<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Leiderschap &#8211; Stichting NIRI</title>
	<atom:link href="https://tangali.net/category/kennis-en-wetenschap/leiderschap/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>https://tangali.net</link>
	<description></description>
	<lastBuildDate>Tue, 17 Feb 2026 08:19:34 +0000</lastBuildDate>
	<language>nl-NL</language>
	<sy:updatePeriod>
	hourly	</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>
	1	</sy:updateFrequency>
	<generator>https://wordpress.org/?v=7.0.2</generator>

<image>
	<url>https://tangali.net/wp-content/uploads/2024/05/cropped-Niri-5-32x32.jpg</url>
	<title>Leiderschap &#8211; Stichting NIRI</title>
	<link>https://tangali.net</link>
	<width>32</width>
	<height>32</height>
</image> 
	<item>
		<title>De ongehoorzame en onbekwame Ulamā</title>
		<link>https://tangali.net/de-ongehoorzame-en-onbekwame-ulema/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[© Shaykh Dr Mohamed Juzoef Tangali Qādri Noorani]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 02 May 2022 11:06:00 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Fiqh al-Akhlāq]]></category>
		<category><![CDATA[Fiqh al-Siyāsah]]></category>
		<category><![CDATA[Leiderschap]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://tangali.net/?p=436</guid>

					<description><![CDATA[Inleiding In elke periode van de islamitische geschiedenis is de gemeenschap gewaarschuwd voor het gevaar van ongehoorzame en onbekwame ʿulamāʾ. Allāh Ta’ālā openbaart &#160;يٰأَيُّهَا ٱلَّذِينَ آمَنُواْ إِنَّ كَثِيراً مِّنَ ٱلأَحْبَارِ وَٱلرُّهْبَانِ لَيَأْكُلُونَ أَمْوَالَ ٱلنَّاسِ بِٱلْبَاطِلِ وَيَصُدُّونَ عَن سَبِيلِ ٱللَّهِ وَٱلَّذِينَ يَكْنِزُونَ ٱلذَّهَبَ وَٱلْفِضَّةَ وَلاَ يُنفِقُونَهَا فِي سَبِيلِ ٱللَّهِ فَبَشِّرْهُمْ بِعَذَابٍ أَلِيمٍ “O, jij die gelooft, [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-60184573349d9ff5204bc4430ee40c96">Inleiding</h5>



<p class="wp-block-paragraph">In elke periode van de islamitische geschiedenis is de gemeenschap gewaarschuwd voor het gevaar van ongehoorzame en onbekwame ʿulamāʾ. Allāh Ta’ālā openbaart</p>



<p class="has-text-align-right has-text-color has-link-color has-large-font-size wp-elements-8c792a510e363b6d649d60ebf11670eb wp-block-paragraph" style="color:#05f707">&nbsp;يٰأَيُّهَا ٱلَّذِينَ آمَنُواْ إِنَّ كَثِيراً مِّنَ ٱلأَحْبَارِ وَٱلرُّهْبَانِ لَيَأْكُلُونَ أَمْوَالَ ٱلنَّاسِ بِٱلْبَاطِلِ وَيَصُدُّونَ عَن سَبِيلِ ٱللَّهِ وَٱلَّذِينَ يَكْنِزُونَ ٱلذَّهَبَ وَٱلْفِضَّةَ وَلاَ يُنفِقُونَهَا فِي سَبِيلِ ٱللَّهِ فَبَشِّرْهُمْ بِعَذَابٍ أَلِيمٍ</p>



<p class="wp-block-paragraph">“O, jij die gelooft, velen der priesters en monniken verteren de rijkdommen der mensen door valse middelen en leiden de mensen van de weg van Allāh af. En degenen, die goud en zilver ophopen en het niet voor de zaak van Allāh besteden, deel hun het nieuws van een pijnlijke straf mee.” (Qurʾān 9:34).</p>



<figure class="wp-block-video"><video height="720" style="aspect-ratio: 1280 / 720;" width="1280" controls src="https://tangali.net/wp-content/uploads/2022/05/De-ongehoorzame-en-onbekwame-Ulama-780-Kb.mp4"></video></figure>



<p class="wp-block-paragraph">Wanneer religieuze leiders hun verantwoordelijkheid verwaarlozen, ontstaat er verwarring onder de gelovigen, verzwakt de morele structuur van de samenleving en wordt de zuiverheid van de religieuze leer aangetast. De klassieke geleerden benadrukken dat ware kennis niet alleen bestaat uit intellectuele beheersing van de teksten, maar vooral uit oprechtheid, gehoorzaamheid aan Allāh Ta’ālā en Zijn Boodschapper ﷺ, en het vermogen om leiding te geven met wijsheid, rechtvaardigheid en vrees voor Allāh Ta’ālā. (Sunan Ibn Mājah, Boek 36, Hadith 261). De problematiek van incompetente of ongehoorzame religieuze leiders is daarom niet slechts een morele kwestie, maar een directe bedreiging voor de spirituele gezondheid van de Ummah.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De Profeet ﷺ waarschuwde zelfs dat hij iets voor zijn Ummah vreesde dat erger is dan de Dajjāl: misleidende geleerden (Musnad Aḥmad, Hadith 22160). Deze waarschuwing benadrukt dat de schade die voortkomt uit corrupte religieuze autoriteit dieper reikt dan individuele dwaling; zij tast de fundamenten van geloof, praktijk en gemeenschap aan.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Binnen de klassieke traditie wordt benadrukt dat ware ʿulamāʾ degenen zijn die hun kennis omzetten in daden, zichzelf disciplineren en de gemeenschap beschermen tegen innovaties, misleiding en moreel verval. Al‑Ghazālī beschrijft in zijn Iḥyāʾ ʿUloom al‑Dīn dat kennis zonder zuivering van het hart leidt tot hoogmoed, misleiding en spirituele blindheid, en dat zulke geleerden een bron van fitnah kunnen worden (Iḥyāʾ ʿUloom al‑Dīn, Deel 1). Ook Ālāḥazrat Aḥmad Raza Khan benadrukt in Fatāwā Razviyya dat het volgen van onbekwame of ongehoorzame religieuze leiders een ernstige zonde is, omdat zij de gemeenschap afleiden van de weg van de Ahl al‑Sunnah (Fatāwā Razviyya, Deel 22).</p>



<p class="wp-block-paragraph">Daarnaast waarschuwt Bahāre Sharīʿat dat religieuze autoriteit een amānah is die alleen gedragen mag worden door personen met kennis, taqwā en betrouwbaarheid, omdat fouten van geleerden gevolgen hebben voor de gehele gemeenschap (Bahāre Sharīʿat, Deel 1). Wanneer deze eigenschappen ontbreken, ontstaat er een vacuüm waarin onwetendheid, verdeeldheid en spirituele schade zich snel verspreiden.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Deze inleiding vormt daarom een basis om dit thema verder te analyseren vanuit authentieke soennitische bronnen, waarbij de nadruk ligt op het onderscheiden van ware geleerden van misleidende figuren, en op het belang van kennis die geworteld is in oprechtheid, discipline en gehoorzaamheid aan Allah en Zijn Boodschapper ﷺ.</p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-07bbc3f0207d1f6028609de951f26652">De Gevaren van Afwijking: Een Analyse van Misleiding binnen Voorgaande Gemeenschappen en Hedendaagse ʿUlamāʾ</h5>



<p class="wp-block-paragraph">De joden en christenen hadden geen liefde voor de profeten Mūsā en ʿĪsā (ʿalayhimā al‑salām), dus volgden zij hun eigen ego en brachten wijzigingen aan in de Boeken die Allāh Ta’ālā aan deze profeten had geopenbaard. Deze joden en christenen volgden niet de uitleg van de verzen die door de profeten was gegeven. Hierdoor ontstonden stromingen binnen hun religie, omdat elke groep haar eigen interpretatie boven de oorspronkelijke openbaring stelde. De Heilige Qurʾān vermeldt dat zij woorden verdraaiden van hun juiste plaatsen en de boodschap aanpasten aan hun verlangens. Allāh Ta’ālā openbaart hierover</p>



<p class="has-text-align-right has-text-color has-link-color has-large-font-size wp-elements-5bde69dcd68a5d166dea3124f9b28c52 wp-block-paragraph" style="color:#05f707">أَفَتَطْمَعُونَ أَن يُؤْمِنُواْ لَكُمْ وَقَدْ كَانَ فَرِيقٌ مِّنْهُمْ يَسْمَعُونَ كَلاَمَ ٱللَّهِ ثُمَّ يُحَرِّفُونَهُ مِن بَعْدِ مَا عَقَلُوهُ وَهُمْ يَعْلَمُونَ</p>



<p class="wp-block-paragraph">“Verwacht je, dat zij je zullen geloven, terwijl een aantal hunner het woord van Allāh heeft vernomen en het verdraait, nadat zij het hebben begrepen, tegen beter weten in.” (Qurʾān 2:75).</p>



<p class="wp-block-paragraph">Dit zien wij ook bij sommige ʿulamāʾ binnen de islam terug. Ze beginnen te frauderen, liegen, snuiven, naar meisjes fluiten, en nog meer satanische handelingen. In plaats van de Sunnah van de Profeet Mohammed ﷺ te volgen, nemen zij beslissingen op basis van persoonlijke voorkeur, politieke druk of gemakzucht. Een duidelijk voorbeeld hiervan is het bepalen van het begin en einde van de Ramaḍān al‑Mubārak. In plaats van de Sharʿī‑richtlijnen te volgen, kijken zij naar wat andere landen beslissen, zelfs wanneer die beslissingen niet overeenkomen met de Sunnah of de fiqh‑principes van de Ahl al‑Sunnah. Dit is problematisch, want religieuze leiders behoren de gemeenschap te leiden op basis van kennis, taqwā en gehoorzaamheid aan Allāh Ta’ālā en Zijn Boodschapper ﷺ.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De Profeet ﷺ waarschuwde dat de grootste fitnah voor de Ummah misleidende geleerden zijn — mensen die religieuze autoriteit claimen maar handelen tegen de Sunnah (Musnad Aḥmad, Hadith 22160). Zulke leiders veroorzaken verdeeldheid, verwarring en spirituele schade. Al‑Ghazālī legt in Iḥyāʾ ʿUloom al‑Dīn uit dat kennis zonder oprechtheid en zelfdiscipline leidt tot hoogmoed en misleiding, en dat zulke geleerden een bron van fitnah worden in plaats van leiding (Iḥyāʾ ʿUloom al‑Dīn, Deel 1).</p>



<p class="wp-block-paragraph">Ālāḥazrat benadrukt in Fatāwā Razviyya dat het volgen van onbekwame of ongehoorzame religieuze leiders een ernstige zonde is, omdat zij de gemeenschap afleiden van de weg van de Ahl al‑Sunnah en beslissingen nemen die niet geworteld zijn in fiqh, maar in persoonlijke voorkeur (Fatāwā Razviyya, Deel 22). Ook Bahāre Sharīʿat waarschuwt dat religieuze autoriteit een amānah is die alleen gedragen mag worden door personen met kennis, betrouwbaarheid en vrees voor Allāh, omdat fouten van geleerden gevolgen hebben voor de gehele gemeenschap (Bahāre Sharīʿat, Deel 1).</p>



<p class="wp-block-paragraph">Wanneer ʿulamāʾ hun verantwoordelijkheid verwaarlozen, ontstaat er hetzelfde patroon als bij eerdere gemeenschappen: verdeeldheid, afwijking van de openbaring en het ontstaan van stromingen die niet geworteld zijn in de Sunnah. Daarom is het essentieel dat de Ummah onderscheid maakt tussen ware geleerden — die handelen volgens Qurʾān, Sunnah en fiqh — en degenen die hun eigen ego volgen. Alleen dan blijft de religieuze zuiverheid behouden en wordt de gemeenschap beschermd tegen misleiding.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Allāh Ta’ālā openbaart verder</p>



<p class="has-text-align-right has-text-color has-link-color has-large-font-size wp-elements-0374469915fe2a8b12a2cded4c71f906 wp-block-paragraph" style="color:#05f707">&nbsp;وَٱعْتَصِمُواْ بِحَبْلِ ٱللَّهِ جَمِيعاً وَلاَ تَفَرَّقُواْ وَٱذْكُرُواْ نِعْمَتَ ٱللَّهِ عَلَيْكُمْ إِذْ كُنْتُمْ أَعْدَآءً فَأَلَّفَ بَيْنَ قُلُوبِكُمْ فَأَصْبَحْتُمْ بِنِعْمَتِهِ إِخْوَاناً وَكُنْتُمْ عَلَىٰ شَفَا حُفْرَةٍ مِّنَ ٱلنَّارِ فَأَنقَذَكُمْ مِّنْهَا كَذٰلِكَ يُبَيِّنُ ٱللَّهُ لَكُمْ آيَاتِهِ لَعَلَّكُمْ تَهْتَدُونَ&nbsp;</p>



<p class="wp-block-paragraph">“En houdt u allen tezamen vast aan het koord van Allāh en weest niet verdeeld en gedenkt de gunst van Allāh, die Hij u bewees toen je vijanden was en Hij uw harten verenigde, zo werd je door Zijn gunst broeders en je was aan de rand van een vuurput en Hij redde u er van. Zo legt Allāh u Zijn geboden uit opdat je zult worden geleid.” (Qur’ān 3:103)</p>



<p class="has-text-align-right has-text-color has-link-color has-large-font-size wp-elements-7f6ecec017cab7d7e279f86ab7977ad2 wp-block-paragraph" style="color:#05f707">&nbsp;يَا أَيُّهَا ٱلَّذِينَ آمَنُواْ أَطِيعُواْ ٱللَّهَ وَأَطِيعُواْ ٱلرَّسُولَ وَأُوْلِي ٱلأَمْرِ مِنْكُمْ فَإِن تَنَازَعْتُمْ فِي شَيْءٍ فَرُدُّوهُ إِلَى ٱللَّهِ وَٱلرَّسُولِ إِن كُنْتُمْ تُؤْمِنُونَ بِٱللَّهِ وَٱلْيَوْمِ ٱلآخِرِ ذٰلِكَ خَيْرٌ وَأَحْسَنُ تَأْوِيلاً&nbsp;</p>



<p class="wp-block-paragraph">“O, gij die gelooft, gehoorzaamt Allāh en Zijn boodschapper en degenen, die onder u gezag hebben. En indien gij over iets twist, verwijst het naar Allāh en Zijn boodschapper, als gij gelooft in Allāh en de laatste Dag. Dit is beter en uiteindelijk het beste.” (Qur’ān 4:59)\</p>



<p class="has-text-align-right has-text-color has-link-color has-large-font-size wp-elements-735286cfc64c0ec3c124ba923c1909b2 wp-block-paragraph" style="color:#05f707">&nbsp;يٰأَيُّهَا ٱلَّذِينَ آمَنُوۤاْ أَطِيعُواْ اللَّهَ وَأَطِيعُواْ ٱلرَّسُولَ وَلاَ تُبْطِلُوۤاْ أَعْمَالَكُمْ</p>



<p class="wp-block-paragraph">“O gij die gelooft, gehoorzaamt Allāh en de boodschapper en maakt uw werken niet nutteloos.”  (Qur’ān 47:33)</p>



<p class="wp-block-paragraph">Allāh Ta’ālā openbaart keer op keer in de Heilige Qurʾān dat de moslims Allāh Ta’ālā en de Heilige Profeet Mohammed ﷺ moeten gehoorzamen, en dus moeten doen wat in de heilige Geschriften is voorgeschreven. Om Allāh Ta’ālā en de Profeet Mohammed ﷺ te gehoorzamen, moeten we ons goed bewust zijn van de inhoud van de Heilige Qurʾān. Allāh Ta’ālā vertelt ons in de Heilige Qurʾān dat wij kennis moeten hebben om Hem te vrezen. Dat komt omdat het hebben van kennis betekent dat wij ons goed bewust zijn van Allāh Ta’ālā en van de islam.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Theologische toelichting</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">De kern van jouw tekst draait om een fundamenteel principe binnen de islamitische theologie: gehoorzaamheid aan Allāh Ta’ālā en Zijn Boodschapper ﷺ is de basis van īmān en de sleutel tot leiding (hidāyah). De Qurʾān benadrukt herhaaldelijk dat ware gelovigen Allāh Ta’ālā en Zijn Boodschapper ﷺ moeten gehoorzamen (Qurʾān 4:59). Deze gehoorzaamheid is niet abstract, maar concreet verbonden aan het volgen van de openbaring zoals die in de Heilige Qurʾān en de authentieke Sunnah is vastgelegd.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>1. Gehoorzaamheid als goddelijke opdracht: </strong>De Qurʾān maakt duidelijk dat gehoorzaamheid aan de Profeet ﷺ een directe vorm van gehoorzaamheid aan Allāh is (Qurʾān 4:80). De Profeet ﷺ verduidelijkte dat wie zich afwendt van zijn Sunnah, niet tot zijn gemeenschap behoort (Sunan Ibn Mājah, Boek 1, Hadith 2). In de theologie wordt dit gezien als een tweeledige gehoorzaamheid: aan Allāh door Zijn geboden, en aan de Profeet ﷺ door zijn uitleg en toepassing van de openbaring.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>2. Kennis als voorwaarde voor gehoorzaamheid: </strong>De Qurʾān koppelt kennis direct aan vrees voor Allāh: “Alleen de geleerden vrezen Allāh werkelijk” (Qurʾān 35:28). Al‑Ghazālī legt uit dat kennis (ʿilm) een licht (nūr) is dat Allāh in het hart plaatst, en dat ware kennis leidt tot nederigheid en gehoorzaamheid (Iḥyāʾ ʿUloom al‑Dīn, Deel 1). Onwetendheid daarentegen leidt tot afwijking en ongehoorzaamheid.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>3. Waarom kennis leidt tot vrees voor Allāh: </strong>De theologische logica is dat wie Allāh kent, Zijn eigenschappen begrijpt en Zijn grootheid beseft, vanzelf tot khashyah komt. De Profeet ﷺ zei dat wie Allāh het meest vreest, degene is met de meeste kennis (Ṣaḥīḥ al‑Bukhārī, Boek 1, Hadith 71). Daarom is kennis een spirituele bescherming tegen dwaling.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>4. De rol van de Qur</strong><strong>ʾ</strong><strong>ā</strong><strong>n in het vormen van dit bewustzijn: </strong>De Qurʾān is de primaire bron van leiding en morele vorming. De Sunnah is de praktische uitleg daarvan. Ālāḥazrat benadrukt in Fatāwā Razviyya dat het onmogelijk is om de Qurʾān correct te volgen zonder de Sunnah, omdat de Profeet ﷺ de enige is die de openbaring volledig heeft uitgelegd (Fatāwā Razviyya, Deel 6).</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>5. Gehoorzaamheid als fundament van een gezonde gemeenschap: </strong>Wanneer individuen en leiders de Qurʾān en Sunnah volgen, ontstaat eenheid en spirituele groei. Wanneer zij dit niet doen, ontstaat verdeeldheid en fitnah. Bahāre Sharīʿat waarschuwt dat religieuze autoriteit een amānah is die alleen gedragen mag worden door personen met kennis, taqwā en betrouwbaarheid (Bahāre Sharīʿat, Deel 1). De Profeet ﷺ waarschuwde dat misleidende geleerden een grotere fitnah vormen dan de Dajjāl (Musnad Aḥmad, Deel 5, Hadith 22160).</p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-c65761ff15b8c920add5aa01b074c16a">De Gevaarlijke Afleiding van Wereldse Gunst: Een Goddelijke Waarschuwing aan de Gelovigen</h5>



