hebben dan hij en hem geen overvloed van rijkdommen is gegeven?’ Hij zei: ‘Voorzeker, Allāh heeft hem boven u gekozen en heeft hem overvloedig toegerust met kennis en kracht’. En Allāh geeft Zijn heerschappij aan wie Hij wil en Allāh is Milddadig, Alwetend.”<em> Surah al-Baqarāh (de koe), H2, vers 247</em></p>



<p class="wp-block-paragraph">Talud was een knappe lange jongeman van de Bani Israël die werd gekozen om hun koning te zijn, en zijn goede uiterlijk werd beschouwd als een van de basis-kwalificaties voor een heerser. Voor leiderschap in het leger naast de intellectuele bekwaamheid van een persoon, moet ook rekening worden gehouden met zijn fysieke fitheid en uiterlijk.</p>



<h6 class="wp-block-heading">Welsprekend</h6>



<p class="wp-block-paragraph">Welsprekendheid en oratorische vaardigheden kunnen worden gebruikt om grote invloed uit te oefenen op emoties en gevoelens. Om moed te wekken, om ambities op te wekken en de vurigheid van de <em>Mujahidīn</em> op te wekken om de vijand voor al deze doeleinden ernstig te weren, kan welsprekendheid worden gebruikt met groot effect. Een succesvolle redenaar, door zijn welsprekendheid, kan de loop van de dingen niet veranderen, en kan een vredige omgeving veranderen in een vlammende vulkaan. Een generaal kan met zijn welsprekendheid zijn formatie een brandend verlangen geven om naar de jihad te gaan, en dus gemakkelijk suprematie over de vijand krijgen. Een succesvolle generaal, voordat hij de gevechtsarena betreedt, geeft altijd een vurig en emotioneel geladen toespraak aan zijn leger, wat het vurig verlangen naar jihad wekt, en dit maakt het voor de soldaten veel gemakkelijker om de overwinning te behalen. In militaire scholen worden de officieren uitgekozen om het bevel te voeren, speciaal opgeleid in de vaardigheden van oratorium, z0dat ze deze vaardigheid kunnen gebruiken wanneer dat nodig is. Elke generaal moet dit bekwaamheid bezitten.</p>



<h6 class="wp-block-heading">Goed toegerust</h6>



<p class="wp-block-paragraph">Elke eeuw in de geschiedenis van de mensheid heeft het vitale belang en de noodzaak erkend, voor het hebben van de beste beschikbare wapens om een groep daarmee toe te rusten. De Profeet Mohammed ﷺ zei: “Voorwaar, de kracht ligt in boogschieten.” Deze verklaring is zelfs vandaag geldig in dit technologisch geavanceerde tijdperk. Of het de napalmbom zijn, de waterstofbom of de atoombom, alle legers moeten daarmee worden ingezet en ingericht, dat is de vaardigheid van rammi<a href="#_ftn7" id="_ftnref7"><em><strong>[7]</strong></em></a>&nbsp; waar de Profeet Mohammed ﷺ het over had. Intelligente en alerte naties die de vijand willen verslaan, moeten altijd uitgerust zijn met wijsheid, goed voorbereid en ook goed georganiseerd zijn.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Het verkrijgen van overmacht en kracht kan door het verwerven van kwalitatief oorlogsuitrusting en arsenaal helpt om indruk te maken op de vijand en hem neer te halen. De bevelhebber moet, om recht te doen aan zijn positie, volledige kennis hebben van alle soorten apparatuur en ook ruime ervaring hebben met het gebruik ervan.</p>



<h6 class="wp-block-heading">Vrijgevigheid en vrijzinnigheid</h6>



<p class="wp-block-paragraph">Een hoofd van een afdeling of instelling moet een gelovige, welwillende en rechtvaardig persoon zijn, dit leidt tot veel goede resultaten. Een gelovige persoon is universeel geliefd en gerespecteerd en dit helpt hem om zijn leidinggevende taken beter uit te voeren.&nbsp; De Profeet Mohammed ﷺ zei: “Een vrijgevig en prachtig persoon staat dichter bij Allāh Ta’ālā, mensen en in het paradijs.” De Profeet Mohammed ﷺ was uiterst genereus en hij zou de portemonnees van de behoeftige zo vullen dat welvaart en welzijn voor het leven van hen werden. Bij deze maar effectieve menselijke aard dat een genereus persoon anderen ten goede zou komen, is meer geliefd en gerespecteerd door anderen. Het&nbsp;&nbsp;&nbsp; is vaak gezien dat een hardnekkige en beklagenswaardige leider zal worden weggestuurd door zijn eigen subordinatie. Tijdens de opleiding van generaals moeten de elementen van mededogen vrijgevigheid en vriendelijkheid worden in het curriculum worden opgenomen en de daaruit voortvloeiende voordelen moeten hen erop worden gewezen. Ze zullen in staat moeten zijn om ten volle te profiteren van zijn grote kwaliteit in het praktische leven en een prominente rol spelen op het slagveld, en in hun militaire leven.</p>



<h6 class="wp-block-heading">Een gevoel van rechtvaardigheid en fair play</h6>



<p class="wp-block-paragraph">Ieder mens zou zijn levensstijl mooi moeten sieren. Als alle mensen zich rechtvaardig en goed gedragen, zal de samenleving worden getransformeerd en zal vrede en rust zegevieren. Vooral het hoofd van een instelling zou alle zaken onder zijn bewind met judicatuur moeten voeren. Als hij oneerlijk is, zal hij grote wrok en haat opwekken.&nbsp; En dit zal zijn praktische leven beïnvloeden.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Allāh Ta’ālā openbaart</strong></p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size wp-block-paragraph">يَا أَيُّهَآ ٱلَّذِينَ آمَنُواْ كُونُواْ قَوَّامِينَ للَّهِ شُهَدَآءَ بِٱلْقِسْطِ وَلاَ يَجْرِمَنَّكُمْ شَنَآنُ قَوْمٍ عَلَىۤ أَلاَّ تَعْدِلُواْ ٱعْدِلُواْ هُوَ أَقْرَبُ لِلتَّقْوَىٰ وَٱتَّقُواْ ٱللَّهَ إِنَّ ٱللَّهَ خَبِيرٌ بِمَا تَعْمَلُونَ</p>



<p class="wp-block-paragraph">“O, gij die gelooft, weest oprecht voor Allāh en getuigt met rechtvaardigheid. En laat de vijandschap van een volk u niet aansporen, om onrechtvaardig te handelen. Weest rechtvaardig, dat is dichter bij de vroomheid en vreest Allāh, voorzeker, Allāh is op de hoogte van hetgeen gij doet.”<em> Surah al-Mā’idah (de tafel), H5, vers 8</em></p>



<h5 class="wp-block-heading"><strong>Generaal Khālid bin Walid onder de Sahāba-e-Kirām</strong></h5>



<p class="wp-block-paragraph">Een sterke en stevige lichaamsbouw, lange gestalte, brede schouders, waardig met een adelaarsoog, met een briljant intellect, nobele gedachten en stevige vastberadenheid, dit was de grote persoonlijkheid van Khalid bin Walid (radi Allāhu anhu), één van de grootste krijgers en bevelhebbers van het islamitische leger. Toen de <em>kuffār</em> (ongelovigen) de naam van deze onverschrokken man hoorde, werden ze geschokt door een vreselijke en beschamende paniek, zijn stormachtige aanvallen en overwinningen verbijsterden de wereld en de Profeet Mohammed ﷺ gaf hem de titel van <em>Saifullah</em> (Zwaard van Allāh).&nbsp; Hij wordt in de militaire historie van de wereld erkend als een van de grootste generaals aller tijden. Triomf en overwinningen kusten zijn voeten en zelfs zijn ergste vijanden erkennen zijn militaire expertise. Vanaf zijn vroege jeugd was het heel springlevend, behendig en moedig. Hij was de zoon van het stamhoofd Walid bin Mughirah van de stam Banu Makhzoom, en was de favoriet van iedereen. In zijn jeugd bloeiden de kwaliteiten van strategie en planning tot in perfectie en besloegen ze een benijdenswaardige positie onder de jongeren van Banu Makhzoom. Hij was gezegend met een prachtige sierlijke lichaamsbouw die mensen aantrok en werd gerekend tot de adel. Van de slag van Uhud tot aan de slag van Hudaiba was hij de Leider van het Eskader en bevelhebber van cavalerie. Daarna werd hij bestraald door zijn geloof in de islam. Het verhaal van zijn bekering tot de islam maakt interessante lezers.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Khalid bin Walid drukte zijn intentie uit aan Usman bin Talhah (radi Allāhu anhuma) die aanmerkelijk toestemde om hem te vergezellen, en met een vurig verlangen om de aanwezigheid van de Profeet Mohammed ﷺ te bereiken, begon hij met de reis. Onderweg ontmoetten ze ‘Amr bin Aas (radi Allāhu anhu). Hij vroeg hen waar ze heen gingen en hij zei dat hij op weg was om de Profeet Mohammed ﷺ te ontmoeten in Al-Medina terwijl hij van plan was om Allāh Ta’ālā en de islam te trouw te zijn. De Profeet Mohammed ﷺ verzekerde hem in zachte en meelevende tonen dat alles wat hij als ongelovige in zijn dagen van onwetendheid had gedaan, automatisch zou worden gewist. Khalid (radi Allāhu anhu) reageerde met een verzoek dat nog steeds hij de Profeet Mohammed ﷺ vraagt om smeekbeden aan Allāh Ta’ālā voor hem aan te bieden. De Profeet Mohammed ﷺ deed <em>du’ā</em> tot Allāh Ta’ālā en vroeg Hem om Khalid al zijn zonden te vergeven, en om genade met hem te hebben voor zijn twijfel daar Hij Vergevingsgezind en Genereus is.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Khalid was niet alleen triomfantelijk, maar hij was ook zeer succesvol en effectief als predikant van de islam en behaalde uitstekende resultaten. In de maand Rabī-ul-Awwal 10 Hijri stuurde de Profeet Mohammed ﷺ Khalid als leider van een groep van 400 metgezellen naar de vallei van Najrān. Hij werd geïnstrueerd om de Banu Harris stam uit te nodigen de islam accepteert.&nbsp;&nbsp; De Profeet Mohammed ﷺ vertelde hem dat als zij de islam zouden aanvaarden, hij daar moest blijven om hen de Heilige Qur&#8217;ān en de Sunnah te leren. Als ze de islam afwijzen, moet hij hen de oorlog verklaren. Toen hij Najrān bereikte was het eerste wat hij deed te spreken met de mensen over de islam en hen uit te nodigen om te bekeren tot de islam. Hij zou hen hulp verlenen daar het voor hen beter was de islam te aanvaarden. Als ze dat niet deden, zou geen enkele macht in de wereld hen kunnen redden van schande en eerverlaat. Als ze naar hem luisteren, was er voorspoed voor hen.&nbsp; Zijn toon was zeer overtuigend en krachtig en het leek alsof de vallei werd geslagen in een dump. De mensen van de vallei beefden uit angst voor hun toekomst en allen accepteerden de islam.</p>



<hr class="wp-block-separator has-alpha-channel-opacity"/>



<p class="wp-block-paragraph"><a href="#_ftnref1" id="_ftn1">[1]</a> HOW ISLAMIC IS ISLAMIC INTERNATIONAL LAW? Prof Dr Maurits S. Berger, LLM Leiden University Keynote lecture in the conference Uses of the Past: Islamic International Law and the Problem of Translation University of Göttingen, 29 June 2018</p>



<p class="wp-block-paragraph"><a href="#_ftnref2" id="_ftn2">[2]</a> Judy Dempsey’s Strategic Europe, Europe’s Absence in the Middle East, issue June 26, 2019, <em>the dangerous standoff between Iran and the United States has exposed Europe’s political and strategic weakness and its inability to exert any influence in the region.</em></p>



<p class="wp-block-paragraph"><a href="#_ftnref3" id="_ftn3">[3]</a> Lees ook #217 <em>New World Orde</em> op www.tangali.net</p>



<p class="wp-block-paragraph"><a href="#_ftnref4" id="_ftn4">[4]</a> Religieuze welsprekendheden en gelegenheden van prediking worden beschreven als <em>dars</em> (een les) of <em>waa’z</em> (een vermaning), en hun formaten verschillen dienovereenkomstig.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><a href="#_ftnref5" id="_ftn5">[5]</a> <strong>Basic Input Output System</strong>. Elke computer van desktop, laptop, auto en bommen bevat een BIOS die onderzoekt of er een besturingssysteem geïnstalleerd is. Een BIOS kan je vergelijken met een klein programma welke begint te werken zodra een computer wordt aangezet. Hierin zitten verschillende registers zoals rekenregister, verplaatsingsregister, enzovoorts. Dit boek gaat niet over ICT om daarover meer te schrijven.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><a href="#_ftnref6" id="_ftn6">[6]</a> ICT ruimte</p>



<p class="wp-block-paragraph"><a href="#_ftnref7" id="_ftn7">[7]</a> <strong>Een persoon met enorme energie die goed is in plannen en begeleiden.</strong></p>
<p><a class="a2a_button_facebook" href="https://www.addtoany.com/add_to/facebook?linkurl=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Fhet-moslimleger%2F&amp;linkname=Het%20moslimleger" title="Facebook" rel="nofollow noopener" target="_blank"></a><a class="a2a_button_mastodon" href="https://www.addtoany.com/add_to/mastodon?linkurl=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Fhet-moslimleger%2F&amp;linkname=Het%20moslimleger" title="Mastodon" rel="nofollow noopener" target="_blank"></a><a class="a2a_button_email" href="https://www.addtoany.com/add_to/email?linkurl=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Fhet-moslimleger%2F&amp;linkname=Het%20moslimleger" title="Email" rel="nofollow noopener" target="_blank"></a><a class="a2a_dd addtoany_share_save addtoany_share" href="https://www.addtoany.com/share#url=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Fhet-moslimleger%2F&#038;title=Het%20moslimleger" data-a2a-url="https://tangali.net/het-moslimleger/" data-a2a-title="Het moslimleger"></a></p>]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>De slag bij Badr</title>
		<link>https://tangali.net/de-slag-bij-badr/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[© Shaykh Dr Mohamed Juzoef Tangali Qādri Noorani]]></dc:creator>
		<pubDate>Wed, 22 May 2019 23:03:00 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Fiqh al-Siyāsah]]></category>
		<category><![CDATA[Oorlog]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://tangali.net/?p=492</guid>

					<description><![CDATA[Inleiding De slag van Badr vond plaats in de maand Ramaḍān in het tweede jaar na de Hijrah (Qurʾān 8:41). De Profeet Mohammed ﷺ vertrok met zijn metgezellen vanuit Medina om een Quraysh‑karavaan te onderscheppen (Bukhārī, Maghāzī, 3952). Het aantal moslims bedroeg ongeveer driehonderddertien strijders (Muslim, Jihād, 1763). Onder hen waren slechts twee of drie [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-60184573349d9ff5204bc4430ee40c96">Inleiding</h5>



<p class="wp-block-paragraph">De slag van Badr vond plaats in de maand Ramaḍān in het tweede jaar na de Hijrah (Qurʾān 8:41). De Profeet Mohammed ﷺ vertrok met zijn metgezellen vanuit Medina om een Quraysh‑karavaan te onderscheppen (Bukhārī, Maghāzī, 3952). Het aantal moslims bedroeg ongeveer driehonderddertien strijders (Muslim, Jihād, 1763). Onder hen waren slechts twee of drie ruiters en ongeveer zeventig kameelrijders (Bukhārī, Maghāzī, 3953).</p>



<figure class="wp-block-video"><video height="720" style="aspect-ratio: 1280 / 720;" width="1280" controls src="https://tangali.net/wp-content/uploads/2019/05/De-slag-bij-Badr-780-Kb.mp4"></video></figure>



<p class="wp-block-paragraph">Het leger van Quraysh bestond uit ongeveer duizend man, met honderd ruiters en veel bepantserde soldaten (Ibn Mājah, Jihād, 2830). De Qurʾān verwijst naar hun numerieke overwicht en de goddelijke hulp die de moslims werd beloofd (Qurʾān 8:9–10).</p>



<p class="wp-block-paragraph">Tijdens de slag werden zeventig ongelovigen gedood en zeventig gevangen genomen (Bukhārī, Maghāzī, 3976). De Qurʾān bevestigt dat Allāh de overwinning schonk en engelen stuurde ter ondersteuning. Allāh Ta’ālā openbaart</p>



<p class="has-text-align-right has-text-color has-link-color has-large-font-size wp-elements-3b5bbf1feb8c395ecf4257e9f04e4f24 wp-block-paragraph" style="color:#05f707">&nbsp;إِذْ يُوحِي رَبُّكَ إِلَى ٱلْمَلاۤئِكَةِ أَنِّي مَعَكُمْ فَثَبِّتُواْ ٱلَّذِينَ آمَنُواْ سَأُلْقِي فِي قُلُوبِ ٱلَّذِينَ كَفَرُواْ ٱلرُّعْبَ فَٱضْرِبُواْ فَوْقَ ٱلأَعْنَاقِ وَٱضْرِبُواْ مِنْهُمْ كُلَّ بَنَانٍ</p>



<p class="wp-block-paragraph">“Toen uw Heer aan de engelen openbaarde: &#8220;Ik ben met u; versterkt de gelovigen. Ik boezem ontzag in de harten der ongelovigen. Slaat daarom hun hoofd af en slaat alle toppen van hun vingers af.&#8221; (Qurʾān 8:12). Veertien moslims werden martelaar: zes van de Muhājirūn en acht van de Anṣār (Musnad Aḥmad, 1/383). De namen van de deelnemers aan Badr zijn vermeld in Jaliyat‑ul‑Akdār van Sayyid Khalid‑i Baghdādī (raḍiyAllāhu ʿanhu).</p>



<p class="has-text-color has-link-color wp-elements-7fbdd0a2b802b7c748356eddddd9bc8c wp-block-paragraph" style="color:#41c1d6"><strong>Theologische toelichting</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>1. De goddelijke openbaring aan de engelen (Qur</strong><strong>ʾ</strong><strong>ā</strong><strong>n 8:12)</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">Het vers: “Toen uw Heer aan de engelen openbaarde: ‘Ik ben met u; versterkt de gelovigen. Ik boezem ontzag in de harten der ongelovigen. Slaat daarom hun hoofd af en slaat alle toppen van hun vingers af.’” (Qurʾān 8:12)</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>a. De context: Badr als strijd tussen waarheid en valsheid</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">Dit vers werd geopenbaard tijdens de Slag van Badr, het eerste grote militaire treffen in de Islam. De moslims waren zwaar in de minderheid, slecht bewapend en stonden tegenover een overmacht van Quraysh. Theologisch gezien benadrukt dit vers dat:</p>



<ul class="wp-block-list">
<li>de overwinning niet voortkwam uit menselijke kracht,</li>



<li>maar uit goddelijke steun,</li>



<li>waarbij de engelen een rol kregen in het versterken van de gelovigen.</li>
</ul>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>b. “Ik ben met u” — de goddelijke nabijheid</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">Allāhs uitspraak “Ik ben met u” betekent: met Zijn hulp, met Zijn bescherming, met Zijn besluit, met Zijn engelen. Het is geen fysieke nabijheid, maar een bijstand van macht en wil (maʿiyyah al‑nusrah).</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>c. De taak van de engelen: “versterkt de gelovigen”</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">De engelen kregen de opdracht om: de harten van de gelovigen te versterken, hun moed te vergroten, hun standvastigheid te bevestigen. Volgens de klassieke mufassirīn (Ibn Kathīr, Qurṭubī, Baghawī) betekent dit dat de engelen:</p>



<ul class="wp-block-list">
<li>psychologische steun gaven,</li>



<li>innerlijke rust schonken,</li>



<li>en in sommige gevallen daadwerkelijk vochten.</li>
</ul>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>d. “Ik boezem ontzag in de harten der ongelovigen”</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">Dit verwijst naar: paniek, verwarring, innerlijke angst die Allāh in de harten van de tegenstanders wierp. Dit is een terugkerend Qurʾānische principe: Allāh verandert de innerlijke toestand van mensen als onderdeel van Zijn besluit.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>e. “Slaat hun hoofd af… en hun vingertoppen”</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">Dit is geen algemene opdracht, maar:</p>



<ul class="wp-block-list">
<li>een specifieke bevelsvorm voor de engelen tijdens Badr,</li>



<li>in een oorlogssituatie,</li>



<li>tegen een leger dat de Profeet ﷺ wilde vernietigen.</li>
</ul>



<p class="wp-block-paragraph">De klassieke geleerden leggen uit:</p>



<ul class="wp-block-list">
<li>“hoofden” verwijst naar het beëindigen van de strijd,</li>



<li>“vingertoppen” verwijst naar het uitschakelen van hun vermogen om te vechten (wapens vasthouden).</li>
</ul>



<p class="wp-block-paragraph">Het is dus <strong>contextueel</strong>, <strong>tijdgebonden</strong>, en <strong>niet universeel toepasbaar</strong>.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>2. De veertien martelaren van Badr (Musnad A</strong><strong>ḥ</strong><strong>mad, 1/383)</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">De ḥadīth vermeldt dat: 6 martelaren van de Muhājirūn waren, 8 martelaren van de Anṣār.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Theologische betekenis van hun martelaarschap</strong></p>



<ol start="1" class="wp-block-list">
<li>Zij waren de eersten die hun leven gaven voor de bescherming van de Islam.</li>



<li>Hun status is uitzonderlijk, want Badr‑strijders worden in vele aḥādīth verheven.<br>De Profeet ﷺ zei over de mensen van Badr: “Doe met hen wat je wilt, Allāh heeft jullie vergeven.” (Bukhārī, Maghāzī)</li>



<li>Hun martelaarschap toont dat:
<ul class="wp-block-list">
<li>overwinning niet zonder offers komt,</li>



<li>Allāh de gelovigen test,</li>



<li>en dat de eer van martelaarschap een spirituele verheffing is.</li>
</ul>
</li>
</ol>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>3. De namen van de deelnemers in Jaliyat ul‑Akdār</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">Sayyid Khalid‑i Baghdādī (raḍiyAllāhu ʿanhu) vermeldt in Jaliyat ul‑Akdār de namen van de <strong>313 </strong>deelnemers aan Badr.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Theologische waarde van deze vermelding</strong></p>



<ol start="1" class="wp-block-list">
<li>Het bewaren van de namen is een vorm van eerbetoon aan de eerste verdedigers van de Islam.</li>



<li>Het toont de spirituele rang van de Badr‑strijders.
<ul class="wp-block-list">
<li>Het is een herinnering dat: de Islam niet door aantallen won, maar door oprechtheid, standvastigheid en goddelijke hulp.</li>
</ul>
</li>



<li>In de soefi‑traditie wordt het noemen van de Badr‑strijders gezien als:
<ul class="wp-block-list">
<li>een bron van Barakāh,</li>



<li>een herinnering aan tawakkul,</li>



<li>en een bevestiging van de eer van de metgezellen.</li>
</ul>
</li>
</ol>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Samenvattende theologische kern</strong></p>



<ul class="wp-block-list">
<li>Qurʾān 8:12 toont dat <strong>Allāhs hulp de beslissende factor</strong> was in Badr.</li>



<li>De engelen versterkten de gelovigen en brachten angst in de harten van de vijand.</li>



<li>De veertien martelaren bevestigen dat <strong>overwinning gepaard gaat met opoffering</strong>.</li>



<li>De vermelding van de deelnemers in Jaliyat ul‑Akdār benadrukt hun <strong>spirituele rang en historische betekenis</strong>.</li>
</ul>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-732b05b3d1a7fe4343e4a0339d08991a">De Geesteskracht van de Gelovigen tijdens de Slag van Badr</h5>



<p class="wp-block-paragraph">Voor het kunnen afronden van de planning riep de Heilige Profeet ﷺ een vergadering bijeen en legde het plan voor. (Ibn Hishām, Sīrah, 2/233). De Muhājir‑leiders verzekerden hem van volledige steun. (Ibn Saʿd, Ṭabaqāt, 3/152). Echter, de Profeet wilde ook het gevoel van de Ansār weten. (Ibn Hishām, 2/234). Dit observerende stonden hun leiders op en zeiden: “O Profeet van Allāh, wij zullen u gehoorzamen, zelfs wanneer u ons beveelt in de diepe zee te springen.” (Ṭabarī, Tārīkh, 2/442). De Heilige Profeet ﷺ glimlachte toen hij dat hoorde. (Ibn Kathīr, al‑Bidāyah, 3/283). Er werd besloten dat de moslims onmiddellijk zouden uitrukken om de eerste actie van de vijanden te observeren. (Wāqidī, Kitāb al‑Maghāzī, 1/17)</p>



<p class="wp-block-paragraph">In de maand Ramaḍān 2 Hijri marcheerde de Heilige Profeet ﷺ aan het hoofd van een leger bestaande uit 313 moslims, inclusief twee jonge mannen uit Medina. (Muslim, Jihād, 1763). Zij hadden slechts enkele paarden en geen wapenuitrusting. (Bukhārī, Maghāzī, 3953). De Mekkanen stonden aan de andere kant met 1.000 man sterk. (Ibn Mājah, Jihād, 2830). Zij waren goed bewapend en hadden 300 paarden en 700 kamelen. (Wāqidī, 1/20). Beide legers stonden tegenover elkaar in Badr, een dorp op ongeveer 128 kilometer afstand van Medina. (Ibn Hishām, 2/236). Die avond sliepen zij in hun kampen. (Ṭabarī, 2/445).</p>



<p class="wp-block-paragraph">De Profeet ﷺ had de hele avond geen oog dichtgedaan. (Ibn Kathīr, 3/286). Hij stond wenend voor Allāh te bidden voor een overwinning door de moslims. (Bukhārī, Maghāzī, 3976). “Allāh!” riep hij, “de Quraysh zijn geneigd Uw Profeet voor leugenaar uit te maken. Allāh Ta’ālā, sta ons bij. U hebt beloofd ons te helpen. Als deze handvol moslims vandaag om het leven komt, door wie zult U daarna aanbeden worden?” (Musnad Aḥmad, 1/30). De volgende dag, vrijdag 17 Ramaḍān, vroeg in de ochtend, waren beide legers zover om met elkaar te vechten. (Ibn Saʿd, 3/155)<br>De Heilige Profeet ﷺ rangschikte zelf de gevechtslinie. (Muslim, Jihād, 1812). Daarna ging hij naar de kleine hut met groene takken die voor hem was gebouwd. (Wāqidī, 1/28). Hier viel hij op zijn knieën en smeekte Allāh om de moslims bij te staan in het gevecht. (Bukhārī, 3976)</p>



<p class="wp-block-paragraph">Het gevecht begon met individuele gevechten. (Ibn Hishām, 2/238). Utba, een grote Quraysh‑leider, kwam naar voren. (Ṭabarī, 2/447). Hij werd vergezeld door zijn broer Shaybah en zijn zoon Walīd. (Ibn Kathīr, 3/289). Drie Ansāri’s kwamen ook naar voren om met hen het eerste gevecht te voeren. (Wāqidī, 1/30). “Jullie zijn niet onze gelijkwaardige tegenstanders,” riepen de Mekkaanse leiders trots. (Ibn Hishām, 2/239). “Stuur mensen met nobel bloed om met ons te vechten.” (Ṭabarī, 2/448). Vervolgens kwamen Ḥamzah, Ali en ʿUbaydah naar voren om met hen te vechten. (Musnad Aḥmad, 1/84). Ḥamzah doodde Utba, Ali doodde Walīd en ʿUbaydah raakte gewond door Shaybah. (Ibn Kathīr, 3/290). Spoedig daarna snelden Ḥamzah en Ali naar Shaybah en doodden hem. (Ibn Saʿd, 3/158). ʿUbaydah werd teruggebracht naar het moslimkamp, waar hij voor de voeten van de Heilige Profeet ﷺ met een glimlach op zijn gezicht stierf. (Wāqidī, 1/32)</p>



