<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Imān en munafiq &#8211; Stichting NIRI</title>
	<atom:link href="https://tangali.net/category/iman/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>https://tangali.net</link>
	<description></description>
	<lastBuildDate>Wed, 21 Jan 2026 00:17:19 +0000</lastBuildDate>
	<language>nl-NL</language>
	<sy:updatePeriod>
	hourly	</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>
	1	</sy:updateFrequency>
	<generator>https://wordpress.org/?v=6.9.4</generator>

<image>
	<url>https://tangali.net/wp-content/uploads/2024/05/cropped-Niri-5-32x32.jpg</url>
	<title>Imān en munafiq &#8211; Stichting NIRI</title>
	<link>https://tangali.net</link>
	<width>32</width>
	<height>32</height>
</image> 
	<item>
		<title>Hypocrisie (munafīq)</title>
		<link>https://tangali.net/hypocrisie-munafik/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[© Shaykh Dr Mohamed Juzoef Tangali Qādri Noorani]]></dc:creator>
		<pubDate>Tue, 18 Mar 2025 01:38:14 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Fiqh al-Akhlāq]]></category>
		<category><![CDATA[Imān en munafiq]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://tangali.net/?p=3166</guid>

					<description><![CDATA[Een hypocriet wordt gekarakteriseerd door het gebrek aan oprechtheid en integriteit. Ze handelen vaak in strijd met hun woorden en laten een façade van deugdzaamheid zien terwijl hun motieven egoïstisch en bedrieglijk zijn. Zij verzenden emails onder valse namen. In religieuze contexten wordt hypocrisie beschouwd als een ernstige zonde, die leidt tot morele en spirituele [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p>Een hypocriet wordt gekarakteriseerd door het gebrek aan oprechtheid en integriteit. Ze handelen vaak in strijd met hun woorden en laten een façade van deugdzaamheid zien terwijl hun motieven egoïstisch en bedrieglijk zijn. Zij verzenden emails onder valse namen. In religieuze contexten wordt hypocrisie beschouwd als een ernstige zonde, die leidt tot morele en spirituele vervreemding. Achter een huichelaar is namaaz niet toegestaan, omdat hij als leugenaar wordt bestempeld.</p>



<p>Hazrat Abu Hurairah (radi Allāhu anhu) meldt dat de Profeet ﷺ had gezegd dat op de Dag des Oordeels de Hāfiz van de Heilige Qur’ān, de martelaar en de rijken voor Allāh Ta’ālā zullen worden geroepen en gevraagd zullen worden naar hun daden. De Hāfiz van de <img decoding="async" width="2" height="2" src="blob:https://tangali.net/6a1da20c-7ec7-4407-908f-c40dc3b061f3">Heilige Qur’ān zal zeggen: &#8220;Ik heb het Boek uit het hoofd geleerd dat u aan Uw Profeet ﷺ hebt geopenbaard en&nbsp; ik <img decoding="async" width="2" height="2" src="blob:https://tangali.net/1d99d489-11d2-4dbf-a430-250b74f63536">heb het dag en nacht gereciteerd, Allāh zal zeggen: &#8220;Je bent een leugenaar. Je reciteerde de Heilige Qur’ān niet omwille van Mij, maar voor je roem, het doel waarvoor je het reciteerde werd bereikt en je stond bekend als beschermer van de Heilige Qur’ān in de wereld. Dan zal de <img decoding="async" width="2" height="2" src="blob:https://tangali.net/f3e4e385-016b-4bf7-97e7-b2c1315fd7b9">rijke man, wanneer hem wordt gevraagd, praten over zijn liefdadigheid en aalmoezen. Allāh zal zeggen: “Je bent een leugenaar. Je gaf liefdadigheid om roem te verwerven die je verwierf en je werd bekend als vrijgevig.&#8221; Dan zal de martelaar, wanneer hem wordt gevraagd, spreken over zijn martelaarschap en moed en zeggen dat hij zijn leven heeft weggegeven voor de zaak van Allāh. Dan zal Allāh zeggen: &#8220;Jij bent ook een leugenaar. Dit opofferen van het leven was niets voor Mij, maar je hebt eerder gevochten om beroemd te worden. Jezelf als dappere en deze publiciteit is je in de wereld aangedaan. Dan zullen al deze drie hypocrieten eerst in de hel worden geslingerd en zullen ze aan hun gezichten naar de hel worden gesleept. <em>Muslim, Nasaī</em> <img loading="lazy" decoding="async" width="2" height="2" src="blob:https://tangali.net/2ae870f9-88af-4591-a962-ed9403859b04">&#8220;De dag waarop ze aan hun gezicht naar de hel zouden worden gesleept en verteld: Nu proef je de straf van de hel.&#8221; <em>Kashfur Rahmān.</em></p>



<p>Het is overgeleverd van Hazrat Ubay Ibn Ka&#8217;ab (radi Allāhu anhu) dat de Profeet ﷺ had gezegd dat wie ook maar een goede daad voor de wereld deed en enige daad of eeuwigheid voor haar show in deze wereld, hij geen deel zal hebben aan de volgende wereld. <em>Ahmed, ibn Habān</em><em></em><em></em></p>



<p>Het is overgeleverd van Hazrat Ibn Umar (radi Allāhu anhu) dat de Profeet ﷺ had gezegd dat wie zijn goede daad onder de mensen propageerde, hij publiekelijk door Allāh zou worden vernederd. <em>Tabrāni, Bayhakī</em></p>



<p>Hazrat Abu Hurairah (radi Allāhu anhu) meldt dat de Profeet ﷺ had gezegd dat iedereen die niet in gedachten houdt dat de volgende wereld een goede daad is voor Akhirat, maar aan deze wereld denkt, vervloekt zal worden in alle hemelen en op aarde. &nbsp;<em>Tabrāni</em></p>



<p>Hazrat Jarud (radi Allāhu anhu) meldt dat de Heilige Profeet ﷺ had gezegd dat iedereen die aan wereldse roem denkt in de daden van de volgende wereld, zijn naam zal worden geregistreerd voor de hel, zijn gezicht zal worden besmeurd en zijn Zikr zal worden uitgewist. <em>Tabrāni</em></p>



<p>Het is overgeleverd van Hazrat Shaddad bin Aus (radi Allāhu anhu) dat de Profeet ﷺ had gezegd dat wie het gebed uitsprak, vastte en liefdadigheid uitdeelde voor de mishandeling, de toeschrijving van medewerkers aan Allāh zal toeschrijven. <em>Bayhakī</em></p>



<p>Hazrat Abu Hurairah (radi Allāhu anhu) meldt dat de<img loading="lazy" decoding="async" width="3" height="2" src="blob:https://tangali.net/ef831e31-45eb-4204-8443-e2b6af28e35a">Profeet ﷺ had gezegd dat een hypocriete reciteerder van de Heilige Qur’ān &nbsp;zou worden gestraft in de vallei van de Hel, bekend als de Hab-ul-Huzn (Huis van Verdriet). <em>Tirmizi</em></p>



<p>Hazrat Ma&#8217;az (radi Allāhu anhu) meldt dat de Profeet ﷺ had gezegd dat zelfs een klein deel van hypocrisie hetzelfde is als het toewijzen van partners aan Allah. <em>Ibn Maja, Bayhakī</em></p>



<p></p>
<p><a class="a2a_button_facebook" href="https://www.addtoany.com/add_to/facebook?linkurl=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Fhypocrisie-munafik%2F&amp;linkname=Hypocrisie%20%28munaf%C4%ABq%29" title="Facebook" rel="nofollow noopener" target="_blank"></a><a class="a2a_button_mastodon" href="https://www.addtoany.com/add_to/mastodon?linkurl=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Fhypocrisie-munafik%2F&amp;linkname=Hypocrisie%20%28munaf%C4%ABq%29" title="Mastodon" rel="nofollow noopener" target="_blank"></a><a class="a2a_button_email" href="https://www.addtoany.com/add_to/email?linkurl=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Fhypocrisie-munafik%2F&amp;linkname=Hypocrisie%20%28munaf%C4%ABq%29" title="Email" rel="nofollow noopener" target="_blank"></a><a class="a2a_dd addtoany_share_save addtoany_share" href="https://www.addtoany.com/share#url=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Fhypocrisie-munafik%2F&#038;title=Hypocrisie%20%28munaf%C4%ABq%29" data-a2a-url="https://tangali.net/hypocrisie-munafik/" data-a2a-title="Hypocrisie (munafīq)"></a></p>]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Wat zeiden ze over de islam?</title>
		<link>https://tangali.net/waarom-bekeerden-hoogopgeleide-christenen-zich-tot-de-islam/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[© Shaykh Dr Mohamed Juzoef Tangali Qādri Noorani]]></dc:creator>
		<pubDate>Tue, 11 Jun 2024 21:14:40 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Imān en munafiq]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://tangali.net/?p=1653</guid>

					<description><![CDATA[Een aantal biografieën van intellectuelen Napoleon Bonaparte Napoleon I (1769-1821) die de geschiedenis inging als militair genie en staatsman, toen hij Egypte binnenging in 1798 [121 Hijri] bewonderde de grootsheid en oprechtheid van de islam en vroeg zich zelfs af of hij moesliem moest worden. Het volgende fragment werd geparafraseerd uit Cherfils&#8217; boek (Bonaparte et [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p><em>Een aantal biografieën van intellectuelen</em></p>



<h5 class="wp-block-heading"><strong>Napoleon Bonaparte</strong></h5>



<p>Napoleon I (1769-1821) die de geschiedenis inging als militair genie en staatsman, toen hij Egypte binnenging in 1798 [121 Hijri] bewonderde de grootsheid en oprechtheid van de islam en vroeg zich zelfs af of hij moesliem moest worden. Het volgende fragment werd geparafraseerd uit Cherfils&#8217; boek (Bonaparte et Islam).</p>



<p><em>Napoleon zei: </em>“Het bestaan en de Eenheid van Allāh, Die Musa &#8216;alaihissalām&#8217; aan zijn eigen volk en Isa &#8216;alaihissalām&#8217; aan zijn eigen Ummah had aangekondigd, werd door de Profeet Mohammed ﷺ aan de hele wereld aangekondigd. Arabië was een land van afgodendienaars geworden. Zes eeuwen nadat Isa &#8216;alaihissalām&#8217;, initieerde Mohammed ﷺ de Arabieren tot een bewustzijn van Allāh, Wiens bestaan door profeten zoals Ibrahim (Abraham), Ismail (Ismael), Musa (Mozes) en Isa (Jezus) &#8216;alaihimussalam&#8217; werden aangekondigd. De vrede in het oosten was verstoord door de Arianne [christenen die Arius volgden] die op de een of andere manier een zekere mate van vriendschap met de Arabieren hadden ontwikkeld, en door ketters die de ware religie van Isa &#8216;alaihissalām&#8217; hadden bezoedeld en ernaar streefden om in naam van religie een totaal onbegrijpelijk credo te verspreiden dat gebaseerd is op <em>drie-eenheid</em>, dat wil zeggen God, Zoon van God en de Heilige Geest. Mohammed ﷺ leidde de Arabieren naar de juiste weg, leerde hun dat Allāh Eén is, dat Hij geen vader of zoon heeft en dat het aanbidden van verschillende goden een absurde gewoonte is die de voortzetting is van afgoderij.”</p>



<p>Op een andere plaats in zijn boek Bonaparte et Islam citeert de auteur van over Napoleon die had gezegd: “Ik hoop dat ik in de nabije toekomst de kans zal krijgen om de wijze en beschaafde mensen van de wereld samen te brengen en een regering op te richten die ik zal opereren [in overeenstemming met de principes geschreven in Qur’ān al-Karim.]”</p>



<h5 class="wp-block-heading"><strong>Prof. (Thomas) Carlyle</strong></h5>



<p>Thomas Carlyle van Schotland (1795-1881/1210-1298 Hijri) was een van de grootste mannen van kennis die over de hele wereld bekend was. Hij ging de universiteit binnen toen hij nog maar veertien jaar oud was, studeerde jurisprudentie, literatuur en geschiedenis, leerde Duitse en oosterse talen, wisselde brieven uit met en bezocht zelfs de bekende Duitse schrijver Johann von Wolfgang, Goethe (1749-1749) en werd verkozen tot president door de Universiteit van Edinburgh.</p>



<p>Tot Carlyle&#8217;s werken behoren Sartur Resartus, The French Revolution, On Heroes, Hero Worship, and the Heroic in History, Past and Present, Latter-Day Pamphlets, The Life of Friedrich Schiller en Critical and Miscellaneous Essays.</p>



<p><em>De volgende passage werd geselecteerd uit een van zijn werken: </em>“<strong>De Arabieren, Mohammed </strong><strong>ﷺ</strong><strong> </strong><strong>en zijn leeftijd</strong>. Vóór de komst van Mohammed ﷺ (waren de Arabieren in zo&#8217;n land dat) als een groot stuk vuur uitspoelde op de plaats waar de Arabieren woonden, dat op het droge zand zou zijn verdwenen zonder sporen achter te laten. Maar na de komst van Mohammed ﷺ veranderde die woestijn van droog zand als het ware in een vat buskruit. Van Delhi tot Granada, overal werden snel stijgende vlammen gezien. Deze grote persoon was, om zo te zeggen bliksem en alle mensen om hem heen werden explosieven die van hem in brand vlogen.”</p>



<p><em>Van zijn conferentie: </em>“Als je de Heilige Qur’ān leest zul je, je nu realiseren dat het geen gewone tomen van literatuur is. De Heilige Qur’ān is een kunstwerk dat voortkomt uit een hart en onmiddellijk alle andere harten doordringt. Alle andere kunstwerken zijn behoorlijk saai in vergelijking met dit enorme meesterwerk. Het meest opvallende kenmerk van de Heilige Qur’ān is dat het een waarheidsgetrouwe en uitstekende gids is. Voor mij is dit de grootste verdienste van Heilige Qur&#8217;ān. En het is deze verdienste die andere verdiensten verwekt.”</p>



<p><em>Uit zijn memoires van een reis: </em>“In Duitsland vertelde ik mijn vriend Goethe over de feiten die ik had verzameld over de islam en voegde ik mijn persoonlijke reflecties over het onderwerp toe. Nadat hij met aandacht naar mij had geluisterd, zei hij: “Als dat de islam is, zijn we allemaal moesliems.”<a href="#_ftn1" id="_ftnref1">[1]</a></p>



<h5 class="wp-block-heading"><strong>Mahatma Gandhi</strong></h5>



<p>Gandhi [1869-1948/ 1285-1367 Hijri] daalt af van een West-Indische Christelijke familie. Zijn vader was de belangrijkste kerkelijke van de stad Porbtandar, en hij was zeer rijk. Gandhi werd geboren in Porbtandar. Hij ging naar Groot-Brittannië voor zijn middelbare school opleiding. Na het afronden van zijn opleiding ging hij terug naar India. In 1893 werd hij door een Indiase firma naar Zuid-Afrika gestuurd. Toen hij de zware omstandigheden zag waaronder de Indiërs daar werkten en de volstrekt onmenselijke behandeling kregen waaraan ze waren onderworpen, besloot hij een strijd aan te gaan voor de verzachting van hun politieke rechten. Hij wijdde zich aan het Indiase volk. Terwijl hij een krachtige campagne voerde tegen de Zuid-Afrikaanse regering voor de bescherming van de rechten van de Indiërs werd hij gearresteerd en gevangengezet. Toch was hij te onverschrokken om de strijd op te geven. Hij bleef in Afrika tot 1914. Toen hij daar zijn volkomen lonende baan opzegde, keerde hij terug naar India om zijn strijd voort te zetten. Hij voerde een strijd in samenwerking met de Hindustan Muslim Unity, die moesliems in 1906 hadden opgericht voor de bevrijding van India. Al zijn persoonlijke bezittingen en het eigendom van zijn vader gaf hij uit voor de promotie van deze zaak.</p>



<p>Toen hij hoorde dat de Britten een tweede daad van geweld en wreedheid zouden lanceren, vergelijkbaar met die welke ze in 1274 in de staat Pencap hadden gepleegd [1858 na 10.00 uur], werkte hij samen met de moesliems, bracht zijn vrienden ertoe zich terug te trekken uit de ambtenarij en voerde een stil protest en een passief verzet. Door een wit stuk stof om zijn naakte lichaam te wikkelen en zich tevreden te stellen met de melk van een geit die hij voortdurend bij zich hield, droeg hij zijn passieve weerstand over. De eerste reactie van de Britten was om hem uit te lachen. Het duurde echter niet lang voordat ze met verbazing en ontzetting zagen dat deze man, die zijn eigen idealen met heel zijn hart geloofde en bereid was om al zijn bestaan op te offeren omwille van zijn land, met heel India op sleeptouw was en weerklinkt met zijn sprakeloze strijd. Hem opsluiten had geen zin. Gandhi&#8217;s inspanningen resulteerden in India met het bereiken van zijn onafhankelijkheid. De hindoes gaven hem de naam &#8216;Mahatma&#8217;, wat &#8216;gezegend&#8217; betekent.</p>



<p>Gandhi bestudeerde de islamitische religie en Heilige Qur&#8217;ān met nauwgezette aandacht en vond zichzelf uiteindelijk een oprecht bewonderaar van de islam. Het volgende is zijn opmerking over dit onderwerp: “Moesliems hebben zich nooit overgegeven aan onverdraagzaamheid, zelfs niet in tijden van grootste grootsheid en overwinning. De islam vraagt om bewondering voor de Schepper van de wereld en Zijn werken. Terwijl het Westen in een vreselijke duisternis was, bracht de oogverblindende ster van de islam die in het Oosten scheen licht, vrede en verlichting in de lijdende wereld. <strong>De islamitische religie is geen leugenachtig religie</strong>. Wanneer de hindoes deze religie met alle respect bestuderen, zullen ook zij dezelfde sympathie voelen als ik voor de islam. Ik heb de boeken gelezen die vertellen over de levensstijl van de profeet van de islam en van degenen die dicht bij hem stonden. Deze boeken wekten diepe interesse in mij, zozeer zelfs dat toen ik klaar was met het lezen ervan, ik er spijt van had dat er niet meer van waren. Ik ben tot de conclusie gekomen dat de verspreiding van de islam niet door het zwaard was. Integendeel, het was vooral te danken aan zijn eenvoud, logische, de grote bescheidenheid van de profeet, zijn trouw aan zijn beloften en zijn onbeperkte trouw aan elke moesliem dat veel mensen de islam vrijwillig accepteerden. De islam heeft het kloosterleven in de weg gelopen. In de islam is er niemand om tussen Allāh en Zijn geboren slaaf in te grijpen. De islam is een religie die vanaf het begin sociale rechtvaardigheid afdwingt. Er is geen instelling tussen de Schepper en de geschapene. Iedereen die de Heilige Qur’ān leest, [dat wil zeggen zijn exegese en boeken geschreven door islamitische geleerden], zal de Geboden van Allāh leren en Hem gehoorzamen. Er is in dit opzicht geen belemmering tussen Allāh en hem. Terwijl veel onontkoombare veranderingen werden aangebracht in het christendom vanwege zijn tekortkomingen, heeft de islam geen veranderingen ondergaan en behoudt het zijn ongerepte zuiverheid. Het christendom mist democratische geest. De noodzaak om die religie uit te rusten met een democratisch aspect heeft een toename van de nationale ijver van de christenen en de daarmee verbonden hervormingen noodzakelijk.”</p>



<h5 class="wp-block-heading"><strong>Prof. Ernest Renan</strong></h5>



<p>Ernest Renan werd geboren in 1239 in de Stad Treguier van Frankrijk. Zijn vader was kapitein. Hij was vijf jaar oud toen hij zijn vader verloor. Hij werd opgevoed door zijn moeder en door zijn oudere zus. Omdat zijn moeder wilde dat hij een man van de religie was, werd hij naar de kerkschool in zijn geboortestad gestuurd. Hier kreeg hij een efficiënte religieuze opleiding. Door zijn sterke interesse in de oosterse talen verkreeg hij de volledige beheersing van de Arabische, Hebreeuwse en Syrische talen. Later ging hij naar de universiteit waar hij filosofie studeerde. Terwijl hij vooruitgang boekte op onderwijs-gebied en zeer minieme vergelijkende studies over de Duitse filosofie en de oosterse literatuur uitvoerde, observeerde hij enkele tekortkomingen in het christendom. Tegen de tijd dat hij in 1848 afstudeerde aan de universiteit, op vijfentwintigjarige leeftijd, was hij volledig opstandig tegenover de christelijke religie geworden, en legde hij zijn gedachten vast in zijn boek getiteld &#8216;De toekomst van kennis&#8217;. Maar omdat het boek van rebelse aard was, durfde geen enkel drukkerij het te drukken, en het was pas veertig jaar later, in 1890, dat het boek werd gedrukt.</p>



<p>Renan&#8217;s voornaamste bezwaar was tegen het geloof dat Isa &#8216;alaihissalām&#8217; de &#8216;Zoon van God&#8217; was. Toen hij werd benoemd tot hoogleraar filosofie aan de universiteit van Versailles begon hij geleidelijk zijn gedachten over dit onderwerp uit te leggen. Het was echter pas nadat hij was benoemd tot hoogleraar Hebreeuws van College de France dat hij zijn krachtigste protest uitte. Tegen de tijd dat hij zijn eerste les afrondde, had hij de moed gehad om te zeggen: “Isa &#8216;alaihissalām&#8217; was een respectabel mens die superieur was aan de andere mensen. Toch was hij nooit de zoon van Allāh.” Deze verklaring had het effect van een bom. Alle katholieken, en vooral de paus stonden op. De paus sloot Renan officieel uit voor de hele wereld. De Franse regering moest hem ontslaan. Toch klonk de wereld al vol met Renans uitspraken. Veel mensen stonden aan zijn kant. Hij schreef boeken zoals &#8216;Essays on the History of Religions&#8217;, &#8216;Studies on Criticism and Morals&#8217;, &#8216;Discourses on Philosophy&#8217; en &#8216;Life of Jesus&#8217;, en zijn boeken verkochten als warme broodjes. Hierop aanvaardde de Franse Academie hem als lid (in 1878). Ook nodigde de Franse regering hem uit om terug te keren naar zijn ambt en benoemde hem tot directeur van College de France.</p>



<p>Renan observeerde Isa &#8216;alaihissalām&#8217; als mens in zijn werk &#8216;Life of Jesus&#8217;. Volgens Renan is &#8216;Isa &#8216;alaihissalām&#8217; een mens zoals wij. Zijn moeder Meryem (Maria) werd geïntroduceerd aan een timmerman genaamd Yusuf (Joseph). Isa &#8216;alaihissalām&#8217; was een superieur mens, zozeer zelfs dat de uitspraken die hij deed, toen hij nog maar een klein kind was, een bron van verbazing waren voor menig geleerde. Allāh beschouwde Isa &#8216;alaihis-salām&#8217; als waardig van het profeetschap en gaf hem deze plicht. Isa &#8216;alaihissalām&#8217; heeft nooit gezegd dat hij de &#8216;Zoon van God&#8217; was. Dit is een laster verzonnen door priesters.”</p>



<p>De strijd tussen katholieke priesters en Renan duurde lange tijd. Terwijl de katholieken hem beschuldigden van godslastering, beschuldigde hij hen op zijn beurt van hun wreedheid en hypocrisie. Renan zei: “De echte Nazarani-religie (christendom) is gebaseerd op het geloof dat Allāh Eén is en dat Isa &#8216;alaihissalām&#8217; slechts een mens en een profeet is.” Voordat Renan was overleden, had hij een geschreven testament opgesteld waarin hij een religieuze ceremonie in de kerk optekende en priesters verorden om zijn begrafenisstoet bij te wonen. Dus, toen hij in 1892 overleed woonde een overvolle congregatie met alleen vrienden die van hem hielden en mensen die hem bewonderden zijn begrafenisstoet bij.</p>



<h5 class="wp-block-heading"><strong>Lamartine Alphonso</strong></h5>



<p>Een van Frankrijks algemeen bekende dichters en staatslieden Lamartine (1790-1869/ 1204-1285 Hijri) maakte officiële reizen door Europa en Amerika wat hem de kans gaf om in Turkije te zijn geweest in de tijd van Sultan Abdul Majid Khan. Hij werd op een uiterst vriendelijke manier toegelaten door de Pascha (Ottomaanse keizer) en kreeg ook een boerderij aangeboden in de staat Aydin, dat is in het westelijke deel van Turkije.</p>



<p>Zie wat hij zegt over de Profeet Mohammed ﷺ in zijn boek Histoire de Turquie (Geschiedenis van Turkije): “Na het bestuderen van zijn werken en geschiedenis. Want vals profeetschap betekent hypocrisie. Aangezien onwaarheid niet de kracht van waarachtigheid heeft, heeft ook hypocrisie geen overtuigend vermogen.”</p>



<p>“In de mechanica hangt het bereik van iets dat wordt gegooid af van de kracht van de stuwkracht. Even bij wordt de kracht van een bepaalde bron van spirituele inspiratie beoordeeld met het werk dat het verricht. Een religie, dat wil zeggende islam, die zo&#8217;n zware last heeft gedragen, die zich tot zulke afstanden heeft verspreid en die zo lang zijn volledige macht heeft behouden kan geen leugen zijn. Het moet echt en overtuigend zijn. Mohammeds ﷺ leven, zijn inspanningen, zijn moed om het bijgeloof en de afgoden in zijn land aan te vallen en te vernietigen, zijn moed en moed om zich te wapenen tegen de woede van een vuur aanbiddende natie, zijn dertien jaar uithoudingsvermogen voor de verschillende aanvallen, beledigingen en vervolgingen die hem in Mekka, onder zijn eigen burgers, werden aangedaan, zijn migratie naar Medina, zijn onophoudelijke bemoedigingen, preken en vermaningen, de heilige oorlogen die hij vocht tegen overweldigend superieure vijandelijke troepen, zijn geest voor de overwinning, het bovenmenselijke vertrouwen dat hij voelde in tijden van grootste kwalen, het geduld en het vertrouwen dat hij toonde zelfs in de overwinning, de vastberadenheid die hij toonde bij het overtuigen van anderen, zijn eindeloze toewijding in aanbidding, zijn heilige communie met Allāh, zijn dood en de voortzetting van zijn roem, eer en overwinningen na zijn dood al deze feitelijke gebeurte-nissen geven aan dat hij geenszins een leugenaar was, maar integendeel een eigenaar van het grote geloof.”</p>



<p>Het was dit geloof en dit vertrouwen in zijn Schepper dat hem een credo in twee fases deed naar voren brengen:</p>



<ul class="wp-block-list">
<li>De eerste fase bestond uit het geloof dat &#8216;er één eeuwig wezen is, wie is Allāh?&#8217; en</li>



<li>de tweede fase ingecalculeerd dat &#8216;afgoden geen goden zijn.&#8217;</li>
</ul>



<p>In de eerste fase informeerde hij de Arabieren over het bestaan van Allāh, die Eén is en die zij tot dan toe niet kenden; en in de tweede fase schudde hij de afgoden uit hun handen die zij tot dan toe als goden hadden gezien. Kortom, in één slag met het zwaard brak hij de valse goden en afgoden en verving ze door het geloof in &#8216;Eén Allah&#8217;.</p>



<p>“Dit is Mohammed ﷺ de filosoof, de redenaar, de profeet, de wetgever, de krijger, de tovenaar van de menselijke gedachten, de maker van nieuwe geloofs-principes, de grote man die twintig gigantische wereldrijken en één groot islamitisch rijk en beschaving vestigde. Laat alle criteria die de mensheid gebruikt voor het oordeel en de evaluatie van realiteit worden toegepast. Zal iemand superieur aan hem gevonden worden? Onmogelijk. Ik wil mijzelf bevrijden van fantasieën en grillen, mijn excentrieke <em>nafs</em> (ego) laten me niet met rust. Ik wil het goede bevrijden van het slechte. Mijn excentrieke <em>nafs</em> laten me niet met rust. Ik wil mijn essentie disciplineren. Ik wil weten wat goed voor me is en wat slecht is. Ik wil tot bezinning komen. Mijn excentrieke <em>nafs</em> laten me niet met rust.”</p>



<h5 class="wp-block-heading"><strong>Muhammed Russel Webb</strong></h5>



<p>Muhammad Alexander Russel Webb werd geboren in 1846 (1262 Hijri) in Hudson, Verenigde Staten van Amerika. Hij studeerde aan de universiteit van New York. In korte tijd was hij een zeer geliefde en bewonderde schrijver en columnist. Hij publiceerde tijdschriften met de naam &#8216;St. Joseph Gazette&#8217; en &#8216;Missouri Republican&#8217;. In 1887 werd hij gestationeerd als de Amerikaanse consul in de Filippijnen. Nadat hij de islam had omarmd wijdde hij zich grondig aan de afkondiging van de islam en leidde hij de organisatie in de Verenigde Staten. Hij overleed in (1916/ 1335 Hijri).</p>



<p>“Ik werd door heel wat mensen gevraagd waarom ik als een persoon die geboren is in de Verenigde Staten een land met een overweldigend talrijke christelijke bevolking, en die luisterde naar de preken of liever gezegd, dwaze gesprekken, die christelijke priesters gedurende zijn groeiende jaren hebben gevoerd, mijn religie heb veranderd en moesliem ben geworden. Het korte verslag dat ik hen gaf over waarom ik de islam als mijn gids in het leven had gekozen: ‘ik werd moesliem omdat de studies en observaties die ik uitvoerde aangaven dat de geestelijke behoeften van mensen alleen konden worden gevuld met de gezonde principes die door de islam waren vastgesteld’. Zelfs als kind had ik nooit de neiging gehad om me volledig aan het christendom te wijden. Tegen de tijd dat ik de volwassen leeftijd van twintig bereikte, was ik volledig opstandig tegenover de mystieke en vervelende kerkcultuur die alles in naam van de zonde bemiddelde. Geleidelijk aan heb ik me losgemaakt van de kerk en uiteindelijk voorgoed verlaten. Ik had een nieuwsgierig en nieuws-gierig karakter. Ik zocht altijd naar oorzaken en doeleinden voor alles. Ik zou logische verklaringen voor hen verwachten. Aan de andere kant bevredigde de uitleg van priesters en andere christelijke mannen van religie me niet. Meestal, in plaats van bevredigende antwoorden op mijn vragen te geven, zouden ze de zaak verwerpen met ontwijkende prevariaties zoals &#8220;Wij kunnen deze dingen niet begrijpen. Het zijn goddelijke geheimen” en “Ze zijn buiten het bereik van de menselijke geest”. Hierop besloot ik enerzijds oosterse religies te bestuderen en anderzijds boeken geschreven door beroemde filosofen. Ik las verschillende werken over filosofie zoals die geschreven door Mill, Locke, Kant, Hegel, Fichte, Huxley en anderen. De boeken geschreven door deze filosofen gingen altijd over onderwerpen als protoplasma, atomen, moleculen en deeltjes, en raakten zelfs niet aan reflecties zoals “Wat wordt er van de menselijke ziel? Waar gaat de ziel heen na de dood? Hoe moeten we onze ziel disciplineren in deze wereld?” De islamitische religie daarentegen behandelde het menselijke subject niet alleen binnen de lichamelijke gebieden, maar ook langs de spirituele uitbreidingen. Daarom koos ik voor de islam niet omdat ik de weg kwijt was, of alleen omdat het christendom mijn ongenoegen had opgelopen, of als gevolg van een plotselinge beslissing, maar integendeel, na het heel minuten te hebben bestudeerd en grondig overtuigd te zijn geraakt van zijn grootheid, singulariteit, plechtig-heid en perfectie.</p>



<p><strong>De islam is gebaseerd op het geloof in het bestaan en de Eenheid van Allāh, volledige onderwerping aan Hem, wat spontaan inhoudt dat hij Hem aanbidt en Hem bedankt voor Zijn zegeningen. De islam betuigt broederschap, goedheid en vriende-lijkheid aan het hele menselijke ras en adviseert hen om schoon, geestelijk, fysiek, verbaal en praktisch te zijn. Zeker, de islamitische religie is de meest perfecte, de meest superieure en de meest overtuigende van alle religies die de mensheid tot nu toe kent.</strong>”</p>



<h5 class="wp-block-heading"><strong>Kolonel Rockwell</strong></h5>



<p>“<strong>Waarom accepteerde ik (een Amerikaan) de islam? </strong>Lange tijd was ik zeer onder de indruk van de duidelijke logica en formele eenvoud van de islam, van de magnetiserende aantrekkingskracht op de moskeeën, van de grote plechtigheid en diepe genegenheid waarmee de aanhangers van die religie zich aan hun geloof hadden gewijd, door het diepe respect en de pure oprechtheid waarin moesliems over de hele wereld zich vijf keer per dag tegelijkertijd hadden neergebogen. Al deze dingen lieten me echter geen moesliem worden. Pas na een grondige analyse van de islamitische religie, die resulteerde in het verkennen van een groot aantal mooie en nuttige aspecten erin, werd ik moesliem. Een plechtige en tegelijkertijd sentimentele, gehechtheid aan het leven, [wat Profeet Mohammed ﷺ persoonlijke benadering was] een onderling adviserende methode bij het doen van dagelijkse klusjes, een gewoonlijk zacht gedrag op smaak gebracht met genade en mededogen in het sociale leven, zonder onderscheid, liefdadigheid voor de armen, eigendomsrechten die vrouwen voor het eerst hadden gekregen en al deze dingen die slechts een paar van de vele andere revoluties waren die alleen konden worden beoordeeld als &#8216;de meest enorme&#8217;, en hoe aforistisch en beknopt een taal is waarmee Mohammed ﷺ deze concepten uitdrukt! Door te waarschuwen: “Vertrouw op Allāh, maar vergeet niet om je kameel vast te binden!” laat Mohammed ﷺ ook weten dat Allāh zijn geboren slaven beveelt om hun vertrouwen pas op Hem te stellen nadat ze allerlei noodzakelijke voorzorgsmaatregelen hebben genomen. Dan, in tegenstelling tot wat de Europeanen beweren, is de islamitische religie geen religie voor die nietsdoeners die alles van Allāh verwachten zonder iets voor hun deel te doen. De islamitische religie beveelt iedereen eerst zijn best te doen en pas daarna zijn vertrouwen te stellen in Allāh.</p>



<p>De gerechtigheid die de islam aan mensen van andere religies gaf was een van de aspecten die een grote impact op mij had gehad. Mohammed ﷺ beveelt moesliems om goedaardig te zijn tegenover christenen en joden. De Heilige Qur&#8217;ān erkent ook de profeten van de andere profeten te beginnen met Adam &#8216;alaihissalām&#8217; en inclusief Musa en Isa &#8216;alaihim-as-salām&#8217;. Dit is een verheven gevoel van geloof en een groot model van rechtvaardigheid, dat andere religies niet bezitten. Terwijl de gelovigen van andere religies onvoorstelbare uitspraken doen over de islam, beantwoorden moesliems hen gunstig. Een van de mooiste aspecten van de islam is dat het zichzelf volledig heeft gezuiverd van afgoden. Terwijl afbeeldingen, iconen en tekens nog steeds worden aanbeden in het christendom, bestaan dit soort dingen niet in de islam. Dit is een indicatie van hoe zuiver en onbezoedeld een religie islam is.</p>



<p>De feiten die Mohammed ﷺ de Boodschapper van Allāh, heeft verklaard en onderwezen, hebben onze tijd bereikt zonder enige interpolatie. En de Heilige Qur’ān het Woord van Allāh is bewaard gebleven in zijn ongerepte zuiverheid, precies zoals het werd geopenbaard, zonder iets te verliezen van de oorsprong die het had in de tijd van Mohammed ﷺ. Het verzonnen bijgeloof en de legendes waarmee christenen de religie van Isa &#8216;alaihissalām&#8217; hebben bezoedeld, zijn niet het geval met de islam.</p>



<p>Van de factoren die mij motiveerden om moesliem te worden, was de laatste de standvastigheid en de wilskracht die ik in de islam waarnam. De islam veroorzaakte een algehele reinheid, niet alleen geestelijk, maar ook fysiek. Voorbeelden van de kenmerken die deel uitmaken van deze superieure aard zijn niet om de maag te overbelasten bij het eten, om elk jaar een maand te vasten, om in elk opzicht gematigd te zijn, om niet extravagant of spaarzaam te zijn in het uitgeven van geld, enz. In een voortreffelijke stijl werden feiten die de mensheid niet alleen tijdelijk maar ook altijd daarna zouden leiden, in individuen ingecal-culeerd. Ik bezocht bijna alle moesliemlanden. Ik heb persoonlijk gezien hoe alle moesliems in Istanbul, Damascus, Caïro, Algerije, Marokko en in de andere moesliemsteden al deze regels in acht hebben genomen en daarmee een vreedzaam leven hebben geleid. Ze hadden geen ornamenten, afbeeldingen, iconen, kaarsen, muziek of andere trivialiteiten van dezelfde soort nodig om zichzelf in de levensstijl te initiëren, wat leidde tot de sympathie van Allāh. Het gevoel van bewustzijn van het feit dat zij de geboren slaven van Allāh waren en hun smeekbeden voor Hem gaf hun de grootste bron van geestelijke vrede, geluk en smaak. De kwaliteiten van vrijheid en rechtvaardigheid die inherent zijn aan de islamitische religie hebben me er altijd naar gemagnetiseerd. Onder moesliems zijn een persoon die de hoogste rangpositie bekleedt en het armste lid van de samenleving gelijk voor Allāh, en ze zijn slechts twee individuen in de algemene erkenning van broederschap. Moesliems voeren hun daden van aanbidding naast elkaar uit in moskeeën. Er zijn geen speciale plaatsen toegewezen voor de leiding.</p>



<p><strong>Moesliems geloven dat er geen derde persoon is om op te treden als tussenpersoon tussen Allāh en Zijn geboren slaaf. De islamitische daden van aanbidding worden uitgevoerd tussen Allāh en de slaaf. Zij doen geen beroep op de mensen van godsdienst om vergeving van hun wandaden. Elke moesliem is de enige persoon die verantwoordelijk is voor zijn persoonlijke gedrag.</strong></p>



<p>De onderlinge broederschap onder moesliems is altijd nuttig geweest in mijn persoonlijke leven. Deze broederschap was een van de factoren waardoor ik gecharmeerd was van de islam. Ik weet dat, waar ik ook ga, een moesliembroeder mij zal helpen en met mij zal meevoelen. Alle moesliems over de hele wereld van verschillende rassen, kleuren en politieke opvattingen zoals ze kunnen zijn, zijn broeders en ze zien het als een verplichting om elkaar te helpen. Dit zijn de oorzaken dat ik moesliem werd. Ik vraag me af of het mogelijk is om oorzaken te bedenken die mooier of verhevener zijn dan deze?”</p>



<h5 class="wp-block-heading"><strong>Salahuddin Boart</strong></h5>



<p>In 1920 (1338 Hijri) was ik (een Amerikaan) in de wachtkamer van een dokterspraktijk waar ik was gegaan voor een medisch onderzoek toen ik twee tijdschriften gedrukt in Londen, namelijk &#8216;Orient Review&#8217; en &#8216;African Times&#8217; zag. Terwijl ik er doorheen bladerde las ik een verklaring die zei: “Er is maar één God&#8221; die diep indruk op mij maakte. Het christendom dicteerde drie goden die wij moesten geloven, hoewel we het nooit aan onze eigen geest konden uitleggen. Vanaf dat moment is die uitspraak “Er is maar één God” nooit meer uit mijn gedachten. Dit heilige en sublieme geloof dat moesliems in hun hart dragen is van onschatbare waarde. Nu raakte ik steeds meer geïnteresseerd in de islam. Door en door besloot ik moesliem te worden. Na het omarmen van de islam nam ik de naam Salāhuddin aan. Ik geloofde in de waarheid dat de islam, de ware religie is. Want de islam is gebaseerd op het feit dat Allāh geen partner heeft en dat Allāh alleen de autoriteit heeft om zonden te vergeven. Hoe verenigbaar deze wet is met de wetten van de natuur! In een veld, op een boerderij, in een dorp, in een stad, in een school, in een regering, in een staat en kortom, overal is er één Heerser. Dualisme heeft altijd separatisme teweeggebracht.</p>



<p>Het tweede bewijs dat mij het feit liet zien dat de islam de meest ware religie is, was dat de Arabieren die vóór de islam een volledig barbaars leven hadden geleid zich in zeer korte tijd hadden ontwikkeld tot &#8216;s werelds meest beschaafde en machtigste staat en de meest ideale concepten van liefde voor de mensheid van de Arabische woestijnen tot aan Spanje hadden gedragen, en dit alles was te wijten aan de islam. De moesliem Arabieren hadden Arabië als wildernis gevonden. En ze verbouwden het tot een rozentuin.</p>



<p>John W. Draper (1811-1882/ 1226-1299 Hijri) een eerlijke historicus schreef in zijn boek &#8216;De intellectuele ontwikkeling van Europa&#8217;, breidt de uiterst grote en belangrijke rol uit die de islam speelde in de ontwikkeling van de hedendaagse beschaving, en voegt eraan toe: ‘Christelijke historici proberen, vanwege de wrok die ze tegen de islam hebben gevoerd, deze waarheid te verhullen en kunnen niet lijken te erkennen hoe de Europeanen schuldig zijn aan moesliems’.”</p>



<p>De volgende passage is (de parafrase van) een fragment uit Draper&#8217;s geschriften over hoe moesliems Spanje vonden: “Europeanen van die tijd waren volledig barbaren. Het christendom had bewezen hen te verloederen van barbaarsheid. Ze zouden nog steeds worden gezien als wilde mensen. Ze leefden in vuiligheid. Hun hoofden zaten vol met bijgeloof. Ze hadden niet eens het vermogen om goed te denken. Ze woonden in ruwweg gemaakte hutten. Een spoedmat die op de grond lag of aan de muur hing was het teken van grote rijkdom. Hun voedsel bestond uit groenten zoals wilde bonen en wortels, wat haver en soms zelfs schors. In de naam van kleding droegen ze ongetande dierenhuiden omdat ze langer mee gingen, en daarom stonk ze vreselijk. Netheid was het allereerste wat moesliems hen leerden. Moesliems wassen vijf keer per dag waardoor deze mensen minstens één keer per dag wassen. Later namen ze de stinkende, getatoeëerde en met luizen besmette dierenhuiden van hun rug af, dumpten ze en gaven ze hun eigen kleding die was gemaakt van texturen geweven met gekleurde draden. Ze leerden ze koken en eten. Ze bouwden huizen, herenhuizen en paleizen in Spanje. Ze richtten scholen en ziekenhuizen op. Ze stelden universiteiten in die in de loop van de tijd lichtbronnen werden die de hele wereld verlichtten. Ze verbeterden overal de tuinbouw. Het land werd al snel overspoeld met rozen- en bloementuinen. Gapend in verbazing en bewondering keken de onbeschaafde Europeanen naar al deze ontwikkelingen en begonnen geleidelijk gelijke tred te houden met de nieuwe beschaving. Het opleiden van zo&#8217;n wilde natie, hen doordrenken met gevoelens van beschaving, hen redden uit de diepten van duisternis, onwetendheid en bijgeloof, al deze onvoorstelbaar enorme taken werden uitgevoerd door de Arabieren die alleen te danken waren aan en alleen aan de islamitische religie. Want de islamitische religie is de meest oprechte religie. Allāh hielp hen voor hun succes.</p>



<p><strong>De islamitische religie, onder Bevel van Allāh en onderwezen en bekend gemaakt door Profeet Mohammed </strong>ﷺ<strong> en de Heilige Qur’ān, het Woord van Allāh, veranderde de loop van de geschiedenis van de wereld en bevrijdde deze van de duisternis. Zonder de islamitische religie zou de mensheid niet de huidige hoogten van de beschaving hebben bereikt, noch zouden kennis en wetenschap vandaag de dag op zulke geavanceerde niveaus zijn. Mohammed </strong>ﷺ<strong> stelt: ‘Zelfs als kennis in China is, verwerf het’. Dit is de islamitische religie die ik vrijwillig heb aanvaard.</strong>”</p>



<h5 class="wp-block-heading"><strong>Mohammed Clayton</strong></h5>



<p>“Het was bijna middag. Verdwaasd van de zinderende hitte van de dag sjokten wij over een stoffige weg toen van veraf een bijzonder melig stem onze auditieve zintuigen begon te strelen. Zo&#8217;n rijke stem dat de hele ruimte ermee verzadigd leek te zijn. Toen we langs een cluster van bomen liepen kwam een verbijsterende scène in zicht. Het was zo&#8217;n scène dat we nauwelijks geloofden wat we zagen. Gemonteerd op een kleine houten toren, voerde een bejaarde Arabier in een extreem schoon lang gewaad en met een witte tulband de Azān (of adhan) uit. Terwijl hij de Azān uitvoerde was hij in een trance, bijna volledig geïsoleerd van de wereld, en in de aanwezigheid van zijn Schepper, Eigenaar. Alsof we gehypnotiseerd waren door dit nobele gezicht, stopten we en gingen we langzaam op de grond zitten. We wisten niet wat de geluiden en woorden die onze oren bereikten betekenden, maar toch ontroerden ze ons op de een of andere manier en brachten ze een stemming van opgetogenheid, opluchting in onze ziel. Daarna leerden we dat de mooie woorden van de Arabier betekenden: ‘Allāh is Groot. Er is geen andere god dan Allāh’. Plotseling verschenen er veel mensen om ons heen. Tot nauwelijks een moment eerder hadden we echter niemand om ons heen gezien. We wisten niet waar deze mensen vandaan kwamen, en er was een uitdrukking van grote eerbied en liefde op hun gezichten. Er waren mensen van alle leeftijdsgroepen en klassen onder hen. Ze waren anders in hun kleding, in hun manier van lopen en in hun uiterlijk. Toch hadden ze allemaal dezelfde uitdrukking van ernst, grote waardigheid en tegelijkertijd genialiteit op hun gezicht. Het aantal toeters nam onophoudelijk toe zodat we het gevoel hadden dat het proces van hun toename nooit zou eindigen. Eindelijk verzamelden de aanbidders zich. Ze trokken allemaal hun schoenen en klompen uit en stonden in rijen. Tot onze grote verbazing werd geen enkele segregatie waargenomen in de vorming van de lijnen. Blanken, gele mensen, zwarte mensen, rijke mensen, arme mensen, handelaars, ambtenaren, arbeiders stonden zij aan zij zonder enige discriminatie tussen hun rassen of rangen, en voerden samen hun aanbidding uit. Ik bewonderde de broederlijke samen-komst van zoveel verschillende mensen. Het is nu drie jaar geleden dat ik die sublieme scène voor het eerst zag. Ondertussen begon ik informatie te verzamelen over die verheven religie die mensen zo dicht bij elkaar bracht. De informatie die ik over de islam verzamelde bracht mij des te dichter bij deze religie. Moesliems geloofden in één Allāh en beweerden dat de mensen niet zondig waren door geboorte, wat volkomen in strijd was met de christelijke doctrine. Zij keken slechts naar hen als geboren slaven van Allāh, toonden diep mededogen met hen en wensten dat zij zich aan de juiste weg hielden en zo een comfortabel, vredig en gelukkig leven leidden. Terwijl in het christendom zelfs een kwade gedachte als een zonde werd beschouwd, definieerden moesliems zonde alleen als gevolg van ongehoorzaamheid aan Allāh of het schenden van de rechten van geboren slaven, en erkenden de mens vrij van zijn gedachten. Volgens de islamitische religie was de mens verant-woordelijk voor alleen wat hij heeft gedaan. Om de redenen die ik hierboven heb genoemd, heb ik de islam vrijwillig geaccepteerd. Ondanks de drie jaar sindsdien droom ik soms van de ontroerende en effectieve stem van de Arabische <em>muezzin</em> [oproeper tot het verplichte gebed] en de veelzijdige mensen die alle kanten op rennen en in de rij staan. Het is ongetwijfeld een feit dat deze mensen, die zich geheel en zonder onderscheid neerbuigen, dit oprecht doen om Allāh te aanbidden. Haqq wreekt zichzelf op de slaaf door de slaaf in de ogen van de onwetenden is de wreker de arme slaaf. Alles is van de Schepper, de slaaf is slechts een hulpmiddel. Zonder het bevel van de Schepper kun je geen blad bewegen!”</p>



<h5 class="wp-block-heading"><strong>Davis Warrington</strong></h5>



<p>“Terwijl de zachte, warme hand van de lente de aarde ontdooit na een vreselijk koude winter, had ook de islam een soortgelijk effect op mij. Het verwarmde mijn hart en kleedde mij met een nieuwe en mooie jurk van kennis. Hoe mooi, hoe waar en hoe logisch de leer van de islam is! Hoe duidelijk, hoe oprecht en hoe charmant een woord is om te zeggen: ‘Allāh is Eén en Mohammed ﷺ is Zijn Boodschapper’. Hoe kun je het ooit vergelijken met het ongelooflijke, onbegrijpelijke christelijke credo dat de absurditeit van “Vader, Zoon en de Heilige Geest&#8221; oplegt? In tegenstelling tot deze formidabele, angstige en nooit bevredigende principes van het christendom trekt dit eenvoudige en logische geloof je naar zichzelf toe. De islam is een onbezoedeld hemelse religie. Ondanks de eeuwen die zijn verstreken sinds de komst, beantwoordt het aan alle materiële en immateriële behoeften van de mensheid, niet alleen vandaag, maar ook voor altijd. De islam stelt bijvoorbeeld duidelijk dat mensen gelijk zijn en dat er vóór Allāh geen verschil is in rang en positie tussen mensen, en het dwingt deze gelijkheid in het echte leven af. De christelijke kerken belijden dezelfde gelijkheid, maar er zijn verschillende echelons onder hen zoals priesters van verschillende rangen, aartsdiakens, diakenen, bisschoppen en vele andere kerkelijke. Deze mensen grijpen in tussen Allāh en de slaaf en gebruiken de naam van Allāh voor hun persoonlijke voordelen. In de islam daarentegen kan niemand tussen Allāh en de slaaf ingrijpen. Allāh communiceert Zijn Geboden via de Heilige Qur&#8217;ān aan Zijn slaven. In de volgende regels zal ik een gebod van Allāh citeren. Het is slechts een voorbeeld. Dit voorbeeld laat heel expliciet zien hoe eenvoudig en duidelijk de geboden zijn.</p>



<p><strong>In de tweehonderd zesenzestigste ayāh van Surah Baqarah staat: “O gij die gelooft! Geef van de goede dingen die jullie [eervol] verdiend hebben, en van de vruchten van de aarde die Wij voor jullie hebben voortgebracht, en streef er niet eens naar om iets te krijgen wat slecht is, opdat jullie er iets uit kunnen weggeven, terwijl jullie het zelf niet zouden ontvangen, behalve met gesloten ogen. En weet dat Allāh vrij is van alle wil en alle lof waardig is.” (H2:267). Toen ik deze diepgaande en mooie geboden van de Heilige Qur&#8217;ān las en leerde, bereikte mijn ziel vrede en omarmde ik de islam gewillig.</strong>”</p>



<h5 class="wp-block-heading"><strong>Cecila Rashida Cannoly</strong></h5>



<p>“<strong>Waarom ben ik moesliem geworden? </strong>Laat mij u oprecht vertellen dat ik moesliem ben geworden zonder het zelf op te merken. Want al op zeer jonge leeftijd had ik mijn vertrouwen in het christendom volledig verloren en begon ik apathie te voelen tegenover de christelijke religie. Ik was nieuwsgierig naar veel religieuze feiten. Ik was niet geneigd om blindelings de geloofsbelijdenis te geloven die ze me probeerden te leren. Waarom waren er drie goden? Waarom waren wij allemaal zondig naar deze wereld gekomen en waarom moesten wij die uitputten? Waarom zouden we Allāh alleen via een priester kunnen aanroepen? En wat waren de betekenissen van al deze verschillende tekenen dat we werden getoond en de wonderen die ons werden verteld? Wanneer ik deze vragen aan de onderwijzende priesters stelde, werden ze boos en antwoordden ze: “Je kunt niet informeren naar de innerlijke aard van de leringen van de kerk. Ze zijn geheim. Je hoeft ze alleen maar te geloven.” En dit was iets anders dat ik nooit zou begrijpen. Hoe kon men iets geloven waarvan men de essentie niet kende? In die tijd durfde ik deze gedachten van mij echter niet te onthullen. Ik ben er zeker van dat veel van de huidige zogenaamde christenen dezelfde mening hebben als ik, zij geloven de meeste godsdienst-leer niet, maar zij zijn bang om het openbaar te maken.</p>



<p>Hoe ouder ik werd, hoe verder ik me voelde van het christendom, uiteindelijk voor eens en altijd loskwam van de kerk en me begon af te vragen of er een religie was die leerde ‘om één God te aanbidden’. Mijn hele geweten en hart vertelden me dat er maar één God was. Toen ik om me heen keek lieten de gebeurtenissen me zien hoe zinloos de onbegrijpelijke wonderen waren die priesters ons probeerden te leren, en de absurde verhalen van heiligen die ze ons hadden verteld. Gaf niet alles op aarde, mensen, beesten, bossen, bergen, zeeën, bomen, bloemen aan dat een grote Schepper ze had geschapen? Was een pasgeboren baby geen wonder op zich? Aan de andere kant streefde de kerk ernaar om de mensen te indoctrineren met het belachelijke geloof dat elke pasgeboren baby een ellendig, zondig wezen was. Nee, dit was onmogelijk, een leugen. Elk nieuw geboren kind was een onschuldige slaaf, een schepsel van Allāh. Het was een wonder en ik geloofde alleen in Allāh en in de wonderen die Hij schiep. Niets in de wereld was inherent zondig, vies of lelijk. Ik was van deze mening, toen op een dag mijn dochter thuiskwam met een boek geschreven over de islam. Mijn dochter en ik zaten samen en lazen het boek met veel aandacht. O mijn God, het boek zei precies zoals ik had gedacht. <strong>De islam kondigde aan dat er één Allāh is en informeerde dat mensen geboren worden als onschuldige wezens.</strong> Tot die tijd was ik volledig onwetend over de islam. Op scholen was de islam een object van spot. Ons was geleerd dat die religie vals en absurd was en doordrenkt was met luiaards, en dat moesliems naar de hel zouden gaan. Bij het lezen van het boek werd ik in gedachten gedompeld. Om meer gedetailleerde informatie over de islam te krijgen, bezocht ik moesliems die in mijn stad wonen. De moesliems die ik vond, openden mijn ogen. De antwoorden die ze op mijn vragen gaven waren zo logisch dat ik begon te geloven dat de islam geen verzonnen religie was zoals onze priesters beweerden, maar een ware religie van Allāh. Mijn dochter en ik lazen vele andere boeken over de islam, waren volledig overtuigd van de sublieme en waarheidsgetrouwheid ervan en omarmden uiteindelijk de islam, wij beiden.</p>



<p>Ik nam de naam &#8216;Rashida&#8217; aan en mijn dochter koos &#8216;Mahmuda&#8217; als haar nieuwe naam. Wat betreft de tweede vraag die u mij stelt: <strong>“Welk aspect van de islam vindt u het leukst?” Hier is mijn antwoord: “Wat ik het leukste vind aan de islam is de aard van zijn gebeden.”</strong> In het christendom wordt gebeden om wereldse zegeningen zoals rijkdom, positie en eer van Allāh te vragen via Isa &#8216;alaihissalām&#8217;. <strong>Moesliems daarentegen uiten hun dankbaarheid aan Allāh en ze weten dat zolang ze zich aan hun religie houden en de Geboden van Allāh gehoorzamen, Allāh hen alles zal geven wat ze nodig hebben zonder dat ze erom vragen.</strong>”</p>