<p class="wp-block-paragraph">De Heilige Qurʾān herinnert de gelovigen herhaaldelijk aan het gevaar van wereldse afleiding. Rijkdom, bezit en familie zijn zegeningen van Allāh Ta’ālā, maar kunnen, wanneer zij het hart domineren, een oorzaak worden van geestelijke verlies. In Surah al‑Munāfiqūn waarschuwt Allāh Ta’ālā dat deze wereldse zaken de mens niet mogen afhouden van Zijn gedachtenis en gehoorzaamheid. Deze goddelijke waarschuwing vormt de basis voor een diepere reflectie op onze verantwoordelijkheden als moslims en op de noodzaak om ons voor te bereiden op de Dag des Oordeels. Allāh Ta’ālā openbaart:</p>



<p class="has-text-align-right has-text-color has-link-color has-large-font-size wp-elements-ba22e92abc0e0b8a7ccccb52c2293c79 wp-block-paragraph" style="color:#05f707">يٰأَيُّهَا ٱلَّذِينَ آمَنُواْ لاَ تُلْهِكُمْ أَمْوَالُكُمْ وَلاَ أَوْلاَدُكُمْ عَن ذِكْرِ ٱللَّهِ وَمَن يَفْعَلْ ذَلِكَ فَأُوْلَـٰئِكَ هُمُ ٱلْخَاسِرُونَ<br>وَأَنفِقُواْ مِن مَّا رَزَقْنَاكُمْ مِّن قَبْلِ أَن يَأْتِيَ أَحَدَكُمُ ٱلْمَوْتُ فَيَقُولَ رَبِّ لَوْلاۤ أَخَّرْتَنِيۤ إِلَىٰ أَجَلٍ قَرِيبٍ فَأَصَّدَّقَ وَأَكُن مِّنَ ٱلصَّالِحِينَ<br>وَلَن يُؤَخِّرَ ٱللَّهُ نَفْساً إِذَا جَآءَ أَجَلُهَآ وَٱللَّهُ خَبِيرٌ بِمَا تَعْمَلُونَ</p>



<p class="wp-block-paragraph">“O gij die gelooft, laat uw rijkdommen en uw kinderen u niet afleiden van de gedachtenis aan Allāh. En wie dat doet behoort tot de verliezers. En besteedt uit datgene waarvan Wij u voorzien hebben voordat de dood één uwer overvalt en deze zegt: ‘Mijn Heer! Waarom hebt Gij mij niet voor een wijle uitstel verleend, opdat ik aalmoezen zou kunnen geven en tot de rechtvaardigen behoren?’ En Allāh geeft niemand uitstel wanneer zijn tijd is gekomen; en Allāh is volkomen op de hoogte van hetgeen gij doet.” (Qurʾān 63:9–11)</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Theologische toelichting</strong><strong></strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">Mensen hebben de gewoonte om afgeleid te raken door wereldse zaken. Dit is een van de redenen waarom de manipulatie van de menselijke geest zo gemakkelijk te bereiken is. Zelfs gelovigen kunnen afgeleid raken of trots worden op hun familie of hun bezittingen. Wanneer iemand met iets gezegend wordt, is het eenvoudig om Allāh Ta’ālā te vergeten, terwijl Hij Degene is Die deze gunsten heeft geschonken (Qurʾān 14:7). Daarom herinnert Allāh Ta’ālā ons aan onze verantwoordelijkheden als moslims. De Profeet Mohammed ﷺ waarschuwde dat de wereld zoet en aantrekkelijk is, en dat Allāh ons daarin zal beproeven om te zien hoe wij handelen (Ṣaḥīḥ Muslim, Boek 42, Hadith 99). Wie zich laat afleiden door rijkdom of kinderen, verliest zijn spirituele focus en behoort tot de verliezers, zoals in de verzen hierboven vermeld.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Al‑Ghazālī legt uit dat het hart van de mens geneigd is tot verstrooiing, en dat alleen voortdurende dhikr en bewustzijn van Allāh het hart zuivert en beschermt tegen misleiding (Iḥyāʾ ʿUloom al‑Dīn, Deel 3). Ālāḥazrat benadrukt dat wereldse afleiding een van de grootste oorzaken is van ongehoorzaamheid, omdat het de mens wegleidt van zijn werkelijke doel: de tevredenheid van Allāh (Fatāwā Razviyya, Deel 24). Wanneer de dood komt, krijgt niemand uitstel. De mens zal dan wensen dat hij meer sadaqāh had gegeven en meer rechtvaardige daden had verricht. Bahāre Sharīʿat benadrukt dat het verrichten van goede daden vóór de dood een verplichting is, omdat berouw en goede voornemens na het sterven geen nut meer hebben (Bahāre Sharīʿat, Deel 1).</p>



<p class="wp-block-paragraph">Daarom moeten moslims zich voorbereiden op de Dag des Oordeels door gehoorzaam te zijn aan Allāh Ta’ālā en Zijn Boodschapper ﷺ. Wie niet gehoorzaam is geweest, zal eerst gestraft worden voordat hij het Paradijs mag binnengaan (Sunan al‑Tirmidhī, Boek 38, Hadith 2627).</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Wie de Boodschapper gehoorzaamt, gehoorzaamt Allāh” — De Essentie van Islamitische Gehoorzaamheid</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">Allāh Ta’ālā zegt: “Gehoorzaam Allāh Ta’ālā en gehoorzaam de Boodschapper en degenen die belast zijn met autoriteit onder jullie. Als u van mening verschilt in iets onder u, verwijs het dan naar Allāh Ta’ālā en Zijn Boodschapper als u in Allāh Ta’ālā en de Laatste Dag gelooft: Dat is het beste en het meest geschikt voor definitieve vastberadenheid.” (Qurʾān 4:59)</p>



<p class="wp-block-paragraph">Allāh Ta’ālā openbaart:</p>



<p class="has-text-align-right has-text-color has-link-color has-large-font-size wp-elements-fd68335e699c349d101475f91b87b6ae wp-block-paragraph" style="color:#05f707">إِنَّآ أَرْسَلْنَٰكَ شَٰهِداً وَمُبَشِّراً وَنَذِيراً<br>لِّتُؤْمِنُواْ بِٱللَّهِ وَرَسُولِهِ وَتُعَزِّرُوهُ وَتُوَقِّرُوهُ وَتُسَبِّحُوهُ بُكْرَةً وَأَصِيلاً<br>إِنَّ ٱلَّذِينَ يُبَايِعُونَكَ إِنَّمَا يُبَايِعُونَ ٱللَّهَ يَدُ ٱللَّهِ فَوْقَ أَيْدِيهِمْ فَمَن نَّكَثَ فَإِنَّمَا يَنكُثُ عَلَىٰ نَفْسِهِ وَمَنْ أَوْفَىٰ بِمَا عَاهَدَ عَلَيْهُ ٱللَّهَ فَسَيُؤْتِيهِ أَجْراً عَظِيماً</p>



<p class="wp-block-paragraph">“Wij hebben u (Profeet Mohammed ﷺ) als getuige en drager van blijde tijdingen en als waarschuwer gezonden. Opdat gij in Allāh en Zijn Boodschapper zoudt geloven, hem steunen en eren en Hem ’s morgens en ’s avonds zoudt verheerlijken. Voorwaar, zij die u trouw zweren, zweren trouw aan Allāh; Allāhs hand rust op hun handen. Doch wie zijn eed schendt, doet dit tot zijn eigen nadeel, en wie zijn belofte aan Allāh vervult, Hij zal hem een grote beloning geven.” (Qurʾān 48:8–10)</p>



<p class="wp-block-paragraph">Allāh Ta’ālā zegt verder:</p>



<p class="has-text-align-right has-text-color has-link-color has-large-font-size wp-elements-98e4ebcbdc2c087ae02987e0a4998361 wp-block-paragraph" style="color:#05f707">مَّنْ يُطِعِ ٱلرَّسُولَ فَقَدْ أَطَاعَ ٱللَّهَ</p>



<p class="wp-block-paragraph">“Wie de Boodschapper gehoorzaamt, gehoorzaamt inderdaad Allāh.” (Qurʾān 4:80)</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Theologische toelichting</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">1. Gehoorzaamheid aan Allāh en Zijn Boodschapper ﷺ is één geheel: De Qurʾān maakt duidelijk dat gehoorzaamheid aan de Profeet ﷺ niet optioneel is, maar een verlenging van gehoorzaamheid aan Allāh (Qurʾān 4:80). De Profeet ﷺ zei dat wie zich afwendt van zijn Sunnah, niet tot zijn gemeenschap behoort (Sunan Ibn Mājah, Boek 1, Hadith 2).</p>



<p class="wp-block-paragraph">2. Terugverwijzen naar Qurʾān en Sunnah bij meningsverschillen: Qurʾān 4:59 vormt de basis van islamitische rechtsmethodologie:</p>



<ul class="wp-block-list">
<li>meningsverschillen worden niet opgelost door emoties,</li>



<li>niet door meerderheid,</li>



<li>maar door terug te keren naar Qurʾān en Sunnah.</li>
</ul>



<p class="wp-block-paragraph">Ālāḥazrat benadrukt dat elke uitspraak van een geleerde ongeldig is als deze tegen Qurʾān en Sunnah ingaat (Fatāwā Razviyya, Deel 6).</p>



<p class="wp-block-paragraph">3. De verplichting om de Profeet ﷺ te eren en te steunen</p>



<p class="wp-block-paragraph">Qurʾān 48:8–10 toont drie plichten:</p>



<ul class="wp-block-list">
<li>geloven in de Profeet ﷺ,</li>



<li>hem steunen (taʿzīr),</li>



<li>hem eren (taqwīr).</li>
</ul>



<p class="wp-block-paragraph">Al‑Ghazālī legt uit dat het eren van de Profeet ﷺ een voorwaarde is voor de zuiverheid van het hart en de acceptatie van daden (Iḥyāʾ ʿUloom al‑Dīn, Deel 2).</p>



<p class="wp-block-paragraph">4. Gehoorzaamheid beschermt tegen spirituele verlies: De Qurʾān noemt degenen die afgeleid raken van gehoorzaamheid “verliezers” (Qurʾān 63:9). Bahāre Sharīʿat benadrukt dat ongehoorzaamheid leidt tot spirituele schade en dat gehoorzaamheid de sleutel is tot redding (Bahāre Sharīʿat, Deel 1).</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Gehoorzaamheid aan de Boodschapper </strong><strong>ﷺ</strong><strong>: Een Onmisbare Voorwaarde voor Īmān</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">Elk vers in de Heilige Qurʾān dat spreekt over het gehoorzamen van de Profeet Mohammed ﷺ maakt duidelijk dat deze gehoorzaamheid <strong>verplicht</strong> is voor alle gelovigen. Daarom zijn de praktijken (Sunnah) van de Profeet Mohammed ﷺ onberispelijk en staan zij onder de bescherming van Allāh Ta’ālā. Met andere woorden: <strong>alles in de Sunnah is gebaseerd op Openbaring</strong>, en het volgen ervan is een essentieel onderdeel van īmān. Allāh Ta’ālā openbaart:</p>



<p class="has-text-align-right has-text-color has-link-color has-large-font-size wp-elements-2d0c3741d655cf7f3d3f2a78d9faf9e7 wp-block-paragraph" style="color:#05f707">وَمَا كَانَ لِمُؤْمِنٍ وَلَا مُؤْمِنَةٍ إِذَا قَضَى ٱللَّهُ وَرَسُولُهُ أَمْرًا أَن يَكُونَ لَهُمُ ٱلْخِيَرَةُ مِنْ أَمْرِهِمْ ۗ وَمَن يَعْصِ ٱللَّهَ وَرَسُولَهُ فَقَدْ ضَلَّ ضَلَٰلًا مُّبِينًا</p>



<p class="wp-block-paragraph">“En het betaamt de gelovige man of vrouw niet, wanneer Allāh en Zijn Boodschapper over een zaak hebben beslist, dat er voor hen nog een keuze zou zijn in die zaak. En wie Allāh en Zijn Boodschapper niet gehoorzaamt, is zeker klaarblijkelijk afgedwaald.” (Qurʾān 33:36)</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Theologische toelichting</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>1. Gehoorzaamheid aan de Profeet </strong><strong>ﷺ</strong><strong> is verplicht: </strong>De Qurʾān maakt duidelijk dat wanneer Allāh Ta’ālā en Zijn Boodschapper ﷺ een beslissing geven, de gelovige <strong>geen keuzevrijheid</strong> meer heeft (Qurʾān 33:36). Dit toont dat de Sunnah niet optioneel is, maar een <strong>bindende bron van wetgeving</strong>. De Profeet ﷺ zei: “Wie zich afwendt van mijn Sunnah, behoort niet tot mij.” (Sunan Ibn Mājah, Boek 1, Hadith 2)</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>2. Gehoorzaamheid aan de Profeet </strong><strong>ﷺ</strong><strong> = gehoorzaamheid aan Allāh: </strong>Allāh Ta’ālā zegt:</p>



<p class="has-text-align-right has-text-color has-link-color has-large-font-size wp-elements-3c34d9b3f014e11b13ed080641b4378e wp-block-paragraph" style="color:#05f707">مَّن يُطِعِ ٱلرَّسُولَ فَقَدْ أَطَاعَ ٱللَّهَ</p>



<p class="wp-block-paragraph">“Wie de Boodschapper gehoorzaamt, gehoorzaamt inderdaad Allāh.” (Qurʾān 4:80). Dit is een van de sterkste bewijzen dat de Sunnah <strong>openbaring</strong> is en dat de Profeet ﷺ niet uit eigen begeerte spreekt (Qurʾān 53:3–4).</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>3. De Sunnah staat onder goddelijke bescherming: </strong>Ālāḥazrat schrijft dat de daden van de Profeet ﷺ vrij zijn van fouten in religieuze zaken, omdat Allāh Ta’ālā hem bewaakt tegen dwaling (Fatāwā Razviyya, Deel 6). Al‑Ghazālī benadrukt dat de Sunnah de praktische uitleg is van de Qurʾān, en dat gehoorzaamheid aan de Profeet ﷺ noodzakelijk is voor spirituele zuiverheid (Iḥyāʾ ʿUloom al‑Dīn, Deel 1).</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>4. Gehoorzaamheid leidt tot leiding en succes: </strong>Bahāre Sharīʿat legt uit dat gehoorzaamheid aan de Profeet ﷺ de weg opent naar leiding, terwijl ongehoorzaamheid leidt tot spirituele blindheid en verlies (Bahāre Sharīʿat, Deel 1).</p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-16cef82263b1e08f0b7eb2f5e52bc8dc">Besluit</h5>



<p class="wp-block-paragraph">Uit de aangehaalde verzen en klassieke bronnen blijkt onmiskenbaar dat gehoorzaamheid aan Allāh Ta’ālā en Zijn Boodschapper ﷺ de kern vormt van het geloof en de basis is voor leiding, eenheid en spirituele zuiverheid binnen de Ummah. De Heilige Qurʾān maakt duidelijk dat de gelovige geen keuzevrijheid heeft wanneer Allāh Ta’ālā en Zijn Boodschapper ﷺ een oordeel hebben uitgesproken; ware īmān betekent volledige overgave aan de goddelijke openbaring. De Sunnah van de Profeet Mohammed ﷺ is daarbij niet slechts een historische traditie, maar een door Allāh beschermde en onmisbare uitleg van de Qurʾān.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Wanneer moslims deze gehoorzaamheid verwaarlozen, ontstaat verwarring, verdeeldheid en spirituele achteruitgang — precies zoals gebeurde bij eerdere gemeenschappen die hun profeten niet volgden. Maar wanneer de gelovigen zich vasthouden aan Qurʾān en Sunnah, ontstaat er helderheid, stabiliteit en een sterke band met Allāh Ta’ālā.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Daarom is het noodzakelijk dat iedere moslim, en in het bijzonder de ʿulamāʾ, zich bewust blijft van deze verantwoordelijkheid. Gehoorzaamheid is geen theoretisch concept, maar een dagelijkse praktijk die het hart zuivert, het geloof versterkt en de weg opent naar succes in deze wereld en verlossing in het Hiernamaals.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Lees ook <a href="https://tangali.net/correcte-of-corrupte-moslimleiders/" data-type="post" data-id="401">Correcte of corrupte moslimleiders</a> >>></p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-77c370aed5d754a0fd038f59b44a806e">Bronnen</h5>



<ul class="wp-block-list">
<li>Aḥmad ibn Ḥanbal. (z.j.). <em>Musnad A</em><em>ḥ</em><em>mad</em>, Deel 5, Hadith 22160.</li>