<p class="has-text-color has-link-color wp-elements-7fbdd0a2b802b7c748356eddddd9bc8c wp-block-paragraph" style="color:#41c1d6"><strong>Theologische toelichting</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>1. Shūrā: De profetische methode van besluitvorming</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">De Heilige Profeet ﷺ riep een vergadering bijeen om het plan te bespreken. Dit toont een fundamenteel principe van de Islamitische leiderschapsethiek: shūrā (consultatie).<br>Hoewel hij ﷺ door openbaring werd geleid, betrok hij zijn gemeenschap actief bij beslissingen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Dit leert: leiderschap is inclusief, de gemeenschap voelt verantwoordelijkheid, en de Profeet ﷺ bevestigt de waardigheid van zijn metgezellen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De reactie van de Ansār — “zelfs als u ons beveelt in de zee te springen” — toont hun volledige overgave, niet aan een mens, maar aan de missie van Allāh via Zijn Boodschapper ﷺ.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>2. De geestelijke kracht van de Muhājirūn en Ansār</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">De Muhājirūn beloofden volledige steun; de Ansār bevestigden hun absolute loyaliteit.<br>Theologisch gezien weerspiegelt dit: īmān (geloof) dat sterker is dan angst, tawakkul (vertrouwen op Allāh) dat sterker is dan wapens, broederschap die sterker is dan stamverband.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Hun geesteskracht was geen militaire strategie, maar een spirituele toestand.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>3. De ongelijkheid van middelen: een goddelijke test</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">De moslims waren: met 313 man, slecht bewapend, met weinig paarden, zonder zware uitrusting. De Quraysh waren: met 1.000 man, goed bewapend, met honderden paarden en kamelen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De theologische betekenis hiervan is duidelijk:<br>Allāh wilde dat de overwinning niet aan menselijke kracht werd toegeschreven.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Zoals de Qurʾān zegt: “En Allāh heeft jullie geholpen bij Badr, terwijl jullie zwak waren.” (Qurʾān 3:123)</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>4. De nacht van gebed: de spirituele kern van de overwinning</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">De Profeet ﷺ bracht de nacht door in tranen en smeekbeden.<br>Zijn duʿāʾ’: “Als deze handvol moslims omkomt, wie zal U dan aanbidden?” is theologisch diep:</p>



<ul class="wp-block-list">
<li>Het toont zijn <strong>volledige afhankelijkheid van Allāh</strong>.</li>



<li>Het toont zijn <strong>liefde voor de Ummah</strong>.</li>



<li>Het toont dat het behoud<strong> van de Islam</strong> een goddelijke prioriteit is.</li>
</ul>



<p class="wp-block-paragraph">De engelen werden gestuurd als antwoord op deze duʿāʾ’.<br>De Qurʾān bevestigt dit: “Toen jullie Heer aan de engelen openbaarde: Ik ben met jullie, versterk daarom de gelovigen.” (Qurʾān 8:12)</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>5. De profetische rust en strategische leiding</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">De Profeet ﷺ rangschikte persoonlijk de linies. Dit toont: zijn strategisch inzicht, zijn persoonlijke betrokkenheid, zijn rust en vertrouwen ondanks de dreiging. Daarna trok hij zich terug in een hut om te bidden — een combinatie van: materiële voorbereiding, spirituele overgave. In de Islam zijn deze twee nooit gescheiden.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>6. De individuele duels: eer, moed en goddelijke steun</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">De eerste gevechten waren duels volgens Arabische traditie. Ḥamzah, Ali en ʿUbaydah traden naar voren — drie van de dapperste en meest geliefde metgezellen. Hun optreden toont: moed, eer, standvastigheid, en de goddelijke bescherming die hen begeleidde. De dood van ʿUbaydah met een glimlach is een teken van: riḍā (tevredenheid met Allāh), shahādah (martelaarschap), spirituele overwinning vóór de fysieke overwinning.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>7. De kern van de geesteskracht van Badr</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">De geesteskracht van de gelovigen tijdens Badr bestond uit:</p>



<ul class="wp-block-list">
<li>Tawakkul (volledig vertrouwen op Allāh): Zij vertrouwden niet op wapens, maar op Allāh.</li>



<li>Ittiʿāʿ (gehoorzaamheid aan de Profeet ﷺ): Hun gehoorzaamheid was onmiddellijk en volledig.</li>



<li>Ukhuwwah (broederschap): Muhājirūn en Ansār waren één lichaam.</li>



<li>Ṣabr (standvastigheid): Zij stonden tegenover een overmacht zonder te wankelen.</li>



<li>Yaqīn (zekere overtuiging): Zij geloofden dat Allāh Zijn belofte zou vervullen.</li>
</ul>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>8. Theologische conclusie</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">De Slag van Badr is geen militair verhaal, maar een spirituele blauwdruk:</p>



<ul class="wp-block-list">
<li>De overwinning kwam door īmān, niet door aantallen.</li>



<li>De kracht van de gelovigen lag in hun innerlijke toestand, niet in hun wapens.</li>



<li>De Profeet ﷺ toonde de perfecte balans tussen strategie en spirituele overgave.</li>



<li>De engelen werden gestuurd als bevestiging van Allāhs belofte.</li>



<li>De martelaren van Badr kregen een unieke rang in de Ummah.</li>
</ul>



<p class="wp-block-paragraph">Badr is het bewijs dat: Wanneer īmān, gehoorzaamheid en tawakkul samenkomen, opent Allāh de poorten van Zijn hulp.</p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-aebcaf248f7f8cdabc60bd43806a4cbc">Allāhs Hulp tijdens de Slag van Badr</h5>



<p class="wp-block-paragraph">Kort daarna begon het massale gevecht. (Ibn Hishām, Sīrah, 2/239). De Mekkanen waren drie keer met zoveel als de moslims. (Ibn Mājah, Jihād, 2830). Zij waren gekleed in stalen harnas. (Wāqidī, Maghāzī, 1/35). Een vreemde geestkracht ontstond in de moslims. (Ibn Kathīr, al‑Bidāyah, 3/291). Velen onder hen zagen hun eigen bloedverwanten onder hun zwaard, maar niets kon hun handen tegenhouden. (Ṭabarī, Tārīkh, 2/450)</p>



<p class="wp-block-paragraph">De Profeet ﷺ was diep verzonken in geïnspireerde gebeden. (Bukhārī, Maghāzī, 3976). De sterk onder druk verkerende metgezellen haastten zich naar hem voor inspiratie, maar troffen hem aan in diepe gebeden. (Muslim, Jihād, 1763). Zijn voorhoofd lag op de grond en hij herhaalde keer op keer: “Allāh, vervul Uw belofte; als deze handvol moslims vandaag omkomen, zal er niemand meer zijn om U te aanbidden.” (Musnad Aḥmad, 1/30)</p>



<p class="wp-block-paragraph">Uiteindelijk kwam de aartsengel Gabriel (ʿAlayhi salām) met een goed bericht over de overwinning. (Ibn Kathīr, 3/292). De Heilige Profeet ﷺ kwam uit zijn hut en vertelde het blijde nieuws aan zijn metgezellen. (Wāqidī, 1/38)</p>



<p class="has-text-color has-link-color wp-elements-7fbdd0a2b802b7c748356eddddd9bc8c wp-block-paragraph" style="color:#41c1d6"><strong>Theologische toelichting</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>1. De strijd begint: een menselijke zwakte tegenover een goddelijke belofte</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">De slag begon terwijl de moslims zwaar in de minderheid waren en nauwelijks bewapend.<br>De bronnen benadrukken: drie keer zoveel vijanden, stalen harnassen, professionele strijders, tegenover een klein, slecht uitgerust moslimleger.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Theologisch gezien schetst dit de volmaakte arena voor goddelijke interventie.<br>Allāh wilde dat de overwinning niet aan menselijke kracht zou worden toegeschreven, maar aan Zijn wil, macht en belofte.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Dit sluit aan bij Qurʾān 3:123: “Allāh heeft jullie geholpen bij Badr, terwijl jullie zwak waren.”</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>2. De geesteskracht die Allāh in de gelovigen legde</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">Ibn Kathīr beschrijft dat er een “vreemde geestkracht” ontstond in de moslims.<br>Dit verwijst naar: sakīnah (goddelijke rust), thabāt (standvastigheid), yaqīn (zekere overtuiging), tawakkul (volledig vertrouwen op Allāh). Deze innerlijke kracht is een goddelijke gave, niet een menselijke prestatie. De Qurʾān bevestigt dit principe: “Hij is het die rust neerzendt in de harten van de gelovigen.” (Qurʾān 48:4). Zelfs wanneer zij hun eigen familieleden tegenover zich zagen, wankelde hun hand niet. Dit toont dat hun strijd niet persoonlijk was, maar principieel: een strijd voor waarheid, rechtvaardigheid en bescherming van de Profeet ﷺ.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>3. De Profeet </strong><strong>ﷺ</strong><strong> in diepe gebeden: de spirituele kern van de overwinning</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">De Profeet ﷺ stond de hele nacht in gebed. Zijn duʿāʾ’ is theologisch zeer diep: “Als deze handvol moslims omkomt, wie zal U dan aanbidden?” Dit toont: Zijn volledige afhankelijkheid van Allāh: Hij vertrouwde niet op aantallen, strategie of wapens. Zijn liefde voor de Ummah: Hij vreesde niet voor zichzelf, maar voor het verdwijnen van de Islam.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Zijn inzicht in de kosmische betekenis van Badr: De toekomst van de mensheid hing aan deze slag. Zijn voorhoofd op de grond toont volledige overgave (khushūʿ, tadhallul). De metgezellen zochten inspiratie bij hem, maar vonden hem in tranen — een teken dat spirituele kracht de bron is van fysieke overwinning.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>4. De komst van Jibrīl (</strong><strong>ʿ</strong><strong>Alayhi salām): bevestiging van goddelijke hulp</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">De komst van de aartsengel Jibrīl is een directe vervulling van Qurʾān 8:9: “Toen jullie jullie Heer om hulp smeekten, verhoorde Hij jullie: ‘Ik zal jullie helpen met duizend engelen, achtereenvolgens neergezonden.’” De engelen kwamen niet om de strijd te beginnen, maar om: de gelovigen te versterken, de vijand te verzwakken, en de overwinning te bevestigen. De komst van Jibrīl met het bericht van overwinning toont: dat Allāh de duʿāʾ’ van Zijn Profeet ﷺ onmiddellijk verhoorde, dat de strijd al beslist was in de hemelen voordat zij op aarde eindigde, dat de overwinning een goddelijke beslissing was, niet een militaire uitkomst.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>5. De Profeet </strong><strong>ﷺ</strong><strong> brengt het blijde nieuws: leiderschap in rust en zekerheid</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">Toen de Profeet ﷺ uit de hut kwam, was zijn gezicht stralend van zekerheid.<br>Dit moment toont: profetische rust, spirituele zekerheid, leiderschap dat harten versterkt, en de vervulling van Allāhs belofte. Zijn woorden en houding gaven de metgezellen een kracht die geen leger kon breken.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Samenvattende theologische kern</strong></p>



<ul class="wp-block-list">
<li>Badr was geen gewone veldslag, maar een goddelijke beslissing.</li>



<li>De overwinning kwam door īmān, duʿāʾ’ en goddelijke hulp — niet door aantallen.</li>



<li>De Profeet ﷺ is het spirituele middelpunt van de overwinning.</li>



<li>De engelen waren een teken van Allāhs nabijheid en steun.</li>



<li>De gelovigen kregen een geesteskracht die hun natuurlijke vermogens oversteeg.</li>
</ul>



<p class="wp-block-paragraph">Badr is daarmee het eeuwige bewijs dat: <strong>Wanneer īmān, tawakkul en gehoorzaamheid samenkomen, opent Allāh de poorten van Zijn hulp.</strong></p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-fefcfdaf7a23ced0d6524c22c52d1b49">De Heldendaad van Twee Ansār‑Jongeren</h5>



<p class="wp-block-paragraph">Abu Jahl, de commandant van het Mekkaanse leger, was de grootste vijand van de Islam. (Ibn Hishām, Sīrah, 2/240). Elke moslim wilde met de eer strijken om die ellendeling te vermoorden. (Ibn Kathīr, al‑Bidāyah, 3/294). Op dat ogenblik kwamen twee Ansār‑jongeren naar Abu Raḥmān bin Auf en vroegen: “Oom, welke van hen is Abu Jahl?” (Bukhārī, Maghāzī, 3960). Hij wees de Ansāri’s aan waar de trotse Mekkaanse leider hen stond op te wachten. (Ṭabarī, Tārīkh, 2/452). Direct sprongen de twee jongeren op hem als hongerige adelaars. (Ibn Saʿd, Ṭabaqāt, 3/160). Zij duwden hem op de grond en hakten zijn hoofd eraf. (Wāqidī, Maghāzī, 1/45). Ook andere Mekkanen werden op dezelfde wijze vermoord. (Ibn Kathīr, 3/295). Het Mekkaanse leger verloor moed en vluchtte weg. (Ibn Hishām, 2/242). De moslimoverwinning was voltooid. (Qurʾān 8:17). Deze eerste beproefde macht gaf de Islam de bovenhand. (Ibn Kathīr, 3/296). Het was ongetwijfeld een zeldzaam wonder. (Ṭabarī, 2/454). Allāh Almachtige had bovennatuurlijke krachten gegeven aan een handvol aanbidders van Hem. (Qurʾān 8:9–12). Dergelijke wonder heeft de wereld nooit eerder gekend. (Ibn Saʿd, 3/161)</p>



<p class="has-text-color has-link-color wp-elements-7fbdd0a2b802b7c748356eddddd9bc8c wp-block-paragraph" style="color:#41c1d6"><strong>Theologische toelichting</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>1. Abu Jahl als symbool van verzet tegen de waarheid</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">Abu Jahl wordt in de sīrah‑literatuur beschreven als: de grootste vijand van de Islam, de man die de Profeet ﷺ vervolgde, degene die de moslims martelde, en de leider van de Quraysh‑oppositie.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Theologisch gezien vertegenwoordigt hij de arrogantie van ongeloof (istikbār) — het bewust verwerpen van de waarheid ondanks kennis ervan. Daarom werd zijn val gezien als een morele en spirituele overwinning, niet slechts een militaire.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>2. De motivatie van de moslims: geen wraak, maar bescherming van de waarheid</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">De bronnen zeggen dat “elke moslim met de eer wilde strijken” om hem te doden. Dit moet theologisch correct worden begrepen:</p>



<ul class="wp-block-list">
<li>Het ging niet om persoonlijke haat.</li>



<li>Het ging om het beëindigen van de grootste bron van onderdrukking.</li>



<li>Het ging om het beschermen van de Profeet ﷺ en de jonge gemeenschap.</li>
</ul>



<p class="wp-block-paragraph">In de Islam is strijd nooit gericht op wraak, maar op het verwijderen van een existentiële bedreiging.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>3. De twee Ansār‑jongeren: een voorbeeld van zuivere īmān</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">De twee jongeren die Abu Raḥmān bin ʿAwf benaderden, waren: jong, onervaren, maar vol īmān, ijver en liefde voor de Profeet ﷺ. Hun vraag: “Oom, welke van hen is Abu Jahl?” toont drie spirituele kwaliteiten:</p>



<ul class="wp-block-list">
<li>Adāb (respect): Zij spraken Abu Raḥmān bin ʿAwf aan als “oom”.</li>



<li>Niyyah (intentie): Zij wilden strijden voor de zaak van Allāh, niet voor eigen eer.</li>



<li>Ghayrah (heilige eergevoel): Zij konden niet verdragen dat de grootste vijand van de Profeet ﷺ nog leefde.</li>
</ul>



<p class="wp-block-paragraph">Hun jeugdige leeftijd benadrukt dat <strong>īmān geen leeftijd kent</strong>.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>4. Hun aanval: een manifestatie van goddelijke steun</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">De beschrijving “als hongerige adelaars” is geen overdrijving, maar een weergave van: goddelijke moed, innerlijke kracht, spirituele vastberadenheid. De Qurʾān zegt: “Hij versterkte jullie met engelen.” (Qurʾān 8:9–12). De klassieke geleerden leggen uit dat deze versterking zich uitte in: moed, snelheid, precisie, en het ontbreken van angst. De daad van de twee jongeren was dus niet slechts menselijk, maar door Allāh gesteund.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>5. De val van Abu Jahl: een keerpunt in de geschiedenis</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">Toen Abu Jahl werd gedood: verloor het Mekkaanse leger zijn morele ruggengraat, brak hun trots, en verspreidde paniek zich onder de soldaten. Dit is precies wat Qurʾān 8:17 benadrukt: “Niet jullie doodden hen, maar Allāh doodde hen.” De theologische boodschap: De overwinning is niet van mensen, maar van Allāh, en Hij gebruikt wie Hij wil als instrument. Dat twee jongeren deze taak volbrachten, toont dat Allāh eer geeft aan wie Hij wil, ongeacht leeftijd of status.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>6. De vlucht van de Mekkanen: de psychologische nederlaag</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">Toen de Quraysh zagen dat hun leider was gevallen: verloren zij hun moed, hun organisatie viel uiteen, en zij vluchtten in chaos.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Dit is een vervulling van Qurʾān 8:12: “Ik werp angst in de harten van de ongelovigen.” De nederlaag was dus spiritueel vóór zij militair werd.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>7. De overwinning van Badr: een wonder van Allāh</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">De bronnen noemen het een “zeldzaam wonder”. Waarom?</p>



<ul class="wp-block-list">
<li>De moslims waren zwaar in de minderheid.</li>



<li>Zij waren slecht bewapend.</li>



<li>Zij hadden geen militaire ervaring.</li>



<li>De vijand was professioneel en goed uitgerust.</li>



<li>De engelen namen deel aan de strijd.</li>
</ul>



<p class="wp-block-paragraph">De Qurʾān bevestigt: “Allāh hielp jullie bij Badr.” (Qurʾān 3:123)</p>



<p class="wp-block-paragraph">De overwinning was dus: <strong>bovennatuurlijk</strong>, <strong>door Allāh gewild</strong>, en een <strong>bevestiging van de waarheid van de Profeet </strong><strong>ﷺ</strong>.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>8. Spirituele betekenis van deze gebeurtenis</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">De heldendaad van de twee Ansār‑jongeren leert: īmān geeft kracht die boven menselijke maat uitstijgt.</p>



<ul class="wp-block-list">
<li>Allāh gebruikt soms de kleinsten om de grootste daden te verrichten.</li>



<li>De liefde voor de Profeet ﷺ is een bron van moed.</li>



<li>De overwinning van Badr was een goddelijk besluit, niet een menselijke prestatie.</li>



<li>De val van Abu Jahl symboliseert de val van onderdrukking en arrogantie.</li>
</ul>



<p class="has-text-color has-link-color wp-elements-7fbdd0a2b802b7c748356eddddd9bc8c wp-block-paragraph" style="color:#41c1d6"><strong>Theologische toelichting</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>1. De martelaren van Badr: de hoogste rang van opoffering</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">De veertien martelaren van Badr — zes Muhājirūn en acht Ansār — vormen een spirituele elite binnen de Ummah. Hun martelaarschap toont: dat overwinning niet zonder offers komt, dat Allāh de gelovigen test in hun oprechtheid, dat de eer van shahādah een verheven status is.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De Profeet ﷺ zei over de mensen van Badr: “Allāh heeft naar de mensen van Badr gekeken en gezegd: ‘Doe wat jullie willen, Ik heb jullie vergeven.’” (Bukhārī, Maghāzī) Dit toont dat hun rang <strong>uniek en blijvend</strong> is.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>2. De nederlaag van Quraysh: een breuk in hun arrogantie</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">Zeventig doden en zeventig gevangenen betekende voor Quraysh: een militaire ramp, een psychologische schok, een spirituele nederlaag.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De Qurʾān beschrijft dit moment: “Niet jullie doodden hen, maar Allāh doodde hen.” (Qurʾān 8:17). Dit vers benadrukt dat de overwinning <strong>niet militair</strong>, maar <strong>goddelijke interventie</strong> was.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>3. De behandeling van krijgsgevangenen: een morele revolutie</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">De gevangenen werden naar Medina gebracht en <strong>vriendelijk behandeld</strong>.<br>De bronnen vermelden dat: zij beter voedsel kregen dan de moslims zelf, zij niet vernederd werden, zij menselijk werden behandeld. Dit is revolutionair in de context van 7e‑eeuws Arabië, waar krijgsgevangenen vaak: gemarteld, verkocht, of gedood werden. De Islam introduceerde een <strong>nieuwe ethiek van oorlog</strong>:</p>



<ul class="wp-block-list">
<li><strong>Menselijke waardigheid blijft intact: </strong>Zelfs in oorlog blijft de mens een schepping van Allāh.</li>



<li><strong>Barmhartigheid is de standaard: </strong>De Profeet ﷺ zei: “Wees barmhartig voor wie op aarde is.” (Tirmidhī)</li>



<li><strong>Rechtvaardigheid gaat boven emotie: </strong>Zelfs vijanden worden eerlijk behandeld.</li>
</ul>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>4. Losgeld: een balans tussen rechtvaardigheid en pragmatiek</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">De gevangenen werden vrijgelaten tegen losgeld.<br>Dit had drie doelen: Economische compensatie voor de moslims. Afschrikking voor toekomstige agressie. Een vreedzame uitweg voor de gevangenen. De Islam koos hiermee voor: geen executies, geen wraak, maar een gecontroleerde, humane oplossing.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>5. De zaak van Abbās: rechtvaardigheid boven familiebanden</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">Abbās, de oom van de Profeet ﷺ, was een krijgsgevangene. Sommigen wilden hem vrijlaten zonder betaling, uit respect voor zijn familieband. Maar de Profeet ﷺ zei: “Nee, Abbās is een rijke man. Hij zal juist twee keer zoveel moeten betalen.” Dit toont:</p>



<ul class="wp-block-list">
<li>De Profeet ﷺ maakt geen onderscheid op basis van familie: Rechtvaardigheid is universeel.</li>



<li>De Islam is een religie van principes, niet van nepotisme: Zelfs de familie van de Profeet ﷺ staat onder dezelfde regels.</li>



<li>De Profeet ﷺ beschermt de integriteit van de gemeenschap: Een uitzondering zou verdeeldheid veroorzaken.</li>
</ul>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>6. Geletterde gevangenen als leraren: kennis boven geweld</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">De geletterde gevangenen kregen een unieke optie: Zij werden vrijgelaten als zij tien moslims leerden lezen en schrijven. Dit is theologisch en historisch diep:</p>



<ul class="wp-block-list">
<li>De Islam verheft kennis boven geweld: In plaats van bloedgeld werd onderwijs geaccepteerd.</li>



<li>De eerste islamitische staat investeert in geletterdheid</li>



<li>De Profeet ﷺ legt hiermee de basis voor: onderwijs, administratie, schriftcultuur, en intellectuele ontwikkeling.</li>



<li>Een vijand wordt een leraar: Dit toont de transformatieve kracht van de Islam.</li>
</ul>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Samenvattende theologische kern</strong></p>



<ul class="wp-block-list">
<li>Badr was een goddelijke overwinning, niet een militaire prestatie.</li>



<li>De martelaren van Badr kregen een unieke spirituele rang.</li>



<li>De Islam introduceerde een ongekende humane behandeling van krijgsgevangenen.</li>



<li>Rechtvaardigheid gaat boven familiebanden — zelfs voor de Profeet ﷺ.</li>



<li>De Islam koos voor kennis, onderwijs en barmhartigheid als instrumenten van macht.</li>
</ul>



<p class="wp-block-paragraph">Deze passage toont dat de Islam vanaf het begin: <strong>rechtvaardig</strong>, <strong>barmhartig</strong>, <strong>principieel</strong>, en <strong>spiritueel verheven </strong>was — zelfs in oorlog.</p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-3bc71aaf2a6c831a2525c62bd2e0d41f">Na de Slag van Badr: Gevangenen, Macht en Reactie van Mekka</h5>



<p class="wp-block-paragraph">Het verlies aan de kant van de moslims in Badr bedroeg niet meer dan veertien doden (martelaren). (Musnad Aḥmad, 1/383). Aan de Quraysh‑kant waren zeventig mannen gedood en evenveel gevangen genomen. (Bukhārī, Maghāzī, 3976). Deze gevangenen werden naar Medina overgebracht. (Ibn Hishām, Sīrah, 2/243). Zij werden vriendelijk behandeld. (Ibn Kathīr, al‑Bidāyah, 3/300). De moslims gaven hun beter voedsel dan zij zelf aten. (Muslim, Jihād, 1731)<br>Uiteindelijk werden de gevangenen vrijgelaten onder betaling van losgeld. (Ṭabarī, Tārīkh, 2/456). Abbās, een oom van de Heilige Profeet ﷺ, was ook onder de krijgsgevangenen. (Ibn Saʿd, Ṭabaqāt, 3/165). Sommigen zeiden Abbās zonder betaling van losgeld vrij te willen laten. (Wāqidī, Maghāzī, 1/52). “Nee, nee, Abbās is een rijke man. Hij zal juist twee keer zoveel moeten betalen voor zijn vrijheid,” zei de Profeet. (Ibn Kathīr, 3/301). De gevangenen die geletterd waren, werden vrijgelaten als zij tien moslims zouden leren lezen en schrijven. (Ibn Hishām, 2/244)</p>



<h6 class="wp-block-heading">Een keerpunt in de geschiedenis</h6>



<p class="wp-block-paragraph">De slag bij Badr was blijkbaar een kleine kwestie. (Ṭabarī, 2/460). Het werd uitgevochten in een onbekende hoek van de wereld. (Ibn Kathīr, 3/302). Deze oorlog leek niet meer dan een onbelangrijk gevecht, maar aan het resultaat ervan hing de koers van de toekomstige geschiedenis. (Ibn Hishām, 2/245). Zoals de Heilige Profeet ﷺ duidelijk had voorzien, zou een nederlaag van de moslims het einde betekenen van de Islam en daarmee dus ook van een menswaardig bestaan. (Wāqidī, 1/55). Overwinning bij Badr maakte de Islam een sterke macht die gevreesd werd. (Ibn Saʿd, 3/168). Het dwong voor de moslims respect af van de vijanden. (Ibn Kathīr, 3/303). Vanaf dat moment werd Islam een allesomvattende macht. (Ṭabarī, 2/461). De Islam zou de zorg volledig overnemen van de mensen, van hun zielen en wereldse belangen. (Ibn Hishām, 2/246). De Profeet, die tot dusver aan het hoofd stond van het geloof, werd ook benoemd tot het hoofd van de Staat. (Ibn Kathīr, 3/304)</p>



<h6 class="wp-block-heading">Mekkaanse sluwheid onder de slag van Badr</h6>



<p class="wp-block-paragraph">Niemand in Mekka had ooit gedroomd wat zich in Badr had afgespeeld. (Ibn Hishām, 2/247). Toen het bericht voor het eerst in de stad bekend werd gemaakt, weigerden de mensen het te geloven. (Ṭabarī, 2/462). Doch, het keerde zich om tot een onverbiddelijke waarheid. (Ibn Kathīr, 3/305). Na een paar dagen van duisternis en wanhoop kwamen de trotse inwoners van Mekka deinend terug. (Ibn Saʿd, 3/170). Pijnlijdend onder het verlies begonnen zij voorbereidingen te treffen voor een tweede aanval op de moslims. (Wāqidī, 1/60). Dit keer werden de voorbereidingen op een grotere schaal uitgevoerd. (Ṭabarī, 2/463). Een leger bestaande uit 3.000 man werd uitgerust. (Ibn Kathīr, 3/306). Vrouwen marcheerden ook zij aan zij met hun mannen. (Ibn Saʿd, 3/171). Zij schreeuwden om dapperheid van de strijders aan te moedigen. (Wāqidī, 1/61). Ook waren zij er om de aarzelende mannen terug te sturen naar het slagveld. (Ibn Hishām, 2/248)</p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-18cb85200efc8a29b1c608709d8e127a"><strong>Namen van de 313 Sahāba-e-Kirām (raḍiyAllāhu ʿanhum)</strong></h5>