<h5 class="wp-block-heading"><strong>Thomas Irving</strong></h5>



<p>“Om u te vertellen waarom ik moesliem ben geworden, moet ik uitleggen wat ik voelde vóór en na het omarmen van de islam, mijn eerste contact met de islam en het geloof dat het in mij inspireerde. Allereerst wil ik u zeggen dat duizenden Canadezen en Amerikanen precies denken zoals ik vroeger dacht voordat ik moesliem werd, zij hebben hetzelfde gevoel van ontevredenheid en ze wachten op de geleerden van Ahl as-Soennah die hen de essentie van de islam zullen leren. Als kind hield ik me met beide handen vast aan mijn geloof, het christendom. Want ik had een religie nodig om mijn ziel te voeden. Naarmate ik ouder werd begon ik echter een aantal fouten in het christendom te zien. De verhalen verteld over het leven van Isa &#8216;alaihissalām&#8217; en zijn wezen als de zoon van God, -moge Allāh ons beschermen tegen het zeggen van dit,- klonken als bijgelovige verhalen voor mij. Mijn persoonlijke logica zou ze nooit accepteren. Ik begon mezelf vragen te stellen zoals: “Als het christendom de ware religie is, waarom zijn er dan zoveel niet-christenen in de wereld? Waarom delen joden en christenen hetzelfde religieuze basisboek en verschillen ze in andere opzichten? Waarom zijn niet-christenen gedoemd tot verderf, hoewel ze geen andere duidelijke fouten hebben? Waarom kiezen veel landen ervoor om geen christen te worden?”</p>



<p>Het was in die tijd dat ik een zendeling ontmoette die in India had gediend. Hij klaagde tegen mij: “Moesliems zijn erg koppig. Ze staan erop dat de ware religie de islam is, en niet het christendom. Dus al mijn inspanningen om ze te christianiseren eindigen in een mislukking.” Deze uitspraken waren tegelijkertijd de eerste definitie die ik van de islam had gehoord. Een gevoel van nieuwsgierigheid naar de islam, door-gewinterd met een hoge mate van bewondering voor moesliems die zo sterk gehecht waren aan hun religie, begon in mijn hart te bloeien. Ik vond dat ik de islam beter moest observeren en begon colleges over &#8216;Oosterse Literatuur&#8217; aan de universiteit bij te wonen. Ik zag dat wat het oosterse volk in ons geloof had verworpen, de leer van &#8216;drie-eenheid&#8217; was, en dat ze het geloof van &#8216;Eén God&#8217; accepteerden, wat volkomen aangenaam was met gezond verstand. Het was zeker dat Isa &#8216;alaihissalām&#8217; zijn religie had aangekondigd als een religie gebaseerd op geloof in Eén God en zichzelf als een slechts geboren slaaf en Boodschapper van die Ene God. De God die hij had genoemd zou een barmhartige God moeten zijn. Niettemin was dat mooie en ware geloof verstikt met betekenisloze legendes, bijgeloof en kluchten die door afgodendienaars in het christendom waren opgenomen en het zuivere geloof in de Ene Barmhartige God was gevolmachtigd tot een tripartiete godheid, die alleen toegankelijk was voor priesters en die, om zo te zeggen, de mensheid schiep met een aandeel van de erfzonde. Toen was een nieuwe religie met een nieuwe profeet nodig om de mensheid te herstellen met dat zuivere en intacte geloof in Eén God. Europa daarentegen was in die tijd overspoeld met semi barbaarse wreedheden. Terwijl woeste stammen landen binnenvielen, pleegde een kleine minderheid aan de ene kant allerlei ondeugden onder het masker van religie aan de andere kant. Het menselijk ras kreunde wanhopig onder de klauwen van afgoderij en irreligieus toen [volgens historici] zeven eeuwen na Isa &#8216;alaihissalām&#8217; in de oosterse horizonten Mohammed ﷺ, de laatste Profeet van Allāh, en hij begon aan mensen de ware religie van de ware God te communiceren, die gebaseerd was op geloof in Eén God. Toen ik al deze feiten las en leerde, geloofde ik in het feit dat Mohammed ﷺ de laatste ware Boodschapper van Allāh was, omdat:</p>



<ul class="wp-block-list">
<li>Zoals ik hierboven al zei, hadden mensen een nieuwe profeet nodig;</li>



<li>Al mijn gedachten over Allāh voldeden aan de religie verspreid door die grote Profeet ﷺ;</li>



<li>Zodra ik de Heilige Qur’ān las, voelde ik dat het Woord van Allāh was.</li>
</ul>



<p>De feiten die door de Heilige Qur’ān en de hadīth Sharīf van Mohammed ﷺ werden meegedeeld, bevredigden mij in elk opzicht en smolten een gevoel van vrede in mijn ziel. En dit is de reden waarom ik moesliem werd. U kunt er zeker van zijn dat, zoals ik al zei, duizenden Amerikanen en Canadezen dezelfde tekortkomingen en fouten in het christendom voelen. Helaas hebben ze niet dezelfde kans gehad als ik om een grondig onderzoek naar de islamitische religie te doen, zij hebben een gids nodig. Nadat ik dat geloof in de islam had bereikt, begon ik aan een studie van de boeken die over de islam werden gepubliceerd. Ik wil graag ingaan op enkele van de werken die ik in dit verband zou kunnen aanbevelen.</p>



<p>Een Indiase weldoener stuurde me een boek met de bijschrift &#8216;What is Islam?&#8217; geschreven door Q.A. Jairazby H.W. Lovlegrove. Ik zou het boek speciaal aanbevelen. Het is een boek dat de islam op de beste manier beschrijft. Het verspreiden van de boekenwereld over zou een nuttige dienst zijn voor de afkondiging van de islam. Ik las een Engelse versie van de Heilige Qur&#8217;ān, gerendeerd door Maulvi Muhammad Ali en ik vond het leuk. Daarnaast las ik nog enkele andere boeken en ik verwaarloosde geen tijdschriften die de islam bekend maakten. <strong>In Montreal vond ik veel werken gepubliceerd in het Frans over de islam. Sommigen van hen prezen de islam, terwijl anderen er tegen bedoeld waren. Maar de grootheid van de islam kon zelfs niet worden begraven onder boeken die waren geschreven om het te verafschuwen. In plaats daarvan waren ze niet meer dan andere bronnen van bewijs die voor mij het feit bevestigen dat de islam de ware religie is.</strong>”</p>



<h5 class="wp-block-heading"><strong>Dr. Benoist Ali Salman</strong></h5>



<p>“Ik ben arts en kom uit een fanatiek katholieke familie. Toch gaf mijn beroepskeuze geneeskunde mij een carrière in positieve experimentele en natuur-wetenschappen, wat mij op zijn beurt een groeiende haat tegen het christendom bezorgde. Met betrekking tot religie was ik op gespannen toeren met de andere leden van mijn familie. Ja, er was een grote Schepper en ik geloofde in Hem, dat wil zeggen Allāh. Maar de dwaasheden verzonnen door christenen vooral door katholieken verschillende mysterieuze goden, zonen, heilige geesten, het belachelijke leugentje verzonnen om te bewijzen dat Isa &#8216;alaihissalām&#8217; de zoon van God is, een groot aantal andere bijgeloof, ceremonies en riten duwden me weg van het christendom, in plaats van me ernaar toe te trekken. Omdat ik het geloof in één God had zou ik nooit de drie-eenheid accepteren, noch zou ik Isa &#8216;alaihissalām&#8217; erkennen als de zoon van God. Dat betekent dat ik, lang voordat ik de islam kende, de eerste helft van de Kalima-i-Shāhādah al had geaccepteerd, dat wil zeggen het deel dat zegt: “<strong>La ielāha iellAllāhu</strong>&#8230; (Er is geen God dan Allah).” Toen ik de islamitische religie begon te bestuderen en Surah Ikhlās van de Heilige Qur&#8217;ān las die beweerde: “Weet; Allāh is Eén. Hij wordt niet vergeten en Hij verwekt niet. Er is geen gelijkenis met Hem”, zei ik “O mijn Allāh. Mijn geloof is precies hetzelfde.” Ik voelde enorme opluchting. Ik realiseerde me dat het van het grootste belang was om de islam dieper te bestuderen. En toen ik de islam bestudeerde zag ik met bewondering dat deze religie volledig in overeenstemming was met mijn ideeën. De islam keek naar religieuze mannen en zelfs naar profeten &#8216;alaihim-us-salawat&#8217; zoals gewone mensen zoals wij, het heeft hen niet waar gebaard. Een priester de bevoegdheid geven om de zonden van mensen te vergeven was iets dat de islam nooit zou accepteren. De islamitische religie bevatte geen bijgeloof, irrationele regels of onbegrijpelijke onderwerpen. De islamitische religie was logisch, precies zoals ik wilde. In tegenstelling tot de katholieken heeft het de mens niet besmeurd met de gevolgen van de zogenaamde erfzonde. Het verplichtte de mens tot fysieke en geestelijke reinheid. Reinheid, een essentieel principe in de geneeskunde was in de islam een Gebod van Allāh. De islam beval zich schoon te maken vóór daden van aanbidding, en dat was een kwaliteit die ik in geen enkele andere religie had gezien.</p>



<p>In sommige christelijke riten zoals de doop en de eucharistie, consumeren mensen het brood en de wijn die de priester aanbiedt in de naam van het vlees en bloed van Isa &#8216;alaihissalām&#8217; die als het ware bedoeld is als een gesimuleerde eenheid met Isa &#8216;alaihissalām&#8217;, dat wil zeggen met God, [moge Allāh ons beschermen tegen het houden van dergelijke overtuigingen!]. Ik zag de gelijkenis tussen deze riten en die van de meest primitieve heidenen en haatte ze. Mijn geest, die was verbeterd onder leiding van positieve wetenschap, verwierp deze pueriele riten die niet pasten bij een ware religie. De islam daarentegen bood geen plaats aan een van die dingen. Er was alleen waarheid, liefde en reinheid in de islam. Uiteindelijk heb ik een beslissing genomen. Ik bezocht mijn moesliem vrienden en vroeg hen wat ik moest doen om moesliem te worden. Ze leerden me de (verklaring genaamd) <strong>Kalima-i Shāhādah</strong> hoe het te zeggen en wat het betekende. Zoals ik al eerder zei, voordat ik moesliem werd had ik de eerste helft geaccepteerd, dat wil zeggen het deel dat betekende: “Er is geen God dan Allāh,&#8230;”. Het was daarom niet moeilijk om het resterende deel te accepteren, dat zei: “&#8230; Mohammed ﷺ is Zijn [geboren slaaf] en Boodschapper.” Ik bestudeerde nu gedenkwaardige boeken geschreven over de islamitische religie. Toen ik een van hen las, namelijk &#8216;Le Phene Coranique&#8217;, een heel mooi boek van Malak Bannabi, zag ik met verbazing en bewondering wat een geweldig Boek de Heilige Qur’ān was. De feiten in dat Boek van Allāh dat veertien eeuwen eerder werd geopenbaard zijn in precieze overeenstemming met de resultaten van het huidige wetenschappelijke en technologische onderzoek. Zowel vanuit weten-schappelijk als technologisch oogpunt en met betrekking tot sociologische activiteiten is de Heilige Qur&#8217;ān niet alleen vandaag, maar ook voor altijd een gids. <strong>Op 20 februari 1953 ging ik naar de moskee in Parijs en accepteerde de islam officieel in aanwezigheid van moefti Effendi en de getuigen, en ik kreeg de naam Ali Salman. </strong>Ik hou van deze nieuwe religie van mij. Ik ben erg blij en ik benadruk de stevigheid van mijn geloof in de islam door vaak de (verklaring genaamd) Kalima-i-Shāhādah te zeggen en na te denken over de betekenis ervan.”</p>



<h5 class="wp-block-heading"><strong>Kapitein Cousteau</strong></h5>



<p>In Frankrijk heeft de islam zich met hoge snelheid verspreid onder mensen die op verschillende gebieden beroemd zijn geworden. Het aantal mensen dat het christendom heeft verlaten en de islam heeft gekozen, heeft al honderdduizend bereikt. Deze score is bevestigd door de aartsbisschop van Parijs, de hoogste katholieke rang in Frankrijk. Het is opmerkelijk dat mensen die de voorkeur hebben gegeven aan de islam niet alleen afkomstig zijn van werknemers en ambtenaren, maar ook van mensen die in alle opzichten bekend zijn. Onder de mensen die voor de islam hebben gekozen, bevindt zich kapitein Cousteau, die de hele wereld goed kent voor zijn verkenningen over het leven onder water. Terwijl de grond van het omarmen van de islam zich verspreidde onder de universele beroemdheden van Frankrijk, kondigde kapitein Cousteau, &#8216;s werelds meest eminente onderzeese ontdekkingsreiziger, aan dat hij door de islam te accepteren de meest correcte beslissing van zijn leven had genomen.</p>



<p>Kapitein Cousteau die de geheimen van oceanen één voor één heeft onthuld met de films die hij maakte en die wereldwijd worden uitgezonden in een programma onder de noemer The Living Sea zei dat wat hem eigenlijk ertoe aanzette om voor de islamitische religie te kiezen was nadat hij had gezien dat de wateren van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee zich niet met elkaar vermengden, zijn zien dat hetzelfde fenomeen werd geschreven in de Heilige Qur’ān &nbsp;die veertienhonderd jaar eerder was geopenbaard.</p>



<p>Kapitein Cousteau vertelde over de gebeurtenis die hem ertoe had aangedaan moesliem te worden, als volgt: “In 1962 zeiden Duitse wetenschappers dat de wateren van de Rode Zee en de Indische Oceaan zich niet met elkaar vermengden in de Straat van Bab-ul-Mandab waar de baai van Eden en de Rode Zee zich bij elkaar voegen. Dus begonnen wij te onderzoeken of de wateren van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee zich met elkaar vermengden. Eerst analyseerden we het water in de Middellandse Zee om het natuurlijke zoutgehalte en de dichtheid ervan te achterhalen, en het leven dat het bevatte. We hebben dezelfde procedure herhaald in de Atlantische Oceaan. De twee massa&#8217;s water ontmoetten elkaar al duizenden jaren in Gibraltar. Analoog moeten de twee massa&#8217;s water zich met elkaar hebben vermengd en moeten ze identieke of op zijn minst vergelijkbare eigenschappen in zoutgehalte en dichtheid hebben gedeeld. Integendeel, zelfs op plaatsen waar de twee zeeën het dichtst bij elkaar lagen behield elke massa water zijn eigenschappen. Met andere woorden, op het punt waar de twee zeeën elkaar ontmoetten verhinderde een gordijn van water dat voorkwam dat de wateren van de twee zeeën zich vermengden.</p>



<p><strong>Toen ik professor Maurice Bucaille over dit fenomeen vertelde zei hij dat het geen verrassing was en dat het duidelijk was geschreven in het Heilige Boek van de Islam, de Heilige Qur’ān. Dit feit werd inderdaad in een duidelijke taal gedefinieerd in de Heilige Qur’ān. Toen ik dit wist geloofde ik in het feit dat de Heilige Qur’ān het &#8216;Woord van Allāh&#8217; was. Ik koos voor de islam, de ware religie. De geestelijke kracht die inherent is aan de islamitische religie gaf mij de kracht om de pijn te verdragen die ik had geleden voor het verlies van mijn zoon.</strong>”</p>



<h5 class="wp-block-heading"><strong>Mohammed Hobohn</strong></h5>



<p>Muhammad Emin Hobohn is zowel diplomaat als missionaris. Hij is een man van kennis en religie met een maatschappelijke carrière.</p>



<p>“Waarom verlaten Europeanen hun religie en worden ze moesliem? Het heeft verschillende redenen. Onder hen is de <strong>&#8216;Haqq</strong> (Waarheid; Juist; De realiteit). De principes waarop de islam is gebaseerd zijn zo logisch, zo waar en eerlijk dat het uitgesloten is voor een wijs en opgeleid persoon die op zoek is naar waarheid en realiteit in een religie om ze niet te accepteren. De islamitische religie belijdt bijvoorbeeld het bestaan van één God. Het spreekt het menselijk gezond verstand aan en daalt nooit af naar het incalculeren van mensen met bijgeloof. De islamitische religie stelt dat mensen over de hele wereld ongeacht hun rassen, de geboren slaven van Allāh zijn, gelijk en vergelijkbaar. Wij Duitsers geloven in wezen in het feit dat Allāh een grote schepper is die ons kracht en energie geeft en die onze ziel tot in de perfectie leidt. Het concept van Allāh brengt veiligheid en vrede in ons. Toch schiet de christelijke religie tekort om ons dit gevoel van vrede te geven. Alleen al de islamitische religie leert ons de grootsheid van Allāh en die ons tegelijkertijd leidt naar waar de menselijke ziel na de dood naartoe zal gaan. De islamitische religie leidt ons niet alleen in de wereld, maar ook in het Hiernamaals. Het leert op een duidelijke en logische manier wat er in de wereld moet worden gedaan ter voorbereiding op een comfortabel leven in het Hiernamaals. Een besef van het feit dat Allāh de mensen zal onderwerpen aan een rechtvaardige ondervraging in het Hiernamaals over wat zij in de wereld hebben gedaan zal hen aansporen om zich te houden aan gerechtigheid en integriteit in de wereld. Om deze reden proberen echte moesliems nooit iets te doen voordat zij goed nadenken en er vast van overtuigd zijn dat wat zij gaan doen echt iets nuttigs is. Daardoor vestigt deze grote godsdienst controle over mensen in een mate die door geen wereldse politieorganisatie kan worden beheerd en houdt hen permanent op de juiste manier.</p>



<p>Een ander aspect dat de islam in de ogen van de Europeanen een aantrekkelijke keuze maakt zijn de normen van aanbidding. De <em>namāz</em> (de vijf dagelijkse rituele gebeden) leert mensen punctualiteit en vasten boort een sterk gevoel van wilskracht in hen. Welke andere factor kan net zo essentieel zijn voor succes in het leven als punctualiteit en vastberadenheid? Grote mannen danken hun prestaties alleen aan deze twee factoren. Nu kom ik bij een heel mooi aspect van de islamitische religie, terwijl ik mensen opleid op ethisch en humanistisch gebied in de meest logische stijlen, dwingt de islamitische religie hen nooit buiten hun capaciteiten. Integendeel, het biedt hun veel mogelijk-heden om een voorspoedig en comfortabel leven te leiden. Allāh wil dat mensen in troost en geluk leven. Daartoe beveelt Hij mensen geen zonden te begaan. Moesliems geloven dat ze voortdurend in de aanwezig-heid van Allāh zijn. Ze vermijden zonden te begaan. Noch in de andere religies, noch in een van de in Europa gevestigde systemen is er een andere regeling die zo mooi of nuttig is als deze.</p>



<p>Ik ben op veel plaatsen en districten van de wereld geweest voor diplomatieke en religieuze missies. Ik heb andere religies en sociale systemen bestudeerd. Ik heb noch een religie, noch een sociaal systeem zo foutloos of zo onberispelijk gezien als de islam. Op het eerste gezicht lijkt het communisme misschien een correct systeem van gedachten. Evenzo kan de in het westen geboren democratie die wordt beschouwd als het meest ruime bestuurssysteem in wereldse zaken en het nazisme enkele feitelijke aspecten bevatten. En dan is geen van deze aspecten op zichzelf compleet. Ze hebben allemaal een aantal tekortkomingen. <strong>Het enige perfecte en foutloze systeem is de islam. Het is om deze reden dat menig persoon met gezond verstand en perfecte redenering de islam zonder enige aarzeling accepteert, en ik ook</strong>. De islam is een praktische religie, geen theoretische. Islam betekent onderwerping aan Allāh, die medelevend en vergevingsgezind is en altijd de juiste weg wijst. &nbsp;Wat kan er mooier zijn?”</p>



<h5 class="wp-block-heading"><strong>Dr. Hāmid Marcus</strong></h5>



<p>Dr. Marcus is een gerenommeerde man van ideeën, een schrijver, en de oprichter van een tijdschrift, dat wil zeggen het tijdschrift getiteld Berlinde Moslemische Revue.</p>



<p>“Ik was nog maar een kind toen ik interesse had in de islam en informatie begon te verzamelen over de islam. In de bibliotheek van mijn geboortestad kwam ik een oude vertaling van de Heilige Qur&#8217;ān tegen die in 1750/ 1164 Hijri was gedrukt. Volgens een verhaal had Goethe dezelfde vertaling van de Heilige Qur’ān gelezen tijdens zijn onderzoek naar de islamitische religie en had hij zijn bewondering voor het boek uitgesproken. Toen ik de Heilige Qur&#8217;ān las, was ik diep onder de indruk van de buitengewoon logische en fascinerende uitdruk-kingsstijl die diep in de ziel doordrong. Hoe oprecht en nuttig de door de islam geformuleerde beginselen waren, bleek uit het feit dat naties die met de islam werden geëerd in zeer korte tijd het hoogtepunt van de beschaving hadden bereikt. Toen ik mijn geboortestad verliet en naar Berlijn ging, maakte ik vrienden met alle moesliems die daar woonden, sloot mij bij hen aan en woonde met veel aandacht de interessante en leerzame conferenties bij die door de leden van de islamitische missie werden gehouden. Hoe vriendelijker ik werd met de leden van de Islamitische Missie, hoe beter ik de islam kon onderzoeken. Na een tijdje kwam ik tot de conclusie dat de islam de ware religie was waar ik naar streefde, erin geloofde en de islam accepteerde.</p>



<p>Volgens de islam is Allah Eén, en geloof in Eén Schepper is islam meest heilige principe. De islamitische religie bevat geen irrationeel of ongelooflijk principe. Er is geen Schepper naast Allāh. In de islam kun je geen enkele stip vinden die onaangenaam is met of tegenstrijdig is met de moderne wetenschappen. Al zijn Geboden zijn volkomen logisch en nuttig. In de islam spreken geloof en logica elkaar niet tegen, wat de gemeenschappelijke smet van andere religies is. Dus voor iemand als ik die al zijn leven aan natuurwetenschappen heeft gewijd, wat is er natuurlijker dan de voorkeur te geven aan de islam, die volledig in overeenstemming is met de wetenschap-pelijke resultaten die hij heeft verkregen, aan de andere religies die andersom zijn? Een andere reden waarom ik me gedwongen voel om toe te voegen is dat de andere religies overspoeld zijn met een score van groteske en belachelijke ideeën die alleen maar een vergezochte stemming van spiritualiteit suggereren. Ze hebben niets te maken met echte situaties. Islam, aan de andere kant, is een praktische religie die de mens ook begeleidt in zijn trektocht van het leven. Geboden van de islamitische religie leiden een persoon naar de juiste weg, niet alleen in het Hiernamaals, maar ook in de wereld en ondertussen beperken ze zijn vrijheid nooit.</p>



<p>Als moesliem bestudeer ik mijn religie al vele jaren. In elke nieuwe situatie zie ik nog duidelijker hoe perfect een religie is, en dit geeft mij op zijn beurt des te meer mentale rust.</p>



<p><strong>Hoe voortreffelijk is de overgang dat de islam tussen het individu en het sociale leven ligt! De islam regelt deze twee levens. De islam is een religie van volmaakte rechtvaardigheid en het enige doel is om mensen naar het goede einde te leiden. De islam belichaamt alle goede aspecten van alle maatschappelijke trends in de wereld.</strong>”</p>



<h5 class="wp-block-heading"><strong>Haji Lord Al-Verre Headley</strong></h5>



<p>Lord Headley bezat de titel van excellentie. Sir George Allinson werd geboren in 1855 en stamde af van de oudste Britse familie. Hij bekleedde zeer belangrijke politieke posities in Groot-Brittannië en maakte tegelijkertijd bekendheid als redacteur. Hij studeerde af aan de Universiteit van Cambridge. In 1877 kreeg hij de titel Sir. Hij diende als luitenant-kolonel in het Britse leger. Hij was een ingenieur van roeping, maar een krachtige schrijver door aanroeping. Onder zijn publicaties is zijn werk getiteld &#8216;A European&#8217;s Eyes Are Being Opened And He Is Becoming A Muslim&#8217;. Lord Headley werd moesliem in 1913, voerde Hadj (de islamitische bedevaart) uit en nam de naam Shaikh Rahmatullāh Faruq aan. In 1928 bezocht hij India.</p>



<p>“<strong>Waarom ben ik moesliem geworden? </strong>Misschien zijn sommige van mijn vrienden en kennissen van mening dat ik moesliem ben geworden als gevolg van overreding van mijn vrienden en kennissen, maar dat is niet het feit. Mijn acceptatie van de islam was het resultaat van langdurig onderzoek en contemplatie. Het was na een nauwgezet onderzoek en het vormen van een mening over de islam dat ik contact maakte met moesliems en aangezien hun geloof in hun eigen religie in overeen-stemming was met de mijne realiseerde ik mij en werd blij dat ik een goede religie was aangegaan.</p>



<p>De Heilige Qur&#8217;ān beveelt dat iemand de islam moet accepteren na de volledige bevestiging van zijn hart, verwerpt een bekering onder dwang. Evenzo zei Isa &#8216;alaihissalām&#8217; tot zijn apostelen: ‘En wie jullie niet zal ontvangen, noch je zal horen, wanneer je de tijd verlaat, schud dan het stof onder je voeten af voor een getuigenis tegen hen. &#8230;’. (Teken: 6-11)</p>



<p>In mijn vroegere leven had ik veel onverdraagzame protestanten gezien. Ze gingen naar katholieke studentenherbergen en probeerden de katholieke studenten te dwingen. Deze ongewenste inspanningen en dwangpogingen zouden verschillende gevechten, overtredingen en controverses veroorzaken en bonje onder mensen zaaien. Dezelfde betekenisloze methoden die christelijke zendelingen gebruikten met moesliems. Ze liepen allerlei risico&#8217;s om moesliems te christianiseren. Ze gebruikten allerlei lagen om moesliems in de val te lokken. Ze beloofden hun geld, werk en posten. Die arme onwetenden wisten niet dat de islam de religie was waar de geboden van Isa &#8216;alaihissalām&#8217; de beste praktijk en bevestiging vonden. Het christendom is bezoedeld, in die mate dat de echte Nazarani-religie die door Isa &#8216;alaihissalām&#8217; wordt gecommuniceerd volledig verloren is gegaan en de principes van de mensheid die hij predikte zijn vergeten. Deze dingen bestaan in de islam. Door moesliem te worden heb ik dan ook de Nazarani-religie bereikt in zijn ongerepte zuiverheid. Principes onder bevel van Isa &#8216;alaihissalām&#8217; zoals broederschap, solidariteit, goede wil, vrijgevigheid en anderen, worden vandaag de dag niet door christenen, maar door moesliems nageleefd. Ik zal u een voorbeeld geven. De christelijke sekte van Athanasianen dringt er volhardend op aan dat het christendom gebaseerd is op een geloof in drie goden (drie-eenheid), dat een geringste twijfel over dit geloof zal leiden tot onmiddellijke ondergang en dat een persoon die redding in deze wereld en de volgende wil bereiken zeker een geloof in de drie goden moet hebben, dat wil zeggen &#8216;God, de Zoon van God en de Heilige Geest&#8217;.</p>



<p>Een ander voorbeeld. Toen ik moesliem werd ontving ik een brief. Er stond: ‘Door moesliem te worden, heb je jezelf verdoemd tot ondergang. Niemand kan je redden. Want jullie ontkennen de goddelijkheid van God.’ De arme man dacht dat ik niet meer in Allāh geloofde. Volgens zijn geloof hing de goddelijkheid van Allāh af van de drie-eenheid. Hij wist niet dat toen Isa &#8216;alaihis-salām&#8217; de zuivere Nazarani-religie begon te prediken hij de eenheid van Allāh had verklaard en hij had nooit beweerd Zijn zoon te zijn. De islam herontdekte de oorspronkelijke essentie van de Nazarani-religie door uit te drukken dat “Er is maar één Allāh”. Vandaag de dag kan niets zo logisch zijn als het geloof van een verstandig persoon in het bestaan van één Allāh. Door moesliem te worden geloof ik in één echte Allāh en verwerp ik alle leugens die daarna in de zuivere religie van Isa &#8216;alaihissalām&#8217; zijn opgenomen. De persoon die me die brief schreef en de andere mensen die zijn ideeën delen zijn alleen zielig. Van dag tot dag verlaten christenen hun religie en worden ze atheïsten. Want het christendom van vandaag is niet langer bevredigend voor een normaal en beschaafd persoon. Mensen weigeren een blind geloof in bijgeloof en koesteren twijfels over de christelijke geloofsbelijdenis. Aan de andere kant heb ik tot nu toe in mijn hele leven nog nooit gehoord van een moesliem die twijfels heeft over zijn geloof. Want de islamitische religie voldoet op de meest perfecte en rationele manier aan alle geestelijke en fysieke behoeften van de mens.</p>



<p>Een feit waar ik positief over ben is dat duizenden christenen, zowel mannen als vrouwen, de islam hebben onderzocht en zich al innerlijk met de islam hebben geïdentificeerd. Echter, uit angst dat ze hun baan of functie zouden verliezen voor het geval ze officieel hun keuze voor de islam aankondigden of opdat ze geen spot zouden wekken van hun vrienden durven ze geen moesliems te worden. Op onze scholen wordt de islam nog steeds onderwezen als de religie van mensen die niet in Allāh geloven. Met het risico vervloekt te worden als ‘een man met een verdoemde ziel’ door al mijn vrienden en kennissen omarmde ik de islam en al twintig jaar houd ik mij met beide handen vast aan de islam.</p>



<p>Na dit korte verslag van waarom ik voor de islam koos, wil ik eraan toevoegen dat ik er door moesliem te worden ook in geslaagd ben om een meer ware en zuivere volgeling van Isa &#8216;alaihissalām&#8217; te worden. Ik wil een voorbeeld zijn voor andere christenen. Het kiezen van de islam zal hen geen vijanden van het christendom maken, maar integendeel het zal hen de ware Iswi-religie leren en het zal hen naar een hoger niveau tillen.”</p>



<h5 class="wp-block-heading"><strong>Prof. Baron Mustafa</strong></h5>



<p>Prof. Baron Leon komt uit een prominente Britse familie en bezit de titel baron. Hij bezit een Ph.D. en andere wetenschappelijke titels. In 1882 werd hij moesliem. Hij was lid van tal van wetenschappelijke verenigingen in Europa en Amerika. Prof. Leon die vooral in de taal- en letterkunde een grote autoriteit was kwam in de universele schijnwerpers met zijn publicatie die &#8216;Ethimology of the Human Lexion&#8217; werd genoemd. Na deze publicatie gaf de Potomac University of America hem de graad van M.S.<a href="#_ftn2" id="_ftnref2">[2]</a> Prof. Leon is tegelijkertijd een deskundige geoloog. Hij werd uitgenodigd door vele beroemde instellingen en gaf conferenties over deze gebieden. Hij werd verkozen tot secretaris-generaal van de Societe Internationale de Philologie (International Society of Philology) Science and Fine Arts die in 1875 was opgericht. Hij begon een tijdschrift te publiceren met de titel The Philomeths. Hij werd onderscheiden met verschillende medailles door de Ottomaanse sultan Abdul Hāmid II, door de sjah van Iran en door de keizer van Oostenrijk.</p>



<p>“<strong>Een van de meest perfecte essenties van de islamitische religie is dat het nooit van moesliems eist om tegen de rede in te handelen. De islam is een religie waarvan de leringen redelijk en volkomen logisch zijn.</strong></p>



<p>De andere religies daarentegen dwingen mensen om de principes van geloof te accepteren die ze nooit kunnen begrijpen, geloven of logisch vinden. In het christendom is de kerk de enige autoriteit in dit opzicht. Integendeel, moesliems worden bevolen om in alles te geloven alleen na het mentaal te hebben onderzocht (en het logisch te vinden). De Profeet Mohammed ﷺ stelt: “Allāh heeft niets irrationeels of onlogisch gecreëerd.” Hij zegt in een andere hadīth Sharif: “Ik vertel u met zekerheid dat zelfs als een persoon zijn namāz [dagelijkse gebeden] regelmatig uitvoert, vast, zakāt betaalt [de voorgeschreven aalmoezen genoemd] op hadj gaat (moesliem bedevaart naar Mekka) en alle andere Geboden van de islam uitvoert, hij zal worden beloond in verhouding tot de mate waarin hij de geest en logica gebruikt die Allāh hem heeft gegeven. De zuivere religie gepredikt door Isa &#8216;alaihissalām&#8217; bevatte ook vergelijkbare regels. Bijvoorbeeld: ‘Probeer eerst alles! Accepteer alleen de goede’. Toch zijn deze regels in de loop van de tijd vergeten. De vijfde ayāh van Surah Jumu’ah in de Heilige Qur&#8217;ān beweert: “Degenen die belast zijn met de Torah en deze niet naleven, zijn als een ezel die boeken draagt. Slecht is de staat van het volk dat de tekenen van Allāh verwerpt. En Allāh leidt het onrechtvaardige volk niet.”</p>



<p>Ali (radi Allāhu anhu) zegt: “De wereld is donker. Kennis is een <em>Noor</em> (Licht)! Kennis die niet juist is, is echter onduidelijkheid.” Moesliems geloven dat de islam de waarheid zelf is en ze stellen dat het licht van de islam alleen schijnt met de energie die het uit kennis en logica haalt, dat deze kennis alleen voortkomt uit Waarheid, en dat Waarheid op zijn beurt door mensen wordt ontdekt vanwege het gezond verstand, wat een zegen is die Allāh hun heeft gegeven.</p>



<p>De laatste profeet van Allāh is Mohammed ﷺ die de grootste zegen is die Allāh naar de mensheid heeft gezonden liet hun de weg zien die ze moesten volgen. Het was tijdens zijn laatste dagen (in deze wereld) toen het volgende incident plaatsvond: ‘Het was een paar dagen voordat Mohammeds ﷺ overleed en hij rustte, half bij bewustzijn, zijn hoofd op de knieën van Aisha (radi Allāhu anha) zijn geliefde vrouw. Alle mensen van Medina waren wanhopig verdrietig over de ziekte van Rasoolullah ﷺ die hem dag na dag in de boei zette en waartegen ze hulpeloos waren. Mannen, vrouwen, kinderen huilden luid. Onder degenen die huilden waren grijsharige zielig teint oude krijgers. Muhammad Mustafa al-Amin ﷺ was hun commandant, gids, leider, metgezel, herder, een intieme vriend met wie ze vertrouwen uitwisselden, en het belangrijkste van alles hun grote profeet die hen uit de duisternis had gered en hen naar het licht van de waarheid had geleid vanwege de islamitische religie die hij predikte. Deze grote profeet ﷺ die hen vrede en veiligheid had gebracht door middel van de islam bood hun nu ‘vaarwel’ aan. De betreurenswaardige gedachte dat hun profeet ﷺ stervende was greep hun hart als een ijzeren klem, bracht tranen in hun ogen en deed hen diep wanhopen. Eindelijk riskeerden ze alles te verliezen en kwamen in zijn aanwezigheid in die stemming van hopeloosheid. In tranen vroegen zij: “O de Boodschapper van Allah! U bent ziek. Misschien zal Allāh u uitnodigen tot Zijn aanwezigheid en zult u niet meer bij ons zijn. Wat kunnen we dan zonder u?” Onze profeet Mohammed ﷺ verklaarde: &#8220;U hebt de Heilige Qur’ān te raadplegen.” Toen vroegen zij: “O de Boodschapper van Allāh! Het is zeker dat de Heilige Qur’ān in veel opzichten onze gids zal zijn. Maar als we niet kunnen vinden wat we zoeken door erin op te zoeken, en als u ons al hebt verlaten, wie zal dan onze gids zijn?” Hierop verklaarde onze profeet ﷺ: “Handel in overeenstemming met wat ik jullie heb verteld.” Deze keer vroegen zij: “O de Boodschapper van Allāh! Aangezien u niet meer onder ons zult zijn, wat moeten wij doen als wij nieuwe zaken tegenkomen en niets over die zaken in jullie hadīth kunnen vinden?” Onze profeet ﷺ hief zijn gezegende hoofd langzaam van het kussen en zei: “Allāh heeft een persoonlijke gids gegeven aan elk van Zijn geboren slaven. Deze gids is het gezond verstand en zijn hart, dat een geweten belichaamt. Als u deze gids goed gebruikt, zult u nooit van de juiste weg afwijken en uiteindelijk zult u Allāh bereiken.” <em>&#8220;Istafti qalbek, Fe-innaha teskunu bi-l-halal.&#8221; </em>Hier is de islamitische religie die ik opschep om gekozen te hebben. Deze godsdienst is de ware godsdienst van Allāh die volledig gebaseerd is op rede en logica.</p>



<p>Pas op voor rijkdom, of zeg: “Wie is daar zoals ik!” Oogstachtig, een wrede wind wint alles wat van jou is.”</p>



<hr class="wp-block-separator has-alpha-channel-opacity"/>



<p><a href="#_ftnref1" id="_ftn1">[1]</a> Noot van de vertaler Tangali: alle mensen worden geboren als moslim. Het is de omgeving die hen vormt tot wat zij uiteindelijk zijn geworden.</p>



<p><a href="#_ftnref2" id="_ftn2">[2]</a> Master of Science</p>
<p><a class="a2a_button_facebook" href="https://www.addtoany.com/add_to/facebook?linkurl=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Fwaarom-bekeerden-hoogopgeleide-christenen-zich-tot-de-islam%2F&amp;linkname=Wat%20zeiden%20ze%20over%20de%20islam%3F" title="Facebook" rel="nofollow noopener" target="_blank"></a><a class="a2a_button_mastodon" href="https://www.addtoany.com/add_to/mastodon?linkurl=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Fwaarom-bekeerden-hoogopgeleide-christenen-zich-tot-de-islam%2F&amp;linkname=Wat%20zeiden%20ze%20over%20de%20islam%3F" title="Mastodon" rel="nofollow noopener" target="_blank"></a><a class="a2a_button_email" href="https://www.addtoany.com/add_to/email?linkurl=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Fwaarom-bekeerden-hoogopgeleide-christenen-zich-tot-de-islam%2F&amp;linkname=Wat%20zeiden%20ze%20over%20de%20islam%3F" title="Email" rel="nofollow noopener" target="_blank"></a><a class="a2a_dd addtoany_share_save addtoany_share" href="https://www.addtoany.com/share#url=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Fwaarom-bekeerden-hoogopgeleide-christenen-zich-tot-de-islam%2F&#038;title=Wat%20zeiden%20ze%20over%20de%20islam%3F" data-a2a-url="https://tangali.net/waarom-bekeerden-hoogopgeleide-christenen-zich-tot-de-islam/" data-a2a-title="Wat zeiden ze over de islam?"></a></p>]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Imān en kufr</title>
		<link>https://tangali.net/iman-en-kufr/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[© Shaykh Dr Mohamed Juzoef Tangali Qādri Noorani]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 07 Jun 2024 09:25:29 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Firqa’s (sekten) en kuffār]]></category>
		<category><![CDATA[Imān en munafiq]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://tangali.net/?p=1266</guid>

					<description><![CDATA[Wat is Imān en wat is kufr? Welke aspecten maken van een persoon een moslim? De waarde van Imān De geldigheid van Imān hangt af van twee belangrijke punten Als iemand op enig moment ook maar het geringste gebrek aan respect toont voor de status van Sayyidena Muhammadur RasoolAllāh ﷺ, dan mag er geen atoomklein [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<figure class="wp-block-audio"><audio controls src="https://tangali.net/wp-content/uploads/2024/06/Iman-en-kufr.mp3"></audio></figure>



<h5 class="wp-block-heading"><strong>Wat is Imān en wat is kufr?</strong></h5>



<ol class="wp-block-list">
<li>Imān (geloof, overtuiging) is om elk woord van de Profeet Mohammed ﷺ als de absolute waarheid te aanvaarden en van harte te getuigen van de realiteit en waarheid van de Profeet Mohammed ﷺ.</li>



<li>Iemand die het bovenstaande in acht neemt, zou een moslim worden genoemd, dat wil zeggen als een van zijn woorden, daden of voorwaarden Allāh Ta’ālā en Zijn Rasool ﷺ niet verwerpt, beledigt of vervalst.</li>



<li>Als je één aspect verwerpt, waarvan je weet dat daarin geloven deel uitmaakt van de islam, dan is dit kufr (ongeloof). Bijvoorbeeld, het verwerpen van Qiyāmah, Engelen, Jannat, Dozakh, Hisāb, of niet geloven dat Salāh, Saum, Zakāt of Hajj farz (verplicht) is zou iemand uit de plooien van de islam halen en wordt hij <em>kāfir</em> (ongelovige).</li>



<li>Het is ook <em>kufr</em> om niet te geloven dat de Heilige Qur&#8217;ān de Woorden van Allāh Ta’ālā zijn.</li>



<li>De Heilige Ka&#8217;aba, de Heilige Qur’ān of één van de Profeten of Engelen beledigen is ook kufr.</li>



<li>Door een van de Sunnat te degraderen (acties van de Heilige Profeet Mohammed ﷺ, om grappen te maken over de bevelen van de Shari&#8217;ah [islamitische wet] of het verwerpen of zelfs twijfelen dat het niet waar is, of enige bekende en erkende aspecten van de islam is ook zeker <em>kufr</em>.</li>



<li>Om een moslim te zijn moet je samen met geloof ook je status als moslim kenbaar maken.</li>



<li>Men moet zijn geloof verpanden, tenzij er een moeilijkheid is. Bijvoorbeeld, u kunt niet spreken als het zou betekenen dat u uw leven verliest of een deel van het lichaam zou verliezen, dan is het niet nodig om uw geloof met uw tong te erkennen. Het is echter altijd het beste en een middel tot grote beloning om niets tegen de islam in te zeggen, zelfs niet om je leven te redden.</li>



<li>Door handelingen uit te voeren die tekenen van <em>kufr</em> zijn word je herkend als een kāfir. Bijvoorbeeld, het dragen van een &#8220;Janeo&#8221; (een draad gedragen door hindoes) of het hebben van een haarlok (paardenstaart voor mannen) zoals de boeddhisten, of het dragen van een kruis zijn allemaal acties van <em>kufr</em>. &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;</li>
</ol>



<h5 class="wp-block-heading"><strong>Welke aspecten maken van een persoon een moslim?</strong></h5>



<ol class="wp-block-list">
<li>Voor een persoon om moslim te worden, is het noodzakelijk dat hij of zij de islam als de ware religie erkent en geen van de noodzakelijke islam aspecten verwerpt. Een persoon mag ook geen overtuigingen hebben die tegenstrijdig zijn of tegen de noodzakelijke aspecten van de religie indruisen (Zaruriyāt-e-Dīn).</li>



<li>Een moslim moet al diegenen liefhebben en respecteren die de geliefde zijn van Allāh Ta’ālā en Zijn Profeet Mohammed ﷺ, ook al is die persoon je vijand.</li>



<li>Hij moet al diegenen die Allāh Ta’ālā en Zijn Profeet Mohammed ﷺ niet respecteren en haten, geen contact mee onderhouden, zelfs als die persoon je geliefde zoon is.</li>



<li>Sayyidena RasoolAllāh ﷺ verklaart: “Iemand die Allāh Ta’ālā liefheeft, iedereen haat vanwege Allāh, aalmoezen uitgeeft voor Allāh en zich beheerst voor Allāh, heeft inderdaad zijn Imān voltooid.”</li>



<li>Als de persoon niet de kennis heeft over alle noodzakelijke aspecten van de religie, dus zelfs als hij een complete en volkomen analfabeet is, moet hij geloven in de islam en in de Boodschapper ﷺ van de islam en geen overtuigingen hebben die indruisen tegen de noodzakelijke aspecten van de islam. (Zaruriyāt-e-Dīn)</li>



<li>Als iemand de <em>Kalima</em> (onderwerping aan de islam) niet goed kan uiten, dan is hij nog steeds een moslim en geen kāfir. Daarom, als hij Salāh, Saum, Hadj, etc. mist, zal hij een ernstige zondaar zijn, maar hij zal een moslim blijven. Dit komt omdat daden geen deel uitmaken van het geloof.</li>



<li>Iets wat <em>harām</em> (verboden) is als <em>halāl</em> (toegestaan) aannemen, en iets war <em>halāl</em> is als <em>harām</em> accepteren is <em>kufr</em>.</li>
</ol>



<h5 class="wp-block-heading"><strong>De waarde van Imān</strong></h5>



<ol class="wp-block-list">
<li>Zolang een moslim niet houdt van de verheven Profeet ﷺ zal zijn aanbidding van Allāh Ta’ālā vruchteloos en afgewezen zijn, al bidt hij zijn hele leven.</li>



<li>Talloze Yogi’s, monniken en kluizenaren gaan in afzondering en brengen hun leven door in de herinnering aan de Schepper. Sommigen van hen geven zich zelfs over aan de Zikr van &#8220;<strong>La ilāha illAllāh</strong>&#8221; (er is geen ander dan Allāh Ta’ālā waar aanbeden te worden), maar ze respecteren en houden niet van RasoolAllāh ﷺ. Welk voordeel heeft dan zo’n Ibādah (aanbidding)? Allāh Ta’ālā openbaart in de Heilige Qur’ān: “Welke daden ze ook hebben verricht, ik heb ze allemaal vernietigd.” (Para 19: Ruku 1) &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;</li>
</ol>



<h5 class="wp-block-heading"><strong>De geldigheid van Imān hangt af van twee belangrijke punten</strong></h5>



<ol class="wp-block-list">
<li>Respect voor RasoolAllāh ﷺ en</li>



<li>Om van hem te houden, boven alle schepping in het universum.</li>
</ol>



<p>Als iemand op enig moment ook maar het geringste gebrek aan respect toont voor de status van Sayyidena Muhammadur RasoolAllāh ﷺ, dan mag er geen atoomklein liefde en respect voor die persoon in je hart blijven. Deze persoon kan iedereen zijn van wie je houdt en respecteert, bijvoorbeeld je vader, ustaaz (leraar), kinderen, broer, murshid (spirituele leraar), moulvi, moefti, hāfiz, docent, Imām of vrienden, enz. Zo iemand moet volledig worden gescheiden van familie en soenniet gemeenschap. Zijn naam zou je veel ongemak moeten bezorgen. Zijn kennis of status moet absoluut worden afgewezen en verworpen. Als je zijn belediging van RasoolAllāh ﷺ accepteerde of in acht nam, goede vriendschap met hem onderhield, hem niet als een gemeen persoon zag, moet je controleren waar je staat in de status van Imān! &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;</p>



<h5 class="wp-block-heading"><strong>Standvastigheid in geloof</strong></h5>



<ol class="wp-block-list">
<li>Verlossing hangt af van het feit dat elk geloof van de Ahle Sunnah wa al-Jamā’ah zo standvastig is dat men standvastig zal blijven, zelfs als de hemel en de aarde verdwijnen.</li>



<li>Men moet te allen tijde grote angst hebben voor zijn geloof. De ulema van de Islam zeggen: “Iemand die niet vreest dat zijn Imān weggenomen kan worden, zou ontdaan worden van zijn Imān op het moment van de dood.”</li>



<li>Sayyidena Umar Farooq (radi Allāhu anhu) zei: “Als een stem uit de lucht roept dat alle mensen van de aarde op één na vergeven zijn, zou ik vrezen dat ik degene zou zijn, en als de stem roept dat alle mensen op aarde bewoners van de hel zijn, op één na, zal ik hopen dat ik degene ben.” De status van &#8220;khauf&#8221; (angst) en &#8220;raja&#8221; (hoop) moet een evenwicht hebben zoals weergegeven door Sayyidena Umar Farooq (radi Allāhu anhu). &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;</li>
</ol>



<h5 class="wp-block-heading"><strong>Wat is shirk (polytheïsme)?</strong></h5>



<ol class="wp-block-list">
<li>Shirk (polytheïsme) is om in iemand anders als de Heer te geloven behalve Allāh Ta’ālā of om in iemand anders te geloven die waard is om aanbeden te worden behalve Allāh Ta’ālā. Dit is het ergste type <em>kufr</em>.</li>



<li>Met uitzondering van <em>kufr</em> zijn alle andere zonden naar de Wil van Allāh Ta’ālā. Wat Hij ook wil, Hij zal vergeven.</li>



<li>Een moslim wordt geen kāfir als hij een grote zonde begaat, hij blijft moslim. Als hij sterft zonder <em>tauba</em> (berouw te tonen), zal hij nog steeds Jannah verkrijgen, of het nu na het ondergaan van zijn straf is of het verkrijgen van vergeving. Deze vergeving kan worden verkregen op de Genade van Allāh Ta’ālā Wil of op voorspraak van de Heilige Profeet ﷺ.</li>
</ol>



<h5 class="wp-block-heading"><strong>De orde van iemand die om vergeving vraagt voor een ongelovige</strong></h5>



<p>Wie een du’ā (smeekbede) van vergeving verricht voor een dode kāfir, of een kāfir noemt als iemand die vergeven is of een Jannati, of als iemand een dode hindoe een &#8220;Bekanth Baashi&#8221; (Jannati) noemt, is zelf kāfir geworden.</p>



<p><em>Bron: Noore Madinah</em></p>
<p><a class="a2a_button_facebook" href="https://www.addtoany.com/add_to/facebook?linkurl=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Fiman-en-kufr%2F&amp;linkname=Im%C4%81n%20en%20kufr" title="Facebook" rel="nofollow noopener" target="_blank"></a><a class="a2a_button_mastodon" href="https://www.addtoany.com/add_to/mastodon?linkurl=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Fiman-en-kufr%2F&amp;linkname=Im%C4%81n%20en%20kufr" title="Mastodon" rel="nofollow noopener" target="_blank"></a><a class="a2a_button_email" href="https://www.addtoany.com/add_to/email?linkurl=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Fiman-en-kufr%2F&amp;linkname=Im%C4%81n%20en%20kufr" title="Email" rel="nofollow noopener" target="_blank"></a><a class="a2a_dd addtoany_share_save addtoany_share" href="https://www.addtoany.com/share#url=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Fiman-en-kufr%2F&#038;title=Im%C4%81n%20en%20kufr" data-a2a-url="https://tangali.net/iman-en-kufr/" data-a2a-title="Imān en kufr"></a></p>]]></content:encoded>
					
		
		<enclosure url="https://tangali.net/wp-content/uploads/2024/06/Iman-en-kufr.mp3" length="7033553" type="audio/mpeg" />

			</item>
		<item>
		<title>Tawakkoel</title>
		<link>https://tangali.net/tawakkoel/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[© Shaykh Dr Mohamed Juzoef Tangali Qādri Noorani]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 07 Jun 2024 00:24:29 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Imān en munafiq]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://tangali.net/?p=1232</guid>

					<description><![CDATA[Een ander gradatie waar degenen die Allāh Ta’ālā naderen is tawakkoel (vertrouwen), en het graad is erg hoog. Toch is tawakkul moeilijk en delicaat om te leren. En het is nog moeilijker om het te beoefenen want als iemand denkt dat iemand anders dan Allāh Ta’ālā acties en daden beïnvloedt, zal zijn tawhīd defect zijn. [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<figure class="wp-block-audio"><audio controls src="https://tangali.net/wp-content/uploads/2024/06/Tawakkul.mp3"></audio></figure>



<p>Een ander gradatie waar degenen die Allāh Ta’ālā naderen is <strong>tawakkoel</strong> (vertrouwen), en het graad is erg hoog. Toch is tawakkul moeilijk en delicaat om te leren. En het is nog moeilijker om het te beoefenen want als iemand denkt dat iemand anders dan Allāh Ta’ālā acties en daden beïnvloedt, zal zijn tawhīd defect zijn. Als hij zegt dat er geen oorzaken nodig zijn, zal hij van de Shari’ah zijn afgeweken. Als hij zegt dat het niet nodig is om de oorzaken ertussen te zetten, zal hij onredelijk zijn geweest. Als hij zegt dat ze nodig zijn, zal hij zijn tawakkul hebben gesteld in degene die de oorzaken heeft voorbereid, een geval dat een defect in tawhīd vertoont.</p>



<p>Zoals het wordt gezien moet tawakkul zo worden begrepen dat het eens is met zowel de geest als de Shari’ah en tawhīd. Zo&#8217;n begrip vereist diepgaande kennis. Dan kan niet iedereen het begrijpen. We zullen eerst de waarde van tawakkul verduidelijken, dan uitleggen wat het betekent, en dan voorschrijven hoe het te verkrijgen. De deugd van tawakkul: Allāh Ta’ālā heeft iedereen bevolen tawakkul te hebben en verklaarde: “Tawakkul is een vereiste voor Imān.” Het wordt beweerd in de surah van Mā’idah: “Als je Imān hebt, zet je tawakkul in Allāhu Ta’ālā.” In de surah &#8216;Imrān staat: “Allāh Ta’ālā houdt zeker van hen die tawakkul hebben.” In de surah van Talāq&nbsp;lezen wij: “Als iemand zijn tawakkul in Allāh Ta’ālā zet, is Allāh Ta’ālā voldoende voor hem.” In de surah van Zumar is gezegd: “Is Allāh Ta’ālā niet voldoende voor Zijn geboren slaaf?” En zo zijn er veel meer verzen over dit onderwerp.</p>



<p>Eens zei de Profeet Mohammed ﷺ: “Ze lieten mij wat van mijn Ummah zien. Ze bedekten bergen en sahara&#8217;s. Ik was verrast en blij om te zien dat het er zoveel waren.” Bent u tevreden? vroegen ze en ik antwoordde: ja, dat ben ik. Zij zeiden: slechts zeventigduizend van hen zullen zonder enige twijfel naar het Paradijs gaan. &#8216;Welke,&#8217; vroeg ik. Zij zijn degenen die hun daden niet vermengen met tovenarij, betovering, bezwering of overspel, en die hun tawakkul niet plaatsen en op iemand anders vertrouwen dan Allāh Ta’ālā.” Uqasha (radi Allāhu anhu) die onder de luisteraars was, stond op en vroeg: “O Rasūlullāh ﷺ! Bid voor mij, zodat ik een van hen zal zijn. Dus deed Rasūlullāh ﷺ du’ā: O mijn Allah! Betrek hem erbij! Maar toen iemand anders opstond en om hetzelfde gebed vroeg, zei hij: Uqasha heeft je voorgehouden.”</p>



<p>De Profeet Mohammed ﷺ zei, zo lezen wij in een andere hadīth: “Als je tawakkul grondig in Allāh Ta’ālā zet, zal Hij je levensonderhoud sturen zoals Hij het naar de vogels stuurt. Vogels gaan &#8216;s morgens met lege, hongerige magen naar buiten en komen &#8216;s avonds met gevulde, verzadigde magen terug.”</p>



<p>Hij ﷺ zei in een hadīth: “Als iemand zichzelf vertrouwt op Allāh Ta’ālā zal Hij hem te hulp komen in elke van zijn actie. Hij zal hem eten sturen van plaatsen die hij helemaal niet verwacht. Als iemand de wereld vertrouwt, zal Hij hem in de wereld achterlaten.”</p>



<p>Toen Hazrat Ibrāhīm (alayhis salām) op de katapult werd gezet en op het punt stond in het vuur te worden geslingerd, zei hij: “HasbiyAllāhu wa Ni&#8217;mal Wakīl” (Mijn Allāh zal voor mij volstaan, Hij is een goede bewaker, een goede helper.” Toen hij in het vuur viel, kwam Hazrat Jibra’il (alayhis salām) naar hem toe en vroeg: “Heb je een wens? Ja, dat heb ik, maar niet van jou” zei hij. Zo bleek hij trouw aan het woord “HasbiyAllāhu.” Daarom werd hij geprezen in de Heilige Qur&#8217;ān: “Ibrāhīm, een man van zijn woord.”</p>



<p>Allāh Ta&#8217;ālā verklaarde aan Hazrat Dawood (alayhis salām): “Als een persoon de hoop op alles opgeeft en alleen zijn vertrouwen op Mij stelt, zal Ik hem zeker redden, zelfs als alle wezens op aarde en in de hemel ernaar streven hem te schaden en te misleiden.”</p>



<p>Bin Jubair (radi Allāhu anhu) vertelt: “Eens prikte een schorpioen mij op mijn de hand. Mijn moeder smeekte me om mijn hand uit te houden zodat ze een bezwering zouden uitspreken, dat wil zeggen, veel absurde woorden. Ik stak mijn andere hand uit, dus scandeerden ze wat bezwering.”</p>