<li>Ālāḥazrat al‑Bareilwī. (z.j.). <em>Fatāwā Razviyya</em>, Deel 1–30.</li>



<li>al‑Bukhārī, M. (z.j.). <em>Ṣ</em><em>a</em><em>ḥ</em><em>ī</em><em>ḥ</em><em> al‑Bukhārī</em>, Deel 1, Boek 1, Hadith 71.</li>



<li>al‑Ghazālī, A. H. M. (z.j.). <em>I</em><em>ḥ</em><em>yā</em><em>ʾ</em><em> </em><em>ʿ</em><em>Ul</em><em>o</em><em>om al‑D</em><em>ī</em><em>n</em>, Deel 1–4.</li>



<li>al‑Tirmidhī, M. (z.j.). <em>Sunan al‑Tirmidhī</em>, Deel 5, Boek 38, Hadith 2627.</li>



<li>Amjad ʿAlī Aʿẓamī. (z.j.). <em>Bahāre Sharī</em><em>ʿ</em><em>at</em>, Deel 1–20.</li>



<li>Ibn Mājah, M. (z.j.). <em>Sunan Ibn Mājah</em>, Deel 1, Boek 1, Hadith 2.</li>



<li>Ibn Mājah, M. (z.j.). <em>Sunan Ibn Mājah</em>, Deel 5, Boek 36, Hadith 261.</li>



<li>Muslim, M. (z.j.). <em>Ṣ</em><em>a</em><em>ḥ</em><em>ī</em><em>ḥ</em><em> Muslim</em>, Deel 4, Boek 42, Hadith 99.</li>



<li>Qurʾān 2:75. (z.j.). <em>Al‑Baqarah</em>.</li>



<li>Qurʾān 4:59. (z.j.). <em>Al‑Nisā</em><em>ʾ</em>.</li>



<li>Qurʾān 4:80. (z.j.). <em>Al‑Nisā</em><em>ʾ</em>.</li>



<li>Qurʾān 9:34. (z.j.). <em>Al‑Tawbah</em>.</li>



<li>Qurʾān 14:7. (z.j.). <em>Ibrāhīm</em>.</li>



<li>Qurʾān 33:36. (z.j.). <em>Al‑A</em><em>ḥ</em><em>zāb</em>.</li>



<li>Qurʾān 35:28. (z.j.). <em>Fā</em><em>ṭ</em><em>ir</em>.</li>



<li>Qurʾān 48:8–10. (z.j.). <em>Al‑Fat</em><em>ḥ</em>.</li>



<li>Qurʾān 53:3–4. (z.j.). <em>Al‑Najm</em>.</li>



<li>Qurʾān 63:9. (z.j.). <em>Al‑Munāfiqūn</em>.</li>



<li>Qurʾān 63:9–11. (z.j.). <em>Al‑Munāfiqūn</em>.</li>
</ul>
<p><a class="a2a_button_facebook" href="https://www.addtoany.com/add_to/facebook?linkurl=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Fde-ongehoorzame-en-onbekwame-ulema%2F&amp;linkname=De%20ongehoorzame%20en%20onbekwame%20Ulam%C4%81" title="Facebook" rel="nofollow noopener" target="_blank"></a><a class="a2a_button_mastodon" href="https://www.addtoany.com/add_to/mastodon?linkurl=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Fde-ongehoorzame-en-onbekwame-ulema%2F&amp;linkname=De%20ongehoorzame%20en%20onbekwame%20Ulam%C4%81" title="Mastodon" rel="nofollow noopener" target="_blank"></a><a class="a2a_button_email" href="https://www.addtoany.com/add_to/email?linkurl=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Fde-ongehoorzame-en-onbekwame-ulema%2F&amp;linkname=De%20ongehoorzame%20en%20onbekwame%20Ulam%C4%81" title="Email" rel="nofollow noopener" target="_blank"></a><a class="a2a_dd addtoany_share_save addtoany_share" href="https://www.addtoany.com/share#url=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Fde-ongehoorzame-en-onbekwame-ulema%2F&#038;title=De%20ongehoorzame%20en%20onbekwame%20Ulam%C4%81" data-a2a-url="https://tangali.net/de-ongehoorzame-en-onbekwame-ulema/" data-a2a-title="De ongehoorzame en onbekwame Ulamā"></a></p>]]></content:encoded>
					
		
		<enclosure url="https://tangali.net/wp-content/uploads/2022/05/De-ongehoorzame-en-onbekwame-Ulama-780-Kb.mp4" length="343366896" type="video/mp4" />

			</item>
		<item>
		<title>Kwaliteiten van een Mujaddid in Islam‏</title>
		<link>https://tangali.net/kwaliteiten-van-een-mujaddid-in-islam/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[© Shaykh Dr Mohamed Juzoef Tangali Qādri Noorani]]></dc:creator>
		<pubDate>Tue, 06 Nov 2012 10:36:00 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Alahazrat publ]]></category>
		<category><![CDATA[Leiderschap]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://tangali.net/?p=1145</guid>

					<description><![CDATA[Allama Maulana Imran Raza Khan Samnani Mia al Qadri Inleiding Sayyidena Abu-Huraira (radi Allāhu anhu) vertelt dat Sayyidena Rasūlullāh ﷺ zei: “Voorwaar, Allah zal aan het begin van elke eeuw een dergelijke persoon uit deze Ummah sturen die hun religie (Deen) zal verfrissen en herstellen.” De hierboven vermelde Hadith is geregistreerd door de volgende Hadith [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p class="wp-block-paragraph"><strong>Allama Maulana Imran Raza Khan Samnani Mia al Qadri</strong></p>



<h5 class="wp-block-heading"><strong>Inleiding</strong></h5>



<p class="wp-block-paragraph">Sayyidena Abu-Huraira (radi Allāhu anhu) vertelt dat Sayyidena Rasūlullāh ﷺ zei: “Voorwaar, Allah zal aan het begin van elke eeuw een dergelijke persoon uit deze Ummah sturen die hun religie (Deen) zal verfrissen en herstellen.”</p>



<p class="wp-block-paragraph">De hierboven vermelde Hadith is geregistreerd door de volgende Hadith Meesters: Imam Abu-Da&#8217;ood, en Imam Hākim in zijn Mustadrak, Imam Baihāqi in zijn Al-Ma’rifa, gerapporteerd door de grote Hadith Meester Imam Jalāluddin Suyuti in zijn al-Jama&#8217;e Saghir fi al-Hadith al &#8211; Bashir wal-Nazir, en Imam Baihāqi heeft ook verhaald in zijn Al-Mudkhal en Imam Hasan bin Sufyan en Imam Bazar, in hun Musnad, Imam Tabrānī in zijn al-Mu&#8217;jam al-al-Awsat, Adee Imam Ibn &#8216;in zijn Kamil en Imam Abu-Na&#8217;eem in zijn al-Hil&#8217;ya.</p>



<p class="wp-block-paragraph">In een commentaar op de authenticiteit van de bovenstaande Hadith Sharief heeft Allama Imam Isma&#8217;il Haqqee in zijn marginale aantekeningen in Sirāj al-Munir Jame&#8217;h Sharh al-Saghier geschreven: &#8220;Mijn Sheikh zei dat er een consensus van de Hadith Meesters bestaat dat deze Hadith Sahīh is.&#8221;</p>



<p class="wp-block-paragraph">Onder de latere Hadith Meesters die deze Hadith Sharief als Sahīh hebben geverifieerd zijn Allama Imam Abul-Fadl Iraqi Allama en Imam Ibn Hajar en onder hen de voorganger Imam Hākim (auteur van Sahīh al-Mustadrak) en Imam Baihāqi (auteur van al-Mudkhal).</p>



<p class="wp-block-paragraph">Imam Jalāluddin Suyuti heeft in zijn Mirqat al-Saood&#8217;s marginale notities gemaakt uit de Sunan Abu-Da&#8217;ood records: “Het is een consensus van de Muhaddithīn (Hadith Meesters) dat deze Hadith Sahīh is”.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Met andere woorden, de periode waarin er een tekort is aan kennis en een verslechtering is opgetreden in het volgen van de Sunnah, wanneer er een toename is van valse innovaties en onwetendheid, stuurt Allāh Ta’ālā een persoon aan het begin of het einde van elke eeuw die het verschil laat zien tussen de Sunnah en Bid’ah. Hij zal de valse innovaties weerleggen en vernietigen en niemand vrezen, dan Allāh Ta’ālā. Hij zal zeer moedig en oprecht de vlag van de Dīn-e-Muhammadi hijsen. Deze persoon is bekend als een “Mujaddid” van Dīn.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De auteur van het boek &#8220;Sirāj al-Muneer Jame&#8217;h Sharh al-Saghier&#8221; heeft uiteengezet wie een Mujaddid is met de volgende woorden: ‘&#8217;Met andere woorden, het doen herleven van de Deen, het doen herleven van de leer van de Heilige Qur’ān en Sunnah (omdat die worden vernietigd door onnozele mensen)) en het Gebod geven volgens de Heilige Qur’ān en Sunnah.&#8221;</p>



<p class="wp-block-paragraph">Allama Munaadi (Alayhir Rahma) verklaart: &#8220;Een Mujaddid is iemand die Sunnah scheidt van Bid&#8217;ah en wie de status van de Ahle Bid&#8217;ah degradeert.&#8221;</p>



<h5 class="wp-block-heading"><strong>Waarom komt een Mujaddid (hersteller) iedere 100 jaar?</strong></h5>



<p class="wp-block-paragraph">Een Mujaddid wordt gestuurd na elke 100 jaar, omdat na elke eeuw de omgeving, het leefmilieu, de manier van denken de mensen neigen tot een enorme transformatie. Het is vermeld in de Hadith van Bukhārī Sharief dat tijdens de laatste fasen van de Profeet Mohammed ﷺ zijn fysieke leven, op een nacht, na het verrichten van Ishā namāz opstond en zei:</p>



<p class="wp-block-paragraph">&#8216;Zal ik jullie op de hoogte brengen van het belang van deze nacht? Vanaf deze nachten verder, tot aan het einde van 100 jaar periode, zal de persoon die leeft op de aarde (actueel) niet meer in leven zijn.&#8221;</p>



<h5 class="wp-block-heading"><strong>Het concept van Tajdid van de Dīn</strong></h5>



<p class="wp-block-paragraph">De juiste betekenis of begrip Tajdid (herstellen) is dat een of meer kwaliteiten te vinden zijn in een persoon waardoor de Ummat-e-Muhammadiyya religieuze voordeel kan hebben door bijvoorbeeld islamitisch onderwijs, lezingen en verspreiding, mensen voorlichten en verbieden tegen het kwaad en het bijstaan van de Waarheid.</p>



<h5 class="wp-block-heading"><strong>De kwaliteiten van een Mujaddid</strong></h5>



<ol class="wp-block-list">
<li>Het is niet noodzakelijk dat een Mujaddid afstamt van de Ahle-Bayt zoals is bevestigd door de sjiieten en andere sekten.</li>



<li>Het is niet noodzakelijk dat een Mujaddid een mujtahid is.</li>



<li>Wat absoluut noodzakelijk is, is dat hij een soenniet is met de juiste opvattingen volgens de Ahle-Sunnah wa Jamā’ah.</li>



<li>Hij heeft diepgaand kennis van de Deen en is dus een Alim.</li>



<li>Hij is een Meester in en beheerst de meeste van de Wetenschappen.</li>



<li>Hij is een uitstekende geleerde van zijn tijd.</li>



<li>Zijn dienstbaarheid voor de Deen is louter voor het plezier van Allāh Ta’ālā en Zijn Rasoel ﷺ en niet voor de hebzucht van rijkdom en andere wereldse winstbejag.</li>



<li>Hij is onbevreesd voor de oppositie en de machthebbers van zijn tijd.</li>



<li>Hij zal niet handelen of uitspraken doen omwille van enige persoon, maar omwille van Allāh Ta’ālā en Zijn Rasoel ﷺ.</li>



<li>Hij zal niet bang zijn om te spreken of de Waarheid in alle omstandigheden verdoezelen.</li>



<li>Hij zal geen gebruik maken van de religie om wereldlijke roem te krijgen.</li>



<li>Hij zal een zeer vroom persoon zijn en Allāh Ta’ālā vrezen.</li>



<li>Hij zal perfecte mix van de Shari&#8217;ah en Tariqah hebben.</li>



<li>Hij zal oppositie tegen de Shari&#8217;ah niet tolereren.</li>



<li>En volgens Allama Imam Ismaël Haqqee, is het noodzakelijk voor een Mujaddid, dat hij zowel in het laatste gedeelte van de eeuw was hij geboren en het begin van de volgende eeuw overlijdt en dat hij beroemd is en een fontein met vocaal gezag van religie heeft voor de Schriftgeleerden (Ulema) van zijn tijd.</li>



<li>Het is ook noodzakelijk voor een Mujaddid dat de Ulema van zijn tijd hem observeren, voordeel aan hem hebben en overtuigd zijn van zijn onberispelijke levensstijl en diepgaande kennis, en daarmee hem erkennen en hem in het openbaar aankondigen als een Mujaddid.</li>



<li>Daarom is het belangrijk dat een Mujaddid een perfecte belichaming en Aliem is van zowel de externe (Shari&#8217;ah) en interne (geestelijke) wetenschappen ter bevordering van Kennis, de bescherming van de Sunnah en het bestrijden en vernietigen van Bid’ah.</li>
</ol>



<h5 class="wp-block-heading"><strong>Identificatie van een Mujaddid</strong><strong></strong></h5>



<p class="wp-block-paragraph">Shaikh al-Islam Imam Badr Al-Dīn Abdal stelt in zijn boek, Risālah Mardiyyah fi al-Nusrat Madhab al-Ashariyya: &#8220;Een Mujaddid is erkend door de sterke opinie van de edele Ulema van zijn tijd, die veel profijt hebben aan zijn toestand en productieve Kennis. Hij zal een belichaming van zowel uiterlijke als innerlijke wetenschappen zijn ter ondersteunen en verdedigen van de Sunnah en uitdagend en verslaand voor Bid&#8217;ah.&#8221;</p>



<h5 class="wp-block-heading"><strong>Kan er meer dan één Mujaddid in een eeuw voorkomen?</strong><strong></strong></h5>



<p class="wp-block-paragraph">Er kan meer, en er is al meer dan een Mujaddid in een eeuw geweest. In de Hadith is het Arabische woord Mujaddid gebruikt om uitleg te geven over de komst van de Mujaddid in het enkelvoud, maar volgens de betekenis (uitleg) is het een meervoud zoals het is uitgelegd in de Kitābs van Usool-e-Fiqh. Allāma Mulla Ali bin Sultan Qāri (Alayhir Rahmah), van wie ook wordt gezegd dat hij de Mujaddid van de 11<sup>e</sup> eeuw is, zegt: &#8220;Uit de woorden blijkt dat impliciet niet slechts een enkele persoon is bedoeld, maar het verwijst naar een groep mensen onder wie (Mujaddid) slechts één soort kennis of alle vormen van kennis in zijn stad heeft.&#8221;</p>



<p class="wp-block-paragraph">Dus, soms is een enkele Mujaddid geboren in een eeuw en soms zijn er twee of een groep in een bepaalde eeuw wanneer er geen consensus kan worden bereikt over een persoon. Er zijn momenten dat er een Aliem in het midden van de eeuw is die wellicht meer kennis heeft en beter is dan de Mujaddid, doch hij zal niet worden aangemerkt als een Mujaddid, omdat hij niet aan het begin van de eeuw zichtbaar was. Dit is zo om reden dat over het algemeen aan het einde van de eeuw veel grote Ulema overlijden en grote onenigheid en Fitnah de Ummah overspoelt. Bid&#8217;ah en religieuze corruptie kruipt dan in de mensen die de neiging hebben af te wijken van de zuivere leer van de islam. Op deze cruciale periode is er een grote behoefte aan aanmaning en herleving op het gebied van Deen. Op dit kritieke moment stuurt Allāh Ta’ālā een dergelijke Alīm die alle kwaad en religieuze corruptie uit de Ummah verwijdert door publiekelijk aan te kondigen en te weerleggen. Hij zal het beste onder de mensen zijn en de meest gezaghebbende onder de hoogwaardigheidsbekleders van zijn tijd.</p>