<ul class="wp-block-list">
<li>Sayyidena wa Habībina wa Nabiyyinna wa Maulānā Muhammad ibn ‘Abdillah ﷺ</li>



<li>Sayyidena Abī Bakr as-Ṣiddīq, ‘Abdallah ibn ‘ʿUthmān al-Muhājir RaḍiyAllāhu ‘ʿanhu</li>



<li>Sayyidena ‘Umar ibn al-Khaṭṭāb al-Muhājirī,</li>



<li>Sayyidena ‘ʿUthmān ibn ‘ʿAffān al-Muhājir,</li>



<li>Sayyidena ‘Ali ibn Abī Ṭālib al-Muhājir,</li>



<li>Sayyidena Talha ibn ‘Ubaydillah al-Muhājir,</li>



<li>Sayyidena az-Zubayr ibn al-‘Awwam al-Muhājir,</li>



<li>Sayyidena ‘Abdu’rRahman ibn ‘Awf al-Muhājir,</li>



<li>Sayyidena Sa’d ibn Abī Waqqāṣ, Malik ibn Uhayb al-Muhājir,</li>



<li>Sayyidena Sa’d ibn Zayd al-Muhājir,</li>



<li>Sayyidena Abī ‘ʿUbaydah ‘Amīr ibn ‘Abdillah ibn al-Jarrah al-Muhājir,</li>
</ul>



<p class="has-large-font-size wp-block-paragraph"><strong>Alīf</strong></p>



<ul class="wp-block-list">
<li>Ubayy ibn Ka’b al-Khazraji</li>



<li>al-Akhnas ibn Khubayb al-Muhājir</li>



<li>al-Arqam ibn Abi’l Arqam al-Muhājir</li>



<li>Assad ibn Yazid al-Khazraji</li>



<li>Anas ibn Muʿādh al-Khazraji</li>



<li>Anasah, mawla Rasūlillāh al-Muhājir</li>



<li>Unays ibn Qatādah al-Awsi</li>



<li>Aws ibn Thābit al-Khazraji</li>



<li>Aws ibn Khawla al-Khazraji</li>



<li>Aws ibn as-Samit al-Khazraji</li>



<li>Ilyās ibn al-Aws al-Awsi</li>



<li>Ilyās ibn al-Bukayr al-Muhājir (raḍiyAllāhu ʿanhum)</li>
</ul>



<p class="has-large-font-size wp-block-paragraph"><strong>Ba’</strong></p>



<ul class="wp-block-list">
<li>Bujayr ibn Abī Bujayr al-Khazraji</li>



<li>Bahhath ibn Tha’laba al-Khazraji</li>



<li>Basbas ibn ‘Amr al-Khazraji</li>



<li>Bishr ibn Bara’ ibn Ma’rar al-Khazraji</li>



<li>Baṣar ibn Sa’d al-Khazraji</li>



<li>Bilāl ibn Rabāḥ al-Muhājir (raḍiyAllāhu ʿanhum)</li>
</ul>



<p class="has-large-font-size wp-block-paragraph"><strong>Ta’</strong></p>



<ul class="wp-block-list">
<li>Tamīm ibn Yu’ar al-Khazraji</li>



<li>Tamīm mawla Bana Ghanam al-Awsi</li>



<li>Tamīm mawla Khirash ibn as-Simmah al-Khazraji (raḍiyAllāhu ʿanhum)</li>
</ul>



<p class="has-large-font-size wp-block-paragraph"><strong>Tha’</strong></p>



<ul class="wp-block-list">
<li>Thābit ibn Aqram al-Awsi</li>



<li>Thābit ibn Tha’labah al-Khazraji</li>



<li>Thābit ibn Khalid al-Khazraji</li>



<li>Thābit ibn Khansa’ al-Khazraji</li>



<li>Thābit ibn ‘Amr al-Khazraji</li>



<li>Thābit ibn Hazzal al-Khazraji</li>



<li>Tha’labah ibn Hatib ibn ‘Amr al-Awsi</li>



<li>Tha’labah ibn ‘Amr al-Khazraji</li>



<li>Tha’labah ibn Ghanamah al-Khazraji</li>



<li>Thaqf ibn ‘Amr al-Muhājir (raḍiyAllāhu ʿanhum)</li>
</ul>



<p class="has-large-font-size wp-block-paragraph"><strong>Jeem</strong></p>



<ul class="wp-block-list">
<li>Jābir ibn Khalid ibn ‘Abd al-Ash-hal al-Khazraji</li>



<li>Jābir ibn ‘Abdillah ibn Ri’ab al-Khazraji</li>



<li>Jabbār ibn Sakhr al-Khazraji</li>



<li>Jabr ibn ‘Atak al-Awsi</li>



<li>Jubayr ibn Iyas al-Khazraji (raḍiyAllāhu ʿanhum)</li>
</ul>



<p class="has-large-font-size wp-block-paragraph"><strong>Ha’</strong></p>



<ul class="wp-block-list">
<li>al-Hārith ibn Anas al-Awsi</li>



<li>al-Hārith ibn Aws ibn Rafi’ al-Awsi</li>



<li>al-Hārith ibn Aws ibn Muʿādh al-Awsi</li>



<li>al-Hārith ibn Hatib al-Awsi</li>



<li>al-Hārith ibn Khuzaymah ibn ‘Ada al-Awsi</li>



<li>al-Hārith ibn Khuzaymah al-Khazraji</li>



<li>al-Hārith ibn Abī Khuzaymah al-Awsi</li>



<li>al-Hārith ibn as-Simmah al-Khazraji</li>



<li>al-Hārith ibn ‘Arfajah al-Awsi</li>



<li>al-Hārith ibn Qays al-Awsi</li>



<li>al-Hārith ibn Qays al-Khazraji</li>



<li>al-Hārith ibn an-Nu’man ibn Umayya al-Awsi</li>



<li>Harithah ibn Suraqa ash-Shahad al-Khazraji</li>



<li>Harithah ibn an-Nu’man ibn Zayd al-Khazraji</li>



<li>Hatib ibn Abī Balta’ah al-Muhājir</li>



<li>Hatib ibn ‘Amr al-Muhājir</li>



<li>Hubeeb ibn al-Mundhir al-Khazraji</li>



<li>Habeeb ibn al-Aswad al-Khazraji</li>



<li>Haram ibn Milhan al-Khazraji</li>



<li>Hurayth ibn Zayd al-Khazraji</li>



<li>Husayn ibn al-Hārith ibn al-Muttalib al-Muhājir</li>



<li>Ḥamzah ibn al-Humayyir al-Khazraji</li>



<li>Ḥamzah ibn ‘Abd al-Muttalib al-Muhājir (raḍiyAllāhu ʿanhum)</li>
</ul>



<p class="has-large-font-size wp-block-paragraph"><strong>Kha’</strong></p>



<ul class="wp-block-list">
<li>Kharijah ibn al-Humayr al-Khazraji</li>



<li>Kharijah ibn Zayd al-Khazraji</li>



<li>Khalid ibn al-Bukayr al-Muhājir</li>



<li>Khalid ibn Qays al-Khazraji</li>



<li>Khabbab ibn al-Aratt al-Muhājir</li>



<li>Khabbab mawla ‘Utba al-Muhājir</li>



<li>Khubayb ibn Isaf al-Khazraji</li>



<li>Khubayb ibn ‘Ada al-Khazraji</li>



<li>Khidash ibn Qatādah al-Awsi</li>



<li>Khirash ibn as-Simmah al-Khazraji</li>



<li>Khuraym ibn Fatik al-Muhājir</li>



<li>Khālid ibn Rafi’ al-Khazraji</li>



<li>Khālid ibn Suwayd al-Khazraji</li>



<li>Khālid ibn ‘Amr al-Khazraji</li>



<li>Khālid ibn Qays al-Khazraji</li>



<li>Khulayd ibn Qays al-Khazraji</li>



<li>Khulafa ibn ‘Ada al-Khazraji</li>



<li>Khunays ibn Hudhafah al-Muhājir</li>



<li>Khawwat ibn Jubayr al-Awsi</li>



<li>Khawla ibn Abī Khawla al-Muhājir (raḍiyAllāhu ʿanhum)</li>
</ul>



<p class="has-large-font-size wp-block-paragraph"><strong>Dhal</strong></p>



<ul class="wp-block-list">
<li>Dhakwan ibn ‘Abdi Qays al-Khazraji</li>



<li>Dhakwan ibn Sa’d al-Khazraji</li>



<li>Dhu’sh-shimalayn ibn ‘Abd ‘Amr ash-Shahad al-Muhājir (raḍiyAllāhu ʿanhum)</li>
</ul>



<p class="has-large-font-size wp-block-paragraph"><strong>Ra</strong></p>



<ul class="wp-block-list">
<li>Rashid ibn al-Mu’alla al-Khazraji</li>



<li>Rafi’ ibn al-Hārith al-Khazraji</li>



<li>Rafi’ ibn al-Mu’alla ash-Shahad al-Khazraji</li>



<li>Rafi’ ibn ‘Unjudah al-Awsi</li>



<li>Rafi’ ibn Malik al-Khazraji</li>



<li>Rafi’ ibn Yazid al-Awsi</li>



<li>Rib’a ibn Rafi’ al-Awsi</li>



<li>Rabee’ ibn Iyas al-Khazraji</li>



<li>Rabee’ah ibn Aktham al-Muhājir</li>



<li>Rukhaylah ibn Tha’labah al-Khazraji</li>



<li>Rifa’ah ibn al-Hārith al-Khazraji</li>



<li>Rifa’ah ibn Rafi’ al-Khazraji</li>



<li>Rifa’ah ibn ‘Abd al-Mundhir al-Awsi</li>



<li>Rifa’ah ibn ‘Amr al-Khazraji (raḍiyAllāhu ʿanhum)</li>
</ul>



<p class="has-large-font-size wp-block-paragraph"><strong>Za</strong></p>



<ul class="wp-block-list">
<li>Ziyad ibn as-Sakan al-Awsi</li>



<li>Ziyad ibn ‘Amr al-Khazraji</li>



<li>Ziyad ibn Labad al-Khazraji</li>



<li>Zayd ibn Aslam al-Awsi</li>



<li>Zayd ibn Harithah mawla Rasalillah al-Muhājir</li>



<li>Zayd ibn al-Khaṭṭāb al-Muhājir</li>



<li>Zayd ibn al-Muzayyin al-Khazraji</li>



<li>Zayd ibn al-Mu’alla al-Khazraji</li>



<li>Zayd ibn Wada’ah al-Khazraji (raḍiyAllāhu ʿanhum)</li>
</ul>



<p class="has-large-font-size wp-block-paragraph"><strong>Sīn</strong></p>



<ul class="wp-block-list">
<li>Salim ibn ‘Umayr al-Awsi</li>



<li>Salim mawla Abī Hudhayfa al-Muhājir</li>



<li>As-Sa’ib ibn ‘ʿUthmān ibn Maz’an al-Muhājir</li>



<li>Sabrah ibn Fatik al-Muhājir</li>



<li>Subay’ ibn Qays al-Khazraji</li>



<li>Suraqa ibn ‘Amr al-Khazraji</li>



<li>Suraqa ibn Ka’b al-Khazraji</li>



<li>Sa’d ibn Khawlah al-Muhājir</li>



<li>Sa’d ibn Khaythama ash-Shahad al-Awsi</li>



<li>Sa’d ibn ar-Raba’ al-Khazraji</li>



<li>Sa’d ibn Zayd al-Awsi</li>



<li>Sa’d ibn Sa’d al-Khazraji</li>



<li>Sa’d ibn Suhayl al-Khazraji</li>



<li>Sa’d ibn ‘Ubada al-Khazraji</li>



<li>Sa’d ibn ‘Ubayd al-Awsi</li>



<li>Sa’d ibn ‘ʿUthmān al-Khazraji</li>



<li>Sa’d ibn Muʿādh al-Awsi</li>



<li>Sa’d mawla Hatib Abī Balta’a al-Muhājir</li>



<li>Sufyan ibn Bishr al-Khazraji</li>



<li>Salamah ibn Aslam al-Awsi</li>



<li>Salamah ibn Thābit al-Awsi</li>



<li>Salamah ibn Salamah al-Awsi</li>



<li>Salat ibn Qays al-Khazraji</li>



<li>Sulaym ibn al-Hārith al-Khazraji</li>



<li>Sulaym ibn ‘Amr al-Khazraji</li>



<li>Sulaym ibn Qays al-Khazraji</li>



<li>Sulaym ibn Milhan al-Khazraji</li>



<li>Simak ibn Sa’d al-Khazraji</li>



<li>Sinan ibn Sayfa al-Khazraji</li>



<li>Sinan ibn Abī Sinan ibn Mihsan al-Muhājir</li>



<li>Sahl ibn Hunayf al-Awsi</li>



<li>Sahl ibn Rafi’ al-Khazraji</li>



<li>Sahl ibn ‘Atak al-Khazraji</li>



<li>Sahl ibn Qays al-Khazraji</li>



<li>Suhayl ibn Rafi’ al-Khazraji</li>



<li>Suhayl ibn Wahb al-Muhājir</li>



<li>Sawad ibn Razam al-Khazraji</li>



<li>Sawad ibn Ghaziyyah al-Khazraji</li>



<li>Suwaybit ibn Sa’d ibn Harmalah al-Muhājir (raḍiyAllāhu ʿanhum)</li>
</ul>



<p class="has-large-font-size wp-block-paragraph"><strong>Shīn</strong></p>



<ul class="wp-block-list">
<li>Shuja’ ibn Wahb ibn Raba’ah al-Muhājir</li>



<li>Sharak ibn Anas al-Awsi</li>



<li>Shammas ibn ‘ʿUthmān al-Muhājir (raḍiyAllāhu ʿanhum)</li>
</ul>



<p class="has-large-font-size wp-block-paragraph"><strong>Sad</strong></p>



<ul class="wp-block-list">
<li>Sabah mawla Abi’l ‘as al-Muhājir</li>



<li>Safwan ibn Wahb ash-Shahad al-Muhājir</li>



<li>Suhayb ibn Sinan ar-Rami al-Muhājir</li>



<li>Sayfiyy ibn Sawad al-Khazraji (raḍiyAllāhu ʿanhum)</li>
</ul>



<p class="has-large-font-size wp-block-paragraph"><strong>Dad</strong></p>



<ul class="wp-block-list">
<li>Dahhak ibn al-Harithah al-Khazraji</li>



<li>Dahhak ibn ‘Abdi ‘Amr al-Khazraji</li>



<li>Damrah ibn ‘Amr al-Khazraji (raḍiyAllāhu ʿanhum)</li>
</ul>



<p class="has-large-font-size wp-block-paragraph"><strong>Ta’</strong></p>



<ul class="wp-block-list">
<li>Tufayl ibn al-Hārith ibn al-Muttalib al-Muhājir</li>



<li>Tufayl ibn Malik al-Khazraji</li>



<li>Tufayl ibn an-Nu’man al-Khazraji</li>



<li>Tulayb ibn ‘Umayr al-Muhājir (raḍiyAllāhu ʿanhum)</li>
</ul>



<p class="has-large-font-size wp-block-paragraph"><strong>Za’</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">Zuhayr ibn Rafi’ al-Awsi (raḍiyAllāhu anhu)</p>



<p class="has-large-font-size wp-block-paragraph">‘Ayn</p>



<ul class="wp-block-list">
<li>‘asim ibn Thābit al-Awsi,</li>



<li>‘asim ibn ‘Ada al-Awsi,</li>



<li>‘asim ibn al-‘Ukayr al-Khazraji,</li>



<li>‘asim ibn Qays al-Awsi,</li>



<li>‘aqil ibn al-Bukayr ash-Shahad al-Muhājir,</li>



<li>‘Amīr ibn Umayyah al-Khazraji,</li>



<li>‘Amīr ibn al-Bukayr al-Muhājir,</li>



<li>‘Amīr ibn Raba’ah al-Muhājir,</li>



<li>‘Amīr ibn Sa’d al-Khazraji,</li>



<li>‘Amīr ibn Salamah al-Khazraji,</li>



<li>‘Amīr ibn Fuhayrah al-Muhājir,</li>



<li>‘Amīr ibn Mukhallad al-Khazraji,</li>



<li>‘aidh ibn Ma’is al-Khazraji,</li>



<li>‘Abbad ibn Bishr al-Awsi,</li>



<li>‘Ubbad ibn al-Khashkhash al-Khazraji,</li>



<li>‘Abbad ibn Qays ibn ‘Amīr al-Khazraji,</li>



<li>‘Abbad ibn Qays ibn ‘Ayshah al-Khazraji,</li>



<li>‘Ubadah ibn as-Samit al-Khazraji,</li>



<li>‘Abdallah ibn Tha’labah al-Khazraji,</li>



<li>‘Abdallah ibn Jubayr al-Awsi,</li>



<li>‘Abdallah ibn Jahsh al-Muhājir,</li>



<li>‘Abdallah ibn Jadd ibn Qays al-Khazraji,</li>



<li>‘Abdallah ibn al-Humayr al-Khazraji,</li>



<li>‘Abdallah ibn ar-Raba’ al-Khazraji,</li>



<li>‘Abdallah ibn Rawaha al-Khazraji,</li>



<li>‘Abdallah ibn Zayd ibn Tha’labah al-Khazraji,</li>



<li>‘Abdallah ibn Suraqa al-Muhājir,</li>



<li>‘Abdallah ibn Salamah al-Awsi,</li>



<li>‘Abdallah ibn Sahl al-Awsi,</li>



<li>‘Abdallah ibn Suhayl ibn ‘Amr al-Muhājir,</li>



<li>‘Abdallah ibn Sharak al-Awsi,</li>



<li>‘Abdallah ibn Tariq al-Awsi,</li>



<li>‘Abdallah ibn ‘Amīr al-Khazraji,</li>



<li>‘Abdallah ibn ‘Abdillah ibn Ubay ibn Salal al-Khazraji,</li>



<li>‘Abdallah ibn ‘Abdi Manaf ibn an-Nu’man al-Khazraji,</li>



<li>‘Abdallah ibn ‘Abs al-Khazraji,</li>



<li>‘Abdallah ibn ‘Urfutah al-Khazraji,</li>



<li>‘Abdallah ibn ‘Amr al-Khazraji,</li>



<li>‘Abdallah ibn ‘Umayr al-Khazraji,</li>



<li>‘Abdallah ibn Qays ibn Khaldah ibn Khalid al-Khazraji,</li>



<li>‘Abdallah ibn Qays ibn Sakhr al-Khazraji,</li>



<li>‘Abdallah ibn Ka’b al-Khazraji,</li>



<li>‘Abdallah ibn Makhramah al-Muhājir,</li>



<li>‘Abdallah ibn Mas’ad al-Muhājir,</li>



<li>‘Abdallah ibn Maz’an al-Muhājir,</li>



<li>‘Abdallah ibn an-Nu’man al-Khazraji,</li>



<li>‘AbdurRahman ibn Jabr al-Awsi,</li>



<li>‘Abdu Rabbihi ibn Ḥaqq al-Khazraji,</li>



<li>‘Abs ibn ‘Amīr al-Khazraji,</li>



<li>‘Ubayd ibn Aws al-Awsi,</li>



<li>‘Ubayd ibn at-Tayyihan al-Awsi,</li>



<li>‘Ubayd ibn Zayd al-Khazraji,</li>



<li>‘Ubayd ibn Abī ‘Ubayd al-Awsi,</li>



<li>‘ʿUbaydah ibn al-Hārith ash-Shahad al-Muhājir,</li>



<li>‘Itban ibn Malik al-Muhājir,</li>



<li>‘Utbah ibn Raba’ah al-Khazraji,</li>



<li>‘Utbah ibn ‘Abdillah al-Khazraji,</li>



<li>‘Utbah ibn Ghazwan al-Muhājir,</li>



<li>‘ʿUthmān ibn Maz’an al-Muhājir,</li>



<li>al-‘Ajlan ibn an-Nu’man al-Khazraji,</li>



<li>‘Adiyy ibn Abī az-Zaghba’ al-Khazraji,</li>



<li>‘Ismah ibn al-Husayn al-Khazraji,</li>



<li>‘Usaymah halaf min Ashja’ al-Khazraji,</li>



<li>‘Atiyya ibn Nuwayrah al-Khazraji,</li>



<li>‘Uqbah ibn ‘Amīr ibn Naba al-Khazraji,</li>



<li>‘Uqbah ibn ‘ʿUthmān al-Khazraji,</li>



<li>‘Uqbah ibn Wahb ibn Khaldah al-Khazraji,</li>



<li>‘Uqbah ibn Wahb ibn Raba’ah al-Muhājir,</li>



<li>‘Ukkasha ibn Mihsan al-Muhājir,</li>



<li>‘Ammar ibn Yasir al-Muhājir,</li>



<li>‘Umarah ibn Hazm al-Khazraji,</li>



<li>‘Umarah ibn Ziyad al-Awsi,</li>



<li>‘Amr ibn Iyas al-Khazraji,</li>



<li>‘Amr ibn Tha’labah al-Khazraji,</li>



<li>‘Amr ibn al-Jamah al-Khazraji,</li>



<li>‘Amr ibn al-Hārith ibn Zuhayr al-Muhājir,</li>



<li>‘Amr ibn al-Hārith ibn Tha’laba al-Khazraji,</li>



<li>‘Amr ibn Suraqa al-Muhājir,</li>



<li>‘Amr ibn Abī Sarh al-Muhājir,</li>



<li>‘Amr ibn Talq al-Khazraji,</li>



<li>‘Amr ibn ‘Awf al-Muhājir,</li>



<li>‘Amr ibn Qays ibn Zayd al-Khazraji,</li>



<li>‘Amr ibn Muʿādh al-Awsi,</li>



<li>‘Amr ibn Ma’bad al-Awsi,</li>



<li>‘Umayr ibn Haram ibn al-Jamah al-Khazraji,</li>



<li>‘Umayr ibn al-Humam ash-Shahad al-Khazraji,</li>



<li>‘Umayr ibn ‘Amīr al-Khazraji,</li>



<li>‘Umayr ibn Abī Waqqāṣ ash-Shahad al-Muhājir,</li>



<li>‘Antarah mawla Sulaym ibn ‘Amr al-Khazraji,</li>



<li>‘Awf ibn al-Hārith ash-Shahad al-Khazraji,</li>



<li>‘Uwaym ibn Sa’idah al-Awsi,</li>



<li>‘Iyad ibn Zuhayr al-Muhājir, (raḍiyAllāhu ʿanhum)</li>
</ul>



<p class="has-large-font-size wp-block-paragraph"><strong>Ghayn</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">Ghannam ibn Aws al-Khazraji, (raḍiyAllāhu anhu)</p>



<p class="has-large-font-size wp-block-paragraph"><strong>Fa’</strong></p>



<ul class="wp-block-list">
<li>Faqīh ibn Bishr al-Khazraji, (raḍiyAllāhu anhu)</li>



<li>Farwah ibn ‘Amr al-Khazraji, (raḍiyAllāhu anhu)</li>
</ul>



<p class="has-large-font-size wp-block-paragraph"><strong>Qaf</strong></p>



<ul class="wp-block-list">
<li>Qatādah ibn an-Nu’man al-Awsi,</li>



<li>Qudāmah ibn Maz’an al-Muhājir,</li>



<li>Qutbah ibn ‘Amīr al-Khazraji,</li>



<li>Qays ibn as-Sakan al-Khazraji,</li>



<li>Qays ibn ‘Amr ibn Zayd al-Khazraji,</li>



<li>Qays ibn Mihsan al-Khazraji,</li>



<li>Qays ibn Mukhallad al-Khazraji (raḍiyAllāhu ʿanhum)</li>
</ul>



<p class="has-large-font-size wp-block-paragraph"><strong>Kaaf</strong></p>



<ul class="wp-block-list">
<li>Ka’b ibn Jammaz al-Khazraji, (raḍiyAllāhu anhu)</li>



<li>Ka’b ibn Zayd al-Khazraji, (raḍiyAllāhu anhu)</li>
</ul>



<p class="has-large-font-size wp-block-paragraph"><strong>Lām</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">Libdah ibn Qays al-Khazraji, (raḍiyAllāhu anhu)</p>



<p class="has-large-font-size wp-block-paragraph"><strong>Mīm</strong></p>



<ul class="wp-block-list">
<li>Malik ibn ad-Dukhshum al-Khazraji,</li>



<li>Malik ibn Raba’ah al-Khazraji,</li>



<li>Malik ibn Rifa’ah al-Khazraji,</li>



<li>Malik ibn ‘Amr al-Muhājir,</li>



<li>Malik ibn Qudāmah ibn ‘Arfajah al-Awsi,</li>



<li>Malik ibn Mas’ad al-Khazraji,</li>



<li>Malik ibn Numaylah al-Awsi,</li>



<li>Malik ibn Abī Khawla al-Muhājir,</li>



<li>Mubash-shir ibn ‘Abdi’l Mundhir ash-Shahad al-Awsi,</li>



<li>al-Mujadhdhar ibn Ziyad al-Khazraji,</li>



<li>Muhriz ibn ‘Amīr al-Khazraji,</li>



<li>Muhriz ibn Nadlah al-Muhājir,</li>



<li>Muhammad ibn Maslamah al-Awsi,</li>



<li>Midlaj ibn ‘Amr al-Muhājir,</li>



<li>Murarah ibn ar-Raba’ al-Awsi,</li>



<li>Marthad ibn Abī Marthad al-Muhājir,</li>



<li>Mistah ibn Uthatha al-Muhājir,</li>



<li>Mas’ad ibn Aws al-Khazraji,</li>



<li>Mas’ad ibn Khaldah al-Khazraji,</li>



<li>Mas’ad ibn Raba’ah al-Muhājir,</li>



<li>Mas’ad ibn Zayd al-Khazraji,</li>



<li>Mas’ad ibn Sa’d ibn Qays al-Khazraji,</li>



<li>Mas’ad ibn ‘Abdi Sa’d ibn ‘Amīr al-Awsi,</li>



<li>Mus’ab ibn ‘Umayr al-Muhājir,</li>



<li>Muzahhir ibn Rafi’ al-Awsi,</li>



<li>Muʿādh ibn Jabal al-Khazraji,</li>



<li>Muʿādh ibn al-Hārith al-Khazraji,</li>



<li>Muʿādh ibn as-Simmah al-Khazraji,</li>



<li>Muʿādh ibn ‘Amr bin al-Jamah al-Khazraji,</li>



<li>Muʿādh ibn Ma’is al-Khazraji,</li>



<li>Ma’bad ibn ‘Abbad al-Khazraji,</li>



<li>Ma’bad ibn Qays al-Khazraji,</li>



<li>Mu’attib ibn ‘Ubayd al-Awsi,</li>



<li>Mu’attib ibn ‘Awf al-Muhājir,</li>



<li>Mu’attib ibn Qushayr al-Awsi,</li>



<li>Ma’qil ibn al-Mundhir al-Khazraji,</li>



<li>Ma’mar ibn al-Hārith al-Muhājir,</li>



<li>Ma’n ibn ‘Adiyy al-Awsi,</li>



<li>Ma’n ibn Yazid al-Muhājir,</li>



<li>Mu’awwidh ibn al-Hārith ash-Shahad al-Khazraji,</li>



<li>Mu’awwidh ibn ‘Amr ibn al-Jamah al-Khazraji,</li>



<li>Miqdad ibn ‘Amr al-Muhājir,</li>



<li>Mulayl ibn Wabrah al-Khazraji,</li>



<li>Mundhir ibn ‘Amr al-Khazraji,</li>



<li>Mundhir ibn Qudāmah ibn ‘Arfajah al-Awsi,</li>



<li>Mundhir ibn Muhammad al-Awsi,</li>



<li>Mihja’ ibn Salih ash-Shahad al-Muhājir (raḍiyAllāhu ʿanhum)</li>
</ul>



<p class="has-large-font-size wp-block-paragraph"><strong>Noon</strong></p>



<ul class="wp-block-list">
<li>Nasr ibn al-Hārith al-Awsi,</li>



<li>Nu’man ibn al-A’raj ibn Malik al-Khazraji,</li>



<li>Nu’man ibn Sinan al-Khazraji,</li>



<li>Nu’man ibn ‘Asr al-Awsi,</li>



<li>Nu’man ibn ‘Amr ibn Rifa’ah al-Khazraji,</li>



<li>Nu’man ibn ‘Abdi ‘Amr al-Khazraji,</li>



<li>Nu’man ibn Malik al-Khazraji,</li>



<li>Nu’man ibn Abī Khuzaymah al-Awsi,</li>



<li>Nu’ayman ibn ‘Amr al-Khazraji,</li>



<li>Nawfal ibn ‘Abdillah al-Khazraji (raḍiyAllāhu ʿanhum)</li>
</ul>



<p class="has-large-font-size wp-block-paragraph"><strong>Ha’</strong></p>



<ul class="wp-block-list">
<li>Hana’ ibn Niyar al-Awsi,</li>



<li>Hubayl ibn Wabrah al-Khazraji,</li>



<li>Hilal ibn ‘Umayya al-Waqifa al-Khazraji,</li>



<li>Hilal ibn al-Mu’alla al-Khazraji, (raḍiyAllāhu ʿanhum)</li>
</ul>



<p class="has-large-font-size wp-block-paragraph"><strong>Waw</strong></p>



<ul class="wp-block-list">
<li>Wāqid ibn ‘Abdillah al-Muhājir,</li>



<li>Wada’ah ibn ‘Amr al-Khazraji,</li>



<li>Waraqā ibn Iyas al-Khazraji,</li>



<li>Wahb ibn Sa’d ibn Abī Sarh al-Muhājir, (raḍiyAllāhu ʿanhum)</li>
</ul>



<p class="has-large-font-size wp-block-paragraph"><strong>Yā’</strong></p>



<ul class="wp-block-list">
<li>Yazid ibn al-Akhnas al-Muhājir,</li>



<li>Yazid ibn al-Hārith ibn Fushum ash-Shahad al-Khazraji,</li>



<li>Yazid ibn Hiram al-Khazraji,</li>



<li>Yazid ibn Ruqaysh al-Muhājir,</li>



<li>Yazid ibn as-Sakan al-Awsi,</li>



<li>Yazid ibn al-Mundhir al-Khazraji, (raḍiyAllāhu ʿanhum)</li>
</ul>



<p class="has-large-font-size wp-block-paragraph"><strong>Al-Kuniyah</strong></p>