<p>Said stak zijn hand niet uit omdat Rasūlullāh ﷺ had verklaard: “Een persoon die bezwering beoefent of die met vuur blakert heeft zijn tawakkul niet in Allāh Ta’ālā gelegd.”</p>



<p>Hazrat Ibrāhīm Azam (radi Allāhu anhu) vroeg een priester: “Hoe verdien je de kost? De ander antwoordde: vraag degene die mijn levensonderhoud zendt, vanwaar Hij het zendt. Ik weet het niet.”</p>



<p>Iemand werd gevraagd: “U bidt elke dag, wat eet en drinkt u? Hij liet zijn tanden zien als antwoord, met andere woorden, Hij die de molen maakt, zal zijn water sturen” bedoelde hij te zeggen.</p>



<p>Haram bin Hayyan vroeg Oways Qarni (radi Allāhu anhuma): Waar zal ik me vestigen? In Damascus, antwoordde hij. Toen de eerste vroeg: ík vraag me af hoe de levensstandaard in Damascus is? zei de laatste: schaam je voor die harten die twijfelen aan hun levensonderhoud! Advies zal ze geen goed doen!”</p>



<p>Tawakkul is iets wat het hart zal doen, en het komt voort uit Imān. Er zijn verschillende gradatie in Imān, maar tawakkul is gebaseerd op twee van hen. Dit zijn de Imān in tawhīd en de Imān in de Grootheid van Allāh’s gunst en barmhartigheid.</p>



<p>Tawhīd, de basis van tawakkul: het zal lang duren om tawhīd uit te leggen, en de kennis van tawhīd is de laatste van alle takken van kennis. Hier zullen we het alleen beschrijven voor zover dat nodig is voor tawakkul. Tawhīd heeft vier gradaties, dat wil zeggen, het heeft één kern en één kern van de kern. En het heeft de schaal en de schaal van de schelp. Dit betekent dat de twee kernen twee schelpen hebben. Tawhīd is als een verse walnoot. Iedereen kent de twee schelpen van een walnoot en de pit.&nbsp; En de kern van zijn kernen is zijn olie.</p>



<p>De eerste graad van tawhīd is om &#8220;La ilāha illAllāh&#8221; te zeggen met alleen de tong en het niet te geloven met het hart. Net als de tawhīd van munafiq.</p>



<p>De tweede graad is het hart dat de betekenis van deze kalma van tawhīd gelooft. Dit geloof is ofwel door het zien, horen van anderen, bijvoorbeeld het geloof van ons, de onwetende mensen, of men gelooft door bewijzen, met het bewijs van de geest. Zo is het geloof van de geleerden van de Dīn, van de meesters van de kennis van Kalām.</p>



<p>De derde graad is om te weten dat één Schepper alles creëert, om te beseffen dat al het werk slechts door één Allāh Ta’ālā wordt gedaan en dat niemand anders iets doet. Dit zien en begrijpen vereist dat een Noor (Licht) in het hart dat wordt aangestoken. Zo&#8217;n Imān is anders dan de Imān van de onwetenden of van de geleerden van Kalām. Hun Imān is als een gordijn over het hart met de trucs van imitatie en bewijzen, maar dit zien en beseffen is dat het hart wordt geopend en het gordijn omhoog getrokken. Er zijn bijvoorbeeld drie soorten geloven dat de bewoner van een huis in het hart heeft: (1) het te geloven door iemand dat te horen zeggen. De Imān door imitatie is hier een herinnering aan. (2) Geloven door de dingen te zien die de bewoner elke dag gebruikt zoals zijn hoofddeksels en schoenen in het huis. Dit is een voorbeeld voor de Imān van de geleerden van Kalām. (3) Geloven door de bewoner in het huis te zien. Dit is een voorbeeld voor de tawhīd van Arīf. Hoewel zo&#8217;n tawhīd een zeer hoge kwaliteit heeft, ziet de eigenaar zowel de schepselen als de Schepper, en weet dat ze door de Schepper zijn geschapen, omdat hij de wezens ziet, kan zijn tawhīd niet perfect zijn.</p>



<p>De vierde graad is hij ziet één wezen. Hij ziet er niet meer dan één. Mannen van tasawwuf noemen deze staat &#8216;Fana in tawhīd&#8217;.</p>



<p><strong>Filosofische toelichting</strong></p>



<p>Van de vier rangen hierboven is de eerste de tawhīd van munafiq en is als de buitenste schil van een walnoot, omdat de buitenste schil van een walnoot bitter is en er lelijk uitziet van binnenuit, hoewel een mooie green van buitenaf, en wanneer het wordt verbrand, maakt het veel rook en dooft het vuur en is nutteloos, behalve dat het de walnoot een paar dagen beschermt, dus de tawhīd van de munafiq heeft geen ander nut dan hem te beschermen tegen de dood in de wereld. Wanneer het lichaam wegrot en de ziel na de dood met rust wordt gelaten, zal het nutteloos zijn. De tawhīd van de onwetenden en van de geleerde van Kalām, dus de tweede graad, is als de houten tweede schaal van de walnoot, omdat deze houten schaal van de walnoot niet beschikbaar is, behalve om de walnoot een tijdje te beschermen, dus deze kwaliteit van tawhīd helpt alleen om iemand te beschermen tegen het vuur van de Hel. De derde graad is als de walnootpit. De pit is het nuttige deel van de walnoot, maar in vergelijking met de olie van de walnoot zal worden gezien dat deze alleen het sediment draagt. De wezens in de derde graad zien is als het sediment. De echte tawhīd is in de vierde graad, dus niets anders dan Allāh Ta’ālā zien. Je vergeet zelfs jezelf.</p>



<p><em>Vraag: het is moeilijk om de vierde graad van tawhīd te bereiken. Hoe is het om alle dingen als één wezen te zien? We zien verschillende middelen en we zien de aarde, de lucht, de wezens. Zijn dit allemaal hetzelfde?</em></p>



<p>Het is gemakkelijk om de eerste, tweede en derde graad van tawhīd te begrijpen. Het is de vierde graad die moeilijk te begrijpen is. Toch is dit soort tawhīd niet nodig voor tawakkul. Het is moeilijk om het te beschrijven aan iemand die het niet heeft geproefd. Ik wil kort zeggen dat veel verschillende dingen in één opzicht op elkaar kunnen lijken. Daarom kunnen ze als hetzelfde worden beschouwd. Evenzo, wanneer een Arīf alle dingen in één specifiek opzicht als hetzelfde ziet, ziet hij ze allemaal als één ding. Er zijn bijvoorbeeld dingen zoals vlees, huid, hoofd, voeten, ogen, oren, maag en longen bij de mens, maar voor het mens zijn, zijn ze allemaal één lichaam, en als we aan een man denken, herinneren we ons zijn verschillende delen niet, maar we zien hem als één lichaam. Als ons wordt gevraagd waar we aan denken, zeggen we dat we aan niets anders dan één ding denken. Als we een mens zien, zeggen we dat we niet meer dan één lichaam zien.</p>



<p>Er is zo&#8217;n graad van Mārifat [kennis] in tasawwuf dat een Arīf die daar bereikt alle dingen die bestaan in één opzicht als gerelateerd aan elkaar ziet. Hij ziet verschillende dingen in de wereld in slechts één opzicht, hij vindt het als de positie van de ledematen van de man ten opzichte van zijn geest en ziel.</p>



<p>Iemand die de betekenis van de hadīth niet begrijpt: “Allāh schiep Adam in Zijn eigen Attributen” kan deze woorden van ons niet begrijpen. De geest kon het niet begrijpen en het zou verkeerd begrepen worden.</p>
<p><a class="a2a_button_facebook" href="https://www.addtoany.com/add_to/facebook?linkurl=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Ftawakkoel%2F&amp;linkname=Tawakkoel" title="Facebook" rel="nofollow noopener" target="_blank"></a><a class="a2a_button_mastodon" href="https://www.addtoany.com/add_to/mastodon?linkurl=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Ftawakkoel%2F&amp;linkname=Tawakkoel" title="Mastodon" rel="nofollow noopener" target="_blank"></a><a class="a2a_button_email" href="https://www.addtoany.com/add_to/email?linkurl=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Ftawakkoel%2F&amp;linkname=Tawakkoel" title="Email" rel="nofollow noopener" target="_blank"></a><a class="a2a_dd addtoany_share_save addtoany_share" href="https://www.addtoany.com/share#url=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Ftawakkoel%2F&#038;title=Tawakkoel" data-a2a-url="https://tangali.net/tawakkoel/" data-a2a-title="Tawakkoel"></a></p>]]></content:encoded>
					
		
		<enclosure url="https://tangali.net/wp-content/uploads/2024/06/Tawakkul.mp3" length="9747806" type="audio/mpeg" />

			</item>
		<item>
		<title>De principes van de islam</title>
		<link>https://tangali.net/de-principes-van-de-islam/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[© Shaykh Dr Mohamed Juzoef Tangali Qādri Noorani]]></dc:creator>
		<pubDate>Sun, 26 May 2024 14:56:16 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Abdul Aleem Siddiqui publ]]></category>
		<category><![CDATA[Imān en munafiq]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://tangali.net/?p=465</guid>

					<description><![CDATA[Muballigh-e-Azam Arif Billāh Sheikh al-Tariqat al-Hāfiz Maulana Abdul Aleem Siddiqui Qādri Razvi (radi Allāhu anhu) Inleiding Het prachtige panorama van de hemel en de aarde dat we om ons heen zien, draagt in zijn innerlijk het getuigenis dat het de schepping van een Grote Kunstenaar is. Het bestaan van orde en ontwerp in het universum [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p><em>Muballigh-e-Azam Arif Billāh Sheikh al-Tariqat al-Hāfiz Maulana Abdul Aleem Siddiqui Qādri Razvi (radi Allāhu anhu)</em></p>



<h5 class="wp-block-heading"><strong>Inleiding</strong></h5>



<p>Het prachtige panorama van de hemel en de aarde dat we om ons heen zien, draagt in zijn innerlijk het getuigenis dat het de schepping van een Grote Kunstenaar is. Het bestaan van orde en ontwerp in het universum dat de moderne wetenschap ons leert, leidt ons naar het geloof in het bestaan van een Opperste Macht en een Allerhoogste Intelligentie die verantwoordelijk is voor dit complexe maar ordelijke ontwerp, van een Opperwezen dat het tot stand bracht en het voorzag van alles wat het nodig had voor zijn leven en groei in de taal van de Heilige Qur&#8217;ān van de Rabb-ul-Alemīn.</p>



<figure class="wp-block-image size-full is-resized"><a href="https://youtu.be/-6Yj-A4JQuc?feature=shared" target="_blank" rel="noreferrer noopener"><img loading="lazy" decoding="async" width="471" height="132" src="https://tangali.net/wp-content/uploads/2024/08/YouTube-knop.gif" alt="" class="wp-image-2452" style="width:100px"/></a></figure>



<p>Het universum zoals we het in de wetenschap kennen is een organisch geheel waarvan alle delen prachtig en harmonieus met elkaar verbonden zijn. Het is verder een domein van de wet waarin elk deeltje bestaat en zich in onderwerping beweegt aan een voorgeschreven en onveranderlijke rechtsgang. Noch de enorme planeten die in de ruimte zwemmen, noch de kleine zanddeeltjes die verspreid op de kust liggen, kunnen zelfs maar een beetje van die koers afwijken. Hun leven is een leven van volledige onderwerping aan de wetten van de natuur, in de taal van de wetenschap, en aan de Wetten van Allāh Ta’ālā in de taal van religie. Hun leven is het leven van de islam, wat onderwerping aan Allāh Ta’ālā Geboden betekent. Met andere woorden, het zijn de moslims.</p>



<p>De Heilige Qur’ān verwijst naar deze waarheid in de volgende woorden:</p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">أَفَغَيْرَ دِينِ ٱللَّهِ يَبْغُونَ وَلَهُ أَسْلَمَ مَن فِي ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَٱلأَرْضِ طَوْعاً وَكَرْهاً وَإِلَيْهِ يُرْجَعُونَ</p>



<p>“Zoeken zij een godsdienst anders, dan die van Allāh, terwijl al hetgeen in de hemelen en op aarde is zich willens of onwillens aan Hem moet onderwerpen? En tot Hem zullen zij worden teruggebracht.” <em>Surah al Imrān (het Huis van Imrān), H3, vers 83</em></p>



<h5 class="wp-block-heading"><strong>De enige uitzondering op deze algemene regel is de mens</strong></h5>



<p>Hij is uniek in het hele domein van de schepping, in zoverre dat de mens niet alleen het vermogen van redeneren bezit, maar ook een vrije wil. Dit maakt zijn handelwijze en het patroon van zijn gedrag onbepaald. Je kunt de werking van de zon voorspellen, omdat deze functioneert onder een onveranderlijke wet en geen vrijheid heeft om ervan af te wijken, maar je kunt niet hetzelfde doen in het geval van de mens. De activiteit van alle dingen van het universum is mechanisch, maar niet zoals die van de mens. Hij kan zijn doelen kiezen en hij kan de middelen voorschrijven. Daarvoor vertrouwt hij op zijn rede, maar op die manier begaat hij fouten naast het bereiken van grote dingen en belandt hij uiteindelijk in verwarring. Hetzelfde vermogen, dat zijn troef is, wordt het instrument van zijn ondergang, alleen vanwege het verkeerde gebruik ervan. Het menselijk intellect kan hem alleen tot bepaalde grenzen leiden, omdat het werkt op basis van bekende feiten om het onbekende te ontdekken. Het kan tot op zekere hoogte efficiënt dienen in het domein van de fysieke realiteit.</p>



<p>Maar wanneer het rijk van fundamentele waarheden betreedt, waar de eerste vereiste het bezit is van een uitgebreide kennis van het verleden, het heden en de toekomst, kan het ons alleen maar vermoedens en gevolgtrekkingen geven. In zijn aard is het niet in staat om de ultieme waarheden van het leven te ontdekken.</p>



<h5 class="wp-block-heading"><strong>De menselijke ziel</strong></h5>



<p>De menselijke ziel is echter in doodse ernst om die ultieme waarheden te kennen, want zonder hen blijft de werkelijke betekenis van het leven onverklaard en blijft de ware code van het menselijk streven gefixeerd. De wetenschap kan dat niet leveren, omdat ze alleen te maken heeft met de onmiddellijke fysieke realiteit. De filosofie kan het niet geven, omdat het werkt op postulaten en gevolgtrekkingen. Het is in dit stadium dat de menselijke ziel schreeuwt om leiding van het Grote Voorbije of het Grote Ongeziene. Het verlangt naar een fakkel die zijn pad zou kunnen verlichten en een Gids die de leiding zou kunnen geven op basis van zekere en zekere kennis. De mensheid heeft zo&#8217;n zekere, positieve en alomvattende leiding nodig en dezelfde Liefdevolle Schepper die ons en het universum ondersteunt in de kwestie van fysieke behoeften en het ook op Zich heeft genomen om in deze vitale behoefte te voorzien.</p>



<p>De menselijke geschiedenis getuigt van het feit dat religie al bestaat sinds het begin van het leven van de mensheid op deze aarde. Dit laat zien dat de Weldadige Allāh Ta’ālā de mensheid tegelijkertijd met haar schepping van leiding voorzag, zodat zij niet in het duister hoefde te tasten en de weg van de wet zou bewandelen in overeenstemming met haar natuur.</p>



<h5 class="wp-block-heading"><strong>Leiding</strong></h5>



<p>Degenen die door Allāh Ta’ālā zijn aangesteld om die leiding te geven staan in de terminologie van religie bekend als profeten en boodschappers. Zij ontvingen zelf die leiding in de vorm van &#8220;Geheiligde Openbaring&#8221; en toen zij het in een geschreven vorm aan de mensen presenteerden stond het bekend als &#8220;<strong>Schrift</strong>&#8221; of &#8220;<strong>Geopenbaard Boek</strong>&#8220;. De inhoud van die Schriften zijn altijd die Wetten geweest die de Schepper en Onderhouder van het universum heeft aangewezen voor het juiste leven van de mens. Het doel van die leiding is altijd geweest om de mens te leren zich te onderwerpen aan de Geheiligde Wetten welke houding in het Arabisch wordt uitgedrukt door de term &#8220;<strong>Islam</strong>&#8220;. Allāh Ta’ālā ‘s Leiding wil dat de mens handelt en zich gedraagt in overeenstemming met de Wet van zijn ware aard, als een vrij wezen, net zoals de rest van de schepping zich op een mechanische manier conformeert aan de natuurwetten in één woord, <strong>moslim</strong> te zijn.</p>



<p>Allāh Ta’ālā openbaart: “De natuur [gemaakt door] Allāh Ta’ālā waarin Hij de mens heeft geschapen. Er is geen verandering in Allāh’s schepping. Dat is de juiste religie, maar de meeste mensen weten het niet&#8221;. Deze leiding van Allāh Ta’ālā was niet beperkt tot één groep of gemeenschap, maar werd naar alle naties en rassen gezonden. Deze zegen van Allāh Ta’ālā werd universeel geschonken zoals de Heilige Qur’ān meldt:</p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">&nbsp;إِنَّآ أَرْسَلْنَاكَ بِٱلْحَقِّ بَشِيراً وَنَذِيراً وَإِن مِّنْ أُمَّةٍ إِلاَّ خَلاَ فِيهَا نَذِيرٌ</p>



<p>“Voorwaar, Wij hebben u met de Waarheid gezonden als drager van blijde tijdingen en als waarschuwer; en er is geen volk waaronder zich geen boodschapper heeft bevonden.” <em>Surah Fātir (de Schepper), H35, vers 24</em></p>



<h5 class="wp-block-heading"><strong>Profeten en Boodschappers</strong></h5>



<p>De geschiedenis heeft de namen van sommigen van hen bewaard, terwijl de namen en werken van vele anderen nu zijn vergeten. Onder degenen van wie de namen nog steeds worden herinnerd zijn: Adam, Noah, Abraham, Ismaël, Isaak, Jakob, Mozes en Jezus (alayhis salātu wa salām). De laatste van de regel was Profeet Mohammed ﷺ. Hij verscheen in de zevende eeuw van de christelijke jaartelling, riep de mensheid terug naar het pad van de voormalige profeten en presenteerde aan de wereld de Heilige Qur’ān, die de wetten bevat die door de voormalige profeten in hun perfecte en meest uitgebreide vorm werden onderwezen. Mensen hadden de leringen van de vorige Leraren op verschillende manieren &#8220;<strong>Jodendom</strong>&#8220;, &#8220;<strong>Christendom</strong>&#8220;, enz. genoemd. De laatste Profeet Mohammed ﷺ herinnerde hen aan de echte en oorspronkelijke en betekenisvolle naam, namelijk de <strong>islam</strong>.</p>



<p>Hij verklaarde, in de woorden van de Heilige Qur’ān:</p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">إِنَّ ٱلدِّينَ عِندَ ٱللَّهِ ٱلإِسْلاَمُ وَمَا ٱخْتَلَفَ ٱلَّذِينَ أُوتُواْ ٱلْكِتَابَ إِلاَّ مِن بَعْدِ مَا جَآءَهُمُ ٱلْعِلْمُ بَغْياً بَيْنَهُمْ وَمَن يَكْفُرْ بِآيَاتِ ٱللَّهِ فَإِنَّ ٱللَّهَ سَرِيعُ ٱلْحِسَابِ</p>



<p>“Gewis, de ware godsdienst voor Allāh is de Islam. En degenen, aan wie het Boek was gegeven, verschilden eerst onderling uit afgunst, nadat kennis tot hen was gekomen. En wie de tekenen van Allāh verwerpt, (weet) dat Allāh vlug is in het verrekenen.” <em>Surah al-Imrān (het Huis van Imrān), H3, vers 19</em></p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">&nbsp;وَجَاهِدُوا فِي ٱللَّهِ حَقَّ جِهَادِهِ هُوَ ٱجْتَبَاكُمْ وَمَا جَعَلَ عَلَيْكُمْ فِي ٱلدِّينِ مِنْ حَرَجٍ مِّلَّةَ أَبِيكُمْ إِبْرَاهِيمَ هُوَ سَمَّاكُمُ ٱلْمُسْلِمِينَ مِن قَبْلُ وَفِي هَـٰذَا لِيَكُونَ ٱلرَّسُولُ شَهِيداً عَلَيْكُمْ وَتَكُونُواْ شُهَدَآءَ عَلَى ٱلنَّاسِ فَأَقِيمُواْ ٱلصَّلاَةَ وَآتُواْ ٱلزَّكَـاةَ وَٱعْتَصِمُواْ بِٱللَّهِ هُوَ مَوْلاَكُمْ فَنِعْمَ ٱلْمَوْلَىٰ وَنِعْمَ ٱلنَّصِيرُ</p>



<p>“En strijdt voor de zaak van Allāh zoals er voor behoort te worden gestreden. Hij heeft u verkozen en heeft u in de godsdienst geen lasten opgelegd, dit is het geloof van uw vader Abraham. Hij heeft u Moslims genoemd voorheen en in dit Boek, opdat Onze Boodschapper getuige over u zij, en dat je getuige moge zijn over de mensheid. Onderhoudt het gebed, betaalt de Zakāt en houdt u aan Allāh vast. Hij is uw Beschermer. Een uitmuntend Meester en een uitnemend Helper.” <em>Surah al-Hajj (de pelgrimstocht), H22, vers 78</em></p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">مَا كَانَ إِبْرَاهِيمُ يَهُودِيّاً وَلاَ نَصْرَانِيّاً وَلَكِن كَانَ حَنِيفاً مُّسْلِماً وَمَا كَانَ مِنَ ٱلْمُشْرِكِينَ</p>



<p>“Abraham was noch een Jood, noch een Christen, maar hij was een oprecht Moslim. En hij behoorde niet tot de afgodendienaren.” <em>Surah al-Imrān (het Huis van Imrān), H3, vers 67</em><br><br>De Laatste Profeet Mohammed ﷺ verhief religie uit het niveau van sektarisme en onderwees dat de Heilige Religie waar dan ook gevonden en door wie dan ook gepredikt, altijd dezelfde was geweest, namelijk de <strong>Islam</strong>, die zoals ik al twee keer heb benadrukt, onderwerping aan en overeenstemming met de door Allāh Ta’ālā aangewezen Wetten betekent.</p>



<h5 class="wp-block-heading"><strong>Principes van de islam</strong></h5>



<p>Welnu, de leer van de islam valt onder twee rubrieken, namelijk: (1) geloof en (2) actie. In geloofszaken is het basisgeloof datgene wat betrekking heeft op Allāh Ta’ālā. Het is de vorm van dit geloof die de hele menselijke kijk vormt. Toen de Heilige Profeet Mohammed ﷺ verscheen hadden verschillende religieuze gemeenschappen verschillende opvattingen. Mensen hadden opvattingen over godheid uitgevonden en hadden mensen, nee, zelfs de anorganische dingen, tot de status van goddelijkheid verheven.&nbsp; Door al die verkeerde opvattingen te hervormen, onderwees de Heilige Profeet Mohammed ﷺ de eerste les van de islam in de woorden: &#8220;<strong>Er is niemand die het waard is om aanbeden te worden, behalve Allāh</strong>&#8220;.</p>



<p>Deze revolutionaire verklaring betekent dat Allāh Ta’ālā alleen en Eén is en geen partner heeft. Allāh Ta’ālā is de Schepper en alles naast Hem is &#8220;geschapen&#8221;. Het betekent dat geen enkel schepsel bij de Schepper kan worden gerangschikt, hoe groot zijn prestaties en eigenschappen ook mogen zijn. De demarcatielijn is zeer duidelijk en kan niet worden overschreden. &nbsp;Natuurlijk heeft de geschiedenis de werking van wonderen door de profeten en boodschappers vastgelegd.&nbsp; Maar in dat geval waren de profeten en boodschappers slechts instrumenten en de kracht die echt achter hun wonderen werkte was de “hand” van Allāh Ta’ālā. De enige functie van de Profeten en Boodschappers was om de mensheid tot Allāh Ta’ālā uit te nodigen en de menselijke harten en intellecten tot Hem aan te trekken. Van alle Grote Tekenen, die met hun leven in verband werden gebracht, was de grootste de ontvangst van boodschappen van Allāh Ta’ālā voor levering aan de mensen. Het was daarom dat ze &#8220;Boodschappers&#8221; werden genoemd. Ze onderwezen de hoogste Waarheden ondanks hun analfabetisme en volledig gebrek aan scholing.</p>



<p>Het geloof in de missie en de Boodschap van al die Boodschappers werd gepredikt door de Heilige Profeet Mohammed ﷺ als het tweede deel van het islamitische basisgeloof, en samen met de verklaring van de Eenheid van Allāh Ta’ālā werd Allāh’s Boodschapper Mohammed ﷺ toegevoegd, want als laatste van de lijn van Profeten en Boodschappers vertegenwoordigde hij al zijn voorgangers. Dit geeft ons het volledige islamitische geloofsartikel: &#8220;<strong>Er is niemand die het waard is om aanbeden te worden dan Allāh, (en) Mohammed (</strong><strong>ﷺ</strong><strong>) is de (laatste) Boodschapper van Allāh</strong>&#8220;.</p>



<p>Net zoals het geloof in de pluraliteit van goden leidt tot de onverzoenlijke verdeling van de mensheid, zo ook het idee van onderscheid maken tussen Allāh’s Profeten en Boodschappers. Daarom kan de leiding die werkelijk van één Allāh Ta’ālā komt, dit niet toestaan, en bijgevolg vinden we dat de Heilige Qur’ān ons het volgende basisgeloof leert:</p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">&nbsp;قُلْ آمَنَّا بِٱللَّهِ وَمَآ أُنزِلَ عَلَيْنَا وَمَآ أُنزِلَ عَلَىٰ إِبْرَاهِيمَ وَإِسْمَاعِيلَ وَإِسْحَاقَ وَيَعْقُوبَ وَٱلأَسْبَاطِ وَمَا أُوتِيَ مُوسَىٰ وَعِيسَىٰ وَٱلنَّبِيُّونَ مِن رَّبِّهِمْ لاَ نُفَرِّقُ بَيْنَ أَحَدٍ مِّنْهُمْ وَنَحْنُ لَهُ مُسْلِمُونَ</p>



<p>“Zeg: &#8220;Wij geloven in Allāh en in hetgeen ons werd geopenbaard en hetgeen werd geopenbaard aan Abraham, Ismaël, Izaäk, Jacob, en de stammen en hetgeen aan Mozes en Jezus en de profeten door hun Heer werd gegeven. Wij maken geen onderscheid tussen wie dan ook van hen. Aan Hem alleen onderwerpen wij ons.” <em>Surah al-Imrān (het Huis van Imrān), H3, vers 84</em><br></p>



<p>Een ander punt waar de mensheid ernstige fouten heeft gemaakt, betreft een soort van Allāh’s schepselen die bekend staat als &#8220;<strong>engelen</strong>&#8220;. Sommigen hebben in hen geloofd als &#8220;dochters van Allāh Ta’ālā&#8221;, terwijl anderen hen tot partners in de Allerhoogste Schepper hebben gemaakt. De islam maakt duidelijk dat zij geschapen spirituele wezens zijn die dienen als uitvoerders van Allāh’s Wil in de hoedanigheid van nederige slaven. Zij zijn niet de schenkers van Heilige Zegeningen, maar slechts een medium voor Heilige Actie.</p>



<p>De echte Schenker is alleen Allāh Ta’ālā en de engelen zijn slechts dienaren zoals Allāh Ta’ālā openbaart: &#8220;Zij zijn niet ongehoorzaam aan Allāh in wat hen geboden wordt en zij doen wat hen wordt opgedragen&#8221;.</p>



<h5 class="wp-block-heading"><strong>Dag des Oordeels</strong></h5>



<p>Nu mag ik iets zeggen over het islamitische geloofsartikel over de laatste dag en de dag des oordeels. We weten allemaal dat de overtreding van een fysieke wet ons altijd lichamelijk letsel bezorgt. Het gebruik van verkeerd voedsel, de effecten van een verkeerd klimaat, het niet naleven van de hygiëneregels, brengt fysieke gevolgen met zich mee die slecht zijn. Aan de andere kant garandeert de naleving van de gezondheidswetten onze ontwikkeling en natuurlijke groei. In feite heeft elk van onze acties gevolgen. De resultaten kunnen zich vroeg of laat manifesteren, maar ze moeten zich uiteindelijk manifesteren. De islam gelooft in de uiteindelijke beoordeling van al onze acties en de ware manifestatie van hun uiteindelijke resultaten op een dag die door haar wordt genoemd als de Dag des Oordeels.</p>



<p>Voor de duur van het leven van het universum postuleert de moderne wetenschap het uiteindelijke einde ervan. Het leert dat de talrijke planeten en sterren die het universum vormen met elkaar verbonden zijn door een netwerk van magnetische krachten dat wordt gevoed door de straling van energie die uit die lichamen komt. Het leert verder dat energie elke dag afneemt en op basis daarvan leidt het af dat er een tijd moet komen waarin de krachtsverhoudingen verstoord moeten worden en het hele universum moeten vernietigen. Ook de islam onderwijst het geloof in het uiteindelijke einde van de wereld en noemt die gebeurtenis de <strong>Qayām-e-Qiyāmah</strong> of de komst van de Laatste Dag.</p>



<p>Dit zijn de eenvoudige principes van het islamitische geloof. En hier mag ik een heel belangrijk punt benadrukken. Het is een feit dat twee fundamentele overtuigingen absoluut noodzakelijk zijn om de mens binnen de grenzen van een gezond bestaan en groei te houden: ten eerste, het geloof in de Alwetende en Alziende Allāh Ta’ālā, die niet alleen zijn positieve actie kent en ziet, maar ook de ideeën en emoties die door de meest geheime krochten van zijn hart lopen. Ten tweede, de overtuiging dat de mens verantwoordelijk is voor zijn daden en uiteindelijk zijn beloning of straf zal ontvangen.</p>



<p>Het is duidelijk dat voor de meeste mensen het echte afschrikmiddel het bestaan is van de instrumenten van de wet (Shari’ah) waaronder zij leven en de angst voor straf door de schending van de wet. Het is ook duidelijk dat men nauwelijks de moed zou hebben om een misdaad te begaan in aanwezigheid van de schildwachten van de wet.</p>



<p>De Heilige Qur’ān heeft in de meest ondubbelzinnige Woorden geleerd dat niemand de last van andermans zonde kan dragen en dat niemand verantwoordelijk kan worden gehouden voor de daden van iemand anders. Ieder mens is alleen verantwoordelijk voor zijn of haar daden.</p>



<p>Allāh Ta’ālā openbaart:</p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">&nbsp;قُلْ أَغَيْرَ ٱللَّهِ أَبْغِي رَبّاً وَهُوَ رَبُّ كُلِّ شَيْءٍ وَلاَ تَكْسِبُ كُلُّ نَفْسٍ إِلاَّ عَلَيْهَا وَلاَ تَزِرُ وَازِرَةٌ وِزْرَ أُخْرَىٰ ثُمَّ إِلَىٰ رَبِّكُمْ مَّرْجِعُكُمْ فَيُنَبِّئُكُمْ بِمَا كُنْتُمْ فِيهِ تَخْتَلِفُونَ</p>



<p>Zeg: &#8220;Zal ik een andere Heer begeren buiten Allāh, terwijl Hij de Heer aller dingen is?&#8221; En geen ziel handelt dan voor zichzelf alleen, noch draagt een lastdrager de last van anderen. Dan zal uw terugkeer tot uw Heer zijn en Hij zal u verklaren, waarover gij twistte.” <em>Surah al An’ām (het vee), H6, vers 164</em><br><br>Bijgevolg, als een persoon terecht geïnspireerd is door het geloof in het bestaan van de Alziende en Alwetende Allāh Ta’ālā en in zijn uiteindelijke persoonlijke verantwoordelijkheid, zou het moeilijk voor hem zijn om kwaad te doen.</p>



<h5 class="wp-block-heading"><strong>Fundamentele principes van het geloof</strong></h5>



<p>Zo is het dat de fundamentele principes van het geloof in de leringen van alle profeten, namelijk in de islam, zijn: “Geloof in de Ene Ware Allāh; Geloof in alle Profeten van Allāh; Geloof in alle heilig geopenbaarde Boeken; Geloof in de Engelen; Geloof in de laatste dag en de dag des oordeels; Geloof in menselijke verantwoordelijkheid, op basis van het bezit van vrije wil, en in de ultieme beloning of straf.”</p>



<p>Naast deze geloofsprincipes voorziet het Wetboek van Wet dat de mensheid ontving door heilige Openbaring, in de vorm van de Heilige Qur’ān, ons van een compleet systeem van leiding voor alle praktische lagen van de bevolking. Het is niet mogelijk om er hier in detail op in te gaan. Slechts een korte verwijzing kan worden gemaakt onder drie fundamentele punten, namelijk: (1) plichten jegens Allāh Ta’ālā; (2) plichten jegens zichzelf en (3) plichten jegens anderen.</p>



<p><em>Plichten jegens Allāh Ta’ālā</em> berusten op het fundamentele probleem van de vestiging van de juiste en bewuste relatie van de mens met Allāh Ta’ālā. In welke vorm moet deze relatie zich manifesteren? Het fundamentele feit in dit verband is de houding van liefde en dankbaarheid. Het is een natuurlijke menselijke eigenschap om dankbaar te zijn voor iedereen die ons het kleinste beetje goed doet en om van hem te houden die van ons houdt. Hoe zit het dan met Allāh Ta’ālā die ons uit het niets tevoorschijn haalde en de plicht op Zich nam om ons naar het hoogtepunt van onze volmaaktheid te leiden? Daarom leert de islam ons om die echte schenker van alle zegeningen als het centrum van onze liefde te maken, om onze persoonlijkheid in gedachten en daden naar Hem toe te buigen en om onze dankbaarheid aan Hem uit te drukken met onze tong en ons hart. Het schrijft daartoe een voortdurende herinnering aan Allāh Ta’ālā voor en een vorm van aanbidding of gebed, genaamd <strong>Salāt</strong>. De functie van dit gebed en deze herinnering is dezelfde in het geestelijke leven van de mens als die van het voedende voedsel in zijn fysieke leven, en hoe groter de aandacht die men eraan besteedt, hoe groter de geestelijke en morele ontwikkeling. In zijn verplichte vorm schrijft de Islam voor dat het op een vaste manier moet worden uitgevoerd en op bepaalde vaste tijden van de dag en de nacht moet worden nageleefd, zelfs als de artsen de vormen en de tijden van maaltijden vaststellen voor de juiste voeding van het fysieke lichaam.</p>



<p>De Heilige Openbaring vertelt ons in de Heilige Qur’ān:</p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">&nbsp;فَإِذَا قَضَيْتُمُ ٱلصَّلَٰوةَ فَٱذْكُرُواْ ٱللَّهَ قِيَاماً وَقُعُوداً وَعَلَىٰ جُنُوبِكُمْ فَإِذَا ٱطْمَأْنَنتُمْ فَأَقِيمُواْ ٱلصَّلَٰوةَ إِنَّ ٱلصَّلَٰوةَ كَانَتْ عَلَى ٱلْمُؤْمِنِينَ كِتَٰباً مَّوْقُوتاً&nbsp;</p>



<p>“Wanneer gij het gebed hebt beëindigd, gedenkt dan Allāh, staande, zittende en op uw zijde liggende. En, wanneer gij veilig zijt, houdt het gebed, voorwaar, het gebed is de gelovigen op vastgestelde uren opgelegd.” <em>Surah an-Nisā (de vrouwen), H4, vers 103</em></p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">وَٱعْلَمُوۤاْ أَنَّمَآ أَمْوَالُكُمْ وَأَوْلاَدُكُمْ فِتْنَةٌ وَأَنَّ ٱللَّهَ عِندَهُ أَجْرٌ عَظِيمٌ</p>



<p><em><br></em>En de Laatste Profeet Mohammed ﷺ benadrukte de instelling van het gebed in deze woorden: &#8220;Wat een dienaar (van Allāh Ta’ālā) scheidt van ontrouw is gebed&#8221;. Terwijl hij verwijst naar de voedende waarde van het gebed voor de ziel, zegt de Heilige Qur’ān: “En weet, dat uw bezittingen en uw kinderen slechts een beproeving zijn en dat voorzeker bij Allāh een grote beloning is.” <em>Surah al-Anfāl (de oorlogsbuit), H8, vers 28</em></p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">ٱتْلُ مَا أُوْحِيَ إِلَيْكَ مِنَ ٱلْكِتَابِ وَأَقِمِ ٱلصَّلاَةَ إِنَّ ٱلصَّلاَةَ تَنْهَىٰ عَنِ ٱلْفَحْشَآءِ وَٱلْمُنْكَرِ وَلَذِكْرُ ٱللَّهِ أَكْبَرُ وَٱللَّهُ يَعْلَمُ مَا تَصْنَعُونَ</p>



<p>Over de gevolgen van het houden van gebeden wordt gesproken in deze woorden:</p>



<p>“Verkondig hetgeen u in het Boek is geopenbaard, en onderhoud uw gebed. Voorwaar, het gebed weerhoudt van ondeugd en kwaad. En Allāh gedachtig te zijn is inderdaad het hoogste. Allāh weet wat je doet.” <em>Surah al-Ankābut (de spin), H29, vers 45<br><br></em>Zo biedt het gebed de bescherming tegen morele en geestelijke ziekten die resulteren in geestelijke ontwikkeling en leiden tot een nauwe gemeenschap met Allāh Ta’ālā. Het vestigen van de juiste relatie met de Schepper en het cultiveren van liefde voor Hem moet niet alleen resulteren in de toewijding van iemands aandacht, maar ook in de praktische en actieve toewijding van iemands leven en rijkdom aan Hem. Het moet verder resulteren in het creëren van de diepste gevoelens van liefde voor Zijn schepselen. Voor de praktische demonstratie van deze liefde schrijft de islam de verplichte <strong>zakāt</strong> (armenbelasting) voor.</p>



<p>Met dit doel voorschrijft de islam ook de naleving van <strong>Hajj</strong> (bedevaart naar Mekka) voor als verplicht voor elke moslim van middelen. In deze viering moet een moslim zijn rijkdom en zijn comfort opofferen omwille van de liefde van Allāh Ta’ālā. Aan de sociale kant is de Hajj het instrument om broederlijke relaties tussen de verschillende moslimeenheden verspreid over de hele wereld te bevorderen en hun politieke, economische en internationale problemen op te lossen.</p>



<p>Er blijft nu nog één islamitische verplichte praktijk over en dat is <strong>Saum</strong> (vasten). De harmonieuze ontwikkeling van de menselijke persoonlijkheid hangt af van de harmonieuze werking van het menselijke zelf, dat altijd het gevaar loopt te worden gecorrumpeerd of vernietigd door de wijdverbreide neiging tot zelfgenoegzaamheid. Om uit de buurt te blijven van de verleidingen en valkuilen van het menselijk leven, heeft de mens dringend behoefte aan het cultiveren van zelfbeheersing. Daartoe heeft de islam elk jaar verplicht vasten gedurende de hele maand Ramadan voorgeschreven.</p>



<p>Allāh Ta’ālā openbaart:</p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">يٰأَيُّهَا ٱلَّذِينَ آمَنُواْ كُتِبَ عَلَيْكُمُ ٱلصِّيَامُ كَمَا كُتِبَ عَلَى ٱلَّذِينَ مِن قَبْلِكُمْ لَعَلَّكُمْ تَتَّقُونَ</p>



<p>“O, jullie gelovigen, het vasten is je voorgeschreven, zoals het degenen die vóór je waren was voorgeschreven, opdat je vroom zult zijn.” <em>Surah al-Baqarāh (de koe), H2, vers 183</em><em></em></p>



<p>Hier kan op worden gewezen dat, terwijl de Heilige Qur’ān de verplichting van vasten aankondigt, verwijst naar het feit dat hetzelfde was voorgeschreven voor degenen die de vorige Geschriften en profeten volgden, maar deze instelling onderging ook in andere religies hetzelfde lot als de andere fundamentele leringen. Verkeerde interpretaties en interpolaties van die Berichten zorgden ervoor dat deze instelling uit die religieuze groepen verdween. De Heilige Qur’ān herinnerde eraan en vernieuwde de leer van de voormalige profeten voor vasten. De Qur’ān instelling van vasten wordt tijdens alle dagen van de <strong>Ramadān</strong> waargenomen door totale onthouding overdag van eten, drinken en seksuele handelingen. Dus wanneer een persoon zelfbeheersing beoefent voor die dingen die wettig zijn, cultiveert hij automatisch de kracht om de kwade verleidingen in gedachten en daden te weerstaan.</p>



<p>Dit voltooit de verklaring van de fundamentele principes van de islam die zijn samengevat door de Heilige Profeet Mohammed ﷺ in de volgende woorden: &#8220;De islam is gebaseerd op vijf dingen: getuigen dat er niemand is die het waard is om aanbeden te worden dan Allāh en dat Mohammed de Boodschapper van Allāh is; om het gebed vast te stellen; om de voorgeschreven Liefdadigheid te betalen; om te vasten tijdens de Ramadān; en om de Pelgrimstocht naar de Ka&#8217;aba uit te voeren als men daartoe de middelen heeft.&#8221;</p>



<p>Er kan op worden gewezen dat de algemene opvatting die in de wereld heerst, is dat het slechts een bundeling is van bepaalde rituelen, gebeden en ceremonies. Dit is echter niet de opvatting van de islam, die op zichzelf een volledige en <strong>perfecte Code van leven</strong> begrijpt die zich bezighoudt met spirituele, morele, politieke, economische, in feite alle aspecten van menselijke activiteit.</p>



<p>De Heilige Qur’ān verklaart in zeer duidelijke bewoordingen:</p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">&nbsp;يَسْأَلُونَكَ مَاذَآ أُحِلَّ لَهُمْ قُلْ أُحِلَّ لَكُمُ ٱلطَّيِّبَاتُ وَمَا عَلَّمْتُمْ مِّنَ ٱلْجَوَارِحِ مُكَلِّبِينَ تُعَلِّمُونَهُنَّ مِمَّا عَلَّمَكُمُ ٱللَّهُ فَكُلُواْ مِمَّآ أَمْسَكْنَ عَلَيْكُمْ وَٱذْكُرُواْ ٱسْمَ ٱللَّهِ عَلَيْهِ وَٱتَّقُواْ ٱللَّهَ إِنَّ ٱللَّهَ سَرِيعُ ٱلْحِسَابِ</p>



<p>“Verboden is u het gestorvene, het bloed en het varkensvlees en al waarover een andere naam dan die van Allāh is aangeroepen; hetgeen is geworgd en is doodgeslagen en hetgeen is doodgevallen of hetgeen door de horens van dieren is gedood en hetgeen door een wild beest is aangevreten, behalve wat gij hebt geslacht. Verder hetgeen voor afgoden is geslacht en wat gij loot door pijlen, dit is een overtreding. Heden zullen de ongelovigen aan uw godsdienst wanhopen. Vreest dus niet hen, maar Mij. <strong>Nu heb Ik uw godsdienst voor u vervolmaakt, Mijn gunst aan u voltooit en de Islam voor u als godsdienst gekozen</strong>. Maar wie door honger wordt gedwongen zonder dat hij tot de zonde is geneigd, voorzeker, Allāh is Vergevensgezind, Genadevol.” <em>Surah al Mā’idah (de tafel), H5, vers 4</em></p>



<p>Ik heb tot nu toe verwezen naar die principes van de islam die vallen onder de categorie zuiver &#8220;religieus&#8221; of &#8220;devotioneel&#8221;, hoewel ik moet benadrukken dat ook zij een vitale invloed hebben op de menselijke cultuur.</p>



<h5 class="wp-block-heading"><strong>Plichten jegens zichzelf</strong></h5>



<p>Nu, voor &#8220;Plichten jegens zichzelf&#8221;, beschouwt de islam het menselijk leven als de eerste en belangrijkste zegen van Allāh Ta’ālā, en dringt aan op het behoud en de eerbied daarvoor. Moedwillige schade aan het menselijk leven is een zonde in de islam, die de algemene regel vastlegt in de woorden van de Heilige Qur’ān:</p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">وَأَنْفِقُواْ فِي سَبِيلِ ٱللَّهِ وَلاَ تُلْقُواْ بِأَيْدِيكُمْ إِلَى ٱلتَّهْلُكَةِ وَأَحْسِنُوۤاْ إِنَّ ٱللَّهَ يُحِبُّ ٱلْمُحْسِنِينَ</p>



<p>“En besteedt je bezit voor de zaak van Allāh en stort je niet met uw eigen handen in het verderf doch doet goed: voorzeker, Allāh heeft hen lief, die goed doen.” <em>Surah al Baqarāh (de koe), H2, vers 195</em><br><br><strong>Zelfmoord</strong> is een van de grootste misdaden volgens de islamitische wet, en Allāh Ta’ālā heeft er de zwaarste straf voor voorgeschreven. Aan de andere kant is het behoud en de juiste ontwikkeling van zichzelf een van de belangrijkste deugden. In dat opzicht is de islam zo ver gegaan dat hij bepaalde voedingsmiddelen en dranken verbiedt waarvan de Alwetende Allāh Ta’ālā weet dat ze schadelijk zijn voor het menselijk lichaam.</p>



<p>Allāh Ta’ālā openbaart:</p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">يٰأَيُّهَا ٱلنَّاسُ كُلُواْ مِمَّا فِي ٱلأَرْضِ حَلاَلاً طَيِّباً وَلاَ تَتَّبِعُواْ خُطُوَاتِ ٱلشَّيْطَانِ إِنَّهُ لَكُمْ عَدُوٌّ مُّبِينٌ</p>



<p>“O gij mensen, eet van hetgeen geoorloofd en goed is op aarde en treedt niet in de voetstappen van Satan; voorzeker, hij is voor u een openlijke vijand.” <em>Surah al Baqarāh (de koe), H2, vers 168</em></p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">إِنَّمَا حَرَّمَ عَلَيْكُمُ ٱلْمَيْتَةَ وَٱلدَّمَ وَلَحْمَ ٱلْخِنزِيرِ وَمَآ أُهِلَّ بِهِ لِغَيْرِ ٱللَّهِ فَمَنِ ٱضْطُرَّ غَيْرَ بَاغٍ وَلاَ عَادٍ فَلاۤ إِثْمَ عَلَيْهِ إِنَّ ٱللَّهَ غَفُورٌ رَّحِيمٌ</p>



<p>“Hij heeft je slechts het gestorvene, het bloed, het varkensvlees en datgene, waarover een andere naam, dan die van Allāh is uitgeroepen, verboden. Maar hij, die gedwongen is en dit niet wenst en geen overtreder is, op hem rust geen zonde. Want Allāh is Vergevensgezind, Genadevol.” <em>Surah al Baqarāh (de koe), H2, vers 173</em></p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">&nbsp;يَٰأَيُّهَا ٱلَّذِينَ آمَنُواْ إِنَّمَا ٱلْخَمْرُ وَٱلْمَيْسِرُ وَٱلأَنصَابُ وَٱلأَزْلاَمُ رِجْسٌ مِّنْ عَمَلِ ٱلشَّيْطَانِ فَٱجْتَنِبُوهُ لَعَلَّكُمْ تُفْلِحُونَ</p>



<p>“O gij die gelooft, wijn en het hazardspel en afgoden en toverpijlen zijn niet anders dan gruwelen, door Satan gewrocht. Vermijdt ze dus, opdat gij voorspoedig moogt zijn.” <em>Surah al Mā’idah (de tafel), H5, vers 90</em><br><br>De islam heeft ook rekening gehouden met het morele aspect van menselijke kleding en heeft de verplichte bedekking voorgeschreven van bepaalde delen van het lichaam die een sexappeal hebben.</p>



<p>De islam houdt de wereld en haar strijd niet in minachting. Aan de andere kant beschouwt het verdienen van levensonderhoud met rechtmatige middelen als een verplichting en een zegen van Allāh Ta’ālā.</p>



<p>Allāh Ta’ālā openbaart: &#8220;Want de mens is niets anders dan waar hij naar streeft.&#8221;</p>



<p>&#8220;En zoek naar de Milddadigheid van Allāh.&#8221;</p>



<p>De Heilige Profeet Mohammed ﷺ zegt: &#8220;Iemand die in zijn levensonderhoud leeft (door zweet van voorhoofd) is Allāh’s geliefde.&#8221;</p>



<p>De islam heeft ons verboden om rijkdom te verdienen met onwettige middelen.</p>



<p>Allāh Ta’ālā openbaart:</p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">&nbsp;يَٰأَيُّهَا ٱلَّذِينَ آمَنُواْ لاَ تَأْكُلُوۤاْ أَمْوَٰلَكُمْ بَيْنَكُمْ بِٱلْبَٰطِلِ إِلاَّ أَن تَكُونَ تِجَٰرَةً عَن تَرَاضٍ مِّنْكُمْ وَلاَ تَقْتُلُوۤاْ أَنْفُسَكُمْ إِنَّ ٱللَّهَ كَانَ بِكُمْ رَحِيماً</p>



<p>“O, gij die gelooft, gebruikt elkanders eigendom niet met leugen en bedrog maar handelt bij onderlinge overeenkomst. En pleeg geen zelfmoord. Voorzeker, Allāh is u Genadevol.” <em>Surah an Nisā (de vrouwen), H4, vers 29</em></p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">ٱلَّذِينَ يَأْكُلُونَ ٱلرِّبَٰواْ لاَ يَقُومُونَ إِلاَّ كَمَا يَقُومُ ٱلَّذِي يَتَخَبَّطُهُ ٱلشَّيْطَانُ مِنَ ٱلْمَسِّ ذَلِكَ بِأَنَّهُمْ قَالُوۤاْ إِنَّمَا ٱلْبَيْعُ مِثْلُ ٱلرِّبَٰواْ وَأَحَلَّ ٱللَّهُ ٱلْبَيْعَ وَحَرَّمَ ٱلرِّبَٰواْ فَمَن جَآءَهُ مَوْعِظَةٌ مِّنْ رَّبِّهِ فَٱنْتَهَىٰ فَلَهُ مَا سَلَفَ وَأَمْرُهُ إِلَى ٱللَّهِ وَمَنْ عَادَ فَأُوْلَـٰئِكَ أَصْحَابُ ٱلنَّارِ هُمْ فِيهَا خَالِدُونَ</p>



<p>“Degenen, die <strong>woekerwinst</strong> maken, verrijzen zoals iemand, die door Satan met krankzinnigheid is geslagen. Dat komt, omdat zij zeggen: &#8220;Handel is gelijk aan rente&#8221;, terwijl Allāh de heeft wettig en de rente onwettig heeft verklaard. Die daarom een vermaning van zijn Heer krijgt en er mee ophoudt, hem zal toebehoren, hetgeen hij vroeger heeft ontvangen en zijn zaak is bij Allāh. En zij, die terugvallen, zij zijn de mensen van het Vuur, daarin zullen zij vertoeven.” <em>Surah al Baqarāh (de koe), H2, vers 275</em></p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">&nbsp;يَابَنِيۤ ءَادَمَ خُذُواْ زِينَتَكُمْ عِندَ كُلِّ مَسْجِدٍ وكُلُواْ وَٱشْرَبُواْ وَلاَ تُسْرِفُوۤاْ إِنَّهُ لاَ يُحِبُّ ٱلْمُسْرِفِينَ</p>



<p>De islam heeft ook grenzen gesteld aan het recht om onze <strong>rijkdom</strong> uit te geven. In de Heilige Qur’ān lezen wij: “O, kinderen van Adam, let op uw uiterlijk ter gelegenheid van aanbidding en eet en drinkt, maar verkwist niet. Hij heeft de verkwisters zeker niet lief.” <em>Surah al A’rāf (de verheven plaatsen), H7, vers 31</em></p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">يَٰبَنِيۤ ءَادَمَ قَدْ أَنزَلْنَا عَلَيْكُمْ لِبَاساً يُوَارِي سَوْءَاتِكُمْ وَرِيشاً وَلِبَاسُ ٱلتَّقْوَىٰ ذٰلِكَ خَيْرٌ ذٰلِكَ مِنْ آيَاتِ ٱللَّهِ لَعَلَّهُمْ يَذَّكَّرُونَ</p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">&nbsp;يَابَنِيۤ ءَادَمَ لاَ يَفْتِنَنَّكُمُ ٱلشَّيْطَانُ كَمَآ أَخْرَجَ أَبَوَيْكُمْ مِّنَ ٱلْجَنَّةِ يَنزِعُ عَنْهُمَا لِبَاسَهُمَا لِيُرِيَهُمَا سَوْءَاتِهِمَآ إِنَّهُ يَرَاكُمْ هُوَ وَقَبِيلُهُ مِنْ حَيْثُ لاَ تَرَوْنَهُمْ إِنَّا جَعَلْنَا ٱلشَّيَاطِينَ أَوْلِيَآءَ لِلَّذِينَ لاَ يُؤْمِنُونَ</p>



<p>“Geef de verwanten, de armen en de reiziger het hun toekomende, maar verkwist niet. Voorwaar, de verkwisters zijn de broeders der duivelen en de duivel is ondankbaar jegens zijn Heer.” <em>Surah al Isrā (de nachtelijke tocht), H7, verzen 26-27</em></p>



<p>Over het weldoen van anderen merkt de Heilige Qur’ān op:</p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">وَٱلَّذِينَ إِذَآ أَنفَقُواْ لَمْ يُسْرِفُواْ وَلَمْ يَقْتُرُواْ وَكَانَ بَيْنَ ذَلِكَ قَوَاماً</p>



<p>“En zij, die, als zij iets besteden, noch <strong>spilzuchtig</strong> noch <strong>vrekkig</strong> zijn, maar evenwichtig blijven tussen beide in.” <em>Surah al Furqān (het criterium), H25, vers 67</em><br><br>Er is een wijdverbreid idee dat er slechts twee ideologieën in de wereld zijn, waartussen de mensheid een keuze moet maken namelijk communisme en kapitalisme, maar beide ideologieën lijden aan extremisme en de redding van de mensheid ligt in het aannemen van een evenwichtige ideologie. Een dergelijke ideologie is te vinden in de islam, die initiatief en privé-eigendom toestaat, maar de middelen van inkomen en de manieren van uitgaven beperkt, die de belangen van de samenleving en het individu op een vrije morele basis harmoniseert en die in zijn staatsgrondwet aan alle individuen de voorziening van hun basisbehoeften garandeert.</p>



<p>Het enige grote verschil tussen de islam en de moderne ideologieën is dat de islam al zijn leringen baseert op morele grondslagen en de volledige nadruk legt op de morele hervorming van het individu. Absolute morele waarden zoals Waarachtigheid, Rechtvaardigheid, Naastenliefde, enz. zijn haar levensbloed. De belangen van het individu en de samenleving bestaan als concentrische realiteiten. De islamitische samenleving is een coöperatief gemenebest van vrije individuen die zich indekken met beperkingen van harmonie, net zoals het menselijk lichaam één is.</p>



<p><strong>Gelijkheid van alle mensen</strong> in essentiële menselijkheid is een van de basisprincipes van de islam. En deze opvatting staat, niet alleen over de relaties tussen man en man, maar ook in verband met de relaties tussen man en vrouw. In feite veredelde en vestigde de islam de <strong>status van vrouw</strong> in een tijd waarin ze werd beschouwd als een praatje en op zijn best als een speelbal voor de man, en er werd gedebatteerd over de vraag of ze überhaupt een mens was &#8211; in een tijd waarin ze geen eigen rechtspersoonlijkheid bezat en zelfs het recht op eigendom werd ontnomen. Volgens de islamitische ideologie is de vrouw als dochter geliefder dan een zoon; als vrouw is ze &#8220;<strong>de koningin van haar huis</strong>&#8220;, en als moeder is haar status superieur aan die van een vader.</p>