<h5 class="wp-block-heading"><strong>Lijst van mogelijke Mujaddid </strong><strong></strong></h5>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Eerste eeuw (na de profetische periode; 3 augustus 718)<br></strong>Ameer al-Mu&#8217;minin Umar ibn Abd al-Aziz (682 &#8211; 720)<br>Imam-e-Azam Abu Hanīfa Nu&#8217;man (699 &#8211; 767)<br>Ibn Sireen (8<sup>ste</sup> eeuw)</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Tweede eeuw (10 augustus&nbsp; 815)<br></strong>Imam Muhammad ibn Idris Shafi’ī (767 &#8211; 820)<br>Imam Hasan al-Basrī (642 &#8211; 728 of 737)<br>Imam Malik ibn Anas (715 &#8211; 796)<br>Imam Muhammad bin Hassan Shaybani<br><br><strong>Derde eeuw (17 augustus 912)<br></strong>Imam Ahmad ibn Hanbal (780 &#8211; 855)<br>Imam Abu al-Hasan al-Ash&#8217;ari.<br><br><strong>Vierde eeuw (24 augustus 1009)<br></strong>Imam al-Baihāqi<br>Imam Tahtāwi<br>Imam Isma&#8217;eel bin Hammād Ja&#8217;fari<br>Imam Abu Jāfar bin Jareer Tibri<br>Imam Abu Hātim Rāzi<br><br><strong>Vijfde eeuw (1 september 1106)<br></strong>Hazrat Qutub-e-Rabbāni Ghaus-e-Samdani Haykel-e-Noorani Mehboob-e-Subhāni Shaikh Mohammed Mohïunddin Abdul-Qādir Jilāni Baghdādi<br>Imam Al-Ghazālī (1058–1111)<br>Imam Abu Naeem Isfahāni<br>Imam Abul Hussain Ahmad bin Muhammad Abi Bakr-il-Qādir<br>Imam Hussain bin Raaghib<br><br><strong>Zesde eeuw (9 september 1203)<br></strong>Imam Fakhr al-Dīn al-Rāzi<br>Shaikh Ahmad Kabir Rifa&#8217;ee<br>Allāma Imam Umar Nasfi,<br>Imam Qāzi Fakhruddin Hassan Mansoor,<br>Imam Abu Muhammad Hussain bin Mas’ud Fara&#8217;a<br><br><strong>Zevende eeuw<br></strong>Imam Taqiyuddin As-Subki<br>Imam Sheikh Sahābuddin Suharwardi<br>Imam Sheikh Akbar Mohiyuddin Muhammad ibn Arabī<br>Allāma Imam Abul Fadhl Jamāluddin Muhammad bin Afriqi Misri<br>Hazrat Khwaja Moïnuddin Hassan Chisthi Gharib Nawāz Ajmeeri Sanjari<br>Imam Abul Hassan Uz&#8217;zuddin Ali bin Muhammad Ibn Atheer,</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Achtste eeuw (23 september 1397)<br></strong>Ibn Hajar al-&#8216;Asqalānī<br>Imam Taaj&#8217;uddin bin Ata&#8217;ullah Sikandari<br>Khwaja Nizāmuddin Awliya Mahboob-e-Ilāhi<br>Imam Umar bin Mas’ud Taftazaani</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Negende eeuw (1 oktober 1494)<br></strong>Imam Hāfiz Jalāluddin Abu Bakr Abdur Rahmān Suyuti<br>Imam Nooruddin bin Ahmad Misri<br>Imam Muhammad bin Yusuf Karmani<br>Imam Shamsuddin Abul Kheyr Muhammad bin Abdur Rahmān Sakhāwi,<br>Allāma Imam Sayyed Sharief Ali bin Muhammad Jarmaani<br><br><strong>Tiende eeuw (19 oktober 1591)<br></strong>Imam Sahābuddin Abu Bakr Ahmad bin Muhammad Khatib Qasṭallānī<br>Imam Muhammad Sharbini,<br>Allāma Sheikh Muhammad Tāhir Muhaddith<br><br><strong>Elfde eeuw (26 oktober 1688)<br></strong>Imam-e-Rabbāni Mujaddid Alfi Sani Shaikh Ahmad Sirhindi<br>Sultan ul Aarifīn Imam Muhammad Baahu<br>Imam Ali bin Sultan Qāri<br><br><strong>Twaalfde eeuw<br></strong>Al-Sultan al-Azam wal Khaqan al-Mukarram Abul Muzaffar Mohiyuddin Muhammad Aurangzeb Bahadur Alamgir<br>Imam Abdul Ghani Naablisi<br>Sheikh Ahmad Mulla Jeewan<br>Al-Qutub Abd Allah al-Haddad<br>Allāma Maulana Imam Abul Hassan Muhammad bin Abdul Haadi Sindhi,<br><br><strong>Dertiende eeuw<br></strong>Allāma Imam Ahmad bin Ismail Tahtāwi<br>Allāma Shah Abdul Aziez Muhaddith-e-Delhwi<br>Imam Abdul Ali Luckhnowi<br>Imam Sheikh Ahmad Saadi Mālikī</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Veertiende eeuw </strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">Shaikh al Islam wal Muslimin, Mujaddid-e-Azam Ala Hazrat Ash-Shah Imam Ahmad Raza Khan al-Qadiri (Ridwānullāhi Ta’ālā Alayhim Ajma’in)</p>
<p><a class="a2a_button_facebook" href="https://www.addtoany.com/add_to/facebook?linkurl=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Fkwaliteiten-van-een-mujaddid-in-islam%2F&amp;linkname=Kwaliteiten%20van%20een%20Mujaddid%20in%20Islam%E2%80%8F" title="Facebook" rel="nofollow noopener" target="_blank"></a><a class="a2a_button_mastodon" href="https://www.addtoany.com/add_to/mastodon?linkurl=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Fkwaliteiten-van-een-mujaddid-in-islam%2F&amp;linkname=Kwaliteiten%20van%20een%20Mujaddid%20in%20Islam%E2%80%8F" title="Mastodon" rel="nofollow noopener" target="_blank"></a><a class="a2a_button_email" href="https://www.addtoany.com/add_to/email?linkurl=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Fkwaliteiten-van-een-mujaddid-in-islam%2F&amp;linkname=Kwaliteiten%20van%20een%20Mujaddid%20in%20Islam%E2%80%8F" title="Email" rel="nofollow noopener" target="_blank"></a><a class="a2a_dd addtoany_share_save addtoany_share" href="https://www.addtoany.com/share#url=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Fkwaliteiten-van-een-mujaddid-in-islam%2F&#038;title=Kwaliteiten%20van%20een%20Mujaddid%20in%20Islam%E2%80%8F" data-a2a-url="https://tangali.net/kwaliteiten-van-een-mujaddid-in-islam/" data-a2a-title="Kwaliteiten van een Mujaddid in Islam‏"></a></p>]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Correcte of corrupte moslimleiders</title>
		<link>https://tangali.net/correcte-of-corrupte-moslimleiders/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[© Shaykh Dr Mohamed Juzoef Tangali Qādri Noorani]]></dc:creator>
		<pubDate>Sun, 04 Nov 2012 10:21:00 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Fiqh al-Siyāsah]]></category>
		<category><![CDATA[Leiderschap]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://tangali.net/?p=401</guid>

					<description><![CDATA[Over de voorzitter, wiens handelen in zowel gemeentelijke als rechterlijke dossiers kritisch is beoordeeld. Voorwoord In dit artikel dat ik in 2012 had geschreven voor mijn MPhil Islamic Studies aan de Hijaz College wordt aandacht besteed aan corruptie, aan de minhāj (methodologie) van bepaalde godsdienstige moslimleiders die aanzetten tot ḥarām (verboden) daden, en aan de [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p class="has-text-color has-link-color has-medium-font-size wp-elements-50374672f82c8b16b46473245d186ad3 wp-block-paragraph" style="color:#f90505"><em>Over de voorzitter, wiens handelen in zowel gemeentelijke als rechterlijke dossiers kritisch is beoordeeld.</em></p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-4c739bf91bb0c6f2d77555b4addf1964">Voorwoord</h5>



<p class="wp-block-paragraph">In dit artikel dat ik in 2012 had geschreven voor mijn MPhil Islamic Studies aan de Hijaz College wordt aandacht besteed aan corruptie, aan de minhāj (methodologie) van bepaalde godsdienstige moslimleiders die aanzetten tot ḥarām (verboden) daden, en aan de vraag welke handelingsmogelijkheden soennitische moslims daarbij hebben. Het artikel is bedoeld als kennisverrijking voor de studenten van de Raza Sharīʿah &amp; Sufi School, onderdeel van de Stichting Noorani Islamic Research Institute. Moge Allāh Ta’ālā de soennieten wijsheid schenken en hen beschermen. Na het afronden van mijn PhD in Islamic Studies, Doctor of Islamic Jurisprudence en diverse seculiere masteropleidingen heb ik aanvullende kennis, inzichten en vaardigheden opgedaan die ik heb verwerkt in deze versie (2025), die ik graag met mijn RSS‑studenten deel. Āmīn, <em>summa</em> Āmīn.</p>



<p class="has-text-color has-link-color wp-elements-440e94465c6528869e9befecf7fe7c44 wp-block-paragraph" style="color:#41c1d6"><strong><em>Mijn (Tangali) juridische zaak tegen de voorzitter c.s.</em></strong></p>



<p class="wp-block-paragraph"><em>In het kader van een lopende civielrechtelijke procedure, waarin ik een moslimbroeder in zijn zaak bijstond, zijn in april 2025 door een moskeeorganisatie in Den Haag onder leiding van de voorzitter processtukken overgelegd waarin diverse beweringen over mijn persoon worden gedaan. Ik betwist deze beweringen volledig en heb mijn standpunt dienaangaande in de procedure uiteengezet. De informatie op mijn website en mijn professionele achtergrond weerleggen de betreffende aantijgingen.</em></p>



<p class="wp-block-paragraph"><a href="https://tangali.net/subsidie-en-autoverzekeringszwendelaar/" data-type="page" data-id="6031">In officiële gemeentelijke en rechterlijke stukken wordt gesproken over onregelmatigheden en mogelijke frauduleuze handelingen in het subsidiedossier en de verzekeringszaak, waarbij de voorzitter als betrokkene in de dossiers wordt genoemd.</a> Deze feiten roepen de vraag op in hoeverre de voorzitter als betrouwbare bron kan worden beschouwd.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Momenteel onderzoek ik de AVG‑rechtelijke, civielrechtelijke en eventuele strafrechtelijke mogelijkheden in verband met de handelwijze van de betreffende voorzitter en andere betrokkenen. Daarnaast werk ik aan een juridische en theologische analyse van deze kwestie, waarin ik uiteenzet hoe de Sharīʿah dergelijke situaties beoordeelt. Deze analyse dient tevens als leerpunt voor een bredere doelgroep.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><em><strong>De beschuldigingen en meervoudige leugens in het processtuk zijn:</strong></em></p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong><em>1. Betwisting van mijn religieuze status: </em></strong><em>Er wordt gesteld dat ik mijzelf presenteer als Shaykh/geleerde. Er wordt beweerd dat ik niet erkend zou zijn door bepaalde organisaties of geleerden. Er wordt gezegd dat ik geen formele opleiding zou hebben afgerond volgens hun criteria.</em></p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong><em>2. Betwisting van jouw bevoegdheid: </em></strong><em>Er wordt beweerd dat ik niet bevoegd zou zijn om religieuze uitspraken te doen. Er wordt gesuggereerd dat ik slechts vertaler zou zijn en geen scholing zou hebben die volgens hen vereist is.</em></p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong><em>3. Negatieve perceptie binnen hun gemeenschap: </em></strong><em>Er wordt gesteld dat ik niet serieus genomen zou worden binnen hun kring. Er wordt beweerd dat ik een kleine of problematische achterban zou hebben. Er wordt gesuggereerd dat mijn religieuze autoriteit “nihil” zou zijn.</em></p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong><em>4. Aanbeveling aan derden om jou te vermijden: </em></strong><em>Er wordt anderen afgeraden om religieuze instructie van jou te accepteren. Er wordt gesteld dat ik mij “ten onrechte” zou profileren als geleerde. Dit terwijl ik voor tientallen Ulamā op hun verzoek hun islamdiploma’s heb gewaardeerd naar NVAO-niveau en de voorzitter zelfs mij verzocht om mijn boek over de biografie van Sayyidah Fatima Zahra (ra</em><em>ḍ</em><em>iyAll</em><em>ā</em><em>hu </em><em>ʿ</em><em>anha) in zijn moskee te mogen verspreiden. Daarnaast gebruikt al meer dan 20 jaar moskee Faizul Islam mijn islamboeken voor kinderonderricht. Ik adviseur was van Raad van Oelema Nederland.</em></p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-89538e054510fc4abf280478cf4b6507">Wat zegt de Sharīʿah over deze en gelijksoortige zaken?</h5>



<p class="wp-block-paragraph">Allāh Ta’ālā openbaart</p>



<p class="has-text-align-right has-text-color has-link-color has-large-font-size wp-elements-21c644faac48ae0415f7d1bbd5488875 wp-block-paragraph" style="color:#05f707">&nbsp;وَيٰقَوْمِ أَوْفُواْ ٱلْمِكْيَالَ وَٱلْمِيزَانَ بِٱلْقِسْطِ وَلاَ تَبْخَسُواْ ٱلنَّاسَ أَشْيَآءَهُمْ وَلاَ تَعْثَوْاْ فِي ٱلأَرْضِ مُفْسِدِينَ</p>



<p class="wp-block-paragraph">“En o, mijn volk, geef volle maat en juist gewicht met rechtvaardigheid en bedrieg [corruptie] de mensen niet met hun goederen, noch sticht onheil [corruptie] op aarde.” (Qur’ān, Surah Hūd 11:85)</p>



<p class="has-text-align-right has-text-color has-link-color has-large-font-size wp-elements-69481a8bff94b7464a1a78fee80486be wp-block-paragraph" style="color:#05f707">&nbsp;وَلاَ تَرْكَنُوۤاْ إِلَى ٱلَّذِينَ ظَلَمُواْ فَتَمَسَّكُمُ ٱلنَّارُ وَمَا لَكُمْ مِّن دُونِ ٱللَّهِ مِنْ أَوْلِيَآءَ ثُمَّ لاَ تُنصَرُونَ</p>



<p class="wp-block-paragraph">“En neig u niet tot de onrechtvaardigen, anders zal het Vuur ook u aanraken, en gij zult naast Allāh geen vrienden hebben, noch zult gij worden geholpen.” (Qur’ān, Surah Hūd 11:113)</p>



<p class="wp-block-paragraph">De Heilige Profeet Mohammed ﷺ zei: “Allāh straft het individu niet voor de zonden zolang de gemeenschap het kwaad onder hen ziet verspreiden en zij ondanks dat zij de macht hebben het een halt toe te roepen doen zij het niet.” <em>A</em><em>ḥ</em><em>mad</em></p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Educatief Structuurschema– </strong><strong>Ḥ</strong><strong>ad</strong><strong>ī</strong><strong>th over het niet ingrijpen bij kwaad</strong></p>



<figure class="wp-block-table"><table class="has-fixed-layout"><tbody><tr><td><strong>Categorie</strong></td><td><strong>Inhoud</strong></td></tr><tr><td><strong>Arabische tekst</strong></td><td>قَالَ رَسُولُ اللَّهِ ﷺ: «إِنَّ اللَّهَ لَا يُعَذِّبُ الْعَامَّةَ بِعَمَلِ الْخَاصَّةِ، حَتَّى يَرَوُا الْمُنْكَرَ بَيْنَ ظَهْرَانَيْهِمْ، وَهُمْ قَادِرُونَ عَلَى أَنْ يُنْكِرُوهُ، فَلَا يُنْكِرُوهُ، فَإِذَا فَعَلُوا ذَلِكَ عَذَّبَ اللَّهُ الْخَاصَّةَ وَالْعَامَّةَ»</td></tr><tr><td><strong>Nederlandse vertaling</strong></td><td>“Allāh straft het individu niet voor de zonden zolang de gemeenschap het kwaad onder hen ziet verspreiden, en zij — terwijl zij de macht hebben om het te stoppen — het niet doen. Wanneer zij dat nalaten, straft Allāh zowel de leiders als de gewone mensen.”</td></tr><tr><td><strong>Kernbegrippen</strong></td><td><em>Munkar</em>: zichtbaar kwaad, onrecht, corruptie<em>Qudrah</em>: vermogen/macht om in te grijpen<em>Tark al‑inkār</em>: nalaten van het tegengaan van kwaad<em>‘Āmmah/ Khā</em><em>ṣṣ</em><em>ah</em>: gewone mensen/ leiders</td></tr><tr><td><strong>Didactische les</strong></td><td>Kwaad wordt een collectieve verantwoordelijkheid wanneer men zwijgt.Leiders én gemeenschap worden verantwoordelijk gehouden.Soennitische methodologie: <em>al‑amr bil‑ma‘rūf wa‑n‑nahy ‘an al‑munkar</em>.</td></tr><tr><td><strong>Toepassing in beleid &amp; onderwijs</strong></td><td>Normatief kader voor integriteitsbeleid.Onderwijsmodule over maatschappelijke verantwoordelijkheid.Analyse-instrument voor leiderschapsethiek.</td></tr></tbody></table></figure>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-ee39d68eab96dfa20b6221031fdd8b1b">Wat is corruptie?</h5>



<p class="wp-block-paragraph">Corruptie is het verschijnsel waarbij iemand in een machtspositie zit en ongeoorloofde gunsten en/of handelingen verricht. Zo is er sprake van zowel actieve als passieve corruptie. Actieve corruptie is wanneer de burger steekpenningen betaalt en de ander deze aanneemt. Passieve corruptie is wanneer de aangestelde persoon zich laat betalen om zijn macht of bevoegdheid foutief aan te wenden.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Corruptie is in strijd met <em>good governance</em> (goed bestuur) en in strijd met de integriteit van de corrupte persoon. Corruptie komt voor wanneer er geen administratieve organisatie is ontworpen en vastgesteld. In de administratieve organisatie worden de processen beschreven en functiescheidingen ingebouwd, zodat bestuurders geen onverenigbare functies kunnen bekleden. Er is dus sprake van verschillende invalshoeken, bezien vanuit de accountancy, zoals de bestellende, ontvangende en bewarende functie. Corruptie komt voor in alle lagen van de bevolking en in alle soorten organisaties. Een andere benaming voor administratieve organisatie is bestuurlijke informatieverzorging. Met andere woorden: het in het openbaar verantwoorden van de geldstromen en het bestuurlijke handelen.</p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-5cac36ddc234a5bfd37f33617294c0f8">Splitst u niet van de Jamāʿah vanwege een corrupte leider</h5>



<p class="wp-block-paragraph">Ḥazrat at‑Tirmīzī en Ḥazrat Aḥmad (raḍiyAllāhu ʿanhumā) verhaalden dat de Heilige Profeet Mohammed ﷺ zei: “Hij die iets in zijn leider ziet dat ongewenst is, laat hem dan geduldig zijn, want als hij splitst (of zich verwijdert) van de Jamāʿah, zelfs een handbreedte, en overlijdt, dan overlijdt hij de dood van een Jāhiliyya (ongeletterde, onwetende).” En in een andere ḥadīth staat: “Dan heeft hij het juk (de binding) van de islam van zijn nek gegooid.” (Ṣaḥīḥ al‑Bukhārī; Ṣaḥīḥ Muslim; at‑Tirmīzī; Musnad Aḥmad)</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Educatief Structuurschema– Niet afsplitsen van de Jamā</strong><strong>ʿ</strong><strong>ah</strong></p>