<ul class="wp-block-list">
<li>Abu’l A’war, ibn al-Hārith al-Khazraji,</li>



<li>Abī Ayyab al-Ansara, Khalid ibn Zayd al-Khazraji,</li>



<li>Abī Habbah, ibn ‘Amr ibn Thābit al-Awsi,</li>



<li>Abī Habab, ibn Zayd al-Khazraji,</li>



<li>Abī Hudhayfa, Mihsham ibn ‘Utba al-Muhājir,</li>



<li>Abī Hasan, ibn ‘Amr al-Khazraji,</li>



<li>Abu’l Hamra’ mawla al-Hārith al-Khazraji,</li>



<li>Abī Hannah, ibn Malik al-Awsi,</li>



<li>Abī Kharijah, ‘Amr ibn Qays ibn Malik al-Khazraji,</li>



<li>Abī Khuzaymah, ibn Aws al-Khazraji,</li>



<li>Abī Khālid, ibn Qays al-Khazraji,</li>



<li>Abī Dawad, ‘Umayr ibn ‘Amīr al-Khazraji,</li>



<li>Abī Dujanah, Simak ibn Kharashah al-Khazraji,</li>



<li>Abī Sabrah mawla Abī Ruhm al-Muhājir,</li>



<li>Abī Salamah, ‘Abdallah ibn ‘Abd al-Asad al-Muhājir,</li>



<li>Abī Salat, Usayra ibn ‘Amr al-Khazraji,</li>



<li>Abī Sinan, ibn Mihsan al-Muhājir,</li>



<li>Abī Shaykh, Ubayy ibn Thābit al-Khazraji,</li>



<li>Abī Sirmah, ibn Qays al-Khazraji,</li>



<li>Abī Dayyah, ibn Thābit al-Awsi,</li>



<li>Abī Talha, Zayd ibn Sahl al-Khazraji,</li>



<li>Abī ‘Abs, ibn Jabr ibn ‘Amr al-Awsi,</li>



<li>Abī ‘Aqal, ‘Abdu’rRahman ibn ‘Abdillah al-Awsi,</li>



<li>Abī Qatādah, ibn Rib’iyy al-Khazraji,</li>



<li>Abī Qays, ibn al-Mu’alla al-Khazraji,</li>



<li>Abī Kabshah mawla Rasalillah al-Muhājir,</li>



<li>Abī Lubabah, Bashar ibn ‘Abd al-Mundhir al-Awsi,</li>



<li>Abī Makhshiyy, Suwayd ibn Makhshiyy al-Muhājir,</li>



<li>Abī Marthad, Kannaz ibn Hisn al-Muhājir,</li>



<li>Abī Mas’ad al-Badra, ‘Uqbah ibn ‘Amr al-Khazraji,</li>



<li>Abī Mulayl, ibn al-Az’ar al-Awsi,</li>



<li>Abu’l Mundhir, ibn ‘Amīr al-Khazraji,</li>



<li>Abu’l Haytham, Malik at-Tayyihan al-Awsi,</li>



<li>Abu’l Yasar, Ka’b ibn ‘Amr al-Khazraji, (raḍiyAllāhu ʿanhum)</li>
</ul>



<p class="has-large-font-size wp-block-paragraph"><strong>Shuhada (moslim martelaren)</strong></p>



<ul class="wp-block-list">
<li>Haritha bin Suraqa al-Khazraji,</li>



<li>Dhush-shimaalayn ibn ‘Abdi ‘Amr al-Muhājir,</li>



<li>Rafi’ bin al-Mu’alla al-Khazraji,</li>



<li>Sa’d bin Khaythama al-Awsi,</li>



<li>Safwan bin Wahb al-Muhājir,</li>



<li>‘Aaqil bin al-Bukayr al-Muhājir,</li>



<li>‘ʿUbaydah bin al-Hārith al-Muhājir,</li>



<li>‘Umayr bin al-Humam al-Khazraji,</li>



<li>‘Umayr bin Abī Waqqāṣ al-Muhājir,</li>



<li>‘Awf bin al-Hārith al-Khazraji,</li>



<li>Mubashshir bin ‘Abdi’l Mundhir al-Awsi,</li>



<li>Mu’awwidh bin al-Hārith al-Khazraji,</li>



<li>Mihja’ bin Salih al-Muhājir,</li>



<li>Yazid bin al-Hārith bin Fushum al-Khazraji,  (raḍiyAllāhu ʿanhum)</li>
</ul>



<p class="wp-block-paragraph">Wallāhu Ta’ālā Aa’lam (Allāh weet het best)</p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-16cef82263b1e08f0b7eb2f5e52bc8dc">Besluit</h5>



<p class="wp-block-paragraph">De gebeurtenissen rond de Slag van Badr vormen een blijvend bewijs van Allāhs macht, de oprechtheid van de gelovigen en de verheven rang van de Heilige Profeet ﷺ. Wat begon als een ontmoeting tussen een klein, slecht uitgerust leger en een overmacht van Quraysh, eindigde als een beslissend keerpunt in de wereldgeschiedenis. De overwinning van Badr was geen gevolg van aantallen, strategie of wapens, maar van īmān, tawakkul en de goddelijke hulp die Allāh aan Zijn geliefde Profeet ﷺ schonk.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De geesteskracht die de gelovigen ontvingen, de moed van de Muhājirūn en Ansār, de tranen en smeekbeden van de Profeet ﷺ, de komst van de engelen, de heldendaden van jonge en oude metgezellen, en de humane behandeling van krijgsgevangenen — al deze elementen tonen dat de Islam vanaf het begin een religie is van rechtvaardigheid, barmhartigheid en spirituele verheffing.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Badr liet zien dat Allāh Zijn belofte vervult wanneer de gelovigen standvastig blijven. Het was de dag waarop waarheid en valsheid duidelijk van elkaar werden gescheiden. De kleine gemeenschap van Medina werd door deze overwinning verheven tot een morele, spirituele en politieke macht. Vanaf dat moment werd de Islam niet slechts een geloof, maar een beschaving die de harten, zielen en samenlevingen van mensen zou hervormen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De Slag van Badr blijft daarom een eeuwige herinnering dat ware kracht niet ligt in aantallen of middelen, maar in oprechtheid, gehoorzaamheid en vertrouwen op Allāh. Wie zich aan Hem toevertrouwt, wordt door Hem geholpen op manieren die de menselijke verbeelding te boven gaan.</p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-77c370aed5d754a0fd038f59b44a806e">Bronnen</h5>



<ul class="wp-block-list">
<li>Al‑Qurʾān al‑Karīm. (z.j.). <em>Madīnah: Mujamma</em><em>ʿ</em><em> al‑Malik Fahd.</em></li>



<li>Aḥmad ibn Ḥanbal. (z.j.). <em>Musnad A</em><em>ḥ</em><em>mad.</em></li>



<li>Ālāḥazrat Aḥmad Raza Khan al‑Bareilwī. (z.j.). <em>Fatāwā Razviyya.</em></li>



<li>Al‑Bukhārī, Muḥammad ibn Ismāʿīl.(z.j.). <em>Ṣ</em><em>a</em><em>ḥ</em><em>ī</em><em>ḥ</em><em> al‑Bukhārī.</em></li>



<li>Al‑Ghazālī, Abū Ḥāmid. (z.j.). <em>I</em><em>ḥ</em><em>yā</em><em>ʾ</em><em> </em><em>ʿ</em><em>Ul</em><em>o</em><em>om al‑D</em><em>ī</em><em>n.</em></li>



<li>Amjad ʿAlī Aʿẓamī. (z.j.). <em>Bahāre Sharī</em><em>ʿ</em><em>at.</em></li>



<li>Ibn Hishām, ʿAbd al‑Malik. (z.j.). <em>Sīrah Ibn Hishām.</em></li>



<li>Ibn Kathīr, Ismāʿīl ibn ʿUmar. (z.j.). <em>al‑Bidāyah wa‑n‑Nihāyah.</em></li>



<li>Ibn Mājah, Muḥammad ibn Yazīd. (z.j.). <em>Sunan Ibn Mājah.</em></li>



<li>Ibn Saʿd, Muḥammad. (z.j.). <em>al‑</em><em>Ṭ</em><em>abaqāt al‑Kubrā.</em></li>



<li>Khalid‑i Baghdādī. (z.j.). <em>Jaliyat ul‑Akdār.</em></li>



<li>Muslim ibn al‑Ḥajjāj. (z.j.). <em>Ṣ</em><em>a</em><em>ḥ</em><em>ī</em><em>ḥ</em><em> Muslim.</em></li>



<li>Ṭabarī, Muḥammad ibn Jarīr. (z.j.). <em>Tārīkh al‑</em><em>Ṭ</em><em>abarī.</em></li>



<li>Wāqidī, Muḥammad ibn ʿUmar. (z.j.). <em>Kitāb al‑Maghāzī.</em></li>
</ul>
<p><a class="a2a_button_facebook" href="https://www.addtoany.com/add_to/facebook?linkurl=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Fde-slag-bij-badr%2F&amp;linkname=De%20slag%20bij%20Badr" title="Facebook" rel="nofollow noopener" target="_blank"></a><a class="a2a_button_mastodon" href="https://www.addtoany.com/add_to/mastodon?linkurl=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Fde-slag-bij-badr%2F&amp;linkname=De%20slag%20bij%20Badr" title="Mastodon" rel="nofollow noopener" target="_blank"></a><a class="a2a_button_email" href="https://www.addtoany.com/add_to/email?linkurl=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Fde-slag-bij-badr%2F&amp;linkname=De%20slag%20bij%20Badr" title="Email" rel="nofollow noopener" target="_blank"></a><a class="a2a_dd addtoany_share_save addtoany_share" href="https://www.addtoany.com/share#url=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Fde-slag-bij-badr%2F&#038;title=De%20slag%20bij%20Badr" data-a2a-url="https://tangali.net/de-slag-bij-badr/" data-a2a-title="De slag bij Badr"></a></p>]]></content:encoded>
					
		
		<enclosure url="https://tangali.net/wp-content/uploads/2019/05/De-slag-bij-Badr-780-Kb.mp4" length="484304548" type="video/mp4" />

			</item>
		<item>
		<title>ʿĀshūrāʾ</title>
		<link>https://tangali.net/ashura/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[© Shaykh Dr Mohamed Juzoef Tangali Qādri Noorani]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 16 Nov 2012 09:08:00 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Fiqh al-ʿibādāt]]></category>
		<category><![CDATA[Geschiedenis]]></category>
		<category><![CDATA[Oorlog]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://tangali.net/?p=355</guid>

					<description><![CDATA[Inleiding ʿĀshūrāʾ is de tiende dag van de islamitische maand Muḥarram en heeft diepe religieuze betekenis voor soennieten. Betekenis en oorsprong ʿĀshūrāʾ komt van het Arabische woord ‘ʿāšūrāʾ’, afgeleid van ‘ʿašara’ (tien), en verwijst naar de tiende dag van Muḥarram, de eerste maand van de islamitische kalender. Volgens authentieke overleveringen vastte de profeet Mohammed ﷺ [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-60184573349d9ff5204bc4430ee40c96">Inleiding</h5>



<p class="wp-block-paragraph">ʿĀshūrāʾ is de tiende dag van de islamitische maand Muḥarram en heeft diepe religieuze betekenis voor soennieten.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Betekenis en oorsprong</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph"><em>ʿ</em><em>Ā</em><em>shūrā</em><em>ʾ</em> komt van het Arabische woord ‘ʿāšūrāʾ’, afgeleid van ‘ʿašara’ (tien), en verwijst naar de <em>tiende dag van Mu</em><em>ḥ</em><em>arram</em>, de eerste maand van de islamitische kalender. Volgens authentieke overleveringen vastte de profeet Mohammed ﷺ op deze dag en spoorde hij zijn volgelingen aan dit ook te doen (Al-Bukhārī, nr. 2004; Muslim, nr. 1130).</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Religieuze betekenis</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">De profeet Mohammed ﷺ ontdekte dat joden in Medina op deze dag vastten ter herdenking van de redding van Musa (ʿalayhis salām). Hij zei: <em>“Wij hebben meer recht op Musa dan zij”</em> en vastte zelf op deze dag (Al-Bukhārī, nr. 2004).</p>



<p class="wp-block-paragraph">Het vasten op ʿĀshūrāʾ wordt beschouwd als een middel tot boetedoening voor de zonden van het voorgaande jaar (Muslim, nr. 1162).</p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-b9e77fbcf11bbf2b336f9648d4e39bae">Waarom staat deze dag bekend als ʿĀshūrāʾ?</h5>



<p class="wp-block-paragraph">De term <em>ʿ</em><em>Ā</em><em>shūrā</em><em>ʾ</em> verwijst in de islamitische jurisprudentie (Sharīʿah) naar de tiende dag van de maand Muḥarram-ul-Haram. In zijn gezaghebbende werk <em>Ghunyat al-</em><em>Ṭ</em><em>ālibīn</em> schrijft Shaykh ʿAbd al-Qādir al-Jīlānī (raḍiyAllāhu ʿanhu) dat er onder de geleerden (ʿulamāʾ) verschil van mening bestaat over de reden waarom deze dag bekendstaat als <em>ʿ</em><em>Ā</em><em>shūrā</em><em>ʾ</em>. Hoewel er verschillende interpretaties zijn, is de consensus onder de meerderheid van de geleerden dat de naam <em>ʿ</em><em>Ā</em><em>shūrā</em><em>ʾ</em> voortkomt uit het feit dat het de tiende dag van Muḥarram betreft.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Sommige geleerden stellen dat deze dag de meest verheven is onder de heilige dagen die Allah Ta’ālā aan de gezegende gemeenschap van de profeet Mohammed (Ummat al-Muḥammadiyyah) heeft geschonken. Om die reden zou deze dag ook als <em>ʿ</em><em>Ā</em><em>shūrā</em><em>ʾ</em> bekendstaan (al-Jīlānī, z.j., p. 428).</p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-9367a7c735aead39c089a918a0b0b4eb">Twee belangrijke gebeurtenissen met betrekking tot ʿĀshūrāʾ</h5>



<p class="wp-block-paragraph">Naast het martelaarschap van Sayyidunā Imām al-Hussain (raḍiyAllāhu ʿanhu) hebben zich op <em>Yawm al-</em><em>ʿ</em><em>Ā</em><em>sh</em><em>ū</em><em>r</em><em>ā</em><em>ʾ</em> (de tiende dag van Muḥarram) meerdere andere opmerkelijke gebeurtenissen voorgedaan. Volgens de internationaal gerenommeerde geleerde Shaykh ʿAbd al-Raḥmān al-Ṣafūrī (raḥimahAllāh), zoals vermeld in zijn werk <em>Nuzhat al-Majālis</em>, is het mede door deze gebeurtenissen dat deze dag bijzondere uitmuntendheid heeft verkregen (al-Ṣafūrī, z.j., p. 428).</p>



<p class="wp-block-paragraph">De volgende gebeurtenissen zouden volgens overlevering op <em>Yawm al-</em><em>ʿ</em><em>Ā</em><em>sh</em><em>ū</em><em>r</em><em>ā</em><em>ʾ</em> hebben plaatsgevonden:</p>



<ul class="wp-block-list">
<li>De schepping van de hemel, aarde en de <em>Law</em><em>ḥ</em><em> wa’l-Qalam</em> (de goddelijke tablet en pen).</li>



<li>De creatie van Ādam (ʿalayhis salām) en Ḥawwāʾ.</li>



<li>De aanvaarding van het berouw (taubah) van Ādam (ʿalayhis salām).</li>



<li>De landing van de ark van Nūḥ (ʿalayhis salām).</li>



<li>De verheffing van Ibrāhīm (ʿalayhis salām) tot <em>Khalīl Allāh</em> (vriend van Allāh).</li>



<li>De hereniging van Yaʿqūb (ʿalayhis salām) met Yūsuf (ʿalayhis salām) na veertig jaar.</li>



<li>De verheffing van Idrīs (ʿalayhis salām) tot de hemel.</li>



<li>Het herstel van de gezondheid van Ayyūb (ʿalayhis salām).</li>



<li>De bevrijding van Yūnus (ʿalayhis salām) uit de buik van de vis.</li>



<li>De aanvaarding van het berouw van Dāwūd (ʿalayhis salām).</li>



<li>De toekenning van het koninkrijk aan Sulaymān (ʿalayhis salām).</li>



<li>De verheffing van ʿĪsā (ʿalayhis salām) tot de hemel.</li>



<li>Het huwelijk (nikāḥ) van de profeet Muḥammad ﷺ met Sayyidah Khadījah (raḍiyAllāhu ʿanhā).</li>
</ul>



<p class="wp-block-paragraph">Volgens sommige overleveringen zal de <em>Qiyāmah</em> (Dag des Oordeels) eveneens op deze dag plaatsvinden.</p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-7fa373a729f2034a7c5746ccf3770729">De ṣalāh (namāz) van Yawm al-ʿĀshūrāʾ</h5>



<p class="wp-block-paragraph">Volgens een overlevering vermeld in <em>Nuzhat al-Majālis</em> heeft de Heilige Profeet Muḥammad ﷺ gezegd: “Degene die op de dag van ʿĀshūrāʾ vier rakʿāt ṣalāh verricht, waarbij in elke rakʿāt na Surah al-Fātiḥah elf keer Surah al-Ikhlāṣ (Qul huwa Allāhu Aḥad) wordt gereciteerd, zal door Allah Ta’ālā vergeving ontvangen voor vijftig jaar aan zonden, en hij zal gezegend worden met een mimbar (preekstoel) van Nūr (licht).” (<em>Nuzhat al-Majālis</em>, deel 1, p. 181)</p>



<h6 class="wp-block-heading">Juridisch-didactische context</h6>



<p class="wp-block-paragraph">Deze vorm van vrijwillige gebed (nafl ṣalāh) wordt in sommige spirituele tradities aanbevolen op Yawm al-ʿĀshūrāʾ als een middel tot boetedoening en spirituele verheffing. De praktijk is gebaseerd op overleveringen uit klassieke werken, maar wordt niet als verplicht beschouwd binnen de vier madhāhib.</p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-6b269c080f7b7e5d6e46539ecd152e2d">Vasten op Yawm al-ʿĀshūrāʾ</h5>



<p class="wp-block-paragraph">Het vasten op de tiende dag van Muḥarram, bekend als <em>Yawm al-</em><em>ʿ</em><em>Ā</em><em>sh</em><em>ū</em><em>r</em><em>ā</em><em>ʾ</em>, wordt in de soennitische traditie beschouwd als een daad van grote verdienste. De Heilige Profeet Muḥammad ﷺ vastte gewoonlijk op deze dag en spoorde zijn metgezellen aan om dit ook te doen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Volgens een overlevering van Abū Mūsā al-Ashʿarī (ʿAlayhi al-Raḥmah), zoals vermeld in de <em>Sā</em><em>ḥ</em><em>ibayn</em>, vastten de joden op deze dag uit eerbied en toonden zij vreugde. De Profeet ﷺ zei: <em>“Ook jullie moeten op deze dag vasten.”</em> (al-Bukhārī &amp; Muslim, z.j.)</p>



<p class="wp-block-paragraph">In <em>Ṣ</em><em>a</em><em>ḥ</em><em>ī</em><em>ḥ</em><em> Muslim</em> wordt vermeld dat de mensen van Khyber op deze dag vastten, zich verheugden en hun vrouwen kleedden in mooie kleding en sieraden. De Profeet ﷺ zei: <em>“O moslims! Ook jullie moeten op deze dag vasten.”</em> (Muslim, z.j.)</p>



<p class="wp-block-paragraph">Ḥazrat Qatādah (raḍiyAllāhu ʿanhu) rapporteert dat de Profeet ﷺ heeft gezegd: <em>“Ik hoop dat Allah Ta</em><em>’</em><em>ā</em><em>l</em><em>ā</em><em> het vasten op deze dag zal maken tot een middel van kaff</em><em>ā</em><em>rah (vergeving) voor de zonden van het voorgaande jaar.</em><em>”</em> (<em>Mishkāt al-Ma</em><em>ṣ</em><em>ābī</em><em>ḥ</em>, p. 179)</p>



<p class="wp-block-paragraph">In het tiende jaar van de Hijri, toen de Profeet ﷺ op deze dag vastte, vroegen de metgezellen: <em>“Is dit de dag die door joden en christenen geëerd wordt?”</em> De Profeet ﷺ antwoordde: <em>“Als ik volgend jaar nog leef, zal ik ook vasten op de negende dag.”</em> (<em>Mishkāt al-Ma</em><em>ṣ</em><em>ābī</em><em>ḥ</em>, p. 179)</p>



<p class="wp-block-paragraph">Om deze reden wordt aanbevolen om niet alleen op de tiende, maar ook op de negende dag van Muḥarram te vasten, ter onderscheiding van de joodse praktijk en in navolging van de profetische intentie.</p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-7c6e65a291124cc96899162b044aa2dc">Belangrijke Aʿmāl op Yawm al-ʿĀshūrāʾ</h5>



<p class="wp-block-paragraph">Op <em>Yawm al-</em><em>ʿ</em><em>Ā</em><em>sh</em><em>ū</em><em>r</em><em>ā</em><em>ʾ</em> worden in verschillende klassieke werken diverse aanbevolen praktijken (<em>aʿ</em><em>māl</em>) genoemd die spirituele en lichamelijke voordelen zouden opleveren. Deze praktijken zijn gebaseerd op overleveringen en verklaringen van geleerden uit de islamitische traditie.</p>



<h6 class="wp-block-heading">Aanbevolen praktijken</h6>



<p class="wp-block-paragraph">Volgens <em>Tafsīr Rū</em><em>ḥ</em><em> al-Bayān</em> ontvangt degene die de nacht van ʿĀshūrāʾ wakker blijft de beloning (<em>thawāb</em>) van de engelen (<em>malā</em><em>ʾ</em><em>ikah</em>) (Ismāʿīl Ḥaqqī al-Burūsawī, z.j.).</p>



<p class="wp-block-paragraph">De <em>mashā</em><em>’</em><em>ikh</em> (spirituele meesters) hebben verklaard dat het verrichten van <em>ghusl</em> (rituele wassing) op deze dag ziekten voor het gehele islamitische jaar zou wegwassen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">In <em>Kitāb al-</em><em>Ṣ</em><em>awm</em> schrijft al-Shāmī dat het aanbrengen van <em>ṣ</em><em>urma</em> (kohl) op deze dag bescherming biedt tegen oog pijn gedurende het jaar (al-Shāmī, z.j.).</p>



<h6 class="wp-block-heading has-foreground-color has-text-color has-link-color wp-elements-6f04dc3278d3e49b5904a68d44100d29">Waarom wordt <em>kichrī</em> gekookt op Yawm al-ʿĀshūrāʾ?</h6>



<p class="wp-block-paragraph">In <em>Kitāb al-</em><em>Ṣ</em><em>awm</em> wordt vermeld: <em>“Degene die op de dag van </em><em>ʿ</em><em>Ā</em><em>sh</em><em>ū</em><em>r</em><em>ā</em><em>ʾ</em><em> lekker eten kookt, zal insh</em><em>ā</em><em>ʾ</em><em>All</em><em>ā</em><em>h zegen (barakah) ontvangen in zijn huis voor het hele jaar.</em><em>”</em> (al-Shāmī, z.j.)</p>



<p class="wp-block-paragraph">Ḥazrat ʿAllāmah Muftī Aḥmad Yār Khan (raḥimahAllāh) schrijft in <em>Tafsīr Na</em><em>ʿ</em><em>ī</em><em>m</em><em>ī</em> dat in Zuid-Aziatische landen vaak <em>ḥ</em><em>alīm</em> of <em>kichrī</em> wordt bereid, omdat dit gerecht bestaat uit diverse soorten granen en vlees. Men hoopt dat deze symbolische vermenging van ingrediënten zegen brengt in de voedselvoorziening voor het hele jaar (Aḥmad Yār Khan, z.j.).</p>



<p class="wp-block-paragraph">Volgens bepaalde overleveringen was de dag waarop de ark van Nūḥ (ʿalayhis al-salām) landde ook <em>Yawm al-</em><em>ʿ</em><em>Ā</em><em>sh</em><em>ū</em><em>r</em><em>ā</em><em>ʾ</em>. De bewoners van de ark verzamelden toen alle resterende granen en kookten daaruit een gezamenlijke maaltijd, wat wordt gezien als de oorsprong van het koken van <em>kichrī</em> op deze dag.</p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-f15d605ed86974a5b4facdb562a7ea83">De spirituele en historische betekenis van Muḥarram</h5>



<p class="wp-block-paragraph">De maand <em>Mu</em><em>ḥ</em><em>arram</em> draagt een diepgaande historische en spirituele betekenis binnen de islamitische traditie. Zij herinnert aan de <em>Hijrah</em> van de Profeet Muḥammad ﷺ van Mekka naar al-Madīnah al-Munawwarah, een gebeurtenis die niet alleen het begin markeert van de islamitische jaartelling, maar ook een briljante les in toewijding, opoffering en gemeenschap biedt.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Volgens historische overleveringen was ʿAbd Allāh ibn Salām, een gerenommeerde joodse geleerde, bezig met het plukken van dadels in zijn tuin toen hij vernam van de aankomst van de Profeet ﷺ in Medina. Hij haastte zich om diens gedrag en woorden te observeren. Kort daarna bevond hij zich onder de moslims van Medina, waar de Profeet ﷺ hen toesprak: “O mensen! Maak het tot gewoonte elkaar te begroeten, geef voedsel aan anderen, behandel uw familie en vrienden met liefde en vriendelijkheid. En wanneer anderen slapen, aanbid dan Allah. Als u dit blijft praktiseren, zult u in vrede het Paradijs binnengaan.” (<em>al-Bukhārī</em>, z.j.)</p>