<p>De islam veegde alle onderscheidingen van <strong>ras</strong> en kleur van zich af en onderwees in de meest ondubbelzinnige bewoordingen de meest praktische en de meest ware vorm van de menselijke broederkap.</p>



<p>Allāh Ta’ālā openbaart:</p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">يٰأَيُّهَا ٱلنَّاسُ إِنَّا خَلَقْنَاكُم مِّن ذَكَرٍ وَأُنْثَىٰ وَجَعَلْنَاكُمْ شُعُوباً وَقَبَآئِلَ لِتَعَارَفُوۤاْ إِنَّ أَكْرَمَكُمْ عَندَ ٱللَّهِ أَتْقَاكُمْ إِنَّ ٱللَّهَ عَلِيمٌ خَبِيرٌ</p>



<p>&#8220;O, mensdom! Wij hebben u uit man en vrouw geschapen en Wij hebben u tot volkeren en stammen gemaakt, opdat gij elkander moogt kennen. Voorzeker, de godvruchtigste onder u is de eerwaardigste bij Allāh. Voorwaar, Allāh is Alwetend, Alkennend.” <em>Surah al-Hujurāt (de binnenskamers), H49, vers 13</em><br><br>Deze broederschap bestaat uit individuen die gerespecteerd moeten worden zonder belang te hechten aan enig fysiek onderscheid. In feite beschouwt de islam het individu als een wereld op zichzelf, als vertegenwoordiger van de hele mensheid in zijn persoon.</p>



<p>Zo zegt de Heilige Qur’ān: &#8220;Wie iemand doodt behalve moord of onheil in het land, het is alsof hij de hele mensheid heeft gedood; en wie het leven van wie dan ook redt, het is alsof hij het leven van de hele mensheid heeft gered.&#8221;</p>



<p>De enige grote bron van strijd tussen mensen is het bestaan van egoïsme dat culmineert in eigenbelang. De islam neemt er een vastberaden standpunt tegen in wanneer het ideaal van het moslimleven predikt in de volgende woorden: &#8220;Ze offeren hun eigen belangen op, ook al veroorzaakt het hen ontberingen&#8221;.</p>



<p>De islamitische opvatting van opoffering is een natuurlijk uitvloeisel van het ideaal van onbegrensde liefde voor medemensen. Dat is op zijn beurt geworteld in het ideaal van de liefde van Allāh Ta’ālā, het centrale idee waarop alle leringen van de islam zijn gericht. Het eerste principe van de islam is het ware geloof in het bestaan en de Eenheid van Allāh Ta’ālā. Het <strong>doel van het moslimleven is het bereiken van nabijheid tot Allāh Ta’ālā</strong>. De moslim leeft niet voor zichzelf maar voor Allāh Ta’ālā, en al zijn daden als moslim moeten tot dat doel leiden, zoals Allāh Ta’ālā openbaart:</p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">قُلْ إِنَّ صَلاَتِي وَنُسُكِي وَمَحْيَايَ وَمَمَاتِي لِلَّهِ رَبِّ ٱلْعَالَمِينَ</p>



<p>“Zeg: &#8220;Mijn gebed en mijn offer, mijn leven en mijn dood zijn gewijd aan Allāh, de Heer der Werelden.&#8221; <em>Surah an-An’ām (het vee), H6, vers 162</em><br><br>Zelfs op het gebied van wetenschappelijke zoektocht is het ideaal van een moslim om Allāh Ta’ālā en Zijn Plan te kennen. Want we lezen in de Heilige Qur’ān: “Voorwaar, in de schepping van de hemelen en de aarde en in de afwisseling van de nacht en de dag, zijn tekenen voor mensen van begrip, die zich Herinneren dat Allāh Ta’ālā op hun zij staat, zit en achterover leunt en nadenkt over de schepping van de hemelen en de aarde, (en zeg o onze Heer! Gij hebt dit alles niet tevergeefs geschapen. Ere zij U! Beschut ons voor de ondergang van vuur. “</p>



<p>Dit is een zeer korte schets van de islamitische principes van het leven. In deze leer hebben we geen mysterie of dogma. Aan de andere kant is het de religie van klaarlichte dag. Het is gebaseerd op de natuurwetten die door Allāh Ta’ālā zijn aangesteld, en bijgevolg is elk van zijn principes in staat tot rationeel bewijs en demonstratie.</p>



<p>Het is de plicht van ieder rationeel mens om zijn verstand te gebruiken en te overwegen of hij de door de mens gemaakte onvolmaakte &#8220;<em>ismen</em>&#8221; of de Volmaakte Leiding gegeven door de Alwetende Allāh Ta’ālā moet volgen. De islam is niet het product van enig menselijk brein. Het is een Heilige Leer (Heilige Qur&#8217;ān) geopenbaard aan een man ﷺ die noch wist te lezen noch te schrijven, die geen opleiding in wetenschap of filosofie had ontvangen, en wiens omgeving wars was van de mogelijkheden van het cultiveren van hogere eigenschappen. Die man, dat weeskind van Vrouwe Amīna, die ongeletterde zoon van de woestijn, stond veertien eeuwen geleden in de wildernis van Arabië en verkondigde over zichzelf de volgende woorden van Allāh Ta’ālā: &#8220;En hij spreekt niet over zijn eigen verlangen. Het is niets anders dan een inspiratie geïnspireerd&#8221;.</p>



<p>Hij stond op als een ongeletterde Leraar, maar op basis van de Openbaring die hij van Allāh Ta’ālā ontving, verbaasde hij de wereld door de hoogste principes van <strong>wijsheid</strong> en <strong>kennis</strong> uiteen te zetten. Hij gaf aan de mensheid die de <strong>Code van Leven</strong> openbaarde en perfectioneerde die de bedoeïenen van de woestijn transformeerde in de meest geavanceerde natie van de wereld en een revolutie teweegbracht in de hele menselijke kijk. Degenen die verzonken waren in barbarij en morele degradatie werden de fakkeldragers van de moraal en de leraren van de wereld in alle kunsten van vrede en oorlog. Ze stonden aan de wieg van de moderne wetenschap en ze bleven eeuwenlang de meester-mensen van de aarde.</p>



<p>Dezelfde inspiratie, dezelfde boodschap, hetzelfde systeem bestaat zelfs vandaag de dag nog in zijn oorspronkelijke en authentieke vorm in de <strong>Heilige Qur’ān</strong>. Het leven van de Heilige Profeet Mohammed ﷺ als het praktische commentaar van de Heilige Qur’ān en als het meest uitgebreide model van menselijke perfectie is nog steeds bewaard gebleven in het authentieke verslag van de geschiedenis en valt op als het Bakenlicht voor altijd.</p>



<p><strong>Laat degenen die de eis van rationaliteit eren en die het pad van ware menselijke perfectie willen bewandelen naar de Heilige Qur’ān en Allāh’s Laatste Profeet Mohammed </strong><strong>ﷺ</strong><strong> komen en perfecte leiding ontvangen in alle lagen van de bevolking: spiritueel, moreel, politiek, economisch, individueel en collectief.</strong></p>



<p><strong>Moge de Weldadige Allāh Ta’ālā de hele mensheid naar het Rechte Pad leiden.</strong></p>
<p><a class="a2a_button_facebook" href="https://www.addtoany.com/add_to/facebook?linkurl=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Fde-principes-van-de-islam%2F&amp;linkname=De%20principes%20van%20de%20islam" title="Facebook" rel="nofollow noopener" target="_blank"></a><a class="a2a_button_mastodon" href="https://www.addtoany.com/add_to/mastodon?linkurl=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Fde-principes-van-de-islam%2F&amp;linkname=De%20principes%20van%20de%20islam" title="Mastodon" rel="nofollow noopener" target="_blank"></a><a class="a2a_button_email" href="https://www.addtoany.com/add_to/email?linkurl=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Fde-principes-van-de-islam%2F&amp;linkname=De%20principes%20van%20de%20islam" title="Email" rel="nofollow noopener" target="_blank"></a><a class="a2a_dd addtoany_share_save addtoany_share" href="https://www.addtoany.com/share#url=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Fde-principes-van-de-islam%2F&#038;title=De%20principes%20van%20de%20islam" data-a2a-url="https://tangali.net/de-principes-van-de-islam/" data-a2a-title="De principes van de islam"></a></p>]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Feestdagen van de ongelovigen vieren is harām en neemt de Imān weg</title>
		<link>https://tangali.net/feestdagen-van-de-ongelovigen-vieren-is-haram-en-neemt-de-iman-weg/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[© Shaykh Dr Mohamed Juzoef Tangali Qādri Noorani]]></dc:creator>
		<pubDate>Sat, 30 Nov 2019 09:49:00 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Imān en munafiq]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://tangali.net/?p=564</guid>

					<description><![CDATA[Bescherm uw Imān! Allāh Ta’ālā openbaart:  يَـٰأَيُّهَا ٱلَّذِينَ آمَنُواْ لاَ تَتَّخِذُواْ ٱلْيَهُودَ وَٱلنَّصَارَىٰ أَوْلِيَآءَ بَعْضُهُمْ أَوْلِيَآءُ بَعْضٍ وَمَن يَتَوَلَّهُمْ مِّنكُمْ فَإِنَّهُ مِنْهُمْ إِنَّ ٱللَّهَ لاَ يَهْدِي ٱلْقَوْمَ ٱلظَّالِمِينَ “O, gij die gelooft, neemt de Joden en de Christenen niet tot Vrienden [Awliya]. Zij zijn elkanders vrienden. En wie uwer hen tot vrienden neemt, is inderdaad [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p><strong><em>Bescherm uw Imān!</em></strong></p>



<p>Allāh Ta’ālā openbaart:</p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size"> يَـٰأَيُّهَا ٱلَّذِينَ آمَنُواْ لاَ تَتَّخِذُواْ ٱلْيَهُودَ وَٱلنَّصَارَىٰ أَوْلِيَآءَ بَعْضُهُمْ أَوْلِيَآءُ بَعْضٍ وَمَن يَتَوَلَّهُمْ مِّنكُمْ فَإِنَّهُ مِنْهُمْ إِنَّ ٱللَّهَ لاَ يَهْدِي ٱلْقَوْمَ ٱلظَّالِمِينَ</p>



<p>“O, gij die gelooft, neemt de Joden en de Christenen niet tot Vrienden [Awliya]. Zij zijn elkanders vrienden. En wie uwer hen tot vrienden neemt, is inderdaad één hunner. Voorwaar, Allāh leidt het overtredende volk niet.” <em>Surah al-Mā’idah (de tafel), H5, vers 51</em></p>



<p>Tafsir Al-Jalālayn: “O u die gelooft, neem Joden en christenen niet als beschermheren die zich bij hen aansluiten of genegenheid tonen; het zijn beschermheren van elkaar die verenigd zijn in ongeloof. Degene onder u die met hen gelieerd is, hij is een van hen die met hen gerekend heeft. Allāh Ta’ālā leidt de mensen die verkeerd doen niet die zich met ongelovigen in laten.”</p>



<p><strong>Een aantal extracten uit authentieke boeken</strong></p>



<p>Muhammad Birghiwi Bey werd geboren in Balikesir in 928 en stierf aan de pest in 981 Hijrah. Zijn werken, Vasiyyetname, Tariqat, Awamil en Izhar en anderen, zijn zeer waardevol. Hij schrijft in zijn authentieke boek <em>Birghiwi Vasiyyetnamesi Sharh</em>.</p>



<p>Het tweede type dingen dat ongelovigen gebruiken zijn de dingen die symptomen zijn van ongeloof, symptomen van het ontkennen en niet geloven van de Shari’ah en Islam, en het is wājib voor moslims om ze te vernietigen. Iemand die ze gebruikt wordt een ongelovige. Ze kunnen niet worden gebruikt tenzij men wordt bedreigd met de dood of met het afsnijden van zijn ledematen of andere redenen die deze resultaten veroorzaken, zoals ernstig geselen of gevangenschap of het wegnemen van al je bezittingen. Ook hij die een van deze doet of gebruikt, die algemeen bekend is, zonder het te weten of als een grap om mensen aan het lachen te maken wordt een ongelovige.</p>



<p>Het is bijvoorbeeld kufr om dingen te dragen (of te gebruiken) die speciaal door priesters zoals Sinterklaas worden gedragen of gebruikt tijdens hun aanbidding. Dit wordt <strong>Kufr-e-Hukmi</strong> genoemd.</p>



<p>Het is geschreven in de basisboeken van fiqh door islamitische &#8216;Ulema dat het dragen van de dingen die eigen zijn aan ongelovigen kufr is. <em>Ibn-e-&#8216;Abidīn, deel 5, pagina 481.</em></p>



<p>De vijanden van de islam proberen moslim te misleiden, het feit te verbergen dat het kufr is om gewoonten te adopterende van de ongelovigen en hun feesten te vieren. Ze noemen deze gebruiken &#8216;islamitische gewoonten&#8217; en tegenwoordig &#8216;heilige dagen&#8217;. Ze vertegenwoordigen de Noël (Kerstmis), die door de Grote Constantijn in het christendom werd geïntroduceerd, en Nawruz, die door Jamshid werd uitgevonden als een nationale viering; en ze willen dat moslims dezelfde dingen accepteren.</p>



<p>Jonge en onschuldige moslims moeten niet voor deze dingen vallen. Ze moeten de Waarheid leren kennen door die oprechte moslims te vragen die ze vertrouwen, hun familieleden die namāz uitvoeren, en die familievrienden die hun religie kennen.</p>



<p><strong>Wat staat geschreven in het boek Durr-ul-Mukhtar, deel 5, pagina 481?</strong></p>



<p>Het is haram om geschenken te geven op de dagen van Nawruz en Mihrgan terwijl ze hun namen vermelden. Het is kufr (ongeloof) om geschenken te geven die die dagen achten als feestdagen. Een persoon die een eitje geeft aan een ongelovige uit eerbied voor die dagen wordt een ongelovige. Zo is het ook met het kopen van iets op die dagen met de intentie van dei feestdag. Als hij iets koopt wat hij regulier elke dag koopt, zal hij geen ongelovige worden.</p>



<p><strong>Wat staat geschreven in het fatwa boek Bazaziyya?</strong><br>De Nawruz-dag is de feestdag van de magiërs. Het is kufr om zich bij magiërs aan te sluiten en hen op die dag te imiteren. Als een moslim die dag viert, verliest hij zijn Imān zonder het zelfs op te merken het. Uit deze fatwa wordt afgeleid dat een persoon die de feesten en feesten van ongelovigen op sinterklaas, kerstdag of -avond of op hun paas- of andere feestdagen imiteert, een ongelovige zal worden.</p>



<p><strong>Wat staat geschreven in het boek: Saint Nicholas</strong></p>



<p><em>door Henri Gheon, Sheed and Ward, 1936.</em></p>



<p><strong>Kerstman en Sinterklaas</strong><br>Het waargebeurde verhaal van de kerstman begint met Nicholas, die in de derde eeuw werd geboren in het dorp Pátra in Klein-Azië. In die tijd was het gebied Grieks en ligt het nu aan de zuidkust van Turkije [Sinterklaas komt dus niet uit Spanje]. Zijn rijke ouders, die hem opvoeden tot een vrome christen, stierven in een epidemie terwijl Nicholas nog jong was. Gehoorzamen aan de woorden van Jezus om &#8216;te verkopen wat je bezit en het geld aan de armen te geven&#8217;, gebruikte Nicholas zijn hele erfenis om de behoeftigen, de zieken en de lijdende te helpen. Hij wijdde zijn leven aan het dienen van God en werd nog jong als bisschop van Myra.</p>



<p>Bisschop Nicholas werd in het hele land bekend om zijn vrijgevigheid voor mensen in nood, zijn liefde voor kinderen en zijn zorg voor zeilers en schepen.</p>



<p>Onder de Romeinse keizer Diocletianus, die meedogenloos christenen vervolgde, leed bisschop Nicholas voor zijn geloof, werd verbannen en gevangen gezet. De gevangenissen waren zo vol met bisschoppen, priesters en diakenen dat er geen ruimte was voor de echte criminelen, moordenaars, dieven en rovers. Na zijn vrijlating woonde Nicholas de Raad van Nicea bij in 325 na Christus. Hij stierf op 6 december 343 na Christus in Myra en werd begraven in zijn kathedraalkerk, waar een uniek relikwie (manna) in zijn graf werd gevormd. Deze vloeibare substantie, waarvan gezegd wordt dat ze genezende krachten heeft, bevorderde de groei van toewijding aan Nicholas. De verjaardag van zijn dood werd een feestdag, Sint Nicolaas dag, 6 december (19 december op de Juliaanse kalender). Door de eeuwen heen zijn er vele verhalen en legendes verteld over het leven en de daden van Sint Nicholas.</p>
<p><a class="a2a_button_facebook" href="https://www.addtoany.com/add_to/facebook?linkurl=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Ffeestdagen-van-de-ongelovigen-vieren-is-haram-en-neemt-de-iman-weg%2F&amp;linkname=Feestdagen%20van%20de%20ongelovigen%20vieren%20is%20har%C4%81m%20en%20neemt%20de%20Im%C4%81n%20weg" title="Facebook" rel="nofollow noopener" target="_blank"></a><a class="a2a_button_mastodon" href="https://www.addtoany.com/add_to/mastodon?linkurl=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Ffeestdagen-van-de-ongelovigen-vieren-is-haram-en-neemt-de-iman-weg%2F&amp;linkname=Feestdagen%20van%20de%20ongelovigen%20vieren%20is%20har%C4%81m%20en%20neemt%20de%20Im%C4%81n%20weg" title="Mastodon" rel="nofollow noopener" target="_blank"></a><a class="a2a_button_email" href="https://www.addtoany.com/add_to/email?linkurl=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Ffeestdagen-van-de-ongelovigen-vieren-is-haram-en-neemt-de-iman-weg%2F&amp;linkname=Feestdagen%20van%20de%20ongelovigen%20vieren%20is%20har%C4%81m%20en%20neemt%20de%20Im%C4%81n%20weg" title="Email" rel="nofollow noopener" target="_blank"></a><a class="a2a_dd addtoany_share_save addtoany_share" href="https://www.addtoany.com/share#url=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Ffeestdagen-van-de-ongelovigen-vieren-is-haram-en-neemt-de-iman-weg%2F&#038;title=Feestdagen%20van%20de%20ongelovigen%20vieren%20is%20har%C4%81m%20en%20neemt%20de%20Im%C4%81n%20weg" data-a2a-url="https://tangali.net/feestdagen-van-de-ongelovigen-vieren-is-haram-en-neemt-de-iman-weg/" data-a2a-title="Feestdagen van de ongelovigen vieren is harām en neemt de Imān weg"></a></p>]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Wat is Imān-e-Kamiel?</title>
		<link>https://tangali.net/wat-is-iman-e-kamiel/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[© Shaykh Dr Mohamed Juzoef Tangali Qādri Noorani]]></dc:creator>
		<pubDate>Sun, 28 Jul 2019 00:54:00 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Imān en munafiq]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://tangali.net/?p=1717</guid>

					<description><![CDATA[Vertaling van een toespraak over perfect Imān Taajush Shari&#8217;ah, Mufti Akhtar Raza Khan Qādri al-Azhari (Alayhir Rahma) Inleiding Alle lof is aan Allāh Ta’ālā, de Heer van de schepping, de Barmhartige en de Genadevolle. Eigenaar van de Dag des Oordeels. Die ons gezegend heeft om de Ummah te zijn van de &#160;geliefde Rasool ﷺ. Die [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p><em>Vertaling van een toespraak over perfect Imān</em></p>



<p class="has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-395a8b827ad339553e2f1b5ba5ec49de"><strong>Taajush Shari&#8217;ah, Mufti Akhtar Raza Khan Qādri al-Azhari (Alayhir Rahma)</strong></p>



<h5 class="wp-block-heading"><strong>Inleiding</strong></h5>



<figure class="wp-block-embed is-type-video is-provider-youtube wp-block-embed-youtube wp-embed-aspect-16-9 wp-has-aspect-ratio"><div class="wp-block-embed__wrapper">
<iframe loading="lazy" title="EXCELLENCE OF ISLAMIC BELIEF" width="500" height="281" src="https://www.youtube.com/embed/4VKmAzyHXQk?feature=oembed" frameborder="0" allow="accelerometer; autoplay; clipboard-write; encrypted-media; gyroscope; picture-in-picture; web-share" referrerpolicy="strict-origin-when-cross-origin" allowfullscreen></iframe>
</div></figure>



<p>Alle lof is aan Allāh Ta’ālā, de Heer van de schepping, de Barmhartige en de Genadevolle. Eigenaar van de Dag des Oordeels. Die ons gezegend heeft om de Ummah te zijn van de &nbsp;geliefde Rasool ﷺ. Die ons hart geheiligd heeft met de liefde en affectie voor Zijn geliefde Rasool ﷺ. Die ons gezegend heeft met de meest kostbare schat van Imān (geloofsovertuiging) en talloze aanhef, de vrede en de zegen zijn op de roem van de schepping. Genade voor alle werelden, zegel der profeten, Sayyidena Maulana Muhammad RasoolAllāh ﷺ, gezegend zijt zijn ouders, gezin, zijn nakomelingen, zijn metgezellen en al diegenen die hem volgen en respect en liefde voor hem hebben. Haatgevoel en minachting voor degene ter wille van Allāh Ta’ālā en Zijn geliefde Rasool ﷺ! &nbsp;</p>



<p>Aamīn Yā Rabbal Aalimien!!!</p>



<h5 class="wp-block-heading"><strong>In het huidige tijdperk&#8230;</strong></h5>



<p><strong>Het wordt echt beleefd, dat de moslims zich bewust zijn van de waarde van Imān en willen weten wat Imān werkelijk is?</strong></p>



<p>De valse geleerden (dieven van Imān) zwerven overal rond met het gewaad van de Schriftgeleerden van de islam zoals Alīm, Mufti, Hāfiz, leraar, Imām, dr., professor, enzovoorts om de onbewuste moslims te misleiden. Deze valse geleerden zijn constant bezig afwijkingen en verwarringen in de hoofden van de moslimgemeenschap te prenten, die het gevolg zijn van de laksheid en onwetendheid van de moslims en vervolgens besjoemeld worden door de onbeschaamde en corrupte geloofsbelijdenissen. Moge Allāh Ta’ālā ons leiden op het rechte pad!</p>



<p>Hier volgen enkele regels van de grote <strong>Mujaddid Alahazrat Ash-Shah Imām Ahmad Raza Khan al-Qādri</strong> رضي الله عنه die ons zeker zal helpen te begrijpen wat de ware betekenis van Imān is, Inshā’Allāh!</p>



<h5 class="wp-block-heading"><strong>Wat is Imān?</strong></h5>



<p>Imān is het aanvaarden van elk woord van Sayyidena RasoolAllāh ﷺ als de absolute waarheid en niets anders, en van ganser harte te getuigen de realiteit en de waarheid van Sayyidena RasoolAllāh ﷺ. Wie het bovenstaande accepteert zal een moslim worden genoemd, dat wil zeggen, als een van zijn woorden, acties of voorwaarden Allāh Ta’ālā en Zijn Rasool ﷺ niet verwerpen, beledigen of vervalsen. Zijn relatie met Allāh Ta’ālā en Zijn Rasool ﷺ moet boven alle andere relaties uitkomen. Hij moet liefde en respect hebben voor degenen die liefde voor Allāh Ta’ālā en Zijn Rasool ﷺ hebben, ook al is die persoon mogelijk zijn vijand. Hij moet verachting en haat hebben voor iedereen die Allāh Ta’ālā en Zijn Rasool ﷺ verachten en haten zelfs als die persoon mogelijk zijn geliefde zoon is. Wat hij uitgeeft moet voor Allāh Ta’ālā zijn en waar hij afstand van neemt moet omwille van Allāh Ta’ālā zijn. Dergelijke personen staan bekend als moslims met “Imān-e-Kamiel” (perfecte geloof). Sayyidena RasoolAllāh ﷺ verklaart:</p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">من أحب لله وأبغض لله وأعطى لله ومنع لله فقد استكمل الإيمان</p>



<p>“Iemand die van Allāh houdt, haat iedereen vanwege Allāh, is terughoudend omwille van Allāh, dan heeft hij, inderdaad, zijn Imān voltooid.” <em>Sunan Abu Dawood, deel 2, pagina 632</em></p>



<h5 class="wp-block-heading"><strong>De waarde van Imān</strong></h5>



<p>Zolang een persoon geen liefde en respect voor de verheven Nabi ﷺ heeft, hoewel die persoon zijn hele leven in aanbidding is, is vruchteloos en afgewezen. Talrijke Yogi’s, monniken en kluizenaars leven in afzondering en brengen hun leven in de herinnering van de Heer. Sommigen van hen genieten zelfs van de <em>zikr</em> “La ilāha illAllāhu” (er is geen ander dan Allāh), doch zij respecteren niet en hebben geen liefde voor RasoolAllāh ﷺ. Welk voordeel is in dergelijke Ibādah?</p>



<p>Allāh Ta’ālā openbaart in de Heilige Qur’ān:</p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">وَقَدِمْنَآ إِلَىٰ مَا عَمِلُواْ مِنْ عَمَلٍ فَجَعَلْنَاهُ هَبَآءً مَّنثُوراً</p>



<p><em>“</em>En Wij zullen ons tot hun werken wenden en zullen deze als stof verstrooien.<em>” Surah al-Furqān (het criterium), H25, vers 23</em></p>



<p>In een ander vers aangaande zulke aanbidders, openbaart Allāh Ta’ālā:</p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">عَامِلَةٌ نَّاصِبَةٌ تَصْلَى نَارًا حَامِيَةً</p>



<p><em>“</em>Zwoegend, zich afmattende, Zij zullen in een vreselijk Vuur branden.”&nbsp;<em> Surah al-Ghāshiyah (het Overweldigende Evenement), H88, verzen 3-4</em></p>



<p>Zeg, O moslims! Doet de afhankelijkheid van Imān gemoedsrust overleven en hangt acceptatie van daden af van de liefde en het respect voor de glorieuze Profeet ﷺ van Allāh of niet? Zeg, “Ja” en zeer zeker ja!</p>



<p>Voor de geldigheid van Imān zijn er twee belangrijke punten:</p>



<p>(A) eerbiediging van Sayyidena RasoolAllāh ﷺ, (B) om hem lief te hebben boven alles van de creatie binnen het universum. De juiste methode om dit te testen is een zelftest. Heeft u meer liefde en respect voor bijvoorbeeld uw vader, leraar, kinderen, broer, murshid, moulvi, moefti, hāfiz, docent, Imām of vrienden, enzovoorts dan voor de Profeet ﷺ &nbsp;op elk gewenst moment?</p>



<p>Bij het geringste gebrek aan liefde en respect voor Sayyidena Muhammadur RasoolAllāh ﷺ, zelfs kleiner dan een atoom, moet zo&#8217;n persoon volledig worden gescheiden van het gezin en de gemeenschap. Zijn kennis of status moet absoluut worden verworpen en verwijderd. Immers, uw respect en band met hem was te wijten aan zijn respect en liefde voor RasoolAllāh ﷺ. Nu hij geen liefde en respect toont is dat een belediging aan het adres van de Profeet ﷺ wat niets meer overlaat om zo&#8217;n persoon respecteren. Aan de andere kant, als u hem accepteert of in stilte contact onderhoud is dat minachting voor RasoolAllāh ﷺ.</p>



<p>Lieve moslims! Is het mogelijk dat in uw hart liefde en eer is voor de meester van het universum, namelijk Sayyidena Muhammad ﷺ, en toch beledigingen naar hem ﷺ kan tolereren, al is hij uw ustaaz, murshid of vader?</p>



<p>Broeders en zusters in de islam! De reden voor het tonen van respect voor een geleerde of Alīm is dat hij een <em>wāris</em> (erfgenaam) van de kennis van RasoolAllāh ﷺ is. Is die persoon de <em>wāris</em> van RasoolAllāh ﷺ of is die persoon een Shaytān die afgedwaald is van het pad van gerechtigheid? In de voormalige, zijn respect was de eerbiediging van de Sayyidena RasoolAllāh ﷺ, en in het laatste, was zijn respect voor Shaytān. Dit is het geval wanneer een Alīm gaat dwalen, zoals de Oelama van on-islamitische geloof. Dan, wat kan worden gezegd over die persoon die kufr (ongeloof) begaat? Het beschouwen van zulk een persoon als Alīm-e-Dīn is zelf ook kufr.</p>



<h5 class="wp-block-heading"><strong>Standvastigheid in geloof</strong></h5>



<p>De zaligheid van standvastigheid in geloof hangt af van het feit, dat elke gelovige van de Ahle Sunnah wal Jamā’ah zo stevig wordt zelfs als de hemel en de aarde verdwijnt. Eenieder moet te allen tijde grote vrees voor verlies van zijn geloof hebben. De Oelama van islam verklaren: “Wie niet vreest dat zijn Imān kan worden weggenomen, zou worden ontdaan van zijn Imān ten tijde van de dood.”</p>



<h5 class="wp-block-heading"><strong>Tot slot</strong></h5>



<ul class="wp-block-list">
<li>Moge Allāh Ta’ālā ons uit de buurt houden van de trucs en de hypocrisie van de huichelaars.</li>



<li>Moge Allāh Ta’ālā ons begeleiden op het pad van degenen die Hij heeft begunstigd.</li>



<li>Moge Allāh Ta’ālā ons beschermen en weg houden van degenen die Zijn woede hebben verdiend en van degenen die verkeerd zijn gegaan.</li>
</ul>



<p>&nbsp;Amien!</p>



<p><em>Nabi Se Jo Ho Beygāna Usse Dil Se Juda Kar Dein.</em></p>



<p><em>Pidar Mādar Birādar Māl-o-Jān Un Par Fidā Kar Dein.</em></p>
<p><a class="a2a_button_facebook" href="https://www.addtoany.com/add_to/facebook?linkurl=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Fwat-is-iman-e-kamiel%2F&amp;linkname=Wat%20is%20Im%C4%81n-e-Kamiel%3F" title="Facebook" rel="nofollow noopener" target="_blank"></a><a class="a2a_button_mastodon" href="https://www.addtoany.com/add_to/mastodon?linkurl=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Fwat-is-iman-e-kamiel%2F&amp;linkname=Wat%20is%20Im%C4%81n-e-Kamiel%3F" title="Mastodon" rel="nofollow noopener" target="_blank"></a><a class="a2a_button_email" href="https://www.addtoany.com/add_to/email?linkurl=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Fwat-is-iman-e-kamiel%2F&amp;linkname=Wat%20is%20Im%C4%81n-e-Kamiel%3F" title="Email" rel="nofollow noopener" target="_blank"></a><a class="a2a_dd addtoany_share_save addtoany_share" href="https://www.addtoany.com/share#url=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Fwat-is-iman-e-kamiel%2F&#038;title=Wat%20is%20Im%C4%81n-e-Kamiel%3F" data-a2a-url="https://tangali.net/wat-is-iman-e-kamiel/" data-a2a-title="Wat is Imān-e-Kamiel?"></a></p>]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Geloof betreffende de aanwezigheid en Attributen van Allāh Ta’ālā  </title>
		<link>https://tangali.net/geloof-betreffende-de-aanwezigheid-en-attributen-van-allah-taala/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[© Shaykh Dr Mohamed Juzoef Tangali Qādri Noorani]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 03 Dec 2012 23:14:00 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Allāh Ta’ālā]]></category>
		<category><![CDATA[Imān en munafiq]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://tangali.net/?p=1671</guid>

					<description><![CDATA[Introductie Ḥazrat Allāmah Sadrush Sharīʿah, ook bekend als Mufti Muhammad Amjad Ali Aazmi (Raḥmatullāhi ʿalayh), was een vooraanstaande Ḥanafī-jurist, Khalīfa van Imām Aḥmad Raza Khan, en auteur van het monumentale werk Bahār-e-Sharīʿat. Zijn bijdrage aan fiqh, ḥadīth en islamitisch onderwijs is van blijvende waarde voor de Ahl al-Sunnah wal-Jamāʿah. Biografie Belangrijkste werken Werk Beschrijving Bahār-e-Sharīʿat [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-c3d10983b0ba5f95bbdd6c1f93f186a7">Introductie</h5>



<p>Ḥazrat Allāmah Sadrush Sharīʿah, ook bekend als Mufti Muhammad Amjad Ali Aazmi (Raḥmatullāhi ʿalayh), was een vooraanstaande Ḥanafī-jurist, Khalīfa van Imām Aḥmad Raza Khan, en auteur van het monumentale werk Bahār-e-Sharīʿat. Zijn bijdrage aan fiqh, ḥadīth en islamitisch onderwijs is van blijvende waarde voor de Ahl al-Sunnah wal-Jamāʿah.</p>



<p><strong>Biografie</strong></p>



<ul class="wp-block-list">
<li>Volledige naam: Mufti Muhammad Amjad Ali Aazmi</li>



<li>Titel: Sadrush Sharīʿah (Hoofd van de Sharīʿah)</li>



<li>Geboren: 1296 Hijri/ 1879 &nbsp;in Azamgarh, India</li>



<li>Overleden: 1367 Hijri/ 1948</li>



<li>Leermeester: Imām Aḥmad Raza Khan Bareilwī (Raḥmatullāhi ʿalayh)</li>



<li>Verblijf: 18 jaar in Bareilly Sharīf, nauwe samenwerking met Aʿlā Ḥazrat</li>
</ul>



<p><strong>Belangrijkste werken</strong></p>



<figure class="wp-block-table"><table class="has-fixed-layout"><tbody><tr><td><strong>Werk</strong><strong></strong></td><td><strong>Beschrijving</strong><strong></strong></td></tr><tr><td><strong>Bahār-e-Sharī</strong><strong>ʿ</strong><strong>at</strong><strong></strong></td><td>Een encyclopedisch werk in 18 delen over Ḥanafī-fiqh, geschreven in toegankelijk Urdu. Behandelt o.a. Ṭahārah, Ṣalāh, Zakāt, Ḥajj, Nikāḥ, Ṭalāq, en strafrecht.</td></tr><tr><td><strong>Fatāwā Amjadiyyah</strong></td><td>Juridische responsa in twee delen, behandelt actuele en klassieke fiqh-vraagstukken.</td></tr><tr><td><strong>Shar</strong><strong>ḥ</strong><strong> Mu</strong><strong>ʿ</strong><strong>ā</strong><strong>n</strong><strong>ī</strong><strong> al-</strong><strong>Ā</strong><strong>th</strong><strong>ā</strong><strong>r</strong><strong></strong></td><td>Onvoltooide commentaar op het werk van Imām Ṭaḥāwī over verschillen in fiqh op basis van ḥadīth.</td></tr></tbody></table></figure>



<p><strong>Onderwijskundige en maatschappelijke rol</strong></p>



<ul class="wp-block-list">
<li><strong>Docent</strong> aan Darul ʿUloom Muʿīniyyah (Ajmer), Hafīziyyah Saʿīdiyyah (Aligarh)</li>



<li><strong>Curriculumcommissie</strong> van Aligarh Muslim University</li>



<li><strong>Hoofdredacteur</strong> van Matbaʿ-e-Ahl-e-Sunnat (drukkerij van Ahl al-Sunnah)</li>



<li><strong>Oprichter</strong> van Jamia Amjadiyyah en Kulliyyat-ul-Banāt al-Amjadiyyah (voor meisjes)</li>
</ul>



<p><strong>Nalatenschap</strong></p>



<p>Zijn zoon <strong>Ḥ</strong><strong>azrat Allāmah Ziyā-ul-Mustafā Qādrī</strong> is een internationaal erkende hadithgeleerde en rector van Al-Jāmiʿatul Ashrafiyyah in Mubārakpur.</p>



<p>Zijn familie heeft meerdere geleerden voortgebracht die actief zijn in fiqh, ḥadīth en islamitisch onderwijs.</p>



<p><strong>Bronnen</strong></p>



<ul class="wp-block-list">
<li>Amjad Ali Aazmi. (n.d.). <em>Bahār-e-Sharī</em><em>ʿ</em><em>at</em> (Vols. 1–18). Bareilly: Matbaʿ-e-Ahl-e-Sunnat.</li>



<li>Amjad Ali Aazmi. (n.d.). <em>Fatāwā Amjadiyyah</em> (Vols. 1–2). Ghausi: Jamia Amjadiyyah.</li>
</ul>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-b5f5697af20f6a440c10599a1f449213">ʿAqīdah overtuigingen</h5>



<p><em>De term </em><em>ʿA</em><em>qī</em><em>d</em><em>ah betekent </em><em>‘</em><em>islamitische geloofsleer</em><em>’</em><em> of </em><em>‘</em><em>geloofsovertuiging</em><em>’</em><em>.</em><em>”</em></p>



<p class="has-text-color has-link-color wp-elements-f0d03e62e0dffbafadb265fa822e1dad" style="color:#41c1d6">Juridisch-theologische duiding Tangali uit klassieke werken zoals <em>Shar</em><em>ḥ</em><em> al-</em><em>ʿ</em><em>Aq</em><em>ā</em><em>ʾ</em><em>id al-Nasafiyya</em> en <em>Bahār-e-Sharī</em><em>ʿ</em><em>at</em> wordt ʿAqīdah gedefinieerd als: “Die overtuigingen die een moslim met zekerheid en zonder twijfel dient te aanvaarden, zoals het geloof in Allāh, Zijn engelen, Boeken, Boodschappers, het Hiernamaals en het goddelijke decreet.” (cf. Muslim ibn al-Ḥajjāj, <em>Ṣ</em><em>a</em><em>ḥ</em><em>ī</em><em>ḥ</em><em> Muslim</em>)</p>



<p><strong>ʿ</strong><strong>Aq</strong><strong>ī</strong><strong>dah</strong>: Allāh Ta’ālā (de Almachtige) is Eén. Hij heeft geen deelgenoten in Zijn Wezen, Eigenschappen, Handelingen, Bevelen of Namen. Allāh is Almachtig en <em>Wājib al-Wujūd</em> (Zijn Bestaan is absoluut noodzakelijk). Zijn afwezigheid is absoluut onmogelijk (<em>Mu</em><em>ḥ</em><em>ā</em><em>l</em>). Allāh is <em>Qadīm</em> (bestaand zonder begin), wat betekent dat Hij er altijd is geweest, er altijd zal zijn en geen schepping is. Andere benamingen hiervoor zijn <em>Azalī</em> en <em>Abadī</em>. Alleen Allāh is het waard om aanbeden te worden! U dient te weten en te begrijpen dat Allāh Ta’ālā Eén is. Met andere woorden: er is slechts één Allāh. Wanneer iemand gelooft dat zijn “god” deelgenoten heeft, dan wordt met die god niet Allāh bedoeld. Allāh heeft absoluut geen deelgenoten. Hij is Almachtig en <em>Wājib al-Wujūd</em>, wat betekent dat Zijn Bestaan essentieel is. Met andere woorden: als iemand beweert dat zijn (zogenaamde) god niet bestaat, dan is het duidelijk dat daarmee niet Allāh wordt bedoeld, maar een verzonnen god — die volgens de islam niet bestaat. Allāh is Eén en altijd Aanwezig.</p>



<p><em>Mu</em><em>ḥ</em><em>ā</em><em>l</em> betekent: dat wat absoluut onmogelijk is. Met andere woorden: het bestaan van een andere god of het niet-bestaan van Allāh is <em>Mu</em><em>ḥ</em><em>ā</em><em>l</em>. Wanneer wij zeggen dat Allāh Ta’ālā <em>Qadīm</em> is, bedoelen wij dat Hij niet geschapen is. Allāh is er altijd geweest en zal er altijd zijn. Het behoort tot onze <em>Īmān</em> (geloofsovertuiging) dat alleen Allāh het waard is om aanbeden te worden.</p>



<p><strong>ʿ</strong><strong>Aq</strong><strong>ī</strong><strong>dah</strong>: Allāh Ta’ālā is vrij van iedere vorm van afhankelijkheid (<em>parwā hona</em>). Met andere woorden: Allāh is van niemand en niets afhankelijk, terwijl de gehele schepping volledig afhankelijk is van Allāh Ta’ālā. Wanneer wij zeggen dat Allāh onafhankelijk is, bedoelen wij dat Hij niets of niemand nodig heeft. Integendeel: elke atoom in de schepping is afhankelijk van de Enige Schepper — Allāh.</p>



<p>Sommige mensen denken dat Allāh Ta’ālā engelen heeft geschapen om bepaalde taken te verrichten, en dat dit zou betekenen dat Hij afhankelijk is van Zijn schepping. Dit is volstrekt onjuist — Allāh verhoede dat wij zo over Hem denken. Allāh Ta’ālā heeft de engelen geschapen als Zijn dienaren en hen de gelegenheid gegeven Hem als hun Heer te dienen. Het zijn de engelen en andere schepselen die afhankelijk zijn van Allāh, terwijl Allāh zonder enige twijfel van niemand afhankelijk is.</p>



<p><strong>ʿ</strong><strong>Aq</strong><strong>ī</strong><strong>dah</strong>: Het is absoluut onmogelijk om de <em>Dhāt</em> (Wezen) van Allāh Ta’ālā met het verstand te bevatten of te doorgronden. Alles wat door het verstand kan worden omvat, behoort tot een categorie en kan begrensd worden. Niets kan Allāhs Wezen omvatten of volledig begrijpen. Echter, via de <em>Af</em><em>ʿ</em><em>ā</em><em>l</em> (Handelingen) van Allāh kunnen Zijn Eigenschappen worden herkend, en via die Eigenschappen kan men kennis verkrijgen over Zijn Aanwezigheid.</p>



<p>De bovenstaande ʿAqīdah maakt duidelijk dat het voor ons volstrekt onmogelijk is om Allāh Taʿālā’s Wezen volledig te begrijpen. De reden hiervoor is dat alles wat begrepen kan worden, ook gevisualiseerd kan worden. Ter illustratie: als u aan een vogel denkt, kan uw verstand zich een beeld vormen van de lichaamsbouw van een vogel. Dat komt doordat een vogel tastbaar is en door het verstand begrepen kan worden via waarneming en kennis. Niemand kan zich echter een beeld vormen van Allāh Ta’ālā. Daarom kan het menselijke verstand Zijn Wezen niet bevatten, omdat het buiten het bereik van de schepping valt. Wel is verklaard dat wij via de Eigenschappen van Allāh — zoals Zijn Genade, Zijn Straf, enzovoorts — in staat zijn om kennis te verkrijgen over Allāh Ta’ālā en Zijn Bevelen.</p>



<p><strong>ʿ</strong><strong>Aq</strong><strong>ī</strong><strong>dah</strong>: Net zoals Zijn Wezen <em>Qadīm</em>, <em>Azalī</em> en <em>Abadī</em> is (wat betekent: niet geschapen, altijd bestaand en eeuwigdurend), zijn ook Zijn Eigenschappen <em>Qadīm</em>, <em>Azalī</em> en <em>Abadī</em>. U dient te begrijpen dat Allāh Ta’ālā Bestaand is. Allāh Ta’ālā is Zelfbestaand — met andere woorden: Hij is niet tot leven geroepen, Hij was er altijd en zal er altijd zijn.</p>



<p><strong>ʿ</strong><strong>Aq</strong><strong>ī</strong><strong>dah</strong>: Met uitzondering van het Bestaan van Allāh Ta’ālā en Zijn Eigenschappen (zoals Zijn Genade, Zijn Ondersteuning, enzovoorts), is al het overige <em>ḥ</em><em>a</em><em>dīth</em> — dat wil zeggen: het was er niet en is pas ontstaan nadat Allāh Ta’ālā het geschapen heeft. Dit betekent dat, behalve Allāhs Bestaan en Zijn Eigenschappen, alles een schepping is. Met andere woorden: de engelen, profeten, djinns, mensen en alles in het universum zijn pas tot bestaan gekomen nadat Allāh hen geschapen heeft. Zij worden daarom allen aangeduid als “schepping”. Kortom: de gehele schepping is ontstaan door de Wil van Allāh.</p>



<p><strong>ʿ</strong><strong>Aq</strong><strong>ī</strong><strong>dah</strong>: Ieder persoon die beweert dat de Eigenschappen van Allāh geschapen zijn, is een misleid en verdorven persoon. Dit is een uiterst belangrijke geloofsovertuiging (<em>ʿ</em><em>aq</em><em>ī</em><em>dah</em>). Het toont duidelijk aan dat wie beweert in Allāh te geloven, maar vervolgens stelt dat een van Zijn Eigenschappen geschapen is, misleid en verdorven is. Zo iemand wordt in de islam aangeduid als <em>gumrāh</em> (afgedwaald) en <em>bad-Dīn</em> (buiten de grenzen van de islam). Soennitische moslims dienen zich niet te associëren met zulke personen, omdat zij anders zelf ook misleid kunnen worden en meegesleurd kunnen worden in hun dwaling.</p>



<p><strong>ʿ</strong><strong>Aq</strong><strong>ī</strong><strong>dah</strong>: Ieder persoon die beweert dat alles wat in het universum bestaat niet geschapen is, of twijfelt aan het <em>ḥ</em><em>a</em><em>dīth</em>-zijn (geschapen zijn) ervan, is een <em>kāfir</em> (ongelovige). Niemand heeft het recht te zeggen dat alles in het universum altijd al heeft bestaan of eeuwig is. Zoals eerder vermeld: met uitzondering van Allāhs Bestaan en Zijn Eigenschappen is alles geschapen. Deze geloofsovertuiging maakt duidelijk dat wie beweert dat een schepsel uit zichzelf bestaat, of zelfs maar twijfelt aan het geschapen zijn ervan, een <em>kāfir</em> is. Zelfs als zo iemand instemt met alle andere geloofspunten over Allāh Ta’ālā, maar deze ene <em>ʿ</em><em>aq</em><em>ī</em><em>dah</em> betwijfelt, dan geldt hij alsnog als ongelovige.</p>



<p><strong>ʿ</strong><strong>Aq</strong><strong>ī</strong><strong>dah</strong>: Zijn Eigenschappen zijn noch identiek aan, noch gescheiden van Zijn Wezen. Het is niet zo dat Zijn Eigenschappen slechts voortkomen uit Zijn Namen. In werkelijkheid kunnen Zijn Eigenschappen niet los worden gezien van Zijn Wezen.</p>



<p><strong>ʿ</strong><strong>Aq</strong><strong>ī</strong><strong>dah</strong>: Allāh Ta’ālā heeft macht over alles wat mogelijk is. Er bestaat niets dat mogelijk is en zich buiten Zijn Macht bevindt. Daarentegen valt alles wat volstrekt onmogelijk is (<em>mu</em><em>ḥ</em><em>ā</em><em>l</em>) buiten Zijn Macht. Zulke zaken hebben geen enkele relatie met Allāh Ta’ālā, want Hij is verheven boven het onmogelijke. Een voorbeeld hiervan is het bestaan van een andere god — dit is absoluut onmogelijk. Allāh heeft geen Wil of Macht over het bestaan van een andere god, omdat dit concept <em>mu</em><em>ḥ</em><em>ā</em><em>l</em> is. Evenzo is de vernietiging van Allāh onmogelijk en heeft geen enkele binding met Hem. Het is dus duidelijk dat zaken die absoluut onmogelijk zijn, geen relatie hebben met Allāh en evenmin onder Zijn Macht vallen.</p>



<p><strong>ʿ</strong><strong>Aq</strong><strong>ī</strong><strong>dah</strong>: Allāh is geen vader van iemand, noch is Hij een zoon van iemand anders, noch heeft Hij een vrouw. Iedereen die beweert dat Allāh de vader of zoon van iemand is, of zegt dat Hij een vrouw heeft, is een <em>kāfir</em> (ongelovige). Zelfs als iemand denkt dat dit mogelijk is, dan is hij misleid en <em>bad-Dīn</em> (buiten de islam). Vandaag de dag beschouwen sommige christenen — en helaas ook sommige moslims — mensen als “kinderen van God” (<em>ma</em><em>ʿ</em><em>ā</em><em>dhAll</em><em>ā</em><em>h</em> — Allāh verhoede). Dit is volstrekt onjuist en behoort tot de uitspraken van <em>kufr</em> (ongeloof). Moslims dienen zich te onthouden van dergelijke uitspraken.</p>



<p><strong>ʿ</strong><strong>Aq</strong><strong>ī</strong><strong>dah</strong>: Allāh Ta’ālā is <em>Hayy</em> — dat wil zeggen: Altijd-bestaand. Het leven van alle schepselen is in Zijn Macht. Hij geeft leven aan wie Hij wil en brengt de dood tot wie Hij wil.</p>



<p><strong>ʿ</strong><strong>Aq</strong><strong>ī</strong><strong>dah</strong>: Hij is <em>Qādir</em> — Hij heeft macht over alles wat mogelijk is. Er bestaat niets dat mogelijk is en buiten Zijn Macht valt.</p>



<p><strong>ʿ</strong><strong>Aq</strong><strong>ī</strong><strong>dah</strong>: <em>Maqdūr</em> verwijst naar zaken die binnen Allāhs <em>qudrat</em> (macht) vallen. Het is niet noodzakelijk dat alle of sommige <em>maqdūr</em> zaken daadwerkelijk tot bestaan komen. Alleen zaken die mogelijk zijn, vallen onder <em>maqdūr</em>. Zaken die <em>mu</em><em>ḥ</em><em>ā</em><em>l</em> zijn — volstrekt onmogelijk — vallen daar niet onder. Een voorbeeld: als Allāh het wil, kan Hij een berg in goud veranderen of de hemel van robijnen maken. Maar het feit dat Hij daartoe in staat is, betekent niet dat Hij dat noodzakelijkerwijs zal doen. Het is Zijn Wil die bepaalt wat Hij tot stand brengt.</p>



<p><strong>ʿ</strong><strong>Aq</strong><strong>ī</strong><strong>dah</strong>: Allāh Ta’ālā is de Meest Schitterende en de Meest Bekoorlijke. Hij is vrij van alle tekorten en gebreken. Het is absoluut onmogelijk dat er sprake is van enige tekortkoming in Allāh. Hij is vrij van zaken als leugen, bedrog, wantrouwen, tirannie, onwetendheid, enzovoorts. Het beweren dat leugen onder Zijn Macht valt — in de zin dat Hij zou kunnen liegen — is <em>mu</em><em>ḥ</em><em>ā</em><em>l</em>. Ook het beweren dat Allāh een gebrek zou kunnen hebben, is een verwerping van Zijn Almacht. Het denken dat Allāhs Macht een tekort zou hebben, of dat Hij geen macht heeft over het <em>mu</em><em>ḥ</em><em>ā</em><em>l</em>, is volstrekt onjuist. Er is beslist geen tekort in Allāhs Macht. In werkelijkheid is het de zwakte en het gebrek van het <em>mu</em><em>ḥ</em><em>ā</em><em>l</em> zelf, dat het onwaardig maakt om verbonden te zijn met Allāhs Macht.</p>



<p><strong>ʿ</strong><strong>Aq</strong><strong>ī</strong><strong>dah</strong>: Zijn Bestaan, Macht, Horen, Zien, <em>Kalām</em> (Spraak), Kennis en <em>Irādah</em> (Wil) zijn allen Zijn Eigenschappen. Hij is echter niet afhankelijk van oren, ogen of een tong om te horen, zien of spreken, omdat deze fysieke vormen zijn — en Allāh is vrij van elke fysieke vorm. Hij hoort de zwakste geluiden en ziet de kleinste dingen, zelfs datgene wat niet zichtbaar is met een microscoop. Zijn Horen en Zien zijn niet beperkt; Hij is de Alhorende en de Alziende. Wij zeggen dus dat Allāh absoluut hoort en ziet.</p>



<p><strong>ʿ</strong><strong>Aq</strong><strong>ī</strong><strong>dah</strong>: Net als al Zijn andere Eigenschappen is Zijn <em>Kalām</em> (Woorden en Spraak) ook <em>Qadīm</em> (eeuwig). Het is geen schepping. De Heilige Qurʾān is Allāhs <em>Kalām</em>. Iedereen die beweert dat de Qurʾān een schepping is, is een <em>kāfir</em>. Dit is bewezen door Imām Aʿẓam Abū Ḥanīfah (Raḥmatullāhi ʿalayh) en alle andere grote imams. In feite is het ongeloof van zo iemand ook bevestigd door de Sahāba-e-Kirām (raḍiyAllāhu ʿanhum).</p>



<p><strong>ʿ</strong><strong>Aq</strong><strong>ī</strong><strong>dah</strong>: Zijn <em>Kalām</em> is vrij van geluid. De Qurʾān Sharīf die wij met onze tong reciteren en die wij lezen in schriftelijke vorm, is het eeuwige <em>Kalām</em> van Allāh — zonder geluid. Onze recitatie, ons schrijven en onze stemmen zijn <em>ḥ</em><em>a</em><em>dīth</em> (schepping). Met andere woorden: onze recitatie is schepping, maar wat wij reciteren is <em>Qadīm</em>. Ons schrijven is schepping, maar wat wij schrijven is ongeschapen. Ons luisteren is schepping, maar wat wij horen is ongeschapen. Ons geheugen is schepping, maar wat wij onthouden is ongeschapen.</p>



<p><strong>ʿ</strong><strong>Aq</strong><strong>ī</strong><strong>dah</strong>: Allāh Taʿālā’s Kennis omvat alles — of het nu volledig of gedeeltelijk is, aanwezig, mogelijk of onmogelijk. Met andere woorden: Hij wist altijd alles (<em>Azalī</em>), weet nog steeds alles en zal altijd alles weten. Dingen kunnen veranderen, maar Zijn Kennis verandert niet. Hij is bewust van de angsten en het gefluister in de harten. Er is geen enkele beperking in Zijn Kennis.</p>



<p><strong>ʿ</strong><strong>Aq</strong><strong>ī</strong><strong>dah</strong>: Allāh Ta’ālā weet alles van het zichtbare en het verborgene. <em>ʿ</em><em>Ilm-e-Z</em><em>ā</em><em>t</em><em>ī</em> (Zelfkennis) is Zijn unieke Eigenschap. Een persoon die probeert te bewijzen dat <em>ʿ</em><em>Ilm-e-Z</em><em>ā</em><em>t</em><em>ī</em> al dan niet aanwezig is bij Allāh, is een ongelovige. <em>ʿ</em><em>Ilm-e-Z</em><em>ā</em><em>t</em><em>ī</em> betekent Allāhs Eigen Kennis — ondenkbaar en eeuwig.</p>



<p><strong>ʿ</strong><strong>Aq</strong><strong>ī</strong><strong>dah</strong>: Hij is de Schepper van alles — of het nu mensen zijn of hun handelingen. Alles wat bestaat is door Allāh geschapen.</p>



<p><strong>ʿ</strong><strong>Aq</strong><strong>ī</strong><strong>dah</strong>: In werkelijkheid is het Allāh Die levensonderhoud verschaft. Engelen en andere schepselen zijn slechts middelen en kanalen voor de bezorging van levensonderhoud.</p>



<p><strong>ʿ</strong><strong>Aq</strong><strong>ī</strong><strong>dah</strong>: Op basis van Zijn Kennis heeft Allāh alles vastgesteld — het goede en het slechte — zoals het gebeurt en zoals het had moeten gebeuren. Het is niet zo dat wij verplicht zijn te doen wat Hij heeft voorgeschreven; eerder heeft Hij opgeschreven wat wij uit vrije wil willen doen. Dus als Allāh voor een persoon iets slechts heeft opgeschreven, dan is dat omdat die persoon zelf het slechte wilde doen. Als iemand het goede wil doen, dan heeft Allāh dat ook zo opgeschreven. Zijn schrijven dwingt niemand tot een bepaalde daad. Dit staat bekend als <em>taqdīr</em> (lotsbestemming). De Heilige Profeet Mohammed ﷺ heeft gezegd: “Degene die <em>taqdīr</em> afwijst, is als een vuuraanbidder binnen deze gemeenschap.”</p>



<p>Veel mensen begaan zonden en zeggen dat het hun <em>taqdīr</em> is — dat Allāh het zo heeft gewild. Dit is onjuist. Allāh wist met Zijn Zelfkennis dat deze mensen zonden wilden begaan, dus schreef Hij op wat zij wilden doen. Zijn schrijven heeft hen niet gedwongen tot het begaan van zonden.</p>