<figure class="wp-block-table"><table class="has-fixed-layout"><tbody><tr><td><strong>Categorie</strong></td><td><strong>Inhoud</strong></td></tr><tr><td><strong>Arabische tekst (</strong><strong>ḥ</strong><strong>ad</strong><strong>ī</strong><strong>th 1)</strong></td><td>قَالَ رَسُولُ اللَّهِ ﷺ: «مَنْ رَأَى مِنْ أَمِيرِهِ شَيْئًا يَكْرَهُهُ فَلْيَصْبِرْ، فَإِنَّهُ مَنْ فَارَقَ الْجَمَاعَةَ شِبْرًا فَمَاتَ، مَاتَ مِيتَةً جَاهِلِيَّةً»</td></tr><tr><td><strong>Nederlandse vertaling</strong></td><td>“Hij die iets in zijn leider ziet dat ongewenst is, laat hem dan geduldig zijn, want wie zich afscheidt van de Jamāʿah, zelfs een handbreedte, en overlijdt, sterft de dood van een Jāhiliyya.”</td></tr><tr><td><strong>Arabische tekst (</strong><strong>ḥ</strong><strong>ad</strong><strong>ī</strong><strong>th 2)</strong></td><td>«وَمَنْ خَلَعَ يَدًا مِنْ طَاعَةٍ، لَقِيَ اللَّهَ يَوْمَ الْقِيَامَةِ لَا حُجَّةَ لَهُ، وَمَنْ مَاتَ وَلَيْسَ فِي عُنُقِهِ بَيْعَةٌ، مَاتَ مِيتَةً جَاهِلِيَّةً»</td></tr><tr><td><strong>Nederlandse vertaling</strong></td><td>“En wie het juk van gehoorzaamheid van zijn nek afwerpt, zal Allāh op de Dag der Opstanding ontmoeten zonder bewijs. En wie sterft zonder een <em>bai</em><em>ʿ</em><em>ah</em> om zijn nek, sterft de dood van een Jāhiliyya.”</td></tr><tr><td><strong>Kernbegrippen</strong></td><td>• <em>Jamā</em><em>ʿ</em><em>ah</em>: de soennitische gemeenschap<br>• <em>Bai</em><em>ʿ</em><em>ah</em>: religieuze binding aan leiderschap<br>• <em>Ṣ</em><em>abr</em>: geduld bij onrechtvaardige leiders<br>• <em>Jāhiliyya</em>: toestand van onwetendheid vóór de islam</td></tr><tr><td><strong>Bronnen</strong></td><td>Ṣaḥīḥ al‑Bukhārī; Ṣaḥīḥ Muslim; Jāmiʿ at‑Tirmīzī; Musnad Aḥmad</td></tr></tbody></table></figure>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Toelichting op Fiqh‑principes over gehoorzaamheid en leiderschap</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">Hier verbind ik de ḥadīth aan klassieke soennitische rechtsprincipes (<em>u</em><em>ṣ</em><em>ū</em><em>l</em>, <em>qawā</em><em>ʿ</em><em>id</em>, <em>siyāsah shar</em><em>ʿ</em><em>iyyah</em>).</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>1. Gehoorzaamheid is verplicht binnen het kader van het geoorloofde</strong></p>



<ul class="wp-block-list">
<li>“Er is geen gehoorzaamheid aan een schepsel wanneer het leidt tot ongehoorzaamheid aan de Schepper.” <em>Qā</em><em>ʿ</em><em>idah</em>: <strong>al‑</strong><strong>ṭ</strong><strong>ā</strong><strong>ʿ</strong><strong>ah f</strong><strong>ī</strong><strong> al‑ma</strong><strong>ʿ</strong><strong>r</strong><strong>ū</strong><strong>f</strong>.</li>
</ul>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>2. Corruptie van leiders is geen reden voor afsplitsing</strong></p>



<ul class="wp-block-list">
<li>De ḥadīth benadrukt <em>ṣ</em><em>abr</em> (geduld) en het vermijden van fitnah.</li>



<li>Afsplitsing leidt tot maatschappelijke chaos (<em>fasād</em>), wat in de Sharīʿah zwaar wordt afgekeurd. Dit wil zeggen niet de jamaat uit elkaar gaat maar de beruchte voorzitter c.s. wegsturen.</li>
</ul>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>3. De gemeenschap heeft wél een plicht tot <em>al‑amr bil‑ma</em></strong><strong><em>ʿ</em></strong><strong><em>r</em></strong><strong><em>ū</em></strong><strong><em>f</em></strong><strong></strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">Kwaad tegengaan binnen de mogelijkheden: (1) met de hand (macht), (2) met de tong (advies), (3) met het hart (afkeuring).</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>4. Leiderschap blijft geldig zolang er geen openlijke kufr is</strong></p>



<ul class="wp-block-list">
<li>Gebaseerd op de bekende ḥadīth: “Tenzij jullie openlijke ongeloof zien waarvoor jullie een bewijs van Allāh hebben.”</li>
</ul>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>5. Corruptie bestrijden gebeurt via institutionele middelen</strong></p>



<ul class="wp-block-list">
<li>Advies (<em>na</em><em>ṣ</em><em>ī</em><em>ḥ</em><em>ah</em>),</li>



<li>functiescheiding,</li>



<li>administratieve organisatie,</li>



<li>toezicht en controle (<em>mu</em><em>ḥ</em><em>ā</em><em>sabah</em>).</li>
</ul>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-333f3e5d7cfd9f034d7450f55e8f7d22">De positie van de Jamāʿah bij corrupte leiders</h5>



<p class="wp-block-paragraph">De islamitische traditie erkent dat leiders fouten kunnen maken en soms zelfs corrupt kunnen handelen. De Heilige Profeet Mohammed ﷺ waarschuwde echter nadrukkelijk tegen het verlaten van de Jamāʿah vanwege dergelijke tekortkomingen. In meerdere authentieke ḥadīth wordt gesteld dat degene die zich afscheidt van de gemeenschap — zelfs een handbreedte — en sterft, de dood van een Jāhiliyya sterft.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Deze richtlijn vormt een essentieel onderdeel van de soennitische <em>minhāj</em>: stabiliteit van de gemeenschap gaat vóór individuele frustratie over leiderschap. Corruptie moet worden bestreden via institutionele middelen, zoals functiescheiding, administratieve organisatie en interne controle, maar niet door afsplitsing of rebellie.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Hiermee sluit de profetische methodologie nauw aan bij moderne principes van <em>good governance</em> en integriteit: het systeem corrigeren zonder de gemeenschap te breken.</p>



<h6 class="wp-block-heading">Wees redelijk tegenover een corrupte moslim</h6>



<p class="wp-block-paragraph">Allāh Ta’ālā openbaart</p>



<p class="has-text-align-right has-text-color has-link-color has-large-font-size wp-elements-f633b7bbb424840acb2cd4fa2d5d868a wp-block-paragraph" style="color:#05f707">&nbsp;يَا أَيُّهَآ ٱلَّذِينَ آمَنُواْ كُونُواْ قَوَّامِينَ للَّهِ شُهَدَآءَ بِٱلْقِسْطِ وَلاَ يَجْرِمَنَّكُمْ شَنَآنُ قَوْمٍ عَلَىۤ أَلاَّ تَعْدِلُواْ ٱعْدِلُواْ هُوَ أَقْرَبُ لِلتَّقْوَىٰ وَٱتَّقُواْ ٱللَّهَ إِنَّ ٱللَّهَ خَبِيرٌ بِمَا تَعْمَلُونَ</p>



<p class="wp-block-paragraph">“O gij die gelooft, weest oprecht voor Allāh en getuigt met rechtvaardigheid; en laat de vijandschap van een volk u niet aansporen om onrechtvaardig te handelen; weest rechtvaardig, dat is dichter bij de vroomheid, en vreest Allāh. Voorzeker, Allāh is op de hoogte van hetgeen gij doet.” (Surah al‑Māʾidah, 5:8)</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Toelichting op het vers</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">Het is niet de minhāj van de vromen om fouten (bewust of onbewust) van de imams en bestuurders openbaar te maken en om zulke zaken te verwoorden gedurende toespraken, omdat dit kan leiden tot onrust, verwarring en het wegblijven van moslims uit de moskee. De moslims missen dan juist de goede berichtgevingen die de imams en bestuurders meedelen. Het resulteert eveneens in het overladen van moslims met deze zaken en argumenten, waarna zij gaan debatteren, wat tot gevolg heeft dat het aanzet tot kwaadheid en waar niemand iets mee opschiet.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Hadith over het privé adviseren van leiders</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">Ḥazrat ‘ʿIyāḍ ibn Ghunum (raḍiyAllāhu ʿanhu) verhaalde dat de Heilige Profeet Mohammed ﷺ zei:</p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size wp-block-paragraph">قَالَ رَسُولُ اللَّهِ ﷺ: مَنْ أَرَادَ أَنْ يَنْصَحَ لِذِي سُلْطَانٍ فَلَا يُبْدِ لَهُ عَلَانِيَةً، وَلَكِنْ لِيَأْخُذْ بِيَدِهِ فَيَخْلُوَ بِهِ، فَإِنْ قَبِلَ مِنْهُ فَذَاكَ، وَإِلَّا كَانَ قَدْ أَدَّى الَّذِي عَلَيْهِ</p>



<p class="wp-block-paragraph">“Degene die iemand met autoriteit wenst te adviseren, dient dit niet openbaar te doen, maar hij zal hem bij de hand nemen en hem in een privégesprek te woord staan (adviseren). En als hij het van hem accepteert (het advies), dan heeft hij (de adviseur) zijn doel bereikt; en als hij (de geadviseerde) het niet accepteert, dan heeft hij (de adviseur) toch zijn plicht gedaan.” (Musnad Aḥmad, met een ṣaḥīḥ isnād)</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Educatief structuurschema– Privé advies aan leiders (na</strong><strong>ṣ</strong><strong>ī</strong><strong>ḥ</strong><strong>ah li‑dh</strong><strong>ī</strong><strong> al‑sul</strong><strong>ṭ</strong><strong>ā</strong><strong>n)</strong></p>



<figure class="wp-block-table"><table class="has-fixed-layout"><tbody><tr><td><strong>Categorie</strong></td><td class="has-text-align-left" data-align="left"><strong>Inhoud</strong></td></tr><tr><td><strong>Verteller</strong></td><td class="has-text-align-left" data-align="left">Ḥazrat ‘ʿIyāḍ ibn Ghunum (raḍiyAllāhu ʿanhu)</td></tr><tr><td><strong>Arabische tekst van de </strong><strong>ḥ</strong><strong>ad</strong><strong>ī</strong><strong>th</strong></td><td class="has-text-align-left" data-align="left">قَالَ رَسُولُ اللَّهِ ﷺ: «مَنْ أَرَادَ أَنْ يَنْصَحَ لِذِي سُلْطَانٍ فَلَا يُبْدِ لَهُ عَلَانِيَةً، وَلَكِنْ لِيَأْخُذْ بِيَدِهِ فَيَخْلُوَ بِهِ، فَإِنْ قَبِلَ مِنْهُ فَذَاكَ، وَإِلَّا كَانَ قَدْ أَدَّى الَّذِي عَلَيْهِ»</td></tr><tr><td><strong>Nederlandse vertaling</strong></td><td class="has-text-align-left" data-align="left">“Degene die iemand met autoriteit wenst te adviseren, dient dit niet openbaar te doen, maar hij zal hem bij de hand nemen en hem in een privégesprek te woord staan (adviseren). En als hij het van hem accepteert (het advies), dan heeft hij (de adviseur) zijn doel bereikt; en als hij (de geadviseerde) het niet accepteert, dan heeft hij (de adviseur) toch zijn plicht gedaan.”</td></tr><tr><td><strong>Kernbegrippen</strong></td><td class="has-text-align-left" data-align="left">• <em>Na</em><em>ṣ</em><em>ī</em><em>ḥ</em><em>ah</em>: oprechte, constructieve raad<br>• <em>Dhū sul</em><em>ṭ</em><em>ā</em><em>n</em>: iemand met autoriteit of leiderschap<br>• <em>‘Alāniyyah</em>: openbaarheid, publieke ruimte<br>• <em>Khulwah</em>: privégesprek, vertrouwelijke setting</td></tr><tr><td><strong>Didactische les</strong></td><td class="has-text-align-left" data-align="left">• Advies aan leiders gebeurt <strong>niet publiek</strong>, om fitnah, schaamte en escalatie te voorkomen.<br>• Privé advies beschermt zowel de leider als de gemeenschap.<br>• Acceptatie van het advies is niet vereist om de plicht van de adviseur te vervullen.</td></tr></tbody></table></figure>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Toelichting voor t</strong><strong>oepassing in beleid &amp; onderwijs (inclusief situatie: leider pleegt laster/smaad)</strong></p>



<figure class="wp-block-table"><table class="has-fixed-layout"><tbody><tr><td><strong>1. Protocol voor interne correctie</strong><br>Wanneer een leider/voorzitter laster (<em>buhtān</em>) of smaad (<em>ghībah</em>) pleegt tegen een moslim — publiek of bij de rechtbank — dan geldt volgens de Sharīʿah dat dit <strong>ḥ</strong><strong>ar</strong><strong>ā</strong><strong>m</strong> is en valt onder grote zonden (<em>kabā</em><em>ʾ</em><em>ir</em>). De organisatie moet een <strong>intern correctieproces</strong> hebben dat de leider aanspreekt volgens de principes van <em>na</em><em>ṣ</em><em>ī</em><em>ḥ</em><em>ah</em>, vertrouwelijkheid en rechtvaardigheid.</td></tr><tr><td><strong>2. Geen publieke vernedering, wél institutionele stappen</strong><br>De gemeenschap mag de leider niet publiekelijk vernederen of aanvallen, maar moet via een <strong>formeel, intern traject</strong> handelen: documenteren, confronteren, corrigeren. Dit voorkomt fitnah en beschermt de Jamāʿah.</td></tr><tr><td><strong>3. Recht op verdediging van de benadeelde moslim</strong><br>De Sharīʿah staat toe dat een moslim zichzelf verdedigt tegen laster en smaad. De benadeelde mag de feiten rechtzetten, getuigen aandragen en zich juridisch verdedigen. Dit valt onder <em>izālat al‑</em><em>ẓ</em><em>ulm</em> (het verwijderen van onrecht).</td></tr><tr><td><strong>4. Bestuurlijke integriteit en functiescheiding</strong><br>Een leider die smaad pleegt, schendt de integriteit van zijn functie. De administratieve organisatie moet daarom functiescheiding, toezicht en sancties bevatten.</td></tr><tr><td><strong>5. Educatie over Sharī</strong><strong>ʿ</strong><strong>ah‑ethiek</strong><br>Onderwijsmodules moeten behandelen: • verbod op laster • verbod op smaad • plicht tot rechtvaardigheid • plicht tot waarheidsgetrouwheid • plicht tot bescherming van eer (<em>ʿ</em><em>ird</em>).</td></tr><tr><td><strong>6. Preventie van fitnah</strong><br>Het doel is niet om de leider te vernietigen, maar om de gemeenschap te beschermen tegen verdeeldheid. Correctie gebeurt <strong>zonder publieke escalatie</strong>, tenzij er sprake is van openlijke, bewezen onrechtvaardigheid die de gemeenschap schaadt.</td></tr></tbody></table></figure>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-9f3eebf599b6c8f753360e9939ba3a9e">Het recht op openlijke verdediging bij onrecht (Qur’ān 4:148)</h5>



<p class="wp-block-paragraph">De islamitische ethiek is gebouwd op het fundament van rechtvaardigheid, waardigheid en bescherming van de eer van de gelovige. In dit kader behandelt de Qur’ān een bijzonder verfijnd principe: het verbod op het openlijk uitspreken van slechte of kwetsende woorden, met één duidelijke uitzondering voor degene die onrecht is aangedaan. Dit principe vormt een essentieel onderdeel van de omgang met situaties waarin een moslim publiekelijk wordt belasterd, beschuldigd of onrechtmatig behandeld, zelfs wanneer dit gebeurt door een leider, imam of bestuurder. De Sharīʿah erkent dat onrecht niet in stilte hoeft te worden verdragen, maar dat de reactie van de gelovige altijd binnen de grenzen van waarheid, waardigheid en rechtvaardigheid moet blijven.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Allāh Ta’ālā openbaart</p>



<p class="has-text-align-right has-text-color has-link-color has-large-font-size wp-elements-8c271598ea01d400099aca2c14c18c9c wp-block-paragraph" style="color:#05f707">لاَّ يُحِبُّ ٱللَّهُ ٱلْجَهْرَ بِٱلسُّوۤءِ مِنَ ٱلْقَوْلِ إِلاَّ مَن ظُلِمَ وَكَانَ ٱللَّهُ سَمِيعاً عَلِيماً</p>



<p class="wp-block-paragraph">“Allāh houdt niet van het uiten van beledigende taal in het openbaar, behalve door iemand, die onrecht wordt aangedaan; en Allāh is Alhorend, Alwetend.” (Surah an‑Nisā’ (4:148)</p>



<p class="wp-block-paragraph">De klassieke geleerden leggen uit dat dit vers een subtiel onderscheid maakt tussen verboden kwaadsprekerij en toegestane zelfverdediging. Ibn Kathīr vermeldt dat Allāh het niet toestaat dat iemand publiekelijk beledigt, scheldt of lastert, omdat dit de eer van mensen aantast en fitnah veroorzaakt binnen de gemeenschap. <em>Toch erkent de Qur’ān dat een persoon die onrecht is aangedaan het recht heeft om zich openlijk te verdedigen. Dit betekent dat hij de waarheid mag spreken, de feiten mag benoemen en zijn eer mag herstellen zonder dat dit als zonde wordt beschouwd.</em> De uitzondering is dus geen toestemming om terug te beledigen, maar een erkenning dat het slachtoffer van onrecht niet verplicht is om te zwijgen wanneer zijn reputatie, eer of veiligheid wordt aangetast. Wanneer een leider, imam of voorzitter publiekelijk smaad of laster pleegt tegen een moslim, beschouwen de geleerden dit als een ernstige overtreding. Laster (<em>buhtān</em>) behoort tot de grote zonden, en smaad (<em>ghībah</em>) is eveneens verboden. Een leider die zich hieraan schuldig maakt, schendt de integriteit van zijn functie en ondermijnt het vertrouwen van de gemeenschap. Toch blijft de Sharīʿah evenwichtig: de gemeenschap mag niet vervallen in rebellie of publieke vernedering, maar moet handelen volgens de profetische methodologie van <em>na</em><em>ṣ</em><em>ī</em><em>ḥ</em><em>ah</em>, waarbij eerst in vertrouwelijkheid wordt gecorrigeerd. Indien de leider volhardt in zijn onrecht, dan heeft de benadeelde moslim op grond van Qur’ān 4:148 het recht om zich openlijk te verdedigen, zijn eer te herstellen en de feiten te benoemen, zonder dat dit als fitnah wordt beschouwd.³</p>