<p class="wp-block-paragraph">Deze profetische raadgevingen hebben door de eeuwen heen als blijde tijding gefungeerd voor de moslimgemeenschap. Indien zij vandaag de dag serieus genomen zouden worden, zouden zij bijdragen aan oplossingen voor vele maatschappelijke en spirituele problemen. In deze woorden liggen de geheimen van succes in zowel het wereldse leven als het Hiernamaals. De woorden van de Profeet ﷺ hadden een diepgaand effect op ʿAbd Allāh ibn Salām. Hij begaf zich naar het huis van Abū Ayyūb al-Anṣārī (raḍiyAllāhu ʿanhu) en verklaarde: “Ik accepteer uw aanspraak op het profeetschap en geloof oprecht dat uw religie, de islam, de ware godsdienst is.” (<em>Ibn Hishām</em>, z.j.)</p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-50e7ba55ab1d1fd1b2f12f35aae4ab42">Karbala en de herleving van geloof</h5>



<p class="wp-block-paragraph">De maand Muḥarram is ook het toneel van een van de meest aangrijpende gebeurtenissen in de islamitische geschiedenis: het martelaarschap van Sayyidunā Imām al-Hussain (raḍiyAllāhu ʿanhu) in Karbala. Deze tragedie heeft nieuw leven ingeblazen in de geest van de islam, vooral wat betreft de waarden van <em>Īmān</em>, oprechtheid en standvastigheid.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Soennitische moslims wereldwijd herdenken de <em>Ahl al-Bayt</em> en Imām al-Hussain (raḍiyAllāhu ʿanhu) door liefdadigheid te verrichten en de armen te versterken als teken van respect. Deze herdenkingsmomenten nodigen uit tot reflectie: welk aspect van het leven van deze grote imam nemen wij als voorbeeld om onszelf geestelijk te verbeteren?</p>



<p class="wp-block-paragraph">Het enthousiasme om de <em>Sunnah</em> te volgen, zoals Imām al-Hussain dat deed en waarvoor hij de ultieme prijs betaalde, zou ons moeten aanzetten tot oprechte liefde voor Allah, Zijn Boodschapper ﷺ, de <em>Ahl al-Bayt</em>, en de geliefde metgezellen zoals Abū Bakr, ʿUmar, ʿUthmān en ʿAlī (raḍiyAllāhu ʿanhum).</p>



<p class="wp-block-paragraph">De liefde voor de <em>Ahl al-Bayt</em> en de <em>Ṣ</em><em>a</em><em>ḥ</em><em>ābah al-Kirām</em> moet de drijvende kracht zijn achter het navolgen van de <em>Sunnah</em> van de Profeet ﷺ in ons dagelijks leven.</p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-77c370aed5d754a0fd038f59b44a806e">Bronnen</h5>



<ul class="wp-block-list">
<li>Aḥmad Yār Khan. (z.j.). <em>Tafsīr Na</em><em>ʿ</em><em>ī</em><em>m</em><em>ī</em>.</li>



<li>Al-Bukhārī. (z.j.). <em>Ṣ</em><em>a</em><em>ḥ</em><em>ī</em><em>ḥ</em><em> al-Bukhārī</em>.</li>



<li>Al-Jīlānī, ʿA. Q. (z.j.). <em>Ghunyat al-</em><em>Ṭ</em><em>ālibīn</em> (p. 428).</li>



<li>Al-Qandūzī, ʿA. (z.j.). <em>Mishkāt al-Ma</em><em>ṣ</em><em>ābī</em><em>ḥ</em> (p. 179).</li>



<li>Al-Ṣafūrī, ʿA. R. (z.j.). <em>Nuzhat al-Majālis</em> (Deel 1, pp. 181, 428).</li>



<li>Al-Shāmī, I. (z.j.). <em>Kitāb al-</em><em>Ṣ</em><em>awm</em>.</li>



<li>Ibn Hishām. (z.j.). <em>Sīrah al-Nabawiyyah</em>.</li>



<li>Ismāʿīl Ḥaqqī al-Burūsawī. (z.j.). <em>Tafsīr Rū</em><em>ḥ</em><em> al-Bayān</em>.</li>



<li>Muslim. (z.j.). <em>Ṣ</em><em>a</em><em>ḥ</em><em>ī</em><em>ḥ</em><em> Muslim</em> (Hadith nr. 1130, 1162).</li>



<li>Nasr, S. H. (2003). <em>Islam: Religion, History, and Civilization</em>. HarperOne.</li>
</ul>



<p class="wp-block-paragraph">Lees verder voor verdieping <a href="https://tangali.net/shahid-e-karbala/" data-type="post" data-id="2099">Shahid-e-Karbala</a> >>></p>
<p><a class="a2a_button_facebook" href="https://www.addtoany.com/add_to/facebook?linkurl=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Fashura%2F&amp;linkname=%CA%BF%C4%80sh%C5%ABr%C4%81%CA%BE" title="Facebook" rel="nofollow noopener" target="_blank"></a><a class="a2a_button_mastodon" href="https://www.addtoany.com/add_to/mastodon?linkurl=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Fashura%2F&amp;linkname=%CA%BF%C4%80sh%C5%ABr%C4%81%CA%BE" title="Mastodon" rel="nofollow noopener" target="_blank"></a><a class="a2a_button_email" href="https://www.addtoany.com/add_to/email?linkurl=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Fashura%2F&amp;linkname=%CA%BF%C4%80sh%C5%ABr%C4%81%CA%BE" title="Email" rel="nofollow noopener" target="_blank"></a><a class="a2a_dd addtoany_share_save addtoany_share" href="https://www.addtoany.com/share#url=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Fashura%2F&#038;title=%CA%BF%C4%80sh%C5%ABr%C4%81%CA%BE" data-a2a-url="https://tangali.net/ashura/" data-a2a-title="ʿĀshūrāʾ"></a></p>]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Shahīd-e-Karbala</title>
		<link>https://tangali.net/shahid-e-karbala/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[© Shaykh Dr Mohamed Juzoef Tangali Qādri Noorani]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 17 Jan 2008 16:48:00 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Geschiedenis]]></category>
		<category><![CDATA[Oorlog]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://tangali.net/?p=2099</guid>

					<description><![CDATA[Voorwoord Met de Naam van Allāh, de Meest Barmhartige, de Meest Genadevolle. Alle lof behoort Allāh Ta’ālā toe, Die de harten verlicht met de liefde voor Zijn Geliefde Profeet Muḥammad ﷺ, Zijn Ahl al‑Bayt en Zijn verheven Ṣaḥābah (Ridwānullāhi Alayhim ajmaʿīn). Zegeningen en vrede zij met Rasūlullāh ﷺ, de Leraar der Mensheid, en met zijn [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-4c739bf91bb0c6f2d77555b4addf1964">Voorwoord</h5>



<p class="wp-block-paragraph">Met de Naam van Allāh, de Meest Barmhartige, de Meest Genadevolle.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Alle lof behoort Allāh Ta’ālā toe, Die de harten verlicht met de liefde voor Zijn Geliefde Profeet Muḥammad ﷺ, Zijn Ahl al‑Bayt en Zijn verheven Ṣaḥābah (Ridwānullāhi Alayhim ajmaʿīn). Zegeningen en vrede zij met Rasūlullāh ﷺ, de Leraar der Mensheid, en met zijn gezegende familie, in het bijzonder de Meester der Martelaren, Sayyidunā Imām Ḥusain (raḍiyAllāhu ʿanhu).</p>



<p class="wp-block-paragraph">Voor u ligt een vernieuwde en uitgebreide editie van het klassieke geschrift van <strong>Ustaaz‑e‑Zamān, Maulana </strong><strong>Ḥ</strong><strong>asan Raz</strong><strong>a</strong><strong> Kh</strong><strong>a</strong><strong>n al‑Q</strong><strong>ā</strong><strong>dr</strong><strong>ī</strong><strong> (ʿ</strong><strong>Alayhir Ra</strong><strong>ḥ</strong><strong>mah)</strong> over <strong>Shahīd‑e‑Karbalā</strong><strong>ʾ</strong>, een werk dat generaties moslims heeft geïnspireerd om de spirituele, morele en historische lessen van Karbalāʾ te begrijpen en te omarmen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">In <strong>2008</strong> had ik, <strong>Tangali</strong>, de eer dit werk voor het eerst te vertalen en toegankelijk te maken voor een Nederlandstalig publiek. In de jaren die volgden groeide de behoefte aan een academisch verantwoorde versie, voorzien van duidelijke bronverwijzingen, toelichtingen en contextuele duiding, passend bij het niveau van hedendaagse islamitische opleidingen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Daarom presenteer ik in <strong>2026</strong> deze herziene editie, speciaal samengesteld voor de studenten van <strong>CPS3 (</strong><strong>ʿ</strong><strong>Ā</strong><strong>lim)</strong> van de <strong>Raza Sharī</strong><strong>ʿ</strong><strong>ah &amp; Sufi School</strong>. In deze versie heb ik:</p>



<ul class="wp-block-list">
<li><strong>authentieke soennitische bronnen toegevoegd</strong>,</li>



<li><strong>klassieke referenties geverifieerd</strong>,</li>



<li><strong>historische gebeurtenissen verduidelijkt</strong>,</li>



<li><strong>theologische toelichtingen aangebracht</strong>,</li>



<li>en het geheel in een <strong>academisch verantwoorde structuur</strong> gegoten.</li>
</ul>



<p class="wp-block-paragraph">Mijn doel was niet om het oorspronkelijke werk te veranderen, maar om het te <strong>verrijken</strong>, te <strong>verhelderen</strong> en te <strong>verankeren in de klassieke soennitische traditie</strong>, zodat studenten niet alleen de tekst lezen, maar ook de bronnen, methodologie en historische context begrijpen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Moge Allāh Ta’ālā dit werk een middel maken voor kennis, inzicht en spirituele groei. Moge Hij ons allen het ware pad van de Ahl al‑Sunnah wa‑l‑Jamāʿah laten volgen, de liefde voor de Ahl al‑Bayt en de Ṣaḥābah in onze harten versterken, en ons inspireren om de Sunnah van Rasūlullāh ﷺ te belichamen in ons dagelijks leven.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Moge Allāh Ta’ālā de ziel van Maulana Ḥasan Raza Khan al‑Qādrī (ʿAlayhir Raḥmah) verhogen en zijn werk tot een voortdurende bron van zegen maken.</p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-60184573349d9ff5204bc4430ee40c96">Inleiding</h5>



<p class="wp-block-paragraph">Imām Ḥusain (raḍiyAllāhu ʿanhu) werd geboren in het jaar 4 Hijrah in Madīnatul Munawwarah (Ibn Kathīr, 1997, vol. 8, p. 221). Zijn moeder, Ḥazrat Bibi Fāṭimah (raḍiyAllāhu ʿanhā), was de oogappel van de Heilige Profeet ﷺ (al‑Bukhārī, 2002, ḥadīth 3749), en zijn vader, Ḥazrat ʿAlī al‑Murtaḍā (raḍiyAllāhu ʿanhu), was een van de meest getalenteerde en bijzondere persoonlijkheden van de vroege islam (al‑Dhahabī, 1982, vol. 2, p. 35). Grootgebracht door dit uitzonderlijke echtpaar, onder het toeziend oog van de Heilige Profeet ﷺ, ontwikkelde Imām Ḥusain (raḍiyAllāhu ʿanhu) zich al snel tot een veelbelovende Schriftgeleerde, strijder en heilige (Musnad Aḥmad, 1995, ḥadīth 17130). De ideale opvoeding die hij kreeg van zijn ouders en grootvader maakte hem tot een van de nobelste zonen van de islam. Zelfs in zijn tienerjaren werd hij opgemerkt vanwege zijn goedheid, nobelheid, galantheid en geleerdheid (al‑Tirmidhī, 1998, ḥadīth 3775).</p>



<p class="wp-block-paragraph">De twee broers, Imām Ḥasan en Imām Ḥusain (raḍiyAllāhu ʿanhumā), genoten groot respect van moslims uit alle lagen van de gemeenschap vanwege hun karaktereigenschappen (Muslim, 2006, ḥadīth 2424). Zij kregen aanzien, zelfs van de opeenvolgende Khulafāʾ (kaliefen) van de islam (al‑Dhahabī, 1982, vol. 3, p. 284). Tijdens het kalifaat van hun vader, Ḥazrat ʿAlī (raḍiyAllāhu ʿanhu), ontstonden problemen die leidden tot de splitsing van het moslimkalifaat in twee delen: één geleid door Ḥazrat ʿAlī (raḍiyAllāhu ʿanhu) en het andere door Ḥazrat Amīr Muʿāwiyah (raḍiyAllāhu ʿanhu) (al‑Ṭabarī, 1987–2007, vol. 17, pp. 1–20). Na het martelaarschap van Ḥazrat ʿAlī nam Imām Ḥasan, die zijn vader opvolgde, afstand van het kalifaat ten gunste van Ḥazrat Amīr Muʿāwiyah (raḍiyAllāhu ʿanhu) in het grotere belang van de islam (Ibn Kathīr, 1997, vol. 8, p. 42). Kort daarna werd hij vergiftigd en overleed hij aan de gevolgen daarvan (al‑Dhahabī, 1982, vol. 3, p. 286).</p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-14a9fc99cad1c1486e8cf9fc44621a0b">Gouvernement onder Yazīd</h5>



<p class="wp-block-paragraph">Ḥazrat Amīr Muʿāwiyah (raḍiyAllāhu ʿanhu) benoemde zijn zoon Yazīd als zijn opvolger (al‑Ṭabarī, 1987–2007, vol. 18, p. 3). Yazīd besteeg de troon van Damascus in het jaar 60 Hijrah, overeenkomend met 680 n. Chr. (Ibn Kathīr, 1997, vol. 8, p. 115). Zijn levensstijl werd door vele soennitische geleerden bekritiseerd vanwege zijn voorkeur voor wereldse genoegens en gebrek aan religieuze discipline (al‑Dhahabī, 1982, vol. 4, p. 37).</p>



<p class="wp-block-paragraph">Yazīd volgde de voorbeelden van de vier rechtgeleide Khulafāʾ niet (Ibn al‑Athīr, 1994, vol. 3, p. 224). Verschillende klassieke soennitische bronnen beschrijven dat hij alcohol dronk en nalatig was in het verrichten van de verplichte gebeden (Ibn Kathīr, 1997, vol. 8, p. 116). Ook wordt vermeld dat hij zich bezighield met activiteiten die niet pasten bij de waardigheid van een islamitische leider, zoals overmatige jacht en het houden van honden in zijn privévertrekken (al‑Dhahabī, 1982, vol. 4, p. 38). Zijn gebrek aan aandacht voor ṭahārah (rituele reinheid) wordt eveneens genoemd in de biografische literatuur (Ibn al‑Jawzī, 1992, p. 89).</p>



<p class="wp-block-paragraph">Daarnaast wordt in de soennitische historiografie vermeld dat Yazīd weinig aandacht had voor de administratieve en religieuze verantwoordelijkheden van het kalifaat (al‑Ṭabarī, 1987–2007, vol. 18, p. 5). Zijn houding tegenover vrome moslims en met name tegenover de familie van de Profeet ﷺ wordt door veel geleerden als problematisch beschreven (Ibn Kathīr, 1997, vol. 8, p. 118).</p>



<p class="wp-block-paragraph">Yazīd probeerde het vertrouwen te winnen van vier prominente moslims, waaronder Ḥazrat Imām Ḥusain (raḍiyAllāhu ʿanhu), door middel van politieke druk en diplomatieke beïnvloeding (al‑Ṭabarī, 1987–2007, vol. 18, p. 7). Echter, Imām Ḥusain (raḍiyAllāhu ʿanhu), die deugd, moed en edelmoedigheid had geërfd van zijn vader en grootvader, was niet iemand die zich liet beïnvloeden door macht of samenzwering (al‑Dhahabī, 1982, vol. 3, p. 289). Hij bleef standvastig en weigerde een leider te erkennen die volgens hem niet voldeed aan de religieuze en morele kwaliteiten die vereist zijn voor het kalifaat (Ibn Kathīr, 1997, vol. 8, p. 119).</p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-27c8960c767b84ac4d2c647fa046acfe">Hulp uit Kufa</h5>



<p class="wp-block-paragraph">Direct na zijn aantreden gaf Yazīd opdracht aan Walīd ibn ʿUtbah, de gouverneur van Madīnatul Munawwarah, om Ḥazrat Imām Ḥusain (raḍiyAllāhu ʿanhu) te dwingen hem de eed van trouw (bayʿah) af te leggen (al‑Ṭabarī, 1987–2007, vol. 18, p. 8). Intussen ontving Imām Ḥusain (raḍiyAllāhu ʿanhu) berichten van de inwoners van Kufa, waarin zij hem smeekten hun te bevrijden van de onderdrukkende Umayyadische heerschappij (Ibn Kathīr, 1997, vol. 8, p. 152). Hij ontving honderden brieven van de bewoners van Kufa waarin zij hun loyaliteit en steun aan hem toezegden (Ibn al‑Athīr, 1994, vol. 3, p. 268).</p>



<p class="wp-block-paragraph">De goedhartige en deugdzame Imām Ḥusain (raḍiyAllāhu ʿanhu) zag het als zijn plicht om de onderdrukking een halt toe te roepen (al‑Dhahabī, 1982, vol. 3, p. 293). Daarom stuurde hij zijn neef, Ḥazrat Muslim ibn ʿAqīl (raḍiyAllāhu ʿanhu), als gezant naar Kufa (al‑Ṭabarī, 1987–2007, vol. 18, p. 10). Duizenden inwoners van Kufa haastten zich om hun trouw aan Imām Ḥusain (raḍiyAllāhu ʿanhu) te betuigen door de eed af te leggen op de hand van Muslim ibn ʿAqīl (Ibn Kathīr, 1997, vol. 8, p. 153). Het rapport dat Muslim ibn ʿAqīl naar Imām Ḥusain stuurde was positief en bemoedigend, en hij nodigde hem uit om naar Kufa te komen (Ibn al‑Athīr, 1994, vol. 3, p. 270).</p>



<h6 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-69624c822cd4f2779866dc1d044a6a42">Mars naar Kufa</h6>



<p class="wp-block-paragraph">De inwoners van Kufa werden echter spoedig geïntimideerd door de nieuwe gouverneur, ʿUbaydullāh ibn Ziyād, en uit angst en opportunisme keerden zij zich tegen Muslim ibn ʿAqīl (raḍiyAllāhu ʿanhu) (al‑Ṭabarī, 1987–2007, vol. 18, p. 22). Hij werd verraden en uiteindelijk geëxecuteerd, waarmee hij shahīd werd (Ibn Kathīr, 1997, vol. 8, p. 158).</p>



<p class="wp-block-paragraph">In de tussentijd was Imām Ḥusain (raḍiyAllāhu ʿanhu) met zijn familieleden, vrienden en volgelingen al op weg naar Kufa (al‑Dhahabī, 1982, vol. 3, p. 295). Toen hij de grens van Irak naderde, werd hij verrast door de afwezigheid van de beloofde troepen uit Kufa (Ibn al‑Athīr, 1994, vol. 3, p. 273). Enkele etappes voor zijn bestemming bereikte hem het tragische nieuws van de martelaarschap van zijn gezant Muslim ibn ʿAqīl (al‑Ṭabarī, 1987–2007, vol. 18, p. 25).</p>



<h6 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-e01af38fd01f8b4119aab3cf40f8a66c">Mars naar Karbalāʾ</h6>



<p class="wp-block-paragraph">Hij werd vervolgens geconfronteerd met een Umayyadische militaire eenheid onder leiding van Ḥurr ibn Yazīd al‑Tamīmī, opererend onder het gezag van ʿUbaydullāh ibn Ziyād (Ibn Kathīr, 1997, vol. 8, p. 162). Deze dwong Imām Ḥusain (raḍiyAllāhu ʿanhu) en zijn gezelschap om af te wijken van hun route en te reizen naar Karbalāʾ, ongeveer 40 kilometer ten noordoosten van Kufa (al‑Ṭabarī, 1987–2007, vol. 18, p. 30).</p>



<p class="wp-block-paragraph">Het kleine gezelschap van 72 personen — mannen, vrouwen en kinderen — sloeg zijn kamp op aan de westelijke oever van de Eufraat (Ibn al‑Athīr, 1994, vol. 3, p. 276). Zij werden omsingeld door een Umayyadisch leger van ongeveer 4.000 soldaten onder bevel van ʿAmr ibn Saʿd (Ibn Kathīr, 1997, vol. 8, p. 164). Een gevecht leek onvermijdelijk, en Imām Ḥusain (raḍiyAllāhu ʿanhu) was bereid zijn leven te geven voor waarheid en rechtvaardigheid (al‑Dhahabī, 1982, vol. 3, p. 298).</p>



<p class="wp-block-paragraph">Toen begon een periode van zware beproevingen voor de afstammelingen van de Heilige Profeet ﷺ. Het leger van Ibn Saʿd omsingelde hun kamp, sneed hun toegang tot water af en liet hen dagenlang lijden onder honger en dorst (al‑Ṭabarī, 1987–2007, vol. 18, p. 35). Van 7 tot 10 Muḥarram hadden Imām Ḥusain (raḍiyAllāhu ʿanhu) en zijn volgelingen geen druppel water (Ibn Kathīr, 1997, vol. 8, p. 166). Ondanks deze immense tragedie, die zelfs de sterkste harten zou doen beven, bleven Imām Ḥusain (raḍiyAllāhu ʿanhu) en zijn metgezellen standvastig (al‑Dhahabī, 1982, vol. 3, p. 300).</p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-24d4066c62137e9d06d0424fef4d0936">Nacht van 10 Muḥarram</h5>



<p class="wp-block-paragraph">In de nacht voorafgaand aan 10 Muḥarram verzamelde Sayyidunā Imām Ḥusain (raḍiyAllāhu ʿanhu) zijn kleine groep van 72 metgezellen en vroeg hen het kamp te verlaten en elders veiligheid te zoeken (al‑Ṭabarī, 1987–2007, vol. 19, p. 12). Zijn toegewijde volgelingen weigerden hem echter te verlaten en verklaarden dat zij liever zouden sterven dan hem alleen achter te laten (Ibn Kathīr, 1997, vol. 8, p. 171).</p>



<p class="wp-block-paragraph">Daarop gaf Imām Ḥusain (raḍiyAllāhu ʿanhu) opdracht om de tenten aan elkaar vast te binden, zodat het vijandelijke leger hen niet van achteren kon aanvallen (Ibn al‑Athīr, 1994, vol. 3, p. 280). Ook liet hij een geul graven aan de achterzijde van het kamp, die gevuld werd met hout en in brand gestoken zou worden zodra de strijd begon, om zo de flank te beschermen (al‑Dhahabī, 1982, vol. 3, p. 302).</p>



<p class="wp-block-paragraph">De moslims brachten die nacht door in gebed, Qurʾān‑recitatie en smeekbeden, terwijl zij zich voorbereidden op de onvermijdelijke confrontatie die de volgende dag zou plaatsvinden (Ibn Kathīr, 1997, vol. 8, p. 172). Deze nacht staat in de soennitische historiografie bekend als een nacht van spirituele verheffing, standvastigheid en volledige overgave aan Allāh (al‑Ṭabarī, 1987–2007, vol. 19, p. 14).</p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-d7c0ff662b6782ccf1fd37562684db1a">Oorlog van Karbalāʾ</h5>



<p class="wp-block-paragraph"><em>De ochtend van 10 Muḥarram</em></p>



<p class="wp-block-paragraph">Op de ochtend van 10 Muḥarram 61 Hijrah bereidden de metgezellen van Sayyidunā Imām Ḥusain (raḍiyAllāhu ʿanhu) zich voor op de strijd door zich te parfumeren en hun beste kleding aan te trekken, zoals gebruikelijk was voor martelaarschap in de weg van Allāh (Ibn Kathīr, 1997, vol. 8, p. 174). De vrouwen kregen te horen dat zij onder de bescherming van Allāh Ta’ālā stonden en dat zij geduldig de komende beproevingen moesten verdragen (al‑Ṭabarī, 1987–2007, vol. 19, p. 17). De metgezellen hadden al drie dagen geen water of voedsel gehad, omdat de toegang tot de Eufraat volledig was afgesloten door het leger van Ibn Saʿd (Ibn al‑Athīr, 1994, vol. 3, p. 284).</p>



<p class="wp-block-paragraph"><em>De toespraak van Imām </em><em>Ḥ</em><em>usain (ra</em><em>ḍ</em><em>iyAll</em><em>ā</em><em>hu ʿ</em><em>anhu)</em></p>



<p class="wp-block-paragraph">Sayyidunā Imām Ḥusain (raḍiyAllāhu ʿanhu) richtte zich, zittend op zijn paard, tot het leger van Shimr en riep hen op tot rechtvaardigheid en erkenning van zijn afstamming van de Profeet ﷺ (al‑Ṭabarī, 1987–2007, vol. 19, p. 18). Hij sprak:<br><em>“O mensen, luister naar mij. Wees niet overhaast. Laat mij mijn positie uitleggen. Als u mijn woorden rechtvaardig vindt, laat dan uw wapens zakken. Maar als u weigert, dan vertrouw ik mijn zaak toe aan Allāh, de Helper van de rechtvaardigen.”</em> (Ibn Kathīr, 1997, vol. 8, p. 175).</p>



<p class="wp-block-paragraph"><em>Hur’s overstap naar de zijde van de waarheid</em></p>



<p class="wp-block-paragraph">Het leger van Ibn Saʿd maakte zich gereed voor de aanval. Ḥurr ibn Yazīd al‑Tamīmī, die aanvankelijk de weg van Imām Ḥusain (raḍiyAllāhu ʿanhu) had versperd, werd overweldigd door twijfel en gewetensnood (al‑Dhahabī, 1982, vol. 3, p. 304). Uiteindelijk zei hij: <em>“Bij Allāh, ik kies voor het Paradijs, ongeacht de gevolgen.”</em> Hij reed naar de zijde van Imām Ḥusain (raḍiyAllāhu ʿanhu), vroeg om vergiffenis en werd door hem vergeven (Ibn Kathīr, 1997, vol. 8, p. 176). Niet lang daarna werd Ḥurr martelaar (Ibn al‑Athīr, 1994, vol. 3, p. 285).</p>



<p class="wp-block-paragraph"><em>Het martelaarschap van ʿ</em><em>Al</em><em>ī</em><em> al‑Akbar</em></p>



<p class="wp-block-paragraph">De strijd begon. De 17‑jarige ʿAlī al‑Akbar (raḍiyAllāhu ʿanhu), die volgens de metgezellen het meest leek op de Profeet ﷺ in uiterlijk en karakter, stormde dapper op de vijand af (Ibn Kathīr, 1997, vol. 8, p. 178). Hij vocht moedig totdat Marra ibn Munqidh hem met een speer trof, waarna hij als martelaar viel (al‑Ṭabarī, 1987–2007, vol. 19, p. 23). Imām Ḥusain (raḍiyAllāhu ʿanhu) begroef zijn zoon met eigen handen (Ibn al‑Athīr, 1994, vol. 3, p. 286).</p>



<p class="wp-block-paragraph"><em>Het martelaarschap van ʿ</em><em>Al</em><em>ī</em><em> Asghar</em></p>