<p>Een voorbeeld ter verduidelijking: een vijfjarige jongen staat voor een bus en zegt tegen zijn broer: “Ik ga deze bus halen.” Zijn broer zegt: “Je gaat het niet halen.” De jongen probeert het, maar haalt de bus niet. De broer wist dat de jongen het niet zou halen, maar zijn uitspraak was geen oorzaak van het falen. Zo is ook Allāhs Kennis geen oorzaak van onze daden — Hij weet slechts wat wij zullen doen.</p>



<p>Wat wij ook willen, Allāh weet het. Hij heeft deze kennis vastgelegd op de Heilige Tafel — en dat is <em>taqdīr</em>.</p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-ec71e20ebcd52d7eb1ee99dcac96d637">Soorten taqdīr (ʿAqīdah)</h5>



<ul class="wp-block-list">
<li><strong>Mubram-e-</strong><strong>Ḥ</strong><strong>aq</strong><strong>ī</strong><strong>q</strong><strong>ī</strong>: Onveranderlijke lotsbestemming; kan niet gewijzigd worden.</li>



<li><strong>Mu</strong><strong>ʿ</strong><strong>allaq Ma</strong><strong>ḥḍ</strong>: Afhankelijk van de boeken van de engelen; kan gewijzigd worden.</li>



<li><strong>Mu</strong><strong>ʿ</strong><strong>allaq Sabī</strong><strong>ḥ</strong><strong> bi-Mubram</strong>: Niet evident in de boeken van de engelen, maar bekend bij Allāh; kan beïnvloed worden door smeekbeden van vrome dienaren.</li>
</ul>



<p>Wanneer vrome dienaren van Allāh proberen te bemiddelen in zaken van <em>Mubram-e-</em><em>Ḥ</em><em>aq</em><em>ī</em><em>q</em><em>ī</em>, worden hun gedachten daarvan afgeleid. Toen de engelen met straf neerdaalden op het volk van Profeet Lūt (ʿalayhis salām), begon Profeet Ibrāhīm (ʿalayhis salām) — bekend om zijn barmhartigheid — smeekbeden te verrichten voor hen. Allāh Ta’ālā zegt: “Hij begon bij Ons te pleiten voor het volk van Lūt.” Dit vers toont aan dat vrome dienaren wél recht hebben om gehoord te worden in het Hof van Allāh, ondanks de ernst van de situatie.</p>



<p>In een <em>ḥ</em><em>ad</em><em>ī</em><em>th shar</em><em>ī</em><em>f</em> staat dat tijdens de nacht van <em>Mi</em><em>ʿ</em><em>r</em><em>ā</em><em>j</em>, de Profeet ﷺ iemand luid hoorde spreken tegen Allāh. Hij vroeg aan Jibrāʾīl (ʿalayhis salām) wie dat was. Jibrāʾīl antwoordde: “Dat is Mūsā (ʿalayhis salām). Zijn Heer is zich bewust van zijn intense aard.” Toen Allāh Ta’ālā het vers openbaarde: “Voorwaar, het is nabij dat uw Heer u zal geven zodat u tevreden zult zijn,” zei de Profeet ﷺ: “Ik zal niet tevreden zijn zolang zelfs één van mijn <em>ummatī</em> (volgelingen) in het vuur van de hel blijft.”</p>



<p>In een andere <em>ḥ</em><em>ad</em><em>ī</em><em>th shar</em><em>ī</em><em>f</em> staat dat een kind van een miskraam op de Dag des Oordeels zal smeken voor zijn ouders, zoals een schuldeiser zijn recht opeist. Allāh zal dan zeggen: “O kind van een miskraam! O jij die smeekt aan jouw Heer! Neem je ouders bij de hand en leid hen naar het Paradijs.”</p>



<p>Allāh Ta’ālā zei tegen Ibrāhīm (ʿalayhis salām): “O Ibrāhīm! Kom niet met die gedachte, want waarlijk, de straf zal op hen neerdalen.” Dit is een voorbeeld van <em>Mubram-e-</em><em>Ḥ</em><em>aq</em><em>ī</em><em>q</em><em>ī</em>.</p>



<p><strong>Mu</strong><strong>ʿ</strong><strong>allaq-objecten</strong> verwijzen naar aspecten van <em>taqdīr</em> die beïnvloed kunnen worden door de <em>awliyā</em><em>ʾ</em><em> All</em><em>ā</em><em>h</em> (vrome dienaren). Door hun <em>du</em><em>ʿ</em><em>ā</em><em>ʾ</em> en inspanningen kan verlichting ontstaan. Over dit onderwerp zei Huzoor Ghaus-e-Aʿẓam: “Ik kan <em>qa</em><em>ḍ</em><em>ā</em><em>ʾ</em><em>-e-mubram</em> omzetten in verlichting.” In een <em>ḥ</em><em>ad</em><em>ī</em><em>th shar</em><em>ī</em><em>f</em> staat: “Voorwaar, <em>du</em><em>ʿ</em><em>ā</em><em>ʾ</em> verandert <em>qa</em><em>ḍ</em><em>ā</em><em>ʾ</em><em>-e-mubram</em>.”</p>



<p><strong>Mas</strong><strong>a</strong><strong>la (regelgeving)</strong>: De kwesties omtrent <em>taqdīr</em> kunnen niet worden begrepen met eenvoudige denkwijzen. Diepgaand willen redeneren over deze materie kan leiden tot verwarring en zelfs vernietiging. Ḥazrat Abū Bakr aṣ-Ṣiddīq en ʿUmar al-Fārūq (raḍiyAllāhu ʿanhumā) werd zelfs geadviseerd om niet te lang over deze kwestie te spreken. Wat wij moeten weten, is dat Allāh Ta’ālā ons niet heeft geschapen als stenen of andere levenloze objecten. Hij heeft ons denkvermogen geschonken, waarmee wij kunnen reflecteren — of juist niet. Met dit verstand zijn wij ook gezegend met wijsheid, zodat wij onderscheid kunnen maken tussen goed en kwaad, voordeel en nadeel. Wij zijn bovendien voorzien van alle noodzakelijke middelen om te handelen zoals vereist. Daarom zijn wij verantwoordelijk voor onze daden. Te denken dat men volledig machteloos is, of juist volledig machtig, zijn beide vormen van <em>gumrāh</em> (afdwaling van het Rechte Pad).</p>



<p><strong>Mas</strong><strong>a</strong><strong>la (regelgeving)</strong>: Kwaad doen en dit toeschrijven aan <em>taqdīr</em>, of beweren dat het de Wil van Allāh is, is een onjuiste opvatting. De regel is: wanneer u iets goeds doet, zeg dan dat het van Allāh komt; en wanneer u een zonde begaat, zeg dan dat het voortkomt uit uw ego (<em>nafs</em>).</p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-a42d73800135b3f053fb1f83440a6cc3">ʿAqāʾid (geloofspunten)</h5>



<ul class="wp-block-list">
<li><strong>Allāh Ta</strong><strong>’</strong><strong>ā</strong><strong>l</strong><strong>ā</strong><strong> is vrij van vorm, grootte, ruimte, richting, tijd en alles wat </strong><strong><em>ḥ</em></strong><strong><em>a</em></strong><strong><em>dīth</em></strong><strong> (geschapen) is.</strong></li>



<li><strong>Het zien van Allāh in het wereldse leven</strong> is een unieke gave aan de Heilige Profeet Mohammed ﷺ. In het Hiernamaals is het niet alleen mogelijk, maar ook een realiteit voor elke soennitische moslim om Allāh te aanschouwen. Geestelijk zien of in dromen is geschonken aan verschillende profeten (<em>Anbiyā</em><em>ʾ</em>) en bepaalde <em>Awliyā</em><em>ʾ</em><em> All</em><em>ā</em><em>h</em>. Imām Aʿẓam Abū Ḥanīfah (raḍiyAllāhu ʿanhu) heeft Allāh honderd keer in zijn droom gezien.</li>



<li><strong>Het zien van Allāh is zonder beschrijving.</strong> Wanneer men gewoonlijk iets ziet — van ver of dichtbij, van boven of onder, van links of rechts — dan is dat niet te vergelijken met het zien van Allāh, want Hij is vrij van al deze eigenschappen. De vraag “hoe?” of “waarom?” is hier niet van toepassing. Als wij Hem zien, zullen wij begrijpen. De essentie is: als het verstand iets kan omvatten, dan is het niet Allāh, want het verstand kan Allāh niet omvatten. Het is <em>mu</em><em>ḥ</em><em>ā</em><em>l</em> (absoluut onmogelijk) dat de ogen Allāh volledig kunnen aanschouwen.</li>



<li><strong>Allāh doet wat Hij wil.</strong> Niemand heeft macht over Hem, niemand kan Hem tegenhouden. Hij sluimert niet, noch slaapt Hij. Hij ziet de hele schepping en wordt nooit moe. Hij is de Ondersteuner, de Barmhartige — meer dan een vader of moeder. Zijn Barmhartigheid is de hoop van gebroken harten. Hij vormt het kind in de baarmoeder zoals Hij wil. Hij is de Meest Vergevingsgezinde, de Aanvaarder van berouw, de Toonder van toorn. Zijn greep is de krachtigste. Niemand kan ontsnappen zonder Zijn Wil.</li>



<li>Hij maakt groot wie Hij wil en klein wie Hij wil. Hij geeft respect aan wie schade lijdt en schande aan wie respect heeft. Hij leidt wie Hij wil en verwijdert wie Hij wil van het Rechte Pad. Hij verleent nabijheid aan wie Hij wil en vervloekt wie Hij wil. Hij geeft aan wie Hij wil en neemt van wie Hij wil.</li>



<li><strong>Alles wat Hij doet is rechtvaardig.</strong> Hij is vrij van tirannie. Hij is de Verhevene en de Uitmuntende. Hij omringt alles, maar niets kan Hem omringen. Het geven van voordeel en nadeel is in Zijn Macht. Hij verhoort de smeekbeden van de onderdrukten en brengt de onderdrukkers tot rechtvaardigheid. Niets gebeurt zonder Zijn Wil. Hij is verheugd over goede daden en ontevreden over zonden. Uit Zijn Barmhartigheid draagt Hij ons niet op om iets te doen dat buiten onze mogelijkheden ligt.</li>



<li><strong>Het is niet verplicht voor Allāh om te belonen, straffen, gelukkig te maken of het beste te doen voor iemand.</strong> Hij doet wat Hij wil en beveelt wat Hij wil. Uit Zijn Genade heeft Hij het Paradijs beloofd aan de gelovigen en uit Zijn Rechtvaardigheid de Hel aan de ongelovigen. Zijn beloften veranderen niet. Hij heeft beloofd dat, met uitzondering van <em>kufr</em> (ongeloof), Hij alle grote en kleine zonden kan vergeven — zoals Hij wil.</li>



<li><strong>Zijn Boeken zijn vol wijsheid</strong>, of wij die nu begrijpen of niet. Hij heeft geen reden nodig om iets te doen. Redenen impliceren voordeel, en Allāh is verheven boven zulke motieven. Zijn daden zijn niet afhankelijk van rechtvaardiging of excuses. Door Zijn Wijsheid heeft Hij middelen geschapen: ogen om te zien, oren om te horen, vuur om te branden, water om dorst te lessen. Als Hij wil, kunnen ogen horen, oren zien, vuur niet branden en water geen dorst lessen. Als Hij niet wil, dan kunnen duizend ogen overdag geen berg zien, en een miljoen vlammen kunnen geen rietje verbranden.</li>



<li><strong>Het vuur van Ibrāhīm (</strong><strong>ʿ</strong><strong>alayhis sal</strong><strong>ā</strong><strong>m)</strong></li>



<li>Wat een enorm vuur was het waarin de <em>kuffār</em> Ḥazrat Ibrāhīm (ʿalayhis salām) wierpen! Niemand kon het vuur naderen vanwege de hitte. Hij werd met een katapult erin geworpen. Toen hij het vuur naderde, kwam Ḥazrat Jibrāʾīl (ʿalayhis salām) en vroeg: “O Ibrāhīm! Hebt u een wens?” Hij antwoordde: “Ik geloof, maar niet van jou.” Jibrāʾīl zei: “Vraag dan aan Hem van wie u iets nodig heeft.” Hij antwoordde: “Hij weet het beste wat mijn behoefte is.” Toen beval Allāh Ta’ālā: “O vuur! Wees koel en vreedzaam voor Ibrāhīm.” Het vuur werd koel — zó koel dat de geleerden verklaarden: als het woord “vreedzaam” niet was toegevoegd, zou het vuur zó koud zijn geworden dat het schade zou hebben veroorzaakt.</li>
</ul>



<p>Juridisch-theologische toelichting Tangali: <strong>ʿ</strong><strong>Aq</strong><strong>ī</strong><strong>dah</strong> betekent geloofsovertuiging en vormt de fundamentele basis van het islamitisch geloof. In de islamitische rechtswetenschappen (<em>ʿ</em><em>ilm al-fiqh</em>) en theologie (<em>ʿ</em><em>ilm al-kal</em><em>ā</em><em>m</em>) verwijst ʿAqīdah naar die overtuigingen die een moslim met zekerheid en zonder twijfel dient te aanvaarden. Deze omvatten onder andere:</p>



<ul class="wp-block-list">
<li>Het geloof in het bestaan en de eenheid van Allāh (<em>Taw</em><em>ḥ</em><em>ī</em><em>d</em>)</li>



<li>Zijn eeuwige en ongeschapen eigenschappen (<em>Ṣ</em><em>if</em><em>ā</em><em>t-e-Qad</em><em>ī</em><em>ma</em>)</li>



<li>Het geloof in engelen, geopenbaarde boeken, profeten, het Hiernamaals en het goddelijke decreet (<em>taqdīr</em>)</li>
</ul>



<p>Volgens de Ḥanafī-school, zoals verwoord door Imām Abū Ḥanīfah in <em>al-Fiqh al-Akbar</em>, is het essentieel dat deze overtuigingen niet slechts rationeel worden aanvaard, maar ook innerlijk worden bevestigd met het hart. Juridisch gezien is het ontkennen van een fundamentele ʿAqīdah een vorm van <em>kufr</em> (ongeloof), en leidt dit tot uitsluiting van de islamitische gemeenschap (<em>Ummah</em>).</p>



<p>Theologisch geldt dat Allāhs eigenschappen — zoals Zijn kennis (<em>ʿ</em><em>Ilm</em>), macht (<em>Qudrat</em>), spraak (<em>Kalām</em>) — eeuwig en ongeschapen zijn. Het beschouwen van deze eigenschappen als geschapen (<em>ḥ</em><em>a</em><em>dīth</em>) is een ernstige dwaling (<em>gumrāh</em>) en leidt tot <em>bad-Dīn</em> (verval van het geloof). De klassieke werken zoals <em>Shar</em><em>ḥ</em><em> al-</em><em>ʿ</em><em>Aq</em><em>ā</em><em>ʾ</em><em>id al-Nasafiyya</em>, <em>Fatāwā Razviyya</em>, en <em>Bahār-e-Sharī</em><em>ʿ</em><em>at</em> benadrukken dat ʿAqīdah niet gebaseerd mag zijn op speculatie of filosofische redenering, maar op authentieke openbaring en consensus van de <em>Ahl al-Sunnah wal-Jamā</em><em>ʿ</em><em>ah</em>.</p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-77c370aed5d754a0fd038f59b44a806e">Bronnen</h5>



<ul class="wp-block-list">
<li>Abū Ḥanīfah. (n.d.). <em>al-Fiqh al-Akbar</em>. (Meerdere edities beschikbaar). Cairo: Dār al-Maʿrifah.</li>



<li>Aazmi, M. A. (n.d.). <em>Bahār-e-Sharī</em><em>ʿ</em><em>at</em> (Vols. 1–18). Bareilly: Matbaʿ-e-Ahl-e-Sunnat.</li>



<li>al-Bukhārī, M. ibn I. (n.d.). <em>Ṣ</em><em>a</em><em>ḥ</em><em>ī</em><em>ḥ</em><em> al-Bukh</em><em>ā</em><em>r</em><em>ī</em>. Dār Ibn Kathīr.</li>



<li>Muslim ibn al-Ḥajjāj. (n.d.). <em>Ṣ</em><em>a</em><em>ḥ</em><em>ī</em><em>ḥ</em><em> Muslim</em>. Dār al-Fikr.</li>



<li>Al-Tibrīzī, W. ibn M. (n.d.). <em>Mishkāt al-Ma</em><em>ṣ</em><em>ā</em><em>b</em><em>ī</em><em>ḥ</em>. Beirut: Dār al-Maʿrifah.</li>



<li>Al-Nasafī, N. ibn A. (n.d.). <em>Shar</em><em>ḥ</em><em> al-</em><em>ʿ</em><em>Aq</em><em>ā</em><em>ʾ</em><em>id al-Nasafiyya</em>. Cairo: Dār al-Salām.</li>



<li>Al-Raza Khan, A. (2005). <em>Fatāwā Razviyya</em> (Vols. 1–30). Lahore: Raza Foundation.</li>



<li>Al-Marghīnānī, B. ibn A. (n.d.). <em>al-Hidāyah</em>. Beirut: Dār al-Kutub al-ʿIlmiyya.</li>



<li>Ibn ʿĀbidīn, M. A. (n.d.). <em>Radd al-Mu</em><em>ḥ</em><em>t</em><em>ā</em><em>r </em><em>ʿ</em><em>alā al-Durr al-Mukht</em><em>ā</em><em>r</em> (Vols. 1–6). Cairo: Dār al-Fikr.</li>
</ul>



<p></p>
<p><a class="a2a_button_facebook" href="https://www.addtoany.com/add_to/facebook?linkurl=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Fgeloof-betreffende-de-aanwezigheid-en-attributen-van-allah-taala%2F&amp;linkname=Geloof%20betreffende%20de%20aanwezigheid%20en%20Attributen%20van%20All%C4%81h%20Ta%E2%80%99%C4%81l%C4%81%20%C2%A0" title="Facebook" rel="nofollow noopener" target="_blank"></a><a class="a2a_button_mastodon" href="https://www.addtoany.com/add_to/mastodon?linkurl=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Fgeloof-betreffende-de-aanwezigheid-en-attributen-van-allah-taala%2F&amp;linkname=Geloof%20betreffende%20de%20aanwezigheid%20en%20Attributen%20van%20All%C4%81h%20Ta%E2%80%99%C4%81l%C4%81%20%C2%A0" title="Mastodon" rel="nofollow noopener" target="_blank"></a><a class="a2a_button_email" href="https://www.addtoany.com/add_to/email?linkurl=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Fgeloof-betreffende-de-aanwezigheid-en-attributen-van-allah-taala%2F&amp;linkname=Geloof%20betreffende%20de%20aanwezigheid%20en%20Attributen%20van%20All%C4%81h%20Ta%E2%80%99%C4%81l%C4%81%20%C2%A0" title="Email" rel="nofollow noopener" target="_blank"></a><a class="a2a_dd addtoany_share_save addtoany_share" href="https://www.addtoany.com/share#url=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Fgeloof-betreffende-de-aanwezigheid-en-attributen-van-allah-taala%2F&#038;title=Geloof%20betreffende%20de%20aanwezigheid%20en%20Attributen%20van%20All%C4%81h%20Ta%E2%80%99%C4%81l%C4%81%20%C2%A0" data-a2a-url="https://tangali.net/geloof-betreffende-de-aanwezigheid-en-attributen-van-allah-taala/" data-a2a-title="Geloof betreffende de aanwezigheid en Attributen van Allāh Ta’ālā  "></a></p>]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Wie zijn de Ahle Sunnat wal Jamā’ah?</title>
		<link>https://tangali.net/wie-zijn-de-ahle-sunnat-wal-jamaah/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[© Shaykh Dr Mohamed Juzoef Tangali Qādri Noorani]]></dc:creator>
		<pubDate>Sun, 04 Nov 2012 10:49:00 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Ahle Sunnat wal Jama'ah]]></category>
		<category><![CDATA[Imān en munafiq]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://tangali.net/?p=1282</guid>

					<description><![CDATA[Inleiding Ruim 1443 Hijri-jaren geleden verscheen de godsdienst islam op het Arabisch schiereiland, in het huidige Saoedi-Arabië. De verkondiger van deze godsdienst was niemand minder dan de laatste der profeten: de Heilige Profeet Mohammed ﷺ. De islam begon in zijn zuiverste vorm met de Heilige Profeet Mohammed ﷺ en werd na zijn aardse leven voortgezet [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-60184573349d9ff5204bc4430ee40c96">Inleiding</h5>



<p>Ruim 1443 Hijri-jaren geleden verscheen de godsdienst islam op het Arabisch schiereiland, in het huidige Saoedi-Arabië. De verkondiger van deze godsdienst was niemand minder dan de laatste der profeten: de Heilige Profeet Mohammed ﷺ. De islam begon in zijn zuiverste vorm met de Heilige Profeet Mohammed ﷺ en werd na zijn aardse leven voortgezet door zijn metgezellen (Ṣaḥābah, raḍiyAllāhu ʿanhum). De Heilige Profeet Mohammed ﷺ noemde zijn volgelingen &#8220;Soennieten&#8221;, hetgeen in het Arabisch wordt aangeduid als <em>Ahl al-Sunnah wa-l-Jamā</em><em>ʿ</em><em>ah</em> (Al-Ṭaḥāwī, n.d.; Al-Barbahārī, 1996). Na de Ṣaḥābah hebben de <em>Awliyā</em><em>ʾ</em><em> All</em><em>ā</em><em>h</em> (vrome ‘Vrienden van Allāh’) tot op de dag van vandaag de zuivere islam verdedigd tegen aanvallen en deze in stand gehouden.</p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-3f83c2ceb8aa76fa890d58c2deb4ad02">Waarschuwingen tijdens het profetische leven</h5>



<p>Reeds tijdens het aardse leven van de Heilige Profeet Mohammed ﷺ deden zich situaties voor waartegen hij zijn volgelingen waarschuwde. Deze waarschuwingen betroffen niet alleen actuele gebeurtenissen, maar ook toekomstige voorvallen tot aan de Dag des Oordeels. In zijn tijd waren er reeds mensen die zichzelf boven de Boodschapper ﷺ plaatsten. Zo was er de dwaas Musailma, die zich reeds tijdens het leven van de Laatste Profeet Mohammed ﷺ als nieuwe profeet presenteerde (Ibn Kathīr, 2003).</p>



<p><strong>Qur</strong><strong>ʾ</strong><strong>ā</strong><strong>nische bevestiging van zijn status</strong></p>



<p>Allāh Ta’ālā openbaart in de Heilige Qurʾān met betrekking tot het respect voor de Heilige Profeet Mohammed ﷺ:</p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">وَرَفَعْنَا لَكَ ذِكْرَكَ</p>



<p>“Wij hebben uw status verhoogd tot (de hoogste) respectabele positie.” (<em>Surah al-Sharḥ</em>, 94:4)</p>



<p>Op basis van dit vers kunnen wij afleiden dat niemand in aanzien hoger is dan de Heilige Profeet Mohammed ﷺ. Het spreekt voor zich dat, indien er na hem nog een profeet met een eigen godsdienst zou komen, dit vers zijn geldigheid zou verliezen. Integendeel, dit vers getuigt ervan dat Mohammed ﷺ de Laatste Profeet is, en dat het profeetschap het hoogste ambt vertegenwoordigt. Kortom, eenieder die zich na de Laatste Profeet als profeet presenteert—zoals Mirza Ghulām Aḥmad Qādiyāniyyah—is volgens de consensus van <em>Ahl al-Sunnah wa-l-Jamā</em><em>ʿ</em><em>ah</em> een <em>kadhhāb</em> (leugenaar) en <em>kāfir</em> (ongelovige) (Al-Nawawī, 1991; Al-Shahrastānī, 1984)).</p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-8d444cc1ca0a07981b74483e55e12c4f">Kenmerken van de Ahl al-Sunnah wa-l-Jamāʿah</h5>



<ol class="wp-block-list">
<li><strong>Grootste groep moslims wereldwijd: </strong>Ahl al-Sunnah wa-l-Jamāʿah is de grootste groep moslims ter wereld. Het is de enige groep die zich expliciet identificeert als volgeling van de Heilige Profeet Mohammed ﷺ en die volledig leeft conform de Heilige Qurʾān en de authentieke Sunnah (overleveringen en handelingen) van Rasūl Allāh ﷺ (Al-Ṭaḥāwī, n.d.; Al-Barbahārī, 1996).</li>



<li><strong>Geloof conform Sahāba en Salaf-e-</strong><strong>Ṣ</strong><strong>āli</strong><strong>ḥ</strong><strong>īn: </strong>Het geloof van deze groep is identiek aan dat van de Sahāba (raḍiyAllāhu ʿanhum) en de Salaf-e-Ṣāliḥīn (de vrome voorgangers). Deze laatste term dient niet verward te worden met de hedendaagse Salafistische stroming, die volgens de consensus van Ahl al-Sunnah geen respect toont voor de Heilige Profeet Mohammed ﷺ (Al-Shahrastānī, 1984).</li>



<li><strong>Aanbeveling tot navolging van Sunnah en voorgangers: </strong>In talrijke ḥadīth heeft de Heilige Profeet Mohammed ﷺ zijn Ummah sterk geadviseerd om de Sunnah te volgen en standvastig te blijven op het pad van zijn metgezellen en de Salaf-e-Ṣāliḥīn (Al-Nawawī, 1991).</li>



<li><strong>Overlevering uit Muwatta</strong><strong>ʾ</strong><strong> M</strong><strong>ā</strong><strong>lik, </strong>de Heilige Profeet Mohammed ﷺ zei: “Ik heb twee dingen voor mijn Ummah achtergelaten. U zult nooit afdwalen zolang u deze twee dingen volgt. Een van deze twee is de Heilige Qurʾān van Allāh en de andere is de Sunnah van Zijn Heilige Profeet Mohammed ﷺ.” (<em>Muwatta</em><em>ʾ</em><em> M</em><em>ā</em><em>lik</em>, ḥadīth nr. 1628)</li>



<li><strong>Waarschuwing tegen bid</strong><strong>ʿ</strong><strong>ah en oproep tot navolging van de Khulaf</strong><strong>ā</strong><strong>ʾ</strong><strong> al-R</strong><strong>ā</strong><strong>shid</strong><strong>ī</strong><strong>n</strong>, de Heilige Profeet Mohammed ﷺ zei: “Nadat ik deze (fysieke) wereld heb verlaten, dient mijn Ummah standvastig te blijven op mijn Sunnah en op het pad van de vier Khulafāʾ al-Rāshidīn. Volg uitsluitend dit pad en wees alert op bidʿah (vernieuwingen), welke tegenstrijdig zijn aan de Heilige Qurʾān en mijn Sunnah.” (<em>Sunan Abū Dāwūd</em>, ḥadīth nr. 4607; <em>Jāmi</em><em>ʿ</em><em> al-Tirmidh</em><em>ī</em>, ḥadīth nr. 2676)</li>



<li><strong>Oproep tot aansluiting bij de meerderheid, </strong>de Heilige Profeet Mohammed ﷺ zei: “Volg het pad van de grootste groep moslims! Want degene die zich van deze groep afzondert, zal naar de hel worden gestuurd.” (<em>Sunan Ibn Mājah</em>, ḥadīth nr. 3950)</li>
</ol>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-9b610afaa322043ccda867a80747803b">Standvastigheid binnen Ahl al-Sunnah wa-l-Jamāʿah</h5>



<ol class="wp-block-list">
<li><strong>Leven volgens geloof en praktijk: </strong>De Heilige Profeet Mohammed ﷺ adviseerde zijn volgelingen om standvastig te blijven binnen de grootste groep moslims en hun pad te volgen in zowel geloof als praktijk. Dit betekent dat men niet slechts passief luistert, maar het gehoorde en geleerde daadwerkelijk toepast in het dagelijks leven. Het geloof dient beleefd en gepraktiseerd te worden, niet slechts theoretisch begrepen (Al-Ṭaḥāwī, n.d.; Al-Barbahārī, 1996).</li>



<li><strong>Bescherming van de meerderheidsgroep</strong>, de Heilige Profeet Mohammed ﷺ zei: “Allāh zal mijn Ummah nooit toestaan zich te verenigen met misleide en incorrecte geloofsbelijdenissen. Allāhs Genade, Zegeningen en Bescherming is met de grootste groep moslims.” Met “de grootste groep moslims” wordt Ahl al-Sunnah wa-l-Jamāʿah bedoeld. “Degene die zich afzondert van deze groep zal in de hel worden geworpen.” (<em>Jāmi</em><em>ʿ</em><em> al-Tirmidh</em><em>ī</em>, ḥadīth nr. 2167)</li>



<li><strong>Waarschuwing tegen afscheiding van de meerderheid</strong>, de Heilige Profeet Mohammed ﷺ zei: “Hij die zich afzondert van de grootste groep moslims, zelfs een handbreedte, heeft zichzelf afgezonderd van de gemeenschap en is buiten de islam getreden.” (<em>Sunan Abū Dāwūd</em>, ḥadīth nr. 4597)</li>
</ol>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-d16d53ce50f1954b98f0ce87a664990e">Afzondering van misleide groepen</h5>



<p>(<em>Betreft het onderhouden van contacten met sektarische stromingen zoals <a href="https://tangali.net/wie-is-mirza-ghulam-qadiyani/" data-type="post" data-id="1351">Aḥmadiyyah, Qādiyāniyyah</a>, <a href="https://tangali.net/wahhabi/" data-type="post" data-id="2737">Wahhābī,</a> enz.</em>) </p>



<ol class="wp-block-list">
<li><strong>Waarschuwing tegen omgang met misleide sekten: </strong>De Heilige Profeet Mohammed ﷺ heeft zijn Ummah nadrukkelijk gewaarschuwd om geen relaties te onderhouden met mensen die behoren tot misleide sekten. Hij adviseerde ook om niet te luisteren naar hun woorden, aangezien zulke personen onder zijn Ummah zullen opduiken. Hij riep op tot waakzaamheid in sociale omgang en religieuze beïnvloeding (Al-Barbahārī, 1996; Al-Shahrastānī, 1984).</li>



<li><strong>Geloofsovertuiging van de meerderheidsgroep: </strong>De geloofsovertuiging van de grootste groep moslims—Ahl al-Sunnah wa-l-Jamāʿah—is volledig in overeenstemming met de Sunnah van de Heilige Profeet Mohammed ﷺ, het geloof van de Sahāba (raḍiyAllāhu ʿanhum) en de Salf-e-Ṣāliḥīn. Deze lijn vormt de maatstaf voor orthodoxie en authenticiteit binnen de islamitische traditie (Al-Ṭaḥāwī, n.d.; Al-Nawawī, 1991).</li>



<li><strong>Profetische waarschuwing voor toekomstige sekten</strong>, de Heilige Profeet Mohammed ﷺ zei: “In de periode vlak voor de Dag des Oordeels zullen valse en oneerlijke sekten tevoorschijn komen. Zij zullen dingen zeggen die u noch uw voorvaders ooit eerder gehoord hebben. Blijf uit de buurt van deze oneerlijke mensen en laat hen niet toe zich tot u te begeven! Word niet door hen misleid en laat hen onder u geen rumoer veroorzaken.” (<em>Ṣ</em><em>a</em><em>ḥ</em><em>ī</em><em>ḥ</em><em> Muslim</em>, ḥadīth nr. 1847)</li>
</ol>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-be5301041ea8cc4eca441a887b6a6a3b">Verdeeldheid onder de Ummah</h5>



<ol class="wp-block-list">
<li><strong>Profetische voorspelling van verdeeldheid: </strong>Het concept van de moslimgemeenschap die zich zal verdelen in 73 sekten is gebaseerd op authentieke ḥadīth, waaronder die van Abū Hurayrah (raḍiyAllāhu ʿanhu). De Heilige Profeet Mohammed ﷺ zei: “De joden splitsten zich in 71 sekten, de christenen in 72 sekten, en mijn volgelingen zullen zich splitsen in 73 sekten.” (<em>Sunan Abū Dāwūd</em>, ḥadīth nr. 4596; <em>Jāmi</em><em>ʿ</em><em> al-Tirmidh</em><em>ī</em>, ḥadīth nr. 2640; <em>Sunan Ibn Mājah</em>, ḥadīth nr. 3991)</li>



<li><strong>De redding van één groep</strong>, De Heilige Profeet Mohammed ﷺ vervolgde: “Tweeënzeventig van de drieënzeventig sekten zullen in het vuur zijn, en slechts één zal in het Paradijs zijn: de Jamāʿah.” (<em>Sunan Abū Dāwūd</em>, <em>Musnad A</em><em>ḥ</em><em>mad</em>, <em>Sunan al-Dārimī</em>). Met “Jamāʿah” wordt volgens de consensus van <em>Ahl al-Sunnah wa-l-Jamā</em><em>ʿ</em><em>ah</em> verwezen naar de groep die vasthoudt aan de authentieke leer van de Profeet ﷺ en zijn metgezellen.</li>



<li><strong>Criteria voor de juiste groep: </strong>In een andere overlevering vroegen de Ṣaḥābah: “Welke sekte zal zegevieren?” De Heilige Profeet Mohammed ﷺ antwoordde: “Degene die zich conformeert aan datgene waarmee ikzelf en mijn metgezellen zijn.” (<em>Sunan al-Tirmidhī</em>, <em>Sunan Abū Dāwūd</em>)</li>
</ol>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-42c6518211c5b59d7f17bae31d94bf62">Opinie van vooraanstaande Schriftgeleerden en Awliyāʾ Allāh over Ahl al-Sunnah wa-l-Jamāʿah</h5>



<ol class="wp-block-list">
<li><strong>Sayyidunā Ghaus al-A</strong><strong>ʿ</strong><strong>ẓ</strong><strong>am, Sheikh </strong><strong>ʿ</strong><strong>Abd al-Q</strong><strong>ā</strong><strong>dir al-J</strong><strong>ī</strong><strong>l</strong><strong>ā</strong><strong>n</strong><strong>ī</strong><strong> (ra</strong><strong>ḍ</strong><strong>iyAll</strong><strong>ā</strong><strong>hu </strong><strong>ʿ</strong><strong>anhu)</strong><br>In zijn werk <em>Ghunyat al-</em><em>Ṭ</em><em>ālibīn</em> verklaart hij: “Er zijn 73 groepen (sekten), zoals ons reeds is verteld door Sayyidunā Rasūl Allāh ﷺ. En (houd in gedachte), Ahl al-Sunnah wa-l-Jamāʿah is de oprechte groep.” (<em>Ghunyat al-</em><em>Ṭ</em><em>ālibīn</em>, hoofdstuk over geloofsovertuiging)</li>



<li><strong>Imām al-Ghazālī (ra</strong><strong>ḍ</strong><strong>iyAllāhu </strong><strong>ʿ</strong><strong>anhu)</strong><br>In <em>Mujarrabāt Imām al-Ghazālī</em> schrijft hij: “Ahl al-Sunnah wa-l-Jamāʿah is de succesvolle firqah (groep). Deze firqah weegt de grondbeginselen af en praktiseert binnen de bandbreedte van de Heilige Qurʾān.”</li>



<li><strong>Ḥ</strong><strong>azrat Shah Walī Allāh al-Dihlawī (ra</strong><strong>ḍ</strong><strong>iyAllāhu </strong><strong>ʿ</strong><strong>anhu)</strong><br>In <em>ʿ</em><em>Aqd al-Jayyād</em> verklaart hij: “Zoals Rasūl Allāh ﷺ heeft verklaard: volg de <em>Sawād al-A</em><em>ʿ</em><em>ẓ</em><em>am</em>. Wanneer de vier madhāhib (Ḥanafī, Mālikī, Shāfiʿī, Ḥanbali) binnen de kaders van deze <em>Sawād al-A</em><em>ʿ</em><em>ẓ</em><em>am</em> vallen, dan is het volgen van één van hen toegestaan. Het negeren van één van deze madhāhib is het negeren van de <em>Sawād al-A</em><em>ʿ</em><em>ẓ</em><em>am</em>.”</li>



<li><strong>Imām Sufyān al-Thawrī (ra</strong><strong>ḍ</strong><strong>iyAllāhu </strong><strong>ʿ</strong><strong>anhu)</strong><br>In <em>Al-Mīzān al-Kubrā</em> verklaart hij: “Met <em>Sawād al-A</em><em>ʿ</em><em>ẓ</em><em>am</em> wordt bedoeld: dat wat wij Ahl al-Sunnah wa-l-Jamāʿah noemen.”</li>



<li><strong>Shah </strong><strong>ʿ</strong><strong>Abd al-</strong><strong>ʿ</strong><strong>Az</strong><strong>ī</strong><strong>z al-Dihlaw</strong><strong>ī</strong><strong> (ra</strong><strong>ḍ</strong><strong>iyAll</strong><strong>ā</strong><strong>hu </strong><strong>ʿ</strong><strong>anhu)</strong><br>In <em>Fatāwā </em><em>ʿ</em><em>Az</em><em>ī</em><em>z</em> (deel 2, pag. 4) schrijft hij: “De verschillende deelgroepen binnen Ahl al-Sunnah wa-l-Jamāʿah—zoals in ʿAqāʾid: Ashʿariyya en Māturīdiyya; in fiqh: Ḥanafī, Shāfiʿī, Ḥanbali; in tasawwuf: Qādrī, Chishtī, Naqshbandī en Suhrwardī—zijn allen gebaseerd op de waarheid.”</li>



<li><strong>Imām Rabbānī, Mujaddid Alf-i Thānī (ra</strong><strong>ḍ</strong><strong>iyAllāhu </strong><strong>ʿ</strong><strong>anhu)</strong><br>In <em>Maktūbāt Sharīf</em> (deel 2, pag. 67) schrijft hij: “Het pad van genade is het volgen van Ahl al-Sunnah wa-l-Jamāʿah. Moge Allāh Ta’ālā zegeningen sturen op hun toespraken, handelingen en wetten, want dit is de succesvolle groep. Alle andere groepen (sekten) zijn slachtoffers van teleurstelling. Tegenwoordig beseft niemand hoe zwaar deze misleide sekten gestraft zullen worden. Op de Dag des Oordeels zal dit geheim worden onthuld, maar dan zal deze kennis voor hen geen voordeel meer opleveren.”</li>
</ol>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-01dd346685b737b39703a216898cb228">Conclusie op basis van de aḥādīth</h5>



<p>Uit deze overleveringen blijkt duidelijk dat de ene groep die genade zal ontvangen, <em>Ahl al-Sunnah wa-l-Jamā</em><em>ʿ</em><em>ah</em> is. Deze groep is de enige die zich volledig onderwerpt aan de leer en praktijk van de Heilige Profeet Mohammed ﷺ en zijn metgezellen (raḍiyAllāhu ʿanhum). De nadruk van de Profeet ﷺ op “waartoe ikzelf ook behoor” bevestigt dit exclusieve criterium.</p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-dcb38cd56e2ba33c54227322f65a5ee0">Besluit: Liefde, loyaliteit en waakzaamheid</h5>



<p>Ḥazrat ʿAbdullāh (raḍiyAllāhu ʿanhu) verhaalde dat de Heilige Profeet Mohammed ﷺ zei: “Eenieder zal zijn met degene van wie hij (zij) houdt.” (<em>Ṣaḥīḥ al-Bukhārī</em>, ḥadīth nr. 6168)</p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-daf509c28c2dc004bf8beece75985964">Juridisch-theologische toelichting</h5>



<p>Deze profetische uitspraak benadrukt het belang van innerlijke loyaliteit en affectieve verbondenheid. Indien men liefde koestert voor hen die zich bevinden in sektarische dwaling—zoals de 72 groepen die zich moslim noemen maar volgens <em>Ahl al-Sunnah wa-l-Jamā</em><em>ʿ</em><em>ah</em> niet binnen de grenzen van de authentieke islam vallen—dan zal men op de Dag des Oordeels met hen worden verenigd. Dit impliceert dat affectieve nabijheid tot misleide groepen kan leiden tot spirituele ondergang. Tegelijkertijd betekent dit niet dat men zich vijandig of gewelddadig moet opstellen tegenover deze groepen. Fysieke agressie is verboden binnen de islamitische ethiek. De juiste houding is:</p>



<ul class="wp-block-list">
<li><strong>Uitleg geven</strong> over de ware islam, gebaseerd op de Qurʾān, Sunnah en het pad van de Ṣaḥābah.</li>



<li><strong>Geduldig negeren</strong> indien men na uitleg blijft volharden in dwaling.</li>



<li><strong>Waakzaam blijven</strong> zonder haat of geweld, maar met standvastige trouw aan de <em>Sawād al-A</em><em>ʿ</em><em>ẓ</em><em>am</em>.</li>
</ul>



<p>Deze benadering is in lijn met de ethiek van <em>Ahl al-Sunnah wa-l-Jamā</em><em>ʿ</em><em>ah</em>, die oproept tot daʿwah met wijsheid (<em>ḥ</em><em>ikmah</em>), respect en duidelijke grenzen.</p>



<p>Bronnen</p>



<ul class="wp-block-list">
<li>Abū Dāwūd, S. (n.d.). <em>Sunan Abū Dāwūd</em>. Dār al-Fikr.</li>



<li>Aḥmad ibn Ḥanbal. (n.d.). <em>Musnad A</em><em>ḥ</em><em>mad</em>. Dār al-Fikr.</li>



<li>Al-Barbahārī, Ḥ. (1996). <em>Shar</em><em>ḥ</em><em> al-Sunnah</em>. Dār al-Kutub al-ʿIlmiyya.</li>



<li>Al-Bukhārī, M. I. (n.d.). <em>Ṣ</em><em>a</em><em>ḥ</em><em>ī</em><em>ḥ</em><em> al-Bukhārī</em> (ḥadīth nr. 6168). Dār al-Fikr.</li>



<li>Al-Dārimī, ʿAbd Allāh. (n.d.). <em>Sunan al-Dārimī</em>. Dār al-Maʿrifah.</li>



<li>Al-Dihlawī, Shah ʿAbd al-ʿAzīz. (n.d.). <em>Fatāwā </em><em>ʿ</em><em>Az</em><em>ī</em><em>z</em><em>ī</em> (Vol. 2). Dār al-Ishāʿah.</li>



<li>Al-Dihlawī, Shah Walī Allāh. (n.d.). <em>ʿ</em><em>Aqd al-Jayyād</em>. Dār al-Rashād.</li>



<li>Al-Ghazālī, Abū Ḥāmid. (n.d.). <em>Mujarrabāt Imām al-Ghazālī</em>. Diverse edities.</li>



<li>Al-Nawawī, Y. (1991). <em>Shar</em><em>ḥ</em><em> </em><em>Ṣ</em><em>a</em><em>ḥ</em><em>ī</em><em>ḥ</em><em> Muslim</em>. Dār al-Maʿrifah.</li>



<li>Al-Shahrastānī, M. (1984). <em>Al-Milāl wa-l-Ni</em><em>ḥ</em><em>āl</em>. Dār al-Maʿrifah.</li>



<li>Al-Sirhindī, Aḥmad (Imām Rabbānī). (n.d.). <em>Maktūbāt Sharīf</em>. Dār al-Kutub al-Islāmiyyah.</li>



<li>Al-Ṭaḥāwī, A. J. (n.d.). <em>ʿ</em><em>Aqīdah al-</em><em>Ṭ</em><em>a</em><em>ḥ</em><em>āwiyyah</em>. Diverse edities.</li>



<li>Al-Tirmidhī, M. (n.d.). <em>Jāmi</em><em>ʿ</em><em> al-Tirmidh</em><em>ī</em>. Dār al-Gharb al-Islāmī.</li>



<li>Al-Thawrī, Sufyān. (n.d.). <em>Al-Mīzān al-Kubrā</em>. Dār al-Furqān.</li>



<li>Ibn Kathīr, I. (2003). <em>Al-Bidāyah wa-l-Nihāyah</em>. Dār Ibn Ḥazm.</li>



<li>Ibn Mājah, M. (n.d.). <em>Sunan Ibn Mājah</em>. Dār al-Fikr.</li>



<li>Jīlānī, ʿAbd al-Qādir. (n.d.). <em>Ghunyat al-</em><em>Ṭ</em><em>ālibīn</em>. Dār al-Kutub al-ʿIlmiyya.</li>



<li>Mālik ibn Anas. (n.d.). <em>Al-Muwa</em><em>tt</em><em>a</em><em>ʾ</em>. Diverse edities.</li>



<li>Muslim ibn al-Ḥajjāj. (n.d.). <em>Ṣ</em><em>a</em><em>ḥ</em><em>ī</em><em>ḥ</em><em> Muslim</em>. Dār al-Fikr.</li>
</ul>
<p><a class="a2a_button_facebook" href="https://www.addtoany.com/add_to/facebook?linkurl=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Fwie-zijn-de-ahle-sunnat-wal-jamaah%2F&amp;linkname=Wie%20zijn%20de%20Ahle%20Sunnat%20wal%20Jam%C4%81%E2%80%99ah%3F" title="Facebook" rel="nofollow noopener" target="_blank"></a><a class="a2a_button_mastodon" href="https://www.addtoany.com/add_to/mastodon?linkurl=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Fwie-zijn-de-ahle-sunnat-wal-jamaah%2F&amp;linkname=Wie%20zijn%20de%20Ahle%20Sunnat%20wal%20Jam%C4%81%E2%80%99ah%3F" title="Mastodon" rel="nofollow noopener" target="_blank"></a><a class="a2a_button_email" href="https://www.addtoany.com/add_to/email?linkurl=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Fwie-zijn-de-ahle-sunnat-wal-jamaah%2F&amp;linkname=Wie%20zijn%20de%20Ahle%20Sunnat%20wal%20Jam%C4%81%E2%80%99ah%3F" title="Email" rel="nofollow noopener" target="_blank"></a><a class="a2a_dd addtoany_share_save addtoany_share" href="https://www.addtoany.com/share#url=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Fwie-zijn-de-ahle-sunnat-wal-jamaah%2F&#038;title=Wie%20zijn%20de%20Ahle%20Sunnat%20wal%20Jam%C4%81%E2%80%99ah%3F" data-a2a-url="https://tangali.net/wie-zijn-de-ahle-sunnat-wal-jamaah/" data-a2a-title="Wie zijn de Ahle Sunnat wal Jamā’ah?"></a></p>]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Tamhid-e-Imān</title>
		<link>https://tangali.net/tamhid-e-iman/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[© Shaykh Dr Mohamed Juzoef Tangali Qādri Noorani]]></dc:creator>
		<pubDate>Wed, 17 May 2006 08:16:00 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Alahazrat publ]]></category>
		<category><![CDATA[Imān en munafiq]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://tangali.net/?p=2417</guid>

					<description><![CDATA[Bā-āyat-e-Qur’ān door Shaykh al-Islām, Tāj al-ʿUlamāʾ, Badr al-Fuqahāʾ, Mujaddid-e-Millat-e-Ḥāḍirah, al-Ālāḥazrat, ʿAẓīm al-Barakāt, Imām Aḥmad Razā al-Qādrī al-Barkātī al-Muḥaqqiq al-Bareilwī (raḍiyAllāhu ʿanhu). Voorwoord&#160;van de Urdu vertaler Tangali Voor u ligt de Nederlandse uitgave van het boek Tamhid-e-Imān. In dit boek worden de uitspraken van de Wahhābis/Deobandi aan een nadere beschouwing onderworpen. Dit handzame, compacte en bovenal [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p class="has-foreground-color has-text-color has-link-color wp-elements-2804c9ba002dc89f7cf2b74ae49e3afc"><strong>Bā-āyat-e-Qur’ān door</strong> <strong>Shaykh al-Islām, Tāj al-ʿUlamāʾ, Badr al-Fuqahāʾ, Mujaddid-e-Millat-e-Ḥāḍirah, al-Ālāḥazrat, ʿAẓīm al-Barakāt, Imām Aḥmad Razā al-Qādrī al-Barkātī al-Muḥaqqiq al-Bareilwī (raḍiyAllāhu ʿanhu).</strong></p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-189ec4741bfa285da0153bdc3a944bf0"><strong>Voorwoord&nbsp;van de Urdu vertaler Tangali</strong></h5>



<p>Voor u ligt de Nederlandse uitgave van het boek Tamhid-e-Imān. In dit boek worden de uitspraken van de Wahhābis/Deobandi aan een nadere beschouwing onderworpen. Dit handzame, compacte en bovenal integere boek is bestemd voor eenieder die meer wil weten over het denkpatroon en de uitspraken van de Wahhābis.<br>De maatschappij waarin wij leven is behoorlijk dynamisch. Dat is ook geen wonder, aangezien de Dag des Oordeels nabij is. Dit vraagt van ons (Ahle Sunnat) meer oplettendheid, vooral met betrekking tot de ouderlijke plicht jegens onze opgroeiende kinderen.</p>



<p>Alahazrat, een hooggeleerde ʿĀlim-e-Dīn en een zeer begaafde mysticus, heeft aan de hand van verzen uit de Heilige Qur’ān en de Ahādīth[1] de buitensporige uitspraken van bovengenoemde sekten weerlegd. Zijn buitengewoon zorgvuldige onderzoek is juridisch van aard.<br>Alahazrat is geen onbekende voor westerse wetenschappers. In meer dan duizend boeken schrijft hij niet alleen over islamitische wetenschap, maar ook over moderne wetenschappen op academisch niveau. In veel landen, waaronder aan de Universiteit Leiden, wordt wetenschappelijk onderzoek verricht naar de uitzonderlijke kennis van Alahazrat.</p>



<p><em>Amsterdam, Rabi’il Awwal 1427 (april 2006).</em></p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-cbe0d3d81b9ee698d83a3e19ae9f496b"><strong>Definitie van Imān in het Licht van de Heilige Qur’ān </strong></h5>



<p>Bismillāhi Rahmānir Raḥīm (Allāh Naam is het begin, Meest Barmhartige, Meest Genadevolle).</p>



<p>Allāh Ta’ālā openbaart:</p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">إِنَّا أَرْسَلْنَاكَ شَاهِدًا وَمُبَشِّرًا وَنَذِيرًا</p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">لِتُؤْمِنُوا بِاللَّهِ وَرَسُولِهِ وَتُعَزِّرُوهُ وَتُوَقِّرُوهُ وَتُسَبِّحُوهُ بُكْرَةً وَأَصِيلًا</p>



<p>“Wij hebben U [O Mohammed] uitgezonden als getuige en verkondiger en waarschuwer; opdat de mensheid moge geloven in Allāh en Zijn Boodschappers en dat u Hem mogen vereren en Hem mogen respecteren en Hem mogen verheerlijken, in de morgen en in de avond.” <em>Surah al-Fath (de Overwinning), H</em><em>48, verzen 8-9</em></p>



<p>O moslims! Let op: Allāh Ta’ālā openbaart in deze verzen heel duidelijk dat er drie goddelijke intenties zijn om ons het geloof (Imān) van de Islam te schenken en de Heilige Qur’ān aan de Heilige Profeet ﷺ te openbaren. De intenties zijn dat moslims in:</p>



<ol class="wp-block-list">
<li>Allāh en Zijn Profeet Mohammed&nbsp;<strong>ﷺ</strong> geloven.</li>



<li>De Profeet Mohammed <strong>ﷺ</strong> respecteren en</li>



<li>Allāh Ta’ālā &nbsp;aanbidden.</li>
</ol>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-676f643f007f82db457e97f92138cc58"><strong>Getrouwheid aan Allāh Ta’ālā is zinloos zonder liefde voor de Heilige Profeet Mohammed </strong><strong>ﷺ</strong><strong><a></a><a></a><a></a></strong><strong><a></a><a></a></strong><strong></strong></h5>



<p>O moslims! Neem nota van het verheven Gebod waarin Allāh Ta’ālā drie belangrijke voornemens heeft geopenbaard. Aan het begin vermeldt Allāh Ta’ālā: “Geloof in Hem”, en aan het einde: “Aanbid Hem”. Daartussenin zegt Hij: “Eerbiedig Zijn geliefde Profeet Mohammed ﷺ.”<br>Dit onthult dat geloof zonder respect voor de Profeet ﷺ van generlei betekenis is. Er zijn veel christenen die boeken hebben geschreven over de grootheid van de Profeet ﷺ, die de beschuldigingen van ongelovigen weerleggen of preken houden over zijn verheven karakter. Toch geloven zij zelf niet in Allāh Ta’ālā. Hun geschriften en literatuur zijn slechts een verschijnsel, geen waarheid.<br>Als zij daadwerkelijk enige oprechte trouw in hun harten zouden koesteren voor de Profeet ﷺ, dan zouden zij beginnen te geloven in Allāh Ta’ālā. Wie de Profeet ﷺ niet eerbiedigt, zal geen beloning ontvangen in zijn levensloop, noch ware getrouwheid tonen aan Allāh Ta’ālā..</p>



<p>Er zijn vele yogi’s en anderen die afstand hebben genomen van alle wereldse genoegens en hun leven volledig wijden aan het aanbidden van Allāh Ta’ālā. Velen onder hen verkondigen herhaaldelijk: “Er is geen andere god dan Allāh” (Lā Ilāha illAllāh).<br>Toch is hun aanbidding zinloos zolang zij geen respect tonen voor de Profeet Mohammed ﷺ. Geloof in Allāh Ta’ālā zonder eerbied voor Zijn geliefde Profeet ﷺ mist betekenis en diepgang.</p>



<p><strong>Allāh Ta’ālā &nbsp;openbaart over deze mensen:</strong></p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">وَقَدِمْنَا إِلَى مَا عَمِلُوا مِنْ عَمَلٍ فَجَعَلْنَاهُ هَبَاء مَّنثُورًا</p>



<p>“En, Wij gaan na wat zij aan werk bedreven hebben en maken het dan tot stofdeeltjes.” <em>Surah al-Furqān (de Schepping), </em><em>H25 vers 23</em></p>



<p><strong>Over zulke mensen openbaart Allāh Ta’ālā verder:</strong></p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">عَامِلَةٌ نَّاصِبَةٌ</p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">تَصْلَى نَارًا حَامِيَةً</p>



<p>“Werkend en zwoegend, terwijl zij braden in een heet vuur.” <em>Surah al-Ghāshiyah (de verpletterende gebeurtenis), H88, verzen 3-4</em></p>



<p>Moge Allāh Ta’ālā ons beschermen. Āmīn!<br>O moslims, is het eerbiedigen van de Profeet Mohammed ﷺ het eerste vereiste voor geloof en verlossing, of niet?<br>Ja, dat is absoluut waar. Zonder oprechte eerbied voor de Profeet ﷺ is het geloof incompleet en blijft ware verlossing uit.</p>



<p>Allāh Ta’ālā &nbsp;openbaart:</p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">قُلْ إِن كَانَ آبَاؤُكُمْ وَأَبْنَآؤُكُمْ وَإِخْوَانُكُمْ وَأَزْوَاجُكُمْ وَعَشِيرَتُكُمْ وَأَمْوَالٌ اقْتَرَفْتُمُوهَا وَتِجَارَةٌ تَخْشَوْنَ كَسَادَهَا وَمَسَاكِنُ تَرْضَوْنَهَا أَحَبَّ إِلَيْكُم مِّنَ اللّهِ وَرَسُولِهِ وَجِهَادٍ فِي سَبِيلِهِ فَتَرَبَّصُواْ حَتَّى يَأْتِيَ اللّهُ بِأَمْرِه </p>



<p>“Zeg: indien uw vaders en uw zonen en broeders en uw echtgenoten en uw stamgenoten en bezittingen, die U verworven heeft, en koophandel, waarvan U mislukking vreest, en woningen die u behagen, u lieden liever zijn dan Allāh en Zijn Boodschapper en beijverend op Zijn weg, wacht dan af totdat Allāh met Zijn beschikking komt. (Maar) Allāh leidt niet recht de kwaad bedrijvers…&#8230;” <em>Surah Tawbah (vergiffenis) H</em><em>9, vers 24</em></p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-a8a3d66a7e7c23197b2cb143da995865"><strong>Definitie van de werkelijke Imān</strong></h5>