<p class="wp-block-paragraph">De Sharīʿah biedt hiermee een evenwichtige benadering: enerzijds wordt de gemeenschap beschermd tegen verdeeldheid en chaos, en anderzijds wordt de individuele moslim beschermd tegen onderdrukking en aantasting van zijn eer. Het vers leert dat Allāh niet houdt van het verspreiden van kwetsende woorden, maar dat Hij wel rechtvaardigheid toestaat wanneer iemand onrecht is aangedaan. De gelovige mag dus spreken, maar alleen de waarheid, en alleen met het doel om onrecht te verwijderen, niet om wraak te nemen of om de ander te vernederen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Zo vormt dit vers een essentieel onderdeel van de islamitische ethiek van rechtvaardigheid, integriteit en bescherming van de eer van de gelovige. Het biedt een kader waarin zowel de stabiliteit van de gemeenschap als de waardigheid van het individu wordt gewaarborgd, en het</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Toelichting conform Juridisch‑fiqhische analyse van de rechten van de benadeelde moslim</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">Binnen de islamitische rechtswetenschap wordt de eer (<em>ʿ</em><em>ird</em>) van de moslim beschouwd als een van de hoogste beschermde waarden, vergelijkbaar met leven (<em>nafs</em>) en bezit (<em>māl</em>). Wanneer een moslim publiekelijk wordt belasterd, vals beschuldigd of onrechtmatig behandeld, erkent de Sharīʿah dat hij niet verplicht is om te zwijgen of het onrecht te verdragen. De Qur’ān geeft hem expliciet het recht om zich te verdedigen, waarbij het vers uit Surah an‑Nisā’ (4:148) de juridische basis vormt voor openlijke zelfverdediging. De klassieke rechtsgeleerden benadrukken dat dit recht niet voortkomt uit wraak of vergelding, maar uit het principe van <em>izālat al‑</em><em>ẓ</em><em>ulm</em>, het verwijderen van onrecht, dat een fundamentele plicht is binnen de islamitische rechtsorde. <strong>De vier madhāhib zijn unaniem dat een moslim die onrecht is aangedaan, vooral wanneer zijn eer publiekelijk is aangetast, het recht heeft om de waarheid te spreken, zijn naam te zuiveren en de dader te benoemen, mits hij zich beperkt tot feiten en geen onwaarheden toevoegt.</strong> Al‑Qurṭubī legt uit dat het vers niet bedoeld is om belediging toe te staan, maar om de benadeelde moslim te beschermen tegen het onrecht van gedwongen stilte. Ibn Kathīr benadrukt dat Allāh de onrecht aangedane persoon toestaat om openlijk te spreken, omdat zwijgen in dergelijke gevallen zou leiden tot verdere schade, reputatieverlies en mogelijk zelfs maatschappelijke uitsluiting. De Sharīʿah erkent dus dat het recht op verdediging een noodzakelijke voorwaarde is voor het behoud van menselijke waardigheid.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Wanneer het onrecht afkomstig is van een leider, imam of bestuurder, wordt de situatie juridisch complexer. De Sharīʿah verbiedt rebellie en publieke vernedering van leiders, maar maakt tegelijkertijd duidelijk dat leiders niet boven de wet staan. De Profeet Mohammed ﷺ heeft in meerdere authentieke overleveringen benadrukt dat advies aan leiders in eerste instantie privé moet plaatsvinden, maar dat dit niet betekent dat de benadeelde moslim zijn recht op verdediging verliest wanneer de leider publiekelijk onrecht pleegt. De ḥadīth van ‘ʿIyāḍ ibn Ghunum (raḍiyAllāhu ʿanhu) maakt duidelijk dat de plicht tot privé‑advies geldt voor gewone situaties, maar niet voor gevallen waarin de leider zelf het onrecht publiekelijk heeft gemaakt. In dat geval geldt het principe dat het antwoord proportioneel mag zijn aan de aard van het onrecht, zolang het binnen de grenzen van waarheid en rechtvaardigheid blijft.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De fiqh maakt bovendien onderscheid tussen <em>ghībah</em> (smaad) en <em>buhtān</em> (laster). Ghībah is het noemen van iets negatiefs dat waar is, maar afwezig wordt besproken; buhtān is het toeschrijven van iets dat niet waar is. Beide zijn verboden, maar buhtān behoort tot de zwaarste categorie van zonden. Wanneer een moslim slachtoffer wordt van buhtān, erkennen de geleerden dat zijn recht op verdediging sterker wordt, omdat de schade groter is en de noodzaak tot eerherstel dringender. De benadeelde mag dan niet alleen de feiten benoemen, maar ook getuigen aandragen, documenten overleggen en de dader aanspreken, zelfs in het openbaar, wanneer het onrecht in het openbaar is gepleegd.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De Sharīʿah stelt echter duidelijke grenzen aan deze verdediging. De benadeelde moslim mag niet overdrijven, niet terugschelden en geen onwaarheden toevoegen. Zijn recht op spreken is uitsluitend gericht op het herstellen van de waarheid en het verwijderen van onrecht. De geleerden noemen dit <em>al‑bayān li‑raf</em><em>ʿ</em><em> al‑</em><em>ẓ</em><em>ulm</em>, het verklaren van de waarheid om het onrecht op te heffen. De intentie speelt hierbij een cruciale rol: wanneer de intentie zuiver is en gericht op rechtvaardigheid, wordt de handeling beschouwd als toegestaan en soms zelfs aanbevolen (<em>musta</em><em>ḥ</em><em>abb</em>). Wanneer de intentie echter vervuild raakt door wraakzucht of persoonlijke vijandschap, verliest de handeling haar juridische legitimiteit.</p>



<p class="wp-block-paragraph">In moderne contexten, zoals rechtszaken, bestuursconflicten of publieke beschuldigingen binnen moskee‑ of gemeenschapsbesturen, blijft dit fiqh‑principe volledig van kracht. Een moslim die onrecht is aangedaan, mag zich verdedigen in de rechtbank, mag verklaringen afleggen en mag de waarheid openlijk benoemen, zelfs wanneer dit de reputatie van de dader schaadt. De schade die voortvloeit uit het benoemen van de waarheid wordt niet beschouwd als verboden schade, omdat zij voortkomt uit het recht op verdediging en niet uit kwaadsprekerij.⁷ De Sharīʿah erkent dat rechtvaardigheid soms niet bereikt kan worden zonder dat de dader wordt genoemd, en dat het beschermen van de eer van de onschuldige zwaarder weegt dan het beschermen van de reputatie van de schuldige.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Zo ontstaat een evenwichtige juridische benadering waarin zowel de stabiliteit van de gemeenschap als de waardigheid van het individu wordt beschermd. De Sharīʿah dwingt de gelovige niet tot zwijgen wanneer zijn eer wordt aangevallen, maar verplicht hem wel om binnen de grenzen van waarheid, rechtvaardigheid en waardigheid te blijven. Dit maakt het Qurʾānische principe uit 4:148 tot een van de meest verfijnde en humane regels binnen de islamitische rechtswetenschap.</p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-1be5fb2733ff0f315bf5a220ad34a306">De plicht van een moslim om goede adviezen te geven aan de corrupte leider</h5>



<p class="wp-block-paragraph">De Heilige Profeet Mohammed ﷺ zei:</p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size wp-block-paragraph">قَالَ رَسُولُ اللَّهِ ﷺ: لَا يَمْنَعَنَّ رَجُلًا هَيْبَةُ النَّاسِ أَنْ يَقُولَ بِحَقٍّ إِذَا عَلِمَهُ»</p>



<p class="wp-block-paragraph">“Laat de vrees voor mensen een persoon er niet van weerhouden om de waarheid te spreken wanneer hij die kent.”<em> Musnad A</em><em>ḥ</em><em>mad</em>, ḥadīth no. 18035 (riwāyah van Abū Saʿīd al‑Khuḍrī).</p>



<p class="wp-block-paragraph">Omwille van Allāh dient u zich te verbinden met Maʿrūf (goedheid) en Munkar (het kwaad) te verbieden en tegenstand te houden tegen de onrechtvaardige Zālim (leider) en hem te dwingen waarheidsgetrouw te zijn of u dient hem naar getrouwheid te leiden.”</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Educatief Structuurschema– De plicht om leiders te corrigeren</strong></p>



<figure class="wp-block-table"><table class="has-fixed-layout"><tbody><tr><td><strong>Categorie</strong></td><td><strong>Inhoud</strong></td></tr><tr><td><strong>Bron</strong></td><td><em>Musnad A</em><em>ḥ</em><em>mad</em>, ḥadīth 18035 (riwāyah van Abū Saʿīd al‑Khuḍrī)</td></tr><tr><td><strong>Arabische tekst</strong></td><td>لَا يَمْنَعَنَّ رَجُلًا هَيْبَةُ النَّاسِ أَنْ يَقُولَ بِحَقٍّ إِذَا عَلِمَهُ</td></tr><tr><td><strong>Nederlandse vertaling</strong></td><td>“Laat de vrees voor mensen een persoon er niet van weerhouden om de waarheid te spreken wanneer hij die kent.”</td></tr><tr><td><strong>Kernbegrippen</strong></td><td><em>Ḥ</em><em>aqq</em>: waarheid<em>Haybah</em>: vrees voor mensen of autoriteit<em>Zālim</em>: onrechtvaardige leider<em>Na</em><em>ṣ</em><em>ī</em><em>ḥ</em><em>ah</em>: oprechte raad</td></tr><tr><td><strong>Didactische les</strong></td><td>Een moslim mag nooit zwijgen uit angst voor mensen wanneer de waarheid bekend is. Het spreken van de waarheid tegenover een leider is een religieuze plicht.</td></tr><tr><td><strong>Toepassing in beleid &amp; onderwijs</strong></td><td>Leiders moeten worden gecorrigeerd met respect, maar zonder angst.Waarheid spreken is verplicht, zelfs tegenover machtigen.Stilte tegenover onrecht is verboden.De gemeenschap moet mechanismen hebben voor interne correctie.</td></tr></tbody></table></figure>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Juridisch-theologische toelichting over het corrigeren van leiders</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">De islamitische rechtswetenschap (<em>fiqh</em>) behandelt het corrigeren van leiders als een essentieel onderdeel van <em>al‑amr bil‑ma</em><em>ʿ</em><em>r</em><em>ū</em><em>f wa‑n‑nahy </em><em>ʿ</em><em>an al‑munkar</em>. De ḥadīth uit <em>Musnad A</em><em>ḥ</em><em>mad</em> vormt een fundament voor dit principe: de gelovige mag nooit zwijgen uit angst voor mensen wanneer hij de waarheid kent. De geleerden leggen uit dat deze uitspraak van de Profeet ﷺ zowel betrekking heeft op gewone situaties als op situaties waarin leiders onrecht plegen.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Binnen de vier soennitische madhāhib bestaat consensus dat het corrigeren van leiders een plicht is</strong>, maar dat dit moet gebeuren op een wijze die de gemeenschap niet schaadt. De eerste stap is altijd <em>na</em><em>ṣ</em><em>ī</em><em>ḥ</em><em>ah</em> in het geheim, omdat dit de eer van de leider beschermt en fitnah voorkomt. De Profeet ﷺ zei dat wie een leider wil adviseren, dit niet publiekelijk moet doen, maar hem apart moet nemen en in een privégesprek moet aanspreken. Dit beschermt zowel de leider als de gemeenschap tegen publieke vernedering en verdeeldheid.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Toch betekent dit niet dat een moslim moet zwijgen wanneer een leider openlijk onrecht pleegt. De fiqh maakt een duidelijk onderscheid tussen privé‑fouten en openlijke zonden. Wanneer een leider publiekelijk onrecht pleegt, zoals laster, onderdrukking of misbruik van macht, dan mag de gelovige de waarheid openlijk benoemen, omdat het onrecht zelf al publiek is geworden. De Qur’ān geeft hiervoor expliciet toestemming in Surah an‑Nisā’ (4:148), waar Allāh zegt dat Hij niet houdt van het openlijk uitspreken van slechte woorden, behalve door degene aan wie onrecht is aangedaan. De klassieke mufassirīn, zoals Ibn Kathīr en al‑Qurṭubī, leggen uit dat dit vers de benadeelde moslim toestaat om de waarheid te spreken, zelfs wanneer dit de reputatie van de dader schaadt, zolang de woorden waarheidsgetrouw zijn en gericht op het verwijderen van onrecht.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De fiqh benadrukt dat het corrigeren van leiders altijd binnen de grenzen van waarheid, rechtvaardigheid en waardigheid moet blijven. De gelovige mag niet schelden, beledigen of onwaarheden verspreiden. Zijn doel moet het herstellen van rechtvaardigheid zijn, niet het bevredigen van persoonlijke wrok. Wanneer de intentie zuiver is en gericht op het beschermen van de gemeenschap en het verwijderen van onrecht, wordt het corrigeren van leiders beschouwd als een daad van aanbidding en een plicht tegenover Allāh.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De geleerden leggen verder uit dat leiderschap in de islam geen absolute macht geeft. Een leider die onrecht pleegt, verliest zijn morele autoriteit, maar blijft juridisch leider zolang hij geen openlijke kufr pleegt. De gemeenschap moet hem corrigeren, niet omverwerpen. Dit evenwicht tussen gehoorzaamheid en correctie vormt de kern van de soennitische <em>minhāj</em>: stabiliteit van de gemeenschap gaat hand in hand met het bestrijden van onrecht.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Zo ontstaat een fiqh‑kader waarin de moslim verplicht is om de waarheid te spreken, zelfs tegenover een onrechtvaardige leider, maar altijd op een wijze die de gemeenschap beschermt en de eer van de islam hooghoudt. De ḥadīth uit <em>Musnad A</em><em>ḥ</em><em>mad</em> vormt een krachtige herinnering dat angst voor mensen nooit een reden mag zijn om de waarheid te verzwijgen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Door dit bewijsmateriaal, welke de ḥadīth is die het vers uitlegt, heeft Allāh Ta’ālā ons verboden stilzwijgend te blijven jegens de Munkar en Hij gebiedt ons het te verwijderen. Allāh Ta’ālā beveelt de moslims om Maʿrūf te betrachten en Munkar te verwerpen en maakt het een plicht voor hen om zo te handelen. Allāh Ta’ālā openbaart:</p>



<p class="has-text-align-right has-text-color has-link-color has-large-font-size wp-elements-9afdb3d5ce06a6ab2c29d280b74f1950 wp-block-paragraph" style="color:#05f707">وَلْتَكُن مِّنْكُمْ أُمَّةٌ يَدْعُونَ إِلَى ٱلْخَيْرِ وَيَأْمُرُونَ بِٱلْمَعْرُوفِ وَيَنْهَوْنَ عَنِ ٱلْمُنْكَرِ وَأُوْلَـٰئِكَ هُمُ ٱلْمُفْلِحُونَ</p>



<p class="wp-block-paragraph">&nbsp;“En laat er een groep onder u zijn die tot goedheid aanspoort en tot rechtvaardigheid maant en het kwade verbiedt; dezen zijn het die zullen slagen.” (Surah Āl ʿImrān, 3:104).</p>



<p class="wp-block-paragraph">Allāh Ta’ālā openbaart ook:</p>



<p class="has-text-align-right has-text-color has-link-color has-large-font-size wp-elements-85115a4208335edf98106c3c11948935 wp-block-paragraph" style="color:#05f707">&nbsp;كُنْتُمْ خَيْرَ أُمَّةٍ أُخْرِجَتْ لِلنَّاسِ تَأْمُرُونَ بِٱلْمَعْرُوفِ وَتَنْهَوْنَ عَنِ ٱلْمُنْكَرِ وَتُؤْمِنُونَ بِٱللَّهِ وَلَوْ آمَنَ أَهْلُ ٱلْكِتَابِ لَكَانَ خَيْراً لَّهُمْ مِّنْهُمُ ٱلْمُؤْمِنُونَ وَأَكْثَرُهُمُ ٱلْفَاسِقُونَ</p>



<p class="wp-block-paragraph">“Gij (moslims) zijt het beste volk dat voor de mensheid (ter lering) is verwekt; gij gebiedt wat goed is, verbiedt wat kwaad is en gelooft in Allāh; en indien de mensen van het Boek hadden geloofd, zou het zeker beter voor hen zijn geweest; sommigen hunner zijn gelovigen, maar de meesten hunner zijn overtreders.” (Surah Āl ʿImrān, 3:110).</p>



<p class="wp-block-paragraph">Allāh Ta’ālā openbaart verder:</p>



<p class="has-text-align-right has-text-color has-link-color has-large-font-size wp-elements-def97d101c954c6d9e0369f840c73f2e wp-block-paragraph" style="color:#05f707">&nbsp;لَّئِن لَّمْ يَنتَهِ ٱلْمُنَافِقُونَ وَٱلَّذِينَ فِي قُلُوبِهِمْ مَّرَضٌ وَٱلْمُرْجِفُونَ فِي ٱلْمَدِينَةِ لَنُغْرِيَنَّكَ بِهِمْ ثُمَّ لاَ يُجَاوِرُونَكَ فِيهَآ إِلاَّ قَلِيلاً</p>



<p class="has-text-align-right has-text-color has-link-color has-large-font-size wp-elements-2d3ba675ea894f88e99dacf2a639aa1b wp-block-paragraph" style="color:#05f707">&nbsp;مَّلْعُونِينَ أَيْنَمَا ثُقِفُوۤاْ أُخِذُواْ وَقُتِّلُواْ تَقْتِيلاً</p>