<p class="wp-block-paragraph">Toen Imām Ḥusain (raḍiyAllāhu ʿanhu) zijn zes maanden oude zoon ʿAlī Asghar (raḍiyAllāhu ʿanhu) hoorde huilen van dorst, nam hij hem in zijn armen en vroeg de vijand om slechts een druppel water voor het kind (al‑Ṭabarī, 1987–2007, vol. 19, p. 25). In plaats daarvan richtte Ḥarmala ibn Kāhil zijn pijl en schoot deze door de keel van het kind (Ibn Kathīr, 1997, vol. 8, p. 179). Imām Ḥusain (raḍiyAllāhu ʿanhu) hief zijn zoon omhoog en zei: <em>“O Allāh, dit is voor Uw tevredenheid.”</em> &nbsp;Hij begroef ʿAlī Asghar naast zijn broer ʿAlī al‑Akbar (Ibn al‑Athīr, 1994, vol. 3, p. 287).</p>



<p class="wp-block-paragraph"><em>Het martelaarschap van de Ahl al‑Bayt en metgezellen</em></p>



<p class="wp-block-paragraph">Het kleine korps moslims vocht dapper door totdat één voor één de zonen van ʿAqīl, de zonen van Ḥasan, de zonen van Ḥusain en vele andere metgezellen martelaar werden (al‑Dhahabī, 1982, vol. 3, p. 307). Onder hen waren:</p>



<ul class="wp-block-list">
<li>Jāfar ibn ʿAqīl</li>



<li>ʿAbd al‑Raḥmān ibn ʿAqīl</li>



<li>ʿAbdullāh ibn Ḥasan</li>



<li>al‑Ḥasan al‑Muthannā</li>



<li>Qāsim ibn Ḥasan</li>



<li>ʿAmr ibn Ḥasan</li>



<li>Abū Bakr ibn Ḥasan<br>(Ibn Kathīr, 1997, vol. 8, pp. 180–182).</li>
</ul>



<p class="wp-block-paragraph"><em>Het laatste moment van Imām </em><em>Ḥ</em><em>usain (ra</em><em>ḍ</em><em>iyAll</em><em>ā</em><em>hu ʿ</em><em>anhu)</em></p>



<p class="wp-block-paragraph">Imām Ḥusain (raḍiyAllāhu ʿanhu) vocht alleen verder en doodde volgens de soennitische bronnen tientallen vijandelijke soldaten (al‑Ṭabarī, 1987–2007, vol. 19, p. 28). Toen hij probeerde water te drinken, trof een pijl zijn mond (Ibn al‑Athīr, 1994, vol. 3, p. 288). Een regen van pijlen volgde, waaronder één die zijn voorhoofd trof op de plek waar de Profeet ﷺ hem had gekust (Ibn Kathīr, 1997, vol. 8, p. 183).</p>



<p class="wp-block-paragraph">Hij vroeg om enkele minuten om zijn ʿAṣr‑gebed te verrichten, omdat hij nooit een gebed in zijn leven had gemist (al‑Dhahabī, 1982, vol. 3, p. 309). Terwijl hij in sujūd lag, onthoofdde Sinān ibn Anas hem (al‑Ṭabarī, 1987–2007, vol. 19, p. 30). Hij was 56 jaar oud en zijn lichaam telde tientallen wonden van speren, zwaarden en pijlen (Ibn Kathīr, 1997, vol. 8, p. 184).</p>



<p class="wp-block-paragraph">Zijn hoofd werd naar Damascus gestuurd, vergezeld door de vrouwen en kinderen van de Ahl al‑Bayt (Ibn al‑Athīr, 1994, vol. 3, p. 289).</p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-9d720039d1ce976f61a2e34eae55720d">Na Karbalāʾ</h5>



<p class="wp-block-paragraph">Het nieuws van de shahādah van Ḥazrat Imām Ḥusain (raḍiyAllāhu ʿanhu) verspreidde zich snel door de moslimwereld en veroorzaakte diepe schok en verdriet onder de gelovigen (Ibn Kathīr, 1997, vol. 8, p. 185). In Madīnatul Munawwarah leidde de verontwaardiging over de daden van Yazīd tot een opstand van de inwoners en de overgebleven Ṣaḥābah (al‑Ṭabarī, 1987–2007, vol. 20, p. 5). Als reactie stuurde Yazīd een leger onder leiding van Muslim ibn ʿUqbah, dat de stad drie dagen plunderde tijdens het beruchte incident van <em>Ḥ</em><em>arrah</em> (Ibn al‑Athīr, 1994, vol. 3, p. 296). Tijdens deze periode werden vele inwoners gedood en ernstige schendingen gepleegd, wat door soennitische geleerden wordt beschouwd als een van de zwaarste misdaden van de Umayyaden (al‑Dhahabī, 1982, vol. 3, p. 315).</p>



<p class="wp-block-paragraph">Kort daarna werd zelfs de Heilige Kaʿbah aangevallen toen het leger van Yazīd Mekka belegerde en delen van de Kaʿbah beschadigd raakten door katapultvuur (Ibn Kathīr, 1997, vol. 8, p. 190). Deze gebeurtenissen versterkten de afkeer van de Ummah tegenover Yazīd en markeerden een diep moreel verval binnen zijn regering (al‑Ṭabarī, 1987–2007, vol. 20, p. 12).</p>



<p class="has-foreground-color has-text-color has-link-color wp-elements-ccf43c2be0f7d33410d1439756757684 wp-block-paragraph"><em>Lessen van Karbalāʾ</em></p>



<p class="wp-block-paragraph">De shahādah van Imām Ḥusain (raḍiyAllāhu ʿanhu) in Karbalāʾ wordt in de soennitische traditie gezien als een morele overwinning van deugd boven ondeugd (Ibn al‑Jawzī, 1992, p. 102). Zijn standvastigheid symboliseert de triomf van het goede over het kwade, ongeacht de materiële uitkomst (al‑Dhahabī, 1982, vol. 3, p. 320). Zijn opoffering werd een baken van licht voor allen die strijden voor waarheid en rechtvaardigheid (Ibn Kathīr, 1997, vol. 8, p. 193).</p>



<p class="wp-block-paragraph">Sayyidunā Imām Ḥusain (raḍiyAllāhu ʿanhu) vocht niet voor macht of wereldse positie, maar om de wetten van Allāh Ta’ālā te beschermen tegen een corrupte regering die islamitische waarden ondermijnde (al‑Ṭabarī, 1987–2007, vol. 19, p. 40). Karbalāʾ leert de gelovigen om ontberingen te verdragen, geduldig te blijven in beproevingen en trouw te blijven aan de waarheid, zelfs wanneer de wereld zich tegen hen keert (Ibn al‑Athīr, 1994, vol. 3, p. 300).</p>



<p class="wp-block-paragraph">Een dichter zei eens: <strong>“Het martelaarschap van </strong><strong>Ḥ</strong><strong>usain betekent uiteindelijk de dood van Yazīd; want elke Karbal</strong><strong>āʾ</strong><strong> brengt een nieuwe opstanding van de islam.</strong><strong>”</strong> (al‑Dhahabī, 1982, vol. 3, p. 322).</p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-309d06d721d86d3fd70f1298b77f8745">De Profetische Uitspraken over Imām Ḥusain (raḍiyAllāhu ʿanhu) en de Wonderbaarlijke Tekenen rond Karbalāʾ</h5>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>1. De </strong><strong>ḥ</strong><strong>ad</strong><strong>ī</strong><strong>th van Ahl al‑Bayt op ʿ</strong><strong>Araf</strong><strong>ā</strong><strong>t (Tirmidh</strong><strong>ī</strong><strong>)</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">Volgens Tirmidhī verhaalde <strong>Jābir ibn </strong><strong>ʿ</strong><strong>Abdill</strong><strong>ā</strong><strong>h (ra</strong><strong>ḍ</strong><strong>iyAll</strong><strong>ā</strong><strong>hu ʿ</strong><strong>anhu)</strong>: “Ik zag Rasūlullāh ﷺ tijdens zijn afscheidsḥajj op de Dag van ʿArafāt op zijn kameel al‑Qaṣwāʾ. Ik hoorde hem zeggen: ‘O mensen! Ik laat onder jullie twee zaken achter. Als jullie je eraan vasthouden, zullen jullie nooit dwalen: het Boek van Allāh en mijn Ahl al‑Bayt.’” &nbsp;<em>(Jāmi</em><em>ʿ</em><em> al‑Tirmidh</em><em>ī</em><em>, </em><em>ḥ</em><em>ad</em><em>ī</em><em>th 3786)</em></p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>2. De </strong><strong>ḥ</strong><strong>ad</strong><strong>ī</strong><strong>th van bescherming van Ahl al‑Bayt</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">Overgeleverd door <strong>Zayd ibn Arqam (raḍiyAllāhu ʿanhu)</strong>: <em>“Ik ben in oorlog met degene die tegen hen (Ahl al‑Bayt) strijdt, en in vrede met degene die in vrede met hen is.”</em> (Jāmiʿ al‑Tirmidhī, ḥadīth 3870)</p>



<p class="has-text-color has-link-color wp-elements-605d6fcc8d77e812606e8cf4b85af124 wp-block-paragraph" style="color:#41c1d6">Theologische toelichting: Deze ḥadīth wordt door soennitische geleerden gebruikt om de heilige status van Ahl al‑Bayt te benadrukken.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>3. De beroemde </strong><strong>ḥ</strong><strong>ad</strong><strong>ī</strong><strong>th: </strong><strong>“</strong><strong>Ḥ</strong><strong>usain is van mij en ik ben van </strong><strong>Ḥ</strong><strong>usain</strong><strong>”</strong><strong></strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">Overgeleverd door <strong>Yaʿlā ibn Murrah (raḍiyAllāhu ʿanhu)</strong>: <em>“Ḥusain is van mij en ik ben van Ḥusain. Allāh houdt van degene die van Ḥusain houdt. Ḥusain behoort tot mijn nageslacht.”</em> &nbsp;(Jāmiʿ al‑Tirmidhī, ḥadīth 3775)</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>4. De </strong><strong>ḥ</strong><strong>ad</strong><strong>ī</strong><strong>th van de Ark van N</strong><strong>ū</strong><strong>ḥ</strong><strong> (Musnad A</strong><strong>ḥ</strong><strong>mad)</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">Overgeleverd door <strong>Abū Dharr al‑Ghifārī (ra</strong><strong>ḍ</strong><strong>iyAll</strong><strong>ā</strong><strong>hu ʿ</strong><strong>anhu)</strong>: <em>“Het voorbeeld van mijn Ahl al‑Bayt onder jullie is als de Ark van Nū</em><em>ḥ</em><em>: Wie erin stapt is gered, en wie achterblijft is vernietigd.</em><em>”</em> &nbsp;(Musnad Aḥmad, ḥadīth 21506), Aḥmad ibn Ḥanbal. (1995). <em>Musnad A</em><em>ḥ</em><em>mad</em>. Mu’assasāt al‑Risālah.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>5. Tien wonderbaarlijke gebeurtenissen tijdens de martelaarschap van Imām </strong><strong>Ḥ</strong><strong>usain (ra</strong><strong>ḍ</strong><strong>iyAll</strong><strong>ā</strong><strong>hu ʿ</strong><strong>anhu)</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">Deze worden vermeld door <strong>Imām Jalāluddīn al‑Suyū</strong><strong>ṭ</strong><strong>ī</strong> in <em>Tārīkh al‑Khulafā</em><em>ʾ</em> en door <strong>Abū Nu</strong><strong>ʿ</strong><strong>aym al‑I</strong><strong>ṣ</strong><strong>fah</strong><strong>ā</strong><strong>n</strong><strong>ī</strong> in <em>Dalā</em><em>ʾ</em><em>il al‑Nubuwwah</em>. Hieronder de <strong>gecorrigeerde en geverifieerde lijst</strong>, met soennitische bronnen:</p>



<ol class="wp-block-list">
<li><strong>De hemel kleurde rood gedurende zeven dagen. </strong><em>Tārīkh al‑Khulafāʾ</em>, al‑Suyūṭī, p. 207. </li>



<li><strong>Ongewone bewegingen van sterren werden gezien. </strong><em>Dalāʾ</em><em>il al‑Nubuwwah</em>, Abū Nuʿaym, vol. 6, p. 467.</li>



<li><strong>Een zonsverduistering op de dag van ʿ</strong><strong>Ā</strong><strong>sh</strong><strong>ū</strong><strong>r</strong><strong>āʾ</strong><strong>. </strong>al‑Suyūṭī, <em>Tārīkh al‑Khulafā</em><em>ʾ</em>, p. 208. </li>



<li><strong>Een rode gloed aan de horizon maanden vóór Karbalāʾ</strong><strong>. </strong>Ibn Kathīr, <em>al‑Bidāyah wa‑l‑Nihāyah</em>, vol. 8, p. 217. </li>



<li><strong>Bloed onder stenen in Bayt al‑Maqdis. </strong>Abū Nuʿaym, <em>Dalā</em><em>ʾ</em><em>il al‑Nubuwwah</em>, vol. 6, p. 469. </li>



<li><strong>Stro in het leger van Yazīd vloog spontaan in brand. </strong>al‑Suyūṭī, <em>Tārīkh al‑Khulafā</em><em>ʾ</em>, p. 209. </li>



<li><strong>Vuurvonkjes uit het vlees van geslachte kamelen. </strong>Abū Nuʿaym, <em>Dalā</em><em>ʾ</em><em>il</em>, vol. 6, p. 470. </li>



<li><strong>Het vlees werd zuur en oneetbaar. </strong>al‑Suyūṭī, <em>Tārīkh al‑Khulafā</em><em>ʾ</em>, p. 209. </li>



<li><strong>Een man die slecht sprak over </strong><strong>Ḥ</strong><strong>usain werd getroffen door vallende sterren. </strong>&nbsp;Abū Nuʿaym, <em>Dalā</em><em>ʾ</em><em>il</em>, vol. 6, p. 471. </li>



<li><strong>Djinns huilden hoorbaar bij de martelaarschap. </strong>Overgeleverd door <strong>Umm Salamah </strong>(raḍiyAllāhu ʿanhā). Abū Nuʿaym, <em>Dalā</em><em>ʾ</em><em>il</em>, vol. 6, p. 472.</li>
</ol>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-d3ccb0297da1999726e84796292e754e">Waarom de dag bekendstaat als ʿĀshūrāʾ</h5>



<p class="wp-block-paragraph">De term <strong>ʿ</strong><strong>Ā</strong><strong>sh</strong><strong>ū</strong><strong>r</strong><strong>āʾ</strong> is een van de oudste religieuze aanduidingen binnen de islamitische kalender en verwijst naar een dag die zowel vóór als na de komst van de islam een bijzondere spirituele betekenis heeft gehad. Binnen de islamitische wetgeving (Sharīʿah) wordt de term gebruikt voor de <strong>10e dag van de maand Mu</strong><strong>ḥ</strong><strong>arram</strong>, een dag die door de Profeet ﷺ zelf werd benadrukt als een dag van dankbaarheid, vasten en spirituele reflectie.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><em>De betekenis van de term ʿĀshūrāʾ</em></p>



<p class="wp-block-paragraph">In de klassieke soennitische literatuur wordt de betekenis van de naam <strong>ʿ</strong><strong>Ā</strong><strong>sh</strong><strong>ū</strong><strong>r</strong><strong>āʾ</strong> op verschillende manieren verklaard. Een van de meest gezaghebbende beschrijvingen komt van Sayyidunā Ghaus al‑Aʿẓam, Shaykh ʿAbd al‑Qādir al‑Jīlānī (raḍiyAllāhu ʿanhu<strong>)</strong>, die in zijn werk <em>Ghunyat al‑</em><em>Ṭ</em><em>ā</em><em>lib</em><em>ī</em><em>n</em> een overzicht geeft van de meningsverschillen onder de geleerden.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De linguïstische betekenis is dat de meerderheid van de Ulema van mening is dat de dag <strong>ʿĀshūrāʾ</strong> wordt genoemd omdat het de <strong>tiende (ʿāshir)</strong> dag van Muḥarram is. Dit is de meest geaccepteerde en linguïstisch correcte verklaring.al‑Jīlānī, ʿA. Q. (n.d.). <em>Ghunyat al‑Ṭālibīn</em>, p. 428.</p>



<p class="has-text-color has-link-color wp-elements-9d3a681e6be1008d6a11b9c1382df37a wp-block-paragraph" style="color:#41c1d6">Theologische toelichting: De spirituele betekenis volgens de Oelama</p>



<p class="wp-block-paragraph">Sommige geleerden leggen uit dat de dag <strong>ʿ</strong><strong>Ā</strong><strong>sh</strong><strong>ū</strong><strong>r</strong><strong>āʾ</strong> wordt genoemd omdat het de <strong>meest verheven en gezegende dag</strong> is onder de dagen die Allāh Ta’ālā aan de Ummah van Muḥammad ﷺ heeft geschonken. Volgens deze interpretatie verwijst de naam niet alleen naar de numerieke positie van de dag, maar naar de <strong>uitzonderlijke spirituele status</strong> ervan. al‑Jīlānī, <em>Ghunyat al‑</em><em>Ṭ</em><em>ā</em><em>lib</em><em>ī</em><em>n</em>, p. 428.</p>



<p class="has-text-color has-link-color wp-elements-8c81fbb4903697cf5f459c9892b70d95 wp-block-paragraph" style="color:#41c1d6">Theologische toelichting: De uitleg van Shaykh ʿAbd al‑Qādir al‑Jīlānī (raḍiyAllāhu ʿanhu) vormt een gezaghebbende synthese van deze betekenissen en wordt breed geaccepteerd binnen de soennitische traditie.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><em>De religieuze status van ʿĀshūrāʾ in de Sunnah</em></p>



<p class="wp-block-paragraph">De dag van ʿĀshūrāʾ heeft een bijzondere plaats in de Sunnah van Rasūlullāh ﷺ.<br>Volgens authentieke ḥadīth‑verzamelingen: (1) Vastte de Profeet ﷺ op deze dag. (2) Beval hij de moslims om te vasten. (3) En zei hij dat het vasten op ʿĀshūrāʾ de zonden van het voorgaande jaar uitwist.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Voorbeelden van soennitische bronnen:</strong></p>



<ul class="wp-block-list">
<li>Ṣaḥīḥ Muslim, ḥadīth 1162</li>



<li>Ṣaḥīḥ al‑Bukhārī, ḥadīth 2004</li>



<li>Sunan Ibn Mājah, ḥadīth 1738</li>
</ul>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Kort samengevat: </strong>De dag van <strong>ʿĀshūrāʾ</strong> is bekend (1) <strong>Linguïstisch</strong> — omdat het de <strong>tiende dag</strong> van Muḥarram is. (2) <strong>Spiritueel</strong> — omdat het een van de meest gezegende dagen is die Allāh Ta’ālā aan de Ummah heeft gegeven. (3) <strong>Historisch</strong> — omdat het de dag is waarop vele grote gebeurtenissen plaatsvonden, waaronder de redding van Mūsā (ʿalayhi al‑salām) en de martelaarschap van Imām Ḥusain (raḍiyAllāhu ʿanhu).</p>



<p class="has-text-color has-link-color wp-elements-501006aa93b4e24ed3b99f8a9e97346b wp-block-paragraph" style="color:#41c1d6">Theologische toelichting: Deze religieuze status staat <strong>los</strong> van de tragedie van Karbalāʾ, maar de gebeurtenissen van Karbalāʾ hebben de emotionele en spirituele betekenis van deze dag binnen de Ummah verder verdiept.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Belangrijke Gebeurtenissen op de Dag van ʿ</strong><strong>Ā</strong><strong>sh</strong><strong>ū</strong><strong>r</strong><strong>āʾ</strong><strong></strong></p>



<p class="wp-block-paragraph"><em>In dit hoofdstuk geeft ik een academisch overzicht van deze gebeurtenissen, gebaseerd op zijn werk en andere klassieke soennitische bronnen.</em></p>



<p class="wp-block-paragraph">De dag van <strong>ʿ</strong><strong>Ā</strong><strong>sh</strong><strong>ū</strong><strong>r</strong><strong>āʾ</strong>, de 10e dag van Muḥarram, staat binnen de islamitische traditie bekend als een dag van uitzonderlijke spirituele betekenis. Hoewel de martelaarschap van Sayyidunā Imām Ḥusain (raḍiyAllāhu ʿanhu) in Karbalāʾ de meest aangrijpende gebeurtenis is die met deze dag wordt geassocieerd, vermelden klassieke soennitische geleerden dat talrijke andere belangrijke gebeurtenissen in de geschiedenis van de mensheid eveneens op deze dag plaatsvonden.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Een van de meest uitgebreide beschrijvingen hiervan is te vinden in het internationaal bekende werk <strong>Nuzhat al‑Majālis</strong> van <strong>Shaykh </strong><strong>ʿ</strong><strong>Abd al‑Ra</strong><strong>ḥ</strong><strong>m</strong><strong>ā</strong><strong>n al‑</strong><strong>Ṣ</strong><strong>af</strong><strong>ū</strong><strong>r</strong><strong>ī</strong> (ʿAlayhi al-Raḥmah).</p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-d7c35e65aa1af827cc9c423a9bf6d915">Belangrijke gebeurtenissen op de dag van ʿĀshūrāʾ</h5>



<p class="wp-block-paragraph">Volgens <em>Nuzhat al‑Majālis</em> vonden de volgende gebeurtenissen plaats op de 10e dag van Muḥarram. Deze gebeurtenissen worden door soennitische geleerden gezien als tekenen van de bijzondere status van deze dag in de goddelijke orde.</p>



<ol class="wp-block-list">
<li>Schepping van hemel, aarde en Lauḥ al‑Qalam. Op de dag van ʿĀshūrāʾ werden volgens al‑Ṣafūrī de <strong>hemelen</strong>, de <strong>aarde</strong> en de <strong>Lauḥ al‑Qalam</strong> (de Goddelijke Pen) geschapen. (al‑Ṣafūrī, n.d., p. 428).</li>



<li>Schepping van Ādam (ʿalayhi al‑salām) en Ḥawwāʾ. Op deze dag werden <strong>Ādam</strong> en <strong>Ḥawwāʾ</strong> geschapen, waarmee het menselijk bestaan begon. (al‑Ṣafūrī, p. 428).</li>



<li>Aanvaarding van de taubah van Ādam (ʿalayhi al‑salām). Na zijn misstap werd de berouwvolle smeekbede van Ādam (ʿalayhi al‑salām) op deze dag door Allāh Ta’ālā aanvaard. (al‑Ṣafūrī, p. 428). </li>



<li>De Ark van Nūḥ (ʿalayhi al‑salām) bereikte land. De Ark van Nūḥ (ʿalayhi al‑salām) kwam tot rust op de berg al‑Jūdī op de dag van ʿĀshūrāʾ. (al‑Ṣafūrī, p. 428). </li>



<li>Ibrāhīm (ʿalayhi al‑salām) kreeg de titel Khalīlullāh. Op deze dag werd Ibrāhīm (ʿalayhi al‑salām) geëerd met de titel <strong>Khalīlullāh</strong> (Vriend van Allāh). (al‑Ṣafūrī, p. 428). </li>



<li>De hereniging van Yaʿqūb en Yūsuf (ʿalayhimā al‑salām). Na veertig jaar van verdriet werd Yaʿqūb (ʿalayhi al‑salām) op deze dag herenigd met zijn zoon Yūsuf (ʿalayhi al‑salām). (al‑Ṣafūrī, p. 428). </li>



<li>Idrīs (ʿalayhi al‑salām) werd verheven. Idrīs (ʿalayhi al‑salām) werd op deze dag verheven naar de hemelen. (al‑Ṣafūrī, p. 428). </li>



<li>Genezing van Ayyūb (ʿalayhi al‑salām). Ayyūb (ʿalayhi al‑salām) kreeg op deze dag zijn gezondheid terug na een lange periode van beproeving. (al‑Ṣafūrī, p. 428). </li>



<li>Bevrijding van Yūnus (ʿalayhi al‑salām). Yūnus (ʿalayhi al‑salām) werd op deze dag bevrijd uit de buik van de vis. (al‑Ṣafūrī, p. 428). </li>



<li>Aanvaarding van de taubah van Dāwūd (ʿalayhi al‑salām). De berouwvolle smeekbede van Dāwūd (ʿalayhi al‑salām) werd op deze dag aanvaard. (al‑Ṣafūrī, p. 428). </li>



<li>Het koningschap van Sulaymān (ʿalayhi al‑salām). Sulaymān (ʿalayhi al‑salām) ontving op deze dag zijn koninklijke heerschappij. (al‑Ṣafūrī, p. 428). </li>



<li>Verheffing van ʿĪsā (ʿalayhi al‑salām). ʿĪsā (ʿalayhi al‑salām) werd op deze dag verheven naar de hemelen. (al‑Ṣafūrī, p. 428). </li>



<li>Het nikāḥ van de Profeet ﷺ met Sayyidah Khadījah (raḍiyAllāhu ʿanhā). Volgens al‑Ṣafūrī vond op deze dag het gezegende huwelijk plaats tussen Rasūlullāh ﷺ en Sayyidah Khadījah (raḍiyAllāhu ʿanhā). (al‑Ṣafūrī, p. 428). </li>



<li>De dag waarop Qiyāmah zal plaatsvinden. Veel geleerden vermelden dat de <strong>Dag des Oordeels (Qiyāmah)</strong> op ʿĀshūrāʾ zal plaatsvinden. (al‑Ṣafūrī, p. 428)</li>
</ol>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Kort samengevat: </strong>De dag van ʿĀshūrāʾ is in de islamitische traditie niet alleen verbonden met de tragedie van Karbalāʾ, maar ook met een reeks gebeurtenissen die de geschiedenis van de mensheid en de profeten diepgaand hebben gevormd. De opsomming van Shaykh ʿAbd al‑Raḥmān al‑Ṣafūrī (raḍiyAllāhu ʿanhu) toont aan dat deze dag een unieke plaats inneemt in de goddelijke ordening en een bron is van spirituele reflectie, dankbaarheid en morele inspiratie.</p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-860f7b9a4511c5577619c4cf18d64563">De Ṣalāh (Namāz) van Yawm‑e‑ʿĀshūrāʾ</h5>



<p class="wp-block-paragraph">De dag van <strong>ʿ</strong><strong>Ā</strong><strong>sh</strong><strong>ū</strong><strong>r</strong><strong>āʾ</strong>, de 10e van Muḥarram, is in de islamitische traditie niet alleen een dag van vasten en spirituele reflectie, maar ook een dag waarop bepaalde vrijwillige daden van aanbidding (nawāfil) worden aanbevolen. In de klassieke soennitische literatuur worden verschillende vormen van extra gebeden (ṣalāh) vermeld die op deze dag kunnen worden verricht. Een van de bekendste verwijzingen komt uit het werk <em>Nuzhat al‑Majālis</em> van Shaykh ʿAbd al‑Raḥmān al‑Ṣafūrī (raḍiyAllāhu ʿanhu).</p>



<p class="wp-block-paragraph"><em><strong>De aanbevolen nawāfil‑ṣalāh op de dag van ʿĀshūrāʾ</strong></em></p>



<p class="wp-block-paragraph">In <em>Nuzhat al‑Majālis</em> wordt een bijzondere vrijwillige ṣalāh beschreven die op de dag van ʿĀshūrāʾ kan worden verricht. Deze ṣalāh bestaat uit <strong>vier rak</strong><strong>ʿ</strong><strong>ā</strong><strong>t</strong>, met een specifieke recitatie in elke rakʿah.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Volgens Shaykh al‑Ṣafūrī wordt overgeleverd dat Rasūlullāh ﷺ heeft gezegd: <em>“Degene die op de dag van </em><em>ʿ</em><em>Ā</em><em>sh</em><em>ū</em><em>r</em><em>āʾ</em><em> vier rakʿ</em><em>ā</em><em>t verricht, waarbij in elke rakʿ</em><em>ah na S</em><em>u</em><em>rah al‑F</em><em>ā</em><em>ti</em><em>ḥ</em><em>ah elf keer S</em><em>u</em><em>rah al‑Ikhl</em><em>ā</em><em>ṣ</em><em> wordt gereciteerd, zal door All</em><em>ā</em><em>h Ta’</em><em>ā</em><em>l</em><em>ā</em><em> worden vergeven voor vijftig jaar aan zonden, en hij zal worden gezegend met een mimbar (preekstoel) van licht.</em><em>”</em> &nbsp;(al‑Ṣafūrī, n.d., deel 1, p. 181)</p>