<p>Aan de hand van dit vers[2] leren wij dat degene die een bloedverwant, geliefde persoon, rijkdom of enig ander werelds bezit dierbaarder acht dan Allāh Ta’ālā en Zijn Profeet ﷺ, in de ogen van Allāh Ta’ālā verworpen is.<br>Er bestaat geen mogelijkheid dat Allāh Ta’ālā tevreden met hem zal zijn. Zij moeten wachten op de straf die Allāh Ta’ālā voor hen heeft voorbestemd.<br>Moge Allāh Ta’ālā ons beschermen. Āmīn.</p>



<p>De geliefde Profeet&nbsp;ﷺ zegt: “Niemand van u zal een moslim worden, indien ik niet dierbaarder voor U ben dan uw ouders, kinderen en overige mensen.”</p>



<p>Uitleg: Deze ḥadīth is overgeleverd door Hazrat Anas bin Mālik al-Ansāri (radi Allāhu ʿanhu) en staat vermeld in zowel Ṣaḥīḥ al-Bukhārī als Ṣaḥīḥ Muslim. Hierin wordt kristalhelder uiteengezet dat degene die iets anders dierbaarder acht dan de Profeet Mohammed ﷺ, nooit een ware moslim kan zijn.<br>O moslims, is de hoogste gradatie van liefde en eerbied voor de Heilige Profeet ﷺ niet het fundamentele vereiste voor Īmān en redding? Ja, dat is het inderdaad.<br>Alle moslims die de Kalimah reciteren, accepteren diep in hun hart de liefde en het respect voor de Profeet ﷺ op het hoogste niveau. Ik benadruk dat wij onze Profeet ﷺ meer liefhebben dan onze ouders, kinderen en de rest van de wereld.<br>Broeders, ik bid tot Allāh Ta’ālā dat Hij deze instelling in ons oneindig moge bestendigen. Neem de volgende Woorden van Allāh Ta’ālā ook zeer aandachtig tot u op.</p>



<p><strong>Allāh Ta’ālā &nbsp;openbaart:</strong></p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">أَحَسِبَ النَّاسُ أَن يُتْرَكُوا أَن يَقُولُوا آمَنَّا وَهُمْ لَا يُفْتَنُونَ</p>



<p>“Menen de mensen soms, dat zij vrijgelaten worden te zeggen: ‘wij geloven’, zonder dat zij aan verzoeking worden blootgesteld?” <em>Surah al<strong>&#8211;</strong>Ankābut (de spin) H29, vers 2</em></p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-9b713ea711a6f2211040b4f1baead56e"><strong>U wordt geen moslim door slechts de Kalma te reciteren</strong></h5>



<p>Het hierboven aangehaalde vers waarschuwt de moslims dat het enkel uitspreken van de Kalimah niet volstaat voor verlossing. Men zal op de proef worden gesteld.<br>Alleen wie wordt aangemerkt als een oprechte liefhebber van de Profeet Mohammed ﷺ, zal door Allāh Ta’ālā beloond worden als een ware moslim.</p>



<p>Om iets te toetsen, moet eerst worden vastgesteld of het de eigenschappen bezit die daarbij horen. Zoals u hebt kunnen lezen, verduidelijken de Heilige Qur’ān en de Ahādīth dat twee zaken essentieel zijn voor het islamitische geloof: respect voor de Profeet Mohammed ﷺ en een liefdesgraad voor hem die hoger is dan voor wie of wat dan ook.<br>De juiste methode om deze toets uit te voeren is als volgt: personen die normaliter liefde en respect afdwingen — zoals ouders, leraren, spirituele gidsen, kinderen, broers, vertrouwde vrienden, partners, moulvi (moslimgeleerden), ḥuffāẓ (zij die de Heilige Qur’ān uit het hoofd hebben geleerd), mufti’s (juristen), predikanten enzovoort — dienen beoordeeld te worden op hun eerbied voor de Profeet ﷺ. Als zij deze eerbied niet op het hoogste niveau tonen, dan dient u zich van hen te distantiëren.<br>U zult hen uit uw leven moeten verwijderen zoals men een vlieg uit een glas melk verwijdert. Ontwijk hen. Hecht geen waarde aan uw relatie of vriendschap met hen. Welke positie zij ook hebben verworven door dienstbaarheid en loyaliteit aan de Profeet ﷺ — indien zij oneerbiedig zijn geworden, verliezen zij die positie. Laat u niet misleiden door religieuze mantels of tulbanden.<br>Zijn er immers geen joden die mantels en tulbanden dragen? Wat moeten wij doen met uiterlijke verschijning, grote namen en lange titels, als deze niet gepaard gaan met eerbied voor de Profeet ﷺ? Zijn er geen christelijke priesters en filosofen met onmetelijke kennis over Schone Kunsten en andere onderwerpen?</p>



<p>Als zij blijk geven van oneerbiedigheid jegens de Profeet ﷺ en u toch vriendschap met hen onderhoudt — zonder dat er serieuze afschuw in u opkomt — dan zult u op de proef worden gesteld. En klaarblijkelijk: u zult niet slagen.<br>De Qur’ān en de Ahādīth hebben helder uiteengezet wat de essentiële vereisten zijn van het islamitische geloof. Beslis voor uzelf hoe ver u zich van deze gedragslijnen hebt verwijderd.<br>O moslims! Zal er iemand onder u zijn die de Profeet ﷺ het meest liefheeft in zijn hart, en toch respect toont voor mensen die hem niet eerbiedigen — zelfs als zij uw spirituele gids, leraar of vader zijn? Zal iemand die de Profeet ﷺ werkelijk liefheeft niet beginnen met het ontwijken van zulke mensen, zelfs als zij uw vriend, broer of zoon zijn?<br>In Allāh Ta’ālā naam: heb medelijden met uzelf. Luister naar de Woorden van Allāh Ta’ālā. Zie hoe Hij u oproept tot Zijn onbegrensde Barmhartigheid.</p>



<p>Allāh Ta’ālā openbaart</p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">لَا تَجِدُ قَوْمًا يُؤْمِنُونَ بِاللَّهِ وَالْيَوْمِ الْآخِرِ يُوَادُّونَ مَنْ حَادَّ اللَّهَ وَرَسُولَهُ وَلَوْ كَانُوا آبَاءهُمْ أَوْ أَبْنَاءهُمْ أَوْ إِخْوَانَهُمْ أَوْ عَشِيرَتَهُمْ أُوْلَئِكَ كَتَبَ فِي قُلُوبِهِمُ الْإِيمَانَ وَأَيَّدَهُم بِرُوحٍ مِّنْهُ وَيُدْخِلُهُمْ جَنَّاتٍ تَجْرِي مِن تَحْتِهَا الْأَنْهَارُ خَالِدِينَ فِيهَا رَضِيَ اللَّهُ عَنْهُمْ وَرَضُوا عَنْهُ أُوْلَئِكَ حِزْبُ اللَّهِ أَلَا إِنَّ حِزْبَ اللَّهِ هُمُ الْمُفْلِحُونَ</p>



<p>“Niet zult gij bevinden dat lieden, die geloven in Allāh en de Laatste Dag, genegenheid hebben voor wie zich verzetten tegen Allāh en Zijn Boodschapper, ook al waren het hun vaders of hun zoons of hun broeders of hun stamgenoten. Diegenen, in hun harten heeft Allāh het geloof geschreven en Hij heeft hen versterkt met de geest van Hem, en Hij zal hen doen binnengaan in Tuinen, onder welke rivieren stromen, eeuwig levend daarin. Allāh heeft welgevallen aan hen en zij zijn welgevallen aan Hem. Diegenen zijn de partij van Allāh. Is het niet zo, dat de partijen van Allāh welvarender zijn?” <em>Surah al-Mujādilah (de vrouw die zich verdedigt), H58, vers 22</em></p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-e9745b63a1365099ab828a32b6db73d0"><strong>Oneerbiedigheid aan degene die de Profeet niet respecteren</strong><strong><a></a><a></a><a></a></strong><strong><a></a><a></a></strong><strong></strong></h5>



<p>Uitleg: Uit vers 58:22 blijkt dat een moslim geen respect behoort te tonen aan iemand die geen ontzag heeft voor Allāh Ta’ālā en Zijn Profeet Mohammed ﷺ. Hieruit kan worden afgeleid dat wie bewust goede relaties onderhoudt met zulke mensen, niet als een ware moslim beschouwd kan worden.<br>Om de algemene en definitieve toepassing van dit goddelijke Gebod te benadrukken, worden in het vers expliciet de woorden “vader”, “zoon”, “broer” en “verwanten” genoemd.<br>Kortom: wie dit Gebod niet opvolgt en dezelfde houding van oneerbiedigheid jegens Allāh Ta’ālā en Zijn Profeet ﷺ tolereert — en desondanks in zijn hart dezelfde positie blijft toekennen aan zulke personen — stelt zijn geloof ernstig ter discussie.<br>Het zou al voldoende zijn geweest indien Allāh Ta’ālā de moslims had verboden om contact te onderhouden met deze mensen. Toch heeft Hij, uit Zijn oneindige Barmhartigheid, u uitgenodigd tot Zijn genade en u rechten verleend op de volgende voordelen <a href="#_ftn3" id="_ftnref3">[3]</a>:</p>



<ol class="wp-block-list">
<li>Allāh Ta’ālā schrijft op uw hart de islamitische Imān. Dit wil zeggen, dat uw naam uiteindelijk zal voorkomen op een memorandum van Allāh Ta’ālā gewijde belofte voor verlossing, omdat wat Allāh Ta’ālā ook schrijft nooit uitgewist wordt. Met andere woorden, u zult uw laatste adem met Imān uitblazen.</li>



<li>Allāh Ta’ālā zal u helpen met Zijn geesteskracht.</li>



<li>Hij zal u naar de beloofde Tuinen leiden waar rivieren stromen.</li>



<li>U zult behoren tot Allāh Ta’ālā ’s gezelschap en u zult de ware geliefde van Allāh Ta’ālā zijn.</li>



<li>U zult krijgen wat u verlangt en u zult veel meer tijd krijgen dan u zich kunt voorstellen.</li>



<li>Bovendien zal Allāh Ta’ālā met u tevreden zijn.</li>



<li>Hij openbaart: “Ik zal zeer tevreden zijn met u en u zult bijzonder tevreden zijn met Mij.”</li>
</ol>



<p>Voor een mens bestaat er geen grotere zegen dan dat Allāh Ta’ālā tevreden met hem is. Maar de hoogste weldaad is wanneer gezegd kan worden: “Allāh Ta’ālā is zeer tevreden met hen, en zij zijn zeer tevreden met Allāh Ta’ālā.”</p>



<p>O moslims! Spreek de waarheid in naam van Allāh Ta’ālā.<br>Stel dat iemand miljoenen levens had en hij zou elk daarvan opofferen om deze rijke en bijzondere zegens te verkrijgen — zelfs dan zou u al deze voordelen ontvangen, geheel kosteloos. Ik kan dit onder ede verklaren, want het is de waarheid.<br>Onder deze omstandigheden is het van groot belang om geen eerbied of liefde te koesteren voor respectloze relaties — zoals Jan, Piet en Klaas — die geen eer tonen aan Allāh Ta’ālā en Zijn Profeet Mohammed ﷺ. Op dit punt heeft Allāh Ta’ālā talloze beloningen beloofd, en Zijn belofte is zonder twijfel waar. Het is gebruikelijk in de Heilige Qur’ān dat gelovigen goede tijdingen van zegens ontvangen, terwijl ongelovigen worden gewaarschuwd met de zweep van kastijding. Dit gebeurt opdat ook de minder moedige mensen — bij wie de overtuigingskracht van beloning niet voldoende werkt — uit angst voor bestraffing het Rechte Pad zullen volgen. Hieronder treft u een vers aan betreffende kastijding.</p>



<p>Allāh Ta’ālā openbaart:</p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">يَا أَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُواْ لاَ تَتَّخِذُواْ آبَاءكُمْ وَإِخْوَانَكُمْ أَوْلِيَاء إَنِ اسْتَحَبُّواْ الْكُفْرَ عَلَى الإِيمَانِ وَمَن يَتَوَلَّهُم مِّنكُمْ فَأُوْلَـئِكَ هُمُ الظَّالِمُونَ</p>



<p>“O gij, die gelooft, neemt niet tot uw vaders en uw broeders tot verbondenen, indien zij het ongeloof hoger schatten dan het geloof. En wie uwer zich afwenden, dat zijn de onrechtdoeners.” <em>Surah al-Tawbah (berouw), H9, vers 23</em></p>



<p><strong>En Allāh Ta’ālā &nbsp;openbaart verder:</strong></p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">يٰأَيُّهَا ٱلَّذِينَ آمَنُواْ لاَ تَتَّخِذُواْ عَدُوِّي وَعَدُوَّكُمْ أَوْلِيَآءَ تُلْقُونَ إِلَيْهِمْ بِٱلْمَوَدَّةِ وَقَدْ كَفَرُواْ بِمَا جَآءَكُمْ مِّنَ ٱلْحَقِّ يُخْرِجُونَ ٱلرَّسُولَ وَإِيَّاكُمْ أَن تُؤْمِنُواْ بِٱللَّهِ رَبِّكُمْ إِن كُنتُمْ خَرَجْتُمْ جِهَاداً فِي سَبِيلِي وَٱبْتِغَآءَ مَرْضَاتِي تُسِرُّونَ إِلَيْهِمْ بِٱلْمَوَدَّةِ وَأَنَاْ أَعْلَمُ بِمَآ أَخْفَيْتُمْ وَمَآ أَعْلَنتُمْ وَمَن يَفْعَلْهُ مِنكُمْ فَقَدْ ضَلَّ سَوَآءَ ٱلسَّبِيلِ</p>



<p>“O gij die gelooft, neemt Mijn vijanden en uw vijanden niet tot vrienden! Biedt gij hun vriendschap aan, hoewel zij de Waarheid die tot u is gekomen hebben verworpen en de boodschapper en uzelf verdrijven, omdat gij in Allāh uw Heer gelooft? Indien gij optreedt om voor Mijn zaak te strijden en Mijn welbehagen te zoeken, zoudt gij hun dan in het geheim vriendschap betuigen? En Ik weet het beste wat gij verbergt en wat gij openbaar maakt. En wie van u zo handelt, is zeker van de rechte weg afgedwaald.” <em>Surah </em><em>al-Mumtahanah (de vrouw die verhoord zal worden), H60, vers 1</em></p>



<p><strong>en Allāh Ta’ālā openbaart ook:</strong></p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">لَن تَنفَعَكُمْ أَرْحَامُكُمْ وَلاَ أَوْلاَدُكُمْ يَوْمَ ٱلْقِيَامَةِ يَفْصِلُ بَيْنَكُمْ وَٱللَّهُ بِمَا تَعْمَلُونَ بَصِيرٌ</p>



<p>“Noch uw familiebanden noch uw kinderen zullen u op de Dag der Opstanding iets baten. Hij zal over u beslissen. En Allāh ziet alles wat gij doet.” <em>Surah al-Mumtahanah (de vrouw die verhoord zal worden), H60, vers 3<br><br></em><strong>Allāh Ta’ālā &nbsp;openbaart:</strong></p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">&nbsp; …………………وَمَن يَتَوَلَّهُم مِّنكُمْ فَإِنَّهُ مِنْهُمْ إِنَّ اللّهَ لاَ يَهْدِي الْقَوْمَ الظَّالِمِينَ</p>



<p>“……. en degenen onder u die met hen vriendschap zal onderhouden behoort tot hun groep. Ongetwijfeld, Allāh geeft aan degenen die met hen contacten onderhouden geen Leiding.” <em>Surah al-Mā’idah (de Tafel), H</em><em>5, vers 51</em></p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-8a49c0e1bb8e91df25ab8c56b6fecc48"><strong>Distantieert u zich van de vijanden van de Profeet </strong><strong>ﷺ</strong><strong> &nbsp;</strong><strong><a></a><a></a><a></a></strong><strong><a></a><a></a></strong><strong></strong></h5>



<p>Uitleg: In de voorgaande verzen worden respectloze en schaamteloze mensen beschreven als zij die het slechte pad volgen. De laatstgenoemde verzen laten geen ruimte voor twijfel: wie vriendschap onderhoudt met zulke mensen, behoort tot hun groepering en wordt daarmee eveneens als ongelovige beschouwd.<br>Zij zullen met hetzelfde touw worden vastgebonden als de ongelovigen. Denk niet dat u hen in het geheim kunt ontmoeten, want Allāh Ta’ālā is Alwetend en kent al uw geheimen.<br>In het volgende vers wordt verwezen naar het touw waarmee de ongelovigen — zij die geen liefde en eerbied tonen voor de Profeet Mohammed ﷺ — zullen worden vastgebonden. Moge Allāh Ta’ālā ons beschermen. Āmīn.</p>



<p><strong>Allāh Ta’ālā &nbsp;openbaart verder:</strong></p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">وَالَّذِينَ يُؤْذُونَ رَسُولَ اللّهِ لَهُمْ عَذَابٌ أَلِيمٌ</p>



<p>“Maar degenen die de Profeet van Allāh ongehoorzaam is, voor hen heeft Allāh een zware straf weggelegd.” <em>Surah al-Mā’idah (de Tafel), H</em><em>5, vers 61</em></p>



<p><strong>En, Allāh Ta’ālā openbaart verder:</strong></p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">&nbsp;إِنَّ ٱلَّذِينَ يُؤْذُونَ ٱللَّهَ وَرَسُولَهُ لَعَنَهُمُ ٱللَّهُ فِي ٱلدُّنْيَا وَٱلآخِرَةِ وَأَعَدَّ لَهُمْ عَذَاباً مُّهِيناً</p>



<p>“Zij, die Allāh en Zijn Profeet krenken, hen vervloekt Allāh in het nabije en het latere leven, en Hij heeft voor hen een vernederende bestraffing bereid.” <em>Surah al-Ahzāb (de samenzweerders), H</em><em>33, vers 57</em></p>



<p>Aan de hand van deze verzen worden zeven straffen genoemd voor degene die vriendschappelijke relaties onderhoudt met hen die geen ontzag en liefde tonen voor Allāh Ta’ālā en Zijn Profeet ﷺ.</p>



<ol class="wp-block-list">
<li>Hij is een bruut.</li>



<li>Hij is afgedwaald van het Rechte Pad.</li>



<li>Hij is een ongelovige.</li>



<li>Een zeer pijnlijke straf is hem voorbestemd.</li>



<li>Hij zal onverbiddelijk lijden in het Hiernamaals.</li>



<li>Hij is onder vervloeking van Allāh Ta’ālā in zowel deze wereld als de volgende.</li>



<li>Hij is een vijand van Allāh Ta’ālā.</li>
</ol>



<p>Moge Allāh Ta’ālā ons beschermen!</p>



<p>O moslims! Herinnert u zich dat u behoort tot de natie van de Heilige Profeet Mohammed ﷺ — hij die de leider is van de gehele mensheid. Handel rechtvaardig en beoordeel zelf: zijn de volgende zeven zegens niet beter voor u, indien u afstand neemt van hen die het slechte pad volgen?</p>



<ol class="wp-block-list">
<li>De Imān&nbsp;van de Islam zal verstevigen in uw hart.</li>



<li>Allāh Ta’ālā zal uw Helper worden.</li>



<li>Het Paradijs zal uw permanente residentie worden.</li>



<li>U wordt een liefhebber van Allāh Ta’ālā.</li>



<li>U krijgt alles wat u ook maar verlangt.</li>



<li>Allāh Ta’ālā zal zeer tevreden zijn met u.</li>



<li>U zult zeer tevreden zijn met Allāh Ta’ālā.</li>
</ol>



<p>Of kiest u liever voor de onderstaande zeven straffen die zijn voorbestemd voor de ongelovigen? En zult u deze beledigers van Allāh Ta’ālā en de Heilige Profeet Mohammed ﷺ blijven steunen en aanhouden in uw nabijheid?</p>



<ol class="wp-block-list">
<li>U wordt een bruut.</li>



<li>U zult afdwalen van het Rechte Pad.</li>



<li>U wordt een ongelovige.</li>



<li>U zult naar de Hel worden verbannen.</li>



<li>U zult lijden onder belediging en vernedering in het Hiernamaals.</li>



<li>U zult tot de degenen behoren die Allāh Ta’ālā’ s toren over zich uitroepen.</li>



<li>U zult leven onder de vloek van Allāh Ta’ālā in beide werelden.</li>
</ol>



<p>O Allāh Ta’ālā! Wie zou durven beweren dat de zeven straffen beter zijn? En wie zou zeggen dat de zeven zegens minder waard zijn? Echter, broeders: louter woorden en ijdel gepraat zullen hier niet baten. Deze tijd op aarde is een tijd van beproeving. U hebt zojuist het vers uit de Heilige Qur’ān gelezen en begrepen: “Kan men zich voorstellen, dat zij met rust zullen worden gelaten, omdat zij zeggen gelovig te zijn en dus niet zullen worden beproefd met onheil?”</p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-90010bb317e06421f70346205dd4d8df"><strong>Inderdaad is het de tijd van beproeving</strong></h5>



<p><em>Imān en Islam gebaseerd op de liefde en eerbied van de Heilige Profeet Mohammed </em>ﷺ</p>



<p>De Almachtige Allāh wil u beproeven. Hij openbaart dat uw bloedverwanten en vrienden u op de Dag des Oordeels niet kunnen en zullen helpen. Met wie wilt u, nadat u zichzelf aan Allāh Ta’ālā heeft verbonden, vriendschap sluiten? Allāh Ta’ālā is Alwetend: Hij kent uw daden, luistert naar uw woorden en weet wat zich in uw gedachten afspeelt. Gedraag u niet achteloos omwille van anderen. Verspil uw Hiernamaals niet voor wereldse gunsten. Wees niet hardnekkig in zaken die betrekking hebben op Allāh Ta’ālā en Zijn Profeet Mohammed ﷺ. Hij waarschuwt u voor Zijn bestraffing — en niemand kan daaraan ontkomen. Allāh Ta’ālā nodigt u uit tot Zijn Barmhartigheid. Niemand kan een succesvol leven leiden zonder Zijn genade. Alle andere dwalingen zijn slechts misdaden die u de Angst en Straf van Allāh Ta’ālā onthullen. Maar u zult uw geloof (Īmān) niet verliezen. Na de bestraffing voor de begane zonden zal, door de Barmhartigheid van Allāh Ta’ālā of door de bemiddeling van de Heilige Profeet ﷺ, een einde komen aan de bestraffing.</p>



<p>Echter, alles hangt af van het eerbetoon en de liefde voor de Profeet Mohammed ﷺ. Liefde en eerbied voor de Profeet ﷺ vormen de grondbeginselen van Īmān.<br>U hebt de verzen uit de Heilige Qur’ān gelezen waarin wordt verduidelijkt dat degenen die tekortschieten in het liefhebben en respecteren van de Profeet ﷺ, zowel in deze wereld als in het Hiernamaals door Allāh Ta’ālā vervloekt zullen worden. Als u uw Īmān verliest, zult u worden bestraft — voor eens en altijd, zonder einde. Zij die respectloos zijn tegenover de Profeet ﷺ zullen hun straf ondergaan in het Hiernamaals, en er zal niemand zijn die u kan redden.<br>Zelfs als zij komen, wat zouden zij kunnen doen? Beslis voor uzelf of u uw leven wilt riskeren door gestraft te worden door Allāh Ta’ālā, enkel omdat u relaties blijft onderhouden met mensen die de Profeet ﷺ niet respecteren en liefhebben.<br>In de naam van Allāh Ta’ālā: vergeet alle minderwaardige overwegingen en persoonlijke belangen. Denk aan het moment waarop u voor Allāh Ta’ālā zult staan — en aan de Statigheid en Nobelheid die Hij heeft geschonken aan Zijn Profeet ﷺ: Īmān en Islām, die zijn gegrondvest op liefde en respect voor de Profeet ﷺ.</p>



<p>Beslis voor uzelf: Kunt u werkelijk iemand liefhebben die beweert dat de diepzinnigheid van Satans kennis bewezen kan worden aan de hand van de Qur’ān, terwijl hij stelt dat er in de Qur’ān geen bewijs te vinden is voor de intelligentie en geleerdheid van de Profeet Mohammed ﷺ? Heeft deze respectloze persoon de Heilige Profeet ﷺ daarmee niet beledigd?</p>



<p>Heeft deze persoon niet respectloos beargumenteerd dat de kennis van Satan groter zou zijn dan die van de Profeet Mohammed ﷺ?<br>O moslims! Zeg tegen zulke respectloze en vulgaire mensen: “Jij bent met jouw kennis gelijkwaardig aan Satan.” Observeer of deze persoon zich beledigd voelt, nu hij weet dat zijn kennis als gelijkwaardig aan die van Satan wordt beschouwd.<br>Als het karakteriseren van iemands kennis als gelijk aan die van Satan als beledigend wordt ervaren, is het dan geen belediging van de Profeet ﷺ om te beweren dat zijn kennis minderwaardig is aan die van Satan? En als deze respectloze persoon zegt zich niet te kunnen verenigen met uw uitspraak — dat hij vergeleken wordt met Satan — verlaat hem dan.</p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-f9b789e7942f317ed8c0ea2ed3d78a4d"><strong>Satan heeft meer kennis dan de Profeet</strong> ﷺ</h5>



<h6 class="wp-block-heading">Dit is het standpunt van een kāfir</h6>



<p>Als u deze bewering van de kāfir als testcase wilt gebruiken, ga dan naar de rechtbank en zeg tegen de rechter: “De Satan heeft meer kennis dan u.”<br>De zaak zal onmiddellijk kristalhelder worden, want dit is een rechtstreekse belediging. Vertel mij: is het beledigen van de Profeet Mohammed ﷺ geen daad van godslastering? Ja, dat is het onverkort.<br>Iemand die beweert dat de kennis van Satan uit de Qur’ān blijkt en dat deze groter is dan die van de Profeet ﷺ, handelt onmiskenbaar als een ongelovige.<br>Bovendien beweert deze respectloze persoon dat het beschouwen van de Profeet als hooggeleerd en hoogbegaafd zou neerkomen op het gelijkstellen van de Profeet aan Allāh Ta’ālā. Deze persoon zal moeten verklaren welk Īmān hij bezit, want hij lijkt Satan te respecteren als deelgenoot van Allāh Ta’ālā.<br>Als men beweert dat “A” op specifieke gronden een deelgenoot is van Allāh Ta’ālā, dan volgt logisch dat “B” — op dezelfde gronden — ook als deelgenoot wordt beschouwd. Maar het is een fundamenteel geloofsfeit dat Allāh Ta’ālā de absolute Eenheid is en dat Hij geen deelgenoten heeft.<br>Als iemand beweert dat de Profeet Mohammed ﷺ deelgenoot zou worden van Allāh Ta’ālā vanwege zijn diepe kennis, dan impliceert men dat deze eigenschap exclusief aan Allāh Ta’ālā toebehoort. Hoe komt het dan dat deze respectloze persoon dezelfde eigenschap — diepgaande kennis — toeschrijft aan Satan?<br>Het is overduidelijk dat hij Satan als deelgenoot van Allāh Ta’ālā heeft verklaard.<br>O moslims! Is dit geen belediging van Allāh Ta’ālā en Zijn Profeet Mohammed ﷺ?<br>Zeer zeker, dat is het. Het beledigen van Allāh Ta’ālā impliceert het toekennen van deelgenoten aan Hem. En wie is deze vermeende deelgenoot? Iblīs — de vervloekte Iblīs — wordt dan erkend als Zijn deelgenoot. Aan de andere kant: het beledigen van de Boodschapper ﷺ van Allāh Ta’ālā impliceert het verheffen van Iblīs boven de Profeet ﷺ, en het toeschrijven van goddelijke eigenschappen aan Iblīs. Maar als diezelfde eigenschappen aan de Profeet ﷺ worden toegeschreven, zou men hem — volgens deze redenering — als deelgenoot van Allāh Ta’ālā beschouwen. O moslims! Is iemand die Allāh Ta’ālā en Zijn Profeet ﷺ beledigt geen ongelovige? Ja zeker, dat is hij.</p>



<p>Heeft deze respectloze persoon niet beweerd dat kennis van het onzichtbare geen bijzondere eigenschap is van de Profeet Mohammed ﷺ, omdat — volgens hem — dergelijke kennis ook wordt beheerst door willekeurige mensen zoals Jan, Piet of Klaas, en zelfs door geesteszieken en dieren? Heeft hij daarmee geen ongepaste en denigrerende taal gebruikt jegens de Heilige Profeet ﷺ? Kan men werkelijk stellen dat de Profeet Mohammed ﷺ slechts beschikte over dezelfde kennis van het onzichtbare als ieder ander mens of dier?</p>



<h6 class="wp-block-heading has-foreground-color has-text-color has-link-color wp-elements-eb9200da9e5970e5f27c00aa9acdac8c"><strong>De kennis van de Profeet is gelijkwaardig aan die van de dieren</strong><strong><a></a><a></a><a></a></strong><strong><a></a><a></a></strong><strong></strong></h6>



<p>O moslim! O lid van de gemeenschap van de Profeet Mohammed ﷺ! Ik leg een eed op uw religie en Īmān en vraag u: bestaat er nog steeds geen twijfel bij u dat het gebruik van ongepaste taal goddeloos is en een directe belediging vormt?<br>Moge Allāh Ta’ālā ons vergeven. Heeft het respect voor de Profeet Mohammed ﷺ geen plaats meer in uw hart, dat u geen afkeer toont van zulke grievende taal — taal die de persoonlijkheid van de Profeet beledigt? Als u nog steeds niet overtuigd bent, ga dan naar deze respectloze mensen en spreek hen aan over zichzelf, hun leraren en hun spirituele gidsen.<br>Zeg tegen hen: “Luister, u beschikt slechts over de kennis van een varken; uw leraren bezitten de kennis van een hond; uw spirituele gidsen hebben slechts de kennis van een ezel.” Kortom: hun kennis is gelijkwaardig aan die van een uil, een ezel, een hond of een varken.<br>Observeer of zij deze karakterisering accepteren. Zij zullen het als een belediging ervaren — en mogelijk zullen zij u verwijten dat u zulke respectloze taal tegen hen hebt gebruikt. Als zij deze woorden als belediging beschouwen, hoe kan het dan geaccepteerd worden dat zij soortgelijke beledigingen richten aan onze Profeet Mohammed ﷺ? Moge Allāh Ta’ālā mij vergeven.<br>Is de waardigheid van de Profeet Mohammed ﷺ minder dan — of zelfs gelijk aan — die van deze mensen? Is dit wat u Īmān noemt?<br>Grote Genade! Een respectloze persoon beweert dat iedereen wel iets weet van het geheim van een ander, en dat de mens om die reden gekenmerkt moet worden als bezitter van kennis over het onzichtbare. Maar is het toekennen van ʿIlm al-Ghayb aan ieder willekeurig mens niet een ernstige miskenning van de unieke positie van de Profeet ﷺ?</p>



<p>Met het oog op dit argument, waarbij Jan het initiatief neemt om alle mensen bijeen te roepen die beweren kennis te hebben van het onzichtbare, rijst de volgende vraag: Wordt kennis van het onzichtbare beschouwd als een bijzondere eigenschap van de Profeet Mohammed ﷺ?</p>



<p>Wanneer wordt beweerd dat iedere gelovige — en zelfs iedere ongelovige — afzonderlijk beschikt over deze eigenschap, hoe kan deze dan nog worden beschouwd als een bijzondere eigenschap van het profeetschap? En indien deze veronderstelling niet wordt gedaan, dan is het noodzakelijk om het onderscheid te verklaren tussen een Profeet ﷺ en een gewoon mens.</p>



<p>Hier is een man die het verschil niet kent tussen de Profeten van Allāh Ta’ālā en dieren of geesteszieken, en die ongepaste taal gebruikt jegens de Geliefde Boodschapper van Allāh Ta’ālā. Heeft hij door op deze wijze te spreken niet openlijk de Woorden van Allāh Ta’ālā verworpen en weerlegd?</p>



<p><strong>Allāh Ta’ālā openbaart:</strong></p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">وَأَنزَلَ اللّهُ عَلَيْكَ الْكِتَابَ وَالْحِكْمَةَ وَعَلَّمَكَ مَا لَمْ تَكُنْ تَعْلَمُ وَكَانَ فَضْلُ اللّهِ عَلَيْكَ عَظِيمًا</p>



<p>“En, Allāh heeft op U neergezonden het Schrift en de Wijsheid en heeft u onderwezen wat gij niet wist. En Allāh Ta’ālā’ s genade jegens u is ontzaglijk.” <em>Surah <strong>an-Nisā’</strong> (de vrouwen), H</em><em>4, vers 113</em></p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">وَإِنَّهُ لَذُو عِلْمٍ لِّمَا عَلَّمْنَاهُ وَلَـكِنَّ أَكْثَرَ النَّاسِ لاَ يَعْلَمُونَ</p>



<p>“En hij [profeet Jakoep] was welbekend met wat Wij hem onderwezen hadden, maar de meeste der mensen weten niet.” <em>Surah Yusuf<strong>, </strong>H</em><em>12, vers 68</em></p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">فَأَوْجَسَ مِنْهُمْ خِيفَةً قَالُوا لَا تَخَفْ وَبَشَّرُوهُ بِغُلَامٍ عَلِيمٍ</p>



<p>“Engelen hebben aan Ibrahim de boodschap gebracht over een nog te geboren geleerde [profeet Ishāq].“ <em>Surah az-Zāriyāt (de wind die verspreid), H51, vers 28</em></p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">وَعَلَّمْنَاهُ مِن لَّدُنَّا عِلْمًا</p>



<p>“En, aan wie [profeet Khizr] Wij kennis van Ons hadden onderwezen.” <em>Surah al-Kahf (de grot), H18, vers 65</em></p>



<h6 class="wp-block-heading"><strong>De kennis van de Profeet </strong><strong>ﷺ</strong><strong> is de gelijke van Jan, Piet of Klaas</strong></h6>



<p>Er zijn vele verzen in de Heilige Qur’ān die aangeven dat Allāh Ta’ālā kennis heeft geschonken aan Zijn Profeten, waardoor hun wijsheid is toegenomen. Deze bijzondere kennis is niet gegeven aan gewone mensen. Stel nu dat men de naam “Jan” vervangt door “Allāh Ta’ālā” en “absolute kennis” door “kennis van het onzichtbare”. Het spreekt voor zich dat eenvoudige kennis door ieder dier kan worden beheerst. Bekijk nu hoe de verklaring van deze respectloze persoon de Woorden van Allāh Ta’ālā verwerpt. Met andere woorden: deze persoon heeft een positie ingenomen tegen Allāh Ta’ālā en beweert dat de Profeet Mohammed ﷺ en de andere Profeten — in het licht van Allāh Ta’ālā — slechts bezitters zijn van kennis die ook door gewone mensen wordt gedragen. Maar wat voor soort kennis bezitten zij dan? Is het kennis die slechts gedeeltelijk is, over een specifiek onderwerp?<br>Dan is het niets bijzonders, want zulke kennis kan ook worden toegeschreven aan Jan, Piet, Klaas, geesteszieken en dieren. Onder deze omstandigheden, als Allāh Ta’ālā iedereen een “knappe kop” zou noemen, rijst de vraag waarom Hij kennis dan als een kwalitatieve eigenschap van Zijn Profeten benoemt. Een eigenschap die niet te onderscheiden is van die van een gelovige of een gewoon mens, kan niet worden beschouwd als een unieke eigenschap van het profeetschap. En als dit vermoeden niet bestaat, dan is het noodzakelijk om het verschil tussen een Profeet en een gewoon mens te verklaren. In het geval dat het om volmaakte kennis gaat — kennis die geen enkele lering of wetenschap uitsluit — dan is de verwerping van deze persoon feitelijk en intellectueel weerlegd. Daarmee is dit onderwerp afgesloten.</p>



<h6 class="wp-block-heading"><strong>Er is geen verschil tussen de Profeet </strong><strong>ﷺ</strong><strong> en dieren </strong><strong><a></a><a></a><a></a></strong><strong><a></a><a></a></strong><strong></strong></h6>



<p>Het is dus bewezen dat alle verzen van Allāh Ta’ālā de onlogische argumenten van respectloze mensen verwerpen. O moslims! U hebt gelezen dat deze vulgaire personen niet alleen beledigende taal hebben gebruikt jegens de Profeet Mohammed ﷺ, maar ook de Woorden van Allāh Ta’ālā hebben verworpen.<br>Het is niet verbazingwekkend dat iemand die de Woorden van Allāh Ta’ālā verwerpt, vervalst, negeert en onder zijn voeten vertrapt, de kennis van het onzichtbare die aan de Profeet ﷺ is geschonken, vergelijkt met de kennis van geesteszieken en dieren. Deze persoon heeft zijn ogen gesloten voor Īmān, Islām en menselijkheid, en beweert dat er geen verschil bestaat tussen een Profeet en een dier. Vraag hem: geldt zijn beledigende uitspraak over de Profeet ﷺ ook voor zijn eigen leraren, kameraden en spirituele gidsen? Zo niet, waarom niet? En indien wel, wat is dan de rechtvaardiging? Vraag deze respectloze persoon wanneer hij ons toestaat een eenvoudige vraag te stellen. Over het algemeen worden mensen zoals u aangesproken als geleerden, religieuze leiders en spirituele gidsen. Dieren zoals honden en varkens worden echter niet met deze titels aangeduid. Mensen tonen u waardering, kussen uw handen en voeten, maar behandelen dieren zoals uilen en ezels niet op dezelfde manier. Wat is hiervan de reden? U bezit geen volmaakte kennis over alles, en kennis in beperkte mate is niets bijzonders. Volgens uw eigen uitspraak beschikken zelfs uilen, honden en varkens over aanmerkelijke kennis.<br>Op basis daarvan zouden deze dieren ook als geleerden, religieuze leiders en spirituele gidsen kunnen worden beschouwd. Als u veronderstelt dat dieren niet als geleerden kunnen worden aangeduid, rijst de vraag waarom kennis dan als een van uw bijzondere prestaties wordt beschouwd. Volgens uw eigen redenering is de mens niets bijzonders, omdat dieren zoals ezels, honden en varkens ook kennis bezitten. Waarom zou kennis dan op aarde worden beschouwd als een unieke menselijke prestatie? In het licht van uw eigen verklaring is het essentieel dat u het verschil verklaart tussen uzelf en een ezel, een hond en een varken. Daarmee is dit discussiepunt afgesloten.</p>



<p>O moslims! Indien u bovenstaande vragen stelt aan deze brutale mensen, zult u merken welke grove en respectloze woorden zij hebben gebruikt jegens de Profeet Mohammed ﷺ. Bovendien hebben zij vele verzen uit de Heilige Qur’ān verworpen.</p>



<p><strong>Allāh Ta’ālā &nbsp;openbaart:</strong></p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">وَلَقَدْ ذَرَأْنَا لِجَهَنَّمَ كَثِيراً مِّنَ الْجِنِّ وَالإِنسِ لَهُمْ قُلُوبٌ لاَّ يَفْقَهُونَ بِهَا وَلَهُمْ أَعْيُنٌ لاَّ يُبْصِرُونَ بِهَا وَلَهُمْ آذَانٌ لاَّ يَسْمَعُونَ بِهَا أُوْلَـئِكَ كَالأَنْعَامِ بَلْ هُمْ أَضَلُّ أُوْلَـئِكَ هُمُ الْغَافِلُونَ</p>



<p>“En voor Jahannam hebben Wij geschapen velen van de djinn en de mensen welke harten hebben, waarmede zij niet verstandig denken, en welke ogen hebben, waarmede zij niet zien, en welke oren hebben, waarmede zij niet horen. Diegenen zijn als de kuddedieren, neen, zij dwalen nog erger. Diegenen, dat zijn de onachtzamen.” <em>Surah al-A’rāf (de stadsmuur), H</em><em>7, vers 179</em></p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">&nbsp;فَهَلْ يَنظُرُونَ إِلَّا سُنَّتَ الْأَوَّلِينَ &nbsp;</p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">عَاقِبَةُ الَّذِينَ مِن قَبْلِهِمْ وَكَانُوا أَشَدَّ مِنْهُمْ قُوَّةً وَمَا كَانَ اللَّهُ لِيُعْجِزَهُ مِن شَيْءٍ فِي السَّمَاوَاتِ وَلَا فِي الْأَرْضِ</p>



<p>“Kijk eens, degenen die hun verlangen als hun ‘god’ hebben gemaakt. Zult u de verantwoordelijkheid van deze mensen op u nemen? Of hebt u het vermoeden dat velen uit hen horen en verstandig zijn? Neen, neen, zij zijn kuddedieren, maar veel erger nog zij zijn gedwaald.” <em>Surah al-Fātir (de Schepper), H35, verzen 43 en 44</em></p>



<h6 class="wp-block-heading"><strong>Kennis van de tegenstanders van de Profeet </strong><strong>ﷺ</strong><strong> is gelijkwaardig aan die van de dieren</strong></h6>



<p>Deze respectloze mensen erkennen dat de kennis van de Profeet Mohammed ﷺ gelijkwaardig zou zijn aan die van viervoetige dieren. Vraag hen nu of hun eigen kennis gelijkwaardig is aan die van de Profeet ﷺ. Zij zullen niet direct “ja” zeggen — want als zij dat doen, verklaren zij zichzelf als gelijkwaardig aan viervoetige dieren. Zij zijn immers mensen, en zullen zich diep schamen voor deze vergelijking. Vraag hen ook naar hun leraren, religieuze leiders en spirituele gidsen: Is er ooit iemand geweest met meer kennis dan anderen, of zijn zij allen gelijkwaardig in kennis? Uiteindelijk zullen zij toegeven dat hun leraren grotere kennis bezitten dan zijzelf. De conclusie — op basis van hun eigen redenering — is dan dat hun leraren gelijkwaardig zijn aan viervoetige dieren, en dat zijzelf nog minder begaafd zijn. Dit is precies waarom zij leerlingen zijn geworden. Volgens de algebraïsche regel: Indien een persoon minder is dan “A”, en “A” en “B” zijn gelijkwaardig, dan is die persoon ook minder dan “B”. Aldus zijn deze respectloze mensen — in het licht van hun eigen verklaringen — verder verwijderd van waardigheid dan viervoetige dieren. Zij behoren tot de categorie mensen die worden beschreven in het volgende vers:</p>



<p><strong>Allāh Ta’ālā &nbsp;openbaart:</strong></p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">فَأَذَاقَهُمُ اللَّهُ الْخِزْيَ فِي الْحَيَاةِ الدُّنْيَا وَلَعَذَابُ الْآخِرَةِ أَكْبَرُ لَوْ كَانُوا يَعْلَمُونَ</p>



<p>“Toen deed Allāh hen smaken de vernedering in het nabije leven; maar de bestraffing van het latere is waarlijk groter, indien zij het slechts wisten.” <em>Surah az-Zumar (de groepen), H</em><em>39, vers 26</em></p>



<h6 class="wp-block-heading"><strong>Allāh Ta’ālā kan leugens vertellen</strong></h6>



<p>O moslims! Ik heb uitvoerig gediscussieerd over de verklaringen van de kāfir betreffende de ongepaste taal die zij gebruiken jegens de Profeten — en in het bijzonder tegen de laatste Profeet Mohammed ﷺ. Maar nog ernstiger zijn hun geschreven uitspraken, waarin zij een opzettelijke aanval hebben gedaan om Allāh Ta’ālā te vernederen. Deze respectloze mensen beweren dat er een mogelijkheid bestaat dat Allāh Ta’ālā — bij toeval — ooit een leugen zou hebben verteld. Dit impliceert dat zij geloven dat Allāh Ta’ālā een leugenaar is, dat Hij leugens heeft geuit en blijft openbaren. Sommigen binnen de islamitische gemeenschap stellen dat deze mensen de verzen van de Qur’ān slechts verkeerd hebben geïnterpreteerd, en daarom niet als ongelovigen mogen worden beschouwd. Maar dit is een ernstige vergissing. Degenen die beweren dat er geen strenge rechtspraak op hen van toepassing zal zijn, handelen onrechtvaardig. Deze kwestie is niet nieuw: ook de geleerden uit het verleden verschilden van mening over dergelijke uitspraken.</p>



<p>Degenen die beweren dat deze respectloze uitspraken slechts kleine meningsverschillen zijn — vergelijkbaar met de verschillen tussen Hanafi- en Shāfiʿī-denkscholen over het vouwen van de handen onder of boven de navel — redeneren onjuist. Het benoemen van Allāh Ta’ālā als waarheidsgetrouw of als leugenaar is een veel ernstiger zaak dan rituele verschillen binnen de fiqh.<br>Kortom: iemand die Allāh Ta’ālā uitmaakt voor leugenaar, kan niet worden beschouwd als een gedwaalde of een zondaar. Deze respectloze mensen hebben openlijk beweerd dat Allāh Ta’ālā — bij toeval — een leugen heeft geopenbaard.</p>



<p>Ik, Alāhazrat, zeg het volgende: Hoe kan iemand nog als moslim worden beschouwd nadat hij een anti-islamitische verklaring heeft verkondigd?<br>En hoe kan iemand die zulke respectloze mensen als moslims erkent, zelf nog moslim blijven? O moslims! In de naam van Allāh Ta’ālā, vertel mij in alle rechtvaardigheid: wat is Īmān?<br>Īmān is het getuigen dat Allāh Ta’ālā Groot en Waarheidsgetrouw is. De tegenstelling van waarheid is leugen. Wie beweert dat Allāh Ta’ālā leugens heeft geopenbaard, vernietigt daarmee het islamitische geloof. Als het geloof ongeschonden zou blijven nadat men een leugen aan Allāh Ta’ālā toeschrijft — wie weet dan nog waar Īmān werkelijk voor staat? Waarom noemen wij astrologen, Hindoes, Christenen en Joden ongelovigen? Omdat zij hun goden als leugenachtig beschouwen en de Woorden van Allāh Ta’ālā niet als waarheid accepteren — omdat zij Hem niet kennen. U zult geen ongelovige vinden die Allāh Ta’ālā erkent als de ware Allāh, Zijn Woorden als goddelijke openbaring aanvaardt, en Hem toch openlijk een leugenaar noemt. Kortom: geen rechtvaardig mens kan twijfelen aan het feit dat deze respectloze mensen zware beledigingen en ongepaste taal hebben gebruikt jegens Allāh Ta’ālā en Zijn Profeet ﷺ. Dit is het moment waarop Allāh Ta’ālā ons beproeft. Vrees Allāh Ta’ālā, de Almachtige, en handel in het licht van de bovengenoemde Qur’ān-verzen.<br>Uw ware Īmān zal uw hart vervullen met afkeer jegens deze respectloze mensen.<br>Uw geloof zal u niet toestaan partij te kiezen tegen Allāh Ta’ālā en Zijn geliefde Profeet ﷺ. U zult hen niet volgen, maar hen ontwijken. Handel rechtvaardig in de naam van Allāh Ta’ālā! Als iemand uw moeder, vader, leraar of spirituele gids uitscheldt — zult u hem dan verdedigen met verzonnen en onnozele argumenten? Als u als mens enige waardigheid bezit en genegenheid koestert voor uw ouders, zult u deze respectloze mensen ontwijken — zelfs hun schaduw.<br>U zult hen beschouwen als vijanden, en niemand zal hen proberen te beschermen. Zet nu uw moeder en vader in de ene schaal, en uw Īmān in Allāh Ta’ālā en Zijn Profeet ﷺ in de andere schaal van de weegschaal. Als u een moslim bent, zult u de eer van Allāh Ta’ālā en Zijn Profeet ﷺ hoger achten dan de genegenheid voor uw ouders. U zult uw liefde voor uw ouders als gering beschouwen in vergelijking met uw liefde voor Allāh Ta’ālā en Zijn Profeet ﷺ.<br>Het is dus uw plicht — zelfs duizendmaal uw plicht — om deze respectloze mensen te ontwijken, ver uit hun buurt te blijven, en hen uw afkeuring te tonen.<br>Zelfs duizendmaal meer dan wanneer iemand uw ouders zou krenken.<br>Zo zult u behoren tot degenen aan wie Allāh Ta’ālā de zeven zegens heeft beloofd.<br>O moslims! Uw nederige sympathisant hoopt dat de verzen van de Heilige Qur’ān van onze enige en Almachtige Allāh Ta’ālā voldoende zijn, zodat verdere verklaringen en argumenten overbodig worden. Uw Īmān zal u dwingen deze respectloze mensen tegen te spreken — zoals Allāh Ta’ālā heeft gesproken over de natie van de Profeet Ibrāhīm (ʿalayhis salām) — met de bedoeling u een ethische les te leren.</p>



<p><strong>Allāh Ta’ālā &nbsp;openbaart:</strong></p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">&nbsp;قَدْ كَانَتْ لَكُمْ أُسْوَةٌ حَسَنَةٌ فِيۤ إِبْرَاهِيمَ وَٱلَّذِينَ مَعَهُ إِذْ قَالُواْ لِقَوْمِهِمْ إِنَّا بُرَءآؤُاْ مِّنْكُمْ وَمِمَّا تَعْبُدُونَ مِن دُونِ ٱللَّهِ كَفَرْنَا بِكُمْ وَبَدَا بَيْنَنَا وَبَيْنَكُمُ ٱلْعَدَاوَةُ وَٱلْبَغْضَآءُ أَبَداً حَتَّىٰ تُؤْمِنُواْ بِٱللَّهِ وَحْدَهُ إِلاَّ قَوْلَ إِبْرَاهِيمَ لأَبِيهِ لأَسْتَغْفِرَنَّ لَكَ وَمَآ أَمْلِكُ لَكَ مِنَ ٱللَّهِ مِن شَيْءٍ رَّبَّنَا عَلَيْكَ تَوَكَّلْنَا وَإِلَيْكَ أَنَبْنَا وَإِلَيْكَ ٱلْمَصِيرُ</p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">رَبَّنَا لاَ تَجْعَلْنَا فِتْنَةً لِّلَّذِينَ كَفَرُواْ وَٱغْفِرْ لَنَا رَبَّنَآ إِنَّكَ أَنتَ ٱلْعَزِيزُ ٱلْحَكِيمُ</p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">لَقَدْ كَانَ لَكُمْ فِيهِمْ أُسْوَةٌ حَسَنَةٌ لِّمَن كَانَ يَرْجُو ٱللَّهَ وَٱلْيَوْمَ ٱلآخِرَ وَمَن يَتَوَلَّ فَإِنَّ ٱللَّهَ هُوَ ٱلْغَنِيُّ ٱلْحَمِيدُ</p>



<p>“Er was toch voor u lieden een schoon voorbeeld in Ibrahim en hen, die met hem waren. Toen zij zeiden tot hun volk: ‘wij zijn los van u lieden en wat gij dient buiten Allāh; wij zijn ongelovig aan u lieden, en tussen ons en u is er vijandschap en haat voortdurend’, zolang gij niet gelooft in Allāh alleen. Er was waarlijk voor u in hen een schoon voorbeeld, voor wie degenen die in Allāh &nbsp;en de Laatste Dag geloven. Maar zo een zich afwendt welnu dan is Allāh geen belang bij, de Lofwaardige.” <em>Surah al-Mumtahanah (de beproeving), H60, verzen 4-6</em></p>



<p>Allāh Ta’ālā openbaart dat Zijn Profeet Ibrāhīm Khalīlullāh (ʿalayhis salām) en zijn metgezellen hun banden met hun volk verbraken omwille van Allāh Ta’ālā. Zij werden vijanden van hun eigen natie en toonden hun afkeuring — uit zuivere toewijding aan de Waarheid. Zo zult ook u moeten handelen tegenover deze respectloze mensen. U zult hen moeten zeggen dat u uw relatie met hen verbreekt. Houd daarbij in gedachten dat Allāh Ta’ālā volkomen onafhankelijk is.<br>Zoals deze respectloze mensen vijanden zijn geworden van Allāh Ta’ālā, zo zult ook u hun vijand worden. Uw goede of slechte daden hebben geen invloed op de positie van Allāh Ta’ālā. Er zijn vele vijanden van de Waarheid — en als u het Rechte Pad niet volgt, zult u hun bondgenoot worden. Allāh Ta’ālā heeft u dit alles geopenbaard in uw eigen belang, want Hij is Zelf onafhankelijk van alles wat bestaat. Zijn Eigenschappen zijn de hoogste en de meest volmaakte in hun eigen recht.</p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-6bba4768caf13857a988b38be43f7a6a"><strong>De Geboden in de Heilige Qur’ān</strong></h5>



<p>Wanneer Allāh Ta’ālā iemand wil helpen, schenkt Hij hem de moed om goede daden te verrichten. Niettemin zien wij hier twee groepen mensen die om vergeving vragen, terwijl zij weigeren deze goddelijke geboden na te leven.</p>



<h6 class="wp-block-heading"><strong>De eerste groep</strong><em></em></h6>



<p><em>Gelijkenis met een ezel die boeken draagt</em></p>



<p>Argeloze en onontwikkelde mensen geven doorgaans twee soorten excuses.<br>Het eerste excuus is dat zij hun verantwoordelijkheid afschuiven op hun leraar, vriend of een ander persoon. Maar u hebt het antwoord van Allāh Ta’ālā reeds gelezen in de Heilige Qur’ān: Zelfs uw vader mag geen overweging zijn indien u op de Dag des Oordeels de straf van Allāh Ta’ālā wilt ontlopen. Het tweede excuus is dat deze respectloze mensen religieuze leiders zouden zijn, en dat niemand hen mag bestempelen als ongelovigen of slechte mensen.<br>Het antwoord hierop luidt als volgt:</p>



<p><strong>Allāh Ta’ālā openbaart:</strong></p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">أَفَرَأَيْتَ مَنِ اتَّخَذَ إِلَهَهُ هَوَاهُ وَأَضَلَّهُ اللَّهُ عَلَى عِلْمٍ وَخَتَمَ عَلَى سَمْعِهِ وَقَلْبِهِ وَجَعَلَ عَلَى بَصَرِهِ غِشَاوَةً فَمَن يَهْدِيهِ مِن بَعْدِ اللَّهِ أَفَلَا تَذَكَّرُونَ</p>



<p>“Zie dan eens, Wie zijn eigen lust tot zijn god maakt, en wie Allāh doet dwalen in volle kennis daarvan, en wiens oor en hart Hij verzegeld heeft en op wiens blik Hij een sluitdoek heeft gelegd, wie zal zo een, na Allāh, nog kunnen recht leiden?” <em>Surahal-Jāthiyah (het knielen), H</em><em>45, vers 23</em></p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">مَثَلُ الَّذِينَ حُمِّلُوا التَّوْرَاةَ ثُمَّ لَمْ يَحْمِلُوهَا كَمَثَلِ الْحِمَارِ يَحْمِلُ أَسْفَارًا بِئْسَ مَثَلُ الْقَوْمِ الَّذِينَ كَذَّبُوا بِآيَاتِ اللَّهِ وَاللَّهُ لَا يَهْدِي الْقَوْمَ الظَّالِمِينَ</p>



