001 Surah al-Fatiha

001 Het begin

Allah’s Naam zijt het begin, de Barmhartige, de Genadevolle.


[1:1] In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle.

[1:2] Alle lof zij Allah, de Heer van de ´Alamin (mensheid, djinns en alles dat bestaat).

[1:3] De Barmhartige, de Genadevolle.

[1:4] Meester van de Dag des Oordeels.

[1:5] U alleen aanbidden wij en U alleen smeken wij om hulp.

[1:6] Leid ons op het rechte pad,

[1:7] Het pad dergenen, aan wie Gij gunsten hebt geschonken - niet dat van hen, op wie toorn is neergedaald, noch dat der dwalenden.



Tafsir ibn Kathir


Deze soera wordt Al-Fātiha genoemd, dat is de Opener van het Boek, de soera waarmee gebeden worden begonnen. Het wordt ook wel Umm Al-Kitāb (de moeder van het Boek) genoemd, volgens de meerderheid van de Schriftgeleerden.


In een authentieke Hadith opgetekend door At-Tirmizi (radi-Allāhu 'Anhu), die het Sahih beoordeelde, zei Abu Hurairah (radi-Allāhu 'Anhu) dat de Boodschapper ﷺ van Allāh Ta'ala zei: “Al-Hamdu lillāhi Rabbil-'Alamin is de moeder van de Qur'ān, de moeder van het Boek, en de zeven herhaalde ayāt van de glorieuze Qur'ān.


Het wordt ook Al-Hamd en As-Salāh genoemd, omdat de Profeet ﷺ zei dat zijn Heer zei: Het gebed (Al-Fātiha) is verdeeld in twee helften tussen Mij en Mijn dienaren. Wanneer de dienaar zegt: 'Alle lof komt Allāh toe, de Heer van het bestaan', zegt Allāh, 'Mijn dienaar heeft Mij geprezen.

Al-Fātiha werd de Salāh genoemd, omdat het reciteren ervan een voorwaarde is voor de juistheid van Salāh (namāz).

Al-Fātiha werd ook Ash-Shifa '(het geneesmiddel) genoemd.


Het wordt ook ar-Ruqyāh (remedie) genoemd, omdat in de Sahih het verhaal van Abu Saied (radi-Allāhu 'Anhu) staat dat vertelt over de Sahābi (metgezel) die Al-Fātiha gebruikte als remedie voor het stamhoofd die vergiftigd was. Later vroeg de Boodschapper ﷺ van Allāh Ta’ala aan de Sahābi: “Hoe wist je dat het een Ruqyāh is?


Al-Fātiha werd geopenbaard in Mekka zoals Ibn `Abbās, Qatadah en Abu Al-'Aaliyah (radi-Allāhu 'Anhum) verklaarden.


Allāh Ta'ala zei, en inderdaad, wij hebben u de zeven Mathāni geschonken (zeven herhaaldelijk gereciteerde verzen, soera Al-Fātiha) (HQ15:87).

Allāh Ta'ala weet het beste.