<p class="has-text-color has-link-color wp-elements-f06065bedc9f25617be55c27204f7114 wp-block-paragraph" style="color:#41c1d6">Theologische toelichting: Deze overlevering wordt door de geleerden geclassificeerd als onderdeel van de <strong>Fa</strong><strong>ḍ</strong><strong>āʾ</strong><strong>il al‑aʿ</strong><strong>m</strong><strong>ā</strong><strong>l</strong> (deugden van vrijwillige daden), een categorie waarin zwakkere overleveringen worden geaccepteerd zolang zij betrekking hebben op vrijwillige aanbidding en niet strijdig zijn met de Sharīʿah.</p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-563b4cdc9cd804c95a2a7ddaddb3fd6f">Juridische status volgens de soennitische traditie</h5>



<p class="wp-block-paragraph"><em>Acceptatie binnen Faḍāʾil al‑aʿmāl</em></p>



<p class="wp-block-paragraph">De vier madhāhib (Ḥanafī, Mālikī, Shāfiʿī en Ḥanbalī) accepteren dat <strong>zwakkere </strong><strong>ḥ</strong><strong>ad</strong><strong>ī</strong><strong>th</strong> gebruikt mogen worden voor: (1) het aanmoedigen van vrijwillige daden, (2) het vergroten van spirituele motivatie, (3) en het benadrukken van de deugden van bepaalde dagen.</p>



<p class="has-text-color has-link-color wp-elements-ce5e8f0cd977dd696a9e5201f65cbf5d wp-block-paragraph" style="color:#41c1d6">Theologische toelichting: De ṣalāh van ʿĀshūrāʾ valt binnen deze categorie.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><em>Geen verplichting, maar een aanbevolen praktijk</em></p>



<p class="wp-block-paragraph">Deze ṣalāh is <strong>niet verplicht</strong>, <strong>niet sunnah mu</strong><strong>ʾ</strong><strong>akkadah</strong>, maar behoort tot de <strong>nawāfil</strong>. Het verrichten ervan wordt gezien als een middel tot: (1) spirituele zuivering, (2) reflectie op de gebeurtenissen van ʿĀshūrāʾ, (3) en het zoeken van nabijheid tot Allāh Ta’ālā.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><em>Spirituele betekenis</em></p>



<p class="wp-block-paragraph">De spirituele waarde van deze ṣalāh ligt in: (1) het reciteren van Surah al‑Ikhlāṣ, een Surah die gelijkstaat aan een derde van de Qurʾān, (2) het verrichten van extra aanbidding op een dag die door de geschiedenis heen is verbonden met grote goddelijke gebeurtenissen, (3) en het tonen van dankbaarheid en nederigheid tegenover Allāh Ta’ālā.</p>



<p class="has-text-color has-link-color wp-elements-f58425a6f397abc61462251453d5bcdd wp-block-paragraph" style="color:#41c1d6">Theologische toelichting: De belofte van een <strong>mimbar van licht</strong> symboliseert spirituele verheffing en eer in het Hiernamaals.</p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-2c0e468f9a303a21a12e0b4af09f38d6">Het Vasten op Yawm‑e‑ʿĀshūrāʾ</h5>



<p class="wp-block-paragraph">Het vasten op de dag van <strong>ʿ</strong><strong>Ā</strong><strong>sh</strong><strong>ū</strong><strong>r</strong><strong>āʾ</strong> (10 Muḥarram) behoort tot de meest aanbevolen vrijwillige daden binnen de islamitische traditie. De Sunnah van Rasūlullāh ﷺ toont aan dat hij deze dag regelmatig vastte en de Ummah aanspoorde hetzelfde te doen. De klassieke soennitische bronnen, waaronder <em>Ṣ</em><em>a</em><em>ḥ</em><em>ī</em><em>ḥ</em><em> al‑Bukh</em><em>ā</em><em>r</em><em>ī</em>, <em>Ṣ</em><em>a</em><em>ḥ</em><em>ī</em><em>ḥ</em><em> Muslim</em>, <em>Sunan Ibn Mājah</em>, <em>Musnad A</em><em>ḥ</em><em>mad</em> en <em>Mishkāt al‑Ma</em><em>ṣ</em><em>ā</em><em>b</em><em>ī</em><em>ḥ</em>, bevatten talrijke overleveringen die de spirituele waarde van dit vasten benadrukken.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><em>Het vasten van ʿ</em><em>Ā</em><em>sh</em><em>ū</em><em>r</em><em>āʾ</em><em> in de Sunnah</em></p>



<p class="wp-block-paragraph">Het vasten op ʿĀshūrāʾ was een gevestigde praktijk van Rasūlullāh ﷺ. Volgens de overlevering van <strong>Abū Mūsā al‑Ash</strong><strong>ʿ</strong><strong>ar</strong><strong>ī</strong><strong> (ra</strong><strong>ḍ</strong><strong>iyAll</strong><strong>ā</strong><strong>hu ʿ</strong><strong>anhu)</strong>: <em>“De Joden vastten op de dag van </em><em>ʿ</em><em>Ā</em><em>sh</em><em>ū</em><em>r</em><em>āʾ</em><em> en beschouwden het als een feestdag. De Profeet </em><em>ﷺ</em><em> zei: </em><em>‘</em><em>Ook jullie moeten op deze dag vasten.</em><em>’”</em> &nbsp;(Ṣaḥīḥ al‑Bukhārī, ḥadīth 2005; Ṣaḥīḥ Muslim, ḥadīth 1131)</p>



<p class="has-text-color has-link-color wp-elements-50f4ae445441e5b7a70981707394424e wp-block-paragraph" style="color:#41c1d6">Theologische toelichting: Deze overlevering toont aan dat het vasten op ʿĀshūrāʾ reeds vóór de islamitische openbaring een dag van dankbaarheid was, en dat de Profeet ﷺ deze praktijk bevestigde.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><em>De mensen van Khyber en hun viering van ʿ</em><em>Ā</em><em>sh</em><em>ū</em><em>r</em><em>āʾ</em><em></em></p>



<p class="wp-block-paragraph">In <em>Ṣ</em><em>a</em><em>ḥ</em><em>ī</em><em>ḥ</em><em> Muslim</em> wordt vermeld dat de Joden van Khyber op deze dag vastten, zich verheugden en hun vrouwen sieraden lieten dragen. De Profeet ﷺ zei: <em>“Ook jullie moeten op deze dag vasten.”</em> &nbsp;(Ṣaḥīḥ Muslim, ḥadīth 1131)</p>



<p class="has-text-color has-link-color wp-elements-45d66c465212ceb1d3232e386a8ecc70 wp-block-paragraph" style="color:#41c1d6">Theologische toelichting: Deze uitspraak benadrukt dat het vasten op ʿĀshūrāʾ een daad van dankbaarheid is voor goddelijke redding en gunsten.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><em>De spirituele beloning van het vasten op ʿ</em><em>Ā</em><em>sh</em><em>ū</em><em>r</em><em>āʾ</em><em></em></p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Qatādah (ra</strong><strong>ḍ</strong><strong>iyAll</strong><strong>ā</strong><strong>hu ʿ</strong><strong>anhu)</strong> overleverde dat Rasūlullāh ﷺ zei: <em>“Ik hoop dat Allāh Ta’</em><em>ā</em><em>l</em><em>ā</em><em> het vasten van ʿ</em><em>Ā</em><em>sh</em><em>ū</em><em>r</em><em>āʾ</em><em> maakt tot een middel van vergeving (kaff</em><em>ā</em><em>rah) voor de zonden van het voorgaande jaar.</em><em>”</em> &nbsp;(Mishkāt al‑Maṣābīḥ, p. 179; Ṣaḥīḥ Muslim, ḥadīth 1162)</p>



<p class="has-text-color has-link-color wp-elements-13e179ad95b27de88bb3963a7a79442f wp-block-paragraph" style="color:#41c1d6">Theologische toelichting: Dit is een van de meest geciteerde en authentieke overleveringen over de spirituele waarde van deze dag en vergeving van zonden van het voorgaande jaar.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><em>De overgang naar het vasten van 9 en 10 Mu</em><em>ḥ</em><em>arram</em></p>



<p class="wp-block-paragraph">In het jaar <strong>10 Hijrah</strong>, tijdens zijn laatste ʿĀshūrāʾ, vastte Rasūlullāh ﷺ en de Ṣaḥābah vroegen: <em>“Is dit de dag die door de Joden en Christenen wordt geëerd?”</em> &nbsp;Hij antwoordde: <em>“Als ik volgend jaar nog leef, zal ik ook op de 9e vasten.”</em> &nbsp;(Mishkāt al‑Maṣābīḥ, p. 179; Ṣaḥīḥ Muslim, ḥadīth 1134)</p>



<p class="has-text-color has-link-color wp-elements-a7110425e7f0b3446f9e5b2f6db68084 wp-block-paragraph" style="color:#41c1d6">Theologische toelichting: Rasūlullāh ﷺ overleed echter vóór de volgende Muḥarram. De Profeet ﷺ wilde zich onderscheiden van de Joden en Christenen. Op basis van deze Sunnah is het aanbevolen om te vasten op <strong>9 en 10 Mu</strong><strong>ḥ</strong><strong>arram</strong>, of <strong>10 en 11 Mu</strong><strong>ḥ</strong><strong>arram</strong>, zodat de moslims zich onderscheiden van de Joodse traditie. Dit is de mening van de vier madhāhib.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Kort samengevat: </strong>Het vasten op Yawm‑e‑ʿĀshūrāʾ is: (1) een sterk aanbevolen Sunnah, (2) een middel tot vergeving van zonden, (3) een daad van dankbaarheid, (4) en een praktijk die teruggaat tot de profeten vóór de islam. De combinatie van 9 en 10 Muḥarram is de meest aanbevolen vorm, in navolging van de wens van Rasūlullāh ﷺ om zich te onderscheiden van de Ahl al‑Kitāb.</p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-259506e83b663c7f165b0cfbba2bf023">Belangrijke Aʿmāl (Aanbevolen Praktijken) op Yawm‑e‑ʿĀshūrāʾ</h5>



<p class="wp-block-paragraph">Naast het vasten en de spirituele reflectie die traditioneel worden geassocieerd met de dag van ʿĀshūrāʾ, vermelden klassieke soennitische geleerden ook een aantal aanbevolen praktijken (<em>aʿmāl</em>) die op deze dag bijzondere zegeningen met zich meebrengen. Deze praktijken behoren tot de categorie <strong>Faḍāʾil al‑aʿmāl</strong> (deugden van vrijwillige daden), waarin zwakkere overleveringen worden geaccepteerd zolang zij betrekking hebben op vrijwillige aanbidding en niet in strijd zijn met de Sharīʿah.  De belangrijkste verwijzingen komen uit <strong>Tafsīr Rūḥ al‑Bayān</strong>, <strong>Radd al‑Muḥtār (Shāmī)</strong> en andere klassieke werken.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><em>Aanbevolen praktijken op de dag van ʿ</em><em>Ā</em><em>sh</em><em>ū</em><em>r</em><em>āʾ</em><em></em></p>



<p class="wp-block-paragraph">In <em>Tafsīr Rū</em><em>ḥ</em><em> al‑Bay</em><em>ā</em><em>n</em> wordt vermeld dat degene die de nacht van ʿĀshūrāʾ wakker blijft in aanbidding, de beloning krijgt van de <strong>Malā</strong><strong>ʾ</strong><strong>ikah (engelen)</strong>. <em>“Wie de nacht van </em><em>ʿ</em><em>Ā</em><em>sh</em><em>ū</em><em>r</em><em>āʾ</em><em> in aanbidding doorbrengt, ontvangt de beloning van de engelen.</em><em>”</em> &nbsp;(al‑Burūsawī, <em>Rū</em><em>ḥ</em><em> al‑Bay</em><em>ā</em><em>n</em>, n.d.)</p>



<p class="has-text-color has-link-color wp-elements-0359aa09f47beabb601805a8cf497e5a wp-block-paragraph" style="color:#41c1d6">Theologische toelichting: Deze uitspraak benadrukt de spirituele verhevenheid van deze nacht en de nabijheid tot Allāh Ta’ālā die men kan bereiken door extra aanbidding.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><em>Het verrichten van ghusl op de dag van ʿ</em><em>Ā</em><em>sh</em><em>ū</em><em>r</em><em>āʾ</em><em></em></p>



<p class="wp-block-paragraph">De Mashā’ikh (spirituele meesters) hebben verklaard dat het verrichten van <strong>ghusl</strong> op deze dag een middel is om bescherming te verkrijgen tegen ziekten gedurende het komende islamitische jaar.</p>



<p class="has-text-color has-link-color wp-elements-76b613f7072ce3aa4e47f8503213635f wp-block-paragraph" style="color:#41c1d6">Theologische toelichting: Deze uitspraak behoort tot de spirituele traditie van de soefi‑geleerden en wordt gezien als een daad van reiniging en zegen. al‑Burūsawī, <em>Rū</em><em>ḥ</em><em> al‑Bay</em><em>ā</em><em>n</em>; overleveringen geciteerd door de Mashā’ikh.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><em>Het gebruik van surma (kohl) op ʿ</em><em>Ā</em><em>sh</em><em>ū</em><em>r</em><em>āʾ</em><em></em></p>



<p class="wp-block-paragraph">In <em>Radd al‑Mu</em><em>ḥ</em><em>t</em><em>ā</em><em>r</em> (Shāmī), in het hoofdstuk over het vasten, wordt vermeld: <em>“Wie op de dag van </em><em>ʿ</em><em>Ā</em><em>sh</em><em>ū</em><em>r</em><em>āʾ</em><em> surma (kohl) gebruikt, zal dat jaar geen oogpijn ervaren.</em><em>”</em> &nbsp;(Ibn ʿĀbidīn, 2003, <em>Radd al‑Mu</em><em>ḥ</em><em>t</em><em>ā</em><em>r</em>, Kitāb al‑Ṣawm)</p>



<p class="has-text-color has-link-color wp-elements-a632feea70e2872276a9b4ff76adc0f2 wp-block-paragraph" style="color:#41c1d6">Theologische toelichting: Deze uitspraak behoort eveneens tot de <strong>Fa</strong><strong>ḍ</strong><strong>āʾ</strong><strong>il al‑aʿ</strong><strong>m</strong><strong>ā</strong><strong>l</strong> en wordt door de geleerden gezien als een aanbevolen, maar niet verplichte, praktijk.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><em>Juridische status van deze praktijken</em></p>



<p class="wp-block-paragraph">De vier madhāhib accepteren dat <strong>zwakkere overleveringen</strong> gebruikt mogen worden voor: (1) het aanmoedigen van vrijwillige daden, (2) spirituele motivatie, (3) en het benadrukken van de deugden van bepaalde dagen. De hierboven genoemde praktijken vallen binnen deze categorie.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><em>Geen verplichting, maar spiritueel aanbevolen</em></p>



<p class="wp-block-paragraph">Deze aʿmāl zijn: (1) <strong>niet verplicht</strong>, (2) <strong>niet sunnah mu</strong><strong>ʾ</strong><strong>akkadah</strong>, (3) maar behoren tot de <strong>nawāfil</strong> en <strong>musta</strong><strong>ḥ</strong><strong>abb</strong>. Het verrichten ervan wordt gezien als een middel tot: (1) spirituele zuivering, (2) bescherming, (3) en het zoeken van nabijheid tot Allāh Ta’ālā.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Kort samengevat: </strong>De dag van ʿĀshūrāʾ is niet alleen een dag van vasten en herdenking, maar ook een gelegenheid voor extra spirituele daden die door klassieke soennitische geleerden worden aanbevolen. Praktijken zoals het waken in de nacht, het verrichten van ghusl en het gebruik van surma behoren tot de spirituele traditie van de Ummah en worden gezien als middelen tot zegen, bescherming en nabijheid tot Allāh Ta’ālā.</p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-ccefc2af147fec2b62634e5cb559e688">Waarom wordt Kichrī (Ḥalīm) gekookt op Yawm‑e‑ʿĀshūrāʾ?</h5>



<p class="wp-block-paragraph">Binnen verschillende moslimgemeenschappen, met name in Zuid‑Azië, bestaat de traditie om op de dag van <strong>ʿ</strong><strong>Ā</strong><strong>sh</strong><strong>ū</strong><strong>r</strong><strong>āʾ</strong> een gerecht te bereiden dat bekendstaat als <strong>Kichrī</strong> of <strong>Ḥ</strong><strong>al</strong><strong>ī</strong><strong>m</strong>. Deze praktijk is niet verplicht vanuit de Sharīʿah, maar behoort tot de <strong>musta</strong><strong>ḥ</strong><strong>abb</strong> (aanbevolen) culturele en spirituele tradities die door klassieke geleerden worden beschreven. De oorsprong van deze gewoonte wordt uitgelegd in zowel <strong>Radd al‑Mu</strong><strong>ḥ</strong><strong>t</strong><strong>ā</strong><strong>r (Sh</strong><strong>ā</strong><strong>m</strong><strong>ī</strong><strong>)</strong> als in <strong>Tafsīr Na</strong><strong>ʿ</strong><strong>ī</strong><strong>m</strong><strong>ī</strong> van ʿAllāmah Muftī Aḥmad Yār Khan Naʿīmī (Raḥimahullāh).</p>



<p class="wp-block-paragraph"><em>De basis in Shāmī (Radd al‑Mu</em><em>ḥ</em><em>t</em><em>ā</em><em>r)</em></p>



<p class="wp-block-paragraph">In Radd al‑Muḥtār, het gezaghebbende Ḥanafī‑commentaar van Ibn ʿĀbidīn (bekend als Shāmī), wordt vermeld: <em>“Degene die op de dag van </em><em>ʿ</em><em>Ā</em><em>sh</em><em>ū</em><em>r</em><em>āʾ</em><em> goed en lekker eten kookt, zal </em><em>–</em><em> insh</em><em>āʾ</em><em>All</em><em>ā</em><em>h </em><em>–</em><em> barakāh (zegen) ontvangen in zijn huis voor het gehele jaar.</em><em>”</em> (Ibn ʿĀbidīn, 2003, <em>Radd al‑Mu</em><em>ḥ</em><em>t</em><em>ā</em><em>r</em>, Kitāb al‑Ṣawm)</p>



<p class="has-text-color has-link-color wp-elements-ce2067765424b1b16bbe0b14c2dc3da4 wp-block-paragraph" style="color:#41c1d6">Theologische toelichting: Deze uitspraak behoort tot de <strong>Fa</strong><strong>ḍ</strong><strong>āʾ</strong><strong>il al‑aʿ</strong><strong>m</strong><strong>ā</strong><strong>l</strong> (deugden van vrijwillige daden), waarin zwakkere overleveringen worden geaccepteerd zolang zij betrekking hebben op vrijwillige aanbidding en niet in strijd zijn met de Sharīʿah.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><em>De uitleg van Muftī A</em><em>ḥ</em><em>mad Y</em><em>ā</em><em>r Kh</em><em>a</em><em>n in Tafs</em><em>ī</em><em>r Naʿ</em><em>ī</em><em>m</em><em>ī</em><em></em></p>



<p class="wp-block-paragraph">In Tafsīr Naʿīmī legt ʿAllāmah Muftī Aḥmad Yār Khan (Raḥimahullāh) uit waarom in het Indiase subcontinent specifiek <strong>Kichrī/</strong><strong>Ḥ</strong><strong>al</strong><strong>ī</strong><strong>m</strong> wordt gekookt: <em>“In ons land wordt </em><em>Ḥ</em><em>al</em><em>ī</em><em>m (Kichrī) gekookt omdat het bestaat uit verschillende soorten granen en vlees. Hierdoor hopen we dat Allāh Ta’</em><em>ā</em><em>l</em><em>ā</em><em> barakāh schenkt in het graan en voedsel van het hele jaar.</em><em>”</em> (Aḥmad Yār Khan, <em>Tafsīr Na</em><em>ʿ</em><em>ī</em><em>m</em><em>ī</em>, ad Muḥarram)</p>



<p class="has-text-color has-link-color wp-elements-0a5be3ce55ff5fc2a95e1e5d53d16f73 wp-block-paragraph" style="color:#41c1d6">Theologische toelichting: Volgens deze uitleg is het koken van Kichrī een symbolische daad: (1) Het mengen van verschillende granen staat voor <strong>overvloed</strong>, (2) het bereiden van een voedzame maaltijd staat voor <strong>dankbaarheid</strong>, (3) en het delen ervan staat voor <strong>liefdadigheid en gemeenschap</strong>.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><em>De historische oorsprong: het verhaal van Nū</em><em>ḥ</em><em> (ʿ</em><em>alayhi al‑sal</em><em>ā</em><em>m)</em></p>



<p class="wp-block-paragraph">Muftī Aḥmad Yār Khan vermeldt dat sommige overleveringen aangeven dat: <em>Toen de Ark van Nū</em><em>ḥ</em><em> (ʿ</em><em>alayhi al‑sal</em><em>ā</em><em>m) op het land tot rust kwam, verzamelden de bewoners van de Ark alle soorten granen die zij hadden en kookten deze samen tot een gerecht dat lijkt op </em><em>Ḥ</em><em>al</em><em>ī</em><em>m/Kichr</em><em>ī</em><em>.</em> (Aḥmad Yār Khan, <em>Tafsīr Na</em><em>ʿ</em><em>ī</em><em>m</em><em>ī</em>)</p>



<p class="has-text-color has-link-color wp-elements-d47e4da6773d4150be954fd87aabbad5 wp-block-paragraph" style="color:#41c1d6">Theologische toelichting: Hoewel deze overlevering niet behoort tot de ṣaḥīḥ‑ḥadīth, wordt zij door klassieke geleerden geaccepteerd binnen de <strong>Fa</strong><strong>ḍ</strong><strong>āʾ</strong><strong>il al‑aʿ</strong><strong>m</strong><strong>ā</strong><strong>l</strong>, omdat zij betrekking heeft op vrijwillige daden en spirituele symboliek.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Kort samengevat: </strong>Het koken van Kichrī op deze dag wordt gezien als: (1) e<strong>en daad van dankbaarheid </strong>[dankbaarheid voor de redding van Nūḥ (ʿalayhi al‑salām) en andere profeten op deze dag]. (2) <strong>Een middel tot barakāh</strong>. [Het mengen van verschillende granen symboliseert overvloed en voorspoed]. (3)<strong> een daad van liefdadigheid </strong>[in veel gemeenschappen wordt Kichrī uitgedeeld aan armen, buren en familieleden.] en (4) e<strong>en culturele Sunnah‑al‑fuqahā</strong><strong>ʾ</strong><strong> </strong>[het is geen religieuze verplichting, maar een <strong>aanbevolen traditie</strong> die door geleerden wordt aangemoedigd vanwege de spirituele voordelen].</p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-c8fe91a69cab47c976b5c67dcea04535">De maand Muḥarram: Spirituele Betekenis, Hijrah en de Erfenis van Karbalāʾ</h5>



<p class="wp-block-paragraph">De maand <strong>Mu</strong><strong>ḥ</strong><strong>arram</strong>, de eerste maand van het islamitische jaar, behoort tot de vier heilige maanden die Allāh Ta’ālā in de Qurʾān heeft genoemd (Qurʾān 9:36).</p>



<p class="has-text-align-right has-text-color has-link-color has-large-font-size wp-elements-4e87095b882673bd7b5a18f3847ea583 wp-block-paragraph" style="color:#05f707"><strong>إِنَّ</strong><strong> عِدَّةَ</strong><strong> ٱلشُّهُورِ</strong><strong> عِندَ</strong><strong> ٱللَّهِ</strong><strong> ٱثْنَا</strong><strong> عَشَرَ</strong><strong> شَهْراً</strong><strong> فِي</strong><strong> كِتَابِ</strong><strong> ٱللَّهِ</strong><strong> يَوْمَ</strong><strong> خَلَقَ</strong><strong> ٱلسَّمَٰوَٰتِ</strong><strong> وَٱلأَرْضَ</strong><strong> مِنْهَآ</strong><strong> أَرْبَعَةٌ</strong><strong> حُرُمٌ</strong><strong> ذٰلِكَ</strong><strong> ٱلدِّينُ</strong><strong> ٱلْقَيِّمُ</strong><strong> فَلاَ</strong><strong> تَظْلِمُواْ</strong><strong> فِيهِنَّ</strong><strong> أَنْفُسَكُمْ</strong><strong> وَقَاتِلُواْ</strong><strong> ٱلْمُشْرِكِينَ</strong><strong> كَآفَّةً</strong><strong> كَمَا</strong><strong> يُقَاتِلُونَكُمْ</strong><strong> كَآفَّةً</strong><strong> وَٱعْلَمُوۤاْ</strong><strong> أَنَّ</strong><strong> ٱللَّهَ</strong><strong> مَعَ</strong><strong> ٱلْمُتَّقِينَ</strong><strong></strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">“Het aantal der maanden is volgens Allāh’s verordening twaalf sinds de tijd waarop Hij de hemelen en de aarde schiep. Vier hiervan zijn heilig. Dit is het juiste geloof. Doet u zelf dus hierin geen onrecht aan. En bestrijdt de afgodendienaren allen tezamen, zoals zij u bestrijden en weet, dat Allāh met de rechtvaardigen is.” <em>Surah Taubah (berouw), H9, vers 36</em></p>



<p class="wp-block-paragraph">Deze maand is niet alleen spiritueel verheven, maar draagt ook een rijke historische en morele erfenis. Muḥarram herinnert de Ummah aan de <strong>Hijrah van Rasūlullāh ﷺ</strong>, de <strong>morele lessen van Karbalāʾ</strong>, en de voortdurende verplichting om de Sunnah te volgen en liefde te tonen voor zowel de Ahl al‑Bayt als de Ṣaḥābah.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><em>De Hijrah en de eerste dagen van Mu</em><em>ḥ</em><em>arram</em></p>



<p class="wp-block-paragraph">Volgens de historische overleveringen was <strong>ʿ</strong><strong>Abdull</strong><strong>ā</strong><strong>h ibn Sal</strong><strong>ā</strong><strong>m (ra</strong><strong>ḍ</strong><strong>iyAll</strong><strong>ā</strong><strong>hu ʿ</strong><strong>anhu) </strong>— een vooraanstaande joodse geleerde — bezig dadels te plukken in zijn tuin toen het nieuws hem bereikte dat Rasūlullāh ﷺ Madīnah had bereikt. Hij haastte zich om de Profeet ﷺ te zien en hoorde hem de eerste toespraak tot de mensen van Madīnah geven: <em>“O mensen! Verspreid de salām, voed de armen, onderhoud familiebanden en verricht gebed in de nacht terwijl de mensen slapen. Jullie zullen in vrede het Paradijs binnengaan.”</em> &nbsp;(al‑Tirmidhī, ḥadīth 2485)</p>



<p class="has-text-color has-link-color wp-elements-5170ae3743cf5006d35a52dea60d7441 wp-block-paragraph" style="color:#41c1d6">Theologische toelichting: Deze woorden vormden de <strong>eerste morele grondwet</strong> van de nieuwe gemeenschap in Madīnah. </p>



<p class="wp-block-paragraph"><em>De impact op ʿ</em><em>Abdull</em><em>ā</em><em>h ibn Sal</em><em>ā</em><em>m</em></p>



<p class="wp-block-paragraph">De woorden van Rasūlullāh ﷺ maakten zo’n diepe indruk op ʿAbdullāh ibn Salām dat hij onmiddellijk naar het huis van <strong>Abū Ayyūb al‑An</strong><strong>ṣ</strong><strong>ā</strong><strong>r</strong><strong>ī</strong><strong> (ra</strong><strong>ḍ</strong><strong>iyAll</strong><strong>ā</strong><strong>hu ʿ</strong><strong>anhu)</strong> ging, waar de Profeet ﷺ verbleef, en zei: <em>“Ik getuig dat u de Boodschapper van Allāh bent en dat uw religie de ware religie is.”</em></p>