<p class="wp-block-paragraph">“Indien de huichelaars en degenen in wier hart een ziekte is en degenen die opschudding in de stad veroorzaken, niet ophouden, zullen Wij u zeker tegen hen in beweging brengen; dan zullen zij slechts voor een korte tijd in uw nabijheid mogen vertoeven. Vervloekt zijn zij; waar zij zich ook bevinden zullen zij worden gegrepen en gedood.” (Surah al‑Aḥzāb, 33:60–61).</p>



<p class="wp-block-paragraph">Ḥazrat ʿAbdullāh ibn Abī Awfā (raḍiyAllāhu ʿanhu) verhaalde dat de Heilige Profeet Mohammed ﷺ zei:</p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size wp-block-paragraph">جَامِعُ التِّرْمِذِيّ – كِتَابُ الأَحْكَام – حَدِيث 1330</p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size wp-block-paragraph">إِنَّ اللَّهَ مَعَ الْقَاضِي مَا لَمْ يَجُرْ، فَإِذَا جَارَ تَخَلَّى عَنْهُ وَلَزِمَهُ الشَّيْطَانُ</p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size wp-block-paragraph">سُنَنُ ابْنِ مَاجَه – كِتَابُ الأَحْكَام – حَدِيث 2312</p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size wp-block-paragraph">إِنَّ اللَّهَ مَعَ الْقَاضِي مَا لَمْ يَجُرْ، فَإِذَا جَارَ وَكَلَهُ إِلَى نَفْسِهِ</p>



<p class="wp-block-paragraph">&nbsp;“Allāh is met de Qāḍī zolang hij geen tiran is; wanneer hij het is, verlaat Hij hem en de duivel kleeft zich aan hem.” (Jāmiʿ at‑Tirmidhī Kitāb al‑Aḥkām, #1322); Sunan Ibn Mājah Kitāb al‑Aḥkām, #2315).</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Educatief Structuurschema– </strong><strong>Ḥ</strong><strong>ad</strong><strong>ī</strong><strong>th over de Q</strong><strong>ā</strong><strong>ḍ</strong><strong>ī</strong><strong> en tirannie</strong></p>



<figure class="wp-block-table"><table class="has-fixed-layout"><tbody><tr><td><strong>Categorie</strong></td><td><strong>Inhoud</strong></td></tr><tr><td><strong>Bron</strong></td><td><em>Jāmi</em><em>ʿ</em><em> at‑Tirmi</em><em>d</em><em>hī</em>, Kitāb al‑Aḥkām, ḥadīth 1330; <em>Sunan Ibn Mājah</em>, Kitāb al‑Aḥkām, ḥadīth 2312</td></tr><tr><td><strong>Arabische tekst</strong></td><td>إِنَّ اللَّهَ مَعَ الْقَاضِي مَا لَمْ يَجُرْ، فَإِذَا جَارَ تَخَلَّى عَنْهُ وَلَزِمَهُ الشَّيْطَانُ</td></tr><tr><td><strong>Nederlandse vertaling</strong></td><td>“Allāh is met de Qāḍī zolang hij geen tiran is; wanneer hij onrechtvaardig wordt, verlaat Allāh hem en de duivel kleeft zich aan hem.”</td></tr><tr><td><strong>Kernbegrippen</strong></td><td><em>Qā</em><em>ḍ</em><em>ī</em>: rechter; <em>Jawr</em>: tirannie/onrecht; <em>Takhallā</em>: Allāh laat hem los; <em>Shay</em><em>ṭ</em><em>ā</em><em>n</em>: morele ontsporing</td></tr><tr><td><strong>Didactische les</strong></td><td>Een rechter of leider behoudt goddelijke steun zolang hij rechtvaardig is. Zodra hij tiranniek wordt, verliest hij die steun en wordt hij overgeleverd aan zijn eigen begeerten en de invloed van de duivel.</td></tr><tr><td><strong>Toepassing in beleid &amp; onderwijs</strong></td><td>Deze ḥadīth vormt een basis voor integriteitsbeleid, toezicht op bestuurders, interne correctieprocedures en het recht van de gemeenschap om leiders te corrigeren wanneer zij onrecht plegen.</td></tr></tbody></table></figure>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Juridisch‑theologische fiqh‑analyse: rechtspraak, tirannie en de plicht tot correctie</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">De ḥadīth over de Qāḍī die zijn goddelijke steun verliest zodra hij tiranniek wordt, vormt een kerntekst binnen de islamitische rechtswetenschap. De geleerden beschouwen deze uitspraak als een fundamentele waarschuwing dat macht nooit absolute bescherming biedt. Een rechter, bestuurder of leider staat onder voortdurende goddelijke toetsing: zolang hij rechtvaardig oordeelt, staat Allāh aan zijn zijde; zodra hij onrecht pleegt, wordt hij aan zichzelf overgelaten. In fiqh‑termen betekent dit dat zijn beslissingen dan niet langer worden beschouwd als <em>ḥ</em><em>ukm Shar</em><em>ʿ</em><em>ī</em> (rechtmatig oordeel), maar als <em>jawr</em> (tirannie), wat geen gehoorzaamheid verdient.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Binnen de vier madhāhib bestaat consensus dat rechtspraak een vorm van aanbidding is (<em>ʿ</em><em>ib</em><em>ā</em><em>dah</em>), omdat de Qāḍī optreedt als vertegenwoordiger van Allāhs recht op aarde. Daarom is zijn positie zwaar, en zijn verantwoordelijkheid nog zwaarder. De Profeet ﷺ zei dat de meeste rechters in het Vuur zullen zijn, behalve degene die rechtvaardig oordeelt. Deze ḥadīth sluit daar direct op aan: een rechter die onrecht pleegt, wordt niet alleen verlaten door Allāh, maar valt onder de invloed van de duivel, wat betekent dat zijn beslissingen voortkomen uit begeerte, wrok of corruptie.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>De fiqh maakt een duidelijk onderscheid tussen twee vormen van onrecht:</strong></p>



<ol start="1" class="wp-block-list">
<li><strong>Privé‑onrecht</strong> (bijv. persoonlijke fouten van een leider).</li>



<li><strong>Openlijk bestuurlijk onrecht</strong> (bijv. misbruik van macht, valse beschuldigingen, tirannie).</li>
</ol>



<p class="wp-block-paragraph">Voor privé‑onrecht geldt de profetische richtlijn van <em>na</em><em>ṣ</em><em>ī</em><em>ḥ</em><em>ah</em> in het geheim. Maar wanneer een leider of rechter openlijk onrecht pleegt, zoals het uitspreken van valse beschuldigingen, het misbruiken van zijn positie of het onderdrukken van leden van de gemeenschap, dan verandert de fiqh‑regel. De geleerden, waaronder al‑Qurṭubī, Ibn Taymiyyah en al‑Māwardī, stellen dat openlijk onrecht een publieke reactie vereist, omdat het de gemeenschap schaadt en de Sharīʿah ondermijnt.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De Qur’ān ondersteunt dit principe in Surah an‑Nisā’ (4:148), waar Allāh zegt dat Hij niet houdt van het openlijk uitspreken van slechte woorden, behalve door degene aan wie onrecht is aangedaan. De klassieke tafsīr legt uit dat dit vers de benadeelde moslim toestaat om de waarheid openlijk te spreken wanneer een leider hem publiekelijk onrecht aandoet. Dit is geen fitnah, maar <em>izālat al‑</em><em>ẓ</em><em>ulm</em> — het verwijderen van onrecht, wat een religieuze plicht is.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De fiqh stelt verder dat een leider die tiranniek wordt, niet langer morele gehoorzaamheid verdient. De gemeenschap moet hem corrigeren, documenteren wat er misgaat, en hem confronteren met zijn daden. Dit gebeurt eerst intern, maar wanneer het onrecht publiek is, mag de gemeenschap de waarheid openlijk benoemen. De geleerden benadrukken dat dit geen rebellie is, maar een vorm van <em>al‑amr bil‑ma</em><em>ʿ</em><em>r</em><em>ū</em><em>f wa‑n‑nahy </em><em>ʿ</em><em>an al‑munkar</em>, dat behoort tot de hoogste religieuze verplichtingen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Zo vormt deze ḥadīth een juridisch‑theologisch fundament voor het corrigeren van leiders, het beschermen van de gemeenschap tegen tirannie en het handhaven van rechtvaardigheid binnen islamitische instellingen. Het is een waarschuwing aan leiders dat hun macht geen bescherming biedt tegen goddelijke afrekening, en een geruststelling aan de gemeenschap dat zij niet verplicht is om onrecht te verdragen.</p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-3371a2bdca0138e6a285833f6705e3f3">Een corrupte moslimleider bestrijden</h5>



<p class="wp-block-paragraph">Binnen de klassieke soennitische fiqh wordt een corrupte moslimleider niet bestreden door middel van geweld of opstand, maar door middel van <strong>raad, correctie en institutionele processen</strong>. Wanneer een imam (geestelijke leider) of Amīr (bestuurder) zich schuldig maakt aan onrecht of corruptie, leert de Sharīʿah dat dit eerst <strong>privé</strong> moet worden besproken met bevoegde religieuze autoriteiten, zoals een mufti of een Raad van ʿUlamāʾ’. Wanneer het kwaad echter <strong>openlijk</strong> is gepleegd, mag de correctie ook <strong>openlijk</strong> plaatsvinden, maar altijd binnen de grenzen van waardigheid, waarheid en rechtvaardigheid.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Indien een leider niet bereid is afstand te nemen van zijn fouten, beschrijven de klassieke geleerden dat de gemeenschap — via haar religieuze en bestuurlijke structuren — het recht heeft om hem te corrigeren, te beperken of te vervangen, maar uitsluitend via niet‑gewelddadige, institutionele en vreedzame middelen.</strong> De reden hiervoor is dat een moslim, zelfs wanneer hij fouten maakt, nog steeds de waardigheid van een gelovig bezit, en de Sharīʿah verbiedt moslims om elkaar te schaden of te bestrijden.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De geleerden maken een onderscheid tussen <strong>morele tekortkomingen</strong> en <strong>openlijke afvalligheid</strong>. Wanneer een leider zijn gebeden verwaarloost of volledig achterwege laat, beschouwen sommige klassieke juristen dit als een ernstig teken van religieuze nalatigheid. Toch blijft ook hier de regel dat correctie via <strong>juridische, religieuze en bestuurlijke procedures</strong> moet verlopen, en nooit via geweld of eigenrichting.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Ḥazrat Umm Salamah (raḍiyAllāhu ʿanhā) verhaalde dat de Heilige Profeet Mohammed ﷺ zei: “In de nabije toekomst zullen er amīrs zijn; jullie zullen hun goede daden waarderen en hun slechte daden afkeuren. Degene die hun slechte daden afkeurt, is vrij van blaam; degene die hun slechte daden haat (maar niet in staat is ze te veranderen), is eveneens veilig. Maar degene die hun slechte daden goedkeurt en hen daarin volgt, is verloren.” De mensen vroegen: “O Boodschapper van Allāh, moeten wij tegen hen vechten?” Hij ﷺ antwoordde: “Nee, zolang zij hun gebeden verrichten.” ((Ṣaḥīḥ Muslim 1854a, Kitāb al‑Imārah, “Het Boek over het Leiderschap/ Regeringszaken”). Deze ḥadīth vormt een belangrijk fundament in de soennitische rechtsleer: <strong>zolang een leider het gebed verricht en niet openlijk ongeloof pleegt, is gewapend verzet verboden</strong>. De plicht van de gelovigen is dan: (1) het goede te bevelen, (2) het kwade te verwerpen, (3) en hun hart vrij te houden van goedkeuring van onrecht. De fiqh benadrukt dat <strong>morele weerstand, advies, institutionele correctie en vreedzame vervanging</strong> de toegestane middelen zijn binnen de Sharīʿah.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Educatief Structuurschema– Het omgaan met corrupte moslimleiders</strong></p>



<figure class="wp-block-table"><table class="has-fixed-layout"><tbody><tr><td><strong>Categorie</strong></td><td><strong>Inhoud</strong></td></tr><tr><td><strong>Thema</strong></td><td>Het corrigeren van corrupte leiders binnen de soennitische Sharīʿah</td></tr><tr><td><strong>Primaire bronnen</strong></td><td>Qur’ān (3:104, 3:110, 33:60–61); Ḥadīth van Umm Salamah (Ṣaḥīḥ Muslim)</td></tr><tr><td><strong>Profetische richtlijn</strong></td><td>“Neen, zolang zij hun gebeden verrichten.” <em>(</em><em>Ṣ</em><em>a</em><em>ḥ</em><em>ī</em><em>ḥ</em><em> Muslim)</em></td></tr><tr><td><strong>Kernbegrippen</strong></td><td><em>Amr bil‑ma</em><em>ʿ</em><em>r</em><em>ū</em><em>f</em>, <em>nahy </em><em>ʿ</em><em>an al‑munkar</em>, <em>na</em><em>ṣ</em><em>ī</em><em>ḥ</em><em>ah</em>, <em>jawr</em> (tirannie), <em>ṣ</em><em>abr</em>, <em>i</em><em>ṣ</em><em>l</em><em>ā</em><em>ḥ</em></td></tr><tr><td><strong>Privé‑correctie</strong></td><td>Fouten van leiders worden eerst privé besproken met bevoegde religieuze autoriteiten (mufti, Raad van ʿUlamāʾ’).</td></tr><tr><td><strong>Openlijke correctie</strong></td><td>Wanneer het kwaad publiekelijk is gepleegd, mag de gemeenschap de waarheid openlijk benoemen, maar zonder geweld.</td></tr><tr><td><strong>Grenzen van gehoorzaamheid</strong></td><td>Gehoorzaamheid blijft verplicht zolang de leider het gebed verricht en geen openlijke kufr pleegt.</td></tr><tr><td><strong>Verbod op geweld</strong></td><td>De soennitische fiqh verbiedt gewapend verzet tegen zondige leiders zolang zij moslim blijven.</td></tr><tr><td><strong>Institutionele maatregelen</strong></td><td>De gemeenschap mag via vreedzame, bestuurlijke en religieuze structuren leiders corrigeren, beperken of vervangen.</td></tr><tr><td><strong>Morele verantwoordelijkheid</strong></td><td>Wie onrecht haat, is veilig; wie het goedkeurt, is schuldig. <em>(</em><em>Ṣ</em><em>a</em><em>ḥ</em><em>ī</em><em>ḥ</em><em> Muslim)</em></td></tr></tbody></table></figure>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Juridisch‑theologische analyse – Corrupte leiders in de soennitische fiqh</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">De soennitische rechtsleer behandelt het omgaan met corrupte leiders met grote zorgvuldigheid, omdat leiderschap in de islam zowel een bron van orde als een potentiële bron van onrecht kan zijn. De Sharīʿah balanceert daarom tussen twee principes: het beschermen van de gemeenschap tegen chaos (<em>fitnah</em>) en het beschermen van individuen tegen onderdrukking (<em>ẓ</em><em>ulm</em>).</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>1. De basis: amr bil‑ma</strong><strong>ʿ</strong><strong>r</strong><strong>ū</strong><strong>f wa‑n‑nahy </strong><strong>ʿ</strong><strong>an al‑munkar</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">De Heilige Qur’ān verplicht moslims om het goede te bevelen en het kwaad te verbieden (3:104, 3:110). Deze plicht geldt ook tegenover leiders. De geleerden benadrukken dat leiders niet boven de wet staan; zij zijn onderworpen aan dezelfde morele en religieuze normen als de rest van de gemeenschap.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>2. Privé‑correctie als eerste stap</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">De profetische methode is dat fouten van leiders eerst privé worden besproken. Dit beschermt de eer van de leider, voorkomt publieke vernedering en minimaliseert fitnah. De ʿUlamāʾ’ beschouwen dit als de standaardprocedure, gebaseerd op de ḥadīth waarin de Profeet ﷺ zegt dat advies aan leiders niet publiekelijk moet worden gegeven wanneer het om gewone fouten gaat.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>3. Openlijke correctie bij openlijk onrecht</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">Wanneer een leider publiekelijk kwaad verricht — zoals laster, misbruik van macht of onderdrukking — dan mag de gemeenschap de waarheid openlijk benoemen. Dit is gebaseerd op Qur’ān 4:148, waarin Allāh toestaat dat de onrecht aangedane persoon openlijk spreekt. De klassieke tafsīr (Ibn Kathīr, al‑Qurṭubī) bevestigt dat dit geen fitnah is, maar een vorm van rechtvaardigheid.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>4. Geen gewapend verzet</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">De ḥadīth van Umm Salamah (Ṣaḥīḥ Muslim) is een fundament van de soennitische politieke fiqh. Toen de metgezellen vroegen of zij tegen corrupte leiders moesten vechten, antwoordde de Profeet ﷺ: <strong>“Neen, zolang zij hun gebeden verrichten.” </strong>De geleerden leggen uit dat dit betekent: (1) Zolang een leider moslim blijft, (2) en het gebed niet verlaat, (3) is gewapend verzet verboden. Dit beschermt de gemeenschap tegen burgeroorlog en bloedvergieten.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>5. Institutionele correctie en vreedzame vervanging</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">Hoewel gewapend verzet verboden is, betekent dit niet dat de gemeenschap machteloos is. De fiqh staat toe dat leiders: (1) worden gecorrigeerd, (2) worden beperkt in hun bevoegdheden, (3) of via vreedzame, bestuurlijke en religieuze processen worden vervangen. Dit gebeurt via: (1) professionele Raden van ʿUlamāʾ’, (2) Shūrā‑organen, (3) gemeenschapsbesluiten zoals leden van een vereniging en donateurs van stichtingen, (4) juridische procedures. Deze processen moeten vreedzaam, ordelijk en zonder geweld verlopen.</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>6. De spirituele dimensie</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">De ḥadīth van Umm Salamah (raḍiyAllāhu ʿanhu) maakt duidelijk dat: (1) wie onrecht haat, is veilig; (2) wie onrecht afkeurt, is vrij van blaam; (3) maar wie onrecht goedkeurt of nadoet, is spiritueel verloren. Dit betekent dat de gelovige nooit passief mag zijn tegenover corruptie, maar zijn weerstand moet uiten binnen de grenzen van de Sharīʿah.</p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-12a05c23b2a045f94545161bc5209188">Leiders gaan verantwoording afleggen bij Allāh Ta’ālā</h5>



