112 Surah al-Ikhlaas

112 Zuiverheid van Geloof

Allah’s Naam zijt het begin, de Barmhartige, de Genadevolle.


[112:1] Zeg: "Allāh is de Enige.

[112:2] Allāh is Zichzelf genoeg, Eeuwig.

[112:3] Hij verwekte niet, noch werd Hij verwekt.

[112:4] En niemand is Hem in enig opzicht gelijk."



Tafsir ibn Kathir

De reden voor de openbaring van deze soera en haar deugd.


Imām Ahmed hoorde van Ubayy bin Ka`b (radi-Allāhu 'Anhuma) dat de afgodendienaars aan de Profeet ﷺ vroegen: “O Mohammed, vertel ons over de afstamming van uw Heer.” Aldus openbaarde Allāh Ta'ala: “Zeg: ‘Hij is Allāh, Eén, Allāh verwekt niet, noch werd Hij verwekt, en er is geen te vergelijken met Hem.”


Hetzelfde werd opgetekend door At-Tirmizi en Ibn Jarir (radi-Allāhu 'Anhuma) en zij voegden in hun verhaal toe dat hij ﷺ zei: “As-Samad is iemand die niet baart, noch werd geboren, omdat er niets is dat geboren wordt behalve dat het zal sterven, en er is niets dat sterft behalve dat het erfenis achterlaat, en inderdaad gaat Allāh niet dood en laat Hij geen erfenis na.


Imām Al-Bukhari berichtte van Amrah bint Abdur Rahmān (radi-Allāhu 'Anhuma), die in het appartement van Sayyidah Ā’ishah (radi-Allāhu 'Anha), de echtgenote van de Profeet ﷺ, verbleef, dat Aisha zei: “De Profeet ﷺ stuurde een man als de commandant van een oorlogsexpeditie en hij leidde altijd de metgezellen in het gebed (namāz) met de recitatie (van de Heilige Qur'ān). En hij voltooide zijn recitatie met: “Zeg: Hij is Allāh, één.” Dus toen de metgezellen terugkwamen, meldden ze dat aan de Profeet ﷺ en hij zei: “Vraag hem waarom doet hij dat?” Dus vroegen de metgezellen hem en hij antwoordde: “Omdat het de beschrijving is van ar-Rahmān en ik ben er dol op om het te reciteren.”


Imām Al-Bukhari nam dat op van Abu Saied (radi-Allāhu 'Anhuma); een man hoorde een andere man reciteren (Zeg: “Hij is Allāh, Eén.”') en hij herhaalde het steeds opnieuw. Dus toen de ochtend aanbrak, ging de man naar de Profeet ﷺ en meldde dat aan hem, alsof hij dat aan het kleineren was. De Profeet ﷺ zei: “Hij in Wiens Hand mijn ziel is, waarlijk het equivalent is gelijk een derde van de Qur'ān.


Abu Dawoed en An-Nasa'i (radi-Allāhu 'Anhuma) hebben dit ook opgenomen in hun ahadith boek.