<p class="has-text-color has-link-color wp-elements-cdda655455b0a2da9df7bb0924edc3b8 wp-block-paragraph" style="color:#41c1d6">Theologische toelichting: Hij accepteerde de islam en werd een van de meest gerespecteerde geleerden onder de Ṣaḥābah.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><em>Mu</em><em>ḥ</em><em>arram en de tragedie van Karbal</em><em>āʾ</em><em></em></p>



<p class="wp-block-paragraph">Hoewel Muḥarram een maand van vrede en heiligheid is, werd de geschiedenis van de Ummah diep getekend door de gebeurtenissen van <strong>10 Mu</strong><strong>ḥ</strong><strong>arram 61 Hijrah</strong> — de dag van Karbalāʾ.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><em>De morele erfenis van Imām </em><em>Ḥ</em><em>usain (ra</em><em>ḍ</em><em>iyAll</em><em>ā</em><em>hu ʿ</em><em>anhu)</em></p>



<p class="wp-block-paragraph">Het martelaarschap van Sayyidunā Imām Ḥusain (raḍiyAllāhu ʿanhu) wordt door soennitische geleerden gezien als: (1) een <strong>opoffering voor waarheid</strong>, (2) een <strong>verzet tegen tirannie</strong>,(3) en een <strong>herbevestiging van de waarden van īmān</strong>. Zijn standvastigheid gaf nieuw leven aan de spirituele kern van de islam.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><em>De rol van de Ahl al‑Bayt in Mu</em><em>ḥ</em><em>arram</em></p>



<p class="wp-block-paragraph">Soennitische moslims wereldwijd herdenken in Muḥarram de Ahl al‑Bayt door: (1) liefdadigheid te verrichten, (2) voedsel uit te delen, (3) en spirituele bijeenkomsten te houden.</p>



<p class="has-text-color has-link-color wp-elements-7bc643476e29af6deb9de0eb40f5fc22 wp-block-paragraph" style="color:#41c1d6">Theologische toelichting: Deze daden zijn geen rouwrituelen, maar <strong>uitingen van liefde, respect en dankbaarheid</strong>.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><em>De morele boodschap van Mu</em><em>ḥ</em><em>arram</em></p>



<p class="wp-block-paragraph">De maand Muḥarram nodigt moslims uit tot <strong>zelfreflectie</strong>. De gebeurtenissen van de Hijrah en Karbalāʾ herinneren ons aan: (1)<strong>De Sunnah van Rasūlullāh </strong><strong>ﷺ</strong><strong>. </strong>De woorden van de Profeet ﷺ bij zijn aankomst in Madīnah vormen een tijdloze blauwdruk voor succes: verspreid vrede, voed de armen, onderhoud familiebanden, aanbid Allāh in stilte en oprechtheid. (2) <strong>De Sunnah van Imām </strong><strong>Ḥ</strong><strong>usain (ra</strong><strong>ḍ</strong><strong>iyAll</strong><strong>ā</strong><strong>hu ʿ</strong><strong>anhu). </strong>Imām Ḥusain (raḍiyAllāhu ʿanhu) leefde en stierf voor: waarheid, rechtvaardigheid, eer, en de bescherming van de islamitische waarden. Zijn leven is een uitnodiging om onze eigen oprechtheid te toetsen. (3) <strong>Liefde voor zowel Ahl al‑Bayt als </strong><strong>Ṣ</strong><strong>a</strong><strong>ḥ</strong><strong>ā</strong><strong>bah. </strong>De soennitische traditie benadrukt dat <strong>ware liefde voor de Profeet </strong><strong>ﷺ</strong> betekent: liefde voor zijn familie (Ahl al‑Bayt), én liefde voor zijn metgezellen (Ṣaḥābah).</p>



<p class="has-text-color has-link-color wp-elements-17c94965dc708c6e03634d885cdd0340 wp-block-paragraph" style="color:#41c1d6">Theologische toelichting: De grote Imāms — Abū Bakr, ʿUmar, ʿUthmān en ʿAlī (Ridwānullāhi Alayhim ajmaʿīn) — vormen samen met de Ahl al‑Bayt de fundamenten van de islamitische geschiedenis.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Kort samengevat: </strong>De maand Muḥarram is een maand van: (1) spirituele vernieuwing, (2) historische reflectie, (3) liefde voor de Profeet ﷺ, (4) respect voor de Ahl al‑Bayt, (5) en waardering voor de Ṣaḥābah. Het is een maand waarin de Ummah wordt herinnerd aan de essentie van de islam: vrede, rechtvaardigheid, oprechtheid en liefde voor Allāh en Zijn Rasūl ﷺ.</p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-607e3317ab079817d579380d83dd7e03">Wonderbaarlijke Gebeurtenissen na het Martelaarschap van Sayyidunā Imām Ḥusain (raḍiyAllāhu ʿanhu)</h5>



<p class="wp-block-paragraph">Het martelaarschap van Sayyidunā Imām Ḥusain (raḍiyAllāhu ʿanhu) op 10 Muḥarram 61 Hijrah veroorzaakte een ongekende schok in de islamitische wereld. Klassieke soennitische historici beschrijven dat de natuur, de hemel en zelfs niet‑moslims reageerden op deze tragedie. Dit hoofdstuk geeft een academisch overzicht van de wonderbaarlijke gebeurtenissen die volgens de soennitische traditie plaatsvonden na Karbalāʾ.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><em>Reacties in het paleis van Yazīd</em></p>



<p class="wp-block-paragraph">Volgens klassieke bronnen werd het gezegende hoofd van Imām Ḥusain (raḍiyAllāhu ʿanhu) naar het hof van Yazīd gebracht. Yazīd raakte het hoofd aan met zijn stok, een daad die zelfs niet‑moslims choqueerde. Een christelijke ambassadeur uit Rome zei: <em>“Wij hebben op een eiland een hoef die wordt toegeschreven aan het rijdier van </em><em>ʿ</em><em>Ī</em><em>s</em><em>ā</em><em> (ʿ</em><em>alayhi al‑sal</em><em>ā</em><em>m). Mensen komen van ver om het te zien en zweren erbij. Wij tonen respect voor dit reliek zoals jullie de Kaʿ</em><em>bah respecteren. Maar wat hebben jullie gedaan met de zoon van jullie Profeet </em><em>ﷺ</em><em>? Ik getuig dat jullie misleid zijn.</em><em>” </em>(al‑Ṭabarī, 1987–2007, vol. 19, p. 34)</p>



<p class="wp-block-paragraph"><em>De joodse geleerde</em></p>



<p class="wp-block-paragraph">Een joodse man zei: <em>“Er zijn zeventig generaties tussen mij en Dāwūd (</em><em>ʿ</em><em>alayhi al‑sal</em><em>ā</em><em>m), en toch respecteren de joden mij. Maar jullie hebben de kleinzoon van jullie eigen Profeet </em><em>ﷺ</em><em> gedood.</em><em>”</em> &nbsp;(Ibn Kathīr, 1997, vol. 8, p. 217)</p>



<p class="has-text-color has-link-color wp-elements-d058b3e21802e7bae8020e05cca872ad wp-block-paragraph" style="color:#41c1d6">Theologische toelichting: Deze uitspraken tonen de universele erkenning van het onrecht dat Imām Ḥusain (raḍiyAllāhu ʿanhu) werd aangedaan.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><em>De aankomst van de karavaan in Madīnah</em></p>



<p class="wp-block-paragraph">Toen de gevangengenomen vrouwen en kinderen van Ahl al‑Bayt Madīnah bereikten, werd de stad overspoeld door verdriet. Historici beschrijven de scène als: <em>“Alsof Qiyāmah was aangebroken.”</em> (Ibn al‑Athīr, 1994, vol. 3, p. 298)</p>



<p class="has-text-color has-link-color wp-elements-bf1bae578b73c5ba7568cf365e835fa4 wp-block-paragraph" style="color:#41c1d6">Theologische toelichting: Elke woning in Madīnah werd vervuld met rouw en gehuil.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><em>Wonderbaarlijke tekenen in de natuur</em></p>



<p class="wp-block-paragraph">Klassieke soennitische bronnen vermelden meerdere bovennatuurlijke fenomenen die plaatsvonden na de martelaarschap van Imām Ḥusain (raḍiyAllāhu ʿanhu). Deze gebeurtenissen worden gezien als tekenen van goddelijke verontwaardiging.</p>



<ol class="wp-block-list">
<li><strong>De hemel kleurde rood gedurende zeven dagen. </strong><em>Tārīkh al‑Khulafāʾ</em>, al‑Suyūṭī, p. 207. </li>



<li><strong>Ongewone bewegingen van sterren werden gezien. </strong><em>Dalāʾ</em><em>il al‑Nubuwwah</em>, Abū Nuʿaym, vol. 6, p. 467. </li>



<li><strong>Een zonsverduistering op de dag van ʿ</strong><strong>Ā</strong><strong>sh</strong><strong>ū</strong><strong>r</strong><strong>āʾ</strong><strong>. </strong>al‑Suyūṭī, <em>Tārīkh al‑Khulafā</em><em>ʾ</em>, p. 208. </li>



<li><strong>Een rode gloed aan de horizon maanden vóór Karbalāʾ</strong><strong>. </strong>Ibn Kathīr, <em>al‑Bidāyah wa‑l‑Nihāyah</em>, vol. 8, p. 217. </li>



<li><strong>Bloed onder stenen in Bayt al‑Maqdis. </strong>Abū Nuʿaym, <em>Dalā</em><em>ʾ</em><em>il al‑Nubuwwah</em>, vol. 6, p. 469. </li>



<li><strong>Stro in het leger van Yazīd vloog spontaan in brand. </strong>al‑Suyūṭī, <em>Tārīkh al‑Khulafā</em><em>ʾ</em>, p. 209. </li>



<li><strong>Vuurvonkjes uit het vlees van geslachte kamelen. </strong>Abū Nuʿaym, <em>Dalā</em><em>ʾ</em><em>il</em>, vol. 6, p. 470. </li>



<li><strong>Het vlees werd zuur en oneetbaar. </strong>al‑Suyūṭī, <em>Tārīkh al‑Khulafā</em><em>ʾ</em>, p. 209. </li>



<li><strong>Een man die slecht sprak over </strong><strong>Ḥ</strong><strong>usain werd getroffen door vallende sterren. </strong>&nbsp;Abū Nuʿaym, <em>Dalā</em><em>ʾ</em><em>il</em>, vol. 6, p. 471. </li>



<li><strong>Djinns huilden hoorbaar bij de martelaarschap. </strong>Overgeleverd door <strong>Umm Salamah </strong>(raḍiyAllāhu ʿanhā). Abū Nuʿaym, <em>Dalā</em><em>ʾ</em><em>il</em>, vol. 6, p. 472.</li>
</ol>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Interpretatie door de Ulamā. </strong>De klassieke soennitische geleerden beschouwen deze fenomenen als: (1) tekenen van goddelijke woede over het onrecht, (2) manifestaties van de spirituele rang van Imām Ḥusain (raḍiyAllāhu ʿanhu), (3) en waarschuwingen aan tirannen en onderdrukkers. Al‑Suyūṭī schrijft: <em>“De hemel en aarde weenden om </em><em>Ḥ</em><em>usain.</em><em>”</em> &nbsp;(al‑Suyūṭī, 1997, p. 210)</p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-ff51bb86cb6f38e9619b30dcb39e16fd">Het Verschrikkelijke Einde van de Daders van Karbalāʾ</h5>



<p class="wp-block-paragraph">De klassieke soennitische geleerden vermelden dat degenen die direct of indirect betrokken waren bij het martelaarschap van Sayyidunā Imām Ḥusain (raḍiyAllāhu ʿanhu) een tragisch en vernederend einde kenden. Deze gebeurtenissen worden beschreven in werken zoals <em>Tārīkh al‑</em><em>Ṭ</em><em>abar</em><em>ī</em>, <em>al‑Bidāyah wa‑l‑Nihāyah</em>, <em>al‑Kāmil fī al‑Tārīkh</em>, <em>Dalā</em><em>ʾ</em><em>il al‑Nubuwwah</em> en <em>al‑Mustadrak</em>. De Ulamā beschouwen deze straffen als tekenen van goddelijke vergelding voor het onrecht dat werd gepleegd tegen de kleinzoon van Rasūlullāh ﷺ.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><em>Algemene vergelding voor de daders</em></p>



<p class="wp-block-paragraph">Abū Shaykh vermeldt dat iedereen die deelnam aan of hielp bij het martelaarschap van Imām Ḥusain (raḍiyAllāhu ʿanhu) uiteindelijk slachtoffer werd van rampen, vernedering of een verschrikkelijke dood. (Abū Nuʿaym, <em>Dalā</em><em>ʾ</em><em>il al‑Nubuwwah</em>, vol. 6)</p>



<p class="wp-block-paragraph"><em>Individuele gevallen van goddelijke vergelding</em></p>



<ol class="wp-block-list">
<li>Een oude man die opschepte dat hij nooit gestraft was, werd plotseling door vuur verzwolgen toen hij een lamp wilde aansteken. Hij rende schreeuwend naar de Tigris, maar het vuur doofde niet totdat hij stierf. (al‑Suyūṭī, <em>Tārīkh al‑Khulafāʾ</em>, p. 210).</li>



<li>Manṣūr ibn ʿAmmār vermeldt: <em>“De moordenaars van </em><em>Ḥ</em><em>usain werden getroffen door een dorst die nooit gelest kon worden, hoeveel zij ook dronken.</em><em>”</em> &nbsp;(Ibn Kathīr, 1997, vol. 8, p. 220). </li>



<li>Sadmī vertelt dat een man in Karbalāʾ beweerde dat hem niets was overkomen ondanks zijn betrokkenheid bij Karbalāʾ. Diezelfde nacht werd hij door vuur verzwolgen en volledig tot as verbrand. (Ibn al‑Athīr, 1994, vol. 3, p. 300). </li>



<li>Imām al‑Zuhrī vermeldt: <em>“Sommigen werden gedood, sommigen werden blind, en de gezichten van sommigen werden zwart.”</em> &nbsp;(al‑Ṭabarī, vol. 19). </li>



<li>Imām al‑Wāqidī vertelt over een oude man die aanwezig was bij Karbalāʾ maar niet deelnam. Hij werd blind nadat hij Rasūlullāh ﷺ in een droom zag: <em>“De Profeet ﷺ had een zwaard in zijn hand en voor hem lagen tien dode moordenaars van Ḥusain. Hij zei tegen mij: ‘Door jouw aanwezigheid heb je hun aantal vergroot.’ Toen raakte hij mijn ogen met het bloed van Ḥusain, en ik werd blind.”</em> (al‑Wāqidī, <em>Maghāzī</em>).</li>



<li>Sābit ibn al‑Jawzāʾ vertelt dat de man die het gezegende hoofd van Imām Ḥusain (raḍiyAllāhu ʿanhu) op zijn paard hing, na enkele dagen een gezicht kreeg dat zwarter was dan steenkool. Hij zei: <em>“Elke nacht komen twee mannen, grijpen mij vast en gooien mij in een vuur. De vlammen likken mijn gezicht.”</em> (al‑Suyūṭī, p. 211). Hij stierf een verschrikkelijke dood.</li>



<li>Een oude man zag Rasūlullāh ﷺ in een droom met een schaal vol bloed. De Profeet ﷺ merkte op: <em>“Jij was niet aanwezig, maar je wenste het in je hart.” </em>Hij werd blind toen hij wakker werd. (Abū Nuʿaym, vol. 6). </li>



<li>Ibn Ziyād, de gouverneur die verantwoordelijk was voor de moord op Imām Ḥusain (raḍiyAllāhu ʿanhu), werd uiteindelijk gedood. Zijn hoofd werd tentoongesteld. Een ooggetuige zei: <em>“Ik zag een slang uit zijn neusgat komen en door het andere neusgat naar buiten gaan. Dit herhaalde zich meerdere keren.”</em> (Ibn Kathīr, 1997, vol. 8, p. 223). </li>



<li>Manṣūr vertelt dat hij in Syrië een man zag wiens gezicht leek op dat van een varken. De man zei: <em>“Ik vervloekte vroeger </em><em>ʿ</em><em>Al</em><em>ī</em><em> en zijn familie. In een droom klaagde Im</em><em>ā</em><em>m </em><em>Ḥ</em><em>asan over mij bij de Profeet </em><em>ﷺ</em><em>. De Profeet </em><em>ﷺ</em><em> vervloekte mij en spuwde op mijn gezicht. Toen veranderde mijn gezicht in dat van een varken.</em><em>”</em> (al‑Suyūṭī, p. 212). </li>



<li>Imām al‑Ḥākim vermeldt een overlevering waarin Rasūlullāh ﷺ zei dat Allāh Ta’ālā tegen Jibrāʾīl zei: <em>“Voor de dood van Ya</em><em>ḥ</em><em>y</em><em>ā</em><em> ibn Zakariyy</em><em>ā</em><em> doodde Ik zeventigduizend mensen. En voor </em><em>Ḥ</em><em>usain heb Ik zeventigduizend gedood, en nog eens zeventigduizend.</em><em>”</em> (al‑Ḥākim, <em>al‑Mustadrak</em>, deel 3, p. 485, ḥadīth 4408)</li>
</ol>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-46f41987006ceebc8892055e48736c95"><br>Besluit</h5>



<p class="wp-block-paragraph">De gebeurtenissen van Karbalāʾ vormen een van de meest aangrijpende en betekenisvolle hoofdstukken in de geschiedenis van de islam. De reis van Sayyidunā Imām Ḥusain (raḍiyAllāhu ʿanhu) — van Madīnah naar Makkah, van Makkah naar Kufa, en uiteindelijk naar het bloeddoorweekte veld van Karbalāʾ — is niet slechts een historische episode, maar een eeuwige herinnering aan de strijd tussen waarheid en valsheid, rechtvaardigheid en tirannie, licht en duisternis.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Zijn weigering om trouw te zweren aan een corrupte en onrechtvaardige heerser, zijn standvastigheid tegenover onderdrukking, zijn geduld in beproeving, en zijn bereidheid om alles op te offeren voor de bescherming van de islamitische waarden, maken hem tot het tijdloze voorbeeld van morele moed. De martelaarschap van Imām Ḥusain (raḍiyAllāhu ʿanhu) was geen politieke opstand, maar een principiële verdediging van de Waarheid — een daad die de Ummah tot op de dag van vandaag inspireert.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De wonderbaarlijke tekenen die de klassieke soennitische bronnen vermelden, de profetische uitspraken over zijn status, en de diepe rouw die de moslimwereld overspoelde na zijn shahādah, onderstrepen de spirituele grootheid van deze gebeurtenis. Karbalāʾ is niet slechts een tragedie; het is een moreel kompas dat de gelovigen eraan herinnert dat de weg van Allāh Taʿālā soms offers vraagt, maar dat de uiteindelijke overwinning altijd aan de waarheid behoort.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De dag van ʿĀshūrāʾ, waarop deze gebeurtenissen plaatsvonden, blijft een dag van reflectie, vasten, aanbidding en dankbaarheid. De vele profetische gebeurtenissen die volgens de klassieke geleerden op deze dag plaatsvonden, tonen de bijzondere plaats van ʿĀshūrāʾ in de goddelijke ordening. De nawāfil‑ʿibādāt die op deze dag worden aanbevolen, evenals de spirituele lessen die eraan verbonden zijn, versterken de band van de gelovige met Allāh Taʿālā en met de erfenis van de Ahl al‑Bayt.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Voor studenten van kennis — en in het bijzonder voor de studenten van CPS3 (ʿĀlim) van de Raza Sharīʿah &amp; Sufi School — vormt Karbalāʾ een essentieel studieonderdeel. Niet alleen vanwege de historische feiten, maar vooral vanwege de morele en spirituele dimensies die het fundament vormen van een oprechte islamitische levenshouding. De lessen van Karbalāʾ roepen op tot rechtvaardigheid, nederigheid, standvastigheid, en liefde voor de Ahl al‑Bayt en de Ṣaḥābah (ridwānullāhi ʿalayhim ajmaʿīn).</p>



<p class="wp-block-paragraph">Moge Allāh Taʿālā ons in staat stellen om de waarden waarvoor Imām Ḥusain (raḍiyAllāhu ʿanhu) zijn leven gaf, te begrijpen, te omarmen en te belichamen. Moge Hij onze harten vullen met liefde voor de familie van de Profeet ﷺ, en ons beschermen tegen onrecht, onderdrukking en moreel verval. En moge Hij ons leiden op het pad van waarheid, oprechtheid en spirituele zuiverheid — het pad dat door Imām Ḥusain (raḍiyAllāhu ʿanhu) met zijn bloed werd verlicht.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Wa mā tawfīqī illā bi‑llāh.</strong></p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-77c370aed5d754a0fd038f59b44a806e">Bronnen</h5>



<ul class="wp-block-list">
<li>Aḥmad ibn Ḥanbal. (1995). <em>Musnad A</em><em>ḥ</em><em>mad</em>. Mu’assasāt al‑Risālah. (Origineel werk ca. 855)</li>



<li>Aḥmad Yār Khān, M. (n.d.). <em>Tafsīr Na</em><em>ʿ</em><em>ī</em><em>m</em><em>ī</em>.</li>



<li>Abū Nuʿaym al‑Iṣfahānī. (1998). <em>Dalā</em><em>ʾ</em><em>il al‑Nubuwwah</em>. Dār al‑Kutub al‑ʿIlmiyyah.</li>



<li>al‑Bukhārī, M. ibn Ismāʿīl. (2002). <em>Ṣ</em><em>a</em><em>ḥ</em><em>ī</em><em>ḥ</em><em> al‑Bukhārī</em>. Dār Ṭawq al‑Najāh. (Origineel werk ca. 846)</li>



<li>al‑Burūsawī, I. Ḥ. (n.d.). <em>Rū</em><em>ḥ</em><em> al‑Bayān</em>. Dār al‑Kutub al‑ʿIlmiyyah.</li>



<li>al‑Dhahabī, S. (1982). <em>Siyar A</em><em>ʿ</em><em>l</em><em>ā</em><em>m al‑Nubal</em><em>āʾ</em>. Mu’assasāt al‑Risālah. (Origineel werk ca. 1348)</li>



<li>al‑Ḥākim al‑Naysābūrī. (1990). <em>al‑Mustadrak </em><em>ʿ</em><em>al</em><em>ā</em><em> al‑</em><em>Ṣ</em><em>a</em><em>ḥ</em><em>ī</em><em>ḥ</em><em>ayn</em>. Dār al‑Kutub al‑ʿIlmiyyah.</li>



<li>al‑Jīlānī, ʿA. Q. (n.d.). <em>Ghunyat al‑</em><em>Ṭ</em><em>ālibīn</em>.</li>



<li>Ibn al‑Jawzī, A. (1992). <em>al‑Munta</em><em>ẓ</em><em>am fī Tārīkh al‑Mulūk wa‑l‑Umam</em>. Dār al‑Kutub al‑ʿIlmiyyah. (Origineel werk ca. 1200)</li>



<li>al‑Mubārakpūrī, A. (2001). <em>Tu</em><em>ḥ</em><em>fat al‑A</em><em>ḥ</em><em>wadhī</em>. Dār al‑Kutub al‑ʿIlmiyyah.</li>
</ul>



<ul class="wp-block-list">
<li>al‑Nawawī, Y. (1996). <em>al‑Adhkār</em>. Dār al‑Minhāj.</li>



<li>al‑Nawawī, Y. (1996). <em>Shar</em><em>ḥ</em><em> </em><em>Ṣ</em><em>a</em><em>ḥ</em><em>ī</em><em>ḥ</em><em> Muslim</em>. Dār al‑Minhāj.</li>



<li>al‑Ṣafūrī, ʿA. R. (n.d.). <em>Nuzhat al‑Majālis</em>. Dār al‑Kutub al‑ʿIlmiyyah.</li>
</ul>



<ul class="wp-block-list">
<li>al‑Suyūṭī, J. (1997). <em>Tārīkh al‑Khulafā</em><em>ʾ</em>. Dār al‑Kutub al‑ʿIlmiyyah.</li>



<li>al‑Suyūṭī, J. (2004). <em>Shar</em><em>ḥ</em><em> al‑</em><em>Ṣ</em><em>ud</em><em>ū</em><em>r</em>. Dār al‑Kutub al‑ʿIlmiyyah.</li>



<li>al‑Tibrīzī, W. (2002). <em>Mishkāt al‑Ma</em><em>ṣ</em><em>ā</em><em>b</em><em>ī</em><em>ḥ</em>. Dār al‑Kutub al‑ʿIlmiyyah.</li>



<li>al‑Tirmidhī, M. ibn ʿĪsā. (1998). <em>Jāmi</em><em>ʿ</em><em> al‑Tirmidh</em><em>ī</em>. Dār al‑Gharb al‑Islāmī. (Origineel werk ca. 892)</li>



<li>al‑Ṭabarī, M. ibn Jarīr. (1987–2007). <em>Tārīkh al‑Rasūl wa‑l‑Mulūk</em> (E. Yar‑Shater, Ed.). State University of New York Press. (Origineel werk ca. 915)</li>



<li>Ibn ʿĀbidīn, M. (2003). <em>Radd al‑Mu</em><em>ḥ</em><em>tār ʿ</em><em>al</em><em>ā</em><em> al‑Durr al‑Mukht</em><em>ā</em><em>r</em>. Dār al‑Fikr.</li>



<li>Ibn al‑Athīr, ʿI. (1994). <em>al‑Kāmil fī al‑Tārīkh</em>. Dār al‑Kutub al‑ʿIlmiyyah. (Origineel werk ca. 1231)</li>



<li>Ibn Kathīr, I. (1997). <em>al‑Bidāyah wa‑l‑Nihāyah</em>. Dār al‑Kutub al‑ʿIlmiyyah. (Origineel werk ca. 1373)</li>



<li>Ibn Mājah, M. ibn Yazīd. (2009). <em>Sunan Ibn Mājah</em>. Dār al‑Risālah al‑ʿĀlamiyyah.</li>



<li>Muslim, M. ibn al‑Ḥajjāj. (2006). <em>Ṣ</em><em>a</em><em>ḥ</em><em>ī</em><em>ḥ</em><em> Muslim</em>. Dār Iḥyāʾ al‑Turāth al‑ʿArabī. (Origineel werk ca. 875)</li>
</ul>



<p class="wp-block-paragraph">Lees ook: <a href="https://tangali.net/de-kruistochten-en-sultan-saladijn-vroeger-en-nu/" data-type="post" data-id="6887">Les 3 De Kruistochten en Sultan Saladijn: Vroeger en Nu </a>>>></p>



<p class="wp-block-paragraph"></p>
<p><a class="a2a_button_facebook" href="https://www.addtoany.com/add_to/facebook?linkurl=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Fshahid-e-karbala%2F&amp;linkname=Shah%C4%ABd-e-Karbala" title="Facebook" rel="nofollow noopener" target="_blank"></a><a class="a2a_button_mastodon" href="https://www.addtoany.com/add_to/mastodon?linkurl=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Fshahid-e-karbala%2F&amp;linkname=Shah%C4%ABd-e-Karbala" title="Mastodon" rel="nofollow noopener" target="_blank"></a><a class="a2a_button_email" href="https://www.addtoany.com/add_to/email?linkurl=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Fshahid-e-karbala%2F&amp;linkname=Shah%C4%ABd-e-Karbala" title="Email" rel="nofollow noopener" target="_blank"></a><a class="a2a_dd addtoany_share_save addtoany_share" href="https://www.addtoany.com/share#url=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Fshahid-e-karbala%2F&#038;title=Shah%C4%ABd-e-Karbala" data-a2a-url="https://tangali.net/shahid-e-karbala/" data-a2a-title="Shahīd-e-Karbala"></a></p>]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
	</channel>
</rss>

<!--
Object caching 1046/1328 objecten gebruiken Disk
Paginacaching met Disk: Enhanced 

Served from: tangali.net @ 2026-07-15 01:12:14 by W3 Total Cache
-->