<p>“De gelijkenis van hen, wie de Taurah te dragen is gegeven, en haar daarna niet hebben willen dragen, is als de gelijkenis van de ezel, die boeken draagt. Kwaad is de gelijkenis der lieden, die de tekenen Allāh voor leugen verklaren. En Allāh leidt niet recht de onrecht doende lieden.” <em>Surah al-Jumu’ah (het vrijdaggebed), H62, vers 5</em></p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">وَاتْلُ عَلَيْهِمْ نَبَأَ الَّذِيَ آتَيْنَاهُ آيَاتِنَا فَانسَلَخَ مِنْهَا فَأَتْبَعَهُ الشَّيْطَانُ فَكَانَ مِنَ الْغَاوِينَ</p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">وَلَوْ شِئْنَا لَرَفَعْنَاهُ بِهَا وَلَـكِنَّهُ أَخْلَدَ إِلَى الأَرْضِ وَاتَّبَعَ هَوَاهُ فَمَثَلُهُ كَمَثَلِ الْكَلْبِ إِن تَحْمِلْ عَلَيْهِ يَلْهَثْ أَوْ تَتْرُكْهُ يَلْهَث ذَّلِكَ مَثَلُ الْقَوْمِ الَّذِينَ كَذَّبُواْ بِآيَاتِنَا فَاقْصُصِ الْقَصَصَ لَعَلَّهُمْ يَتَفَكَّرُونَ</p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">سَاء مَثَلاً الْقَوْمُ الَّذِينَ كَذَّبُواْ بِآيَاتِنَا وَأَنفُسَهُمْ كَانُواْ يَظْلِمُونَ</p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">مَن يَهْدِ اللّهُ فَهُوَ الْمُهْتَدِي وَمَن يُضْلِلْ فَأُوْلَـئِكَ هُمُ الْخَاسِرُونَ</p>



<p>“Vertel aan hen hun eigen verklaring waarover Wij onze tekenen gegeven hadden en die zich toen daaraan onttrok, waarop de Satan hem vervolgde, zodat hij werd tot een der gedwaalde.</p>



<p>En zo Wij gewild hadden, zouden Wij hem verhoogd hebben daardoor, maar hij neigde naar de aarde en volgde zijn lust. Zijn gelijkenis is als die van een hond, die zijn tong laat hangen, om het even of men hem wegjaagt of wel met rust laat; dat is de gelijkenis van de lieden, die Onze tekenen voor leugen verklaren. Houd hun dus de vertelling voor, opdat zij wellicht tot nadenken komen. Slecht is de gelijkenis der lieden, die Onze tekenen voor leugen verklaren en zichzelf onrecht doen. Wie Allāh leidt, die is het recht geleide, maar wie Hij doet dwalen, diegenen zijn de verliezers.” <em>Surah al-A’rāf (de verheven plaatsen), H7, verzen 175-178</em></p>



<h6 class="wp-block-heading"><strong>Kennis kan geen leiding garanderen</strong></h6>



<p>Dit impliceert dat leidinggeven niet afhankelijk is van kennis, maar voortkomt uit de kracht en wil van Allāh Ta’ālā. De betreffende verzen uit de Heilige Qur’ān veroordelen geleerden die zijn afgeweken van het rechte pad. Er zijn bovendien andere verzen en Ahādīth van de Profeet ﷺ die spreken over deze dwalende geleerden. Het onderwerp is zo ernstig dat — volgens een Hadith— de engelen van de hel deze respectloze geleerden als eersten zullen grijpen, nog vóór de afgodendienaren. Deze zogenaamde geleerden zullen protesteren: “Waarom worden wij eerst gegrepen, en niet de afgodendienaren?”<br>Het antwoord van Allāh Ta’ālā zal zijn: “Degenen die weten en zij die niet weten zijn niet gelijk.” <em>Surah al-Zumar, H39, vers 9</em></p>



<p>Broeders! Wij respecteren de geleerden, omdat wij hen beschouwen als opvolgers van de Profeet Mohammed ﷺ. De trouwe en wettige opvolger van de Profeet ﷺ is degene die het Rechte Pad volgt. Een respectloze persoon die het verkeerde pad bewandelt, is eerder een volgeling van de Satan dan van de Profeet ﷺ. Het respecteren van een waarheidsgetrouwe geleerde betekent het eerbiedigen van de Profeet ﷺ. Het respecteren van een respectloze geleerde is gelijk aan het respecteren van de Satan. Iemand die zelf niet op het Rechte Pad loopt, kan een ander niet op dat pad brengen. De geleerden van de ongelovigen kunnen niet worden erkend als leiders van de moslimgemeenschap. Een geleerde die ongepaste taal gebruikt jegens de Profeet Mohammed ﷺ is een ongelovige.<br>Hij verdient geen respect van de moslimgemeenschap.<br>O mijn broeders! Kennis is waardevol wanneer zij de Īmān versterkt. Anderzijds zijn hindoeïstische en christelijke geleerden binnen hun eigen gemeenschappen ook eminente denkers. Iblīs was een respectabele geleerde — hij stond bekend als leraar van de engelen, wat betekent dat hij kennis aan hen verschafte. Toch eerbiedigt geen enkele moslim hem. Hij werd vervloekt. <a href="#_ftn5" id="_ftnref5"><sup>[5]</sup></a> en afgewezen toen hij weigerde te knielen voor het Licht van de Profeet Mohammed ﷺ , dat scheen op het voorhoofd van Hazrat Adam (alayhis salām).</p>



<p>Sindsdien hebben de vooraanstaande leerlingen zich van hem afgekeerd. Zij vervloeken hem. Ieder jaar wordt Iblīs gedurende de maand Ramadān in ketenen gelegd. Op de Dag des Oordeels zullen zij hem in de hel werpen. Hieruit begrijpen wij dat kennis en status tekortschieten om iemand te redden die de Profeet ﷺ vernedert. <br>Broeders! Het is overduidelijk dat een moslim diep respect moet tonen voor Allāh Ta’ālā en Zijn Profeet ﷺ. De regel is dat een moslim niemand — geen broer, vriend of enig ander — meer mag liefhebben of respecteren dan Allāh Ta’ālā en Zijn Profeet ﷺ. Moge Allāh Ta’ālā ons leiden en helpen om trouwe moslims te worden, door Zijn Barmhartigheid en door de Lof van Zijn geliefde Profeet ﷺ. Āmīn.</p>



<h6 class="wp-block-heading"><strong>De tweede groep</strong><em></em></h6>



<p><em>Geen Verlossing door Tauhid alleen</em></p>



<p>De vijanden van uw Īmān, die niet handelen conform de regels van het geloof, proberen te ontsnappen aan het etiket “ongelovige” door de Islam, de Qur’ān, Allāh Ta’ālā, de Profeten en onze Īmān belachelijk te maken. Zij vertellen sprookjes in de geest van Iblīs, zodat mensen gaan geloven dat er geen noodzaak bestaat om te handelen naar de essentiële waarden van het geloof.<br>Zij willen dat de Islam wordt gereduceerd tot een papegaaiachtige uiting van de Kalimah. Een mens hoeft volgens hen slechts de Kalimah te reciteren — en het zou er niet toe doen of hij daarna Allāh Ta’ālā een leugenaar noemt of vernederende taal gebruikt jegens de Profeet Mohammed ﷺ. Toch blijft hij beweren dat hij een moslim is.</p>



<p><strong>Allāh Ta’ālā openbaart:</strong></p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">بَل لَّعَنَهُمُ اللَّه بِكُفْرِهِمْ فَقَلِيلاً مَّا يُؤْمِنُونَ</p>



<p>“Neen, gevloekt heeft Allāh hen wegens hun ongeloof, zodat hun geloof gering was.” <em>Surah al-Baqarāh (de koe), H</em><em>2, vers 88</em></p>



<p>Moslims! De antagonisten — vijanden van de Islam — verkondigen satanische en bedrieglijke argumenten met de duivelse intentie om mensen te misleiden en het Īmān in de Enige en Almachtige Allāh Ta’ālā te verzwakken. Hun eerste bedrieglijke argument betreft hun uitlating over de Kalimah. In de Hadith lezen wij de overlevering: “Hij die zegt: ‘Er is geen god dan Allāh Ta’ālā’, zal het Paradijs binnengaan.” Zij beweren dat men niemand als ongelovige mag bestempelen op basis van zijn daden en woorden, zolang hij de Kalimah uitspreekt.<br>O moslims! Wees waakzaam. De essentie van dit bedrieglijke argument is dat het louter uitspreken van “Er is geen god dan Allāh Ta’ālā” iemand de status zou verlenen van — bij wijze van spreken — een zoon van Allāh Ta’ālā. Als de zoon van Ādam (ʿalayhis salām) u beledigt, u met een schoen slaat of u op andere wijze krenkt, dan blijft hij desondanks de zoon van Ādam.<br>Evenzo, zo redeneren zij, blijft iemand binnen de cirkel van de Islam, zelfs als hij Allāh Ta’ālā een leugenaar noemt en beledigende taal gebruikt jegens de Profeet Mohammed ﷺ. Het antwoord op dit misleidende betoog is reeds geopenbaard in de Heilige Qur’ān, in Surah al-ʿAnkabūt (29:2): “Denken de mensen dat zij met rust gelaten worden omdat zij zeggen: ‘Wij geloven’, en dat zij niet beproefd zullen worden?” Als de Islam slechts zou bestaan uit het uitspreken van de Kalimah, waarom verklaart de Heilige Qur’ān dan dat trotse en zelfzuchtige mensen slecht zijn?</p>



<p><strong>Allāh Ta’ālā &nbsp;openbaart</strong></p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">قَالَتِ الْأَعْرَابُ آمَنَّا قُل لَّمْ تُؤْمِنُوا وَلَكِن</p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">قُولُوا أَسْلَمْنَا وَلَمَّا يَدْخُلِ الْإِيمَانُ فِي قُلُوبِكُمْ</p>



<p>“De analfabeten zeggen: wij geloven. Zeg: Gij gelooft niet, maar zegt: wij hebben Overgave gedaan; doch het geloof is nog niet binnengegaan in uw harten.” <em>Surah al-Hujarāt (de binnenkamers), H49, vers 14</em></p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">إِذَا جَاءكَ الْمُنَافِقُونَ قَالُوا نَشْهَدُ إِنَّكَ لَرَسُولُ اللَّهِ وَاللَّهُ يَعْلَمُ إِنَّكَ لَرَسُولُهُ وَاللَّهُ يَشْهَدُ إِنَّ الْمُنَافِقِينَ لَكَاذِبُونَ</p>



<p>“Wanneer de huichelaars tot u komen, zeggen zij: wij getuigen, dat gij waarlijk de Boodschapper Allāh zijt. Maar Allāh weet wel, dat gij zijn Boodschapper zijt, en Allāh getuigt, dat de huichelaars leugenaars zijn.” <em>Surah al-Munāfiqun (de huichelaar) H63, vers 1</em></p>



<p>Het is zeker vermeldenswaard dat het herhaaldelijk afleggen van eden en het reciteren van de Kalimah geen waarde heeft bewezen voor de hypocrieten.<br>Allāh Ta’ālā heeft hen in de Heilige Qur’ān als leugenaars bestempeld. In het licht van deze verzen is het helder en duidelijk dat het uitspreken van de Kalimah op zichzelf niet betekent dat men werkelijk moslim is geworden. In principe moet iemand die de Kalimah uitspreekt als moslim worden erkend — totdat hij iets zegt of doet dat indruist tegen de Islam. Zodra hij een anti-islamitische handeling verricht, verliest het uitspreken van de Kalimah zijn betekenis voor hem.</p>



<p><strong>Allāh Ta’ālā &nbsp;openbaart:</strong></p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">يَحْلِفُونَ بِاللّهِ مَا قَالُواْ وَلَقَدْ قَالُواْ كَلِمَةَ الْكُفْرِ وَكَفَرُواْ بَعْدَ إِسْلاَمِهِمْ وَهَمُّواْ بِمَا لَمْ يَنَالُو…….</p>



<p>“Zij zweren bij Allāh, dat zij het niets gezegd hebben<a href="#_ftn6" id="_ftnref6"><sup>[6]</sup></a>, terwijl zij toch het woord van het ongeloof gesproken hadden en zijn zij nadat zij een gelovige waren, ongelovig geworden.” <em>Surah at-Tawbah (berouw), H9, vers 74</em></p>



<p>Ibn Jarīr, al-Ṭabrānī, Abū Shaykh en Ibn Mardawayh hebben een Hadith overgeleverd via ʿAbdullāh ibn ʿAbbās (radi Allāhu ʿanhum). Hij vertelt dat op een dag de Profeet Mohammed ﷺ in de schaduw van een boom zat en zei: “Er zal spoedig iemand komen die met de ogen van Satan zal opkijken naar mijn metgezellen.”<br>De Profeet ﷺ adviseerde zijn metgezellen om niet met deze persoon te spreken zodra hij arriveerde. Niet veel later passeerde een man de Profeet ﷺ, wiens ogen leken op die van een kat.<br>De Profeet ﷺ riep hem en vroeg waarom hij en zijn vrienden minachtende taal hadden gebruikt jegens de Profeet ﷺ. De man vertrok en keerde terug met zijn vrienden. Zij zwoeren allen dat zij geen ongepaste taal hadden gebruikt jegens de Profeet ﷺ. Op dat moment openbaarde Allāh Ta’ālā een vers waarin Hij verklaarde dat zij brutaal waren geweest tegenover de Profeet ﷺ, ondanks hun eden op Allāh Ta’ālā. Deze openbaring maakt duidelijk dat zij — vanwege hun beledigende taal jegens de geliefde Profeet ﷺ — tot de ongelovigen zijn gaan behoren. Wij moeten hieruit opmaken dat Allāh Ta’ālā zelf bevestigt: Een enkel ongepast woord tegen Zijn Profeet ﷺ kan iemand brengen tot het laagste niveau van ongeloof. Zelfs als zo iemand duizenden keren beweert moslim te zijn of de Kalimah miljoenen keren heeft uitgesproken, blijft hij — in het licht van deze openbaring — een ongelovige.</p>



<p><strong>Allāh Ta’ālā &nbsp;openbaart:</strong></p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">وَلَئِن سَأَلْتَهُمْ لَيَقُولُنَّ إِنَّمَا كُنَّا نَخُوضُ وَنَلْعَبُ قُلْ أَبِاللّهِ وَآيَاتِهِ وَرَسُولِهِ كُنتُمْ تَسْتَهْزِئُونَ</p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">لاَ تَعْتَذِرُواْ قَدْ كَفَرْتُم بَعْدَ إِيمَانِكُمْ …….…</p>



<p>“En indien gij hen vraagt, zullen zij zeggen: wij waren slechts in besprekingen verdiept en schertsten. Zeg: Waart gij dan aan het spotten met Allāh Ta’ālā en Zijn tekenen en Zijn Boodschapper? Doe niet zogenaamd, jullie zijn al ongelovigen geworden, nadat jullie gelovigen waren.” <em>Surah at-Tawbah(berouw), H9 verzen 65 en 66</em></p>



<p>Ibn Abī Shaybah, Ibn Jarīr, Ibn al-Mundhir, Ibn Abī Ḥātim en Abū Shaykh (raḥimahum Allāh) rapporteren een hadīth die zij hebben vernomen van Imām Mujāhid — een geliefde leerling van Sayyidunā ʿAbdullāh ibn ʿAbbās (radi Allāhu ʿanhumā). Deze hadīth luidt als volgt: “Een man raakte een kameel kwijt. Iedereen zocht naar die kameel. De Profeet Mohammed ﷺ vertelde in welk bos en op welke plek in dat bos de kameel zich bevond.”<br>Hierop reageerde een hypocriet met de opmerking dat de Profeet ﷺ onmogelijk kon weten waar de kameel was, omdat hij — volgens hem — geen kennis had van het onzichtbare (ʿIlm al-Ghayb). In deze kwestie openbaarde Allāh Ta’ālā een vers (Qur’ān 9:65), waarin Hij vroeg: “Maakten jullie dan grappen met Allāh, Zijn tekenen en Zijn Boodschapper?”<br>Het vers verklaart verder dat zij geen excuus kunnen aanvoeren, en dat zij — vanwege hun kwaadsprekerij — ongelovigen zijn geworden, nadat zij eerst moslims waren. <a href="#_ftn7" id="_ftnref7">[7]</a>.</p>



<p>O moslims! Onthoud dat deze man door Allāh Ta’ālā werd gestraft omdat hij beweerde dat de Profeet Mohammed ﷺ geen kennis had van het onzichtbare (ʿIlm al-Ghayb). Zijn recitatie van de Kalimah was voor hem niet langer van toepassing.<br>Allāh Ta’ālā heeft duidelijk verklaard dat hij geen excuses mag aanvoeren, omdat hij zichzelf heeft verlaagd tot de ongelovigen — ondanks dat hij eerder de Islam had aangenomen. Mensen moeten hieruit lering trekken: men mag niet zeggen of denken dat de Heilige Profeet Mohammed ﷺ geen kennis heeft van het onzichtbare. Het is vermeldenswaard dat deze uitspraak in oorsprong afkomstig is van een hypocriet. Allāh Ta’ālā heeft hem en zijn hypocriete volgelingen gebrandmerkt als mensen die spotten met Allāh Ta’ālā, de Heilige Qur’ān en de Profeet ﷺ. Allāh Ta’ālā classificeert hen als ongelovigen en afvalligen (murtaddīn). Dit is terecht, want kennis van het onzichtbare is een goddelijk privilege dat behoort tot de eigenschappen van het profeetschap. Dit onderwerp is uitvoerig behandeld door prominente islamitische geleerden zoals Imām al-Ghazālī, Imām Aḥmad al-Qasṭallānī, Mullā ʿAlī al-Qārī en ʿAllāmah Muḥammad al-Zurqānī (raḥimahum Allāh).<br>Ik heb — in naam van Allāh Ta’ālā — de noodzakelijke details over ʿIlm al-Ghayb uiteengezet in mijn nieuwsbrieven Rasāʾil-e-ʿIlm al-Ghayb. Stel u de volslagen ellende en verschrikkelijke tegenspoed voor van degene die beweert dat de Profeet ﷺ niets weet van het onzichtbare, terwijl Allāh Ta’ālā hem deze kennis heeft geschonken. Zo iemand denkt dat het voor Allāh Ta’ālā onmogelijk is om kennis van het onzichtbare aan iemand te geven — en dat is een ernstige misvatting. Moge Allāh Ta’ālā ons allen beschermen tegen de misleiding van Satan. Āmīn.</p>



<p>In werkelijkheid is het een vorm van ongeloof wanneer iemand denkt iets te kunnen weten zonder dat Allāh Ta’ālā daarvan op de hoogte is. Het is eveneens een vorm van ongeloof tegenover de consensus van de islamitische geleerden om te beweren dat de kennis van een geschapen individu gelijkwaardig zou zijn aan de volmaakte kennis van Allāh Ta’ālā. De kennis over alles — vanaf de schepping tot aan de Dag des Oordeels — is slechts een fractie van de kennis die Allāh Ta’ālā bezit. Het lijkt op een miljoenste deel, als een druppel water vergeleken met de zeeën. Het is beter te zeggen dat de kennis van de Profeet Mohammed ﷺ zo onmetelijk groot en uitgebreid is, dat de kennis van dit universum slechts een puntje vormt binnen zijn profetische kennis. De details over dit onderwerp zijn uitvoerig besproken in Ad-Dawlat al-Makkiyyah en andere klassieke werken. Laten wij nu terugkeren naar het oorspronkelijke discussieonderwerp.</p>



<p>Het tweede bedrieglijke argument van deze respectloze groep is dat Imām-e-Aʿẓam (raḥimahullāh) zou hebben gezegd: “Wij verklaren niemand tot ongelovige zolang hij bidt met het gezicht in de richting van de Kaʿbah.” Er bestaat inderdaad een hadīth die inhoudt dat degene die met ons bidt, zijn gezicht richt naar de Kaʿbah en vlees eet van dieren die volgens islamitische richtlijnen zijn geslacht, als moslim wordt beschouwd.<br>O moslim! In dit bedrieglijke argument hebben deze mensen het standpunt over het reciteren van de Kalimah als voorwaarde voor Īmān verwisseld met het standpunt dat het richten van het gezicht naar de Kaʿbah voldoende zou zijn.<br>Zij beweren nu dat iemand die bidt in de richting van de Kaʿbah een moslim is — zelfs als hij Allāh Ta’ālā een leugenaar noemt en ongepaste taal gebruikt jegens de Profeet Mohammed ﷺ. In de eerste plaats is het antwoord op dit bedrieglijke argument dat de uiterlijke handeling van het gebed geen garantie biedt voor het innerlijke geloof. De Qur’ān en de Sunnah maken duidelijk dat Īmān niet alleen bestaat uit rituelen, maar uit oprechte overtuiging, respect voor Allāh Ta’ālā en Zijn Boodschapper ﷺ, en het vermijden van godslasterlijke uitspraken.<br>Wie Allāh Ta’ālā een leugenaar noemt of de Profeet ﷺ beledigt, treedt — ongeacht zijn gebedsrichting — buiten de grenzen van de Islam. De consensus van de geleerden bevestigt dat een belediging jegens de Profeet ﷺ een daad van ongeloof is, zelfs als deze persoon uiterlijk islamitische handelingen verricht.<br>Het geloof is een samenhang van uitspraak (qawl), overtuiging (ʿaqīdah) en daad (ʿamal) — en het respect voor de Profeet ﷺ is daar een fundamenteel onderdeel van.</p>



<p><strong>Allāh Ta’ālā openbaart</strong></p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">لَّيْسَ ٱلْبِرَّ أَن تُوَلُّواْ وُجُوهَكُمْ قِبَلَ ٱلْمَشْرِقِ وَٱلْمَغْرِبِ وَلَـٰكِنَّ ٱلْبِرَّ مَنْ آمَنَ بِٱللَّهِ وَٱلْيَوْمِ ٱلآخِرِ وَٱلْمَلاۤئِكَةِ وَٱلْكِتَابِ وَٱلنَّبِيِّينَ وَآتَى ٱلْمَالَ عَلَىٰ حُبِّهِ ذَوِي ٱلْقُرْبَىٰ وَٱلْيَتَامَىٰ وَٱلْمَسَاكِينَ وَٱبْنَ ٱلسَّبِيلِ وَٱلسَّآئِلِينَ وَفِي ٱلرِّقَابِ وَأَقَامَ ٱلصَّلاةَ وَآتَى ٱلزَّكَاةَ وَٱلْمُوفُونَ بِعَهْدِهِمْ إِذَا عَاهَدُواْ وَٱلصَّابِرِينَ فِي ٱلْبَأْسَآءِ وٱلضَّرَّآءِ وَحِينَ ٱلْبَأْسِ أُولَـٰئِكَ ٱلَّذِينَ صَدَقُواْ وَأُولَـٰئِكَ هُمُ ٱلْمُتَّقُونَ</p>



<p>“Het is geen deugd, dat je jouw gezicht naar het Oosten of naar het Westen wendt, maar waarlijke deugd is in hem, die in Allāh, de Laatste Dag, de engelen, het Boek en de profeten gelooft en die van zijn vermogen geeft uit liefde voor Hem aan de verwanten, de wezen, de armen, de reiziger, de bedelaars en voor het vrijkopen van slaven en die het gebed onderhoudt en de Zakaat betaalt; verder in degenen, die hun belofte nakomen, wanneer zij een belofte doen en de geduldigen in armoede, in kwellingen en in oorlogstijd; dezen zijn het, die bewezen hebben, waarachtig te zijn en dezen zijn vromen.” <em>Surah al-Baqarāh (de koe), H</em><em>2, vers 177</em></p>



<p>Alāhazrat (raḥimahullāh) stelt dat het in de Heilige Qur’ān ondubbelzinnig is uiteengezet dat Īmān in werkelijkheid inhoudt: het aanvaarden van álle essentiële voorwaarden van de Islam. Met andere woorden: Īmān beperkt zich niet tot het louter uitspreken van de Kalimah, maar vereist ook het erkennen van de overige fundamentele geloofsartikelen en verplichtingen die door Allāh Ta’ālā zijn vastgesteld.</p>



<p><strong>Allāh Ta’ālā &nbsp;openbaart verder:</strong></p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">وَمَا مَنَعَهُمْ أَن تُقْبَلَ مِنْهُمْ نَفَقَاتُهُمْ إِلاَّ أَنَّهُمْ كَفَرُواْ بِاللّهِ وَبِرَسُولِهِ وَلاَ يَأْتُونَ الصَّلاَةَ إِلاَّ وَهُمْ كُسَالَى وَلاَ يُنفِقُونَ إِلاَّ وَهُمْ كَارِهُونَ</p>



<p>“En niets anders heeft verhinderd, dat hun bijdragen (geld) van hen aangenomen werden, dan dat zij ongelovig waren aan Allāh en Zijn Boodschapper, terwijl zij niet de Salāt vervulden dan in onachtzaamheid, en geen bijdragen (geld) schenken dan met tegenzin.<a href="#_ftn8" id="_ftnref8"><sup>[8]</sup></a> “ <em>Surah at-Tawbah (berouw), H</em><em>9, vers&nbsp; 54</em></p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-c0549effcf911b409c040a632d9eac97"><strong>Zij verrichten het gebed, maar zijn ongelovigen </strong><strong><a></a><a></a><a></a></strong><strong><a></a><a></a></strong><strong></strong></h5>



<p>Hun gebeden worden genoemd — toch blijven zij ongelovigen. Hebben zij hun gebed niet verricht met het gezicht gericht naar de Kaʿbah? Neem er nota van dat zij hun gebeden verrichtten in een gemeente geleid door de meest geliefde, de grootste en laatste Profeet Mohammed ﷺ, met het gezicht in de richting van de Kaʿbah. Ondanks deze uiterlijke handelingen heeft Allāh Ta’ālā hen als ongelovigen bestempeld, vanwege hun innerlijke hypocrisie en beledigende houding jegens de Profeet ﷺ.</p>



<p><strong>Allāh Ta’ālā openbaart:</strong></p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">فَإِن تَابُواْ وَأَقَامُواْ الصَّلاَةَ وَآتَوُاْ الزَّكَاةَ فَإِخْوَانُكُمْ فِي الدِّينِ وَنُفَصِّلُ الآيَاتِ لِقَوْمٍ يَعْلَمُونَ</p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">وَإِن نَّكَثُواْ أَيْمَانَهُم مِّن بَعْدِ عَهْدِهِمْ وَطَعَنُواْ فِي دِينِكُمْ فَقَاتِلُواْ أَئِمَّةَ الْكُفْرِ إِنَّهُمْ لاَ أَيْمَانَ لَهُمْ لَعَلَّهُمْ يَنتَهُونَ</p>



<p>“Doch indien zij zich berouwvol bekeren en de Salāt verrichten en de Zakāt opbrengen, dan zijn zij uw broeders in de godsdienst. En Wij zetten de tekenen duidelijk uiteen voor geleerden, die weten. En indien zij hun beloftes breken, nadat zij bondsplicht hebben aangegaan en uw godsdienst aanvallen, bestrijdt dan de leiders van het ongeloof. Op hun eed kan geen vertrouwen ontstaan, misschien zullen zij hun zonden laten.” <em>Surah at-Tawbah(berouw), H9, verzen 11-12</em></p>



<p>Begrijp goed: zij verrichten gebeden en voldoen — zij het rampzalig — aan de verplichting tot armenbelasting (zakāt). Zij tonen een oppervlakkig geloof, maar worden desondanks door Allāh Ta’ālā bestempeld als hoofden van de ongelovigen en leiders van het ongeloof, omdat zij de Islam aanvallen. Zijn de arrogante woorden van deze respectloze mensen jegens Allāh Ta’ālā en Zijn Profeet Mohammed ﷺ niet gelijk aan een aanval op de Īmān van de Islam zelf?</p>



<p><strong>In dit verband openbaart Allāh Ta’ālā :</strong></p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">مِّنَ الَّذِينَ هَادُواْ يُحَرِّفُونَ الْكَلِمَ عَن مَّوَاضِعِهِ وَيَقُولُونَ سَمِعْنَا وَعَصَيْنَا وَاسْمَعْ غَيْرَ مُسْمَعٍ وَرَاعِنَا لَيًّا بِأَلْسِنَتِهِمْ وَطَعْنًا فِي الدِّينِ وَلَوْ أَنَّهُمْ قَالُواْ سَمِعْنَا وَأَطَعْنَا وَاسْمَعْ وَانظُرْنَا لَكَانَ خَيْرًا لَّهُمْ وَأَقْوَمَ وَلَكِن لَّعَنَهُمُ اللّهُ بِكُفْرِهِمْ فَلاَ يُؤْمِنُونَ إِلاَّ قَلِيلاً</p>



<p>“Onder hen die het Jodendom belijden, zijn er die de bewoordingen verdraaien van haar plaatsen en zeggen: wij hebben gehoord, maar wij zijn ongehoorzaam. En, hoor! Zonder dat het hoorbaar is. En, hoed ons! Hun tongen verdraaiende en de godsdienst verwondende<a href="#_ftn9" id="_ftnref9"><sup>[9]</sup></a>. En zo zij zeiden: wij hebben gehoord en gehoorzaamd. En, hoor en geef ons een kans! Zou dat beter voor hen zijn en juister. Maar Allāh heeft hen vervloekt wegens hun ongeloof, zodat zij niet geloven, tenzij weinig.” <em>Surah an<strong>&#8211;</strong>Nisā’ (de vrouwen), H</em><em>4, vers 46</em></p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-173a66b497e3a85a443a9b0800e0d0ff"><strong>Beledigen van de Profeet is kufr</strong></h5>



<p>Sommige Joden onderbraken de Profeet Mohammed ﷺ herhaaldelijk tijdens zijn toespraken met het dubbelzinnige Arabische woord “<strong>Rāʿinā</strong>.” Allāh Ta’ālā weet dat zij ogenschijnlijk respect wilden tonen, maar in werkelijkheid koesterden zij oneerbiedige bedoelingen jegens de Profeet ﷺ. Het woord “Rāʿinā” heeft meerdere betekenissen: </p>



<ul class="wp-block-list">
<li>In beleefde vorm betekent het: “Luister naar ons.”</li>



<li>En bij verlenging van de middenklinker: “Onze schaapherder.”</li>



<li>In spottende toon: “Luister naar ons, jij die hardhorend bent.”</li>
</ul>



<p>Vanwege deze dubbelzinnigheid heeft Allāh Ta’ālā dit woord als een ernstige poging tot belediging en aanval op de Islam beschouwd. Wees eerlijk: zijn deze drie betekenissen niet beledigend jegens onze Profeet ﷺ — net zoals de uitspraken van respectloze mensen vandaag de dag, die beweren dat de kennis van de Profeet ﷺ minder is dan die van Satan, of vergelijkbaar met die van een dwaas of een dier? Sommigen hebben zelfs gezegd dat Allāh Ta’ālā een leugenaar is, terwijl zij zich voordoen als deugdzame soennitische moslims.<br>Wij zoeken toevlucht bij Allāh Ta’ālā, de Heer der Werelden. Ten tweede is het een ongegronde bewering jegens Imām-e-Aʿẓam (raḥimahullāh), want in zijn werk Fiqh al-Akbar staat duidelijk: “Alle eigenschappen van Allāh Ta’ālā zijn eeuwig; niemand heeft ze bedacht, noch zijn ze toevallig ontstaan. Wie beweert dat deze eigenschappen bedacht zijn, toevallig zijn ontstaan, twijfelt of zich van deze kwestie distantieert, behoort tot de ongelovigen.”</p>



<p>Overtuig uzelf van de helderheid van dit punt: Iedere moslim die fouten toeschrijft aan de Profeet Mohammed ﷺ is geen moslim meer — hij wordt een ongelovige, en zijn echtgenote is niet langer zijn partner. Bidt deze persoon niet met het gezicht in de richting van de Kaʿbah? Reciteert hij de Kalimah niet?<br>Ja, dat doet hij. Maar sinds hij de Profeet ﷺ heeft beledigd, heeft hij alle kansen verloren op acceptatie van zijn gebed richting de Kaʿbah en zijn recitatie van de Kalimah. O Allāh Ta’ālā, wij zoeken bescherming bij U!</p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-cfc5d6260fe815cdaddc7c17a81d2787"><strong>Ka’aba volgelingen concept is ongeldig</strong></h5>



<p>Ten derde: het feit dat iemand bidt “met het gezicht in de richting van de Kaʿbah” geldt — volgens de opinie van de Imams — uitsluitend voor hen die alle essentiële geloofspunten van de Islam aanvaarden. Als een persoon zelfs één essentieel punt verwerpt, dan wordt hij — in het licht van het eensgezinde vonnis van de islamitische geleerden — ongetwijfeld als ongelovige beschouwd.<br>Degenen die zo iemand toch als gelovige bestempelen, zijn zelf ook ongelovig geworden.<br>In Shifāʾ Sharīf, Bazaziyya, Durar, Gorar, Fatāwā Khayriyyah en vele andere klassieke werken staat het volgende geschreven: *“Alle moslims zijn unaniem van mening dat iemand die oneerbiedig is jegens de Profeet Mohammed ﷺ een ongelovige is. Wie twijfelt aan de straf die daarvoor is vastgesteld, of twijfelt aan het feit dat zo iemand een kāfir is geworden, behoort zelf ook tot de ongelovigen.”</p>



<p>Majmūʿa al-Anhur en Durr al-Mukhtār bevatten de volgende uitspraak: <em>“Degene die een ongelovige is geworden als gevolg van het tonen van minachting jegens de Profeet Mohammed ﷺ zal niet vergeven worden. En wie twijfelt aan de straf die daarvoor is vastgesteld, of twijfelt aan het feit dat deze persoon ongelovig is geworden, behoort zelf ook tot de ongelovigen.”</em> Allāh Ta’ālā zij geprezen!<br>Dit is een essentieel aspect van dit onderwerp. De gehele moslimgemeenschap is unaniem van mening dat deze respectloze en brute mensen als ongelovigen moeten worden beschouwd. En hij die hen niet als ongelovigen erkent, wordt zelf als ongelovige aangemerkt.</p>



<p>In de uitleg van Fiqh al-Akbar staat het volgende: “De correcte benadering houdt in dat mensen die met het gezicht in de richting van de Kaʿbah bidden, niet als ongelovigen worden beschouwd, tenzij zij de essentiële vereisten van het geloof (Īmān) weigeren te aanvaarden — bijvoorbeeld door iets wat door Allāh Ta’ālā als verboden (ḥarām) is verklaard, als toegestaan (ḥalāl) te beschouwen.”<br>Het is algemeen bekend dat wanneer onze geleerden zeggen dat mensen die met het gezicht naar de Kaʿbah bidden niet zonder meer als ongelovigen mogen worden bestempeld vanwege bepaalde zonden, zij daarmee niet enkel doelen op de gebedsrichting. Wat zij bedoelen is dat zulke mensen ook de fundamentele voorwaarden van het geloof moeten aanvaarden. Neem bijvoorbeeld de Rāfiḍī-sekte: Deze mensen beweerden ten onrechte dat Jibrāʾīl (ʿalayhis salām) een fout maakte bij het overbrengen van de Openbaring — dat Allāh Ta’ālā de Openbaring eigenlijk had bedoeld voor Sayyidunā ʿAlī (raḍiya Allāhu ʿanhu) in plaats van voor de Profeet Mohammed ﷺ. Sommigen onder hen gingen zelfs zo ver dat zij Sayyidunā ʿAlī (raḍiya Allāhu ʿanhu) als Allāh behandelden. Zulke mensen, ook al bidden zij met het gezicht in de richting van de Kaʿbah, kunnen niet als moslims worden beschouwd. Deze interpretatie sluit aan bij de betekenis van de betreffende hadīth, waarin staat: “Degene die met ons bidt, zijn gezicht richt naar de Kaʿbah en het vlees eet van de dieren die wij slachten, is een moslim.”<br>Deze hadīth duidt op uiterlijke tekenen van het geloof, maar impliceert niet dat deze voldoende zijn zonder de aanvaarding van de essentiële geloofspunten.</p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-3ad698a47cfd852d3804e32b6776c282"><strong>De essentiële vereisten van het geloof</strong></h5>



<p>Dit betekent dat iemand moet geloven in de essentiële vereisten van het islamitisch geloof, en niets mag doen dat indruist tegen de geest van het Īmān.<br>In hetzelfde boek treffen wij de volgende verklaring aan: “Er dient gezegd te worden dat men in gedachten moet houden dat met ‘het gezicht richten naar de Kaʿbah’ bedoeld wordt: die mensen die zich schikken naar alle essentiële vereisten van het geloof. Bijvoorbeeld: het geloven in de schepping van het heelal, de sterfelijkheid van het lichaam, en het feit dat Allāh Ta’ālā beschikt over totale kennis — van het kleinste tot het grootste — evenals andere fundamentele aspecten van het geloof.”<br>Daarentegen: iemand die zijn hele leven wijdt aan het gebed, maar tegelijkertijd gelooft dat het universum eeuwig is, ontkent de komst van de Dag des Oordeels voor de schepping, of beweert dat Allāh Ta’ālā niet alle details van alles weet — zo iemand kan niet worden beschouwd als iemand die werkelijk met het gezicht naar de Kaʿbah bidt. In overeenstemming met de geloofsovertuiging van Ahl al-Sunnah betekent de uitspraak “noem degene die met het gezicht naar de Kaʿbah bidt geen ongelovige” dat hij niet als ongelovige wordt gekenmerkt, tenzij hij duidelijke tekenen of symptomen van ongeloof vertoont — of iets zegt of doet dat daadwerkelijk als ongeloof wordt beschouwd.</p>



<p>De prominente imam Sayyid Abdul Aziz bin Mohammed Bukhārī al-Hanafī schrijft in zijn boek Sharḥ-e-Uṣūl-e-Ḥussāmī over misleid religieus fanatisme: &#8220;Er kan gesteld worden dat wanneer een ongelovige fanatiek is in zijn ongeloof, het voor een moslim noodzakelijk is hem als ongelovige te benoemen. Indien zo iemand deelneemt aan een islamitische kwestie of daartegen bezwaar maakt, zal zijn deelname zonder betekenis zijn.<br>De reden is eenvoudig: Het voorrecht om onschuld te bewijzen op grond van vergissing is uitsluitend voorbehouden aan de islamitische gemeenschap.<a href="#_ftn11" id="_ftnref11"><sup>[11]</sup></a>. Hij mag bidden met zijn gezicht in de richting van de Kaʿbah en zichzelf beschouwen als een moslim —maar hij maakt geen deel uit van de moslimgemeenschap (Ummah), omdat Ummah niet betekent: “iemand die bidt met het gezicht naar de Kaʿbah,” <strong>maar</strong>: “de gemeenschap van gelovigen die de essentiële vereisten van het geloof aanvaarden.” Deze misleide personen zijn — in het licht van hun overtuigingen en daden — ongelovigen. Niettemin zal zo iemand zichzelf op basis van zijn eigen opinie niet willen beschouwen als ongelovige.&#8221;</p>



<p>Ik [Alahazrat] citeer uit Radd al-Muḥtār: ‘Er kan gesteld worden dat het een gedeelde opvatting is onder islamitische geleerden, dat iemand die de elementaire vereisten van de Islam verwerpt, als ongelovige wordt beschouwd — ondanks dat hij bidt met het gezicht naar de Kaʿbah en zijn hele leven heeft gewijd aan het naleven van toegestane handelingen. Dit staat eveneens vermeld in Sharḥ Taḥrīr van Imām Ibn al-Humām.’</p>



<p>In deze werken over islamitisch geloof, wetgeving en rechtsprincipes wordt dit onderwerp op duidelijke en gedetailleerde wijze behandeld.</p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-ae4de5811a6dc3bc8deae0d41ee86746"><strong>Oneerbiedigheid tegenover Allāh Ta’ālā en Zijn Profeet </strong><strong>ﷺ</strong><strong> is erger dan afgoderij </strong><strong><a></a><a></a><a></a></strong><strong><a></a><a></a></strong><strong></strong></h5>



<p><strong>Ten vierde:</strong> dit onderwerp kent zijn eigen heldere logica.<br>Kan iemand die vijf keer per dag bidt met het gezicht in de richting van de Kaʿbah, maar op andere momenten Maha Dev aanbidt, door een verstandig mens ooit als moslim worden beschouwd? De handeling van het aanbidden van Maha Dev, het uitroepen van Allāh Taʿālā als leugenaar, of het beledigen van de Profeet Mohammed ﷺ zijn allen handelingen van ongeloof (kufr). Echter, het vernederen van Allāh Taʿālā en Zijn Profeet ﷺ is zonder twijfel ernstiger dan het aanbidden van Maha Dev. Sommige vormen van ongeloof zijn immers ernstiger dan andere.<br>De reden hiervoor is dat het aanbidden van een afgodsbeeld een symbolische weigering van Allāh Taʿālā inhoudt — maar deze symboliek is niet gelijkwaardig aan een expliciete en bewuste verwerping. Bovendien: sajdah (neerknielen of zich op de grond werpen) voor een idool kan in sommige gevallen worden geïnterpreteerd als een handeling van respect, en niet als aanbidding. Iedere sajdah met de intentie van respect is op zichzelf geen handeling van ongeloof. Bijvoorbeeld: als iemand een sajdah verricht uit eerbied voor zijn leraar of spirituele leider, dan wordt hij als zondaar beschouwd — maar niet als ongelovige. Het aanbidden van beelden is echter een daad van de ongelovigen, en daarom heeft de Sharīʿah hen als kāfir bestempeld.</p>



<p>Integendeel: het kwaad spreken over de Profeet Mohammed ﷺ is op zichzelf een daad van ongeloof (kufr), waarbij geen sprake meer is van islamitisch geloof — met andere woorden: men is reeds ongelovig geworden. Mijn standpunt berust niet op het onderscheid dat de islamitische gemeenschap — bij eenstemmige beslissing — een afgodaanbidder zou kunnen vergeven, maar op het feit dat zelfs duizend grote schriftgeleerden niemand kunnen en willen vergeven die de Profeet ﷺ van de Islam beledigt. Onze vooraanstaande Hanafi-geleerden zijn het hierover eens geworden, waaronder: </p>



<ul class="wp-block-list">
<li>Imām Bazāzī</li>



<li>ʿAllāmah al-Muḥaqqiq Muḥammad bin ʿAlī al-Ḥaṣkafī (auteur van Durr al-Mukhtār)<br>Radi Allāhu ʿanhum ajmaʿīn.</li>



<li>Imām Ibn al-Humām</li>



<li>ʿAllāmah Maulā Khusr (auteur van Durar)</li>



<li>ʿAllāmah Zayn bin Nujaym (auteur van Baḥr al-Rāʾiq en Ishbāh wa al-Naẓāʾir)</li>



<li>ʿAllāmah ʿUmar bin Nujaym (auteur van Nahr al-Fāʾiq)</li>



<li>ʿAllāmah Abū ʿAbdullāh Muḥammad bin ʿAbdullāh al-Ghazālī (auteur van Tanwīr al-Absār)</li>



<li>ʿAllāmah Khayr al-Dīn al-Ramlī (auteur van Fatāwā al-Khayriyyah)</li>



<li>ʿAllāmah Shaykh-Zāda (auteur van Majmūʿa al-Anhur)</li>
</ul>



<p>Het moet goed begrepen worden dat de onmacht om te vergeven beperkt is tot de rechtbank binnen een islamitische heerschappij. Deze rechtbank is verplicht het doodvonnis uit te spreken — zelfs na het aanhoren van een pleidooi voor vergiffenis. Aan de andere kant: wanneer iemand oprecht en hartgrondig vergiffenis zoekt, dan is dat — in principe — acceptabel in de rechtbank van Allāh Taʿālā. Toch bestaat er een ernstig risico: respectloze personen moeten zich ervan bewust zijn dat voor vergiffenis geen garantie kan worden gegeven.<br>De juiste houding bij het verzoeken om vergiffenis is dat het ongeloof (kufr) volledig wordt uitgewist. Men moet zich bekeren tot de Islam en daardoor bevrijd worden van eeuwige bestraffing in de hel. Over deze graad van vereiste bekering bestaat eenstemmigheid onder islamitische geleerden — zie onder andere Radd al-Muḥtār en verwante werken.</p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-195ecd2a16570427b0bc3fc0d4054513"><strong>Een onlogisch argument</strong></h5>



<p>Het derde misleidende argument van deze ongelovige groep is dat de islamitische wet zou stellen dat iemand die 99 uitspraken van ongeloof doet en slechts één islamitische uitspraak aanhangt, niet als ongelovige mag worden bestempeld.</p>



<h6 class="wp-block-heading"><em>Ten eerste</em></h6>



<p>Dit kwetsbare argument is het zwakste en minst overtuigende van allemaal. Als iemand de Azān (oproep tot het gebed) verricht of dagelijks twee Rakʿāt bidt,<br>maar vervolgens de rest van de dag 99 keer afgodsbeelden aanbidt, op signaalhoorns blaast of de kerkklok luidt — kan hij dan volgens deze redenering als moslim worden beschouwd? Zulke mensen bezitten geen Īmān. Zelfs als we het begrip Īmān terzijde zouden leggen, dan nog zou geen enkel verstandig mens hen als moslim erkennen.</p>



<h6 class="wp-block-heading"><em>Ten tweede</em></h6>



<p>In het licht van deze redenering — uitgezonderd de atheïsten, die het bestaan van Allāh Taʿālā ontkennen — zouden alle overige ongelovigen, zoals hindoes, christenen en joden, als moslims moeten worden beschouwd. Zij hebben immers één gemeenschappelijk punt: het geloof in het bestaan van Allāh Taʿālā.<br>Volgens deze opvatting — die sommigen beschouwen als een fundamenteel principe van de Islam — zouden zelfs wijsgerig georiënteerde ongelovigen, zoals de Ārya Samāj of vergelijkbare stromingen, als gelovigen kunnen worden aangemerkt vanwege hun eigen concepten over de Eenheid van Allāh Taʿālā.<br>Joden en christenen zouden dan zelfs als voorname moslims worden beschouwd, omdat zij — naast het geloof in de Eenheid van Allāh Taʿālā — ook geloven in:</p>



<ul class="wp-block-list">
<li>Paradijs en hel<br>Zijn geopenbaarde Geschriften</li>



<li>Duizenden van Zijn Profeten</li>



<li>De Dag des Oordeels</li>



<li>Rekenschap en verantwoording op de Dag der Vergelding</li>



<li>Beloning en straf</li>
</ul>



<p>Veel van deze geloofspunten komen overeen met de Islam.</p>



<h6 class="wp-block-heading"><em>Ten derde</em> <strong><em>Nadwa hervormer</em></strong></h6>



<p>De verzen uit de Heilige Qurʾān die eerder zijn opgesomd, zijn voldoende om dit argument te weerleggen. Deze verzen bewijzen dat — ondanks het uitspreken van de Kalimah of het verrichten van het gebed — deze brutale personen als ongelovigen worden beschouwd.</p>



<p><strong>Allāh Ta’ālā &nbsp;openbaart:</strong></p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">وَكَفَرُواْ بَعْدَ إِسْلاَمِهِمْ وَهَمُّواْ بِمَا لَمْ يَنَالُواْ وَمَا نَقَمُواْ إِلاَّ أَنْ أَغْنَاهُمُ اللّهُ</p>



<p>“En, zij zijn ongelovigen geworden, nadat zij de Islam hadden aanvaard, omdat zij een eigen verklaring hebben opgemaakt.” <em>Surah at-Tawbah(berouw), H</em><em>9, vers 74</em></p>



<p>Op een andere plaats in de Heilige Qurʾān openbaart Allāh Taʿālā: ‘Maak geen excuses; jullie zijn ongelovig geworden nadat jullie het geloof hadden aanvaard.</p>



<p>In overeenstemming met dit onzinnige argument zouden er meer dan 99 uitspraken van ongeloof nodig zijn om iemand als ongelovige te bestempelen —<br>terwijl Allāh Taʿālā hen in de Heilige Qurʾān als ongelovigen heeft verklaard op basis van slechts één woord van ongeloof. Misschien zullen deze brutale mensen beweren dat dit een vergissing is van Allāh Taʿālā, of dat Hij overhaast de grenzen van de Islam heeft vastgesteld. Zij zullen kritiek uiten op het feit dat mensen die met het gezicht naar de Kaʿbah bidden en de Kalimah reciteren uit de Islam zijn verbannen vanwege slechts één uitspraak — en dat zij geen kans hebben gekregen om vergiffenis te vragen. Allāh Taʿālā heeft echter geen aanbidder van de natuur (atheïst), geen docent van de Nadwah, en geen vrijzinnige islamitische hervormer om hun mening gevraagd. Moge de vervloeking van Allāh Taʿālā neerdalen op de respectlozen.</p>



<p><strong>Allāh Ta’ālā &nbsp;openbaart:</strong></p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">ثُمَّ أَنتُمْ هَـؤُلاء تَقْتُلُونَ أَنفُسَكُمْ وَتُخْرِجُونَ فَرِيقاً مِّنكُم مِّن دِيَارِهِمْ تَظَاهَرُونَ عَلَيْهِم بِالإِثْمِ وَالْعُدْوَانِ وَإِن يَأتُوكُمْ أُسَارَى تُفَادُوهُمْ وَهُوَ مُحَرَّمٌ عَلَيْكُمْ إِخْرَاجُهُمْ أَفَتُؤْمِنُونَ بِبَعْضِ الْكِتَابِ وَتَكْفُرُونَ بِبَعْضٍ فَمَا جَزَاء مَن يَفْعَلُ ذَلِكَ مِنكُمْ إِلاَّ خِزْيٌ فِي الْحَيَاةِ الدُّنْيَا وَيَوْمَ الْقِيَامَةِ يُرَدُّونَ إِلَى أَشَدِّ الْعَذَابِ وَمَا اللّهُ بِغَافِلٍ عَمَّا تَعْمَلُونَ</p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">أُولَـئِكَ الَّذِينَ اشْتَرَوُاْ الْحَيَاةَ الدُّنْيَا بِالآَخِرَةِ فَلاَ يُخَفَّفُ عَنْهُمُ الْعَذَابُ وَلاَ هُمْ يُنصَرُونَ</p>



<p>“Gelooft gij dan in een deel van de Schrift en zijt gij ongelovig in een ander deel? Wat dan is de vergelding voor wie dat bedrijven onder u anders dan vernedering in het nabije leven, terwijl zij op de Dag der Opstanding worden teruggezonden tot de hevigste bestraffing? Niet is Allāh achteloos betreffende wat gij bedrijft. Diegenen zijn het, die het nabije leven voor het latere gekocht hebben; dus zal voor hen niet verlicht worden de bestraffing, en niet zullen zij geholpen worden.” <em>Surah al-Baqarāh (de koe), H</em><em>2, verzen 85-86</em></p>



<p>Stel dat er duizend beweringen staan in de Heilige Qurʾān. De islamitische Īmān vereist dat elke bewering volledig wordt aanvaard. Als iemand 999 beweringen accepteert maar één enkele verwerpt, dan stelt de Glorieuze Qurʾān dat hij geen moslim is. Het Qurʾānische gebod luidt dat hij een ongelovige is, omdat hij één uitspraak van Allāh Taʿālā heeft verworpen. Hij zal vernedering ondergaan in deze wereld en eeuwige bestraffing in het Hiernamaals. Dit is het gevolg van het verwerpen van een enkel gebod uit de Qurʾān. Hoe kan iemand dan als moslim worden beschouwd wanneer hij slechts één bewering accepteert en 99 verwerpt van de honderd principes van Īmān? Klaarblijkelijk is dit geen islamitische geloofsbelijdenis. Het Qurʾānische bewijs leidt ons tot de conclusie dat dit overduidelijk een daad van ongeloof (kufr) is.</p>



<h6 class="wp-block-heading"><em>Ten vierde <strong>Aanklacht tegen islamitische geleerden</strong></em></h6>



<p>Deze brutale mensen hebben hun ongegronde klacht luidkeels geuit tegen de islamitische geleerden. De specialisten in islamitische wetgeving hebben nooit een dergelijke uitspraak gedaan. Deze mensen hebben zich gedragen zoals de joden die — volgens de Heilige Qurʾān — de betekenissen van goddelijke verklaringen verdraaiden: “Zij veranderden en interpreteerden de verklaring buiten de kaders.” De rechtsgeleerden hebben niet gezegd dat een man die 99 handelingen van ongeloof verricht en slechts één islamitische handeling uitvoert, van karakter als moslim beschouwd moet worden. O Allāh Taʿālā, wij zoeken bescherming tegen zulk vreselijk onheil!</p>



<p>De waarheid is dat de gehele moslimgemeenschap overeenstemming heeft bereikt over het volgende punt: Wie in zijn weegschaal 99 uitspraken van islamitisch geloof heeft, maar één uitspraak van ongeloof doet, is zonder twijfel een ongelovige. Als je 99 druppels rozenwater mengt met één druppel urine, wordt het hele mengsel onrein. Maar deze brutale mensen beweren het tegenovergestelde: dat als je één druppel rozenwater toevoegt aan 99 druppels urine, het mengsel vroom en rein zou worden. Bespottelijk!<br>Laat de islamitische geleerden even buiten beschouwing — zelfs een verstandige en gewone mens zou zulke dwaze beweringen nooit doen.</p>



<p>Recentelijk hebben specialisten in islamitische wetgeving verklaard dat, indien een moslim een woord gebruikt met honderd mogelijke betekenissen — waarvan 99 verwijzen naar ongeloof en slechts één naar de Islam — het niet redelijk is om hem als ongelovige te bestempelen, tenzij bewezen wordt dat zijn intentie was om een uiting van ongeloof te doen.<br>De logica achter deze benadering betreft de algemene strekking van uitspraken en het principe van ḥusn al-ẓann (het geven van het voordeel van de twijfel).<br>De rechtsgeleerden willen voorkomen dat moslims onterecht tot ongelovige worden verklaard op basis van dubbelzinnige taal. Uiteindelijk is er slechts één interpretatie van betekenis in de Islam: het is mogelijk dat de spreker de islamitische betekenis heeft bedoeld, en in dat geval zal deze interpretatie hem ten goede komen. Tegelijkertijd is het duidelijk dat, indien zijn intentie daadwerkelijk gericht was op ongeloof, hij — volgens de beslissing van Allāh Taʿālā — als ongelovige zal worden beschouwd.</p>



<p>Bijvoorbeeld als Zaid zegt: “Amar bezit onvoorwaardelijk kennis van het onzichtbare.”</p>



<p>Deze bewering heeft wellicht de volgende 21 betekenissen van ongeloof: Amar weet van nature alles over het onzichtbare. Dit is duidelijk ongeloof en kameraadschap met Allāh Ta’ālā.</p>



<p>Allāh Ta’ālā &nbsp;openbaart:</p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">قُل لَّا يَعْلَمُ مَن فِي السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضِ الْغَيْبَ إِلَّا اللَّهُ</p>



<p>“Zeg: niet kennen wie in de hemelen en op de aarde zijn de verborgenheid, dan Allāh alleen<a href="#_ftn13" id="_ftnref13"><sup>[13]</sup></a>.“ <em>&nbsp;Surahan-Naml (de mier), H</em><em>27, vers 65</em></p>



<p>Amar bezit niet de kennis over het onzichtbare, maar sommige geesten (djinn) die deze kennis wel bezitten maken deze kennis openbaar aan hem. Zo verkrijgt hij formeel de kennis van het onzichtbare. Dit is ook ongeloof!</p>



<p>Allāh Ta’ālā &nbsp;openbaart:</p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">خَرَّ تَبَيَّنَتِ الْجِنُّ أَن لَّوْ كَانُوا يَعْلَمُونَ الْغَيْبَ مَا لَبِثُوا فِي الْعَذَابِ الْمُهِينِ</p>



<p>“Werd het duidelijk aan de Djinn, dat zo zij de verborgenheid gekend hadden, zij niet gebleven zouden zijn in de vernederende bestraffing<a href="#_ftn14" id="_ftnref14"><sup>[14]</sup></a>.“ <em>Surah Saba’ (Sheba), H</em><em>34, vers 14</em></p>



<ol class="wp-block-list">
<li>Amar is een astroloog.</li>



<li>Hij bestudeert een kaart om een gebeurtenis te voorspellen.</li>



<li>Hij is een handlezer.</li>



<li>Hij kan de betekenis begrijpen van het gekrijs van de kraaien.</li>



<li>Hij kan de betekenis interpreteren van het bij toeval vallen van een insect, reptiel of vogel op een mens.</li>



<li>Hij kan weten of prediken door in overweging te nemen de onzichtbare gebeurtenissen van een vogel of ander dier die iemand links of rechts passeert.</li>



<li>Hij kent de voortekens van het plotseling knipperen van de ogen of beweging van een ander deel van het lichaam.</li>