<p class="wp-block-paragraph">Ḥazrat Abū Hurayrah (raḍiyAllāhu ʿanhu) verhaalde dat de Heilige Profeet Mohammed ﷺ zei: “De Israëli’s werden gewoonlijk bestuurd en geleid door de profeten. Wanneer een Profeet overleed, nam een andere zijn plaats in. Er zal geen Profeet meer zijn na mij, maar er zullen kaliefen zijn die in aantal gaan toenemen.” De mensen vroegen: “O Profeet van Allāh! Wat beveelt u ons te doen?” Hij ﷺ antwoordde: “Gehoorzaam hem die als eerste de belofte/eed van trouw zal worden gegeven. Vervul hun rechten, want Allāh zal hen ondervragen over iedere tekortkoming in bestuur jegens degene die Allāh onder zijn bescherming heeft geplaatst.” <em>(</em><em>Ṣ</em><em>a</em><em>ḥ</em><em>ī</em><em>ḥ</em><em>al‑Bukh</em><em>ā</em><em>r</em><em>ī</em><em>, Kit</em><em>ā</em><em>b al‑Anbiy</em><em>ā</em><em>ʾ</em><em>’</em><em>, </em><em>#</em><em>3455).</em></p>



<p class="wp-block-paragraph">Allāh Ta’ālā openbaart:</p>



<p class="has-text-align-right has-text-color has-link-color has-large-font-size wp-elements-1ea447f1498dff2c2eafd304e7897466 wp-block-paragraph" style="color:#05f707">وَمَن يَكْسِبْ إِثْماً فَإِنَّمَا يَكْسِبُهُ عَلَىٰ نَفْسِهِ وَكَانَ ٱللَّهُ عَلِيماً حَكِيماً</p>



<p class="wp-block-paragraph">“En wie een zonde begaat, begaat deze slechts jegens zijn eigen ziel. En Allāh is Alwetend, Alwijs.” (Surah an‑Nisā’, 4:111).</p>



<p class="wp-block-paragraph">Ḥazrat Maʿqil (raḍiyAllāhu ʿanhu) verhaalde dat de Heilige Profeet Mohammed ﷺ zei: “Iedere man aan wie autoriteit is begunstigd om over andere mensen te regeren/besturen en hij doet dat niet op een eerlijke manier, zal nooit en te nimmer de geur van het Paradijs ruiken.” (Ṣaḥīḥ Muslim, Kitāb al‑Imārah, # 142).</p>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Educatief Structuurschema– Leiders leggen verantwoording af bij Allāh Ta’ālā</strong></p>



<figure class="wp-block-table"><table class="has-fixed-layout"><tbody><tr><td><strong>Categorie</strong></td><td><strong>Inhoud</strong></td></tr><tr><td><strong>Thema</strong></td><td>Verantwoordelijkheid van leiders in de islam</td></tr><tr><td><strong>Hadith 1 (al‑Bukhārī)</strong></td><td>Ḥazrat Abū Hurayrah (raḍiyAllāhu ʿanhu) verhaalde dat de Profeet ﷺ zei: “De Israëli’s werden gewoonlijk bestuurd en geleid door de profeten. Wanneer een Profeet overleed, nam een andere zijn plaats in. Er zal geen Profeet meer zijn na mij, maar er zullen kaliefen zijn die in aantal gaan toenemen.” De mensen vroegen: “O Profeet van Allāh! Wat beveelt u ons te doen?” Hij ﷺ antwoordde: “Gehoorzaam hem die als eerste de eed van trouw ontvangt. Vervul hun rechten, want Allāh zal hen ondervragen over iedere tekortkoming in bestuur jegens degenen die Allāh onder hun bescherming heeft geplaatst.” <em>(</em><em>Ṣ</em><em>a</em><em>ḥ</em><em>ī</em><em>ḥ</em><em> al‑Bukh</em><em>ā</em><em>r</em><em>ī</em><em>)</em></td></tr><tr><td><strong>Qur’ān‑vers</strong></td><td>“En wie een zonde begaat, begaat deze slechts tegen zijn eigen ziel, en Allāh is Alwetend, Alwijs.” <em>(Surah an‑Nisā’, 4:111)</em></td></tr><tr><td><strong>Hadith 2 (Muslim)</strong></td><td>Ḥazrat Maʿqil (raḍiyAllāhu ʿanhu) verhaalde dat de Profeet ﷺ zei: “Iedere man aan wie autoriteit is gegeven om over andere mensen te regeren en hij doet dat niet op een eerlijke manier, zal nooit de geur van het Paradijs ruiken.” <em>(</em><em>Ṣ</em><em>a</em><em>ḥ</em><em>ī</em><em>ḥ</em><em> Muslim)</em></td></tr><tr><td><strong>Kernbegrippen</strong></td><td><em>Amānah</em> (toevertrouwde verantwoordelijkheid), <em>khilāfah</em> (bestuurlijke opvolging), <em>ḥ</em><em>is</em><em>ā</em><em>b</em> (rekenschap), <em>ʿ</em><em>adl</em> (rechtvaardigheid), <em>ẓ</em><em>ulm</em> (onrecht)</td></tr><tr><td><strong>Didactische les</strong></td><td>Leiderschap is een zware amānah. Leiders worden door Allāh ondervraagd over elke tekortkoming. Onrechtvaardige leiderschap is een van de zwaarste zonden.</td></tr><tr><td><strong>Toepassing in beleid &amp; onderwijs</strong></td><td>Leiderschapstraining moet nadruk leggen op rechtvaardigheid en verantwoordelijkheid.Bestuursleden moeten zich bewust zijn van hun rekenschap bij Allāh.Gemeenschappen moeten toezichtstructuren hebben om onrecht te voorkomen.</td></tr></tbody></table></figure>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Juridisch‑theologische analyse – Rekenschap van leiders in de soennitische fiqh</strong></p>



<p class="wp-block-paragraph">De islamitische rechtswetenschap beschouwt leiderschap als een van de zwaarste verantwoordelijkheden die een mens kan dragen. De Profeet ﷺ maakte duidelijk dat leiders niet alleen verantwoording afleggen aan hun gemeenschap, maar vooral aan Allāh Ta’ālā. De ḥadīth van Abū Hurayrah (raḍiyAllāhu ʿanhu) toont dat de profeten van Banī Isrāʾīl zowel spirituele als wereldlijke leiders waren, maar dat na de Profeet Mohammed ﷺ geen profeten meer zullen komen. In plaats daarvan zullen kaliefen en bestuurders deze taak vervullen. Dit betekent dat leiderschap na de Profeet ﷺ niet langer een profetische status heeft, maar wel een profetische verantwoordelijkheid.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De instructie van de Profeet ﷺ om de eerste leider die de eed van trouw ontvangt te gehoorzamen, benadrukt het belang van stabiliteit en eenheid. De gemeenschap mag niet vervallen in verdeeldheid of chaos, omdat dit leidt tot fitnah. Tegelijkertijd legt de Profeet ﷺ de nadruk op de verantwoordelijkheid van leiders: Allāh zal hen ondervragen over elke tekortkoming in hun bestuur. In de fiqh wordt dit gezien als <em>ḥ</em><em>is</em><em>ā</em><em>b al‑umar</em><em>ā’</em> — de goddelijke rekenschap van leiders. De geleerden leggen uit dat dit een van de zwaarste vormen van rekenschap is, omdat leiders verantwoordelijk zijn voor de rechten, veiligheid en waardigheid van anderen.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Het Qur’ān‑vers uit Surah an‑Nisā’ (4:111) bevestigt dat zonden uiteindelijk terugkeren naar degene die ze begaat. Voor leiders betekent dit dat onrecht niet alleen een sociale misdaad is, maar een spirituele last die zij op de Dag des Oordeels zullen dragen. De fiqh benadrukt dat leiders geen privilege hebben om fouten te maken; integendeel, hun fouten wegen zwaarder omdat zij invloed hebben op de gemeenschap.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De ḥadīth van Maʿqil (raḍiyAllāhu ʿanhu) in Ṣaḥīḥ Muslim is een van de strengste waarschuwingen aan leiders: wie onrechtvaardig regeert, zal zelfs de geur van het Paradijs niet ruiken. De geleerden leggen uit dat deze uitspraak niet betekent dat de leider automatisch ongelovig wordt, maar dat zijn zonde zo zwaar is dat hij behoort tot degenen die ernstige goddelijke straf riskeren. Dit toont dat leiderschap geen eer is, maar een beproeving.</p>



<p class="wp-block-paragraph">Binnen de soennitische fiqh wordt leiderschap gezien als een <em>amānah</em> — een toevertrouwde verantwoordelijkheid. Een leider is verplicht om rechtvaardig te zijn, de rechten van de mensen te beschermen, en geen misbruik te maken van zijn positie. Wanneer een leider tekortschiet, is de gemeenschap verplicht hem te adviseren, te corrigeren en — indien nodig — via vreedzame en institutionele middelen te vervangen. Geweld of rebellie is verboden zolang de leider moslim blijft en het gebed verricht, zoals blijkt uit meerdere ḥadīth in Ṣaḥīḥ Muslim.</p>



<p class="wp-block-paragraph">De theologische kern is dat leiderschap een vorm van aanbidding is: het is een dienst aan Allāh door middel van rechtvaardigheid. Een leider die onrecht pleegt, verraadt niet alleen zijn gemeenschap, maar ook zijn verbond met Allāh. Daarom is de rekenschap van leiders zwaarder dan die van gewone mensen.</p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-b566ac46007a5137eb8de631e1c72f4b">Wat is correct leiderschap?</h5>



<p class="wp-block-paragraph">De titel van dit artikel begint met het woord ‘correct’. Correct leiderschap heeft te maken met alles wat niet corrupt is. Van correct leiderschap van imams en bestuurders is dus sprake wanneer het niet indruist tegen: de Geboden van Allāh Ta’ālā zoals in de Heilige Qur’ān geopenbaard, de soenna (Aḥadīth) van de Heilige Profeet Mohammed ﷺ, de regels van de vier rechtgeleide kaliefen (Ḥazrat Abū Bakr Ṣiddīq, Ḥazrat ʿUmar al‑Farooq al‑Aʿẓam, Ḥazrat ʿUthmān Ghanī en Ḥazrat ʿAlī al‑Murtaḍā (raḍiyAllāhu ʿanhum)), de regels van de imams van de wetscholen (imam Abū Ḥanīfah, imam Mālik, imam Aḥmad ibn Ḥanbal en imam ash‑Shāfiʿī (raḍiyAllāhu ʿanhum)) en de <em>ijmā</em><em>ʿ</em> (consensus) van de eminente moslim‑schriftgeleerden. <em>(Qur’ān; al‑Bukhārī; Muslim; Abū </em><em>Ḥ</em><em>an</em><em>ī</em><em>fah; M</em><em>ā</em><em>lik; ash‑Sh</em><em>ā</em><em>fi</em><em>ʿ</em><em>ī</em><em>; A</em><em>ḥ</em><em>mad ibn </em><em>Ḥ</em><em>anbal).</em></p>



<p class="wp-block-paragraph">Lees ook verder over &#8230;</p>



<ul class="wp-block-list">
<li> <a href="https://tangali.net/fraude-en-illegale-inkomen/" data-type="post" data-id="3083">Fraude en illegale inkomsten </a>&gt;&gt;&gt;</li>



<li><a href="https://tangali.net/liegen-is-de-weg-naar-de-hel/" data-type="post" data-id="1044">Liegen </a>&gt;&gt;&gt;</li>
</ul>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-77c370aed5d754a0fd038f59b44a806e">Bronnen</h5>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Heilige Qur’ān</strong></p>



<ul class="wp-block-list">
<li>Qur’ān. (z.j.). <em>Al‑Qur’ān al‑Karīm</em>.</li>



<li>Qur’ān. (z.j.). <em>Surah Hūd</em> [11:85, 11:113].</li>



<li>Qur’ān. (z.j.). <em>Surah an‑Nisā’</em> [4:111; 4:148].</li>



<li>Qur’ān. (z.j.). <em>Surah Āl </em><em>ʿ</em><em>Imr</em><em>ā</em><em>n</em> [3:104; 3:110].</li>



<li>Qur’ān. (z.j.). <em>Surah al‑A</em><em>ḥ</em><em>z</em><em>ā</em><em>b</em> [33:60–61].</li>
</ul>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Tafsīr‑werken</strong></p>



<ul class="wp-block-list">
<li>Ibn Kathīr, I. (z.j.). <em>Tafsīr al‑Qur’ān al‑</em><em>ʿ</em><em>A</em><em>ẓ</em><em>ī</em><em>m</em>.</li>



<li>Al‑Ṭabarī, M. (z.j.). <em>Jāmi</em><em>ʿ</em><em> al‑Bay</em><em>ā</em><em>n </em><em>ʿ</em><em>an Ta</em><em>’</em><em>w</em><em>ī</em><em>l </em><em>Ā</em><em>y al‑Qur</em><em>’ā</em><em>n</em>.</li>



<li>Al‑Qurṭubī, M. (z.j.). <em>al‑Jāmi</em><em>ʿ</em><em> li‑A</em><em>ḥ</em><em>k</em><em>ā</em><em>m al‑Qur</em><em>’ā</em><em>n</em>.</li>
</ul>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Ḥ</strong><strong>ad</strong><strong>ī</strong><strong>th‑verzamelingen</strong></p>



<ul class="wp-block-list">
<li>Aḥmad ibn Ḥanbal. (z.j.). <em>Musnad A</em><em>ḥ</em><em>mad</em>.</li>



<li>At‑Tirmidhī, Muḥammad ibn ʿĪsā. (z.j.). <em>Jāmi</em><em>ʿ</em><em> at‑Tirmidh</em><em>ī</em>, Kitāb al‑Aḥkām (#1330).</li>



<li>Ibn Mājah, Muḥammad ibn Yazīd. (z.j.). <em>Sunan Ibn Mājah</em>, Kitāb al‑Aḥkām (#2312).</li>



<li>Al‑Bukhārī, Muḥammad ibn Ismāʿīl. (z.j.). <em>Ṣ</em><em>a</em><em>ḥ</em><em>ī</em><em>ḥ</em><em> al‑Bukh</em><em>ā</em><em>r</em><em>ī</em>, Kitāb al‑Anbiyāʾ.’</li>



<li>Muslim, Ibn al‑Ḥajjāj. (z.j.). <em>Ṣ</em><em>a</em><em>ḥ</em><em>ī</em><em>ḥ</em><em> Muslim</em>, Kitāb al‑Imārah.</li>



<li>Al‑Nawawī, Y. (z.j.). <em>Riyā</em><em>ḍ</em><em> al‑</em><em>Ṣ</em><em>ā</em><em>li</em><em>ḥ</em><em>ī</em><em>n</em>.</li>
</ul>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Fiqh‑ en U</strong><strong>ṣ</strong><strong>ū</strong><strong>l‑werken</strong></p>



<ul class="wp-block-list">
<li>Abū Ḥanīfah, al‑Nuʿmān ibn Thābit. (z.j.). <em>al‑Fiqh al‑Akbar</em>.</li>



<li>Mālik ibn Anas. (z.j.). <em>al‑Muwa</em><em>tt</em><em>a</em><em>ʾ</em>.</li>



<li>Ash‑Shāfiʿī, Muḥammad ibn Idrīs. (z.j.). <em>al‑Umm</em>.</li>



<li>Al‑Nawawī, Yaḥyā ibn Sharaf. (z.j.). <em>al‑Majmū</em><em>ʿ</em><em> Shar</em><em>ḥ</em><em> al‑Muhadhdhab</em>.</li>



<li>Ibn Ḥazm, ʿAlī ibn Aḥmad. (z.j.). <em>Marātib al‑Ijmā</em><em>ʿ</em>.</li>
</ul>



<p class="wp-block-paragraph"><strong>Historische bronnen</strong></p>



<ul class="wp-block-list">
<li>Ibn Kathīr, I. (z.j.). <em>al‑Bidāyah wa‑n‑Nihāyah</em>.</li>



<li>Al‑Ṭabarī, M. (z.j.). <em>Tārīkh al‑</em><em>Ṭ</em><em>abar</em><em>ī</em>.</li>
</ul>



<p class="wp-block-paragraph"></p>
<p><a class="a2a_button_facebook" href="https://www.addtoany.com/add_to/facebook?linkurl=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Fcorrecte-of-corrupte-moslimleiders%2F&amp;linkname=Correcte%20of%20corrupte%20moslimleiders" title="Facebook" rel="nofollow noopener" target="_blank"></a><a class="a2a_button_mastodon" href="https://www.addtoany.com/add_to/mastodon?linkurl=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Fcorrecte-of-corrupte-moslimleiders%2F&amp;linkname=Correcte%20of%20corrupte%20moslimleiders" title="Mastodon" rel="nofollow noopener" target="_blank"></a><a class="a2a_button_email" href="https://www.addtoany.com/add_to/email?linkurl=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Fcorrecte-of-corrupte-moslimleiders%2F&amp;linkname=Correcte%20of%20corrupte%20moslimleiders" title="Email" rel="nofollow noopener" target="_blank"></a><a class="a2a_dd addtoany_share_save addtoany_share" href="https://www.addtoany.com/share#url=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Fcorrecte-of-corrupte-moslimleiders%2F&#038;title=Correcte%20of%20corrupte%20moslimleiders" data-a2a-url="https://tangali.net/correcte-of-corrupte-moslimleiders/" data-a2a-title="Correcte of corrupte moslimleiders"></a></p>]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
	</channel>
</rss>

<!--
Object caching 1198/1216 objecten gebruiken Disk
Paginacaching met Disk: Enhanced 

Served from: tangali.net @ 2026-07-20 12:14:45 by W3 Total Cache
-->