<li>Hij gooit met dobbelstenen.</li>



<li>Hij gist de gebeurtenissen door een naam na te trekken.</li>



<li>Hij communiceert via een medium met de zielen van dode mensen om kennis te vergaren van het onzichtbare.</li>



<li>Hij weet hoe hij mensen moet hypnotiseren.</li>



<li>Hij maakt gebruik van een magische tafel.</li>



<li>Hij verkrijgt kennis door een geschreven mededeling van geesten.</li>



<li>Hij speculeert vrijwel nauwkeurig.</li>



<li>Hij weet hoe een horoscoop te tekenen en doormiddel van deze vaardigheid krijgt hij bepaalde kennis over het onzichtbare.</li>
</ol>



<p>Al bovenstaande zijn eveneens ongeloof.</p>



<p>De Profeet Mohammed ﷺ heeft gezegd: “Wie een waarzegger of medicijnman raadpleegt en gelooft in wat hij zegt, heeft waarlijk verworpen wat Mohammed ﷺ heeft gebracht.” Deze overlevering is gerapporteerd door Imām Aḥmad en al-Ḥākim onder gezag van Abū Hurayrah, via authentieke ketens (ṣaḥīḥ isnād).<br>Ook Imām Aḥmad en Abū Dāwūd rapporteerden — eveneens onder gezag van Abū Hurayrah — de volgende overlevering: “Hij heeft herroepen of afstand genomen van datgene wat aan Mohammed ﷺ is geopenbaard.”</p>



<p>De bewering dat Amar openbaringen ontvangt die behoren tot het profeetschap — en daarmee kennis van het onzichtbare verkrijgt zoals de Profeten — is zonder twijfel een daad van ongeloof (kufr).</p>



<p><strong>Allāh Ta’ālā &nbsp;openbaart:</strong></p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">يَكُونُ لِي غُلاَمٌ وَقَدْ بَلَغَنِيَ الْكِبَرُ وَامْرَأَتِي عَاقِرٌ قَالَ كَذَلِكَ اللّهُ يَفْعَلُ مَا يَشَاء</p>



<p>“Zeer zeker, hij is de Profeet van Allāh en als laatste Profeet gekomen. En Allāh weet alles.” <em>Surah Aali ‘Imrān (de huishouding van profeet Imrān), H</em><em>3, vers 40</em></p>



<p>Hij ontvangt geen openbaring, maar beweert kennis van het onzichtbare (ʿilm al-ghayb) te verkrijgen via instinct (ilhām). Hij stelt dat zijn kennis de volledige Kennis van Allāh Taʿālā omvat. Dit is zonder twijfel een daad van ongeloof (kufr),<br>omdat hiermee wordt gesuggereerd dat zijn kennis een hoger niveau heeft dan die van de Profeet Mohammed ﷺ — terwijl zelfs de kennis van de Profeet ﷺ niet de alomvattende Kennis van Allāh Taʿālā bestrijkt.</p>



<p><strong>Allāh Ta’ālā &nbsp;openbaart:</strong></p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">قُلْ هَلْ يَسْتَوِي الَّذِينَ يَعْلَمُونَ وَالَّذِينَ لَا يَعْلَمُونَ</p>



<p>“Zeg: zijn soms gelijk zij die kennis hebben en zij die geen kennis hebben?” <em>Surah Az-Zumar (de groepen), H</em><em>39, vers 9</em></p>



<p>In Nasīm al-Riyāḍ staat geschreven dat wie beweert dat een bepaald persoon meer kennis bezit dan de Heilige Profeet Mohammed ﷺ, hem daarmee heeft beledigd. Belediging is een vorm van vernedering, en diens bevel zal dan het bevel zijn van degene die de Profeet ﷺ heeft beledigd. Hoewel deze persoon niet beweert alles over het onzichtbare (ʿilm al-ghayb) te weten, stelt hij dat zijn beperkte, instinctieve kennis over het onzichtbare hem rechtstreeks door Allāh Taʿālā is gegeven — zonder leiding of bemiddeling van een Profeet, engel of mens. Ook dit is zonder twijfel een daad van ongeloof (kufr).</p>



<p><strong>Allāh Ta’ālā &nbsp;openbaart:</strong></p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">….مَا كَانَ اللّهُ لِيُطْلِعَكُمْ عَلَى الْغَيْبِ وَلَكِنَّ اللّهَ يَجْتَبِي مِن رُّسُلِهِ…</p>



<p>“…… luister mensen, het is niet Allāh onwil om jullie kennis over het onzichtbare te geven, maar het is bestemd voor Zijn uitverkoren profeten……..” <em>Surah Aali ‘Imrān (de huishouding van profeet Imrān), </em><em>H3, vers 179</em></p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">إِلَّا مَنِ ارْتَضَى مِن رَّسُولٍ</p>



<p>“Allāh geeft Zijn onzichtbare kennis aan niemand anders, dan zijn geliefde profeten”. <em>Surah al-Djinn, H</em><em>72, vers 27</em></p>



<p>Amar krijgt kennis van de Profeet Mohammed ﷺ over sommige onzichtbare zaken via zijn oog, oor of door instinct van Allāh Ta’ālā. Dit is in de juiste Islam mogelijk.</p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-cff9930f39f21682825206a480d482ec"><strong>Ongeloof accepteren als de religie Islam is ongelovig worden</strong></h5>



<p>Moslimgeleerden zullen iemand niet direct als ongelovige verklaren wanneer een uitspraak 21 mogelijke betekenissen heeft — waarvan er één naar de Islam verwijst en de overige naar ongeloof. Zij zullen hem dan wel verwijten, maar hem het voordeel van de twijfel geven en rekening houden met de islamitische interpretatie, totdat bewezen is dat zijn intentie gericht was op ongeloof. Deze juridische voorzichtigheid is echter niet van toepassing op een brutale en respectloze persoon die beweert dat Allāh Taʿālā kan liegen, of beledigende taal gebruikt jegens de Profeet Mohammed ﷺ. Deze kwestie is zo duidelijk dat wij hem zonder twijfel als ongelovige moeten beschouwen. Het feit dat men hem niet als ongelovige benoemt, betekent niet dat zijn ongeloof als Islam kan worden aanvaard. Sterker nog: wie ongeloof als Islam accepteert, is zelf een ongelovige.<br>In authentieke werken zoals Ash-Shifāʾ, Bazāziyya, Durar, Baḥr, Nahr, Fatāwā al-Khayriyyah, Majmūʿa al-Anhur en Durr al-Mukhtār staat expliciet geschreven dat: En wie twijfelt aan diens ongeloof, wordt zelf als ongelovige beschouwd.</p>



<p><strong>Wie de Profeet ﷺ beledigt, is een ongelovige</strong></p>



<p>Het is anders dan degenen die als Joden denken en de betekenissen van de woorden anders hebben geïnterpreteerd<a href="#_ftn15" id="_ftnref15"><sup>[15]</sup></a> door het uit de context te halen en valse beweringen aan de grote geleerden toe te schrijven.</p>



<p>Allāh Ta’ālā &nbsp;openbaart:</p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">وَسَيَعْلَمُ الَّذِينَ ظَلَمُوا أَيَّ مُنقَلَبٍ يَنقَلِبُونَ</p>



<p>“En eens zullen zij die onrecht doen, weten welke ommekeer hen wacht<a href="#_ftn16" id="_ftnref16"><sup>[16]</sup></a>.” <em>Surah Ash-Shu’arā (de dichters), H</em><em>26, vers 227</em></p>



<p>In Sharḥ Fiqh al-Akbar staat geschreven: ‘Waarlijk, zij hebben vermeld dat wanneer er sprake is van een kwestie van kufr (ongeloof), waarbij 99 aspecten naar kufr verwijzen en één aspect niet, het meest passend is voor de Muftī en Qāḍī om te handelen in het voordeel van dat ene aspect dat niet naar kufr verwijst.’</p>



<p>In Fatāwā Khulāṣah, Jāmiʿ al-Fuṣūlayn, Muḥīṭ en Fatāwā ʿĀlamgīrī staat geschreven: ‘Wanneer een uitspraak meerdere betekenissen toelaat, waarvan sommige tot verwerping (takfīr) leiden en één betekenis dit verhindert, dan dienen de Muftī en Qāḍī te neigen naar die ene betekenis die verwerping voorkomt. Zij mogen geen uitspraak van ongeloof doen over iemand die persoonlijk een goede Īmān in de Islam heeft. Als de intentie van degene die deze woorden heeft uitgesproken verwijst naar het aspect dat verwerping verhindert, dan wordt hij als moslim beschouwd. Indien zijn intentie daarentegen strijdig is met dat aspect, dan zullen de Muftī’s hun oordeel moeten baseren op het standpunt dat geen verwerping vereist — wat in deze zaak zinloos zal blijken.’<br>Met andere woorden: De Muftī zal geen fatwa van ongeloof uitspreken zolang de intentie niet ondubbelzinnig naar kufr verwijst, omdat de Islam gebiedt om goed te handelen jegens moslims. Als de intentie niet naar ongeloof verwijst, blijft hij moslim. Maar als zijn intentie wel naar ongeloof verwijst, dan biedt de juridische bescherming van de Muftī hem geen voordeel.</p>



<p>In dezelfde strekking vinden wij in Fatāwā Bazāziyya, Baḥr al-Rāʾiq, Majmūʿa al-Anhur, Ḥadīqah Nāḍiyah, en verder in Tātār Ghunyah, Baḥr, Ṣall al-Ḥusām en Tanbīh al-Wulāt: ‘Een persoon mag niet tot kāfir (ongelovige) worden verklaard indien er sprake is van twijfel, zelfs al betreft het slechts één aspect. Want het uitspreken van takfīr is een ultieme sanctie die slechts van toepassing is bij een buitengewone misdaadzaak. In een twijfelachtige zaak mag geen absolute straf worden uitgesproken.’&#8221;</p>



<p>&#8220;In Baḥr al-Rāʾiq, Tanwīr al-Absār, Ḥadīqah Nāḍiyah, Tanbīh al-Wulāt en Ṣall al-Ḥusām lezen wij het volgende: ‘Een moslim mag niet tot kāfir (ongelovige) worden verklaard indien zijn uitspraak zodanig geïnterpreteerd kan worden dat deze raakvlakken heeft met goede intenties.’&#8221;</p>



<p>Tot zover zien wij dat een woord meerdere betekenissen kan hebben. Echter, de Joden hebben — zoals vermeld in de Heilige Qurʾān — de betekenissen verdraaid door deze opzettelijk anders te interpreteren.</p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-cacd2691022c8f5454880fc91f71a9b7"><strong>De grote superioriteit</strong></h5>



<p><em>Kennis van het onzichtbare</em></p>



<p>Dit onderzoek naar de waarheid heeft tevens een ander punt verhelderd. In sommige islamitische uitspraken, zoals in Fatāwā Qāḍī Khān, staat geschreven dat: Wie de namen van Allāh Taʿālā en Zijn Profeet ﷺ opgeeft als getuigen bij een huwelijksovereenkomst (Nikāḥ), of beweert dat de zielen van spirituele gidsen aanwezig en alwetend zijn, of stelt dat engelen beschikken over kennis van het onzichtbare (ʿilm al-ghayb), of zegt: ‘Ik bezit kennis van het onzichtbare’, wordt als ongelovige (kāfir) beschouwd. Al deze beweringen verwijzen naar ongeloof, dat hij op basis van zijn eigen overtuiging heeft uitgesproken. In deze uitspraken staat niet expliciet vermeld dat het gaat om een onvoorwaardelijke claim, noch dat de term ‘kennis van het onzichtbare’ in goed geloof is gebruikt. Wanneer wij andere interpretatieve mogelijkheden onderzoeken, komen wij 21 — beter gezegd 42 — alternatieven tegen. Veel van deze alternatieven vallen buiten de kaders van ongeloof, omdat het met zekerheid beweren dat men beschikt over onzichtbare kennis een daad van kufr is. Maar het slechts denken dat de mogelijkheid bestaat dat onzichtbare kennis aanwezig is, kan niet als ongeloof worden aangemerkt. In Baḥr al-Rāʾiq en Radd al-Muḥtār staat geschreven: ‘Uit hun publicaties blijkt dat degene die iets, dat door Allāh Taʿālā als ḥarām is verklaard, door zijn ijdele hoop als ḥalāl beschouwt, niet als kāfir wordt veroordeeld. Hij wordt pas als kāfir beschouwd wanneer hij iets resoluut — met overtuiging en Īmān — als ḥalāl beschouwt terwijl het ḥarām is. En insgelijks in vergelijkbare gevallen.’&#8221;</p>



<p>Al-Qurṭubī (inwoner van Córdoba, Spanje) schrijft in zijn Sharḥ Muslim dat: Wie denkt — uit ijdele hoop — het onzichtbare te kunnen beoordelen, zoals sterrenkijkers en handlezers menen te kunnen doen via dagelijkse praktijk,<br>heeft een onjuiste overtuiging, maar valt niet direct onder kufr. Indien iemand beweert kennis van het onzichtbare (ʿilm al-ghayb) te bezitten, of schijnbaar aanspraak maakt op notie van het onzichtbare, dan is dat ḥarām, maar geen kufr.<br>Maar indien iemand zelfverzekerd en stellig zegt dat hij beschikt over kennis van het onzichtbare, dan is dat zonder twijfel een daad van ongeloof (kufr).&#8221;</p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-214b427e41b1cee482d9ef3ba16de79f"><strong>Vermoedelijke vooruitzichten</strong></h5>



<p>De vraag die hierbij opkomt, is waarom islamitische geleerden bepaalde uitspraken als een daad van ongeloof (kufr) hebben veroordeeld, terwijl er ogenschijnlijk meerdere islamitische interpretaties mogelijk zijn. Het antwoord ligt voor de hand: zij hebben prioriteit gegeven aan de vermoedelijke vooruitzichten — interpretaties die het sterkst wijzen op ongeloof. Indien wij dit inzicht niet accepteren, verliezen de uitspraken en redeneringen van deze geleerden hun waarde en gezag. Meer details hierover zijn te vinden in onder andere Jāmiʿ al-Fuṣūlayn, Radd al-Muḥtār, Ḥāshiya ʿAllāmah Nūḥ, Multaqā Fatāwā Ḥujjat, Tātār Ghunyah, Majmūʿa al-Anhur, Ḥadīqah Nāḍiyah en Ṣall al-Ḥusām. De sleutelverwijzingen naar Qurʾānische verzen en profetische tradities kunnen bestudeerd worden in gespecialiseerde werken over kennis van het onzichtbare (ʿilm al-ghayb), zoals Al-Luʾluʾ al-Maknūn. Al deze bronnen zijn afhankelijk van de Leiding en Macht van Allāh Taʿālā.&#8221;</p>



<p>Het volgende fragment uit Ḥadīqah Nāḍiyah volstaat: ‘In de boeken van islamitische rechtsuitspraken (fatāwā) wordt uitsluitend aandacht gevestigd op dat woord waarvan de betekenis ondubbelzinnig naar ongeloof (kufr) verwijst.<br>Op de spreker van zo’n woord wordt een fatwā van ongeloof uitgesproken.<br>Indien het uitgesproken woord geen kufr inhoudt, dan zal er geen uitspraak van ongeloof worden gedaan.’</p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-3588d154bc35929ee0de0fe2edc14075"><strong>Een belangrijke waarschuwing</strong></h5>



<p>Alleen een woord met meerdere betekenissen biedt ruimte voor interpretatie en betrouwbaarheid. Uitsluitend uit zulke woorden kan een alternatieve betekenis worden afgeleid. Wanneer een verklaring echter helder en ondubbelzinnig is, is het niet raadzaam om vergezochte interpretaties te onderzoeken. Als wij tegemoetkomen aan onredelijke herinterpretaties, zal geen enkele uitspraak ooit als ongeloof (kufr) kunnen worden geclassificeerd. Bijvoorbeeld: Zaid zegt letterlijk dat er twee goden zijn. Indien hij deze bewering achteraf probeert te herinterpreteren als een figuurlijke verwijzing naar twee vormen van het gebod van Allāh Taʿālā, dan is dat een onredelijke en ontoelaatbare interpretatie.<a href="#_ftn17" id="_ftnref17"><sup>[17]</sup></a>.</p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-c797eb082542da22dbf1b0a249ffbc7f"><strong>Uitspraken van de Fuqaha</strong></h5>



<p>Stel dat Amar zou zeggen: ‘Ik ben de Boodschapper van Allāh Taʿālā.’ Deze uitspraak is onmogelijk om als figuurlijk te beschouwen. Amar zou hiermee bedoelen dat Allāh Taʿālā een ziel in hem heeft geplaatst, en hij veronderstelt dat hij daarom als Profeet op aarde is gekomen.<br>In Ash-Shifāʾ Sharīf staat geschreven: ‘Wanneer een bewering op zichzelf helder en duidelijk is, is het niet noodzakelijk om vergezochte interpretaties aan te horen of te overwegen.’</p>



<p>Sharh Shifa Qāri zegt: “Zulk claim in de islamitische wetgeving is verwerpelijk.”</p>



<p>Nasimoer Riad zegt: “Zulk interpretatie kan geen sympathie teweegbrengen en het zal worden beschouwd als overbodig en onzinnig gepraat.”</p>



<p>In onder andere Fatāwā Khulāṣah, Fasūl al-Imādiyyah, Jāmiʿ al-Fuṣūlayn en Fatāwā Hindiyyah staat geschreven: ‘Als iemand zichzelf een profeet van Allāh Taʿālā noemt, en daarmee bedoelt dat hij boodschappen overbrengt zoals de profeten dat deden, dan wordt hij als ongelovige (kāfir) beschouwd.’</p>



<p>Dergelijke interpretaties worden binnen de islamitische wetgeving niet als geldig beschouwd. Moge Allāh Taʿālā ons beschermen tegen dwaling en misleiding.</p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-808012a1a10a6fed63288c77b916e5ad"><strong>Ontkenning of ongeloof</strong></h5>



<p>Het vierde bedrieglijke argument is ‘<strong>ontkenning</strong>’. Deze respectloze personen ontkennen zonder enige uitdrukking de beschuldiging dat zij beledigende uitspraken hebben gedaan jegens Allāh Taʿālā en Zijn Profeet ﷺ. Wanneer zij iemand ontmoeten die hun boeken niet heeft gelezen, beweren zij onschuldig te zijn. Maar zodra geleerden in gepubliceerde werken aantonen wat zij daadwerkelijk hebben geschreven, reageren zij met een fronsende blik, lopen weg, of kijken de geleerden recht aan en verklaren schaamteloos dat zij dezelfde beweringen blijven herhalen — zelfs wanneer zij met het tegendeel worden geconfronteerd. Tegenover niet-geestelijke personen beweren deze brutale mensen dat hun uitspraken iets anders betekenen.</p>



<p>Omwille van Allāh Taʿālā, laat het duidelijk worden wat deze personen werkelijk van plan waren te zeggen namens hun schrijvers. Het antwoord op deze situatie is vervat in het volgende vers van de Heilige Qurʾān: ‘Zij zweren bij Allāh Taʿālā dat zij niets verkeerds hebben gezegd, terwijl zij toch het woord van ongeloof hebben uitgesproken en ongelovig bleven, nadat zij aanvankelijk gelovig waren.’ Surah 9:74<br>Het is een feit dat leugenaars vaak hun eigen woorden ontkennen — zelfs wanneer deze ondubbelzinnig zijn vastgelegd.</p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-e4f11290457a79e50102d75d85d39c76"><strong>Recentelijk boeken gepresenteerd aan de ulema van Haramain </strong><strong><a></a><a></a><a></a></strong><strong><a></a><a></a></strong><strong></strong></h5>



<p>De boeken waarin uitspraken van ongeloof (kufr) zijn gedaan, zijn lang geleden gepubliceerd en uitgegeven door deze respectloze personen, toen zij nog in leven waren. Sommige van deze boeken zijn zelfs herdrukt, en opnieuw hebben de geleerden van Ahl al-Sunnah hun afkeuring uitgesproken en gepubliceerd.<br>De gedrukte documenten waarin deze personen Allāh Taʿālā een leugenaar noemen — voorzien van hun zegels en handtekeningen — zijn tot op heden zichtbaar. Er zijn foto’s van deze documenten genomen. Ik heb persoonlijk een foto, samen met andere boeken, meegenomen naar Makkah al-Mukarramah en Madīnah al-Munawwarah om deze voor te leggen aan de geleerden van deze heilige plaatsen. Deze foto’s bevinden zich nog steeds in het archief van de Saoedische overheid. Het onheilige oordeel, waarin de valse bewering wordt gedaan dat Allāh Taʿālā een leugenaar zou zijn, werd 18 jaar geleden opnieuw gepubliceerd — met een weerlegging — in Rabīʿ al-Ākhir 1308 Hijri, in het tijdschrift Ṣiyānat al-Nās, gedrukt door Ḥadīqah al-ʿUlūm Press in Meerut (India).<br>Later, in 1318 Hijri, werd een gedetailleerde weerlegging gepubliceerd door Gulzār-e-Ḥasniyyah Press in Mumbai.<br>In 1320 Hijri volgde een uitgebreide tegenspraak via Tuhfah-e-Ḥanafiyyah Press in Patna Azimabad. De auteur van dit onheilige oordeel overleed in de maand Jamādī al-Ākhir 1323 Hijri. Tot aan zijn dood bleef hij volledig stil.<br>Nooit heeft hij verklaard dat het niet zijn oordeel (fatwā) was, noch gaf hij aan dat hij iets anders bedoelde dan wat de geleerden van Ahl al-Sunnah hadden begrepen. Hij had zijn intentie kunnen verduidelijken — maar deed dat niet. En dit betrof geen onbeduidende kwestie: het ging om een ernstige zaak van kufr.<br>Stel dat Zaid nog leeft, en een gestempeld en ondertekend oordeel is openlijk onder zijn naam gepubliceerd, waarin hij als ongelovige wordt beschreven — hoe kan hij zich dan permitteren dit te negeren? Stel dat hij dat wel doet, en zijn boek wordt jarenlang herdrukt, terwijl anderen weigeren hem als ongelovige te bestempelen, en hij leeft in stilte gedurende 15 jaar — kan iemand met gezond verstand dan concluderen dat Zaid ontkende of het niet zo bedoelde? De andere respectloze personen die vandaag de dag leven, zijn terughoudend en aarzelend over dit onderwerp. Zij kunnen hun gepubliceerde boeken niet verwerpen, noch een alternatieve uitleg geven over hun eigen bewoordingen en beledigingen.</p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-0acc78fa24c5a52bd4092e22b9da7058"><strong>Ulema van Deoband weigeren te debatteren </strong><strong><a></a><a></a><a></a></strong><strong><a></a><a></a></strong><strong></strong></h5>



<p>In het jaar 1320 Hijri werden de verklaringen van ongeloof (kufr) van deze personen gepubliceerd in een enkelvoudig volume, samen met een aannemelijke tegenspraak. Destijds benaderden enkele moslimleiders de leider van deze respectloze groep met een reeks intellectuele vragen. Deze vragen brachten hen zichtbaar in verwarring — getuigen kunnen bevestigen hoe bezorgd zij reageerden. Toch waren zij niet in staat hun eigen uitspraken te verwerpen, noch konden zij een alternatieve uitleg formuleren. Hun leider verklaarde dat hij niet gekomen was om deel te nemen aan een debat. Hij gaf aan geen discussie te willen voeren, omdat hij en zijn geleerden niet begaafd waren in debattechniek.<br>Zijn laatste woorden waren dat hij zou blijven herhalen wat hij eerder had gezegd — zelfs als anderen hem overtuigden van het tegendeel.</p>



<p>De gestelde vragen, samen met een gedetailleerd rapport, zijn gepubliceerd op 15 Jamādī al-Ākhir 1323 Hijri. Dit document werd overhandigd aan de leider van deze respectloze volgelingen. Vier jaar zijn verstreken sinds deze gebeurtenis, en nog steeds hebben wij geen enkel verweer vernomen. Onder deze omstandigheden — en gezien hun bedrieglijke ontkenning — kan men stellen dat deze respectloze personen, die beledigende uitspraken hebben gedaan jegens Allāh Taʿālā en Zijn Profeet ﷺ, zich gedragen alsof zij nooit in deze wereld zijn geboren. Zij ontkennen hun eigen woorden en weigeren verantwoordelijkheid te nemen. Er lijkt niets gedaan te kunnen worden, omdat hun houding volkomen vals en misleidend is. Moge Allāh Taʿālā hen het besef van eigen eer en respect schenken.</p>



<p>Het vijfde bedrieglijke argument dat zij aanvoeren, is dat zij de Schriftgeleerden van Ahl al-Sunnah beschuldigen van het brandmerken van anderen als ongelovigen (kāfir). Deze beschuldiging onthult hun hulpeloosheid en gebrek aan morele moed. Het ontbreekt hen aan de innerlijke kracht om vergiffenis te vragen aan Allāh Taʿālā en Zijn Profeet Mohammed ﷺ voor hun gepubliceerde, beledigende uitspraken en arrogante houding. Zij dienen — net zoals zij schriftelijk beledigende uitspraken hebben gedaan over Allāh Taʿālā en de Heilige Profeet ﷺ — ook schriftelijk te verklaren dat hun beweringen onjuist zijn. De reden hiervoor is gebaseerd op een overlevering van onze Heilige Profeet ﷺ, waarin hij zegt: ‘Wie in stilte een zonde begaat, dient in stilte vergiffenis te vragen.<br>En wie een zonde schriftelijk begaat, dient deze ook schriftelijk te herroepen om vergiffenis te verkrijgen.’ Deze ḥadīth is overgeleverd door Imam Aḥmad in Az-Zuhd, Imam Ṭabarānī in Al-Kabīr, en Imam Bayhaqī in Shuʿab al-Īmān, via Ḥaḍrat Muʿādh ibn Jabal.</p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-728099f24f79d44fe16ded4e8e0cb40b"><strong>Schaamteloze leugenaars</strong></h5>



<p>Deze respectloze mensen&nbsp;citeren het onderstaande vers:</p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">الَّذِينَ يَصُدُّونَ عَن سَبِيلِ اللّهِ وَيَبْغُونَهَا عِوَجًا وَهُم بِالآخِرَةِ هُمْ كَافِرُونَ</p>



<p>“Welke afhouden van de weg van Allāh, dat het een kronkelweg was, terwijl zij ongelovig zijn aan het latere leven.” <em>Surah Hoed (profeet Hoed), H</em><em>11, vers 19</em></p>



<p>Sommigen proberen de moslimgemeenschap op te hitsen door de Schriftgeleerden van Ahl al-Sunnah te beschuldigen van het willekeurig brandmerken van moslims als ongelovigen (kāfir). Zij beweren spottend dat deze geleerden beschikken over een ‘machine’ die automatisch oordelen van ongeloof publiceert. Onder deze beschuldigingen worden namen genoemd zoals Ismāʿīl Dehlvī, Moulvī Ishāq, Moulvī ʿAbdul Ḥayy — allen als ongelovigen bestempeld.<br>De brutaliteit gaat verder: (moge Allāh Taʿālā ons vergeven voor het noemen van hun namen) Hazrat Shāh ʿAbdul ʿAzīz, Shāh Walī Allāh, Ḥājī Imdādullāh, Maulānā Shāh Faḍl-ur-Raḥmān worden eveneens genoemd. De absolute schaamteloosheid bereikt haar hoogtepunt wanneer men beweert dat Hazrat Shaykh Aḥmad Mujaddid al-Fārūqī (radiy Allāhu ʿanhu) als ongelovige is bestempeld. Kortom, zij noemen bewust namen van personen die hoog in aanzien staan bij hun gesprekspartners, en proberen zo verwarring en verdeeldheid te zaaien. Zo ver zelfs, dat een van deze respectloze personen naar Maulānā Shāh Muḥammad Ḥussain Allahābādī (moge Allāh Taʿālā zijn ziel zegenen) ging en abusievelijk beweerde dat Zijne Heiligheid Hazrat Sayyidinā Shaykh al-Akbar Muḥyiddīn ibn ʿArabī ook als ongelovige is bestempeld. Moge Allāh Taʿālā Maulānā een plaats schenken in de hoogste gradatie van het Paradijs!</p>



<p>Hij handelde conform de Qur’ān vers.</p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">إِن جَاءكُمْ فَاسِقٌ بِنَبَأٍ فَتَبَيَّنُوا أَن تُصِيبُوا قَوْمًا</p>



<p>“Indien een kwaaddrijver tot u komt met een bericht, vergewist u dan daarvan.” <em>Surah Al-Hujarāt (de binnenkamers), H</em><em>49, vers 6</em></p>



<p>Hij schreef een brief met als doel de waarheid vast te stellen. Als antwoord daarop werd een beschouwing getiteld Anjāʾ al-Barī ʿan Wīswasāt al-Muftī opgesteld en verzonden. Na ontvangst van deze beschouwing stuurde de Maulānā een brief aan de betreffende persoon als verwerping van de inhoud.<br>Deze respectloze personen blijven leugens verspreiden, en het antwoord op hun beweringen blijft onveranderd.</p>



<p><strong>Allāh Ta’ālā &nbsp;openbaart:</strong></p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">إِنَّمَا يَفْتَرِي الْكَذِبَ الَّذِينَ لاَ يُؤْمِنُونَ بِآيَاتِ اللّهِ وَأُوْلـئِكَ هُمُ الْكَاذِبُونَ</p>



<p>“Leugenachtig is het slechts wat zij, die niet aan de tekenen Allāh geloven.” <em>Surah an-Nahl (de bijen), H</em><em>16, vers 105</em></p>



<p><strong>En, Allāh Ta’ālā &nbsp;openbaar verder in de Qur’ān:</strong></p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">وأَنفُسَكُمْ ثُمَّ نَبْتَهِلْ فَنَجْعَل لَّعْنَةُ اللّهِ عَلَى الْكَاذِبِينَ</p>



<p>“En, spreken (plechtig) en leggen de vloek Allāh op de bedriegers.” <em>Surah Aali ‘Imrān (de familie van profeet Imrān), H</em><em>3, vers 61</em></p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-1d693ea551b7daa060bff7718688ca0c"><strong>Bedrieglijke argumenten</strong></h5>



<p>O moslims! Het is niet moeilijk om op te treden tegen dit zwakke en bedrieglijke argument. Vraag deze personen om bewijzen te leveren. Er bestaat geen twijfel over het feit dat zulke mensen als ongelovigen (kuffār) kunnen worden beschouwd — mits hun uitspraken ondubbelzinnig en aantoonbaar in strijd zijn met de islamitische geloofsleer. Zij dienen bewijsstukken te tonen: het boek, het tijdschrift, het islamitische oordeel (fatwā) of enig ander document waarin zulke verklaringen daadwerkelijk staan geschreven. Waarom overleggen zij deze documenten niet? Op welke bijzondere dag wachten zij?<br>Als zij werkelijk over bewijs beschikken, laat hen dat dan tonen. Maar abusievelijk — zij kunnen het niet. En Allāh Taʿālā weet dat zij geen enkel documentair bewijs kunnen overleggen. De Heilige Qurʾān levert het bewijs dat zij liegen. O moslims! Wees waakzaam, en laat jullie niet misleiden door loze woorden zonder bewijs.</p>



<p><strong>Allāh Ta’ālā &nbsp;openbaart:</strong></p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">فَإِذْ لَمْ يَأْتُوا بِالشُّهَدَاء فَأُوْلَئِكَ عِندَ اللَّهِ هُمُ الْكَاذِبُونَ</p>



<p>“Immers, nu zij geen getuigen bijbrachten, waren zij het, die ten overstaan van Allāh leugenachtig waren.” <em>Surah an-Noor(het Licht), H</em><em>24, vers 13</em></p>



<p>O moslims! Er is geen nut in het opnieuw testen van mensen die al ontelbare keren zijn getest. Het is herhaaldelijk voorgekomen dat deze respectloze personen veel ophef en lawaai maakten, maar wegrenden zodra moslims hen vroegen om bewijsstukken te overleggen. Zij konden de confrontatie niet verdragen. Zij zijn verslaafd aan het veroorzaken van opschudding en herrie.<br>Hun doel is het verbergen van het ongeloof van degenen die beledigende taal hebben gebruikt jegens Allāh Taʿālā en Zijn Profeet ﷺ, door de moslimgemeenschap op te hitsen met de bewering dat de geleerden van Ahl al-Sunnah anderen willekeurig als ongelovigen bestempelen.<br>O moslims! Deze uitvinders van leugens kunnen geen enkel bewijsstuk leveren.<br>En dat is een feit: leugen heeft geen poot om op te staan.</p>



<p><strong>Allāh Ta’ālā &nbsp;openbaart:</strong></p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">وَأَنَّ اللّهَ لاَ يَهْدِي كَيْدَ الْخَائِنِينَ</p>



<p>“En, dat Allāh niet recht leidt de aanslag der trouweloze.” <em>&nbsp;Surah Yusuf, H12, vers 52</em></p>



<p>Dit licht der waarheid is voldoende om hun leugen te onthullen.</p>



<p><strong>Allāh Ta’ālā &nbsp;openbaart:</strong></p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">وَمَا يَشْعُرُونَ أَيَّانَ يُبْعَثُونَ</p>



<p>“Lever het bewijs indien je de waarheid spreekt.” <em>Surah an-Naml (de mier), H</em><em>27, vers 65</em></p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-21d744723efed34ef891c635ed870ca8"><strong>Onthulling van hun leugen</strong></h5>



<h6 class="wp-block-heading">Ten eerste</h6>



<p>Er is geen verdere discussie noodzakelijk. Toch zullen wij, bij de gratie van Allāh Taʿālā, bewijzen leveren betreffende hun leugens — zodat de feiten zullen stralen als het daglicht. Dit bewijs ontmaskert hen als verzinners van leugens, stralender dan de zon. Het is geschreven, gepubliceerd en al vele jaren oud. Van degenen die de geleerden van Ahl al-Sunnah beschuldigen van het brandmerken van anderen als ongelovigen (kāfir), komt de naam van Ismāʿīl Dehlvī het meest naar voren. Er bestaat geen twijfel over het feit dat de Schriftgeleerden van Ahl al-Sunnah meerdere uitspraken van ongeloof (kufr) hebben aangetroffen in zijn werk. Zij hebben hun bevindingen onderbouwd en gepubliceerd. Raadpleeg bijvoorbeeld Subḥān al-Subbūḥ ʿan ʿAyb al-Kidhib al-Maqbūḥ, eerste editie, gepubliceerd in 1309 Hijri door Anwār-e-Muḥammadī Press in Lucknow.<br>In dit werk is met overtuigende argumenten aangetoond dat degene die het boek van Ismāʿīl Dehlvī als waarheid accepteert, het verdient om als ongelovige te worden beschouwd — op basis van 75 punten. Uiteindelijk werd dit oordeel neergelegd in een document van circa 90 pagina’s, waarin — uit voorzichtigheid en behoedzaamheid — de geleerden hem niet expliciet als ongelovige bestempelden. Het betreft een zorgzaam en geoorloofd vonnis. Er kan gezegd worden: ‘Dit is het antwoord. Dit is de basis van het vonnis. Dit is onze religie. En dit is de bron van zelfvertrouwen, veiligheid en solidariteit.’</p>



<h6 class="wp-block-heading"><strong>Ten tweede</strong></h6>



<p>Raadpleeg Al-Kawkab al-Shahābiyyah fī Kufriyyāt Abī al-Wahhābiyyah, een werk dat primair is geschreven om de uitspraken van Ismāʿīl Dehlvī en zijn volgelingen te weerleggen. Het werd voor het eerst gepubliceerd in de maand Shaʿbān 1316 Hijri door Tuhfah-e-Ḥanafiyyah Press in Azimabad. In dit boekje zijn relevante verzen uit de Heilige Qurʾān, gelijkende overleveringen (aḥādīth) van de Profeet ﷺ, en briljante verklaringen van de Imams opgesomd — met verwijzing naar authentieke bronnen en paginanummers. Op basis van meer dan 70 argumenten is aangetoond dat deze respectloze persoon uitspraken heeft gedaan die het oordeel van ongeloof (kufr) rechtvaardigen. Om tot een zorgvuldige conclusie te komen, is het commentaar verspreid over 62 pagina’s. In deze zaak was dit de meest passende voortgang van het juridische proces: namelijk het onthouden van een expliciete uitspraak van takfīr, terwijl de bewijzen ondubbelzinnig zijn gepresenteerd. Allāh Taʿālā alleen kent de volledige waarheid.</p>



<h6 class="wp-block-heading">Ten derde</h6>



<p>Raadpleeg Ṣall al-Ṣuyūf al-Hindiyyah ʿalā Kufriyyāt Bābā al-Najdiyyah, gepubliceerd in de maand Ṣafar 1316 Hijri in Azimabad. In dit boekje zijn eveneens sterke aanwijzingen gegeven, waaruit blijkt dat Ismāʿīl Dehlvī en zijn volgelingen uitspraken hebben gedaan die het oordeel van ongeloof (kufr) rechtvaardigen — op basis van hun eigen anti-islamitische verklaringen, zoals vermeld op pagina’s 21 en 22. Aangezien het hier een kwestie van juridisch vonnis betrof, was uiterste zorgvuldigheid noodzakelijk. Onze geleerden zijn prijzenswaardig: ondanks dat zij beledigingen hoorden jegens oprechte moslims door de spirituele gidsen van deze respectloze personen, bleven zij geduldig en wraakloos, en hielden zij vast aan de principes van terughoudendheid en rechtsgeldige voorzichtigheid bij het uitspreken van hun oordeel. Zij onderzoeken nog steeds of iemand zondermeer als ongelovige mag worden bestempeld.<br>Want zolang men het niet eens is met de uitspraken van deze brute personen,<br>kan men niet als ongelovige worden beschouwd. Het vaststellen dat een uitspraak kufr is, is iets anders dan het bestempelen van een persoon als kāfir.<br>De juiste houding is om zorgvuldigheid en stilte te betrachten, geduld op te brengen, en Allāh Taʿālā te vrezen bij het uitspreken van een vonnis van ongeloof — vooral wanneer er zelfs het zwakste teken van Islam in iemand aanwezig is.</p>



<h6 class="wp-block-heading">Ten vierde</h6>



<p>Raadpleeg Isālat al-ʿĀr bi Hijr Karīm ʿan Kalb al-Nār, voor het eerst gepubliceerd in 1317 Hijri te Azimabad. Op pagina 10 van dit werk schreven wij dat in deze kwestie het beleid van onze geleerden van Ahl al-Sunnah is toegepast. Dit beleid houdt in dat geen enkele moslim als ongelovige (kāfir) wordt bestempeld,<br>zolang hij de essentiële principes van het geloof (ʾīmān) niet ontkent. Zelfs indien iemand een persoon als moslim beschouwt, terwijl die persoon de fundamentele geloofsprincipes ontkent, zal men hem nog niet direct als ongelovige bestempelen. Deze benadering weerspiegelt de fiqh-regel van terughoudendheid bij takfīr, zoals verankerd in de werken van klassieke geleerden.</p>



<h6 class="wp-block-heading">Ten vijfde</h6>



<p>Ismāʿīl Dehlvī niet buiten beschouwing latend, waren deze respectloze personen — over wie inmiddels een oordeel van ongeloof is uitgesproken — lange tijd onderwerp van onderzoek. Toen wij hun duidelijk beledigende uitspraken jegens Allāh Taʿālā en Zijn Profeet ﷺ nog niet kenden, beschouwden wij hen als beschuldigde leugenaars. Nadat ik 78 redenen had onthuld waaruit ongeloof bleek, schreef ik in Subḥān al-Subbūḥ dat ik hen niet wilde brandmerken als ongelovigen. Zelfs vandaag de dag beschouw ik de moderne volgelingen van deze respectloze personen als moslims, hoewel ik geen twijfel heb over hun kleinerende en negatieve houdingen. Ik beschouw zelfs Ismāʿīl Dehlvī — de leider van deze groep — niet als ongelovige, omdat onze Profeet Mohammed ﷺ ons heeft verboden een moslim als ongelovige te bestempelen, tenzij de reden van zijn ongeloof duidelijker is dan de zon en er absoluut geen mogelijkheid meer bestaat om hem binnen de kaders van de Islam te handhaven.</p>



<p class="has-primary-color has-text-color has-link-color has-medium-font-size wp-elements-13d67b1234dc51b6618b0861bff1baa8"><em>“Islam zal domineren, maar zal niet gedomineerd worden.”</em></p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-4136aed69221ae87187712a5ca29f282"><strong>Voorzichtigheid en waarschuwing geboden</strong></h5>



<p>O moslims! O moslims! Denk aan uw īmān, uw godsdienst, en aan de Almachtige Allāh Taʿālā, voor wie u zult verschijnen op de Dag des Oordeels. Overweeg hoe zorgvuldig ik ben in het bestempelen van een moslim als ongelovige (kāfir),<br>ondanks de vele genoteerde redenen die daartoe aanleiding zouden kunnen geven. Het is volkomen schaamteloos, misdadig en oneerbiedig van deze respectloze personen om mij valselijk te beschuldigen van het overhaast verklaren van anderen tot ongelovigen. Zonder twijfel hebben zij een leugen verzonnen. De Profeet Mohammed ﷺ heeft gezegd — en wat hij zegt is de waarheid: ‘Wanneer je geen schaamte kent, doe dan wat je wilt.’&#8221; <em>Ṣaḥīḥ al-Bukhārī, 6120</em></p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-2ca97cb81d3a5c225ca9f259251b22ce"><strong>Veroordeelt tot ongelovigen</strong></h5>



<p>O moslims! U hebt voor u deze kristalheldere en krachtige verklaringen. Sommige zijn tussen de 10 en 17 jaar geleden gepubliceerd, en 19 jaar geleden geschreven.<br>Deze respectloze personen zijn sinds 1320 Hijri veroordeeld tot ongeloof (kufr) —<br>het jaar waarin Al-Muʿtamad al-Mustanad werd gepubliceerd, circa zes jaar geleden. Lees deze verklaringen zeer nauwkeurig, en wees rechtvaardig — met vrees voor Allāh Taʿālā en liefde voor Zijn Profeet ﷺ. Deze vonnissen weerleggen niet alleen de aanvallen van de verzinners der leugens, maar bewijzen ook dat een gewaarschuwde moslimgeleerde deze respectloze personen niet als ongelovigen heeft bestempeld, totdat hun ongeloof duidelijker werd dan de zon en er geen enkele mogelijkheid meer bestond — binnen de islamitische uitleg —<br>om hen nog binnen de kaders van de Islam te handhaven.</p>



<p>Deze dienaar van Allāh Taʿālā is toch dezelfde persoon die ongeveer zeventig aanklachten van ongeloof (kufr) heeft opgesomd, waarmee hij elke prominente respectloze figuur heeft weerlegd — en desondanks hen niet als ongelovige (kāfir) heeft bestempeld. Hij geeft hen het voordeel van de twijfel, in het licht van het bevel van de Profeet Mohammed ﷺ: dat een moslim niet als ongelovige mag worden bestempeld, zolang zijn ongeloof niet duidelijker is dan de zon en er geen enkele mogelijkheid meer bestaat om hem binnen de kaders van de Islam te handhaven.</p>



<p>Deze dienaar van Allāh Taʿālā is dezelfde persoon die 78 redenen heeft aangedragen die het ongeloof (kufr) van deze respectloze personen rechtvaardigen, maar desondanks zijn terughoudendheid heeft uitgesproken om hen als ongelovigen (kuffār) te bestempelen — omdat hij op dat moment niet exact wist welke beledigende uitspraken waren gedaan jegens Allāh Taʿālā en Zijn Profeet ﷺ. Hij koesterde geen woede jegens hen, en had geen gedeeld kenmerk of directe relatie die opheldering kon geven over het toenmalige meningsverschil.<br>De relatie tussen moslims is immers afhankelijk van liefde en haat jegens Allāh Taʿālā en Zijn Profeet ﷺ. Zolang deze respectloze personen geen beledigende uitspraken deden, of deze dienaar van Allāh Taʿālā deze uitspraken niet zelf had gezien of gehoord, respecteerde hij hun lippendienst aan de Islam. Hij betrachtte uiterste voorzichtigheid, en sloot zich niet aan bij die Schriftgeleerden die van mening waren dat deze personen het verdienen als ongelovigen te worden bestempeld. Daarentegen sloot hij zich aan bij de geleerden die pleiten voor grote zorgvuldigheid bij het uitspreken van takfīr. Maar toen hij met eigen ogen de beledigende uitingen zag jegens Allāh Taʿālā en de Profeet Mohammed ﷺ, raakte hij overtuigd dat deze personen gefaald hadden om de essentiële principes van de Islam te waarborgen. Hij had toen geen andere keuze dan hen als ongelovigen te verklaren. U hebt reeds in het begin gelezen dat de grote Imams stellen: Wie twijfelt aan een daad van ondubbelzinnig ongeloof, wordt zelf tot ongelovige gerekend. Het was noodzakelijk mijn eigen īmān te beschermen, evenals die van mijn moslimbroeders en de islamitische gemeenschap. Daarom werd een vonnis van ongeloof gepubliceerd en uitgegeven.</p>



<p class="has-secondary-color has-text-color has-link-color wp-elements-7edf43407d3eed6432c72de05296f81d"><em><strong>Hij die twijfelt in de bestraffing van deze respectloze mensen&nbsp;en twijfelt op hun ongelovig zijn, wordt zelf een ongelovige.</strong></em></p>



<p><strong>Allāh Ta’ālā &nbsp;openbaart:</strong></p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">وَقُلْ جَاء الْحَقُّ وَزَهَقَ الْبَاطِلُ إِنَّ الْبَاطِلَ كَانَ زَهُوقًا</p>



<p>“En zeg: het wezenlijke is gekomen en het ijdele is vergaan. Het ijdele is waarlijk vergankelijk.” <em>Surah </em><em>&nbsp;al-Isrā’ (de nachtreis), H17, vers 81</em></p>



<p><strong>En, Allāh Ta’ālā &nbsp;openbaart verder:</strong></p>



<p class="has-text-align-right has-large-font-size">لاَ إِكْرَاهَ فِي الدِّينِ قَد تَّبَيَّنَ الرُّشْدُ مِنَ الْغَيِّ</p>



<p>“Er is geen dwang in de godsdienst. De rechtsgerichtheid is duidelijk onderscheiden van de verdeling.” <em>Surah al-Baqarāh (de koe), H2, vers 256</em></p>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-d50c5a943068e58aa20831b1cd898619"><strong>Samengevat zijn vier hoofdpunten simpel gemaakt:</strong></h5>



<ol class="wp-block-list">
<li>De geschreven en gepubliceerde verklaringen van deze respectloze mensen zijn definitief beledigingen van Allāh Ta’ālā &nbsp;en Zijn Profeet Mohammed ﷺ.</li>



<li>Eenieder die Allāh Ta’ālā &nbsp;en Zijn Profeet Mohammed ﷺ beledigt is definitief een ongelovige.</li>



<li>Eenieder die hen geen kāfir noemt, met hen een vriendschappelijke band onderhoudt of hun positie in overweging neemt als leraren, verwanten of vrienden wordt ook definitief een van hen. Hij wordt een ongelovige net als zij. Op de Dag des Oordeels zal hij eveneens worden vastgebonden aan hetzelfde touw.</li>



<li>Wat voor zwakke excuses en bedrieglijke argumenten zij ook geven, ze zijn ongeldig en vals.</li>
</ol>



<h5 class="wp-block-heading has-primary-color has-text-color has-link-color wp-elements-bad87b7f1942246657cf89283acbf517"><strong>Zegel van de Oelama van Makkah en Medina op fatwa’s </strong><strong><a></a><a></a><a></a></strong><strong><a></a><a></a></strong><strong></strong></h5>



<p>Al deze vier punten zijn, bij de gratie van Allāh Taʿālā, zeer helder geworden. De verzen van de Heilige Qurʾān hebben overtuigende bewijzen geleverd en de richting aangegeven. Enerzijds is er het Paradijs en eeuwige genot; anderzijds de Hel en het eeuwige vuur. Eenieder kan kiezen wat hij of zij verkiest. Echter, het moet goed begrepen worden: wie de Profeet Mohammed ﷺ wil verlaten en in plaats daarvan kiest voor Jan, Piet of Klaas, zal nooit succesvol zijn. Leiding is uitsluitend in de macht van Allāh Taʿālā. Deze kwestie was op zichzelf al helder voor iedere moslim, maar vaak verlangen onze moslimbroeders naar de zegel van erkende geleerden op officiële documenten. De zegels van de geleerden uit Makkah al-Muʿaẓẓamah en Madīnah al-Munawwarah zijn het hoogst in rang,<br>omdat onze īmān op die heilige plaatsen zijn oorsprong vond. De overeengekomen tradities van de Profeet ﷺ bevestigen dat Satan in dat deel van de wereld nooit succes zal hebben. Daarom is, ter voldoening van onze moslimbroeders, deze kwestie voorgelegd aan de rechters en geleerden van de islamitische wetgeving in Makkah al-Muʿaẓẓamah en Madīnah al-Munawwarah.<br>Deze leiders van de islamitische wereld hebben het vonnis gewillig en enthousiast gecertificeerd. Alle lof zij aan Allāh Taʿālā!</p>



<p>NB van Tangali: Hun vonnissen, getuigschriften en commentaren zijn opgenomen — met Urdu-vertaling op de tegenoverliggende pagina’s — in het boek Ḥussām al-Ḥaramayn ʿalā Manhir al-Kufr wa al-Mayn, zodat onze moslimbroeders het grondig kunnen bestuderen.</p>



<p>O Allāh Taʿālā, Schenk wijsheid en moed aan mijn moslimbroeders om de waarheid te aanvaarden, en bescherm hen tegen het steunen — uit koppigheid of zelfzucht — van Zayd en ʿAmr tegen U en Uw geliefde Profeet Mohammed ﷺ.<br>Aanvaard onze smeekbede (duʿāʾ) in naam van de verhevenheid en edelmoedigheid van de Profeet ﷺ. Āmīn! Āmīn!</p>



<p>Alle lof behoort toe aan Allāh Taʿālā, de Heerser van het Heelal. En de beste ṣalawāt en salām aan onze Heilige Profeet Mohammed ﷺ, zijn kinderen en kleinkinderen, metgezellen (ṣaḥābah), vrienden en alle overige moslims..</p>



<hr class="wp-block-separator has-alpha-channel-opacity"/>



<p><a href="#_ftnref1" id="_ftn1">[1]</a> Overleveringen van Sayyidena RasoolAllāh ﷺ</p>



<p><a href="#_ftnref2" id="_ftn2">[2]</a> Qur’ān 9:24</p>



<p><a href="#_ftnref3" id="_ftn3">[3]</a> Als u afstand neemt van de respectloze mensen ten einde de naam van Allāh Ta’ālā en Zijn Profeet ﷺ te verheerlijken.</p>



<p><a href="#_ftnref4" id="_ftn4"><sup>[4]</sup></a>Deze hadīth is verhaald door Hazrat Annas, door Imam Tabrānī in Muadjam Kabir en door Hazrat Abu Naiem in Hiljaa (radi Allāhu anhum).</p>



<p><a href="#_ftnref5" id="_ftn5"><sup>[5]</sup></a> Tafsīr Kabir van Imam Fakhruddin Rāzi, deel 2,&nbsp; pagina 455</p>



<p><a href="#_ftnref6" id="_ftn6"><sup>[6]</sup></a> Hier wordt bedoeld, dat zij geen respectloze daad jegens de Profeet Mohammed ﷺ hebben gebruikt.</p>



<p><a href="#_ftnref7" id="_ftn7">[7]</a> Lees hierover Commentaar door Imam Ibn Jarīr (radi Allāhu anhu), gepubliceerd in Egypte, deel 10, pag. 105; en Commentaar Durre Mansoor door Imam Jalāluddin Suyuti (radi Allāhu anhu), deel 3, pag. 254.</p>



<p><a href="#_ftnref8" id="_ftn8"><sup>[8]</sup></a>Hier wordt bedoeld dat de Munāfiqun Kufr jegens Allāh Ta’ālā en de Profeet Mohammed ﷺ hebben gepleegd. Allah accepteert noch hun geld noch hun wereldse namāz.</p>



<p><a href="#_ftnref9" id="_ftn9"><sup>[9]</sup></a> Hier wordt bedoeld, dat zij hun tong verdraaien (Rai-iena) en daardoor de betekenis ervan verdraaien om de Islam te verzwakken.</p>



<p><a href="#_ftnref10" id="_ftn10"><sup>[10]</sup></a> Dit is een groep van de Zia.</p>



<p><a href="#_ftnref11" id="_ftn11"><sup>[11]</sup></a> Hier wordt bedoeld Ummat-e-Idjabat.</p>



<p><a href="#_ftnref12" id="_ftn12">[12]</a> Voor meer details en discussie over dit onderwerp raadpleegt u het boek “<strong>Fatāwa-e-Razwiyah</strong>”.</p>



<p><a href="#_ftnref13" id="_ftn13"><sup>[13]</sup></a> Hiermee wordt bedoeld dat niemand uit zichzelf iets van het onzichtbare weet.</p>



<p><a href="#_ftnref14" id="_ftn14"><sup>[14]</sup></a> Toen de Profeet Sulaimān (alayhis salām) zijn laatste adem uitblies, wisten de Djinns dit gedurende 1 jaar niet, terwijl zij vaak met hem samen waren en zijn opdrachten uitvoerden.</p>



<p><a href="#_ftnref15" id="_ftn15"><sup>[15]</sup></a> Degenen die de gedachte op nahouden zoals de Joden, dat indien iemand van de 100 dingen, 1 ding van de Islam accepteert hij dan geen ongelovige mag worden genoemd. De Islamitische geleerden zeggen, dat indien van de 100 dingen slechts een ding twijfelachtig is ten aanzien van het ongeloof, hij geen ongelovige zal worden genoemd, totdat het niet bewezen is dat hij de intentie had van ongeloof.</p>



<p><a href="#_ftnref16" id="_ftn16"><sup>[16]</sup></a> Mensen die onze Heilige Profeet hebben beledigd, weten welke straf hen op de Dag des Oordeels wacht.</p>



<p><a href="#_ftnref17" id="_ftn17"><sup>[17]</sup></a> Mubaram en Mo-allakqie</p>



<p><a href="#_ftnref18" id="_ftn18"><sup>[18]</sup></a> Het tijdspad vanaf nu is 112 jaar geleden.</p>



<p><a href="#_ftnref19" id="_ftn19"><sup>[19]</sup></a> Hier wordt bedoeld Motakallimien (Oelama die gespecialiseerd zijn op het terrein van Aqīda).</p>



<p></p>
<p><a class="a2a_button_facebook" href="https://www.addtoany.com/add_to/facebook?linkurl=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Ftamhid-e-iman%2F&amp;linkname=Tamhid-e-Im%C4%81n" title="Facebook" rel="nofollow noopener" target="_blank"></a><a class="a2a_button_mastodon" href="https://www.addtoany.com/add_to/mastodon?linkurl=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Ftamhid-e-iman%2F&amp;linkname=Tamhid-e-Im%C4%81n" title="Mastodon" rel="nofollow noopener" target="_blank"></a><a class="a2a_button_email" href="https://www.addtoany.com/add_to/email?linkurl=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Ftamhid-e-iman%2F&amp;linkname=Tamhid-e-Im%C4%81n" title="Email" rel="nofollow noopener" target="_blank"></a><a class="a2a_dd addtoany_share_save addtoany_share" href="https://www.addtoany.com/share#url=https%3A%2F%2Ftangali.net%2Ftamhid-e-iman%2F&#038;title=Tamhid-e-Im%C4%81n" data-a2a-url="https://tangali.net/tamhid-e-iman/" data-a2a-title="Tamhid-e-Imān"></a></p>]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
	</channel>
</rss>

<!--
Object caching 1169/1222 objecten gebruiken Disk
Paginacaching met Disk: Enhanced 

Served from: tangali.net @ 2026-05-14 15:28:08 by W3 Total Cache
-->